Grammatica van het Spokaans © Rolandt Tweehuysen | Postbus 3774 | 1001 AN Amsterdam

<< Inhoudsopgave | Registers >>
<< Hoofdstuk 150 | Hoofdstuk 152 >>

15. Aspectuele zinstypes

151. Ontkenningen (concept)


Opbouw van dit hoofdstuk:
  1. ...
Blokken:

151.20

verwijzing in hfdst. 31 !!
//////////////

151.1

We kunnen ontkenningen ofwel negaties op vijf niveaus onderscheiden:

A. ontkenningen op het niveau van de volzin (§ 151.p1A-$$)
B. ontkenningen op zinsniveau (§ 151.p1B-$$)
C. ontkenningen op zinsdeelniveau (§ 151.p1C-$$)
D. ontkenningen op woordgroepniveau (§ 151.p1D-$$)
E. ontkenningen op woordniveau (§ 151.p1E-$$)

Verder komen in dit Hoofdstuk nog aan bod:

F. idiomatische ontkenningen (§ 151.p1F-$$)
G. intrinsieke ontkenningen (§ 151.p1G-$$)

Onder "volzin" verstaan we een combinatie van twee nevengeschikte hoofdzinnen, of een combinatie van hoofd- en bijzin (zie ook § 120.13). Voor de termen "zinsdeel" en "woordgroep" wordt verwezen naar § 120.10-11.
De types B.-E. worden partiële ontkenningen genoemd. De verschillende niveaus kunnen samenvallen zodat het onderscheid tussen de verschillende ontkenningen geëlimineerd wordt. Bijvoorbeeld: als een volzin uit slechts één zin bestaat, vallen A. en B. samen. Als een zinsdeel uit slechts één woord bestaat, vallen C. en E. samen. In elliptische zinnen die uit slechts één woord bestaan, vallen alle niveaus samen. Dit laatste is geïllustreerd in het volgende vraag/antwoord-paar:

VS: Vertrek je morgen al naar Spokanië?
AG: Niet morgen.

151.p1A   ad § 151.p1   A. Ontkenningen op het niveau van de volzin

Een volzin, bestaande uit twee nevengeschikte hoofdzinnen, kan in zijn geheel ontkend worden door noi, dat vooraan de volzin komt te staan, en meestal met een komma (= pauze) van de volzin wordt gescheiden. Het meer algemene ontkenningswoord nert is in dit geval niet bruikbaar:

(1) Noi[,] blul kafpainelije ef kadâster-tâx, ur blul chabelije ef hurt-tâx.
'De onroerendgoedbelasting wordt niet verhoogd en de hondenbelasting
wordt niet afgeschaft.'

De grote afstand die er bestaat tussen het ontkenningswoord noi en de tweede hoofdzin is de reden dat zulke ontkenningen op het niveau van de volzin zeer onduidelijk zijn. Veel Spokaniërs interpreteren een zin als (1) zodanig dat de hondenbelasting wel afgeschaft wordt, ofwel, noi wordt alleen als ontkenning van de eerste hoofdzin begrepen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dergelijke constructies voornamelijk in ambtelijke en juridische taal te vinden zijn, kortom in taalgebruik dat toch al zeer nauwkeurig bestudeerd moet worden.
In meer natuurlijke taal zal een ontkenning van een volzin dan ook liever vervangen worden door twee ontkenningen op zinsniveau. Zie § 151.r1.

151.p2A

Een volzin, bestaande uit een hoofdzin en een bijzin, kan in sommige gevallen in zijn geheel ontkend worden door noi, dat vooraan de volzin komt te staan, en er het liefst met een komma (= pauze) van gescheiden is:

(2) Noi[,] goe vults pilde tustus, janof óps lelperre fedres.
'Kippen leggen GEEN eieren omdat ze veren hebben.'
= "het is niet zo dat kippen eieren leggen omdat ze veren hebben [maar wèl
omdat ze vogels zijn]"
(3) Noi[,] kirro jejare beri ideâlbe ef negenunn kul, futtof ef Âlbe-ratt enn
kirro palleharbe stindromé.

'We zijn verplicht om de illegale schuur af te breken, maar niet voordat de
Bouwraad1 ons schriftelijk gesommeerd heeft.'
= "het is niet zo dat we verplicht zijn om de illegale schuur af te breken
voordat de Bouwraad ons schriftelijk gesommeerd heeft", ofwel "pas
nadat de Bouwraad ons gesommeerd heeft, moeten we de schuur afbreken"

Let op dat in (2) het Nederlands "geen" geaccentueerd moet zijn, omdat we anders en welhaast tegenovergestelde lezing krijgen, namelijk "kippen leggen geen EIEREN omdat ze veren hebben" (= kippen leggen geen eieren, en dat doen ze niet omdat ze veren hebben). Dit is een onzinnige uitspraak, omdat het bezit van veren geen enkele relatie met het al dan niet leggen van eieren heeft.

151.p3A

In § 151.p1A is gezegd dat een ontkenning van een volzin liever vervangen wordt door een ontkenning in elk van de hoofdzinnen. Zo'n alternatief bestaat er niet voor (2) en (3), want dat heeft een andere betekenis, vergelijk:

(4) Goe vults noi pilde tustus, janof óps noi lelperre fedres.
'Kippen leggen geen eieren, omdat ze geen veren hebben.'
(5) ?? Kirro nert jejare beri ideâlbe ef negenunn kul, futtof ef Âlbe-ratt enn
kirro nert palleharbe stindromé.

?? 'We zijn niet verplicht om de illegale schuur af te breken, voordat de
Bouwraad ons niet schriftelijk gesommeerd heeft.'

In (4) staan twee onzinnigheden: ten eerste wordt hier beweerd dat kippen geen eieren leggen, en ten tweede dat kippen geen veren hebben. Er is ook nog een derde onzinnigheid, namelijk dat het gemis van veren de reden is dat kippen geen eieren leggen.
Zin (5) is raar vanwege de combinatie van "voordat" en "niet".

151.p4A

Zinnen (4) en (5) kennen een alternatief, waarbij de voegw.n janof 'omdat' en futtof 'voordat' ontkend worden:

(6) Goe vults pilde tustus, noi/nert janof óps lelperre fedres.
'Kippen leggen eieren, [maar] niet omdat ze veren hebben.'
(maar om een andere reden)
(7) Kirro jejare beri ideâlbe ef negenunn kul, noi/nert futtof ef Âlbe-ratt enn
kirro palleharbe stindromé.

'We zijn verplicht om de illegale schuur af te breken, [maar] niet voordat de
Bouwraad ons schriftelijk gesommeerd heeft.'
(dus pas nadat de Bouwraad ons gesommeerd heeft, moeten we in actie komen)

Voor de ontkenning van voegw.n, zie § 151.$$.

151.s15

Let ook op het verschil tussen:

a. Noi, dena bunmert melde eft sûkes janof X merre ef lyde-rôl fes ef.
(= toneelstuk is wèl een succes, maar dat succes is niet te danken aan
het feit dat X er de hoofdrol in speelde)
b. Dena bunmert nert melde eft sûkes janof X merre ef lyde-rôl fes ef.
(= toneelstuk is een mislukking, en de reden van deze mislukking is het
feit dat X er de hoofdrol in speelde)
'Dit toneelstuk is geen succes omdat X er de hoofdrol in speelt.'

151.s10

Omdat de ontkenning van volzinnen, zoals geïllustreerd in (2) en (3), alleen mogelijk is als er een alternatief bestaat waarbij het voegw. ontkend wordt (zie (6) en (7)), kunnen we aannemen dat het vooraan geplaatste noi in (2) en (3) feitelijk een promotie is van het ontkenningswoord dat bij het voegw. hoort, volgens het stramien:

HOOFDZIN (NIET {VOEGW}( BIJZIN > NIET {HOOFDZIN VOEGW BIJZIN}

Zie verder § 151.x4-x13 voor de promotie van nert en noi als zinsontkenningen.

151.p5A

Vergelijk tenslotte ook de volgende constructie met (2):

(8) Goe esnes nert pilde tustus, janof óps melde mamûls.
'Ezels leggen geen eieren omdat het zoogdieren zijn.'

In (8) wordt alleen de hoofdzin ontkend, en de bijzin geeft de reden aan waarom de ontkende hoofdzin waar is. Zie verder § 151.p1B.

151.p1B   ad § 151.p1   B. Ontkenningen op zinsniveau

Ontkenningen op zinsniveau zijn mogelijk door nert of noi vóór het predikaat te plaatsen. Nert is een neutrale ontkenning, terwijl noi meer emfase uitdrukt:

(1) Petriy nert/noi trempe ef mimpit. 'Petriy leest het boek niet.'
(2) Nert/noi prate eup mas. 'Ze zal morgen niet vertrekken.'
(3) Ef gadros sen nert/noi wencate mas, janof ef ziyter enn ef rapors nert/noi
kettare.

