Grammatica van het Spokaans
| © Rolandt Tweehuysen | Postbus 3774 | 1001 AN Amsterdam |
|
<< Inhoudsopgave |
Registers >>
<< Hoofdstuk 150 | Hoofdstuk 152 >> 15. Aspectuele zinstypes151. Ontkenningen (concept)
verwijzing in hfdst. 31 !! We kunnen ontkenningen ofwel negaties op vijf niveaus onderscheiden:
A. ontkenningen op het niveau van de volzin (§ 151.p1A-$$) Verder komen in dit Hoofdstuk nog aan bod:
F. idiomatische ontkenningen (§ 151.p1F-$$)
Onder "volzin" verstaan we een combinatie van twee nevengeschikte hoofdzinnen, of een combinatie van hoofd- en bijzin (zie ook § 120.13). Voor de termen "zinsdeel" en "woordgroep" wordt verwezen naar § 120.10-11.
VS: Vertrek je morgen al naar Spokanië? 151.p1A ad § 151.p1 A. Ontkenningen op het niveau van de volzin Een volzin, bestaande uit twee nevengeschikte hoofdzinnen, kan in zijn geheel ontkend worden door noi, dat vooraan de volzin komt te staan, en meestal met een komma (= pauze) van de volzin wordt gescheiden. Het meer algemene ontkenningswoord nert is in dit geval niet bruikbaar:
(1) Noi[,] blul kafpainelije ef kadâster-tâx, ur blul chabelije ef hurt-tâx.
De grote afstand die er bestaat tussen het ontkenningswoord noi en de tweede hoofdzin is de reden dat zulke ontkenningen op het niveau van de volzin zeer onduidelijk zijn. Veel Spokaniërs interpreteren een zin als (1) zodanig dat de hondenbelasting wel afgeschaft wordt, ofwel, noi wordt alleen als ontkenning van de eerste hoofdzin begrepen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dergelijke constructies voornamelijk in ambtelijke en juridische taal te vinden zijn, kortom in taalgebruik dat toch al zeer nauwkeurig bestudeerd moet worden. 151.p2A Een volzin, bestaande uit een hoofdzin en een bijzin, kan in sommige gevallen in zijn geheel ontkend worden door noi, dat vooraan de volzin komt te staan, en er het liefst met een komma (= pauze) van gescheiden is:
(2) Noi[,] goe vults pilde tustus, janof óps lelperre fedres. Let op dat in (2) het Nederlands "geen" geaccentueerd moet zijn, omdat we anders en welhaast tegenovergestelde lezing krijgen, namelijk "kippen leggen geen EIEREN omdat ze veren hebben" (= kippen leggen geen eieren, en dat doen ze niet omdat ze veren hebben). Dit is een onzinnige uitspraak, omdat het bezit van veren geen enkele relatie met het al dan niet leggen van eieren heeft. 151.p3A In § 151.p1A is gezegd dat een ontkenning van een volzin liever vervangen wordt door een ontkenning in elk van de hoofdzinnen. Zo'n alternatief bestaat er niet voor (2) en (3), want dat heeft een andere betekenis, vergelijk:
(4) Goe vults noi pilde tustus, janof óps noi lelperre fedres.
In (4) staan twee onzinnigheden: ten eerste wordt hier beweerd dat kippen geen eieren leggen, en ten tweede dat kippen geen veren hebben. Er is ook nog een derde onzinnigheid, namelijk dat het gemis van veren de reden is dat kippen geen eieren leggen. 151.p4A Zinnen (4) en (5) kennen een alternatief, waarbij de voegw.n janof 'omdat' en futtof 'voordat' ontkend worden:
(6) Goe vults pilde tustus, noi/nert janof óps lelperre fedres. Voor de ontkenning van voegw.n, zie § 151.$$. 151.s15 Let ook op het verschil tussen:
a. Noi, dena bunmert melde eft sûkes janof X merre ef lyde-rôl fes ef. 151.s10 Omdat de ontkenning van volzinnen, zoals geïllustreerd in (2) en (3), alleen mogelijk is als er een alternatief bestaat waarbij het voegw. ontkend wordt (zie (6) en (7)), kunnen we aannemen dat het vooraan geplaatste noi in (2) en (3) feitelijk een promotie is van het ontkenningswoord dat bij het voegw. hoort, volgens het stramien: HOOFDZIN (NIET {VOEGW}( BIJZIN > NIET {HOOFDZIN VOEGW BIJZIN} Zie verder § 151.x4-x13 voor de promotie van nert en noi als zinsontkenningen. 151.p5A Vergelijk tenslotte ook de volgende constructie met (2):
(8) Goe esnes nert pilde tustus, janof óps melde mamûls. In (8) wordt alleen de hoofdzin ontkend, en de bijzin geeft de reden aan waarom de ontkende hoofdzin waar is. Zie verder § 151.p1B. 151.p1B ad § 151.p1 B. Ontkenningen op zinsniveau Ontkenningen op zinsniveau zijn mogelijk door nert of noi vóór het predikaat te plaatsen. Nert is een neutrale ontkenning, terwijl noi meer emfase uitdrukt:
(1) Petriy nert/noi trempe ef mimpit. 'Petriy leest het boek niet.' 151.p2B Let op de plaats van nert en noi als het predikaat door meerdere elementen voorafgegaan wordt:
Do sen nert/noi di vel luktu, ... Deze volgorde is gemakkelijk te onthouden, mits we de Spokaanse termen voor de 4 onderstreepte elementen kennen:
sen: reflexief = quandroiy De vette beginletters vormen het woord Quwafy, dat net zo uitgesproken wordt als de achternaam Quafy. Deze achternaam is gemakkelijk te onthouden vanwege de beruchte oplichter Maliy Quafy-Mintefit, die in de jaren zeventig op slinkse manier enkele grote projectontwikkelaars een half miljoen herco lichter heeft gemaakt. 151.r1 In § 151.p1A is beschreven hoe een volzin, bestaande uit twee nevengeschikte hoofdzinnen, in zijn geheel door noi ontkend kan worden. Dit is voornamelijk ambtelijk of juridisch taalgebruik. Algemener is om elke nevengeschikte hoofdzin apart te ontkennen. In plaats van § 151.p1A (1) krijgen we dan:
(1') Blul noi kafpainelije ef kadâster-tâx, ur blul noi chabelije ef hurt-tâx. Het tweede noi kan uit stilistische overwegingen nog vervangen worden door een ander ontkenningswoord, zoals iygte 'evenmin' (zie § 151.r2-r3). 151.q3 Terwijl nert bij een ontkenning op zinsniveau altijd vóór het predikaat staat (behoudens in de gevallen waarin nert "gepromoveerd" kan worden, zie § 151.x4-x9), is er bij noi iets meer variatie mogelijk, want noi kan ook achter het predikaat verschijnen (de positie die normaliter voor pred.add.n is gereserveerd, zie Blokken 93.17/30/43/54/642). Vergelijk:
Do noi arfine. = Do arfine noi. 'Hij komt NIET.' 151.q4 De positie direct achter het predikaat is dikwijls dezelfde als de positie direct voor het volgende zinsdeel. Daarom is het niet altijd duidelijk of noi nu het predikaat danwel het volgende zinsdeel ontkent. Vergelijk:
(1) Petriy póbare noi [enn] sener oto.3 (1a) is de ontkenning van de uitspraak PETRIY VERKOOPT ZIJN AUTO; (1b) is een partiële ontkenning van het object ZIJN AUTO (dus Petriy verkoopt iets anders dan zijn auto). Voor ontkenningen van het object, zie verder § 151.r10. 151.q5 Bij een Imperatief als (2) kan deze ambiguïteit tot verschillende reacties leiden:
(2) Póbare-tûe noi sener oto klojâs. Als de aangesprokene (A) in (2) gevolg wil geven aan het verlangen van de spreker (S), zal A bij lezing (2a) van de verkoop afzien en zijn auto behouden; bij lezing (2b) zal A niet zijn auto verkopen maar iets anders, bijvoorbeeld zijn fiets. 151.s11 Zin (2) is voor de lezingen a. en b. te disambigueren door noi vóór het predikaat te zetten indien lezing (2a) bedoeld is, of door noi door nert te vervangen indien lezing (2b) bedoeld is (maar dan is de emfase ook weg):
(3) (= (2a)) Noi póbare-tûe sener oto klojâs. 151.x24 Bij een tegenstelling die uitgedrukt wordt met noi ... tur iftam 'niet/geen ... maar [wel]', bepaalt noi het element dat ontkend wordt:
(1) a. * Do noi stinde eft român tur iftam eft poitiyn.
(2) a. * Gress noi tundaro ef vasa, tur iftam do [paino].
(3) a. * Kirro noi prate lelmo tof tur iftam mas. De a-zinnen zijn fout (maar komen in onverzorgde spreektaal wel voor) omdat noi hier in de positie vóór het predikaat de hele SvZ ontkent. In de b-zinnen wordt precies dat element ontkend dat in de tur-bijzin ertegenover geplaatst wordt. In (1b) staat een contrast tussen "roman"~"gedicht", in (2b) tussen "ik"~"hij", en in (3b) tussen "vandaag"~"morgen". 151.x25 Noi kan als zinsontkenning onmiddellijk vóór het werkw. staan indien er twee verschillende SvZ'en tegenover elkaar gesteld worden:
(1) Gress ef gadros noi lâbare, tur iftam enn ef rapors stinde ja ef zerfefesz. 151.x26 In § 151.x25 (1) is duidelijk sprake van twee verschillende SvZ'en:
(i) NIET {IK HEB DE VERGADERING BIJGEWOOND} In (2) echter bestaat enige onduidelijkheid. Enerzijds suggereert de positie van nert dat hier twee SvZ'en tegenover elkaar geplaatst worden:
(i) NIET {ZE WILLEN DE MOOIE VILLA KOPEN} Anderzijds is er wat voor te zeggen dat alleen de twee predikaten met elkaar gecontrasteerd worden: "kopen" vs. "huren". Daar nert altijd vóór het te ontkennen element staat, en het eveneens vóór het predikaat staat als de gehele SvZ ontkend wordt, kunnen we in (2) niet zien of nert nu de SvZ dan wel alleen het predikaat lorertaves ontkent. In de praktijk levert deze ambiguïteit geen problemen op, en wellicht is er ook geen semantisch verschil omdat er per definitie van twee verschillende SvZ'en sprake is als er ook van twee verschillende predikaten sprake is. 151.x3 Vragende zinnen die de zinsnegatie nert of noi bevatten, zijn niet zonder meer de negatieve tegenpool van de bevestigende zin. Vergelijk:
a. Aftel tu lelperre eft hupspitter? 'Heb jij een motorfiets?'
