Grammatica van het Spokaans © Rolandt Tweehuysen | Postbus 3774 | 1001 AN Amsterdam

<< Inhoudsopgave | Registers >>
<< Hoofdstuk 162 | Hoofdstuk 171 >>

17. Antropologische linguïstiek

170. Telwoorden en breuken


Opbouw van dit hoofdstuk:
  1. ...
  2. ...
Blokken:

170.1

De behandeling van de telwoorden is opgenomen in de Afdeling Antropologische linguïstiek. In deze Afdeling worden verder onderwerpen als temporele uitdrukkingen, klokkijken, kleuren, naamgeving en familierelaties behandeld.
Het zijn allemaal taalkundige zaken die voor een (groot) deel afhangen van het beeld dat de taalgebruiker heeft van de hem omringende wereld en van de maatschappij waarin hij leeft. De term "antropologische linguïstiek" is voor het eerst gebruikt door ...., zijn zijn artikel ... (19...). Hij stelde zich de vraag: "in hoeverre is een taalgemeenschap in staat om dingen te onderscheiden waarvoor hun taal geen woord kent - en omgekeerd: in hoeverre wordt een bepaald ding als iets elementairs en onvermijdelijks beschouwd als de taal er (in tegenstelling tot andere talen) wel een eigen woord voor kent?"
Een concreet voorbeeld: stel dat er in een taal geen woord bestaat voor "roze". Zijn de sprekers van die taal zich dan wel bewust dat dit een specifieke kleur is? Of omgekeerd: stel dat er in een taal onderscheid gemaakt wordt tussen "dochter van mijn broer" en "dochter van mijn zuster". Zijn de sprekers van die taal zich dan bewust van het feit dat het in beide gevallen om "nicht" gaat?
Of - om het onderwerp van dit hoofdstuk erbij te betrekken - als er in een bepaalde cultuur alleen telwoorden bestaan voor 'één', 'twee' en 'drie' (waarna er vervolgd wordt met 'veel'), zijn de sprekers dan in staat om toch nog een onderscheid te maken tussen 3, 4 of 5 voorwerpen?

Zulke theoretische beschouwingen (gebaseerd op Labovs.....) zullen in deze Spokaanse grammatica niet aan de orde komen; er zal slechts aandacht besteed worden aan de semantische, grammaticale en idiomatische aspecten van zaken die in de Spokanische linguïstische traditie een "antropologische" connotatie hebben.
Ten slotte zal in Hoofdstuk 173 een beknopt overzicht van de Spokaanse dialecten gegeven worden.

170.2

Het Spokaans kent twee talstelsels:

  1. het klassieke talstelsel (vanaf § 170.3)
  2. het rekenkundige talstelsel (vanaf § 170.x9)
170.2s

In dit hoofdstuk hanteren we de volgende schrijfwijzen voor de "vertaling" van de Spokaanse getalsnamen:

  1. Een getal of cijfer zonder verdere markering geeft de waarde van de Spokaanse getalsnaam aan, eventueel wordt een isgelijkteken toegevoegd, bijvoorbeeld:

    • 17 = erg-dur
    • main-hent-tesen = 62
    • main-hent-tesen (62)

  2. De precieze opbouw van een getalsnaam wordt tussen dubbele aanhalingstekens in de vorm van een formule vermeld. Elk getal in de formule representeert een deel van het Spokaanse telwoord dat met filâsto's (koppelstreepjes) van de overige delen is gescheiden. Als de combinatie van twee "losse" cijfers een vermenigvuldiging voorstelt, staat deze tussen rechte haken [ ]. Na de formule volgt eventueel achter een isgelijkteken de totale waarde van het telwoord; bijvoorbeeld:

    • erg-dur ("14+3")
    • main-hent-tesen ("[10×5]+12")
    • sers-pérsa-rân-tenerg-ér ("[6×100]+36+28+1" = 665)

  3. In de getallen heferg (7), tenerg (28), tenhent (10) en tenrân (72) zijn de samenstellende delen aaneen geschreven. Deze getallen zullen daarom in een formule niet verder opgesplitst worden in hun samenstellende delen. Bijvoorbeeld:

    • tenerg-heferg ("28+7" = 35)

    Hoewel tenerg feitelijk is samengesteld uit ten (2) en erg (14), en dus door de formule "2×14" verklaard kan worden, zal dit dus nooit gebeuren. Evenzo zullen we voor heferg nooit "½×14" schrijven, hoewel het element hef- de gereduceeede vorm van holfe (half) is.