'De vergadering gaat morgen niet door, omdat de voorzitter het rapport niet
heeft ontvangen.'
(4) Blul nert/noi kafpainelije ef kadâster-tâx, ur blul chabelije ef hurt-tâx.
'De onroerendgoedbelasting wordt niet verhoogd en de hondenbelasting
wordt afgeschaft.'
(vgl. § 151.r1)

151.p2B

Let op de plaats van nert en noi als het predikaat door meerdere elementen voorafgegaan wordt:

Do sen nert/noi di vel luktu, ...
hij REFL niet TOEK DET wassen
'Hij zal zich niet wassen, omdat ...'

Deze volgorde is gemakkelijk te onthouden, mits we de Spokaanse termen voor de 4 onderstreepte elementen kennen:

sen: reflexief = quandroiy
nert/noi: ontkenning = wa'éros
di: toek.tijd = futuriy
vel: voegw.determinant = yplemerer-mâer

De vette beginletters vormen het woord Quwafy, dat net zo uitgesproken wordt als de achternaam Quafy. Deze achternaam is gemakkelijk te onthouden vanwege de beruchte oplichter Maliy Quafy-Mintefit, die in de jaren zeventig op slinkse manier enkele grote projectontwikkelaars een half miljoen herco lichter heeft gemaakt.

151.r1

In § 151.p1A is beschreven hoe een volzin, bestaande uit twee nevengeschikte hoofdzinnen, in zijn geheel door noi ontkend kan worden. Dit is voornamelijk ambtelijk of juridisch taalgebruik. Algemener is om elke nevengeschikte hoofdzin apart te ontkennen. In plaats van § 151.p1A (1) krijgen we dan:

(1') Blul noi kafpainelije ef kadâster-tâx, ur blul noi chabelije ef hurt-tâx.
'De onroerendgoedbelasting wordt niet verhoogd en de hondenbelasting
wordt niet afgeschaft.'

Het tweede noi kan uit stilistische overwegingen nog vervangen worden door een ander ontkenningswoord, zoals iygte 'evenmin' (zie § 151.r2-r3).

151.q3

Terwijl nert bij een ontkenning op zinsniveau altijd vóór het predikaat staat (behoudens in de gevallen waarin nert "gepromoveerd" kan worden, zie § 151.x4-x9), is er bij noi iets meer variatie mogelijk, want noi kan ook achter het predikaat verschijnen (de positie die normaliter voor pred.add.n is gereserveerd, zie Blokken 93.17/30/43/54/642). Vergelijk:

Do noi arfine. = Do arfine noi. 'Hij komt NIET.'
Do noi lelperre influnns, melde vûlt marteltšu. =
= Do lelperre noi influnns, melde vûlt marteltšu.
'Hij heeft geen griep, hij is hoogstens verkouden.'

151.q4

De positie direct achter het predikaat is dikwijls dezelfde als de positie direct voor het volgende zinsdeel. Daarom is het niet altijd duidelijk of noi nu het predikaat danwel het volgende zinsdeel ontkent. Vergelijk:

(1) Petriy póbare noi [enn] sener oto.3
a. 'Petriy verkoopt zijn auto niet.'
b. 'Petriy verkoopt niet zijn auto.'

(1a) is de ontkenning van de uitspraak PETRIY VERKOOPT ZIJN AUTO; (1b) is een partiële ontkenning van het object ZIJN AUTO (dus Petriy verkoopt iets anders dan zijn auto). Voor ontkenningen van het object, zie verder § 151.r10.

151.q5

Bij een Imperatief als (2) kan deze ambiguïteit tot verschillende reacties leiden:

(2) Póbare-tûe noi sener oto klojâs.
a. 'Je moet je auto niet verkopen.'
(ontkenning van de uitspraak JE MOET JE AUTO VERKOPEN)
b. 'Je moet niet je auto verkopen.'
(partiële ontkenning van JE AUTO)

Als de aangesprokene (A) in (2) gevolg wil geven aan het verlangen van de spreker (S), zal A bij lezing (2a) van de verkoop afzien en zijn auto behouden; bij lezing (2b) zal A niet zijn auto verkopen maar iets anders, bijvoorbeeld zijn fiets.

151.s11

Zin (2) is voor de lezingen a. en b. te disambigueren door noi vóór het predikaat te zetten indien lezing (2a) bedoeld is, of door noi door nert te vervangen indien lezing (2b) bedoeld is (maar dan is de emfase ook weg):

(3) (= (2a)) Noi póbare-tûe sener oto klojâs.
(4) (= (2b)) Póbare-tûe nert sener oto klojâs.

151.x24

Bij een tegenstelling die uitgedrukt wordt met noi ... tur iftam 'niet/geen ... maar [wel]', bepaalt noi het element dat ontkend wordt:

(1) a. * Do noi stinde eft român tur iftam eft poitiyn.
b. Do stinde noi eft român tur iftam eft poitiyn.
'Hij schrijft geen roman maar een gedicht.

(2) a. * Gress noi tundaro ef vasa, tur iftam do [paino].
b. Noi gress tundaro ef vasa, tur iftam do [paino].
'Niet ik heb de vaas gebroken, maar hij.'

(3) a. * Kirro noi prate lelmo tof tur iftam mas.
b. Kirro prate noi lelmo tof tur iftam mas.
'We vertrekken niet vandaag, maar morgen.'

De a-zinnen zijn fout (maar komen in onverzorgde spreektaal wel voor) omdat noi hier in de positie vóór het predikaat de hele SvZ ontkent. In de b-zinnen wordt precies dat element ontkend dat in de tur-bijzin ertegenover geplaatst wordt. In (1b) staat een contrast tussen "roman"~"gedicht", in (2b) tussen "ik"~"hij", en in (3b) tussen "vandaag"~"morgen".

151.x25

Noi kan als zinsontkenning onmiddellijk vóór het werkw. staan indien er twee verschillende SvZ'en tegenover elkaar gesteld worden:

(1) Gress ef gadros noi lâbare, tur iftam enn ef rapors stinde ja ef zerfefesz.
'Ik heb de vergadering niet bijgewoond, maar [wel] het rapport in de tussentijd
geschreven.'
(2) Óps noi lorertaves ef hordâ villa, tur iftam mitaves ef tiyn.
'Ze willen de mooie villa niet kopen, maar [wel] huren.'

151.x26

In § 151.x25 (1) is duidelijk sprake van twee verschillende SvZ'en:

(i) NIET {IK HEB DE VERGADERING BIJGEWOOND}
(ii) IK HEB HET RAPPORT IN DE TUSSENTIJD GESCHREVEN

In (2) echter bestaat enige onduidelijkheid. Enerzijds suggereert de positie van nert dat hier twee SvZ'en tegenover elkaar geplaatst worden:

(i) NIET {ZE WILLEN DE MOOIE VILLA KOPEN}
(ii) ZE WILLEN DE MOOIE VILLA HUREN

Anderzijds is er wat voor te zeggen dat alleen de twee predikaten met elkaar gecontrasteerd worden: "kopen" vs. "huren". Daar nert altijd vóór het te ontkennen element staat, en het eveneens vóór het predikaat staat als de gehele SvZ ontkend wordt, kunnen we in (2) niet zien of nert nu de SvZ dan wel alleen het predikaat lorertaves ontkent. In de praktijk levert deze ambiguïteit geen problemen op, en wellicht is er ook geen semantisch verschil omdat er per definitie van twee verschillende SvZ'en sprake is als er ook van twee verschillende predikaten sprake is.

151.x3

Vragende zinnen die de zinsnegatie nert of noi bevatten, zijn niet zonder meer de negatieve tegenpool van de bevestigende zin. Vergelijk:

a. Aftel tu lelperre eft hupspitter? 'Heb jij een motorfiets?'
b. Aftel tu nert/noi lelperre eft hupspitter?
'Heb jij geen motorfiets?'
of 'Je hebt een motorfiets, niet?'

Zin a. is een neutrale vraag: de vraagsteller weet niet of de SvZ JIJ HEBT EEN MOTORFIETS waar of onwaar is, en het antwoord kan zijn "ja" of "nee".
Vraag b. is identiek aan a. (antwoord "ja" of "nee") maar de vraagsteller geeft te kennen dat hij "ja" verwacht (dus dat hij ervan uitgaat dat de bevraagde wèl een motorfiets heeft). Bij zulke zogenoemde sturende vragen wordt de voorkeur aan nert gegeven, omdat het emfatische karakter van noi hier niet op zijn plaats is. Zie verder § 150.20-21.

151.s9

Pseudovragen (meestal: verzoeken, geboden of aanmaningen in de vorm van een vraag) bevatten dikwijls een ontkenning terwijl de positieve tegenhanger ontbreekt. Voor dit soort constructies wordt verder verwezen naar § 150.133-135. Bijvoorbeeld:

Aftel tu nert unere den tu perke beri kirture mittof?
'Begrijp je dan niet dat je daarvan af moet blijven?'
(bedoeld wordt: blijf er met je vingers vanaf!)