Zin a. is een neutrale vraag: de vraagsteller weet niet of de SvZ JIJ HEBT EEN MOTORFIETS waar of onwaar is, en het antwoord kan zijn "ja" of "nee". 151.s9 Pseudovragen (meestal: verzoeken, geboden of aanmaningen in de vorm van een vraag) bevatten dikwijls een ontkenning terwijl de positieve tegenhanger ontbreekt. Voor dit soort constructies wordt verder verwezen naar § 150.133-135. Bijvoorbeeld:
Aftel tu nert unere den tu perke beri kirture mittof? 151.x3a De modaliteit uitgedrukt met het modale suffix -ât/-ûs (Blok 110.17) verandert bij toevoeging van nert of noi. De bevestigende en ontkennende varianten zijn dan niet meer precies elkaars tegenpool. Vergelijk de modale suffixen met de modale werkw.n:
(1) interne modaliteit:
(2) externe modaliteit: In (1b) ontkent nert/noi alleen de modale component; in (2b) ontkent nert/noi de gehele taaluiting (dus inclusief de modaliteit). Dit is in het volgende schema gevisualiseerd:
(1') b. KIRRO KAFT- (NERT {-ÛS}( TÂX Voor interne en extere modaliteit, zie verder § 110.5-8. 151.x3b Vergelijk ook de volgende gevallen. In (3a) kunnen het modale suffix en het modale werkw. verwisseld worden zonder dat de betekenis van de zin noemenswaardig verandert. Maar als nert/noi wordt toegevoegd, ontstaat er wel degelijk een betekenisverschil (vergelijk (3b) met (3c)):
(3) van buitenaf opgelegde noodzaak: (3b) impliceert dat de spreker vindt dat Gyder het beter achterwege kan laten om een lening te sluiten (en dat hij die badkamerinrichting maar moet betalen van het geld dat hij nu heeft). Daarentegen betekent (3c) dat het niet nodig is om een lening te sluiten omdat Gyder die badkamerinrichting ook zo al kan betalen. 151.x4 Promotie van nert/noi Onder "promotie" wordt verstaan dat een element uit een ondergeschikte bijzin verhuist naar de matrixzin. Dit verschijnsel is reeds behandeld in § 127.2-12. Ook bij ontkenningen is het mogelijk dat het ontkenningswoord promoveert, zoals in:
Ef melde serten, den Petriy nert arfine. =
Ef melde serten, Petriy nert arfinelira. = Let op dat het gepromoveerde nert geheel achteraan de matrixzin verschijnt. Omdat nert in geen enkel ander geval op deze positie kan staan, is het zonder meer duidelijk dat het hier om een promotie gaat. 151.r8 Promotie is mogelijk als de hoofdzin een performatief werkw. bevat. Dit soort werkw.n is behandeld in Hoofdstuk 123, zie ook Blok 123.7. Vergelijk:
(1) a. Gress miype den Jân enn ef mimpit nert kuntiyre. >
(2) a. Eup tiffe den Jân enn ef mimpit nert kuntiyre. > Zowel in het Spokaans als in het Nederlands zijn (1a) en (1b) synoniemen van elkaar. In het Spokaans zijn (2a) en (2b) op analoge wijze synoniemen van elkaar, maar nu kan de ontkenning in het Nederlands niet gepromoveerd worden, want betekenis (2b.ii) is een duidelijke ontkenning van de SvZ ZIJ DENKT IETS, en niet van de SvZ JÂN HEEFT HET BOEK GESTOLEN. (2b.ii) wordt in het Spokaans vertaald door nert vóór het matrix-predikaat te plaatsen:
(2) c. Eup nert tiffe den Jân enn ef mimpit kuntiyre. 151.r57 Promotie van nert is ook mogelijk als de bijzin met het voegw. âl 'of' ingeleid wordt:
(3) Petriy orenple âl ef argerat nert melde trâf. > (vgl. § 123.13) In (3) is de volgende SvZ gewenst: DE DEUR ZIT NIET OP SLOT. Deze SvZ wordt door Petriy geverifieerd, en zonodig bewerkstelligd als hij tot de conclusie komt dat de deur wel op slot zit. Vergelijk dit met de positieve variant: Petriy orenple âl ef argerat melde trâf, waarbij het gewenst is dat de SvZ DE DEUR ZIT OP SLOT waar is. 151.r4 Promotie van noi kan tot ambiguïteit leiden, omdat dit ontkenningswoord altijd al achter het predikaat mag verschijnen (§ 151.q3):
a. Gress miype, do noi arfinelira. = Zin b. kan ook zo geïnterpreteerd worden dat de hoofdzin gress miype ontkend wordt en contrasteert met een andere (expliciete) uitspraak, bijvoorbeeld:
(1) Gress miype noi, do arfinelira, tur Elsa miype iftam. Een duidelijkere variant van (1) is: (1') Gress noi miype, do arfinelira, tur Elsa miype iftam. Hier kan noi niet als gepromoveerd ontkenningswoord begrepen worden. 151.x5 Interessant is dat de promotie van nert ook mogelijk is als de gehele bijzin gedeleerd is (maar wel als zodanig begrepen moet worden). We hebben dan met een elliptische constructie te maken, die meestal optreedt als antwoord op een vraag, of als reactie op een uitspraak waarin de feitelijke bijzin genoemd staat. Bijvoorbeeld (VS = vraagsteller; AG = antwoordgever):
(1) VS: Gress rajiyte den Tek arfine mas. 'Ik hoop dat Tek morgen komt.' De reactie van AG is de elliptische variant van (2a), en dit is de gepromoveerde variant van (2b)
(2) a. Ef melde serten nert, den Tek arfine mas. ( Vergelijk AG's reactie in (1) met (3a), dat de elliptische variant van (3b) is:
(3) a. AG: Ef nert melde serten. 'Het is niet zeker.' 151.x6 De promotie zoals beschreven in § 151.x5 vinden we ook terug bij ondergeschikte -lira-constructies, bijvoorbeeld:
(4) VS: Valâgja zjoffe, Petriy Laëhhe ef Blotter Jerrðe pónzelira.5 De reactie van AG in (4) is de elliptische vorm van (5a) en dat is de gepromoveerde variant van (5b):
(5) a. Gress trempa fes ef quiyrda nert, P.L. ef Blotter Jerrðe pónzelira. ( 151.x7 De promotie zoals besproken in § 151.x4-x6 kan soms nog "een stapje verder" gaan, zodanig dat nert volledig geïntegreerd wordt in de matrixzin, dat wil zeggen, nert staat niet meer aan de rechter periferie, maar op de officiële positie onmiddellijk voor het predikaat. Zo'n volledige promotie is mogelijk als de bijzin met -lira is gevormd; bij den-bijzinnen is dit niet mogelijk. Vergelijk (a. = constructie zonder promotie; b. = perifere promotie; c. = volledige promotie):
(1) a. Zikore-tûe, den tu nert tundare ef vasa. >
(2) a. Zikore-tûe, tu nert tundarelira ef vasa. > Dat nert in (2c) begrepen kan worden als een ontkenning van de bijzin, is een indicatie dat er in (2c) feitelijk van één zin sprake is, en niet van een hoofd- en bijzin met elk hun eigen semantische domein. Zie in dit verband ook de opmerkingen over "raising" in § $$. 151.x8 Volledige promotie als in § 151.x7 (2c) kan soms tot ambiguïteit leiden omdat nert vóór het predikaat ook een negatie van de matrixzin kan uitdrukken. In dat geval is het beter om niet verder te gaan dat perifere promotie. Vergelijk:
(3) a. Zeffe-tûe ón Valâgja ur vende, tu ef vasa nert tundarelira. >
c. Nert zeffe-tûe ón Valâgja ur vende, tu ef vasa tundarelira. (3b) is de gepromoveerde variant van (3a). In beide zinnen moet de negatieve SvZ JIJ HEBT DE VAAS NIET GEBROKEN aan Valâgja verteld worden. In (3c) wordt nert geïnterpreteerd als een ontkennning van de matrixzin: nu moet de positieve SvZ JIJ HEBT DE VAAS GEBROKEN juist niet aan Valâgja verteld worden. 151.x9 In § 151.x7 is gezegd dat als -lira het voegw. den vervangt, de ontkenning nert voor het predikaat in de hoofdzin mag verschijnen. Echter, als -lira een betr.vnw. vervangt, is zo'n promotie niet toegestaan. Vergelijk:
(1) a. Gress axe ki ef vildul, gress nert affionnose té. =
(2) a. Gress nert axe ki ef vildul, gress affionnose té. =
Uit (1b) en (2b) blijkt dat de plaats waar nert verschijnt een betekenisverschil veroorzaakt: in (1) is sprake van een bepaalde boom die ik niet mooi vind, en daarom omhak; in (2) is sprake van een bepaalde boom die ik mooi vind en daarom niet omhak. 151.x12 Bij de volgende twee voorbeelden is het verschil in reikwijdte van de ontkenning evident: in (1a) ontkent nert de gehele SvZ HET IS VEILIGER OM OP DIT KRUISPUNT OVER TE STEKEN; in (1b) wordt alleen de mededeling HET IS VEILIGER ontkend, omdat (1b) bestaat uit een hoofdzin en een den-bijzin, en nert geen invloed op de bijzin kan hebben:
(1) a. Ef nert melde qurubo terat beri krose kaf lelmo ðôrcel. In (1a) wordt aangeraden om ergens anders dan op dit kruispunt over te steken; in (1b) wordt gezegd dat het niets uitmaakt waar we oversteken, want elke plek is even veilig als dat kruispunt. 151.s18 Vergelijk ook de volgende twee varianten (die beschouwd kunnen worden als reactie op iemands moralistische opmerking dat "getrouwd zijn" beter is dan "ongetrouwd samen wonen"):
(2) a. Ef melde quista beri lelperre eft cÿrolle, ur ef nert melde gulder beri In (2b) wordt gezegd dat zowel "het hebben van een partner" als "het getrouwd zijn" goede dingen zijn, maar het laatste is niet beter dan het eerste (en het eerste is niet minder goed dan het laatste). 151.x13 Het verschil dat in (1) en (2) hierboven wordt geïllustreerd, komt lang niet in alle gevallen duidelijk tot uitdrukking. Vergelijk:
(3) a. Ef nert melde helt beri uokke. 'Het is gezond om niet te roken.' Er is feitelijk geen betekenisverschil tussen de drie varianten in (3), noch in het Spokaans, noch in het Nederlands. 151.x14 Ontkenningen op zinsniveau kunnen niet alleen uitgedrukt worden door nert en noi, maar ook door zogenoemde intrinsieke ontkenningswoorden. Dat zijn woorden die een ontkennende component in zich dragen, en dus feitelijk een fusie zijn van nert + woord. Vergelijk de positieve varianten in a. met de negatieve varianten in b.; in c. staat de hypothetische constructie waaraan b. ten grondslag ligt:
(1) a. Kirro azersecos ef xobina flame.
(2) a. Do tiffe igt ef storâs. 'Hij kent het relaas eveneens.'
(3) a. Gress tiffe rast fes ef zeces. 'Ik ken iemand in het dorp.' Zoals blijkt uit de markering, zijn de c-varianten ongrammaticaal. Dat de b-zinnen ontkenningen zijn op zinsniveau (en niet op zinsdeelniveau) zal besproken worden in § 151.$$. Meer over intrinsieke ontkenningen is te vinden in § 151.P1F-$$. 151.p1C ad § 151.p1 C. Ontkenningen op zinsdeelniveau
Een ontkenning op zinsdeelniveau is niet altijd gemakkelijk te onderscheiden van een ontkenning op woordniveau. Ten eerste zijn het de semantische eigenaardigheden die zo'n onderscheid moeilijk of irrelevant maken. Ten tweede bestaat een zinsdeel dikwijls uit slechts één woord, zodat het onderscheid in technisch opzicht wegvalt. Ten derde is het vaak syntactisch onmogelijk om slechts één woord uit een zinsdeel te ontkennen, omdat het ontkenningswoord het zinsdeel niet mag openbreken.
(1) a. Kult ÿksaner ef oto nert lorerde. 151.p2C Een zinsdeel wordt ontkend door nert of noi vóór dit zinsdeel te plaatsen:
(1) a. Kult ÿksaner nert ef oto lorerde. (= § 151.p1C (1b)) Omdat nert vóór het predikaat ook als ontkenning van de gehele zin kan dienen, is (1b) ambigu. In het Nederlands wordt ambiguïteit altijd vermeden door verschillende accentpatronen, vergelijk:
(2) a. Onze buurman heeft de auto NIET gekocht. (ontkenning van de gehele zin) In (2a) wordt niet zwak beklemtoond; in (2b) wordt gekocht sterk beklemtoond. Zo'n extra accentuering van een woord gaat in het Spokaans altijd samen met de toevoeging van de determinant ki (§ 133.30-41). Zin (1b) kent daarom de gedisambigueerde variant: (1) b'. Kult ÿksaner ef oto nert loRERde ki. Nu krijgt de lettergreep -rer- een duidelijk accent.8 151.p6C In § 151.q3 is verteld dat noi achter het predikaat dezelfde betekenis heeft als ervoor, namelijk de ontkenning van de gehele zin. Omdat de positie achter het predikaat dezelfde kan zijn als de positie direct vóór het volgende zinsdeel, ontstaat er ambiguïteit. Vergelijk:
Tek lorerde noi ef ântikiy matarija. 151.r59 Deze ambiguïteit (§ 151.p6C) kan opgeheven worden door enerzijds noi vóór het predikaat te plaatsen (alleen betekenis a.), en door anderzijds het object met ki te markeren (alleen betekenis b.):
a. Tek noi lorerde ef ântikiy matarija. Let op het zinsaccent dat in b. op de lettergreep -ri- ligt.9 151.p8C Als een zinsdeel geheel aan het begin van de zin staat, wordt dit het liefst met noi, en liever niet met nert, ontkend. Vergelijk:
a. ? Nert Tek lorerde ef ântikiy matarija.