170.3   ad § 170.2   A. Het klassieke talstelsel

Het klassieke talstelsel kent aparte telwoorden tot en met 14, en wel:

1 = ér  8 = âke, nala
2 = ten, perdÿr  9 = nyn
3 = dur10 = main
4 = fâr11 = lÿn
5 = vÿr, hent12 = tesen
6 = sers13 = râsen
7 = heferg[noot]14 = erg
[noot] Het telwoord heferg is een samentrekking van holfe-erg (dus "half-veertien").

170.x3

Het woord perdÿr betekent niet alleen 'twee', maar ook 'beide':

  • Ef perdÿr mimpits melde tekelbrae.   De twee/beide boeken liggen op tafel.
  • Perdÿr meraters farte fesdu ef arâbe.
    Er lopen twee mannen in de tuin.
    of  Beide mannen lopen in de tuin.
Als we expliciet willen uitdrukken dat het getal '2' wordt bedoeld, kunnen we altijd voor ten kiezen, bijvoorbeeld:
  • Ten meraters farte fesdu ef arâbe.   Er lopen twee mannen in de tuin.

170.x3a

Het woord hent betekent niet alleen 'vijf', maar ook 'hand':

  • Ef hent mimpit[noot] melde fes ef feldariy.   De vijf boeken liggen in de kast.
Uit stilistische overwegingen wordt 'vijf handen' niet vertaald met hent hent, maar met vÿr hents.

[noot] Het telwoord hent (vijf) wordt altijd gevolgd door een subst. in het enkelvoud (zie § 170.x5).

170.x5

De telwoorden ér, hent, erg en rân worden altijd gevolgd door het enkelvoud: ...

>>> VERWIJZING IN § 31.26 !

170.x4

De namen van de hogere getallen zijn opgebouwd uit een basisgetal of een afgeleid basisgetal, gevolgd door een aanvullend getal. De basisgetallen zijn:

  14 = erg
  36 = rân
100 = pérsa
De afgeleide basisgetallen, of kortweg, afgeleide getallen, zijn:
 28 = tenerg("2×14")
 50 = main-hent("10×5")
(64 = rân-tenerg)("36+[2×14]")
 72 = tenrân("2×36")
Merk op dat het afgeleide basisgetal rân-tenerg (64) nooit zelfstandig (d.w.z. niet binnen een samenstelling) wordt gebruikt. Het getal '64' wordt uitgedrukt als main-hent-erg, en pas bij '65' verschijnt rân-tenerg in de samst., namelijk rân-tenerg-ér ("36+28+1"). Zie verder § 170.x7a.

170.x6s

In samengestelde getalnamen wordt voor '2' uitsluitend de term ten gebruikt, en nooit het synoniem perdÿr.
Dus we komen alleen namen als erg-ten ("14+2" = 16), tenerg-ten ("28+2" = 30), main-hent-ten ("50+2" = 52) en dergelijke tegen, en nooit respectievelijk ¢ erg-perdÿr, ¢ tenerg-perdÿr of ¢ main-hent-perdÿr en dergelijke. Voor de juiste samenstellingen, zie de volgende paragrafen.

170.x6

De getallen 15 t/m 27 worden uitgedrukt door een samenstelling met het basisgetal erg (14), gevolgd door een van de telwoorden ér (1) t/m râsen (13):

15 = erg-ér("14+1")
16 = erg-ten("14+2")
... 
19 = erg-vÿr, erg-hent("14+5")
... 
26 = erg-tesen("14+12")
27 = erg-râsen("14+13")
Voor het getal '21' bestaat niet alleen de regelmatige samst. erg-heferg ("veertien-zeven"), maar ook het eigen telwoord sekkÿ.

170.x7

Het getal '28' wordt uitgedrukt met de afleiding tenerg, letterlijk "2 × erg" (2×14).
De getallen 29 t/m 35 worden uitgedrukt door een samenstelling met tenerg (28), gevolgd door een van de telwoorden ér (1) t/m heferg (7):

29 = tenerg-ér("28+1")
30 = tenerg-ten("28+2")
... 
33 = tenerg-vÿr, tenerg-hent("28+5")
... 
35 = tenerg-heferg("28+7", of nóg letterlijker: "[2×14]+[½×14]")

170.x8

De getallen 37 t/m 50 worden uitgedrukt door een samenstelling met het basisgetal rân (36), gevolgd door een van de telwoorden ér (1) t/m erg (14):

37 = rân-ér("36+1")
38 = rân-ten("36+2")
... 
41 = rân-vÿr, rân-hent("36+5")
... 
49 = rân-râsen("36+13")
50 = rân-erg("36+14")
Voor het getal '50' bestaat tevens de afleiding main-hent ("tien keer vijf"). Deze afleiding wordt gebruikt in de volgende reeks telwoorden (zie volgende paragraaf).

