<< Inhoudsopgave |
Registers >>
<< Hoofdstuk 151 |
Hoofdstuk 160 >>
15. Aspectuele zinstypes
152. Causatief en Permissief
|
Opbouw van dit hoofdstuk:
|
152.1
Causatieven en Permissieven zijn twee van de mogelijke vormen van pragmatische modaliteit, zoals behandeld in Hoofdstuk 110. Omdat het Causatief en het Permissief zowel syntactisch als semantisch nauw verwant zijn aan elkaar, worden zij hier in één hoofdstuk behandeld:
- Causatieve constructies (§ 152.4-54)
- Permissieve constructies (§ 152.55-58)
152.2
Van een Causatief is sprake als het subject (de Causer of Instigator ervoor zorgt/veroorzaakt/er de oorzaak van is dat een handeling door een derde (de Causee of Servitor), uitgevoerd gaat worden. Voorwaarde is dat de handeling die de Causee moet uitvoeren, inchoatief is, d.w.z. pas een aanvang neemt na de instigerende actie van de Causer. Vergelijk:
- Peter laat [Anna] de boeken op tafel leggen.
- Peter laat de boeken op tafel liggen.
In a. is leggen een inchoatieve actie, en daarom wordt a. als een Causatief opgevat: "Peter onderneemt een zodanige actie[noot] dat de Stand van Zaken ANNA LEGT DE BOEKEN OP TAFEL bewaarheid wordt". De Causer Anna kan al dan niet uitgedrukt worden. In b. is liggen een duratieve situatie, en daarom wordt deze zin niet als een Causatief, maar als een Permissief geïnterpreteerd: "Peter doet niets om aan de situatie DE BOEKEN LIGGEN OP TAFEL een einde te maken".
152.3
In dit hoofdstuk zullen we zien dat Causatieven en Permissieven in het Spokaans op verschillende manieren uitgedrukt moeten worden, en dat een ambiguïteit als in de volgende Nederlandse zin in het Spokaans niet voor kan komen:
- Peter laat de hond rennen. =
- Causatief: de hond zit stil en Peter zet de hond tot rennen aan (met een commando, of door zelf te gaan rennen)
- Permissief: de hond is aan het rennen en Peter doet niets om de hond dat te beletten
152.4 ad § 152.1 A. Causatieve constructies
Een causatieve betekenis wordt op verschillende manieren uitgedrukt:
- door een apart werkw. (lexicaal Causatief);
- door affigering van een niet-causatief werkw. (geaffigeerd Causatief);
- door een passieve afleiding van een lidw. of pers.vnw.1e niveau (passief Causatief);
- door kirture of miffe als hulpwerkw. (omschreven Causatief).
Deze vier manieren zullen we achtereenvolgens behandelen:
152.5 ad § 152.4 1. Lexicaal Causatief
Lexicale Causatieven zijn als zodanig niet aan hun vorm te herkennen. Zij zijn object-transitief of voltransitief:
- Gress chefte ef vildul. Ik vel de boom. (= 'laat vallen')
- Ef rÿter cetrence sener blof. De ruiter drenkt zijn paard. (= 'laat drinken')
- Herneg tânpe ef vasa. Herneg laat de vaas vallen.
- Gress šove ef mimpit ón do. Ik laat hem het boek zien; Ik toon hem het boek.
- Eup nylûše ef kerkt ón ef ryltiy. Zij laat de geit door de priester slachten.
- Kirro mâšecce ef chafost ón Petriy. We laten het lied aan Petriy horen.
Bij lexicale Causatieven treedt de Causee niet per se als subject op, zoals te zien in (4), (5) en (6) (hier is de Causee een echo). Bovendien bevatten dergelijke werkw.n vaak een extra betekeniscomponent die de instigatie door de Causer nader specificeert. Zo impliceert chefte (vellen) dat de Causer een bijl of zaag hanteert om de stam doormidden te krijgen. Het werkw. mâšecce (laten horen) impliceert dat de Causer een lied of muziekstuk ten gehore brengt (bijv. een CD opzet of een muziekinstrument bespeelt). Vergelijk dit met šove (laten zien), waarbij de Causer veel passiever kan zijn: om een boek te laten zien hoeft de Causer dit boek niet eerst te drukken.
152.6
Vele causatieve werkw.n hebben een niet-causatieve partner. Vergelijk (1)-(6) met:
- a. Ef vildul tasse. De boom valt.
- a. Ef blof pliyfone. Het paard drinkt.
- a. Ef vasa tasse. De vaas valt.
- a. Do zerfe ef mimpit. Hij ziet/kijkt naar het boek.
- a. Ef ryltiy vlemóte ef kerkt. De priester slacht de geit.
- a. Petriy nute ef chafost. Petriy hoort/luistert naar het lied.
152.7
Ook de volgende werkw.n worden wel tot de Causatieven gerekend:
- Do tjonde ef knurfel. Hij kookt het water.
- Eup piylase ef kornin. Ze [ver]scheurt het papier.
- Irtava gyre ef argerat. Irtava opent de deur/doet de deur open.
- Petriy smelte ef pica. Petriy smelt het ijs.
In dit geval kan het object dat bij het causatieve werkw. hoort een subject worden in een reflexieve constructie met ditzelfde werkw. Het betreft hier altijd zakelijke objecten (zie ook § $$). We hebben hier met een ergatieve relatie tussen een causatieve en een reflexieve constructie te doen. Vergelijk (7)-(10) met:
- a. Ef knurfel sen tjonde. Het water kookt.
- a. Ef kornin sen piylase. Het papier scheurt.
- a. Ef argerat sen gyre. De deur gaat open/opent zich.
- a. Ef pica sen smelte. Het ijs smelt.
152.8 ad § 152.4 2. Geaffigeerd Causatief
We hebben in Hoofdstuk $$ gezien dat het suffix -are (achter de wortst.) van een intrans.werkw. een transitieve variant kan maken. Een dergelijk trans.werkw. is vaak een Causatief. Vergelijk:
- Ef chat ÿpje. ~ Do ÿpjare ef chat.
De kat stikt. ~ Hij wurgt de kat. (= 'doet stikken')
- Ef chat šafe. ~ Eup šafare ef chat.
De kat verdrinkt. ~ Zij verdrinkt/laat verdrinken de kat.
- Ef ardekir lelde. ~ Do leldare ef ardekir.
De plant groeit. ~ Hij laat de plant groeien.
152.9
Suffigering met -are is niet erg productief om een Causatief te vormen. Andere vormen van affigering zijn echter volkomen improductief, zoals toevoeging van het prefix lâ- (zie ook § $$):
- Ef fijânta gyne. ~ Eup lâgyne ef fijânta.