a. ? Nert mas gress arfine. 151.r9 In § 151.p1A-2A is vastgesteld dat noi aan het begin van een volzin deze gehele volzin kan ontkennen. Deze regel kan in conflict zijn met de regel uit § 151.p8C, wat ambiguïteit tot gevolg heeft:
(2) Noi Tek lorerde ef oto, janof eup affionnose fit ef oto-ufire. Lezing (2a) houdt in dat Tek weliswaar de auto koopt, maar dat ze dat niet doet omdat ze auto rijden zo leuk vindt (vgl. § 151.p2A (2)); in (2b) wordt gezegd dat een ander dan Tek de auto koopt, maar dit voor Tek doet omdat ze autorijden zo leuk vindt. Lezing (2a) kan expliciet uitgedrukt worden door noi met een komma te scheiden, en (2b) kan uitgedrukt worden door het minder emfatische nert (waaraan we met ki emfase kunnen toevoegen):
(3) a. Noi, Tek lorerde ef oto, janof eup affionnose fit ef oto-ufire. 151.r61 Ontkenning van het predikaat Bij een ontkenning op zinsniveau mag noi zowel voor als achter het predikaat staan. Bij een (contrastieve) ontkenning van het predikaat staat noi er altijd voor (net zo als nert). Vergelijk:
a. Do ef letra stinde noi. 151.x10 Als een predikaat samengesteld is uit een hulpwerkw.10 gevolgd door beri + infinitief, kan nert/noi dit gehele zinsdeel ontkennen, mits er sprake is van een duidelijk contrast:
(1) Eup nert jóche beri perane ef torozaÿs jadâk mink; eup zloffare ef Zouden dergelijke contrasten niet bedoeld worden, dan kunnen (1)-(4) opgevat worden als ontkenningen op zinsniveau, want ook in dát geval staat nert/noi direct voor het predikaat. Afhankelijk van de context kunnen (1)-(4) ook zo opgevat worden dat alleen het hulpwerkw., dan wel alleen de infinitief, ontkend wordt. Zie hiervoor § 151.r33 en § 151.$$. Voor modale hulpwerkw.n zie ook § 151.x3a-x3b. 151.s12 Ook predikaten met een positioneel werkw. (§ 81.43-52) kunnen in zijn geheel ontkend en gecontrasteerd worden:
(1) a. Yvonn noi slape ur feldre tur iftam pinzole ur giffe. Merk op dat predikaten met een prepositioneel werkw. opengebroken worden door het object; ondanks het feit dat in (2) ur zirde gescheiden staat van lâlijeuve, vormt het één zinsdeel dat geheel binnen de reikwijdte van nert ligt. Afhankelijk van de context kunnen (1) en (2) ook zo opgevat worden dat alleen het hoofdwerkw., dan wel alleen het positionele werkw., ontkend wordt. Zie hiervoor § 151.s20 en § 151.s21-s22. 151.s23 In § 83.53-55 zijn een aantal idiomatische constructies besproken waarbij een predikaat een infinitief-complement heeft. Zulke predikaten kunnen in zijn geheel ontkend worden, bijvoorbeeld:
(1) Ef clûma noi vendo vereste, tur iftam finno beri ole. (vgl. § 81.53) In dergelijke zinnen kan het ontkenningswoord alleen de gehele (cursieve) constructie ontkennen. Een partiële ontkenning van hetzij alleen het finiete werkw. vende of kettelira), hetzij alleen de infinitief (vereste of zerfe) is onmogelijk. 151.s24 Bekijk in dit verband:
(3) Do noi kettelira zerfe, tur iftam nuteFINI. Omdat nert in (3) alleen het gehele predikaat kettelira zerfe kan ontkennen, wordt dit predikaat dus gecontrasteerd met het (volledige) predikaat (=finiete vorm) nute. Zou nert ook een deel van het predikaat kunnen ontkennen, zoals de infinitief zerfe in (4), dan had dit gecontrasteerd kunnen worden met een andere infinitief, zoals nute. Dit is dus onmogelijk. Meer over ontkenningen bij idiomatische constructies is te vinden in § 151.r19-r29. 151.r10 Ontkenning van basiselementen Basiselementen (subject, object, echo) kunnen altijd op zinsdeelniveau ontkend worden. Nert/noi komt vóór de eventuele determinant:
Ontkenning van het subject:
Ontkenning van het object:
Ontkenning van de echo: 151.r11 Niet alle voorbeelden in § 151.r10 zijn even grammaticaal. Omdat ontkenning van zo'n basiselement inhoudt dat dit vanwege de contrastwerking extra benadrukt wordt, treedt zo'n basiselement in principe als zinskern op. Alleen in actieve zinnen kan ook een niet-kern gemakkelijk ontkend worden en aldus de nadruk krijgen. Daarom klinken (1a), (2a), (3a), (3b), (4a), (4b), (5a) en (5c) het meest natuurlijk. Er kunnen zich situaties voordoen waarin de zinskern en het benadrukte element niet samenvallen. In dat geval zijn ook object-passieven nog acceptabel, zoals (1b), (2b) en (5b). Echo-passieven waarin een niet-kern ontkend wordt, klinken vrijwel altijd onnatuurlijk, zoals (1c) en (3c) (tenzij er een zeer sterke reden is om de echo als kern te laten optreden). Zie ook § 151.r12. 151.r12 Ontkenning van een zinsdeel houdt altijd de uitdrukking van een contrast in. Dit contrast kan impliciet zijn (zoals in § 151.r10 (1)-(5)), maar ook expliciet, zoals in de volgende voorbeelden:
(1') a. Noi Justes kette ef mimpit ón Jeely, tur iftam Tek. Als het contrast uitgedrukt wordt in een tur-bijzin, wordt altijd het ontkenningswoord noi gebruikt, en tur wordt gevolgd door iftam 'wel' volgens het stramien noi X ... tur iftam Y 'niet X ... maar [wel] Y'.11 Contrasten die op een andere manier zijn uitgedrukt, kunnen daarentegen wel nert bevatten. 151.r13 Een expliciete uitdrukking van contrast klinkt het meest natuurlijk als het ontkende zinsdeel of geheel vooraan of geheel achteraan de zin staat. Dit is het geval in (1')-(5'). De volgende zinnen klinken minder natuurlijk:
? Jeely kettelitâ noi pai Justes enn ef mimpit, tur iftam pai Ôrs. 151.r14 Vergelijk ook:
(1) a. ? Niko orore-cor noi cradef ypriys fes belt fort, tur bent ef koffon yvôps. Zin (1c) klinkt het meest natuurlijk, omdat hier het te contrasteren element het eerst genoemd wordt. In (1b) staat het te contrasteren element weliswaar aan het einde van de zin, maar dit is een gevolg van de vooropplaatsing van de tijdsbepaling. Deze ordening is gemarkeerd (want de tijdsbepaling krijgt nadruk), en klinkt daarom onnatuurlijk. In (1a) staat het te contrasteren element ergens midden in de zin, en dat is evenmin natuurlijk. 151.r21 Ontkenning van overige zinsdelen Ook andere zinsdelen dan de basiselementen kunnen ontkend worden, al dan niet met een expliciete uitdrukking van contrast:
Kirro prate nert mas. 'We vertrekken niet morgen.' 151.r22 Als een additivische bepaling door lo gemarkeerd wordt, kan het ontkenningswoord zowel vóór als achter lo staan:
a. Do ef jôrm verfute nert lo tiyt. =
a. Óps pliyfone nert lo ysp. = Omdat we ervan uitgaan dat lo deel uitmaakt van het gehele zinsdeel, zijn de b-zinnen voorbeelden van ontkenningen op woordniveau (zie § 151.s13). Voor lo, zie Hoofdstuk 93. 151.r60 Als noi gebruikt wordt om een addit.bepaling direct achter het predikaat te ontkennen, kan het beter achter lo geplaatst worden, omdat noi anders ook begrepen kan worden als een ontkenning van het predikaat (zie § 151.q3). Vergelijk:
a. Do ef jôrm verfute noi lo tiyt. = 151.r48 Nert en noi in vaste verbindingen Het Spokaans kent een hele reeks add.n die (vrijwel) uitsluitend predikatief gebruikt worden, en die een vaste verbinding met nert en/of noi kunnen vormen. Hierbij zijn drie mogelijkheden:
(i) het add. is een nadere specificatie bij nert en/of noi; Deze drie groepen worden besproken in Afdeling F (vanaf § 151.p1F). 151.r19 Idiomatische uitdrukkingen In idiomatische uitdrukkingen, waarbij twee of meer zinsdelen een vaste verbinding met een vaste betekenis vormen, is het onmogelijk om slechts één van deze zinsdelen te ontkennen. Zo'n ontkenning zou immers inhouden dat dit zinsdeel semantisch gecontrasteerd wordt met een ander zinsdeel, en zo'n contrast bestaat niet omdat het ontkende zinsdeel binnen de idiomatische uitdrukking geen "eigen" betekenis heeft. In de volgende voorbeelden is de idiomatische uitdrukking onderstreept; in de b-zinnen is getoond dat het ontkennen van één van de elementen in de onderstreepte sequentie leidt tot een letterlijke interpretatie met contrastwerking. Dit is meestal semantische onzin:
(1) a. Gress sen luste beri fesoume luft Brefcôch.14
(2) a. Do fisae ðÿm klâm.15
(3) a. Do otostindo pipar, janof do nert lelperro ef pevutro rifo eft cômputer. 151.r20
Uit de voorbeelden in § 151.r19 blijkt dat toevoeging van een ontkenningswoord tot verschillende grammaticaliteit kan leiden: zin (1b) wordt door de meesten niet als "ongrammaticaal", maar wel als "semantisch vreemd" beoordeeld (alleen degenen die per definitie elke verandering in een idiomatische constructie ongrammaticaal vinden, zoals Kojen Pôt, zullen ook (1b) ongrammaticaal vinden. 151.r29 Vergelijk nu:
a. Ef menester ef ÿrgyrosz pai ef cÿrna'eche-cômišo nert paine
Zin a. bevat een ontkenning op zinsniveau: hier is sprake van een contrastloze presentatie van een negatieve SvZ. In zin b. is het subject ontkend, wat inhoudt dat iemand anders dan de minister de beschuldigingen naast zich neer heeft gelegd (hieruit zou geconcludeerd kunnen worden dat de minister zich wel iets van de beschuldigingen heeft aangetrokken). 151.x27 In één zin kan meer dan één zinsdeel ontkend worden, hoewel dat dikwijls tot onduidelijke, stroeve constructies leidt. Bijvoorbeeld:
(1) Eup nert ef oto lorerde nert ðÿm eft baso. In (1) zou nert ðÿm eft baso 'niet zonder reden' vervangen kunnen worden door lef eft baso 'met [goede] reden'; zin (2) lijkt hetzelfde te betekenen als:
(3) Stus kafte kusami lilt [iftam] tjâg dollars. 151.x28 In één zin kan een zinsdeel ontkend worden terwijl bovendien de hele zin ontkend wordt. Zulke constructies zijn veel natuurlijker dan die met twee ontkende zinsdelen, zoals besproken in § 151.x27. Bijvoorbeeld:
Do ef argerat nert ilbaje nert fes proba .
Het eerste nert ontkent de gehele SvZ HIJ HEEFT DE DEUR NIET MET OPZET DICHTGEDAAN, en het tweede nert ontkent het zinsdeel fes proba. 151.x29 Nog een voorbeeld:
(1) Noi ef demonstrašo sen nert wencate, tur iftam ef gadros mintof ef. Hier wordt de gehele zin met nert ontkend, en binnen dit domein wordt het subject ef demonstrašo met noi ontkend en tegelijkertijd gecontrasteerd met ef gadros. In de elliptische tur-zin is het ontkende predikaat sen nert wencate weggelaten. In § 132.120 is uitgelegd dat in het geval van twee corefererende predikaten het ene ook door het spoor paine vervangen kan worden, in plaats van geheel weggelaten worden. Als we in (1) paine gebruiken, moet dit wel ontkend worden. Als daarentegen het tweede corefererende predikaat door het spoor idem vervangen wordt (§ 132.37), blijft een ontkenning in de tur-zin achterwege. Vergelijk:
(1') a. Noi ef demonstrašo sen nert wencate, tur iftam ef gadros nert paine Paine is een werkw.vervanger, maar idem is een zinsdeel-vervanger, en omdat nert als deel van een zinsdeel beschouwd wordt, valt dit onder de vervanging door idem. Zie ook § 132.124-125 voor het verschil tussen idem en paine. 151.n1 Het gebruik van nÿf 'geen' Als een zinsdeel algeheel onbepaald is (d.w.z. het zinsdeel duidt een entiteit of verzameling van entiteiten aan die noch voor de spreker noch voor de hoorder identificeerbaar is16), krijgt een subst. in het enkelvoud het onb.lidw. eft; stoff. en meervoudige subst.n hebben in het geheel geen lidw. Het een en ander volgens het volgende schema:
onb.lidw. eft:
geen lidwoord: 151.s37 Voorbeelden (afwezigheid van een lidw. is aangegeven met Ø):
Gress lorertavy eft kelde-cheba otoC. 'Ik wil een tweedehands auto kopen.' 151.s32 Algeheel onbepaalde zinsdelen zoals bedoeld in § 151.n1 kunnen in principe niet met nert of noi ontkend worden (voor de uitzonderingen, zie § 151.s35-s40). In plaats van deze ontkenningswoorden wordt het onb.vnw. nÿf 'geen' (Blok 52.11 en § 52.12 14) gebruikt. Omdat nÿf nooit met een lidwoord gecombineerd kan worden, wordt nÿf tot de lidw.vervangende voorn.woorden gerekend, hoewel er van "vervanging" feitelijk geen sprake is.17 Vergelijk het gebruik van nÿf met nert. In de a-zinnen wordt een algeheel onbepaald zinsdeel (vetgedrukt) ontkend en (al dan niet expliciet) gecontrasteerd met een ander algeheel onbepaald zinsdeel. In de b-zinnen gaat het om een bepaald (= identificeerbaar) zinsdeel dat ontkend en gecontrasteerd wordt:
(1) a. Do lelperre nÿf mimpits. 'Hij heeft geen boeken.'
(2) a. Nÿf pleko melde fes ef amâr. 'Er zit geen zand in de emmer.' 151.s33 Omdat nÿf altijd gevolgd moet worden door een meervoudig subst. (tenzij het stoffelijk is), wordt dikwijls een meervoudige vorm gebruikt terwijl de oppositie enkelvoud~meervoud als zodanig niet bestaat of irrelevant is. Met name bij abstr. en semi-concr. subst.n is het gebruik van een meervoudsvorm opvallend:
(3) a. Do tiffe nÿf rovretosz. 'Hij kent geen liefde.'
(4) a. Do stjece nÿf jalorsiys ur nÿf porforiy.
Omdat jalorsiy 'jaloezie' een semi-concr.subst. is, krijgt het, evenals alle concr. subst.n, in het meervoud een -s (Blok 30.5). Omdat porforiy als abstr.subst. op -iy eindigt, blijft het meervoud ongemarkeerd (§ 30.40). 151.s34 Let op dat ook concr.subst. in het meerv. kunnen staan, terwijl er feitelijk van een enkelvoud sprake is:
VS: Aftel tu lelperre eft oto? 'Heb je een auto?' Willen we beslist uitdrukken dat het om één auto gaat, dat moet er een bep.lidw. gebruikt worden, omdat *nert eft oto ongrammaticaal is: (1) AG: Noft, gress lelperre nert ef oto. 'Nee, ik heb geen auto.' In het algemeen geldt: nÿf + XMV = nert ef + XENK. Als zin (1) gebruikt wordt als antwoord op de vraag "heb je een auto?", vertelt de context ons dat het zinsdeel nert ef oto als "onbepaald" (dus als 'geen auto') geïnterpreteerd moet worden. Er zijn natuurlijk ook contexten mogelijk waarbij dit zinsdeel als "bepaald" (dus als 'niet de auto') begrepen moet worden, zoals in:
(situatie: de auto en de wasmachine zijn beide kapot) 151.s28 Nog een voorbeeld:
(1) VS: Kette-tûe curmel ef letra kaf ef kelbra ón gress, miss? Het antwoord in (1) impliceert dat AG veel andere dingen op tafel ziet liggen, maar geen brieven, dus ook niet de brief waar VS op doelt. Hier wordt dus een contrast uitgedrukt tussen "een verzameling dingen (geen brieven)" en "een verzameling brieven". Vergelijk dit met de volgende antwoorden:
(2) a. AG: Gress zerfe nert ef letra. 'Ik zie niet de brief.' 151.s29 Antwoord (2a) impliceert dat AG iets op tafel ziet liggen, maar dat dat niet de bewuste brief is; hier bestaat dus een contrast tussen "een ding (niet de brief)" en "de brief". (2b) en (2c) zijn ontkenningen op zinsniveau: deze antwoorden zijn adequaat als er helemaal niets op tafel ligt, zodat er ook geen contrast uitgedrukt kan worden. Er is nog een subtiel verschil tussen (2b) en (2c): in (2b) drukt het bepaalde lidw. ef uit dat AG weet over welke brief VS het heeft (ofwel: de brief is voor AG identificeerbaar). In (2c) drukt eft uit dat AG de brief niet kan identificeren (en ook niet de kans krijgt om dat te doen want die brief is er niet). 151.n3 Het onderscheid tussen (a.) "bepaald" en (b.) "algeheel onbepaald" wordt tenslotte nog verduidelijkt aan de hand van de volgende vraag/antwoordparen. Let ook op de c-zinnen waarin de gehele SvZ wordt ontkend; in dat geval is het onderscheid "bepaald"~"onbepaald" irrelevant:
(1) a. VS: Aftel stus enn ef jôl minkede? 'Hebben ze het goud gevonden?'