170.x7x

Het getal '50' wordt uitgedrukt met de afleiding main-hent, letterlijk "10 × hent" (10×5).
De getallen 51 t/m 64 worden uitgedrukt door een samenstelling met main-hent (50), gevolgd door een van de telwoorden ér (1) t/m erg (14):

51 = main-hent-ér("[10×5]+1")
52 = main-hent-ten("[10×5]+2")
... 
55 = main-hent-vÿr("[10×5]+5")
... 
63 = main-hent-râsen("[10×5]+13")
64 = main-hent-erg("[10×5]+14")
Voor het getal '55' wordt nooit de samst. ¢ main-hent-hent gebruikt, hoewel hent een correct synoniem van vÿr (5) is.
Voor het getal '50' bestaat tevens de samst. rân-erg ("36+14"). (zie vorige paragraaf).

170.x7a

De getallen 65 t/m 77 worden uitgedrukt door een samenstelling met het afgeleide basisgetal rân-tenerg (64), gevolgd door een van de telwoorden ér (1) t/m râsen (13):

65 = rân-tenerg-ér("36+28+1")
66 = rân-tenerg-ten("36+28+2")
... 
69 = rân-tenerg-vÿr("36+28+5")
... 
76 = rân-tenerg-tesen("36+28+12")
77 = rân-tenerg-râsen("36+28+13")
Voor het getal '69' wordt nooit de samst. ¢ rân-tenerg-hent gebruikt, hoewel hent een correct synoniem van vÿr (5) is.
Aangezien '72' ook uitgedrukt kan worden met het afgeleide basisgetal tenrân (2×36), bestaan er voor de getallen 73 t/m 77 ook alternatieve samenst.n. Zie hiervoor de volgende paragraaf.

170.x8a

De getallen 73 t/m 100 worden uitgedrukt door een samenstelling met het afgeleide basisgetal tenrân (2×36), gevolgd door een van de telwoorden ér (1) t/m tenerg (28). Merk op dat de telwoorden 15 t/m 27 zelf ook al een samst. zijn:

  73 = tenrân-ér("72+1")
  74 = tenrân-ten("72+2")
  ... 
  77 = tenrân-vÿr, tenrân-hent("72+5")
  ... 
  86 = tenrân-erg("72+14")
  87 = tenrân-erg-ér("72+14+1")
  ... 
  99 = tenrân-erg-râsen("72+14+13")
100 = tenrân-tenerg("72+28")
Voor de getallen 73 t/m 77 bestaan ook alternatieve vormen, samengesteld met rân-tenerg (36+28). Zie hiervoor de vorige paragraaf. Het getal 77 kan derhalve op drie manieren worden uitgedrukt:
  • rân-tenerg-râsen  ("36+28+13")
  • tenrân-vÿr  ("72+5")
  • tenrân-hent  ("72+5")
Voor het getal 100 bestaat ook een eigen basiswoord: pérsa. Het is gebruikelijker om '100' met dit basiswoord aan te duiden dan met de samst. tenrân-tenerg. Vanaf '101' worden uitsluitend samst.n met pérsa gebruikt (zie volgende paragraaf).

170.x8b

Honderdtallen en duizendtallen worden uitgedrukt met een samenst. van een van de hierboven behandelde telwoorden, gecombineerd met pérsa (100), bijvoorbeeld:

  200 = ten-pérsa("2×100")
  300 = dur-pérsa("3×100")
  900 = nyn-pérsa("9×100")
1000 = main-pérsa("10×100")
1600 = erg-ten-pérsa("[14+2]×100")
2000 = erg-sers-pérsa("[14+6]×100")
8500 = tenrân-râsen-pérsa("[72+13]×100")
9000 = tenrân-erg-fâr-pérsa("[72+14+4]×100")
Merk op dat het Spokaans geen apart woord voor '1000' kent, maar dat er in honderdtallen wordt doorgeteld, dus in plaats van "negenduizend-zevenhonderd' (9700) wordt er "zevenennegentig-honderd" gezegd.

170.y8b

Achter de duizend- en honderdtallen worden de tientallen geplaatst, geheel volgens de hierboven uitgelegde regels. Enkele voorbeelden:

  137 = pérsa-rân-ér("100+36+1")
  520 = vÿr-pérsa-erg-sers, hent-pérsa-erg-sers("[5×100]+14+6")
  936 = nyn-pérsa-rân("[9×100]+36")
1111 = lÿn-pérsa-lÿn("[11×100]+11")
3003 = tenerg-ten-pérsa-dur("[[28+2]×100]+3")
5081 = rân-erg-pérsa-tenrân-nyn,("[[36+14]×100]+72+9")
             of main-hent-pérsa-tenrân-nyn("[[10×5]×100]+72+9")
7943 = tenrân-heferg-pérsa-rân-heferg("[[72+7]×100]+36+7")
9999 = tenrân-erg-râsen-pérsa-tenrân-erg-râsen  ("[[72+14+13]×100]+72+14+13")