Het vlees braadt. ~ Zij braadt het vlees.
152.10
Vergelijk a. met b.:
- Ef storâs hanntele kura ef wÿsÿr.
Het verhaal handelt/gaat over de oorlog.
- Do hanntelare eft storâs [kura ef wÿsÿr].
Hij schrijft een verhaal [over de oorlog].
(lett. "hij laat een verhaal [over de oorlog] handelen")
In a. kan de vette voorz.bep. niet weggelaten worden, want hanntele is een prep.werkw. (zie § $$). In b. daarentegen is een nieuwe objectpositie ingevoerd, en nu kan de voorz.bep. wel weggelaten worden: hanntelare is dus geen prep.werkw. meer. Hoewel het werkw.paar hanntele ~ hanntelare identiek is aan de paren gegeven in § 152.8 (1)-(3), is de causatieve modaliteit hier door lexicalisatie zo goed als verdwenen. Vandaar dat de vette voorz.bep. in b. weggelaten mag worden.
152.11 ad § 152.4 3. Passief Causatief
Als een speciaal causatief werkw., zoals bedoeld in § 152.4 1. en 2., ontbreekt, kan een causatieve vorm met een passief pers.vnw. (zie § $$) als causatief subject gevormd worden. Passieve pers.vnw.n worden met een filâsto aan het hoofdwerkw. gehecht:
- Do obezjere. ~ Do obezjere-épe.
Hij lacht. ~ Hij laat haar lachen; Hij maakt haar aan het lachen.
- Gress trempe ef mimpit. ~ Gress trempe-dôe ef mimpit.
Ik lees het boek. ~ Ik laat hem het boek lezen.
- Jân kette ef letra ón Mariy. ~ Jân kette-gróse ef letra ón Mariy.
Jân geeft de brief aan Mariy. ~ Jân laat mij de brief aan Mariy geven.
152.12
In archaïsch Spokaans werden ook passieve lidw.n gebruikt (zie Blok 91.23). Constituenten met zo'n passief lidw. staan echter los van het werkw.:
- Do obezjere. ~ † Do obezjere ófe 'nin.
Hij lacht. ~ Hij maakt het meisje aan het lachen.
- Jân kette ef letra ón Mariy. ~ † Jân kette ófât frint ef letra ón Mariy.
Jân geeft de brief aan Mariy. ~ Jân laat de brief door een vriend aan Mariy geven.
152.13
In modern Spokaans worden constructies met een passief lidw. vervangen door constructies met een passief pers.vnw., gevolgd door een relatieve -lira-bijzin die de entiteit nader specificeert. Deze bijzin wordt meestal zonder komma (= pauze) achter het passieve pers.vnw. gevoegd (maar eindigt zelf wel met een komma). De Causatieven in (4) en (5) worden dan:
- a. Do obezjere-épe meldelira ef 'nin.
(lett. "hij maakt haar, het meisje, aan het lachen")
- a. Jân kette-dôe meldelira eft frint, ef letra ón Mariy.
(lett. "Jân laat hem die een vriend is, de brief aan Mariy geven")
152.14
Als de relatieve bijzin met een komma (= pauze) wordt toegevoegd, wordt deze ook als "echte" bijzin opgevat, zoals in:
- Gress lukte-dôe, meldelira kost frera, ef oto fit mas.
Ik laat hem, mijn broer, de auto morgen wel wassen.
152.15
Relatieve bijzinnen als in (4a) en (5a) zijn ook in archaïsch Spokaans de enige mogelijkheid als een pers.vnw. of een lidw. ontbreekt. Dit zal met name het geval zijn bij eigennamen, onb.vnw.n of subst.n met een bez. of aanw.vnw. (omdat zulke worden geen passieve variant kennen):
- Do obezjere-épe meldelira groft sour. Hij maakt zijn zusje aan het lachen.
- Gress trempe-dôe pelira Petriy, ef mimpit. Ik laat Petriy het boek lezen.
- Óps kenjare-ÿpse meldelira ef blofs. Ze laten de paarden galopperen.
152.16
Vooral in de spreektaal komt ook een relatieve constructie met een betr.vnw. voor:
- £ Gress trempe-dôe ef mimpit, té pe Petriy.
Ik laat Petriy het boek lezen.
- £ Jân kette-épe ef letra ón gress, té melde kost sour.
Jân laat mijn zuster de brief aan mij geven.
- £ Óps kenjare-ÿpse, mit melde ef blofs.
Ze laten de paarden galopperen.
Evenals de -lira-bijzinnen die zonder komma achter het passieve pers.vnw. gevoegd worden, hebben ook deze bijzinnen met een betr.vnw. hun bijzinskarakter verloren.
152.17
In § $$-$$ is uitgelegd dat het antecedent van een betr.vnw. met ki gemarkeerd wordt, tenzij dit antecedent als zinskern optreedt. De voorbeelden in § 152.16 tonen een uitzondering op deze regel, want de passieve pers.vnw.n dôe, épe en ÿpse zijn géén zinskern en worden evenmin door ki gemarkeerd. Het ontbreken van ki in dergelijke causatieve constructies kan tot ambiguïteit leiden indien ook de zinskern als antecedent begrepen kan worden, zoals in:
- Jân kette-dôe ef letra ón gress, té melde kost frera.
i. Jân laat mijn broer de brief aan mij geven.
ii. Jân, die mijn broer is, laat hem de brief aan mij geven.
- Ef menesters rate-ÿpse ef wufta, mit eaquppûe cômišo-glydas.
i. De ministers laten de commissieleden het woord voeren.
of De ministers laten hun die als commissielid optreden het woord voeren.
ii. De ministers die als commissielid fungeren laten hun het woord voeren.
Interpretatie (i.) is alleen mogelijk in een spreektaal-situatie. Interpretatie (ii.) is in alle gevallen mogelijk.
152.18
In § 152.14 is gezegd dat er na een passief pers.vnw. ook een "echte" bijzin kan volgen; deze staat altijd direct achter een komma. Zulke "echte" bijzinnen kunnen nooit vervangen worden door een bijzin met een betr.vnw., omdat in dat geval het antecedent (= passief pers.vnw.) met ki gemarkeerd zou moeten worden (zie § $$), wat feitelijk onmogelijk is omdat het antecedent met een filâsto aan het werkw. is gehecht. Een constructie als (1) is dan ook ongrammaticaal, en (2) kan alleen als typische spreektaal opgevat worden, waarbij het vetgedrukte deel zijn bijzinskarakter heeft verloren:
- * Gress lukte-ki-dôe ef oto fit mas, té melde kost frera.
ik was-KI-hem de auto wel morgen, die is mijn broer
(vgl. voorbeeld § 152.14)
- £ Gress lukte-dôe ef oto fit mas, té melde kost frera.