(2) a. VS: Aftel ef letra mešana? 'Is de brief aangekomen?' 151.n8 Let ook op de volgende constructie:
(1) Do otostindo pipar, janof do lelperro ef pevutro rifo nÿf cômputers. Ondanks het algeheel onbepaalde karakter van "computer" kan het Nederlands hier geen geen gebruiken, omdat er een voorz. aan voorafgaat. Vergelijk: "hij typte alles uit omdat hij geen computer had". In het Spokaans kan nÿf hier wel gebruikt worden. Vergelijk (1) met (2), waarin de SvZ ontkend wordt:
(2) Do otostindo pipar, janof do nert lelperro ef pevutro rifo eft cômputer. 151.s39 Zinsdelen die met nÿf zijn ontkend, lijken soms een minder duidelijk contrast uit te drukken dan zinsdelen die met nert of noi zijn ontkend. Vergelijk:
a. Ef 'jan, fartelira kusama lango ef klarbÿr, lelperre-armt nert ef bof.
Bij a. wordt allereerst gedacht aan een kledingstuk dat qua functie contrasteert met een broek. We vragen ons af: "wat heeft hij dan wèl aan in plaats van een broek?", en kunnen concluderen dat hij dan wel een rok of jurk zal dragen.
c. Ef 'jan, fartelira kusama lango ef klarbÿr, nert lelperre-armt eft bof.
In c. wordt expliciet gezegd dat de jongen in zijn blote billen loopt, want "geen broek aanhebben" is hier identiek aan "het lichaamsdeel dat normaliter met een broek is bedekt, is nu onbedekt". 151.s38 Nÿf komt in een aantal idiomatische verbindingen voor waarbij de contrastwerking meestal geëlimineerd is (d.w.z. nÿf treedt op als een ontkenning op zinsniveau). Voorbeelden:
nÿf effer = nÿf vluquos 'geen enkele; niet één':
... ur nÿf lelpirus 'als geen ander':
Elliptisch in opschriften ed.:
Emfatische/beeldende zinsontkenning:
Overig idioom: 151.s35 In twee gevallen is het toegestaan om nert of noi met het onbep.lidw. eft te verbinden:
i. bij een expliciete uitdrukking van contrast, zie § 151.s36 151.s36 In de a-zinnen ontbreekt een expliciet contrast; hier kan alleen nÿf of nert ef gebruikt worden. In de b- en c-zinnen wordt een contrast expliciet uitgedrukt; hier is nert [eft] of noi [eft] wèl mogelijk:
(1) a. i. Gress zerfe nÿf letras. 'Ik zie geen brieven.'
(2) a. i. Tek nÿf usynn paine fes ef flest. 151.x23 Vergelijk:
(1) a. Aftel Tek lelperre eft hupspitter? 'Heeft Tek een motorfiets?'
Zin (1a) is een neutrale vraag: de vraagsteller weet niet of de SvZ TEK HEEFT EEN MOTORFIETS waar of onwaar is, en het antwoord kan zijn "ja" of "nee". 151.s41 Nog een voorbeeld:
(2) a. Aftel tu ketto ef smurf ón eft trott? Zin (2a) is een neutrale vraag: de vraagsteller weet niet of de SvZ JIJ HEBT HET GELD AAN EEN ZWERVER GEGEVEN waar of onwaar is, en het antwoord kan zijn "ja" of "nee". Bij (2b) geeft de vraagsteller te kennen dat hij denkt dat "jij" het geld niet aan de/een zwerver hebt gegeven, en wil nu weten aan wie "jij" het geld dan wèl hebt gegeven. Antwoord kan zijn "ja" (próp) of "ik heb het geld aan X gegeven" (X??/de/een zwerver). 151.s40 Ja/nee-vragen waarin een zinsdeel ontkend wordt met nÿf, zijn ongrammaticaal, zoals:
* Aftel Tek lelperre nÿf hupspitters? 'Heeft Tek geen motorfiets[en]?' De ontkenning op zinsdeelniveau middels nÿf houdt altijd een gelijktijdig contrast in, en zo'n contrast is onverenigbaar met het karakter van een ja/nee-vraag. 151.p1D ad § 151.p1 D. Ontkenningen op woordgroepniveau Onder "woordgroep" verstaan we een hechte sequentie van woorden, die deel uitmaken van een zinsdeel. Zo'n groep woorden kan vaak zelf ook als zinsdeel optreden; het betreft dikwijls een voorz.bepaling. In de volgende voorbeelden zijn de vetgedrukte delen zinsdelen, en de onderstreepte delen woordgroepen:
Ef liftkar én bliynt én blâcs merater tassa lo koffon rifonn ef mittors. In het laatste voorbeeld bestaat het subject uit drie, en het object uit twee lange woordgroepen. Dergelijke woordgroepen zijn dikwijls voorz.bep.n die niet los gezien kunnen worden van een andere woordgroep. 151.r30 Woordgroepen kunnen - zeker als het volwaardige voorz.bep.n zijn - dikwijls ontkend worden door nert/noi ervoor te plaatsen. Bijvoorbeeld (zie ook § 151.r29 zin d.):
(1) Do pilde ef letra kaf ef nregtâ nert fes ef pâlriy. 151.r31 In de spreektaal worden dergelijke ontkenningen op woordgroepniveau dikwijls vermeden. Als alternatief is dan een ontkenning op zinsdeelniveau ((1') en (2')), of een bijzin ((3')) mogelijk. Vergelijk (1)-(3) in § 151.r30 met:
(1') Do pilde ef letra nert kaf ef nregtâ nert fes ef pâlriy. 151.r32 Als het contrast expliciet wordt uitgedrukt, moet er rekening met het bereik van de ontkenning gehouden worden. Vergelijk:
a. Gress tiffe ef merater noi armt ef doffiy bidale-kas, tur iftam armt ef Omdat in b. ef merater binnen de reikwijdte van noi valt, moet dit element in de contrasterende tur-zin herhaald worden (hier in de vorm van het pers.vnw. do). In a. valt ef merater buiten de reikwijdte van noi. 151.r16 In sommige gevallen is het niet zo duidelijk of we een voorz.bep. nu als zelfstandig zinsdeel, dan wel als woordgroep (= deel van een groter geheel), moeten beschouwen. Een klassiek probleem zijn de voorz.bep.n met rifo die een gen.bep. kunnen vervangen. Vergelijk:
(1) a. Moffain melde nert Elsaex ef mariant.
(2) a. Moffain melde nert ef mariant rifo Elsa.
In (1) vormt de gen.bep. Elsaex ef mariant één zinsdeel, dat niet opengebroken kan worden door een ontkenningswoord; (1b) is dan ook ongrammaticaal. Zin (1a) wordt het liefst zo geïnterpreteerd dat de gehele gen.bep. ontkend wordt, maar we kunnen nert ook beschouwen als een ontkenning bij alleen Elsaex (dus een ontkenning op woordniveau, zie § 151.r17). 151.r18 Vergelijk ook:
(1) a. Óps uše nert ef ofiss rifo sener kleter lebet-glyda. (1a) en (2a) zijn correct, want hier ontkent nert een geheel zinsdeel (waarbij we niet met zekerheid kunnen zeggen of in (1a) ook rifo sener kleter lebet-glyda bij dat zinsdeel hoort). (1b) is voor velen niet acceptabel omdat nert het onderstreepte zinsdeel openbreekt. Daarentegen is (2b) voor iedereen grammaticaal omdat de rifo-bepaling een zelfstandig zinsdeel vormt (het werkw. cÿrbare rifo 'voorzien van' is een prep.werkw.). 151.s15 Woordgroepen zijn als zodanig gemakkelijk te herkennen als het voorz.bep.n zijn die een hechte verbinding hebben met de woordgroep ervóór. Zulke voorbeelden zijn te vinden in § 151.p1D/r32. Minder duidelijk zijn woordgroepen binnen een gen.constructie zoals genoemd in § 151.r16. Ook in het volgende voorbeeld zijn de woordgroepen tamelijk vaag:
(1) Do noi ef kuntaro én ântikiy ki kélbÿ póbare ón ef colyatjen, tur iftam ef De cursieve addit.nevenschikking is een woordgroep, maar kan niet als zodanig expliciet ontkend worden door er een ontkenningswoord direct ervóór te zetten (in de trant van: *ef noi kuntaro én ântikiy kélbÿ). Daarom is in (1) ki toegevoegd, waardoor het zinsaccent op kuntaro én ântikiy komt te liggen, zodat het duidelijk is dat alleen deze woordgroep binnen de reikwijdte van noi valt, en dus gecontrasteerd wordt met palequeo (ofwel: de moderne kandelaar is niet gestolen). Het voegw. én vormt zo'n hechte verbinding tussen twee add.n dat ki altijd de gehele nevenschikking, en niet slechts een van de nevengeschikte leden, beïnvloedt. Ki in (1) kan dus nooit zo begrepen worden dat alleen ântikiy binnen zijn invloedssfeer ligt, ofwel dat alleen ântikiy met palequeo gecontrasteerd wordt. Voor ki, zie ook § 151.r26/s7. Voor én, zie ook § 120.74-78/90.
151.p1E ad § 151.p1 E. Ontkenningen op woordniveau Als een zinsdeel uit slechts één woord bestaat, is een ontkenning op woordniveau hetzelfde als een ontkenning op zinsdeelniveau. Dit is in de paragrafen hierboven besproken. Hieronder houden we ons alleen bezig met zinsdelen die uit meer dan één woord bestaan. 151.r26 Als een zinsdeel voorafgegaan wordt door nert of noi, kunnen deze ontkenningswoorden in principe ook een woord uit het zinsdeel ontkennen. Zulke constructies zijn dus in principe ambigu. Vergelijk: (1) Eup nert lelmo kolai oto lorerde. 'Ze heeft niet deze gele auto gekocht.'
a. ontkenning van geheel zinsdeel (object): De vier verschillende lezingen in (1) worden in het Nederlands onderscheiden door verschillende zinsaccenten: het met kleine HOOFDLETTERS gedrukte woord krijgt telkens het zinsaccent, en contrasteert daarmee met een al dan niet nader genoemd element. Ook in het Spokaans bestaat een dergelijk verschil in zinsaccent. Alleen gaat dit altijd gepaard met de markeerder ki achter het te accentueren woord. In plaats van de 4 mogelijkheden in (1) krijgen we dan:
(1) a'. Eup nert lelmo kolai oto lorerde. In (1a') ontbreekt een specifiek accent, en daarom wordt ki hier niet gebruikt. Voor ki, zie verder § 133.30-41. 151.r27 Nog een voorbeeld (hier is ki reeds toegevoegd):
(2) Ef letra melde nert fes ef hogoritiy fselk rifo ef pâlriy.
