Grammatica van het Spokaans © Rolandt Tweehuysen | Postbus 3774 | 1001 AN Amsterdam

<< Inhoudsopgave | Registers >>
<< Hoofdstuk 171 | Hoofdstuk 173 >>

17. Antropologische linguļstiek

172. Namen, familierelaties en titels


Opbouw van dit hoofdstuk:
  1. Namen en naamgeving in Spokaniė
  2. Familierelaties in Spokaniė
  3. Titels
Blokken:

172.1

//// >>>>> OUDE HFDST 172 (RELIGIE) VERVALT ! <<<

172.x1

Dit hoofdstuk bestaat uit drie secties:

A. Namen en naamgeving in Spokaniė
B. Familierelaties in Spokaniė
C. Titels


172.x2   ad § 172.x1   A. Namen en naamgeving in Spokaniė

........

172.aa   ad § 172.x1   B. Familierelateis in Spokaniė


Opgaande lijn
ego _ zegt: ik heb 1 vader (J3 = pomiy) en 1 moeder (k1 = sientur). Mijn vader heeft een broer en een zus, dat zijn dus mijn oom en tante van vaders kant (J1+j2 = c’rlos), die zijn te splitsen in 1 oom van vaders kant (J1 = c’rlo) en 1 tante van vaders kant (j2 = tlokko). Van moeders kant: (k2+K4 = oluc’rlos) = 1 tante (k2 = olutlokko) en 1 oom (K3 = oluc’rlo).
Uit de huwelijken van mijn kinderen en schoonkinderen zijn 4 kleinkinderen (X1+x2+z1+Z2 = 4 pyzōs) geboren. Deze zijn te splitsen in 2 kleinkinderen van mijn zoons kant (z1+Z2 = 2 tōgts) en 2 kleinkinderen van mijn dochters kant (X1+x2 = 2 olutōgts). De kleinkinderen van mijn zoons kant zijn 1 kleindochter (z1 = nenn{d}e) en 1 kleinzoon (Z2 = tōgt); de kleinkinderen van mijn dochters kant zijn 1 kleinzoon (X1 = olutōgt) en 1 kleindochter (x2 = olunenn{d}e).
Achterkleinkinderen (nefpyzōs of supyzōs) heb ik niet. Een achterkleinzoon van mijn zoons kant zou neftōgt of sutōgt heten, van mijn dochters kant zou hij nefolutōgt of suolutōgt heten. Evenzo zou een achterkleindochter nefnenn{d}e (sunenn{d}e), respectievelijk nefolunenn{d}e (suolunenn{d}e) heten.
Voor verdere afstammelingen (achter-achterkleinkinderen) heeft mijn taal geen woorden meer; zij worden eveneens nefpyzōs (supyzōs) genoemd.

ego _ zegt: mijn oudste broer (N1 = pomiy) is getrouwd, dus ik heb een schoonzus (p = sour-mālp); mijn jongste zus (n4 = sour) is getrouwd dus ik heb een zwager (R = frera-mālp). Mijn zwager en schoonzus zijn dus (p+R = 2 freras-mālp). Mijn oudste broer en mijn schoonzus (N1+p) hebben 2 kinderen, dat zijn mijn neef en nicht van broers kant (S1+s2 = 2 nefwalers (su[w]alers)), die zijn te splitsen in 1 neef van broers kant (S1 = nefwaler (su[w]aler)) en 1 nicht van broers kant (s2 = nefusto (suūsto)). Mijn jongste zus en mijn zwager (n4+R) hebben eveneens 2 kinderen, dat zijn mijn neef en nicht van zusters kant (u1+UU2 = 2 olunefwalers (olusu[w]alers)), die zijn te splitsen in 1 nicht van zusters kant (u1 = olunefūsto (olusuūsto)) en 1 neef van zusters kant (U2 = olunefwaler (olusu[w]aler)).
Eventuele achterneven en achternichten (dus de kinderen van nefwalers en olunefwalers) heten eveneeens nefwaler, nefūsto, olunefwaler en olunefūsto.