Ik laat mijn broer morgen de auto wel wassen.
152.19
Als de bijzin erg ver van het passieve pers.vnw. verwijderd staat dan wordt zelfs in de spreektaal de voorkeur aan een -lira-bijzin gegeven. Vergelijk:
- ?£ Jân kette-épe ef letra ón ef gurnusludi ÿksanera, té melde kost sour.[noot]
Jân laat mijn zuster de brief aan de ruziezoekende buurvrouw geven.
- Jân kette-épe meldelira kost sour, ef letra ón ef gurnusludi ÿksanera.
Jân laat mijn zuster de brief aan de ruziezoekende buurvrouw geven.
152.20
Bij tempus-inversie blijft een passief pers.vnw. aan het predikaat gehecht, bijvoorbeeld:
- Kette-gróse Jân ef letra ón Mariy.
Jân zal mij de brief aan Mariy laten geven.
- Jân ef letra kette-épe pelira Mariy, ón gress. =
= £ Jân ef letra kette-épe ón gress, té pe Mariy.
Jân liet Mariy de brief aan mij geven.
Constructies waarbij het object vóór het predikaat staat (om een Def.tijd uit te drukken, zie (2)), zijn als Causatief niet erg geliefd. Hier wordt de voorkeur gegeven aan het suffix -a, zoals:
- a. Jân ketta-épe pelira Mariy, ef letra ón gress. =
= £ Jân ketta-épe ef letra ón gress, té pe Mariy.
(idem)
152.21
Causatieve subjecten met een passief lidw. worden in constructies met tempus-inversie vermeden, want het is onduidelijk waar dergelijke constituenten moeten staan: er zijn in principe twee mogelijkheden:
- * Trempe Jân ófe 'nin ef mimpit.
- * Trempe ófe 'nin Jân ef mimpit.
In a. behouden alle constituenten hun oorspronkelijke volgorde, alleen het werkw. is naar voren geschoven. In b. is ófe 'nin behandeld alsof het vastgehecht zit aan het werkw., dus analoog aan een passief pers.vnw. Beide oplossingen lijken slecht Spokaans, reden waarom de voorkeur gegeven wordt aan een -lira-bijzin:
- Trempe-épe meldelira ef 'nin, Jân ef mimpit.
Jân zal het meisje het boek laten lezen.
152.22
Een identieke redenatie gaat op bij een Def.tijd: (1a) en (1b) worden afgekeurd ten gunste van (2):
- a. * Jân ófe 'nin trempe ef mimpit.
b. * Jân ófe 'nin ef mimpit trempe.
- Jân ef mimpit trempe-épe meldelira ef 'nin.
Jân heeft het meisje het boek laten lezen.
152.23
De causatieve constructie met behulp van een passief pers.vnw. of passief lidw. is slechts mogelijk indien het subject als zinskern (SK) fungeert. In zinnen met object of echo als kern (OK of EK) is deze constructie niet mogelijk, vergelijk a. met b.:
- a. Jân kette-gróse ef letra ón Mariy.
Jân laat mij de brief aan Mariy geven.
b. * Ef letra kettelije-gróse pai Jân ón Mariy.
- a. * Jân ef letra kette-gróse ón Mariy.
Jân heeft mij de brief aan Mariy laten geven.
b. * Mariy pai Jân kettelitâ-gróse enn ef letra.
- a. Do texelije-épe meldelira groft sour, sener mirs.[noot]
Hij laat zijn zuster zijn haar knippen.
b. * Groft mirs texelije-épe meldelira groft sour, pai do.
152.24
Daarentegen kunnen blul-passieven waarin het subject ontbreekt wèl als Causatieven optreden; vergelijk (1a), (2a) en (3a) in § 152.23 met:
- a'. Blul kettelije-gróse ef letra ón Mariy.
Men laat mij de brief aan Mariy geven.
- a'. Blul kettelitâ-gróse Mariy enn ef letra.
Men laat mij Mariy de brief geven.
- a'. Blul texelije-épe meldelira groft sour, groft mirs.
Men laat zijn zuster zijn haar knippen.
In het Nederlands zijn onpersoonlijke passieven als Causatief onmogelijk (zoals *"de brief wordt mij aan Mariy gegeven gelaten"), en daarom wordt hier een vertaling met "men" gebruikt.
152.25
In feite komen (1a')-(3a') voort uit de blul-constructies:
- b. Blul kettelije ef letra ón Mariy. De brief wordt aan Mariy gegeven.
- b. Blul kettelitâ Mariy enn ef letra. Aan Mariy wordt de brief gegeven.
- b. Blul texelije groft mirs. Zijn haar wordt geknipt.
152.26
De koppelwerkw.n pónze en tinde kunnen soms in een causatieve constructie verschijnen:
- Jân tinde eft gekker.
Jân wordt leraar.
| > Jânex ef follus tinde-dôe pelira Jân, eft gekker.
> Jâns vader laat Jân leraar worden.
|
- Ef knurfel pónze kjupt.
Het water wordt warm.
| > Petriy pónze ófe knurfel [lo] kjupt.
> Petriy pónze-ófe meldelira ef knurfel, [lo] kjupt.
> Petriy laat het water warm worden.
|
Let op het gebruik van lo in de Causatieven van (2): als de vette constituenten ófe knurfel en ófe beschouwd worden als de oorspronkelijke zinskernen bij pónze, wordt kjupt niet gemarkeerd met lo (uitgelegd in § $$). Maar als we ervan uitgaan dat Petriy de feitelijke zinskern is, en de vetgedrukte constituenten "gewone" Causee-subjecten zonder kernstatus zijn, moet lo toegevoegd worden (zoals in: Petriy riffe ef knurfel lo kjupt. 'Petriy maakt het water warm.', zie § $$). Het is opvallend dat zelfs Kojen-Pôt (1963, 1977) in het midden laat of lo nu wel of niet toegevoegd moet worden in dergelijke constructies; terwijl hij anders toch altijd een uitgesproken mening heeft over de grammaticaliteit van welke constructie dan ook.