151.x3a

De modaliteit uitgedrukt met het modale suffix -ât/-ûs (Blok 110.17) verandert bij toevoeging van nert of noi. De bevestigende en ontkennende varianten zijn dan niet meer precies elkaars tegenpool. Vergelijk de modale suffixen met de modale werkw.n:

(1) interne modaliteit:
regel van bovenaf opgelegd (vgl. § 110.38):
a. Kirro kaftûs tâx. 'We moeten belasting betalen.'
regel van bovenaf ongedaan gemaakt:
b. Kirro nert/noi kaftûs tâx.
'We behoeven geen belasting te betalen.'

(2) externe modaliteit:
verplichting waarvoor de spreker zich verantwoordelijk voelt
(vgl. § 110.38):

a. Kirro perke beri kafte tâx. 'We moeten belasting betalen.'
b. Kirro nert/noi perke beri kafte tâx.
'We moeten geen belasting te betalen.'

In (1b) ontkent nert/noi alleen de modale component; in (2b) ontkent nert/noi de gehele taaluiting (dus inclusief de modaliteit). Dit is in het volgende schema gevisualiseerd:

(1') b. KIRRO KAFT- (NERT {-ÛS}( TÂX
(2') b. NERT {KIRRO PERKE BERI KAFTE TÂX}

Voor interne en extere modaliteit, zie verder § 110.5-8.

151.x3b

Vergelijk ook de volgende gevallen. In (3a) kunnen het modale suffix en het modale werkw. verwisseld worden zonder dat de betekenis van de zin noemenswaardig verandert. Maar als nert/noi wordt toegevoegd, ontstaat er wel degelijk een betekenisverschil (vergelijk (3b) met (3c)):

(3) van buitenaf opgelegde noodzaak:
a. Gyder perke beri preipsÿrte eft tumos furt eft kleter wiktomit-wiysvosiy. =
= Gyder preipsÿrtât eft tumos furt eft kleter wiktomit-wiysvosiy.
'Gyder moet een lening sluiten voor een nieuwe badkamerinrichting.'
externe modaliteit: ontkenning van de SvZ waarin een noodzaak is uitgedrukt:
b. Gyder nert/noi perke beri preipsÿrte eft tumos furt eft kleter wiktomit-
wiysvosiy.

'Gyder moet niet een/geen lening sluiten voor een nieuwe badkamer-
inrichting.'
interne modaliteit: ontkenning van de noodzaak:
c. Gyder nert/noi preipsÿrtât eft tumos furt eft kleter wiktomit-wiysvosiy.
'Gyder hoeft niet een/geen lening te sluiten voor een nieuwe badkamer-
inrichting.'

(3b) impliceert dat de spreker vindt dat Gyder het beter achterwege kan laten om een lening te sluiten (en dat hij die badkamerinrichting maar moet betalen van het geld dat hij nu heeft). Daarentegen betekent (3c) dat het niet nodig is om een lening te sluiten omdat Gyder die badkamerinrichting ook zo al kan betalen.

151.x4   Promotie van nert/noi

Onder "promotie" wordt verstaan dat een element uit een ondergeschikte bijzin verhuist naar de matrixzin. Dit verschijnsel is reeds behandeld in § 127.2-12. Ook bij ontkenningen is het mogelijk dat het ontkenningswoord promoveert, zoals in:

Ef melde serten, den Petriy nert arfine. =
= Ef melde serten nert, den Petriy arfine.
'Het is zeker dat Petriy niet komt.'

Ef melde serten, Petriy nert arfinelira. =
= Ef melde serten nert, Petriy arfinelira.
'(idem)'

Let op dat het gepromoveerde nert geheel achteraan de matrixzin verschijnt. Omdat nert in geen enkel ander geval op deze positie kan staan, is het zonder meer duidelijk dat het hier om een promotie gaat.

151.r8

Promotie is mogelijk als de hoofdzin een performatief werkw. bevat. Dit soort werkw.n is behandeld in Hoofdstuk 123, zie ook Blok 123.7. Vergelijk:

(1) a. Gress miype den Jân enn ef mimpit nert kuntiyre. >
'Ik denk dat Jân het boek niet heeft gestolen.'
b. > Gress miype nert den Jân enn ef mimpit kuntiyre.
'Ik denk niet dat Jân het boek heeft gestolen.'

(2) a. Eup tiffe den Jân enn ef mimpit nert kuntiyre. >
'Zij weet dat Jân het boek niet heeft gestolen.'
b. > Eup tiffe nert den Jân enn ef mimpit kuntiyre.
i. 'Zij weet dat Jân het boek niet heeft gestolen.' (= (2a))
ii. ( 'Zij weet niet dat Jân het boek heeft gestolen.'

Zowel in het Spokaans als in het Nederlands zijn (1a) en (1b) synoniemen van elkaar. In het Spokaans zijn (2a) en (2b) op analoge wijze synoniemen van elkaar, maar nu kan de ontkenning in het Nederlands niet gepromoveerd worden, want betekenis (2b.ii) is een duidelijke ontkenning van de SvZ ZIJ DENKT IETS, en niet van de SvZ JÂN HEEFT HET BOEK GESTOLEN. (2b.ii) wordt in het Spokaans vertaald door nert vóór het matrix-predikaat te plaatsen:

(2) c. Eup nert tiffe den Jân enn ef mimpit kuntiyre.
'Zij weet niet dat Jân het boek heeft gestolen.'

151.r57

Promotie van nert is ook mogelijk als de bijzin met het voegw. âl 'of' ingeleid wordt:

(3) Petriy orenple âl ef argerat nert melde trâf. > (vgl. § 123.13)
> Petriy orenple nert âl ef argerat melde trâf.4
'Petriy voelt of de deur niet op slot zit.'

In (3) is de volgende SvZ gewenst: DE DEUR ZIT NIET OP SLOT. Deze SvZ wordt door Petriy geverifieerd, en zonodig bewerkstelligd als hij tot de conclusie komt dat de deur wel op slot zit. Vergelijk dit met de positieve variant: Petriy orenple âl ef argerat melde trâf, waarbij het gewenst is dat de SvZ DE DEUR ZIT OP SLOT waar is.

151.r4

Promotie van noi kan tot ambiguïteit leiden, omdat dit ontkenningswoord altijd al achter het predikaat mag verschijnen (§ 151.q3):

a. Gress miype, do noi arfinelira. =
b. = Gres miype noi, do arfinelira.
'Ik denk dat hij niet komt.' = 'Ik denk niet dat hij komt.'

Zin b. kan ook zo geïnterpreteerd worden dat de hoofdzin gress miype ontkend wordt en contrasteert met een andere (expliciete) uitspraak, bijvoorbeeld:

(1) Gress miype noi, do arfinelira, tur Elsa miype iftam.
'Ik denk niet dat hij komt, maar Elsa denkt het wel.'

Een duidelijkere variant van (1) is:

(1') Gress noi miype, do arfinelira, tur Elsa miype iftam.

Hier kan noi niet als gepromoveerd ontkenningswoord begrepen worden.

151.x5

Interessant is dat de promotie van nert ook mogelijk is als de gehele bijzin gedeleerd is (maar wel als zodanig begrepen moet worden). We hebben dan met een elliptische constructie te maken, die meestal optreedt als antwoord op een vraag, of als reactie op een uitspraak waarin de feitelijke bijzin genoemd staat. Bijvoorbeeld (VS = vraagsteller; AG = antwoordgever):

(1) VS: Gress rajiyte den Tek arfine mas. 'Ik hoop dat Tek morgen komt.'
AG: Ef melde serten nert. 'Het is zeker van niet.'
(= "het is zeker dat Tek morgen niet komt")

De reactie van AG is de elliptische variant van (2a), en dit is de gepromoveerde variant van (2b)

(2) a. Ef melde serten nert, den Tek arfine mas. (
b. ( Ef melde serten, den Tek nert arfine mas.

Vergelijk AG's reactie in (1) met (3a), dat de elliptische variant van (3b) is:

(3) a. AG: Ef nert melde serten. 'Het is niet zeker.'
b. Ef nert melde serten, den Tek arfine mas.
'Het is niet zeker dat Tek morgen komt'.

151.x6

De promotie zoals beschreven in § 151.x5 vinden we ook terug bij ondergeschikte -lira-constructies, bijvoorbeeld:

(4) VS: Valâgja zjoffe, Petriy Laëhhe ef Blotter Jerrðe pónzelira.5
'Valâgja beweert dat Petriy Laëhhe de Blotter Jerrðe gekregen heeft.'
AG: Gress trempa fes ef quiyrda nert.
'Ik heb in de krant gelezen van niet.'

De reactie van AG in (4) is de elliptische vorm van (5a) en dat is de gepromoveerde variant van (5b):

(5) a. Gress trempa fes ef quiyrda nert, P.L. ef Blotter Jerrðe pónzelira. (
b. ( Gress trempa fes ef quiyrda, P.L. ef Blotter Jerrðe nert pónzelira.
'Ik heb in de krant gelezen dat P.L. de Blotter Jerrðe niet heeft gekregen'.