170.y8bb

In de spreektaal wordt tussen de honderdtallen en de tientallen dikwijls het voegwoord ur (en) ingevoegd. Dit wordt echter nooit geschreven. Onderstaande voorbeelden zijn dan ook typisch spreektaal:

  620 = £ sers-pérsa-ur-erg-sers("[6×100] en 14+6")
1111 = £ lÿn-pérsa-ur-lÿn("[11×100] en 11")
5081 = £ rân-erg-pérsa-ur-tenrân-nyn   ("[[36+14]×100] en 72+9")
Uitzonderingen: in getallen tot 200 (dus waarbij pérsa niet door een ander telwoord wordt voorafgegaan) en in jaartallen wordt nooit ur toegevoegd. Vergelijk:
      137 = pérsa-rân-ér ~ * pérsa-ur-rân-ér
    1987 = erg-hent-pérsa-tenrân-erg-ér ~ * erg-hent-pérsa-ur-tenrân-erg-ér
    (als een jaartal wordt bedoeld)
Hetzelfde geldt voor jaartallen uit de Ergynne-kalender:
    2092[noot] = erg-sers-pérsa-tenrân-erg-sers ~ * erg-sers-pérsa-ur-tenrân-erg-sers
[noot] Het Ergynne jaar 2092 loopt van 10 juni 1998 t/m 29 mei 1999.

170.z8a

Het Spokaans heeft weliswaar geen apart woord voor 'duizend', maar wel een apart woord voor 'tienduizend': plâr. De volgende voorbeelden spreken voor zich:

10.006 = plâr-sers("10.000+6")
20.000 =ten-plâr("2×10.000")
20.500 =ten-plâr-vÿr-pérsa("[2×10.000]+[5×100]")
24.700 =ten-plâr-rân-lÿn-pérsa("[2×10.000]+[[36+11]×100]")
85.396 =
 
âke-plâr-main-hent-dur-pérsa-   
tenrân-erg-main
("[8×10.000]+[[[10×5]+3]×100]+
+72+14+10")
170.z8f

Het Spokaans heeft eveneens een apart telwoord voor 'honderdduizend': lôki. De volgende voorbeelden spreken voor zich:

100.006 = lôki-sers("100.000+6")
200.000 =ten-lôki("2×100.000")
220.500 =ten-lôki-ten-plâr-vÿr-pérsa   ("[2×100.000]+[2×10.000]+[5×100]")
631.305 =
 
sers-lôki-dur-plâr-râsen-
pérsa-hent
("[6×100.000]+[3×10.000]+
+[13×100]+5")
170.z8g

Alle telwoorden zoals die in de voorgaande paragrafen zijn besproken kunnen opgenomen in samst.n waarin een van de volgende telwoorden het hoofdelement is:

melônmiljoen   (1.000.000)
milerrtmiljard(duizend miljoen: 9 nullen)
biljônbiljoen(miljoen × miljoen: 12 nullen)
¢$ triljôn   triljoen(biljoen × miljoen: 18 nullen)
Het symbool "¢$" wil zeggen: dit is een geconstrueerde schrijftaalvorm die niet algemeen aanvaard is, maar in sommige wetenschappelijke publicaties wordt gebruikt.

De volgende voorbeelden spreken voor zich:

  45.000.000 = rân-nyn-melôn("45-miljoen")
999.999.999 = nyn-pérsa-tenrân-erg-râsen-melôn-nyn-lôki-nyn-plâr-tenrân-erg-râsen-pérsa-tenrân-erg-râsen("9-honderd-99-miljoen-9-honderdduizend-9-tienduizend-99-honderd-99")
12.000.000.000 = tesen-milerrt("12-miljard")
Het zal duidelijk zijn dat er de voorkeur aan gegeven wordt om eenheden als 'miljoen', 'miljard', of nog hoger, in letters te schrijven. Worden zulke enorme getallen in cijfers uitgedrukt, dan gaat het vrijwel altijd om wetenschappelijke notaties, en zal de voorkeur gegeven worden aan het rekenkundige talstelsel, zoals beschreven vanaf § 170.x9.

170.z8b

Als een kleiner telwoord meer dan één keer voorkomt in de samenstelling om een groter getal uit te drukken, moet zo veel mogelijk dezelfde variant gehandhaafd worden. Voorbeeld: voor het getal '8' bestaan de woorden âke en nala. Gebruik dan in het getal '808' slechts één van beide varianten: âke-pérsa-âke en nala-pérsa-nala zijn correct, maar * âke-pérsa-nala of * nala-pérsa-âke zijn dat niet. Vergelijk ook '591': vÿr-pérsa-tenrân-erg-vÿr en hent-pérsa-tenrân-erg-hent zijn correct, maar * hent-pérsa-tenrân-erg-vÿr of * vÿr-pérsa-tenrân-erg-hent zijn verkeerd (als in de onmiddellijke nabijheid van een telwoord het subst. hent (hand) voorkomt, dient de vorm hent voor '5' hoe dan ook door vÿr vervangen te worden).