a. ontkenning van geheel zinsdeel (voorz.bep.): 151.s7 Merk op dat feitelijk alleen het voorz. rifo in dit zinsdeel niet door nert ontkend kan worden. Dit omdat rifo qua betekenis niet kan contrasteren met een ander voorz. Accentuering van de lidw.n "de" en "het" is in het Nederlands wel mogelijk, maar in het Spokaans klinkt dit vreemd ((2c) en (2f)). Als een Spokaniër wil uitdrukken dat de brief niet in het kastje zit, maar in een van de kastjes, moet hij dit omschrijven, bijvoorbeeld:
(3) Ef letra melde noi fes ef pâlriy, tur iftam âs ér mip ef pâlriys. De expliciete uitdrukking van een contrast (zoals in (3)), maakt een gemarkeerd zinsaccent (en dus ook het gebruik van ki) overbodig. 151.s8 In plaats van de toevoeging van ki kan soms ook een woord ontkend worden door nert/noi hier onmiddellijk vóór te plaatsen. Dit gaat met name gemakkelijk bij add.n, mits er expliciet een contrast wordt uitgedrukt. Vergelijk (2d) met:
Ef letra melde fes ef noi hogoritiy fselk rifo ef pâlriy, tur iftam âs ef Merk op dat hier een syntactische parallelliteit ontbreekt: als noi direct voor hogorit staat, zouden we verwachten dat ook iftam direct voor lagitofotiy staat, zoals in:
* Ef letra melde fes ef noi hogoritiy fselk rifo ef pâlriy, tur âs ef iftam Maar de tamelijk gemarkeerde constructie met noi wordt niet overgenomen bij iftam (noi contrasteert een woord, iftam bepaalt een zinsdeel). 151.s17 Soms kan ook een subst. binnen een zinsdeel expliciet ontkend en gecontrasteerd worden. Vergelijk (2e) en (2f) met:
(4) Ef letra melde fes noi ef hogoritiy fselk rifo ef pâlriy, tur iftam âs ef [idem] Merk op dat bij de ontkenning van een subst. binnen een groter zinsdeel het ontkenningswoord niet onmiddellijk voor het subst. komt, maar voor de nominale woordgroep, d.w.z. vóór het lidw. (of lidw.-vervangende woord). In (4) betekent dit dat noi zelfs nog vóór het add. hogoritiy komt, zodat feitelijk ef hogoritiy fselk in zijn geheel ontkend en gecontrasteerd wordt. In zeer verzorgd taalgebruik moet in de tur-zin dit add. als spoor herhaald worden (in de vorm van idem). Ook hier weer bepaalt iftam het hele zinsdeel, terwijl noi alleen een reikwijdte op subst. niveau heeft. 151.s13 Voorbeelden van ontkenning op woordniveau zijn ook te vinden in zinnen als:
Do ef jôrm verfute lo noi tiyt. 'Hij heeft de dakgoot niet NETJES geverfd.' Omdat lo tiyt en lo krono als gehele zinsdelen optreden, zijn de ontkenningen lo noi tiyt en lo nert krono dus ontkenningen op woordniveau. 151.r28 Vergelijk ook het gebruik van ki bij de volgende contrasteringen:
Pârare noi merater ki Vijona tur iftam mosjeus kirnem rifo ef garrent. De tur-bijzin staat hier als een elliptische constructie zonder pauzes (= komma's) direct achter het zinsdeel waarin de ontkenning te vinden is, dat is merater Vijona. Deze verregaande integratie van de bijzin in de hoofdzin maakt het mogelijk dat alleen het te contrasteren woord (mosjeus resp. Gâlpales) nog genoemd wordt. 151.s42 Staat de tur-bijzin als min of meer zelfstandige eenheid achter de hoofdzin, dan is het beter om alle elementen van het ontkende zinsdeel te herhalen, eventueel ook ki, dus:
Pârare noi merater ki Vijona kirnem rifo ef garrent, tur iftam mosjeus [ki] 151.r17 Bij gen.bep.n kan het eerste lid (d.w.z. het woord met het gen.suffix ontkend worden, het tweede lid (fundament) echter niet, omdat een gen.bep. zich niet laat openbreken. Vergelijk:
(1) a. Moffain melde nert Elsaex ef mariant. Zie verder § 151.r16 voor deze constructies. 151.r33 Als een predikaat samengesteld is uit een hulpwerkw. (= doelwerkw. of modaal werkw.) gevolgd door beri + infinitief (Blok 81.9 en § 81.29), kan nert/noi het hulpwerkw. binnen dit zinsdeel ontkennen:
(1) Eup nert jóche beri perane ef torozaÿs. Eventueel kunnen (1) en (2) ook zo opgevat worden dat het gehele predikaat (doelwerkw. + beri + infinitief) ontkend wordt. Zie § 151.x10. 151.r34 Een expliciete ontkenning van het hulpwerkw. is mogelijk door het met ki emfase te geven; vergelijk (1) en (2) uit § 151.r33 met:
(1') Eup nert jóche ki beri perane ef torozaÿs. '(idem)' Ook in (3) en (4) kan ki toegevoegd worden, hoewel het expliciet uitgedrukte contrast tussen "wel doen" maar "er geen zin in hebben", en tussen "moeten" en "mogen" al duidelijk genoeg is:
(3') Reparere gress ef pot njame-jéns mas, taufen gress nert luste ki beri paine ef. 151.x11 Een andere mogelijkheid is om voor een bijzin te kiezen, zodanig dat hulp- en hoofdwerkw. ieder in een eigen zin staan (zie ook § 81.27-28). Vergelijk (1')-(4') hierboven met:
(1'') Eup nert jóche, den [eup] perane ef torozaÿs. '(idem)' Zin (3'') is niet echt grammaticaal omdat de uitdrukking van contrast ("repareren" tegenover "geen zin hebben [om te repareren]" al expliciet gegeven wordt. Bovendien is de den-bijzin een nogal overbodige toevoeging omdat deze niet meer bevat dan een aantal sporen die eerder genoemde elementen herhalen (gress, ef = ef pot njame-jéns en paine = reparere). Deze bijzin kan beter achterwege blijven.1 151.r35 In een samengesteld predikaat (hulpwerkw. + beri + infinitief) kan nert/noi ook alleen de infinitief ontkennen. Deze partiële ontkenning kan impliciet zijn, maar duidelijk worden door een expliciet uitgedrukt contrast (zoals in (1)). Hij kan ook expliciet uitgedrukt worden met ki (zoals in (2)):
(1) Eup noi jóche beri perane ef torozaÿs, tur iftam beri lardare tem jadâk mink. In (2) hebben perane en bemesten duidelijk het zinsaccent. 151.r36 Omdat de combinatie van hulp- en hoofdwerkw. als een syntactische eenheid gezien wordt, kan deze niet door een ontkenningswoord opengebroken worden:
* Gress trije nert beri dakre do. Zie ook § 81.27. 151.r37 Als een predikaat samengesteld is uit een hulpwerkw. gevolgd door beri + infinitief, kan de infinitief expliciet ontkend worden door deze als finiete vorm in een den-bijzin op te nemen, en die te ontkennen. Vergelijk (1)-(3) uit § 151.r33 met:
(1) Eup jóche den [eup] nert perane ef torozaÿs. Zulke den-bijzinnen zijn normaliter ongebruikelijk (volgens sommigen ongrammaticaal) als de hoofdzin een werkw. bevat dat als doelwerkw. (dus met beri + infinitief) kan optreden; alleen bij expliciete ontkenningen zoals in (1)-(3) zijn zulke constructies toegestaan. Zie hiervoor ook § 81.27-28. Zie ook het gebruik van een den-bijzin om het hulpwerkw. expliciet te ontkennen in § 151.x11. 151.s20 Binnen een predikaat met een positioneel werkw. kan alleen het hoofdwerkw. ontkend worden Vergelijk ook § 151.s12.
(1) Yvonn noi slape ur feldre tur iftam pinzole idem. In (1) wordt "slapen" gecontrasteerd met "mediteren", in (2) is er een contrast tussen "aanstaren" en "observeren". Het spoor idem vervangt in beide zinnen de positionele uitdrukkingen ur feldre "zitten te ..." en ur zirde "liggen te ...". Als idem achterwege blijft, krijgen we een ontkenning op zinsdeelniveau (zie (1b) en (2b) in § 151.s12). 151.s21 Binnen een predikaat met een positioneel werkw. kan alleen het positionele werkw. ontkend worden Vergelijk ook § 151.s12.
(1) a. Yvonn noi slape ur feldre ki tur iftam paine ur giffe [ki]. Zoals (1a) en (2a) tonen, staat het ontkenningswoord vóór het gehele predikaat, waarbij ki aangeeft dat slechts een deel van het predikaat (in dit geval: het positionele werkw.) wordt ontkend, en gecontrasteerd met een ander positioneel werkw. De b-varianten zijn ongrammaticaal omdat hier het ontkenningswoord binnen het predikaat staat. 151.s22 Vergelijk § 151.s21 (2b) met:
(3) Petriy lâlijeuve ef merrelira dynes ur [do] nert obezjere, do crÿje wânta. In (3) gaat het om een nevenschikking van twee zinnen. Hier is het natuurlijk goed mogelijk om alleen het werkw. in de tweede zin te ontkennen en contrasteren met een ander predikaat. 151.p1F ad § 151.p1 F. Idiomatische ontkenningen Onder idiomatische ontkenningen verstaan we constructies waarin de ontkenningswoorden nert en noi een vaste verbinding aangaan met een ander woord, zodanig dat de betekenis van de gehele constructie onvoorspelbaar is, en/of zodanig dat nert en noi niet vrijelijk door elkaar gebruikt kunnen worden. Een duidelijk voorbeeld is de frase noi kerru die met 'ook niet' vertaald moet worden (en niet met *"niet ook"). Bovendien blokkeert deze idiomatische frase de varianten *nert kerru, *kerru nert en *kerru noi. De meeste idiomatische ontkenningen bevatten een pred.add., maar in § 151.x28-$$ worden een aantal andere gevallen besproken. 151.s25 Nert en noi in vaste (idiomatische) verbindingen In § 151.r48 is er reeds op gewezen dat nert en noi in idiomatische constructies met pred.add.n kunnen voorkomen. Er zijn hier drie mogelijkheden:
(i) het add. is een nadere specificatie bij nert en/of noi; Bij het Commentaar en voorbeelden in § 151.s3 zullen we ons beperken tot ontkenningen op zinsniveau. Ontkenningen op lagere niveaus worden behandeld in § 151.t1-$$. 151.s2 ad § 151.s25 (i) Additief is nadere specificatie bij nert/noi De primaire betekenis "niet" die nert en noi hebben kan op verschillende manieren extra benadrukt, afgezwakt, of betwijfeld worden door middel van een nader specificerend add. De meest algemene vormen zijn hieronder opgesomd. Voor een meer gedetailleerde behandeling wordt verwezen naar de desbetreffende lemma's in de woordenboeken. De nummers 1.-13. verwijzen naar het commentaar en de voorbeelden in § 151.s3.
I ârt 'vast, zeker' > 1. ârt nert 'vast niet' Het Spokaans kent ook een hele reeks add.n die de ontkenning "in zich dragen", vergelijk lich 'eigenlijk' en liyche 'eigenlijk niet'. In zulke gevallen is een combinatie van het positieve add. met nert/noi onmogelijk: *lich nert/noi of *nert/noi lich. Zie verder § 151.r38-$$. 151.s3 Commentaar en voorbeelden
1. ârt nert/noi 'vast niet' en brôep nert 'beslist niet':
Ârt nert 'vast niet' drukt een sterk vermoeden (van de spreker uit); brôep nert is een emfatische variant van nert. In het Nederlands kunnen beide uitdrukkingen ook met 'zeker niet' vertaald worden, maar dan gaat het betekenisverschil voor een deel verloren. Ârt kan bij sterke contrastwerking ook door noi gevolgd worden, maar brôep wordt nooit door noi gevolgd, omdat noi zelf al een emfatische component heeft, de vorm *brôep noi wordt daarom als een contaminatie gevoeld.
2. bloirâ noi 'juist niet; nu net niet' en ÿrô noi 'juist niet; net niet': Bloirâ noi drukt prototypisch een contrast uit: algemeen wordt aangenomen dat iets het geval is, maar in werkelijkheid is dát nu juist niet het geval. Ÿrô noi drukt uit dat iets bijna het geval is. Vergelijk ook:
c. Ef Zâmporementec ef lacsplan fesputte bloirâ noi. In c. klinkt een eigenwijsheid door: er is een wetsvoorstel, iedereen denkt dat het aangenomen wordt, maar nee, de Volksvertegenwoordiging beslist anders. In d. wordt gesuggereerd dat er een stemming heeft plaatsgevonden, waarbij het aantal tegenstemmers net iets groter is dan het aantal vóórstemmers: het had weinig gescheeld, of het wetsontwerp was wèl aangenomen.
3. brôepwet3 noi 'alweer niet': Brôepwet noi 'alweer niet' drukt uit dat een bepaalde afspraak of plicht verscheidene keren niet is nagekomen, en dat de spreker hier ontstemd over is. Brôepwet noi wordt (vanwege de emotionele lading) als een "zware" bepaling gevoeld, en komt daarom bij voorkeur aan het einde of aan het begin van de zin.
4. calyje noi 'niet eens; zelfs niet': Calyje noi staat als reguliere addit.bepaling direct achter het predikaat. In de Nederlandse equivalenten lijkt 'niet eens' vaak een adequatere vertaling dan 'zelfs niet' (hoewel beide uitdrukkingen synoniem heten te zijn).
5. gei noi 'in/over het algemeen niet'4: Gei noi gedraagt zich net zo als noi, wat wil zeggen dat het als zinsontkenning zowel direct vóór als direct achter het predikaat mag staan. Vergelijk de zinsontkenning in b. met:
c. Gei Leon melde nert terat cÿrtiriy ki[, tur do flifadose jazy]. In c. ontkent nert het zinsdeel terat cÿrtiriy ki, terwijl gei een vooropgeplaatst pred.add. is.
6. lilt nert = ment noi 'vaak niet': Hier wordt lilt nert = ment noi als zinsontkenning opgevat, en daarom staat de constructie vóór het predikaat. Omdat een vorm als *lilt noi ongrammaticaal is, en lilt nert een vaste uitdrukking is, mag deze ook áchter het predikaat komen, zoals dat gebruikelijk is voor alle pred.add.n: Do cralove lilt nert kaf ef ÿrôm. = Do cralove ment noi kaf ef ÿrôm. '(idem)' Let op: het is lilt nert en niet *lilt noi, maar het is ment noi en niet *ment nert. Beide vormen zijn synoniem. Vergelijk ook § 151.r63 5. noi lilt/ment.
7. menokka nert = menokka noi 'soms niet': Menokka nert/noi staat meestal op de reguliere pred.add.-positie achter het predikaat, maar kan bij emfase of contrast ook gemakkelijk aan het begin of einde van de zin verschijnen. Vergelijk ook:
Do cralove kaf ef ÿrôm menokka noi menokka iftam. De vorm menokka noi menokka iftam vormt één zinsdeel met een gelexicaliseerd karakter, want de onderliggende betekenis is: "zo nu en dan".