151.x7

De promotie zoals besproken in § 151.x4-x6 kan soms nog "een stapje verder" gaan, zodanig dat nert volledig geïntegreerd wordt in de matrixzin, dat wil zeggen, nert staat niet meer aan de rechter periferie, maar op de officiële positie onmiddellijk voor het predikaat. Zo'n volledige promotie is mogelijk als de bijzin met -lira is gevormd; bij den-bijzinnen is dit niet mogelijk. Vergelijk (a. = constructie zonder promotie; b. = perifere promotie; c. = volledige promotie):

(1) a. Zikore-tûe, den tu nert tundare ef vasa. >
b. > Zikore-tûe nert, den tu tundare ef vasa. ??/
c. ??/ * Nert zikore-tûe, den tu tundare ef vasa.
'Zorg dat je dat vaas niet breekt.'

(2) a. Zikore-tûe, tu nert tundarelira ef vasa. >
b. > Zikore-tûe nert, tu tundarelira ef vasa. >
c. > Nert zikore-tûe, tu tundarelira ef vasa.
'(idem)'

Dat nert in (2c) begrepen kan worden als een ontkenning van de bijzin, is een indicatie dat er in (2c) feitelijk van één zin sprake is, en niet van een hoofd- en bijzin met elk hun eigen semantische domein. Zie in dit verband ook de opmerkingen over "raising" in § $$.

151.x8

Volledige promotie als in § 151.x7 (2c) kan soms tot ambiguïteit leiden omdat nert vóór het predikaat ook een negatie van de matrixzin kan uitdrukken. In dat geval is het beter om niet verder te gaan dat perifere promotie. Vergelijk:

(3) a. Zeffe-tûe ón Valâgja ur vende, tu ef vasa nert tundarelira. >
b. > Zeffe-tûe ón Valâgja ur vende nert, tu ef vasa tundarelira.
'Ga Valâgja vertellen dat je de vaas niet gebroken hebt.'

c. Nert zeffe-tûe ón Valâgja ur vende, tu ef vasa tundarelira.
'Ga Valâgja niet vertellen dat je de vaas gebroken hebt.'

(3b) is de gepromoveerde variant van (3a). In beide zinnen moet de negatieve SvZ JIJ HEBT DE VAAS NIET GEBROKEN aan Valâgja verteld worden. In (3c) wordt nert geïnterpreteerd als een ontkennning van de matrixzin: nu moet de positieve SvZ JIJ HEBT DE VAAS GEBROKEN juist niet aan Valâgja verteld worden.

151.x9

In § 151.x7 is gezegd dat als -lira het voegw. den vervangt, de ontkenning nert voor het predikaat in de hoofdzin mag verschijnen. Echter, als -lira een betr.vnw. vervangt, is zo'n promotie niet toegestaan. Vergelijk:

(1) a. Gress axe ki ef vildul, gress nert affionnose té. =
b. = Gress axe ef vildul, gress nert affionnoselira.
'Ik hak de boom om, die ik niet mooi vind.'

(2) a. Gress nert axe ki ef vildul, gress affionnose té. =
b. = Gress nert axe ef vildul, gress affionnoselira.
'Ik hak niet de boom om, die ik mooi vind.'

Uit (1b) en (2b) blijkt dat de plaats waar nert verschijnt een betekenisverschil veroorzaakt: in (1) is sprake van een bepaalde boom die ik niet mooi vind, en daarom omhak; in (2) is sprake van een bepaalde boom die ik mooi vind en daarom niet omhak.
Zin (2b) kan nooit zo begrepen worden dat nert uit de relatieve -lira-zin naar de hoofdzin is gepromoveerd, omdat nert in eerste instantie als een negatie van de hoofdzin wordt begrepen. Hier geldt dus hetzelfde promotieverbod als in § 151.x8 (3). Meer over promotie in § 151.r5-r6.

151.x12

Bij de volgende twee voorbeelden is het verschil in reikwijdte van de ontkenning evident: in (1a) ontkent nert de gehele SvZ HET IS VEILIGER OM OP DIT KRUISPUNT OVER TE STEKEN; in (1b) wordt alleen de mededeling HET IS VEILIGER ontkend, omdat (1b) bestaat uit een hoofdzin en een den-bijzin, en nert geen invloed op de bijzin kan hebben:

(1) a. Ef nert melde qurubo terat beri krose kaf lelmo ðôrcel.
'Het is veiliger om niet op dit kruispunt over te steken.'
b. Ef nert melde qurubo terat, den stus krose kaf lelmo ðôrcel.
'Het is niet veiliger om op dit kruispunt over te steken.'

In (1a) wordt aangeraden om ergens anders dan op dit kruispunt over te steken; in (1b) wordt gezegd dat het niets uitmaakt waar we oversteken, want elke plek is even veilig als dat kruispunt.

151.s18

Vergelijk ook de volgende twee varianten (die beschouwd kunnen worden als reactie op iemands moralistische opmerking dat "getrouwd zijn" beter is dan "ongetrouwd samen wonen"):

(2) a. Ef melde quista beri lelperre eft cÿrolle, ur ef nert melde gulder beri
mariane.

'Het is goed om een partner te hebben, en het is beter om niet getrouwd
te zijn.'
b. Ef melde quista, den stus lelperre eft cÿrolle, tûre ef nert melde gulder
den stus mariane.

'Het is goed om een partner te hebben maar het is niet BETER om getrouwd
te zijn.'

In (2b) wordt gezegd dat zowel "het hebben van een partner" als "het getrouwd zijn" goede dingen zijn, maar het laatste is niet beter dan het eerste (en het eerste is niet minder goed dan het laatste).

151.x13

Het verschil dat in (1) en (2) hierboven wordt geïllustreerd, komt lang niet in alle gevallen duidelijk tot uitdrukking. Vergelijk:

(3) a. Ef nert melde helt beri uokke. 'Het is gezond om niet te roken.'
b. Ef nert melde helt, den stus uokke. 'Het is niet gezond om te roken.'
c. Ef melde helt, den stus nert uokke. (= 3a))
(lett. "het is gezond dat men niet rookt")

Er is feitelijk geen betekenisverschil tussen de drie varianten in (3), noch in het Spokaans, noch in het Nederlands.

151.x14

Ontkenningen op zinsniveau kunnen niet alleen uitgedrukt worden door nert en noi, maar ook door zogenoemde intrinsieke ontkenningswoorden. Dat zijn woorden die een ontkennende component in zich dragen, en dus feitelijk een fusie zijn van nert + woord. Vergelijk de positieve varianten in a. met de negatieve varianten in b.; in c. staat de hypothetische constructie waaraan b. ten grondslag ligt:

(1) a. Kirro azersecos ef xobina flame.
'We kunnen de tent ergens neerzetten.'
b. Kirro azersecos ef xobina flâme.
'We kunnen de tent nergens neerzetten.'
c. ¢ Kirro nert azersecos ef xobina flame.

(2) a. Do tiffe igt ef storâs. 'Hij kent het relaas eveneens.'
b. Do tiffe iygte ef storâs. 'Hij kent het relaas evenmin.'
c. ¢ Do nert tiffe igt ef storâs.

(3) a. Gress tiffe rast fes ef zeces. 'Ik ken iemand in het dorp.'
b. Gress tiffe râste fes ef zeces. 'Ik ken niemand in het dorp.'
c. ¢ Gress nert tiffe rast fes ef zeces.

Zoals blijkt uit de markering, zijn de c-varianten ongrammaticaal. Dat de b-zinnen ontkenningen zijn op zinsniveau (en niet op zinsdeelniveau) zal besproken worden in § 151.$$. Meer over intrinsieke ontkenningen is te vinden in § 151.P1F-$$.

151.p1C   ad § 151.p1   C. Ontkenningen op zinsdeelniveau

Een ontkenning op zinsdeelniveau is niet altijd gemakkelijk te onderscheiden van een ontkenning op woordniveau. Ten eerste zijn het de semantische eigenaardigheden die zo'n onderscheid moeilijk of irrelevant maken. Ten tweede bestaat een zinsdeel dikwijls uit slechts één woord, zodat het onderscheid in technisch opzicht wegvalt. Ten derde is het vaak syntactisch onmogelijk om slechts één woord uit een zinsdeel te ontkennen, omdat het ontkenningswoord het zinsdeel niet mag openbreken.
Terwijl ontkenningen op zinsniveau, zoals hierboven besproken, altijd "absoluut" zijn, kunnen ontkenningen op lagere niveaus als "relatief" beschouwd worden, want zij impliceren altijd een contrast. Dit verschil wordt geïllustreerd in het volgende paar:

(1) a. Kult ÿksaner ef oto nert lorerde.
'Onze buurman heeft de auto niet gekocht.'
(ontkenning van de SvZ ONZE BUURMAN HEEFT DE AUTO GEKOCHT)
b. Kult ÿksaner nert ef oto lorerde.6
'Onze buurman heeft niet de auto gekocht.'
(de buurman heeft dus iets anders gekocht)
c. Nert kult ÿksaner [enn] ef oto lorerde.7
'Niet onze buurman heeft de auto gekocht.'
(iemand anders heeft dus de auto gekocht)

151.p2C

Een zinsdeel wordt ontkend door nert of noi vóór dit zinsdeel te plaatsen:

(1) a. Kult ÿksaner nert ef oto lorerde. (= § 151.p1C (1b))
b. Kult ÿksaner ef oto nert lorerde.
'Onze buurman heeft de auto niet GEKOCHT.' (maar bijv. gekregen)

Omdat nert vóór het predikaat ook als ontkenning van de gehele zin kan dienen, is (1b) ambigu. In het Nederlands wordt ambiguïteit altijd vermeden door verschillende accentpatronen, vergelijk:

(2) a. Onze buurman heeft de auto NIET gekocht. (ontkenning van de gehele zin)
b. Onze buurman heeft de auto niet GEKOCHT. (ontkenning van "kopen")

In (2a) wordt niet zwak beklemtoond; in (2b) wordt gekocht sterk beklemtoond. Zo'n extra accentuering van een woord gaat in het Spokaans altijd samen met de toevoeging van de determinant ki (§ 133.30-41). Zin (1b) kent daarom de gedisambigueerde variant:

(1) b'. Kult ÿksaner ef oto nert loRERde ki.