152.27
In constructies als (1) en (2) (vorige paragraaf) worden pónze en tinde beschouwd als werkw.n met een "gewillig" subject, of concreet: het Causatief in (1) impliceert dat de vader Jân zover krijgt dat deze zelf beslist om leraar te worden, en in (2) wordt uitgedrukt dat Petriy zodanige omstandigheden schept dat het water door eigen toedoen warm wordt. Pónze kan in een Causatief dus nooit de betekenis van 'raken' hebben (§ 102.$$). Vergelijk (2) met:
- Petriy cÿrzrame ef knurfel. Petriy verwarmt het water.
Nu wordt het water door toedoen van Petriy warm.
152.28
Als een koppelwerkw. een duratieve SvZ (ofwel een situatie) uitdrukt, is een Causatief op semantische gronden onmogelijk:
- Ef mimpit melde tekelbrae.
Het boek is/ligt op tafel.
| /> * Elsa melde ófe mimpit tekelbrae.
/> * Elsa melde-ófe meldelira ef mimpit, tekelbrae.
/> ¬ Elsa laat het boek op tafel liggen.[noot]
|
152.29 ad § 152.4 4. Omschreven Causatief
Kirture kan niet alleen als hoofdwerkw. fungeren (zie § $$), maar ook als hulpwerkw.
Als hulpwerkw. drukt kirture een Causatief uit waarbij een causatief subject ontbreekt, zodat de toepassing van een passief lidw. of passief pers.vnw. niet mogelijk is. Wel dient er een object aanwezig te zijn. Zoals alle hulpwerkw.n, wordt ook kirture gevolgd door de infinitiefmarkeerder beri. Bijvoorbeeld:
- Gress kirture beri trempe ef mimpit. Ik laat het boek lezen.
- Tek kirture beri lukte ef oto. Tek laat de auto wassen.
Vergelijk:
- a. Gress trempe-dôe [ef mimpit]. Ik laat hem [het boek] lezen.
- a. Tek lukte-dôe [ef oto]. Tek laat hem [de auto] wassen.
152.30
Een aan kirture beri analoge constructie is die met miffe beri. Het werkw. miffe voegt aan het Causatief een toekomstig aspect (plan) toe. Vergelijk:
- Gress kirture beri queffe sener oto. Ik laat mijn auto nakijken.
- Gress miffe beri queffe sener oto. Ik zal mijn auto laten nakijken.
152.31
Ook kan miffe een dreigement uitdrukken, bijvoorbeeld:
- Gress dira miffe beri rupke ef polišo, tu di koltilóme qurredla fesdu kost kupân.
Ik zal de politie erbij halen (lett. "laten roepen") als je gif in mijn drinkwaterput gooit.
- Gress miffe beri njore tu. Ik zal je laten vermoorden.
Het dreig-aspect van miffe is vaak zo overheersend dat het causatief-aspect wegvalt. (1) kan daarom ook geïnterpreteerd worden als: 'ik zal de politie roepen', en (2) als: 'ik zal je vermoorden'.
Het "gewone" subject (gress) en het (niet genoemde) causatieve subject zijn dus coreferent.
152.32
Vergelijk:
- Elsa texe-dôe. Elsa laat hemS knippen.
- Elsa kirture beri texe do. Elsa laat hemO knippen.
In a. ontbreekt het object bij "knippen" (hij knipt een niet gespecificeerd object). In b. ontbreekt het subject bij "knippen" (hij wordt door een niet nader gespecificeerd subject geknipt). In het Nederlands is "Elsa laat hem knippen" wat dit betreft ambigu, maar de passieve variant "Elsa laat hem geknipt worden" kan alleen betekenis b. hebben, en de variant "Elsa laat [iemand] door hem knippen" heeft alleen betekenis a.
152.33
In de volgende voorbeelden is Moffain de Causer, Petriy de arts en Mariy is de patiënt. Vergelijk:
- Moffain frotexe-dôe meldelira Petriy, Elsa. Moffain laat Petriy Elsa opereren.
- Moffain kirture beri frotexe Elsa. Moffain laat Elsa opereren.
- Moffain frotexe-dôe meldelira Petriy. Moffain laat Petriy opereren.
Uit de Nederlandse equivalenten in b. en c. is niet op te maken wie de arts en wie de patiënt is. In het Spokaans zijn hier verschillende constructies noodzakelijk.
152.34
Hieronder worden een aantal verwante constructies nog eens op een rijtje gezet:
- Elsa byte ef chat. Elsa slaat de kat.
- Elsa byte-dôe ef chat. Elsa laat hem de kat slaan.
- Elsa byte-dôe. Elsa laat hemS slaan.
- Elsa byte do. Elsa slaat hem.
- Elsa byte ziyrle. Elsa slaat hem dood.
- Elsa kirture beri byte ef chat. Elsa laat de katO slaan.
Let vooral op het verschil tussen c. en d.: in c. duidt het aangehechte passieve pers.vnw. op een Causatief, in d. duidt de losstaande basisvorm op een gewoon object bij byte. Ten slotte, in e. duidt de losstaande resultatieve vorm op een object dat "er vanwege het 'slaan' niet meer is". Als de Causee (in de vorm van een passief pers.vnw.) ontbreekt, wordt het hulpwerkw. kirture toegevoegd (zie f.), omdat anders nergens uit blijkt dat we met een Causatief te doen hebben.
152.35
Soms wordt een Causatief gebruikt om een bepaalde entiteit de schuld te geven voor het ontstaan van de beschreven Stand van Zaken. Vergelijk:
- a. Ef butšer idekronâmaro ef genka.
De slager heeft het oude vrouwtje omvergereden.
b. Ef genka sen idekronâmaro-dôe meldelira ef butšer.
het oude-vrouwtje zich omverreed-hemPASS zijnde de slager
(lett. "het oude vrouwtje liet zich door de slager omverrijden")
Variant (1b) kan op twee manieren geïnterpreteerd worden: (i) als een zuiver Causatief, d.w.z. het oude vrouwtje ondernam een [bewuste] actie om een zodanige situatie uit te lokken dat de slager niet anders kon dan haar omverrijden; (ii) als een ironische variant van (1a), in de trant van "natuurlijk weten we allemaal dat de slager met zijn dronken kop dat vrouwtje omvergereden heeft, maar hijzelf houdt vol dat hij niet weet hoe het allemaal zo gekomen is".
152.36
Causatiefconstructies met een zakelijke Causer, die geen bewuste instigator van een gebeurtenis kan zijn, lokken dikwijls uitsluitend een ironische lezing uit. Vergelijk (1) in de vorige paragraaf met:
- a. Ef butšer ufiro sumâ ef vildul.