8. otse noi! = otse noft! 'welnee!; niet waar!': Vergelijk ook:
Gress nert hozâve den tu melde kinur. - Otse siy! Otse noi/noft/siy komen vrijwel uitsluitend als geïsoleerde reacties op een bewering voor, en het add.III otse komt in geen enkele andere context voor. In het Oudspokaans kon otse in de betekenis 'voorwaar' gebruikt worden, zoals in de volgende bijbeltekst (±1700):
† Otse ti5 otse gress reppe ón kirnem; âme ef hay-skât noi tasse én doéte fes
9. pijâ nert = pijâ noi 'in het geheel niet; überhaupt niet': Pijâ nert/noi staat meestal op de reguliere pred.add.-positie achter het predikaat, maar kan bij emfase of contrast ook gemakkelijk aan het begin of einde van de zin verschijnen.
10. pordel nert 'bijna niet' en quoss nert 'nauwelijks': De ontkennende vorm quoss nert wordt begrepen als een emfatische variant van quoss, die alleen in de spreektaal acceptabel is. Quoss nert wordt door velen beschouwd als een contaminatie van quoss en pordel nert 'bijna niet'. Omdat pordel nert en quoss nert als "zware" zinsdelen beschouwd worden, komen deze in principe achteraan de zin. Quoss 'nauwelijks' wordt als een lichtere variant beschouwd die op de reguliere pred.add.-positie direct achter het predikaat verschijnt.
11. prôchôk nert = prôchôk noi en tôxiy nert = tôxiy noi 'waar- Prôchôk nert/noi en tôxiy nert/noi kunnen beide op de reguliere pred.add.-positie achter het predikaat optreden. Echter, in a. is prôchôk nert/noi naar het einde van de zin verschoven omdat de tijdsbepaling mas 'morgen' deze reguliere pred.add.-positie reeds ingenomen heeft.
12. quista nert = quista noi 'helemaal niet; volstrekt niet': Quista nert/noi staat in principe op de normale pred.add.-positie achter het predikaat, maar bij emfase of contrast is ook een positie aan het begin of einde van de zin mogelijk. In de spreektaal gedraagt quista nert zich soms als nert, d.w.z. het staat onmiddellijk vóór het predikaat, zoals in: £ Ef kleter regliše quista nert ÿrðaage ón gress. '(idem)'
13. šalo noi 'meestal niet'6: Šalo noi staat meestal op de reguliere pred.add.-positie achter het predikaat, maar kan bij emfase of contrast ook gemakkelijk aan het begin of einde van de zin verschijnen. 151.r52 ad § 151.s25 (ii) Nert en/of noi vormt ontkenning bij additief In principe gaat het om de ontkenning van de "aanwezigheid" van het add., wat tegelijkertijd de "aanwezigheid" van een contrast inhoudt, bijvoorbeeld:
Lerdu obezjere noi lendiy, tur iftam riyfain.
A: Tek haóge quoss, kluft reppelije blul lóf ef gadros. In zinnen waarin een contrast expliciet gegeven wordt, kan elk pred.add. met nert of noi ontkend worden, geheel analoog aan de ontkenning van welk zinsdeel dan ook (zie § 151.r21). De extra nadruk die de contrastieve elementen krijgen, kan in het Spokaans gemarkeerd worden met ki, zoals in:
Dena ÿrasatjen ÿrôme noi bloirâ ki tur iftam har ef tork nâk [ki]. 151.s5 ad § 151.s25 (iii) Combinatie van nert/noi met additief heeft gelexicaliseerde betekenis In § 151.r52 is getoond hoe de intrinsieke betekenis van een pred.add. ontkend kan worden, terwijl een contrastieve uitdrukking aangeeft welk andere add. dan wèl een adequate keuze is (volgens het stramien "niet X maar Y"). Als zo'n contrast achterwege blijft (dus alleen "niet X"), is het dikwijls onduidelijk wat er in de plaats van die "X" gedacht moet worden. Als voorbeeld kunnen de volgende zinnen dienen:
(1) Piet begrijpt de uiteenzetting niet nauwelijks, maar in het geheel niet.
Zin (1) is acceptabel als we aannemen dat de spreker de uiting van een ander corrigeert (vergelijk ook het gesprekje tussen A en B in § 151.r52).
Kaf dena ðôrcel sest moplariys hâftere noi lendiy. Noi lendiy 'niet zelden' is in principe een weinig zinvolle mededeling omdat "zelden" geen duidelijke tegenpool kent. Enerzijds contrasteert het met "vaak" en "altijd", anderzijds met "geheel niet". Als ongelukken "niet zelden" gebeuren, kan dit theoretisch dus betekenen dat ze hetzij nooit hetzij vaak hetzij altijd gebeuren (en alle mogelijke frequentiële gradaties hiertussen). Deze vaagheid is ongedaan gemaakt doordat zowel het Spokaanse noi lendiy als het Nederlandse niet zelden een min of meer gelexicaliseerde betekenis heeft gekregen, namelijk "heel vaak", met een eufemistische/ironische ondertoon. 151.s6 Blijft een expliciete uitdrukking van contrast achterwege, dan wordt de ontkenning van veel pred.add.n vaak op een specifieke manier geïnterpreteerd. De meest algemene vormen worden hieronder opgesomd. Voor een meer gedetailleerde behandeling wordt verwezen naar de desbetreffende lemma's in de woordenboeken. De nummers 1.-10. verwijzen naar het commentaar en de voorbeelden in § 151.r63. Hier worden alleen ontkenningen op zinsniveau behandeld. De lagere niveaus worden besproken in § 151.t1-$$.
III curmel 'misschien, wellicht' > 1. noi curmel 'misschien niet' Merk op dat in bijna alle gevallen noi gebruikt wordt (en dat nert dus onbruikbaar is). 151.r63 Commentaar en voorbeelden
1. noi curmel 'misschien niet' en noi cÿrlÿo 'eigenlijk niet; feitelijk niet'
Do nert chaquintecû spokânda ur gress noi kerru.
De vormen noi curmel, noi cÿrlÿo, noi gû en noi kerru hebben met elkaar gemeen dat in het Spokaans het pred.add. door noi (en nooit door nert) ontkend wordt, terwijl de Nederlandse equivalenten bestaan uit een bijwoord7 dat het ontkenningswoord niet nader specificeert. Dat het Spokaanse stramien "NIET + add." hetzelfde kan betekenen als het Nederlandse stramien "bijwoord + NIET" is een indicatie dat we hier met gelexicaliseerde betekenissen te maken hebben.
2. noi fit ..., fitfara 'niet zo ..., als': Het gelexicaliseerde karakter van noi fit blijkt uit het feit dat de positieve varianten van deze voorbeelden niet gevormd worden door weglating van noi, maar door een geheel andere constructie. Vergelijk a. en b. met:
a'. Do melde [pijâ] likkô flifados, fitfara tu miype. In a'. wordt het add.III likkô 'in gelijke mate' gebruikt, en in b'. staat de voegw.determinant lo 'zoals; gelijk'. Deze constructie worden nader besproken in § 143.$$/$$.
3. ur noi kûf 'niets anders dan': Ur noi kûf (lett. "en niet anders") staat als een soort nevengeschikt bijzinnetje achter de hoofdzin. Het heeft het karakter van een nader specificerende afterthought.10
4. noi lendiy/lett 'niet zelden': Noi lendiy/lett 'niet zelden' moet geïnterpreteerd worden als een eufemistische/ironische variant van "heel vaak". De vorm lendiy is algemeen Spokaans, terwijl lett voornamelijk op Centraal-Berref gebruikt wordt.11
5. noi lilt/ment 'niet vaak': In dit voorbeeld wordt "vaak" ontkend, en dus gecontrasteerd met "wel vaak". Omdat noi lilt als een "zwaar" zinsdeel wordt beschouwd, staat dit het liefst geheel vooraan of achteraan de zin. Vergelijk ook § 151.s3 6. lilt nert = ment noi.
6. fes noi litel 'allerminst': Fes noi litel staat als "zware" predikatieve bepaling het liefst aan het einde van de zin. We hebben hier te doen met een soort voorz.bepaling waarvan het fundament een add. (en geen subst.!) is; de betekenis is geheel gelexicaliseerd.
7. noi ne'âma 'wel' (nadruk op grote hoeveelheid): De uitdrukking noi ne'âma treedt in principe op als ontkenning op zinsniveau (achteraan de zin, of op de pred.add.-positie direct achter het predikaat), maar kan (vooral in de spreektaal) ook direct achter het zinsdeel verschijnen waarin de "grote hoeveelheid" wordt uitgedrukt. Vergelijk c. met:
c'. £ Do sener cradef mimpits noi ne'âma kette ón ef feslosos. Noi ne'âma lijkt in c'. meer het karakter van een ontkenning op zinsdeelniveau te krijgen (ontkenning van cradef mimpits).
8. nert ral tur zuf 'van te voren; bij voorbaat' (lett. "niet nu maar toen") en Nert ral tur zuf en nert vluf tur velk worden beschouwd als "zware" zinsdelen, en worden altijd aan het einde van de zin geplaatst. Het zijn de enige twee gelexicaliseerde constructies waarbij het add. door nert, en niet door noi, ontkend wordt (zie de lijst in § 151.s6). Dit is opmerkelijk omdat juist in de contrastieve uitdrukking "niet X maar Y" de voorkeur voor noi gegeven wordt (zoals in de frase noi X tur iftam Y 'niet X maar [wel] Y', zie § 151.s14). Bovendien blijft de positieve markering iftam 'wel' in bedoelde 2 constructies achterwege. Verwar nert ral tur zuf resp. nert vluf tur velk niet met:
a. Do ef rapors trempe noi ral tur iftam zûfiy.
In a. wordt ral met noi ontkend, en gecontrasteerd met zûfiy. Merk verder op dat hier het add.III zûfiy 'toen(tertijd); destijds' gebruikt wordt. Zuf 'toen' is tegenwoordig alleen nog als voegw. of determinant te gebruiken. In archaïsch Spokaans (tot eind 19e eeuw) kon zuf ook een add.III zijn (zoals dat nog het geval is in de vaste uitdrukking nert ral tur zuf).
9. noi riyfain 'niet altijd' en pert noi riyfain 'lang niet altijd': In a. en b. is riyfain een pred.add. Normaliter staat dit direct achter het predikaat, maar omdat deze positie reeds door een subj.add. is ingenomen (slamestiy in a.) en lutt in b.), komt het pred.add. hetzij aan het einde van de zin (in a.), hetzij aan het begin (in b.). Dit alles is uitgelegd in § 40.21/26. Pert noi riyfain is feitelijk een emfatische vorm van noi riyfain.
10. noi uss 'toch al niet' (lett. "niet toevallig"): Noi uss wordt beschouwd als een "zwaar" pred.add., dat daarom altijd aan het einde (soms aan het begin) van de zin komt. Het drukt de reden uit waarom de SvZ in de hoofdzin, of in de buitentalige context, ongewenst is. 151.s1 De verschillen tussen een nadere specificatie van nert enerzijds en een ontkenning van zo'n specificatie anderzijds zijn vaak nihil (tenzij een van beide vormen duidelijk gelexicaliseerd is). Alleen bij een expliciete uitdrukking van contrast komt dit verschil naar voren. Vergelijk:
(1) a. Gress stinde lilt na eft flappa ur noi lilt na eft potilast.