Nu krijgt de lettergreep -rer- een duidelijk accent.8

151.p6C

In § 151.q3 is verteld dat noi achter het predikaat dezelfde betekenis heeft als ervoor, namelijk de ontkenning van de gehele zin. Omdat de positie achter het predikaat dezelfde kan zijn als de positie direct vóór het volgende zinsdeel, ontstaat er ambiguïteit. Vergelijk:

Tek lorerde noi ef ântikiy matarija.
a. 'Tek koopt het antieke tafeltje NIET.'
(emfatische ontkenning van de SvZ TEK KOOPT HET ANTIEKE TAFELTJE)
b. 'Tek koopt NIET het antieke tafeltje.' (maar ze koopt iets anders)
(emfatische ontkenning van het object ef ântikiy matarija)

151.r59

Deze ambiguïteit (§ 151.p6C) kan opgeheven worden door enerzijds noi vóór het predikaat te plaatsen (alleen betekenis a.), en door anderzijds het object met ki te markeren (alleen betekenis b.):

a. Tek noi lorerde ef ântikiy matarija.
b. Tek lorerde noi ef ântikiy mataRIja ki.

Let op het zinsaccent dat in b. op de lettergreep -ri- ligt.9

151.p8C

Als een zinsdeel geheel aan het begin van de zin staat, wordt dit het liefst met noi, en liever niet met nert, ontkend. Vergelijk:

a. ? Nert Tek lorerde ef ântikiy matarija.
b. Noi Tek lorerde noi ef ântikiy matarija.
'Niet Tek koopt het antieke tafeltje.' (maar iemand anders)

a. ? Nert mas gress arfine.
b. Noi mas gress arfine.
'Niet morgen kom ik.' (maar vandaag)

151.r9

In § 151.p1A-2A is vastgesteld dat noi aan het begin van een volzin deze gehele volzin kan ontkennen. Deze regel kan in conflict zijn met de regel uit § 151.p8C, wat ambiguïteit tot gevolg heeft:

(2) Noi Tek lorerde ef oto, janof eup affionnose fit ef oto-ufire.
a. 'Tek koopt de auto NIET omdat ze zo van autorijden houdt.'
b. 'Niet TEK koopt de auto, omdat ze zo van autorijden houdt.'

Lezing (2a) houdt in dat Tek weliswaar de auto koopt, maar dat ze dat niet doet omdat ze auto rijden zo leuk vindt (vgl. § 151.p2A (2)); in (2b) wordt gezegd dat een ander dan Tek de auto koopt, maar dit voor Tek doet omdat ze autorijden zo leuk vindt. Lezing (2a) kan expliciet uitgedrukt worden door noi met een komma te scheiden, en (2b) kan uitgedrukt worden door het minder emfatische nert (waaraan we met ki emfase kunnen toevoegen):

(3) a. Noi, Tek lorerde ef oto, janof eup affionnose fit ef oto-ufire.
(= (2a))
b. Nert Tek ki lorerde ef oto, janof eup affionnose fit ef oto-ufire.
(= (2b))

151.r61   Ontkenning van het predikaat

Bij een ontkenning op zinsniveau mag noi zowel voor als achter het predikaat staan. Bij een (contrastieve) ontkenning van het predikaat staat noi er altijd voor (net zo als nert). Vergelijk:

a. Do ef letra stinde noi.
'Hij heeft de brief niet geschreven.' (zinsontkenning)
b. Do ef letra noi stinde.
i. 'Hij heeft de brief niet geschreven.' (= a.)
ii. 'Hij heeft de brief niet GESCHREVEN.'
(maar wel getypt; ontkenning van "schrijven")

151.x10

Als een predikaat samengesteld is uit een hulpwerkw.10 gevolgd door beri + infinitief, kan nert/noi dit gehele zinsdeel ontkennen, mits er sprake is van een duidelijk contrast:

(1) Eup nert jóche beri perane ef torozaÿs jadâk mink; eup zloffare ef
ÿlardaros enn ef.

'Ze vindt het niet nodig om de rozestruiken elke week te bemesten; ze vol-
staat met watergeven.'
(2) Gress noi trije beri dakre Petriy, tur iftam qugle isymp ón do.
'Ik probeer niet om Petriy te beledigen, maar stel hem op zijn gemak.'
(3) Elsa nert probare beri arfine; eup preferere beri wencate ef sért.
'Elsa wil niet komen; ze geeft er de voorkeur aan om thuis te blijven.'
(4) Ef veldurs nert ópsene beri téte hédân; óps respekterûs hédân.
'De mensen zijn er niet om elkaar te doden; ze moeten elkaar respecteren.'

Zouden dergelijke contrasten niet bedoeld worden, dan kunnen (1)-(4) opgevat worden als ontkenningen op zinsniveau, want ook in dát geval staat nert/noi direct voor het predikaat. Afhankelijk van de context kunnen (1)-(4) ook zo opgevat worden dat alleen het hulpwerkw., dan wel alleen de infinitief, ontkend wordt. Zie hiervoor § 151.r33 en § 151.$$. Voor modale hulpwerkw.n zie ook § 151.x3a-x3b.

151.s12

Ook predikaten met een positioneel werkw. (§ 81.43-52) kunnen in zijn geheel ontkend en gecontrasteerd worden:

(1) a. Yvonn noi slape ur feldre tur iftam pinzole ur giffe.
'Yvonn zit niet te slapen, maar [ze] staat te mediteren.'
b. Yvonn noi slape ur feldre tur iftam pinzole.
'Yvonn zit niet te slapen, maar [ze] mediteert.'
(2) a. Petriy nert lâlijeuve ef merrelira dynes ur zirde, do éze óps ur feldre.
'Petriy ligt niet naar de spelende kleuters te staren, hij zit ze te observeren.'
b. Petriy nert lâlijeuve ef merrelira dynes ur zirde, do éze óps.
'Petriy ligt niet naar de spelende kleuters te staren, hij observeert ze.'

Merk op dat predikaten met een prepositioneel werkw. opengebroken worden door het object; ondanks het feit dat in (2) ur zirde gescheiden staat van lâlijeuve, vormt het één zinsdeel dat geheel binnen de reikwijdte van nert ligt. Afhankelijk van de context kunnen (1) en (2) ook zo opgevat worden dat alleen het hoofdwerkw., dan wel alleen het positionele werkw., ontkend wordt. Zie hiervoor § 151.s20 en § 151.s21-s22.

151.s23

In § 83.53-55 zijn een aantal idiomatische constructies besproken waarbij een predikaat een infinitief-complement heeft. Zulke predikaten kunnen in zijn geheel ontkend worden, bijvoorbeeld:

(1) Ef clûma noi vendo vereste, tur iftam finno beri ole. (vgl. § 81.53)
'De menigte barstte niet in gejuich los, maar begon boe te roepen.'
(2) Do nert kettelira zerfe, do kettelira nute jazy. (vgl. § 81.55)
'Hij is niet te zien, hij is wel te horen.'

In dergelijke zinnen kan het ontkenningswoord alleen de gehele (cursieve) constructie ontkennen. Een partiële ontkenning van hetzij alleen het finiete werkw. vende of kettelira), hetzij alleen de infinitief (vereste of zerfe) is onmogelijk.

151.s24

Bekijk in dit verband:

(3) Do noi kettelira zerfe, tur iftam nuteFINI.
'Hij is niet te zien, maar luistert wel.'
(4) * Do noi kettelira zerfe [ki], tur iftam nuteINFI.
'Hij is niet te zien, maar wel te horen.'

Omdat nert in (3) alleen het gehele predikaat kettelira zerfe kan ontkennen, wordt dit predikaat dus gecontrasteerd met het (volledige) predikaat (=finiete vorm) nute. Zou nert ook een deel van het predikaat kunnen ontkennen, zoals de infinitief zerfe in (4), dan had dit gecontrasteerd kunnen worden met een andere infinitief, zoals nute. Dit is dus onmogelijk. Meer over ontkenningen bij idiomatische constructies is te vinden in § 151.r19-r29.