De slager is tegen een boom gereden.
b. Ef vildul ufiro-dôe meldelira ef butšer, sumâsiyn.
de boomi reed-hemPASS zijnde de slager, tegen-zichi
(lett. "de boom liet de slager tegen zich aan rijden")
Varianten (2a) en (2b) doen dezelfde mededeling, namelijk dat de slager tegen de boom is gereden. Alleen voegt (2b) hier nog aan toe dat het ongeluk "de schuld van de boom is". Zoiets kan alleen ironisch opgevat worden, omdat bomen nu eenmaal geen bewuste instigator van een ongeluk kunnen zijn.
152.37
Indien het werkw. van een causatieve zin intrans. is, kan een causatief object per definitie nooit als een "echt" object geïnterpreteerd worden, ook al verhindert een res.pers.vnw. een passieve afleiding. Vergelijk:
- Ef mittors tasse-dôe rempe senne.
(lett. "de trapi laat hem van zichi vallen")
- Ef mittors tasse-ziyrle rempe senne.
(lett. "de trapi laat hem van zichi dood vallen")
Hij valt dood van de trap.
In b. kan ziyrle nooit een "echt" object zijn omdat tasse intrans. is. Nu is er dus alleen een causatieve interpretatie mogelijk, en daarom is ook de filâsto tussen tasse en ziyrle gerechtvaardigd (analoog aan a.). Voor rempe senne, zie § 72.30a.
152.38 Reflexiviteit in Causatieven
In een causatieve constructie komen prototypisch een Causer (= zinskern), een Causee en een object voor. Theoretisch zijn de volgende coreferentiële verhoudingen mogelijk:
| | coreferentie | voorbeeld
| | 1 | Causer = object | "Causer laat zich door Causee wassen"
| | 2 | Causee = object | "Causer laat Causee zichzelf wassen"
| | 3 | Causer = Causee | "Causer laat Causer object wassen"
| | | | "Causer laat object door Causer wassen"
|
Merk op dat type 3 niet goed uit te drukken is in het Nederlands; het is dan ook een onnatuurlijke situatie dat de Causer zichzelf instigeert om iets te gaan doen. In het Spokaans ligt dit iets anders, zoals we hieronder zullen zien.
152.39 Type 1: Causer corefereert met object
In het Spokaans worden hier twee verschillende constructies onderscheiden: a. Causatief zonder uitgedrukte Causee, en b. Causatief met uitgedrukte Causee. Vergelijk:
- a. Elsa sen nert kirture beri tijâtnesste.
Elsai laat zich[zelf]i niet inenten.
b. Elsa sen nert tijâtnesste-dôe meldelira ef medikiy.
Elsai laat zich[zelf]i niet door de dokter inenten.
Zolang het object bij het hoofdwerkw. (in (1): tijâtnesste) corefereert met de zinskern (in (1): Elsa), kan er zonder problemen voor een reflexieve constructie met het wed.vnw. sen gekozen worden. In (1a) staat een Causatief zonder uitgedrukte Causee (en daarom wordt het hulpwerkw. kirture gebruikt); in (1b) is de Causee "de dokter" toegevoegd.
152.40 Type 2: Causee corefereert met object
- ? Elsa lukte-épe meldelira belt belt-ûsto, quandro.
Elsa laat haar dochtertjei zichzelfi wassen.
In (2) is een poging gedaan om uit te drukken dat de Causee "haar dochtertje" corefereert met het object van "wassen". Hoewel deze coreferentie in semantisch opzicht geheel natuurlijk is, is de syntactische realisatie ervan problematisch, omdat het Spokaans feitelijk alleen het wed.vnw. sen tot zijn beschikking heeft, dat altijd aan de zinskern refereert. In (2) echter, is sprake van coreferentie met de Causee die geen kernstatus heeft, en daarom kan sen niet gebruikt worden. Hier kunnen we ons behelpen met quandro (zelf), maar velen keuren een dergelijke constructie af.
152.41 Type 3: Causer corefereert met Causee
Reflexieve Causatieven van dit type kunnen gemakkelijk uitgedrukt worden door gebruik te maken van het passieve wed.vnw. prap (zie Blok $$ en § $$), geheel analoog aan het gebruik van passieve pers.vnw.n, vergelijk:
- a. Gress jôge-ÿpse riyfain gurtas. Elke ochtend laat ik ze joggen.[noot]
b. Gress jôge-prap riyfain gurtas. Elke ochtend laat ik mezelf joggen.
- a. Elsa nert tijâtnesste-dôe sener belt-ûsto.
Elsa laat hem zijn dochtertje niet inenten.
of Elsa laat haar dochtertje niet door hem inenten.
b. Elsa nert tijâtnesste-prap sener belt-ûsto.
Elsai laat niet zichzelfi haar dochtertje inenten.
of Elsai laat haar dochtertje niet door zichzelfi inenten.[noot]
Hoewel deze b-zinnen in syntactisch opzicht weinig problematisch zijn, zijn ze in semantisch opzicht nogal onnatuurlijk ofwel gemarkeerd. Bij (3b) ligt het voor de hand om aan te nemen dat de spreker zich er nogal toe moet dwingen om elke ochtend te gaan joggen: er is een bewuste instigatie of impuls nodig om tot de jog-actie over te gaan.[noot] Vergelijk (3b) met de neutrale mededeling:
- Gress jôge riyfain gurtas. Ik jog elke ochtend.
152.42
Zin (4b) kan gebruikt worden in een contrastieve situatie: "Elsa instigeert niet zichzelf om het dochtertje in te enten, maar ze instigeert de dokter om dat te doen". Daarom klinkt (4b) natuurlijk in een contrastieve zin als:
- Elsa nert tijâtnesste-PRAP sener belt-ûsto, tur iftam paine-dôe meldelira EF MEDIKIY.
Elsa ent haar dochtertje niet ZELF in, maar laat DE DOKTER dat doen.
(lett. "Elsai laat niet zichzelfi haar dochtertje inenten, maar laat de dokter [dat] doen")
Deze zin is feitelijk een ietwat omslachtige parafrase van:
- Elsa nert tijâtnesste sener belt-ûsto quandro.
Elsai ent haar dochtertje niet zelfi in. (een ander doet dat)
152.43
Bekijk de volgende combinatie van reflexief en causatief:
- Ef vildul sen lâufire ófe oto.
de boomi zichi rijden-tegen dePASS auto
De boom laat de auto tegen zich aanrijden.
(ironisch bedoeld: de automobilist kan het niet helpen dat die boom in de weg stond; zie § 152.36)
Volgens § $$ mag een causatief object van een resultatief voorzien worden. Zin (1) wordt dan:
- a. Ef vildul sen lâufire ófe otoe.