(2) a. Ber Knolbol ef bidale riyfain, tur ber Hirdo ef bidale noi riyfain. Zowel in het Spokaans als in het Nederlands is (2b) vreemd, omdat beide talen een apart woord voor "altijd niet" hebben: kvâ 'nooit'. 151.s16 Bij de idiomatische ontkenningen zien we bij expliciete contrastering soms een vorm van idiomatisch copiëren. Dat wil zeggen dat het stramien van de idiomatische uitdrukking gecopieerd wordt naar een andere uitdrukking die zo'n stramien feitelijk niet mag/hoeft te hebben. Bijvoorbeeld:
Do ef mimpit kuntiyre noi curmel oft iftam curmel. Normaliter worden 'misschien wel' resp. 'absoluut wel' vertaald met curmel iftam resp. gû iftam. Maar de omgekeerde rangschikking in noi curmel (i.p.v. *curmel noi) en noi gû (i.p.v. *gû noi) wordt nu overgenomen in de rangschikking van de vormen met iftam. 151.t2 Vergelijk:
(1) a. Petriy noi/*nert vende helkara zirrot, tur wencate iftam ef sért lóf ef
(2) a. Tek noi/*nert brae goe wananjâs, tur Ôrs larde iftam tevi tem. In de a-zinnen kan alleen noi gebruikt worden, en is nert ongrammaticaal, vanwege de expliciete tegenstelling met tur iftam ... 'maar wel ...' (het gaat hier om de vaste frase noi X tur iftam Y 'niet X maar [wel] Y'). In de b-zinnen komen de vaste frases ârt nert 'vast niet' en brôep nert 'beslist niet' voor. Hier kan nert niet door noi vervangen worden (zie § 151.s2), maar desondanks kan er een tegenstelling met tur iftam ... uitgedrukt worden. 151.t1 Idiomatische ontkenningen op lagere niveaus Als een add. een nadere specificatie bij nert/noi vormt (zie tabel in § 151.s2), moet een dergelijke constructie ook op een lager niveau gebruikt kunnen worden, daar nert en noi zonder deze specificatie dat ook kunnen. De volgende voorbeelden tonen dat dit inderdaad mogelijk is; een contrast kan zowel impliciet als expliciet zijn:
Ef zecesers melde lilt fes ef pânk, tur os sener hozâve-tiyn lilt nert fes ef korda. 151.t3 Vergelijk:
(1) a. Fes Spooksoliy stus pjôle šalo noi rifo goe politiycs, tur iftam âs goe
(1a) en (1b) zijn qua oppervlaktestructuur identiek, maar in hun onderliggende vrm verschillend, zodat ze ambigu zijn. In (1a) is sprake van de vaste frase šalo noi 'meestal niet', die gecontrasteerd wordt met tur iftam ... 'maar wel ...'. 151.t4 Dat (1a) en (1b) een verschillende onderliggende struktuur hebben, komt tot uiting als de woordvolgorde verandert. Vergelijk (1) met:
(2) a. Rifo goe politiycs stus pjôle šalo noi, tur iftam âs goe poirdÿfôsta. 151.t5 Omdat *šalo noi een vaste frase is, bestaat er geen alternatief *šalo nert. Daarom moeten in de volgende zin šalo en nert als onafhankelijk van elkaar opererende woorden beschouwd worden, ofwel, šalo is een pred.add. en nert is een ontkenning bij de voorz.bep. rifo goe politiycs:
Fes Spooksoliy stus pjôle šalo nert rifo goe politiycs. 151.t6 Hetzelfde geldt voor de andere vaste frases, zoals:
Eup byte lilt noi sener follus. De vaste frase is lilt nert, daarom kan *lilt noi niet als één zinsdeel beschouwd worden. Lilt is dus een pred.add. terwijl noi als ontkenning van sener follus optreedt. Dit wordt nog duidelijker bij een expliciet contrast als in:
Eup byte lilt noi sener follus tur iftam sener sientur. 151.t2 Vergelijk:
(1) a. Petriy noi/*nert vende helkara zirrot, tur wencate iftam ef sért lóf ef
(2) a. Tek noi/*nert brae goe wananjâs, tur Ôrs larde iftam tevi tem. In de a-zinnen kan alleen noi gebruikt worden, en is nert ongrammaticaal, vanwege de expliciete tegenstelling met tur iftam ... 'maar wel ...' (het gaat hier om de vaste frase noi X tur iftam Y 'niet X maar [wel] Y'). In de b-zinnen komen de vaste frases ârt nert 'vast niet' en brôep nert 'beslist niet' voor. Hier kan nert niet door noi vervangen worden (zie § 151.s2), maar desondanks kan er een tegenstelling met tur iftam ... uitgedrukt worden. 151.t7 De vaste frases uit § 151.s2 worden dikwijls opgesplitst in een apart pred.add. en een aparte ontkenning op zinsdeelniveau, als er een tur-bijzin met iftam volgt. Vergelijk:
a. Óps lorerde tôxiym/prôchôk noi ef mikar CD-gros. In a. wordt het cursieve zinsdeel door het vette deel ontkend. In b. wordt het cursieve zinsdeel alleen door noi ontkend, en gecontrasteerd met het onderstreepte zinsdeel. Het pred.add. tôxiym/prôchôk geldt ook als bepaling in de tur-bijzin. 151.t8 Als nert of noi een nadere specificatie bij een add. vormen (zie tabel in § 151.s6), wordt in de meeste gevallen dit add. ontkend (zoals riyfain ~ noi riyfain 'altijd' ~ 'niet altijd', maar ook curmel ~ noi curmel 'misschien' ~ 'misschien niet' en niet *'niet misschien'); soms is de betekenis gelexicaliseerd (zoals uss ~ noi uss 'toevallig' ~ 'toch al niet'). Omdat dergelijke add.n meestal tot cat.III behoren (dus: pred.add.n), vindt zo'n ontkenning dus plaats op het niveau van zinsdeel, vergelijk:
a. Petriy melde riyfain polityâ. 'Petriy is altijd beleefd.'
a. Kirro vende curmel helkara zirrot. 'We gaan misschien met vakantie.' De vetgedrukte elementen zijn zinsdelen in de functie van pred.add. 151.t9 Sommige add.n uit de tabel van § 151.s6 behoren tot cat.I. Zij kunnen dan optreden als bepaling binnen een zinsdeel, zoals de vetgedrukte add.n in:
(1) a. Kost kerru frinta merre fes ef komediy.
(2) a. Mittof melde eft gû sgôns. 'Dit is een absoluut record.' 151.t10 Als dergelijke addit.bepalingen met noi ontkend zijn (volgens § 151.s6), kunnen zij niet meer als bepaling binnen een zinsdeel optreden. Alleen een predikatief gebruik is nog mogelijk (dus ze behoren nu tot cat.III). De volgende varianten van (1) en (2) zijn ongrammaticaal:
(1') a. * Kost noi kerru frinta merre fes ef komediy.
(2') a. * Mittof melde eft noi gû sgôns. Het is bij deze zinnen onduidelijk wat de betekenis ervan zou moeten zijn. 151.t11 Wel is het mogelijk om dergelijke add.n te gebruiken in een zin waarin noi (of nert) als zinsontkenning optreedt:
Kost kerru frinta nert/noi merre fes ef komediy. 151.x28 Overige idiomatische ontkenningen Let op de volgende idiomatische tijdsbepalingen met het stramien "X niet X wel", waarbij X = bepaalde tijdsperiode (seconde, dag, winter, jaar, eeuw enz.):
tof nert tof iftam 'om de andere dag' 151.s30 Nÿf kent een specifiek idioom tezamen met tiyns:
(1) a. Do sen interesere armt nÿf tiyns (= armt flâjû).
In (1a) heeft nÿf tiyns een min of meer idiomatisch karakter, en wel omdat de contrastwerking die nÿf zou moeten geven, hier niet relevant is omdat tiyns een semantisch leeg spoor is, dat feitelijk alleen dient als "aanhechtingspunt" voor het onb.vnw. nÿf. Nÿf tiyns wordt in het algemeen beschouwd als een spreektaal-variant van flâjû 'niets' (zie Blok 151.r55 en § 151.r39). 151.s31 Vergelijk ook:
(2) a. * Do sen interesere nert armt tiyns. Zin (2a) is om dezelfde reden ongrammaticaal als (3) in § 151.s29: een onbepaald zinsdeel (als tiyns) kan alleen met nert/noi ontkend worden als er een expliciet contrast wordt uitgedrukt, zoniet, dan moet nÿf gebruikt worden.14 151.p1GF ad § 151.p1 G. Intrinsieke ontkenningen Bij een intrinsieke ontkenningen wordt de ontkenning niet uitgedrukt door specifieke ontkenningswoorden als nert of noi, maar door een typerende vorm van een ander woord. Dit "andere woord" kan tot de volgende woordsoorten behoren:
(i) adverbiaal additief
In de meeste gevallen is er sprake van een woordpaar: tegenover de positieve pool staat een negatieve pool die de intrinsieke ontkenning uitkenning uitdrukt, zoals flame 'ergens' ~ flâme 'nergens', of tur 'maar' ~ tûre 'maar dan niet'. 151.r54 In het volgende Blok zijn alle adverbiale add.n (zie § 40.2 B.) met een negatieve pool opgenomen.
151.r56
In het volgende Blok zijn alle voegw.n en determinanten met een negatieve pool opgenomen.
†ma
'doordat; omdat'
†mân
1 zie ook Blok 120.49
verdere verwijzingen:
De det.n diyrâ en hiyrâ hebben nooit een suffix. Omdat in de woorden dâsnû, frân en mân[iy] het vetgedrukte deel feitelijk de gereduceerde vorm van noi 'niet' is, kunnen we stellen dat ook deze woorden alleen een vocaalwisseling en geen suffix kennen.
151.r55
In het volgende Blok zijn alle zelfst.vnw.n en voorz.s opgenomen die een negatieve pool hebben.
voorz.
voorz.
verdere verwijzingen:
De suffixloze vormen cradôs en râst worden beschouwd als dialectische varianten, gebruikt in Ales en Jelafo. De woorden flâjû, tôje, diyrâ en hiyrâ hebben nooit een suffix. Omdat in de woorden frân, mân[iy] en dâsnû het vetgedrukte deel feitelijk de gereduceerde vorm van noi 'niet' is, kunnen we stellen dat ook deze woorden alleen een vocaalwisseling en geen suffix kennen.
151.k1
Voorbeelden van adv.add.n met een positieve en een negatieve pool (Blok 151.r54); in de b-zinnen is er sprake van een ontkenning op zinsniveau:
(1) a. Do lelperro kva eft hurt. 'Hij heeft ooit een hond gehad.'
(2) a. Trempe kva gress dena mimpit. 'Ik zal dat boek ooit [eens] lezen.'
(3) a. Do ef letra stinde lich. 'Hij heeft de brief toch geschreven.'
(4) a. Tu quarderât lich ef kluntâ.
151.k2
Bij contrast is er sprake van een ontkenning op zinsdeelniveau. In dat geval zijn de negatieve polen uit Blok 151.r54 onbruikbaar. Vergelijk:
a. Do lelperro noi kva eft hurt, tur iftam riyfain.
In a. wordt de betekenis van kva 'ooit' = "een keer in het verleden" gecontrasteerd met "altijd in het verleden". Hier moet kva expliciet met noi ontkend worden, en daarom is b. fout (dit geldt ook voor het Nederlands).
151.k3
Voorbeelden van voegw.n en determinanten met een positieve en een negatieve pool (Blok 151.r56); in de b-zinnen is er sprake van een ontkenning op zinsniveau:
(1) a. Elsa pónze eft kleter toskiÿ, âme eup vreéðe ump ef ufire-eksâm.
(2) a. Do nert hyra brae crepps, gress lartilóme tevi tem.
(3) a. Fes dena manta ef mosjeusz donne toje eft ðiynts fra eft oâ.
In (2a) drukt nert een ontkenning van de hoofdzin Do brae crepps uit, terwijl de determinant hyra een "positieve bijzin van tegenstelling" aankondigt. Nert is dus geen ontkenning op zinsdeelniveau, zodanig dat hyra ontkend wordt! In (2b) kondigt hiyrâ een "negatieve bijzin van tegenstelling aan"; hier is de hoofdzin dus positief.
151.k4
Als een bijzin een ontkenning op een lager niveau dan zinsniveau bevat, zijn de negatieve polen van voegw.n of determinanten onbruikbaar. Vergelijk:
(1) a. Lisagerelije blul ef gûfqu wânta, âme tu noi stinde ef letra tur iftam
(2) a. Fes dena manta ef mosjeusz noi donne toje eft ðiynts fra eft oâ, tur iftam
151.k5
Voorbeelden van zelfst.vnw.n met een positieve en een negatieve pool (Blok 151.r55); in de b-zinnen is er sprake van een ontkenning op zinsniveau:
(1) a. Gress tiffe rast fes ef zeces. 'Ik ken iemand in het dorp.'
(2) a. Flaju sen prabare kaf ef kelbra frópjÿ ef vâkumm.
151.k6
Ontkenningen op lagere niveaus kunnen niet uitgedrukt worden met de negatieve polen; hier is een expliciet gebruik van nert of noi nodig. Vergelijk:
a. Nert flaju ki sen prabare kaf ef kelbra frópjÿ ef vâkumm; terat pert ki
151.r53
///
De negatieve add.n uit Blok 151.r54 kunnen hun ontkennende component "overgeven" aan de zelfst.vnw.n rast en flaju uit Blok 151.r55, zodat deze veranderd worden in râst[e] resp. flâjû, zonder dat ze de negatieve betekenissen 'niemand' en 'niets' krijgen. In feite wordt de intrinsieke zinsontkenning zowel bij de add.n als bij de zelfst.vnw.n ondergebracht:
éfti 'niet meer, niet langer'
kva 'ooit'
Do parfâse kvâ nÿf lelpiru veldurs. 'Hij wil nooit met enig ander mens omgaan.'
flame 'ergens'
lett (dialectisch: Centraal-Berref) 'zelden, meestal niet'
lich 'toch'
ni 'niettemin; wel zo; evenwel'
pijâ 'volkomen, compleet, geheel'
rast 'iemand'
strâe 'nog niet (maar later wèl)'
151.r3
De additieven gegeven in § 151.r38 behoren alle tot cat.III, behalve flame/flâme en igt/iygte die tot cat.I behoren en dus ook adjectivisch gebruikt kunnen worden, zoals in:
Fes ef flâme zeces eft telebôs kettelira minkede.
151.r39
Hoewel intrinsieke ontkenningen voorgesteld worden als zijnde synoniem aan de positieve tegenhanger die ontkend wordt met nert/noi, kunnen zij nooit door zo'n positieve tegenhanger vervangen worden, tenzij ze een contrast uitdrukken met een geheel ander woord, zoals geïllustreerd in de volgende b-voorbeelden:
(1) a. Gress sen tâge flâjû. ~ * Gress sen tâge nert/noi flaju.
(2) a. Kirro râste méte. ~ * Kirro nert/noi rast méte.
(3) a. Do ef potilast minkede flâme. ~ * Do ef potilast minkede nert/noi flame.
(4) a. Dena poit eft mikkelel ðôtvokos pónze kvâ. ~
In (1b) en (2b) wordt "heel weinig" gecontrasteerd met "heel veel", want iets = "één ding/weinig dingen" en alles = "veel/alle dingen". Evenzo is iemand = "één persoon/weinig personen".
151.r40
Vergelijk ook de volgende voorbeelden:
(1) a. Gress zâre alt fes eft toclades.
Alt refereert aan een periode die in het verleden begon en zich in het heden voortzet. Daarom wordt in (1a) alt met een neutrale tijd gecombineerd. Âlte refereert aan een periode die in het heden begint en teruggaat in het verleden. Daarom wordt in (1b) âlte met een definitieve tijd gecombineerd, en kan het niet vervangen worden door nert/noi alt. In (1c) wordt een duidelijk contrast uitgedrukt: iemand denkt dat ik ooit in een gehucht ben gaan wonen en daar tot op de dag van vandaag woon. Deze veronderstelling wordt nu ontkend, en gecontrasteerd met de mogelijkheid dat ik ooit in de toekomst in een gehucht zou kunnen gaan wonen.