151.r10   Ontkenning van basiselementen

Basiselementen (subject, object, echo) kunnen altijd op zinsdeelniveau ontkend worden. Nert/noi komt vóór de eventuele determinant:

Ontkenning van het subject:
(1) a. Nert Justes kette ef mimpit ón Jeely.
'Niet Justes geeft het boek aan Jeely.'
b. ? Ef mimpit kettelije nert pai Justes ón Jeely.
'Het boek wordt niet door Justes aan Jeely gegeven.'
c. ? Jeely kettelitâ nert pai Justes enn ef mimpit.
'Aan Jeely wordt niet door Justes het boek gegeven.'
(2) a. Nert do ef litalu reparere.
'Niet hij heeft de lamp gerepareerd.'
b. ? Ef litalu nert pai do reparerelije.
'De lamp is niet door hem gerepareerd.'

Ontkenning van het object:
(3) a. Justes kette nert ef mimpit ón Jeely.
'Justes geeft niet het boek aan Jeely.'
b. Nert ef mimpit kettelije pai Justes ón Jeely.
'Niet het boek wordt door Justes aan Jeely gegeven.'
c. ? Jeely kettelitâ pai Justes nert enn ef mimpit.
'Aan Jeely wordt door Justes niet het boek gegeven.'
(4) a. Do nert ef litalu reparere.
'Hij heeft niet de lamp gerepareerd.'
b. Nert ef litalu pai do reparerelije.
'Niet de lamp is door hem gerepareerd.'

Ontkenning van de echo:
(5) a. Justes kette ef mimpit nert ón Jeely.
'Justes geeft het boek niet aan Jeely.'
b. ? Ef mimpit kettelije pai Justes nert ón Jeely.
'Het boek wordt door Justes niet aan Jeely gegeven.'
c. Nert Jeely kettelitâ pai Justes enn ef mimpit.
'Niet aan Jeely wordt door Justes het boek gegeven.'

151.r11

Niet alle voorbeelden in § 151.r10 zijn even grammaticaal. Omdat ontkenning van zo'n basiselement inhoudt dat dit vanwege de contrastwerking extra benadrukt wordt, treedt zo'n basiselement in principe als zinskern op. Alleen in actieve zinnen kan ook een niet-kern gemakkelijk ontkend worden en aldus de nadruk krijgen. Daarom klinken (1a), (2a), (3a), (3b), (4a), (4b), (5a) en (5c) het meest natuurlijk. Er kunnen zich situaties voordoen waarin de zinskern en het benadrukte element niet samenvallen. In dat geval zijn ook object-passieven nog acceptabel, zoals (1b), (2b) en (5b). Echo-passieven waarin een niet-kern ontkend wordt, klinken vrijwel altijd onnatuurlijk, zoals (1c) en (3c) (tenzij er een zeer sterke reden is om de echo als kern te laten optreden). Zie ook § 151.r12.

151.r12

Ontkenning van een zinsdeel houdt altijd de uitdrukking van een contrast in. Dit contrast kan impliciet zijn (zoals in § 151.r10 (1)-(5)), maar ook expliciet, zoals in de volgende voorbeelden:

(1') a. Noi Justes kette ef mimpit ón Jeely, tur iftam Tek.
'Niet Justes geeft het boek aan Jeely, maar [wel] Tek.'
(2') a. Noi do ef litalu reparere, tur iftam gress.
'Niet hij heeft de lamp gerepareerd, maar ik.'
Nert do ef litalu reparere, brâ gress ki paina ef.
'Niet hij heeft de lamp gerepareerd, want ik heb het gedaan.'
(3') b. Noi ef mimpit kettelije pai Justes ón Jeely, tur iftam ef CD.
'Niet het boek wordt door Justes aan Jeely gegeven, maar [wel] de CD.'
c. Jeely kettelitâ pai Justes nert enn ef mimpit, eup kettelitâ enn ef CD.
'Aan Jeely wordt door Justes niet het boek gegeven, aan haar wordt de
CD gegeven.'
(4') a. Do noi ef litalu reparere, tur iftam ef hek.
'Hij heeft niet de lamp gerepareerd, maar [wel] de kraan.'
(5') a. Justes kette ef mimpit noi ón Jeely, tur iftam ón Tek.
'Justes geeft het boek niet aan Jeely, maar [wel] aan Tek.'
c. Nert Jeely kettelitâ pai Justes enn ef mimpit, Tek kettelitâ prôchôk ef.
'Niet aan Jeely wordt door Justes het boek gegeven, aan Tek wordt het
waarschijnlijk gegeven.'

Als het contrast uitgedrukt wordt in een tur-bijzin, wordt altijd het ontkenningswoord noi gebruikt, en tur wordt gevolgd door iftam 'wel' volgens het stramien noi X ... tur iftam Y 'niet X ... maar [wel] Y'.11 Contrasten die op een andere manier zijn uitgedrukt, kunnen daarentegen wel nert bevatten.

151.r13

Een expliciete uitdrukking van contrast klinkt het meest natuurlijk als het ontkende zinsdeel of geheel vooraan of geheel achteraan de zin staat. Dit is het geval in (1')-(5'). De volgende zinnen klinken minder natuurlijk:

? Jeely kettelitâ noi pai Justes enn ef mimpit, tur iftam pai Ôrs.
'Aan Jeely wordt niet door Justes het boek gegeven, maar [wel] door Ôrs.'
? Ef mimpit kettelije nert pai Justes ón Jeely, brâ ef painelije pai gress.
'Het boek wordt niet door Justes aan Jeely gegeven, want het wordt door mij
gedaan.'

151.r14

Vergelijk ook:

(1) a. ? Niko orore-cor noi cradef ypriys fes belt fort, tur bent ef koffon yvôps.
b. ? Fes belt fort Niko orore-cor noi cradef ypriys, tur bent ef koffon yvôps.
c. Noi cradef ypriys ororelije-cor pai Niko fes belt fort, tur bent ef koffon
yvôps.
'Niko zaagt binnenkort niet alle IEPEN om, maar eerst de dode linden.'

Zin (1c) klinkt het meest natuurlijk, omdat hier het te contrasteren element het eerst genoemd wordt. In (1b) staat het te contrasteren element weliswaar aan het einde van de zin, maar dit is een gevolg van de vooropplaatsing van de tijdsbepaling. Deze ordening is gemarkeerd (want de tijdsbepaling krijgt nadruk), en klinkt daarom onnatuurlijk. In (1a) staat het te contrasteren element ergens midden in de zin, en dat is evenmin natuurlijk.

151.r21   Ontkenning van overige zinsdelen

Ook andere zinsdelen dan de basiselementen kunnen ontkend worden, al dan niet met een expliciete uitdrukking van contrast:

Kirro prate nert mas. 'We vertrekken niet morgen.'
Kirro prate noi mas tur iftam lelmo tof.
'We vertrekken niet morgen maar [wel] vandaag.'
Noi kusami óps enn ef koffon ka'en minkede. =
= Óps ef koffon ka'en minkede nert kusami.
'Ze hebben het dode hert niet HIER gevonden.' (maar ergens anders)
Do melde nert kinur, vûlt marteltšu.12
'Hij is niet ziek, [hij is] hoogstens verkouden.'
Gress zâre nert ber Amahagge. 'Ik woon niet in Amahagge.' (maar in Tona)
Gress zâre ber Amahagge nert fes ef Korda-mirra, gress paine jazy fes ef
Koles-mirra.

'Ik woon niet in de Kerkstraat in Amahagge, maar feitelijk in de Schoolstraat.'
Do ufire nert terat hups ki. 'Hij rijdt niet erg hard.'
Tu ef argerat verfute nert perdÿrovap.
'Je hebt de deur niet aan beide kanten geverfd.' (slechts aan één kant)
Gress vende-ral noi ral, [tur iftam kelt].13
'Ik ga nu niet mee, [maar straks wel].'

151.r22

Als een additivische bepaling door lo gemarkeerd wordt, kan het ontkenningswoord zowel vóór als achter lo staan:

a. Do ef jôrm verfute nert lo tiyt. =
b. = Do ef jôrm verfute lo nert tiyt.
'Hij heeft de dakgoot niet netjes geverfd.' (maar bijvoorbeeld wel slordig)

a. Óps pliyfone nert lo ysp. =
b. = Óps pliyfone lo nert ysp.
'Ze drinken zich niet dronken.' (maar ze drinken wel zodanig dat ze in een
andere gemoedstoestand raken, bijvoorbeeld vrolijk)

Omdat we ervan uitgaan dat lo deel uitmaakt van het gehele zinsdeel, zijn de b-zinnen voorbeelden van ontkenningen op woordniveau (zie § 151.s13). Voor lo, zie Hoofdstuk 93.

151.r60

Als noi gebruikt wordt om een addit.bepaling direct achter het predikaat te ontkennen, kan het beter achter lo geplaatst worden, omdat noi anders ook begrepen kan worden als een ontkenning van het predikaat (zie § 151.q3). Vergelijk:

a. Do ef jôrm verfute noi lo tiyt. =
b. = Do ef jôrm verfute lo noi tiyt.
'Hij heeft de dakgoot niet NETJES geverfd.' (maar slordig)
c. = Do ef jôrm noi verfute lo tiyt.
'Hij heeft de dakgoot niet netjes GEVERFD.'
(maar netjes afgebrand)

151.r48   Nert en noi in vaste verbindingen

Het Spokaans kent een hele reeks add.n die (vrijwel) uitsluitend predikatief gebruikt worden, en die een vaste verbinding met nert en/of noi kunnen vormen. Hierbij zijn drie mogelijkheden:

(i) het add. is een nadere specificatie bij nert en/of noi;
(ii) nert en/of noi vormt een ontkenning bij dit add.;
(iii) de combinatie van add. + nert/noi (of nert/noi + add.) heeft een
gelexicaliseerde betekenis.