Dalende lijn

ego _ zegt: ik heb 1 oudere broer (N1 = pomiy), 1 oudere zuster (n2 = tojoredo), 1 jongere broer (N3 = frera) en 1 jongere zuster (n4 = sour). Totaal heb ik dus 4 broers+zusters (N1+n2+N3+n4 = 4 freras), waarvan 2 broers (N1+N3 = 2 'jan-freras) en 2 zusters (n2+n4 = 2 sours). Of te wel: ik heb 2 oudere broers+zusters (N1+n2 = 2 pomiys) en 2 jongere broers+zusters (N3+n4 = 2 freras).
Verder heb ik 1 echtgenoot (Q = mariant), en mijn echtgenoot+ik hebben 4 kinderen (T1+t2+t3+T4 = 4 efantys of 4 walers), en wel: 1 oudste zoon (T1 = hārs), 1 jongere zoon (T4 = waler) en 2 dochters (t2+t3 = 2 ūstos). Ons oudste kind had natuurlijk ook een dochter (stel: t1 = hārsa) kunnen zijn. Elk echtpaar met kinderen heeft of een hārs of een hārsa. Ik heb 2 schoonkinderen (V+w = 2 toefantys of 2 towalers) en wel 1 schoonzoon (V = towaler) en 1 schoondochter (w = toūsto).


hoofdletters = mn.
kleine leters = vr.
identieke letters geven broers/zusters aan, waarbij 1 = de oudste.

C-d E-f
¦ ¦
+------+----+ +----+------+
¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦
g-J1 H-j2 J3-k1 k2-L K3-m
¦
+-------------------------------+
¦ ¦ ¦ ¦ ¦
N1-p n2 ego.vr-Q N3 n4-R
¦ ego.mn-q ¦
+-----+ ¦ +-----+
¦ ¦ ¦ ¦ ¦
S1 s2 ¦ u1 U2
+-------------------+
¦ ¦ ¦ ¦
T1 t2-V t3 T4-w
¦ ¦
+----+ +------+
¦ ¦ ¦ ¦
X1 x2-Y z1 Z2
¦
+-----+
¦ ¦


frera = broer van ego die jonger is dan ego
pomiy = broer van ego die ouder is dan ego

sour = zuster van ego die jonger is dan ego
tojoredo = zuster van ego die ouder is dan ego
freras = 1. alle broers en zusters van ego
2. alle broers van ego
sours = alle zusters van ego
pomiys = 1. alle broers en zusters van ego die ouder zijn dan ego
2. alle broers van ego die ouder zijn dan ego
tojoredos = alle zusters van ego die ouder zijn dan ego
sientur = 1. moeder van ego
2. moeder van alter
pomiy = vader van vr. ego
serr = vader van mn. ego
follus = vader van alter
dykse = stiefmoeder (vrouw van vader als sientur overleden is) van ego of alter
sompfollus = stiefvader (man van moeder als pomiy/serr/follus overleden is) van ego of alter
sientur-mālp = stiefmoeder (vrouw van vader nadat hij van sientur gescheiden is)
follus-mālp = stiefvader (man van moeder nadat zij van pomiy/serr/follus gescheiden is)
waler = zoon van ego
ūsto = 1. dochter van ego
2. dochter van alter
walers = 1. zoons en dochters van ego
2. zoons van ego
ūstos = dochters van ego

lerp = zoon van alter
keltefanty = stiefkind (kind waarvan de moeder overleden is)
hocilās = stiefkind (kind waarvan de vader overleden is, of beide ouders overleden zijn)
keltealer = stiefzoon (moeder overleden)
kelteūsto = stiefdochter (moeder overleden)
tlokko = tante (zuster van sientur of follus)
tlokko-mālp = oudtante (zuster van ego's echtgenoot/note)
c’rlo = oom
c’rlo-mālp = oudoom
nefwaler = su[w]aler = neef (zoon van broer of zus)
oluquy = neef (zoon van oom of tante)
oluquy-mālp = zoon van nefwaler
nefūsto = suūsto = nicht (dochter van broer of zus)
šāfla = nicht (dochter van oom of tante)
šāfla-mālp = dochter van nefūsto
nefoluquy (su-) = zoon van oluquy (??)
nefšāfla (su-) = dochter van šāfla (??)

172.x9   ad § 172.x1   C. Titels

........

NOTEN NOTEN NOTEN

      Noot 1 [??]...


<< Inhoudsopgave | Registers >>
<< Hoofdstuk 171 | Hoofdstuk 173 >>