(eig. "de boom laat de auto tegen zich total loss rijden")
Nu blijkt dat de resultatiefvorm van een Causee ervoor zorgt dat het causatieve aspect verdwijnt. Zin (1a) moet dus geïnterpreteerd worden als: 'De auto rijdt total loss tegen de boom'.
In feite is in (1a) een truc toegepast om een subject zodanig te "verdoezelen" dat het in de vorm van een object een resultatieve vorm kan aannemen.
152.44
Nog een voorbeeld:
- a. Ef slaviyta larde ef tlôc. De slavin eet de giftige zwam.
b. Ef tlôc sen larde ófe slaviyta.
De giftige zwam laat zich door de slavin eten.
- Ef tlôc sen larde ófe slaviytae.
(eig. "de giftige zwam laat zich door de slavin die er dood aan gaat eten")
De slavin sterft door het eten van de giftige zwam.
152.45
Pronominalisatie van (2a) geeft:
- Ef tlôc sen larde-épe. De zwam laat zich door haar eten.
Pronominalisatie van (3) is problematischer, want de passieve vorm van het lidw. ófe en de resultatieve vorm van het subst. slaviytae laten zich niet in één pers.vnw. verenigen. Ofwel: van het passieve épe uit (4) is geen resultatieve afleiding mogelijk. De enige res.afleiding van een pers.vnw. is die van het 2e niveau, zoals genoemd in Blok 71.20. Als we (3) hiermee pronominaliseren, krijgen we:
- ?? Ef tlôc sen larde-hepsatt.
De zwam laat zich door haar eten, en zij sterft hierdoor.
De causatieve interpretatie in (5) is analoog aan de enige juiste interpretatie van (4). Maar in (4) was het Causatief gemarkeerd door het passieve aspect van épe, en in (5) ontbreekt dit passieve aspect, zodat (5) feitelijk ongrammaticaal is.[noot]
152.46
Coreferentie tussen Causer en Causee is goed mogelijk bij lexicale Causatieven. Dit leidt meestal tot een reflexieve constructie met sen[a]. Vergelijk:
- a. Do tânpe ef prûla rempe ef zillepipe. Hij laat de bezem van het dak vallen.
b. Do sen tânpe rempe ef zillepipe. Hij laat zich[zelf] van het dak vakken.
152.47
Let op het verschil tussen (1b) en de niet-causatieve variant in (2):
- Do tasse rempe ef zillepipe. Hij valt van het dak.
In (1b) is sprake van een bewuste handeling (bijvoorbeeld door iemand die zelfmoord wil plegen), terwijl (2) eerder als een ongeluk opgevat zal worden.
152.48
Reflexieve vormen van Causatieven die een zakelijk subject bij zich hebben worden dikwijls als "normaal" intrans.werkw. beschouwd. Dit is reeds in § 152.7 besproken. Zodra het subject een persoon uitdrukt, zijn er twee interpretaties mogelijk: (i) een intransitieve (als bij zakelijke subjecten) en (ii) een causatieve:
- a. Ef groller tjonde ef šupa. De heks kookt de soep.
b. Ef šupa sen tjonde. De soep kookt.
c. Ef groller sen tjonde.
i. De heks kookt.
ii. De heks kookt zichzelf.
152.49 Dubbele Causatieven
Alle lexicale of geaffigeerde Causatieven zoals besproken in § 152.5-10 kunnen op hun beurt nog een keer in een (ondergeschikte) causatieve vorm voorkomen. Deze ondergeschikte vorm wordt dan met een passief lidw. of pers.vnw. of met kirture uitgedrukt (volgens § 152.29):
- † Ef rÿter cetrence ófe ôdis sener blof.
De ruiter laat zijn paard door de stalknecht drenken.
- Ef rÿter kirture beri cetrence sener blof.
De ruiter laat zijn paard drenken.
(= geeft iemand opdracht om het paard te laten drinken)
- Kirro mâšecce-épe pelira Elsa, ef chafost ón Petriy.
(lett. "wij laten Elsa het lied laten horen aan Petriy")
Wij zorgen ervoor dat Elsa het lied aan Petriy laat horen.
- Kirro kirture beri mâšecce ef chafost ón Petriy.
Wij zorgen ervoor dat men het lied aan Petriy laat horen.
- † Gress piylase ófe efanty ef kornin.
Ik laat het kind het papier verscheuren.
- Gress lâgyne-épe ef fijânta.
Ik laat haar het vlees braden.
- Eup šafare-gróse ef chat.
Ze laat mij de kat verdrinken. (opdracht)
- Jân reppe ón Mariy: "Šove-tûe sener tatoeros fiy", pek Jân šove-épe pelira Mariy, belt tatoeros.
Jân zegt tegen Mariy: "Laat je tatoeage eens zien", dus Jân laat Mariy haar tatoeage tonen.[noot]
- Do tânpe-épe ef mimpit.
Hij zorgt ervoor dat zij het boek laat vallen.
(lett. "hij laat haar het boek laten vallen")
152.50
In plaats van kirture kan ook miffe gebruikt worden. Dit hulpwerkw. heeft een toekomstig aspect, en houdt ook nu dikwijls een dreiging in:
- Gress miffe beri šafare ef chat.
Ik zal de kat laten verdrinken. (causatief)
of Pas op want ik verdrink de kat. (dreigement)
152.51 Geïmpliceerd Causatief
Vergelijk allereerst:
- Petriy âlbe eft sért. Petriy bouwt een huis.
- Petriy âlbe-dôe meldelira ef fesputtatjen, eft sért.
Petriy laat de aannemer een huis bouwen.
In b. wordt de agentiviteit van het "bouwen" a.h.w. bij Petriy weggenomen, en toegevoegd aan de "dummy"-agens dôe, die met meldelira nader gespecificeerd is als "de aannemer".
152.52
In constructies waar het subject verplicht gedeleerd is (omdat het corefereert met een matrixsubject), kan deze agentiviteit weggenomen worden, zonder dat dit syntactisch tot uitdrukking komt (de afwezigheid van een oppervlakte-subj.constituent leidt ertoe dat een "dummy"-agens evenzo afwezig blijft). Vergelijk:
- a. Elsa fespilde eft gûfqu, ytende meldelira kettare ef wâms.[noot]
Elsa dient een klacht in, teneinde schadevergoeding te ontvangen.
b. Ef fesputtâs âlbe gopirus gÿrts, ytende meldelira roitare ef zefa gôrg.