Deze drie groepen worden besproken in Afdeling F (vanaf § 151.p1F).

151.r19   Idiomatische uitdrukkingen

In idiomatische uitdrukkingen, waarbij twee of meer zinsdelen een vaste verbinding met een vaste betekenis vormen, is het onmogelijk om slechts één van deze zinsdelen te ontkennen. Zo'n ontkenning zou immers inhouden dat dit zinsdeel semantisch gecontrasteerd wordt met een ander zinsdeel, en zo'n contrast bestaat niet omdat het ontkende zinsdeel binnen de idiomatische uitdrukking geen "eigen" betekenis heeft. In de volgende voorbeelden is de idiomatische uitdrukking onderstreept; in de b-zinnen is getoond dat het ontkennen van één van de elementen in de onderstreepte sequentie leidt tot een letterlijke interpretatie met contrastwerking. Dit is meestal semantische onzin:

(1) a. Gress sen luste beri fesoume luft Brefcôch.14
'Ik heb zin om de boel erbij neer te gooien.'
(lett. "ik heb zin om me over te geven aan Brefcôch")
b. */:( Gress sen luste beri fesoume nert luft Brefcôch.
(lett. "ik heb zin om me niet aan Brefcôch over te geven" - dus wèl aan
een andere personificatie?)

(2) a. Do fisae ðÿm klâm.15
'Hij heeft het bij het verkeerd eind; Hij zit ernaast.'
(lett. "hij vist zonder haakje")
b. Do fisae nert ðÿm klâm.
(lett. "hij vist niet zonder haakje" - dus met een haakje? (indien alleen
het voorz. ontkend is) of met een fuik? (indien de hele voorz.bep.
ontkend is))

(3) a. Do otostindo pipar, janof do nert lelperro ef pevutro rifo eft cômputer.
'Hij typte alles uit, omdat hij niet over een computer beschikte.'
b. * Do otostindo pipar, janof do lelperro nert ef pevutro rifo eft cômputer.
(lett. "... omdat hij niet de beschikking had over een computer" - hij had
wèl "iets anders" over die computer)

151.r20

Uit de voorbeelden in § 151.r19 blijkt dat toevoeging van een ontkenningswoord tot verschillende grammaticaliteit kan leiden: zin (1b) wordt door de meesten niet als "ongrammaticaal", maar wel als "semantisch vreemd" beoordeeld (alleen degenen die per definitie elke verandering in een idiomatische constructie ongrammaticaal vinden, zoals Kojen Pôt, zullen ook (1b) ongrammaticaal vinden.
Zin (2b) is geheel correct in zijn letterlijke betekenis; het is echter nooit een variant van het idioom in (2a). Zin (3b) tenslotte wordt algemeen als ongrammaticaal beschouwd. We zien hier een verdeling in (i) uitdrukkingen en gezegdes (die zonodig een letterlijke betekenis kunnen hebben, zoals in (1) en (2)), en (ii) vaste combinaties die slechts op één manier opgevat kunnen worden (zoals in (3)).

151.r29

Vergelijk nu:

a. Ef menester ef ÿrgyrosz pai ef cÿrna'eche-cômišo nert paine
de minister de beschuldigingen door de onderzoekscommissie doen
fesdu ef rofaakora.
in de oranje-map
'De minister heeft de beschuldigingen van de onderzoekscommissie niet naast
zich neergelegd.'
b. Nert ef menester ef ÿrgyrosz pai ef cÿrna'eche-cômišo paine fesdu ef rofaakora.
'Niet de minister heeft de beschuldigingen van de onderzoekscommissie naast
zich neergelegd.'
c. Ef menester nert ef ÿrgyrosz pai ef cÿrna'eche-cômišo paine fesdu ef rofaakora.
'De minister heeft niet de beschuldigingen van de onderzoekscommissie naast
zich neergelegd.'
d. Ef menester ef ÿrgyrosz nert pai ef cÿrna'eche-cômišo paine fesdu ef rofaakora.
'De minister heeft de beschuldigingen niet van de onderzoekscommissie naast
zich neergelegd.'
e. ? Ef menester ef ÿrgyrosz pai ef cÿrna'eche-cômišo paine nert fesdu ef
rofaakora.
'? De minister heeft de beschuldigingen van de onderzoekscommissie niet
NAAST zich (maar links van zich) neergelegd.'

Zin a. bevat een ontkenning op zinsniveau: hier is sprake van een contrastloze presentatie van een negatieve SvZ. In zin b. is het subject ontkend, wat inhoudt dat iemand anders dan de minister de beschuldigingen naast zich neer heeft gelegd (hieruit zou geconcludeerd kunnen worden dat de minister zich wel iets van de beschuldigingen heeft aangetrokken).
In c. wordt het object "de beschuldigingen van de onderzoekscommissie" ontkend; de minister heeft dus iets anders dan deze beschuldigingen naast zich neergelegd.
In d. wordt binnen het object de nadere bepaling "door de onderzoekscommissie" ontkend, ofwel: de minister heeft beschuldigingen van een andere instantie dan de onderzoekscommissie naast zich neergelegd (ontkenning op woordgroepniveau, zie § 151.r30).
Zin e. tenslotte is bijzonder omdat hier de voorz.bep. "in de oranje map" wordt ontkend. De uitdrukking ef paine flaju fesdu ef rofaakora is idiomatisch en betekent 'iets naast zich neerleggen'. Door een deel van deze uitdrukking te ontkennen wordt het idiomatische karakter aangetast, en blijft er een letterlijke interpretatie over. In e. wordt dus gezegd dat de minister de beschuldigingen niet in een oranje map heeft gedaan, maar in een map met een andere kleur. In de Nederlandse vertaling is zo'n letterlijke interpretatie benaderd door het abstracte "naast zich" als concreet te behandelen, zodat deze voorz.bep. gecontrasteerd wordt met "links van zich". Zodoende is ook in het Nederlands het idiomatische karakter verdoezeld.

151.x27

In één zin kan meer dan één zinsdeel ontkend worden, hoewel dat dikwijls tot onduidelijke, stroeve constructies leidt. Bijvoorbeeld:

(1) Eup nert ef oto lorerde nert ðÿm eft baso.
'Ze heeft niet zonder reden niet de auto gekocht.'
(maar wel iets anders)
(2) Stus kafte kusami noi lilt nert tjâg dollars.
'Men betaalt hier niet vaak niet met dollars.'

In (1) zou nert ðÿm eft baso 'niet zonder reden' vervangen kunnen worden door lef eft baso 'met [goede] reden'; zin (2) lijkt hetzelfde te betekenen als:

(3) Stus kafte kusami lilt [iftam] tjâg dollars.
'Men betaalt hier vaak [wel] met dollars.'

151.x28

In één zin kan een zinsdeel ontkend worden terwijl bovendien de hele zin ontkend wordt. Zulke constructies zijn veel natuurlijker dan die met twee ontkende zinsdelen, zoals besproken in § 151.x27. Bijvoorbeeld:

Do ef argerat nert ilbaje nert fes proba .
'Hij heeft de deur niet met opzet niet dichtgedaan.'

Het eerste nert ontkent de gehele SvZ HIJ HEEFT DE DEUR NIET MET OPZET DICHTGEDAAN, en het tweede nert ontkent het zinsdeel fes proba.
Hoewel het tweede nert binnen de reikwijdte van het eerste nert valt, is het niet zo dat het ene nert het andere opheft (de regel "2 ( negatief = positief" gaat alleen in de wiskunde op, niet in de taalkunde).

151.x29

Nog een voorbeeld:

(1) Noi ef demonstrašo sen nert wencate, tur iftam ef gadros mintof ef.
'Niet de demonstratie gaat niet door, maar de vergadering erna.'

Hier wordt de gehele zin met nert ontkend, en binnen dit domein wordt het subject ef demonstrašo met noi ontkend en tegelijkertijd gecontrasteerd met ef gadros. In de elliptische tur-zin is het ontkende predikaat sen nert wencate weggelaten. In § 132.120 is uitgelegd dat in het geval van twee corefererende predikaten het ene ook door het spoor paine vervangen kan worden, in plaats van geheel weggelaten worden. Als we in (1) paine gebruiken, moet dit wel ontkend worden. Als daarentegen het tweede corefererende predikaat door het spoor idem vervangen wordt (§ 132.37), blijft een ontkenning in de tur-zin achterwege. Vergelijk:

(1') a. Noi ef demonstrašo sen nert wencate, tur iftam ef gadros nert paine
mintof ef.
b. Noi ef demonstrašo sen nert wencate, tur iftam ef gadros idem
mintof ef.
('idem')

Paine is een werkw.vervanger, maar idem is een zinsdeel-vervanger, en omdat nert als deel van een zinsdeel beschouwd wordt, valt dit onder de vervanging door idem. Zie ook § 132.124-125 voor het verschil tussen idem en paine.