170.z8k

Tot omstreeks 1960 was het de gewoonte om in getallen punten te plaatsen na de duizendtallen (in het Spokaans veelvouden van honderd), en na de honderdduizendtallen. Deze verdeling in punten komt overeen met de wijze van uitspreken, waarbij er voor 'honderdduizend' en 'tienduizend' wel aparte telwoorden bestaan, maar niet voor 'duizend. Tegenwoordig wordt het internationale systeem aangehouden, dat wil zeggen: punten tussen de honderdtallen (ofwel: om de 3 cijfers; en geen komma's of spaties!). Vergelijk:

klassiek:  45.34.6289
modern:45.346.289
rân-nyn-melôn-dur-lôki-fâr-plâr-main-hent-tesen-pérsa-tenrân-erg-dur
"45-miljoen 3-honderdduizend 4-tienduizend 62-honderd 89" =
= 45-miljoen 346-duizend 2-honderd 89
170.x9   ad § 170.2   B. Het rekenkundige talstelsel

Het rekenkundige talstelsel is gebaseerd op een tientallig stelsel, analoog aan het Engels. Deze wijze van tellen is aan het eind van de 18e eeuw ingevoerd door de geleerde XYZ, waarmee hij het uitvoeren van rekenkundige bewerkingen wilde vergemakkelijken, en aldus voor een groter publiek beschikbaar maken. Heden ten dage leren Spokanische scholieren rekenen in het rekenkundige stelsel, maar de uiteindelijke uitkomst wordt genoemd in het klassieke stelsel. Omdat het rekenen meestal fluisterend gebeurt, wordt het rekenkundige stelsel ook wel "de fluistergetallen" genoemd, waarna de uitkomst in "spreekgetallen" gezegd wordt.

170.x10

Voor het rekenkundige stelsel wordt gebruik gemaakt van de klassieke getallen 1 t/m 10, en van neologismen die de tientallen van 20 t/m 90 aanduiden:

  1 = ér  6 = sers
  2 = ten  7 = heferg
  3 = dur  8 = âke
  4 = fâr  9 = nyn
  5 = vÿr10 = main
  
20 = tensa60 = sersa
30 = dursa70 = hefergsa
40 = fârsa80 = âksta
50 = vÿrsa90 = nynsa
Let op de onregelmatige vorm âksta, die XYZ gecreëerd schijnt te hebben omdat hij dat "mooier" vond klinken dan "âkesa".
De dubbelvormen perdÿr (2), hent (5), nala (8) en tenhent (10) worden in het rekenkundig stelsel niet gebruikt.

In plaats van het regelmatig gevormde hefergsa (70) stelde XYZ in eerste instantie het gebruik van zÿfsta of zÿfsa voor. Het gebruik van dit neologisme, samen met de onregelmatige vorm âksta, betekende dat alle telwoorden die tientallen aanduidden, twee lettergrepen hadden. Dat kwam volgens de monnik de "regelmatigheid" en het "ritme" ten goede. Hoewel zÿfs[t]a nooit opgang heeft gevonden, komen we het sporadisch wel in geschriften met een streng roomskatholiek signatuur tegen.

170.x11

De telwoorden 11 t/m 19 worden samengesteld met main (10), gevolgd door ér (1) t/m nyn (9):

11 = main-ér16 = main-sers
12 = main-ten17 = main-heferg
13 = main-dur18 = main-âke
14 = main-fâr19 = main-nyn
15 = main-vÿr 
Omdat de variant hent (5) niet gebruikt wordt, komt main-hent ("10+5") in de betekenis van '15' evenmin voor. Dit heeft als voordeel dat er geen verwarring kan ontstaan met het klassieke telwoord main-hent, dat geïnterpreteerd moet worden als "10×5", en dus '50' betekent.

170.x12

De door XYZ voorgestelde telwoorden main-ér (11) t/m main-fâr (14) worden tegenwoordig zelden gebruikt. Hiervoor in de plaats treden de klassieke vormen lÿn t/m erg, die kennelijk geen belemmering vormen voor een gemakkelijk rekenen, dus:

10 = main15 = main-vÿr
11 = lÿn16 = main-sers
12 = tesen17 = main-heferg
13 = râsen18 = main-âke
14 = erg19 = main-nyn
Mocht er met main-vÿr (15) toch nog verwarring met het klassieke main-hent (50) optreden, dan kan ook in het rekenkundige stelsel eventueel erg-ér voor '15' gezegd worden.