151.r41
Nog een voorbeeld:
(2) a. Eup ichize crados luft ef kluntâ.
In (2a) refereert crados aan alle personen in een bepaalde groep (hier: de bezoekers van de receptie).15 In (2b) wordt deze gehele groep ontkend, ofwel er is sprake van "niemand die tot de bepaalde groep behoort". In (2c) is er een contrast tussen "de gehele groep mensen op de receptie" en een "ander soort groep op de receptie" (namelijk de "mannen met een baard").
151.r43
In § 151.r39-r41 is telkens sprake geweest van een mogelijke ontkenning van de positieve pool. Dit moet niet verward worden met een mogelijke ontkenning van de gehele zin waarin de positieve pool voorkomt. Vergelijk:
a. Dena poit eft mikkelel ðôtvokos pónze kvâ.
In a. wordt gezegd dat het nooit ter sprake is gekomen of de dichter wel een onderscheiding moest krijgen: het is nooit gebeurd. In b. wordt het zinsdeel "ooit" ontkend; dit is mogelijk bij een contrastieve lezing, waarin "ooit" tegenover een andere frequentie-bepaling staat, bijvoorbeeld "heel vaak". Zie ook de expliciete contrast-voorbeelden in § 151.r39.
151.r44
In c. staan twee bepalingen die de SvZ HIJ HEEFT EEN ONDERSCHEIDING GEKREGEN nader bepalen: nert ontkent de SvZ, en kva drukt uit dat de SvZ in het verleden op een bepaald moment plaats gevonden heeft. Omdat beide add.n een reikwijdte over dezelfde SvZ hebben ontstaat er een conflict, want iets kan niet tegelijkertijd NIET en OOIT hebben plaatsgevonden. Dit conflict kan vermeden worden door aan te nemen dat er een hiërarchie tussen NIET en OOIT bestaat. Er zijn nu twee mogelijkheden:
c1. OOIT {NIET {DEZE DICHTER HEEFT EEN BEL. ONDERSCHEIDING GEKREGEN}}
Beide interpretaties zijn nogal geforceerd, c2. wellicht nog meer dan c1. In c1. wordt de ontkende SvZ DEZE DICHTER HEEFT EEN BEL. ONDERSCHEIDING NIET GEKREGEN in de context van "ooit = het gebeurde een keer" geplaatst, wat begrepen kan worden dat er ooit eens een duidelijke beslissing is gevallen dat deze dichter een bepaalde onderscheiding niet zou krijgen.
151.r45
Nog een voorbeeld:
a. Eup ichize noi crados luft ef kluntâ. (vgl.151.r41 (2c))
In a. wordt het zinsdeel crados ontkend, wat een contrastieve werking heeft. Zulke contrasten zijn in § 151.r41 expliciet gegeven. In b. wordt de SvZ ZE ZOENT IEDEREEN OP DE RECEPTIE ontkend. Deze zinsontkenning is goed mogelijk omdat de betekenissen van NIET en IEDEREEN niet met elkaar botsen (zoals dat wel het geval was met OOIT en NIET in de vorige paragraaf). Zin b. kan geparafraseerd worden als "het is niet zo dat ze iedereen op de receptie zoent" (uitgesproken met een neutrale intonatie).
151.r42
In § 151.r39-r41 is telkens sprake van een oppositie tussen de negatieve pool van een woord en de ontkende positieve pool van dat woord. De zaken worden nog ingewikkelder, omdat de negatieve pool dikwijls gecombineerd wordt met nert/noi, zonder dat dit een betekenisverschil geeft. Toevoeging van zo'n ontkenningswoord vindt dikwijls plaats omdat de negatieve pool als zodanig vrij onduidelijk is gemarkeerd, zeker als een distinctief suffix ontbreekt, en er alleen een verschil tussen wel of geen pira bestaat, zoals tussen flame en flâme, of tussen flaju en flâjû. De dubbele ontkenningen bij de negatieve polen zijn al lang gebruikelijk in de spreektaal, maar in de schrijftaal zijn ze pas tussen 1950 en 1970 geaccepteerd geworden.16 Vergelijk:
(1) a. Gress tiffe rast fes ef zeces.
(2) a. Gress tiffe râste fes ef zeces. =
151.r46
Tussen (1a) en (1b) bestaat er een verschil, want in (1b) wordt de SvZ IK KEN IEMAND IN HET DORP in zijn geheel ontkend. Zo'n verschil is tussen (2a) en (2b) geheel afwezig, want hier dient de zinsontkenning nert alleen als versterking van de intrinsieke ontkenning van râste.
151.r47
///Toevoeging van een extra zinsontkenning bij de negatieve polen uit § 151.r38 kan (i) verplicht, (ii) optioneel en (iii) verboden zijn. Het een en ander volgens het volgende schema:
(i) verplichte toevoeging van nert/noi:
(iii) verboden toevoeging van nert/noi:
151.r5
In § 151.x4-x9 is besproken hoe de ontkenningswoorden nert en noi uit een ondergeschikte den- of -lira-zin naar het einde van de matrixzin kunnen promoveren. Zo'n promotie is ook mogelijk als de ondergeschikte zin een intrinsieke ontkenning bevat. Deze intrinsieke ontkenningen (zoals kvâ 'nooit, râste 'niemand' of flâjû 'niets') worden door promotie van nert/noi expliciet. Vergelijk:
a. Gress rajiyte den klâfe do eft cmontolâ kvâ.
a. Eup tiffe, kirro lelperrelira flâme eft kôbo-smyl.
a. Óps pilde den do sen taffât rifo flâjû.
151.r7
Als intrinsieke ontkenningen geen positieve tegenpool hebben, is promotie van nert/noi onmogelijk, omdat in de bijzin zo'n positieve pool vereist is. Vergelijk:
a. Gress miype, den do ânkeste klirasqua.
a. Gress miype, do arfinelira éfti.
151.r6
Het is ook mogelijk om een gehele intrinsieke ontkenning te promoveren, mits dit zinsdeel een additief is dat uit de structuur van de bijzin weggelaten kan worden. Vergelijk de voorbeelden in § 151.r5 met:
a. Gress rajiyte den klâfe do eft cmontolâ kvâ. >
a. Eup tiffe, kirro lelperrelira flâme eft kôbo-smyl. >
a. Óps pilde den do sen taffât rifo flâjû. ??/
In het laatste voorbeeld treedt flâjû als object in de ondergeschikte zin op. ZO'n basiselement kan nooit gepromoveerd worden naar matrixniveau.
voegw./determinant
151.y1 Het ontkenningswoord noi
Noi kan in principe beschouwd worden als de emfatische variant van nert. De uitdrukking van emfase gaat vrijwel altijd samen met een contrastieve lezing, en indien een contrast expliciet uitgedrukt wordt (de tegenstelling tussen "wel" en "niet") wordt de voorkeur aan noi gegeven:
a. Gress ef mimpit noi trempe, gress ef zerfare ne'âma.
In a. (en b.) worden twee SvZ'en met elkaar gecontrasteerd:
(i) NIET {IK HEB HET BOEK GELEZEN}
Let op dat noi, evenals nert, vóór het predikaat staat als de gehele SvZ wordt genegeerd.
151.y2
Als de positieve kant van een contrast uitgedrukt wordt met iftam 'wel', wordt dikwijs noi inplaats van nert gebruikt:
(1) Gress ef mimpit noi trempe, tur Justes paina iftam.
151.y3
In (1) worden twee SvZ'en gecontrasteerd, wat blijkt uit de positie van noi vóór het predikaat. Merk op dat iftam zich als normaal predikatief add. gedraagt en dus altijd achter het predikaat verschijnt (zie § $$). Verder is het werkw. trempe in de tur-bijzin door het spoor paine vervangen (zoals besproken in § $$).
151.y8
Soms zijn ontkenningen ironisch bedoeld en drukken ze juist het tegengestelde uit. In dat geval wordt altijd noi (nooit nert) gebruikt:
Ef wónzol melde noi quista, klojâs!?
151.x100 Intrinsieke ontkenningen
Intrinsieke ontkenningen blijven vrijwel altijd binnen het domein van één woord, omdat dit woord feitelijk een antoniem van een positieve term is. Dit kunnen productief gevormde elementen zijn, zoals rovret ~ nerovret 'lief' ~ 'stout' (lett. "niet-lief"), ofwel improductieve woorden als flame ~ flâme 'ergens' ~ 'nergens', enz. Bij de morfologie van de subtantieven en de additieven zijn dergelijke negatieve termen al behandeld (zie § $$,...), maar hieronder zal het een en ander nog eens vanuit de oppositie positief~negatief bekeken worden.
151.x101
....
151.x102
....
151.x103
Vergelijk:
a. Petriy nert melde kûraiy. 'Petriy is niet artistiek.'
Zin a. is een ontkenning van gehele de gehele SvZ. Zin b. is een ontkenning van "artistiek", waarbij de afwezigheid van deze eigenschap gecontrasteerd wordt met de aanwezigheid van een andere eigenschap (bijv. "zakelijk"). Zin c. drukt niet zozeer de afwezigheid van "artistiek" uit, als wel de aanwezigheid van het antoniem van "artistiek".
bold
italic
bold
italic
extra large
oéoverstrike
extra large
""''
bold
italic
bold
italic
extra large
oéoverstrike
extra large
1. De Âlbe-ratt "Bouwraad" is een gemeentelijke instantie die verantwoordelijk is voor het afgeven van bouwvergunningen en waakt over de kwaliteit en veiligheid van bouwwerken. Vergelijk "Bouw- en Woningtoezicht".
2. Er is één uitzondering: bij een spoorpassieve constructie in de toek.tijd komt een pred.add. achter het spoor, niet achter het predikaat, zoals in:
Kettelije blul noi ef hurons ón Elsa. (vgl. § 93.53)
Petriy nert orenple âl ef argerat melde trâf.
Hier wordt de matrix-SvZ PETRIY VOELT IETS ontkend.
5. Petriy Laëhhe (geb. 1947 te Trofy; een Pegrevische achternaam, spreek uit [la:weje]) is een bekend toneelschrijver die voornamelijk in het Cheetuc (Zuid-Spokaans) schrijft. De Blotter Jerrðe ('Blauwe Narcis') is een belangrijke culturele prijs die jaarlijks door de minister van Wetenschap en Kunst uitgereikt wordt.
6. In dit Hoofdstuk gelden de volgende conventies wat betreft het lettertype:
1. ontkenningswoorden: vet
i. doelwerkw.n (§ 81.8-28), zoals:
Do nert melde kinur, lelperre vûlt eft vloja febbe.
Hier moet nert de gehele zin ontkennen, omdat er een contrast bestaat met een andere gehele zin (waarin het corefererende subject do is weggelaten). Zie ook § 151.q3.
13. Let op de homoniemen: het suffix -ral betekent 'mee' en is de gereduceerde vorm van rala 'mee'; het pred.add. ral betekent 'nu', en wordt hier ontkend. De ontkenning nert ral wordt in het Nederlands het beste weergegeven met 'nu niet' i.p.v. 'niet nu'; zie ook § 151.r52.
14. Brefcôch (spreek uit [brefkôk]) is de Ergynne-personificatie van de Slechte Dingen.
15. Vanwege het idiomatische karakter van deze constructie kan ðÿm niet vervangen worden door het synoniem šâm. In (2b) zou šâm echter wel gebruikt kunnen worden.
16. Er bestaan ook gedeeltelijk onbepaalde zinsdelen: deze zijn wel voor de spreker, maar niet voor de hoorder, identificeerbaar. Vergelijk:
a. Gress gvârce eft kelde-cheba oto. 'Ik zoek een tweedehands auto.'
In a. is de auto zowel voor de spreker als voor de hoorder nog onbekend. Hier is dus sprake van een algeheel onbepaald zinsdeel. In b. is de auto alleen voor de hoorder onbekend, want de spreker weet wel wat voor een auto hij heeft gekocht. Hier is dus sprake van een gedeeltelijk onbepaald zinsdeel.
17. Nÿf treedt ook op als telwoord met de betekenis 'nul'. Zie ook § 170.$$.
18. Deze uitspraak wordt toegeschreven aan koningin Lindokiy Zabert die van mening was dat de Boerenopstand (1874) door de Ieren was aangewakkerd. Zij noemde de Ieren de "valse harpspelers", en vond dat die zich niet met Spokanische aangelegenheden moesten bemoeien.
19. Citaat uit de roman Perocallas ('Onderling', 1976) van Nyna Sgyt-Marrée.
20. Als het eerste nert wegblijft, is nog een geheel andere lezing mogelijk:
Blul velpelije ef miptiynlots nert kusamat ef kiyk-bôrté.
Hier wordt de voorz.bep. beschouwd als een zelfstandig opererend zinsdeel, dat nader bepaalt waar de containers geledigd worden (of, dank zij nert, bepaalt waar ze niet geledigd worden). Deze zin drukt een contrast uit, bijvoorbeeld: ze worden wel midden op straat geledigd.
NOTEN NOTEN NOTEN
Reparere gress ef pot njame-jéns mas, taufen gress nert luste mittof.
Hier vervangt het pers.vnw. mittof het gehele onderstreepte deel (zie § 130.34-36).
a'. Flifados do melde [pijâ] noi fit, fitfara tu miype.
Zie ook § 151.t1.
Tu mapyre riyfain hordâ prisa fes ef trekhoros, ur gress kvâ.
Hier geeft de vetgedrukte afterthought de reden aan waarom de hoofdzin geuit wordt.
1. Ÿrtâness (Kabinet, bestaande uit 20 ministeries)
Eup nert tiffe, kirro lelperrelira flame eft kôbo-smyl.
|