De aannemer bouwt enkele bruggen, teneinde het diepe ravijn te overspannen.
(zie § 100.36)
In (1a) is Elsa het onderliggende subject bij kettare: Elsa kettare ef wâms.
In (1b) is ef fesputtâs weliswaar het onderliggende subject bij roitare, maar dan als Causer, want het is niet de aannemer zelf die "het ravijn overspant" (wijdbeens over het ravijn heen staan?). Het is de aannemer die zodanig handelt (t.w. bruggen bouwen) dat hij zorgt voor een situatie waarin "enkele bruggen het ravijn overspannen". De aannemer laat dus het ravijn (door enkele bruggen) overspannen.
De onderliggende structuren van de bijzinnen in (1) zijn dus feitelijk:
- a. ytende meldelira kettare ef wâms > b. Elsa kettare ef wâms
- a. ytende meldelira roitare ef zefa gôrg >
> b. ef fesputtâs roitare-ÿpse meldelira ef gÿrts ef zefa gôrg
Het niet-uitdrukken van het subject ef fesputtâs in (3b) leidt ertoe dat de vetgedrukte Causee evenmin uitgedrukt wordt. Maar roitare moet wel als Causatief geïnterpreteerd worden.
152.53
Merk op dat de Causee in (1b) (vorige paragraaf) feitelijk al genoemd staat: in de vorm van matrix-object bij âlbe. Het is de vraag of een constructie correct is als de bijzin wel als Causatief opgevat moet worden maar een Causee als matrix-object niet genoemd is, zoals in:
- ?? Ef fesputtâs ef Geologise Instituša fesjikate frópjÿ pazzocÿrna'echos,
de aannemer het Geologisch Instituut inschakelen voor bodemonderzoek,
ytende meldelira roitare ef zefa gôrg.
teneinde overspannen het diepe ravijn
Zin (4) heeft twee lezingen: (i) de aannemer overspant het ravijn (wijdbeens?), of (ii) het inschakelen van het Geologisch Instituut door de aannemer leidt ertoe dat er een situatie ontstaat waarin het Geol. Instituut het ravijn overspant. Beide lezingen zijn semantische onzin.[noot]
152.54
In § $$ is het suffix -n behandeld, dat achter een modaal hulpwerkw. geplaatst kan worden als dit hulpwerkw. een ander subject bij zich draagt dan het hoofdwerkw. Vergelijk:
- a. Do probare beri trempe ef mimpit.
Hij wil het boek lezen.
b. Do probare[n] gress beri trempe ef mimpit.
Hij wil dat ik het boek lees.
of Hij wil mij het boek laten lezen.
- a. Óps geldre beri kulle ur arfine.
Ze mogen komen logeren.
b. Óps geldre[n] gress beri kulle ur arfine.
Ze mogen mij laten komen logeren.
- a. Gress nert kurre beri prate ral.
Ik kan nou niet vertrekken.
b. Gress nert kurre[n] tu beri prate ral.
Ik kan jou nou niet laten vertrekken.
Zoals de Nederlandse (globale) vertalingen met "laten" al aangeven, zit er een causatieve component in de betekenissen van de b-zinnen: het subject "wil" resp. "mag" resp. "kan" iets, en een tweede (vetgedrukte) subject voert de feitelijke handeling uit. Daarom kunnen we hier van geïmpliceerde Causatieven spreken.
152.55 ad § 152.1 B. Permissieve constructies
Een Permissief wordt in de Spokaanse grammatica ook wel een Causatief met duratief aspect genoemd.[noot] Een Permissief wordt uitgedrukt in een hoofdzin met het werkw. kirture (laten) als predikaat, en een ondergeschikte bijzin. Stel het subject in de hoofdzin is S1 en het subject in de bijzin is S2, dan is er van een Permissief sprake als S1 ervoor zorgt/veroorzaakt/er de oorzaak van is/niet verhindert dat S2 een reeds begonnen handeling blijft uitvoeren. De bijzin verschijnt meestal in de vorm van een den-zin (zoals in a.), maar incidenteel komen ook wel -lira-varianten voor (zoals in b.). Deze -lira-varianten worden door sommige grammatici afgekeurd; Kojen-Pôt typeert deze als "algemeen gangbaar op Centraal-Berref, maar typisch spreektaal in de rest van het land":
- a. Jân kirture den Tek trempe ef mimpit.
b. Jân kirture Tek trempelira ef mimpit.
Jân laat Tek het boek lezen.
(= Tek is het boek aan het lezen en Jân verhindert dat niet)
- a. Gress kirture den ef kinet pliyfonare sener helt-kliqu.
b. Gress kirture ef kinet pliyfonarelira sener helt-kliqu.
Ik laat de zieke zijn glas melk opdrinken.
(= de zieke ligt te drinken en ik wacht tot hij het glas leeg heeft, althans,
ik gedraag me niet zodanig dat ik zijn drinkhandeling verstoor)
- a. Pârf kirture den ef efanty arkette.
b. Pârf kirture ef efanty arkettelira.
Pârf laat het kind huilen.
(= het kind is aan het huilen en Pârf doet er niets tegen)
- Gress kirture den blul chafostelije ef chafost.
Ik laat het lied zingen/gezongen worden.
(= er wordt een lied gezongen en ik kom er niet tussen)
152.56
De koppelwerkw.n pónze en tinde kunnen soms in een permissieve constructie verschijnen:
- Ef arâbe tinde eft ketšatert. > Petriy kirture den ef arâbe tinde eft ketšatert.
De tuin wordt een woestenij. > Petriy laat de tuin een woestenij worden.
- Ef knurfel pónze kjupt. > Petriy kirture den ef knurfel pónze kjupt.
Het water wordt warm. > Petriy laat het water warm worden.
In (1) en (2) is telkens sprake van een proces: de tuin verandert in de loop der tijden in een woestenij, en het water neemt op de een of andere manier in temperatuur toe. De permissieve kirture-constructies drukken uit dat Petriy deze processen rustig zijn gang laat gaan. Vergelijk dit met de Causatieven in (1) en (2) in § 152.26.
152.57
De den-bijzin kan ook een passieve vorm aannemen, vergelijk:
- Ôrs kirture den groft tubôs idequppe do.
Ôrsi laat zichi/hemj door zijni/j vrouw belazeren.
- Ôrs kirture den Ø idequppelije pai sener tubôs.
Ôrsi laat zichi door zijni vrouw belazeren.