170.x13

Vanaf '21' worden de rekenkundige telwoorden net zo gevormd als in het Engels: eerst de honderdtallen, dan de tientallen en dan de eenheden, bijvoorbeeld:

21 = tensa-ér148 = pérsa-fârsa-âke
25 = tensa-vÿr356 = dur-pérsa-vÿrsa-sers
37 = dursa-heferg980 = nyn-pérsa-âksta
170.x14

Ook in het rekenkundige stelsel ontbreekt een apart woord voor '1000', terwijl de namen plâr (10.000) en lôki (100.000) wel gebruikt worden. De volgende voorbeelden spreken voor zich:

1600 =main-sers-pérsa("16×100")
3612 =dursa-sers-pérsa-tesen("[36×100]+12")
9864 =nynsa-âke-pérsa-sersa-fâr("[98×100]+64")
29.864 =ten-plâr-nynsa-âke-pérsa-sersa-fâr  ("[2×10.000]+[98×100]+64")
365.082 = 
 
dur-lôki-sers-plâr-vÿrsa-pérsa
-âksta-ten
("[3×100.000]+[6×10.000]+
+[50×100]+82")

170.x15   Rangtelwoorden

Rangtelwoorden worden gevormd door het suffix -tef:

  • durtef (derde), maintef (tiende), ^tenrân-erg-râsentef (99e), âksta-serstef (86e)
Uitzonderingen: âke verliest zijn eind-e: âktef (achtste); van hent bestaat geen afleiding op -tef; gebruik altijd vÿrtef voor 'vijfde'.

Als getallen met cijfers worden geschreven, wordt -tef afgekort tot f: 1f (1e), 92f (92e), enzovoort.

>>> VERWIJZING IN PAR. 43.26 !

Rangtelwoorden worden niet als een "echt" additief beschouwd, wat onder meer blijkt uit het feit dat een koppelwerkw., gevolgd door door een rangtelw., niet vervangen kan worden door een verbaal suffix. Vergelijk:

  1. Dena moplariy melde purfillus. > Dena moplariy purfilluse.
    Dit ongeluk is verschrikkelijk.
  2. Dena moplariy melde fârtef lelmo tof. /> * Dena moplariy fârtefe lelmo tof.
    Dit ongeluk is het vierde vandaag; Dit is het vierde ongeluk vandaag.
Een andere aanwijzing dat rangtelw.n geen echte additieven zijn, is het feit dat zij geen trappen van vergelijking kennen:
  • Do melde hupster oras. ~ * Do melde fârtef oras.
    Hij is de grootste. ~ (lett. "hij is de meest vierde")

170.x16

Rangtelwoorden worden uitsluitend gebruikt als er sprake is van een opsomming of reeks, bijvoorbeeld:

.....


170.x17

Subjectief gebruikte rangtelwoorden:

>>> VERWIJZING IN PAR. 50.18 en PAR. 102.?? !

170.x18 (was eerst 170.x17 GEEN VERWIJZINGEN??)

In een individueel geval wordt gebruik gemaakt van een achter geplaatst hoofdtelwoord, of een hoofdtelwoord in de functie van verbaal additief (??):

Petriy zâre fes sért dur. 'Petriy woont in het derde huis.'
....

170.x18

170.x19

Breuken worden gevormd met het voorzetsel mip (uit), gevolgd door een rangtelwoord, zoals: dur mip hefergtef (dire-zevende), ér mip pérsatef (één-honderdste). In plaats van ér mip tentef (één-tweede) wordt eft holfe (een half) gezegd. En in plaats van ér mip fârtef (één-vierde) en dur mip fârtef (drie-vierde) zegt men liever ér korter (een kwart) en dur korters (lett. drie kwarten).

...

170.x20

170.x21

In plaats van ér-ur-tentef 'een-tweede' zegt men liever eft holfe 'een half', en in plaats van ér-ur-fârtef 'een-vierde' resp. dur-ur-fârtef 'drie-vierde' wordt ook eft korter 'een kwart' resp. dur korters 'drie-kwart' gezegd.

170.x22

170.x23

Ook bij breuken en rangtelwoorden wordt onderscheid gemaakt tussen het klassieke en het rekenkundige telsysteem. Vergelijk:

...
...
...