Zin a. is dubbel-ambigu: we weten niet of het bez.vnw. groft aan "Ôrs" of aan een derde refereert, en we weten niet of do aan "Ôrs" of aan een derde refereert. In b. zijn dankzij de passivisering deze twee ambiguïteiten opgeheven: ten eerste is het bijzinssubject onder coreferentie met het matrixsubject gedeleerd; ten tweede kan het reflexieve bez.vnw. sener gebruikt worden, dat refereert aan het (gedeleerde) bijzinssubject, dus ook aan het matrixsubject.
Let ten slotte op het permissieve karakter van a. en b.: in b. (en in een van de lezingen van a.) wordt gezegd dat Ôrs min of meer permanent door zijn vrouw belazerd wordt en dat hij daar niets tegen doet. Vergelijk ook de causatieve variant:
- Ôrs sen mâsere-épe meldelira groft tubôs. (vgl. § 152.39 (1b))
Ôrs laat zich door zijn vrouw masseren.
152.58
Een combinatie van Permissief en Causatief is evenzeer mogelijk:
- Ef rÿter kirture den blul cetrencelije groft blof.
De ruiter laat zijn paard drenken.
(= iemand drenkt zijn paard en de ruiter verhindert dat niet)
- Kirro kirture den eup mâšecce ef chafost ón Petriy.
Wij verhinderen niet dat zij het lied aan Petriy laat horen.
- Eup kirture den gress šafare ef chat.
Zij laat mij de kat verdrinken.
(= ze ziet toe dat ik de kat verdrink en verhindert dat niet)
NOTEN NOTEN NOTEN
|
[1]De "actie" die Peter onderneemt moet breed begrepen worden: Peter kan een verbale actie ondernemen, zoals het uitspreken van de Imperatief "Leg die boeken op tafel". Het kan ook een gebaar zijn: Peter wijst naar de boeken en vervolgens naar de tafel, terwijl hij Anna aankijkt. Ook is het mogelijk dat Peter in dit concrete geval helemaal niets doet, maar dat hij ooit met Anna overeengekomen is dat zij de boeken op tafel zal leggen.
|
|
[2]Vergelijk:
Jân kette-épe ef letra ón ki ef gurnusludi ÿksanera, té melde kost sour.
Jân laat haar de brief aan de ruziezoekende buurvrouw, die mijn zuster is, geven.
Vanwege de markering ki wordt nu de "ruziezoekende buurvrouw" als antecedent bij het betr.vnw. begrepen.
|
|
[3]Let op het gebruik van groft en sener: het object mirs en de zinskern do staan als basis-elementen bij texe in dezelfde zin, en daarom wordt het reflexieve bez.vnw. sener gebruikt (dit refereert aan de zinskern). Daarentegen staat sour in een relatieve -lira-bijzin waarin de zinskern (eup) is weggelaten. Omdat het bez.vnw. bij sour niet aan deze weggelaten kern refereert, maar aan een kern in een andere zin (namelijk do in de hoofdzin), moet groft gebruikt worden. Zie ook § $$.
|
|
[4]Merk op dat de zin "Elsa laat het boek op tafel liggen" in het Nederlands wel correct is in een permissieve lezing. Dit wordt in het Spokaans met kirture 'laten' uitgedrukt:
Elsa kirture, den ef mimpit melde tekelbrae.
(= Elsa haalt het boek niet van de tafel af)
Zie verder § 152.55-58.
|
|
[5]Uitspraak van een voetbaltrainer over zijn te trainen spelers.
|
|
[6]De Nederlandse vertaling is ambigu, omdat "door zichzelf" ook aan "haar dochtertje" kan refereren; vandaar de toegevoegde subscripten.
|
|
[7]Vergelijk (3b) met:
Gress jôge-sa riyfain gurtas. Ondanks alles jog ik elke ochtend.
Het scheidbaar aangehechte suffix -sa drukt uit dat de handeling ondanks allerlei tegenwerking van buitenaf toch plaats vindt. Dit is behandeld in § $$. Als het causatieve aspect van (3b) zo ver op de achtergrond is geraakt dat het idee van "dwangmatigheid" of "doorzetting" de overhand krijgt, heeft prap feitelijk zijn functie van passief wed.vnw. verloren, en treedt het meer op als een soort modaal suffix, in de geest van -sa. In dat geval kan (3b) adequaat vertaald worden met 'elke ochtend dwing ik me ertoe om te joggen'.
|
|
[8]Merk op dat hepsatt met een filâsto aan larde is verbonden, analoog aan de constructie in (5). Zouden we deze filâsto weglaten, dan kan hepsatt alleen als echt object beschouwd worden, wat tot een geheel ongrammaticale constructie leidt, omdat ook het refl.pers.vnw. sen de functie van object heeft. Twee objecten bij één en hetzelfde werkw. is onmogelijk:
* Ef tlôc sen larde hepsatt.
de zwam1/S zichzelf1/O eet haar2/O
(lett. "de zwam eet zichzelf+haar op, en zij sterven hierdoor")
|
|
[9]Om de een of andere reden kan het Nederlandse tonen hier niet goed met laten gecombineerd worden, ofwel: het lexicale Causatief uitgedrukt door tonen kan niet samengaan met het laten-Causatief.
|
|
[10]Ytende meldelira 'teneinde' fungeert als voegw. (§ $$), waarbij meldelira geen enkele relatie heeft met het meldelira dat gebruikt wordt in een specificerende bijzin achter een passief pers.vnw., zoals in dit Hoofdstuk herhaaldelijk genoemd wordt.
|
|
[11]Merk op dat het Nederlandse "overspannen" wèl met een menselijke agens gebruikt kan worden: "de aannemer overspant het ravijn met een boogbrug". In het Spokaans kan roitare hiervoor niet gebruikt worden. Wel kunnen we zeggen:
Ef fesputtâs kette eft ro'i ón ef gôrg tjâg ef ârc-pônt.
de aannemer geeft een overspanning aan het ravijn middels een boogbrug
De aannemer overspant het ravijn met [behulp van] een boogbrug.
De grammaticale variant van (4) is dan ook:
Ef fesputtâs ef Geologise Instituša fesjikate frópjÿ pazzocÿrna'echos,
ytende meldelira kette eft ro'i ón ef zefa gôrg.
Maar nu hebben we niet met een geïmpliceerd Causatief als in § 152.52 (1b) te doen, maar met een normale subject-deletie als in (1a) van die paragraaf.
|
|
[12]In dat geval wordt een "echt" Causatief onderscheiden door hieraan een "inchoatief aspect" toe te kennen.
|
<< Inhoudsopgave |
Registers >>
<< Hoofdstuk 151 |
Hoofdstuk 160 >>
|