170.x24

Rekenkundige bewerkingen worden als volgt uitgedrukt (uitdrukkingen met rekenkundige telwoorden zijn onderstreept:

3+2=5dur ôsp perdÿr kette hent
dur ôsp ten kette vÿr
drie plus twee is vijf
6-2=4sers les ten kette fârzes min twee is vier
6×8=48sers tuf âke kette rân-tesen
sers tuf âke kette fârsa-âke
zes maal acht is achtenveertig
13:2=6½   râsen part ten kette sers ur holfe
main-dur part ten kette sers ur holfe
dertien gedeeld door twee is zes en een half
23=8ten helkara [hogoritos] dur kette âke   twee tot de derde [macht] is acht
52=25vÿr helkara cadrat kette erg-lÿn
vÿr helkara cadrat kette tensa-vÿr
vijf kwadraat is vijfentwintig
V16=4ef ricinor erg-ten kette fâr
ef ricinor main-sers kette far
de wortel uit zestien is vier

170.x25

Getallen kunnen niet alleen voluit geschreven worden, maar ook als teken. In literaire teksten wordt er de voorkeur aan gegeven om een getal voluit te schrijven, mits het getal uit niet meer dan twee elementen bestaat:

Eup eft dur ziym eft fâr gra, ur enn eft hâlâfer pónze fes ef telefonos.1
'Ze draaide een drie in plaats van een vier en kreeg een gek aan de telefoon.'
Mariy erg-dur mimpits lorerde. 'Mariy heeft zeventien boeken gekocht.'
Lerdu dur-vÿrtef kanas rifo ef omi larde.
'Lerdu heeft drie-vijfde [deel] van de taart opgegeten.'

170.x26

Bij voluit geschreven getallen worden altijd de namen uit het klassieke telsysteem gebruikt. De namen uit het rekenkundige systeem worden in principe nooit geschreven, maar slechts gesproken in rekenkundige bewerkingen ed.

170.x27

In wetenschappelijke teksten, beschrijvingen van formules, gebruiksaanwijzingen en dergelijke wordt de voorkeur aan het schrijven van een teken gegeven, bijvoorbeeld:

Frópjÿ ef interhor-chaquindôsta stus gretât bent eft 2.
'Voor interlokale gesprekken dient met eerst een 2 te draaien.'
3/5 kanas rifo 15 kette 9. '3/5 [deel] van 15 is 9.'

170.x28

Getallen (inclusief breuken en rangtelwoorden) die uit meer dan 2 elementen zijn samengesteld, alsmede combinaties van letters, cijfers en/of symbolen, worden altijd als een teken geschreven:

Fes ef zeces 5.864 veldurs zâre. 'In het dorp wonen 5.864 mensen.'
Eup zâre fes hor 5-B-2. 'Ze woont op nummer 5-B-2.'

170.x29

....


Vergelijk de criteria voor de keuze tussen het schrijven van een naam of teken, met de criteria die in § 10.11-12 genoemd zijn.

170.x30

...

170.x32   Afleidingen

Telwoorden kunnen genominaliseerd worden met het prefix a-. Zo wordt een "bepaald aantal" of een "bepaald cijfer" gevormd. Dit is reeds uitgelegd in § 20.39.
Een specifiek gebruik van deze genominaliseerde vormen vinden we terug bij de namen van munten en bankbiljetten. In Spokanië zijn de volgende munten en biljetten in omloop (T- = tóftos; h- = herco):

naam van muntwaarde  naam van bankbiljetwaarde
aholfe1/2 T-    
ért, érta1 T-  érta-jeji1 h-
aten-holfe2 1/2 T-  aten-holfe-jeji2 1/2 h- = 2 h- 50
avÿr5 T-  ???5 h-
amain10 T-  amain-jeji10 h-
aerg-lÿn25 T-  aerg-lÿn-jeji25 h-
amain-hent50 T-  ???50 h-
???1 h-    
???2 h-    
    pérsa, pérsa-jeji100 h-

De munten en bankbiljetten in de roze cellen zijn eind 1997 uit de roulatie genomen. De munten in de groene cellen zijn hiervoor in de plaats gekomen. Bankbiljetten van 50 h- (beige cellen) worden alleen door de Garóshi Bañgc uitgegeven, maar zullen vanaf 2004 ook door de Spooksoliy Benc worden uitgegeven.
Bij de invoering van de munt van 1 h- ontstond het probleem hoe deze genoemd moet worden. Immers, de naam ért[a] is al gereserveerd voor een munt van 1 T-. Bovendien werd de naam aten voor een munt van 2 h- verwarrend gevonden omdat aten-holfe geen 2 1/2 herco maar 2 1/2 toeftos is.
De ...commissie heeft toen besloten dat de telwoorden die met het prefix a- zijn genominaliseerd, altijd voor toeftos-munten gereserveerd zullen blijven. Herco-munten zullen expliciet van de toevoeging met drur (munt) worden voorzien, analoog aan de toevoeging van jeji (biljet) bij herco-bankbiljetten. Dus heten de munten van resp. 1 en 2 herco: érta-drur (de vorm ért-drur wordt vanwege de t-d-opeenvolging liever vermeden) en aten-drur.

Merk op dat alleen de naam van de munt van 1 tóftos en die van het biljet van 1 herco op een onregelmatige wijze gevormd worden: niet met het prefix a-, maar met het suffix -t[a].
Bankbiljetten worden van munten onderscheiden door de toevoeging van jeji 'bankbiljet; briefje'. Alleen bij een biljet van 100 h- kan deze toevoeging achterwege blijven, omdat een munt van 100 T- niet bestaat (100 T- = 1 h-).
Let ook nog op het specifieke gebruik van alôki '100.000 herco' (lett. "honderdduizendtal"). Deze afleiding is te vergelijken met het Nederlandse "ton" (( 100.000,-), maar omdat één herco niet gelijk is aan één gulden, kan alôki niet vertaald worden met 'ton', zoals in:

Yvonnex ef kleter rastobos melde 2 alôkis.
'Yvonn's nieuwe bungalow kost 200.000 herco.' (in guldens: ca. 5 ton)

170.x33

Ook bij buitenlands geld kunnen jeji, en bovendien drur, gebruikt worden.
VERWIJZING NAAR § 31.20!!!

170.x34

Met het suffix -sas kunnen zelfst.vnw.n afgeleid worden. Deze afleiding is alleen mogelijk bij niet-samengestelde telwoorden, zoals:

dur ~ dursas 'drie' ~ 'zij drieën; alledrie'
main ~ mainsas 'tien' ~ 'zij tienen; alle tien'
rân ~ rânsas 'zesendertig' ~ 'alle zesendertig'

Onregelmatig zijn de volgende drie afleidingen:

perdÿr ~ perdÿrs 'beide[n]; zij tweeën; alletwee'
ten ~ tersas1 '(idem)'
pérsa ~ pérsas 'alle honderd'

Bij grotere aantallen (boven de 10) zijn deze afleidingen echter minder gebruikelijk.

>>> VERWIJZING IN PAR. 73.5 NOOT 7 !


Overzicht van alle mogelijke afleidingen: >>> KLOPT DIT WEL ?

zelfst. zelfst. genitief genitief resultatief
telw. vnw. persoon zaak
[ter] tersas tersaser tersasÿr tersat 'zij tweeën, alletwee, allebei'
dur dursas dursaser dursasÿr dursat 'zij drieën, alledrie'
fâr fârsas fârsaser fârsasÿr fârsat (enz.)
vÿr vÿrsas (enz.)
sers sersas
heferg hefergsas
âke âksas
nyn nynsas
main mainsas
lÿn lÿnsas
tesen tesensas
râsen râsensas
erg ergsas
rân rânsas
pérsa pérsas

Van samengestelde telw.n bestaat de -as-afleiding niet!
Bijv. *erg-dursas 'zij zeventienen, alle zeventien'

I.p.v. ten wordt in samenstellingen ter- gebruikt.
Van âke vervalt de eind-e: âk-
Van pérsa vervalt de eind-a: pérs-


Tabel om snel een telwoord uit te rekenen:

serie A ér/ten/dur/fâr/hent/sers/heferg/âke/nyn/main/lÿn/tesen/râsen/erg
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
serie B erg (14) + serie A voor: 15-27
serie C tenerg (28) + serie A voor: 29-35
serie D rân (36) + serie A voor: 37-50
serie E main-hent (50) + serie A voor: 51-64
serie F rân-tenerg (64) + serie A voor: 65-77
serie G tenrân (72) + serie A voor: 73-86
serie H tenrân (72) + serie B voor: 87-99

De getallen 14, 28, 36, 50, 64 en 72 worden "stamwoorden" genoemd, omdat allen andere telwoorden hiervan afgeleid worden.
Overige stamwoorden: 100 = pérsa; 1000 = main-pérsa; 10.000 = plâr;
100.000 = loki; 1.000.000 = melôn;
1.000.000.000 = milerrt

NOTEN NOTEN NOTEN

      Noot 1 [1]In § 20.35 is beschreven hoe een telwoord genominaliseerd kan worden; in plaats van dur en fâr is ook mogelijk: adur en afâr (maar dat heeft
de auteur Ärmyll Jelafoiy-Reâmehhe in dit citaat uit zijn roman "Ylsa"
('Honing') niet gedaan.

      Noot 1 [2]De vorm ter- (in plaats van ten) is algemeen in afleidingen en onscheidbare samenstellingen. Bijvoorbeeld:

teranty (= ter- + efanty) 'tweeling'
tertultiy (= ter- + tult + -iy) 'tweebaans' (v.e. weg)
terponto 'dubbele punt' (leesteken :)


<< Inhoudsopgave | Registers >>
<< Hoofdstuk 162 | Hoofdstuk 171 >>