151.n1   Het gebruik van nÿf 'geen'

Als een zinsdeel algeheel onbepaald is (d.w.z. het zinsdeel duidt een entiteit of verzameling van entiteiten aan die noch voor de spreker noch voor de hoorder identificeerbaar is16), krijgt een subst. in het enkelvoud het onb.lidw. eft; stoff. en meervoudige subst.n hebben in het geheel geen lidw. Het een en ander volgens het volgende schema:

onb.lidw. eft:
enkelvoud: concr., semi-concr. en abstr.

geen lidwoord:
enkelvoud: stoff.
meervoud: alle categorieën

151.s37

Voorbeelden (afwezigheid van een lidw. is aangegeven met Ø):

Gress lorertavy eft kelde-cheba otoC. 'Ik wil een tweedehands auto kopen.'
Groft ocÿrma jochoe eft hatrosA ur eft jalorsiySC.
'Zijn gedrag komt voort uit haat en jaloezie.'
Do lelperre Ø ratlesCmv fes sener arâbe. 'Hij heeft trollen in zijn tuin.'
Do nert tiffe Ø rovretoszAmv. 'Hij kent geen liefde.'
Ø PlekoS melde fes ef amâr. 'Er zit zand in de emmer.'

151.s32

Algeheel onbepaalde zinsdelen zoals bedoeld in § 151.n1 kunnen in principe niet met nert of noi ontkend worden (voor de uitzonderingen, zie § 151.s35-s40). In plaats van deze ontkenningswoorden wordt het onb.vnw. nÿf 'geen' (Blok 52.11 en § 52.12 14) gebruikt. Omdat nÿf nooit met een lidwoord gecombineerd kan worden, wordt nÿf tot de lidw.vervangende voorn.woorden gerekend, hoewel er van "vervanging" feitelijk geen sprake is.17 Vergelijk het gebruik van nÿf met nert. In de a-zinnen wordt een algeheel onbepaald zinsdeel (vetgedrukt) ontkend en (al dan niet expliciet) gecontrasteerd met een ander algeheel onbepaald zinsdeel. In de b-zinnen gaat het om een bepaald (= identificeerbaar) zinsdeel dat ontkend en gecontrasteerd wordt:

(1) a. Do lelperre nÿf mimpits. 'Hij heeft geen boeken.'
(maar wèl iets anders, bijv. platen)
b. Do lelperre nert ef mimpits. 'Hij heeft niet de boeken.'
(maar wèl iets anders, bijv. de platen)

(2) a. Nÿf pleko melde fes ef amâr. 'Er zit geen zand in de emmer.'
(maar wel iets anders, bijv. water)
b. Nert ef pleko melde fes ef amâr. 'Niet het zand zit in de emmer.'
(maar wel iets anders, bijv. het water)

151.s33

Omdat nÿf altijd gevolgd moet worden door een meervoudig subst. (tenzij het stoffelijk is), wordt dikwijls een meervoudige vorm gebruikt terwijl de oppositie enkelvoud~meervoud als zodanig niet bestaat of irrelevant is. Met name bij abstr. en semi-concr. subst.n is het gebruik van een meervoudsvorm opvallend:

(3) a. Do tiffe nÿf rovretosz. 'Hij kent geen liefde.'
(maar hij kent bijv. wel haat)
b. Do tiffe nert ef rovretos[z] armt sener hymâ.
'Hij kent niet de liefde voor zijn vaderland.'
(maar hij kent bijv. wel de haat voor zijn vaderland)

(4) a. Do stjece nÿf jalorsiys ur nÿf porforiy.
'Hij toont geen jaloezie en geen koppigheid.'
b. Do stjece nert ef jalorsiy[s] ur nert ef porforiy, kirro tiffelira frópjÿ do.
'Hij toont niet de jaloezie en niet de koppigheid die we van hem kennen.'

Omdat jalorsiy 'jaloezie' een semi-concr.subst. is, krijgt het, evenals alle concr. subst.n, in het meervoud een -s (Blok 30.5). Omdat porforiy als abstr.subst. op -iy eindigt, blijft het meervoud ongemarkeerd (§ 30.40).
In (3b) en (4b) is het gebruik van de meervoudsvorm niet noodzakelijk, maar wel vaak mogelijk, zeker als het zinsdeel ontkend wordt (zie ook § 31.21-24).

151.s34

Let op dat ook concr.subst. in het meerv. kunnen staan, terwijl er feitelijk van een enkelvoud sprake is:

VS: Aftel tu lelperre eft oto? 'Heb je een auto?'
AG: Noft, gress lelperre nÿf otos, ne'âma eft pitter.
'Nee, ik heb geen auto, alleen een fiets.'

Willen we beslist uitdrukken dat het om één auto gaat, dat moet er een bep.lidw. gebruikt worden, omdat *nert eft oto ongrammaticaal is:

(1) AG: Noft, gress lelperre nert ef oto. 'Nee, ik heb geen auto.'

In het algemeen geldt: nÿf + XMV = nert ef + XENK. Als zin (1) gebruikt wordt als antwoord op de vraag "heb je een auto?", vertelt de context ons dat het zinsdeel nert ef oto als "onbepaald" (dus als 'geen auto') geïnterpreteerd moet worden. Er zijn natuurlijk ook contexten mogelijk waarbij dit zinsdeel als "bepaald" (dus als 'niet de auto') begrepen moet worden, zoals in:

(situatie: de auto en de wasmachine zijn beide kapot)
VS: Aftel tu enn ef oto riffe? 'Heb je de auto gerepareerd?'
AG: Noft, gress nert ef oto riffe.
'Nee, ik heb niet de AUTO gerepareerd.'
(implicerend dat ik wel de wasmachine heb gerepareerd)

151.s28

Nog een voorbeeld:

(1) VS: Kette-tûe curmel ef letra kaf ef kelbra ón gress, miss?
'Wil je even die brief op tafel aan me geven?'
AG: Gress zerfe nÿf letras. 'Ik zie geen brief.'

Het antwoord in (1) impliceert dat AG veel andere dingen op tafel ziet liggen, maar geen brieven, dus ook niet de brief waar VS op doelt. Hier wordt dus een contrast uitgedrukt tussen "een verzameling dingen (geen brieven)" en "een verzameling brieven". Vergelijk dit met de volgende antwoorden:

(2) a. AG: Gress zerfe nert ef letra. 'Ik zie niet de brief.'
b. AG: Gress nert zerfe ef letra. 'Ik zie de brief niet.'
c. AG: Gress nert zerfe eft letra. 'Ik zie een brief niet.'

151.s29

Antwoord (2a) impliceert dat AG iets op tafel ziet liggen, maar dat dat niet de bewuste brief is; hier bestaat dus een contrast tussen "een ding (niet de brief)" en "de brief". (2b) en (2c) zijn ontkenningen op zinsniveau: deze antwoorden zijn adequaat als er helemaal niets op tafel ligt, zodat er ook geen contrast uitgedrukt kan worden. Er is nog een subtiel verschil tussen (2b) en (2c): in (2b) drukt het bepaalde lidw. ef uit dat AG weet over welke brief VS het heeft (ofwel: de brief is voor AG identificeerbaar). In (2c) drukt eft uit dat AG de brief niet kan identificeren (en ook niet de kans krijgt om dat te doen want die brief is er niet).

151.n3

Het onderscheid tussen (a.) "bepaald" en (b.) "algeheel onbepaald" wordt tenslotte nog verduidelijkt aan de hand van de volgende vraag/antwoordparen. Let ook op de c-zinnen waarin de gehele SvZ wordt ontkend; in dat geval is het onderscheid "bepaald"~"onbepaald" irrelevant:

(1) a. VS: Aftel stus enn ef jôl minkede? 'Hebben ze het goud gevonden?'
AG: Noft, stus nert ef jôl minkede.
'Nee, het GOUD hebben ze niet gevonden.'
(ze hebben wel koper gevonden)
b. VS: Aftel stus enn jôl minkede? 'Hebben ze goud gevonden?'
AG: Noft, stus nÿf jôl minkede. 'Nee, ze hebben geen GOUD gevonden.'
(ze hebben wel koper gevonden)
c. VS: Aftel stus enn [ef] jôl minkede? 'Hebben ze [het] goud gevonden?'
AG: Noft, stus [ef] jôl nert minkede.
'Nee, ze hebben [het] goud niet gevonden.'

(2) a. VS: Aftel ef letra mešana? 'Is de brief aangekomen?'
AG: Noft, nert ef letra mešano. 'Nee, de BRIEF is niet aangekomen.'
(wel een/het pakje)
b. VS: Aftel eft letra mešana? 'Is er een brief aangekomen?'
AG: Noft, nÿf LETRAS mešano. of Noft, nert ef LETRA mešano.
'Nee, er is geen BRIEF aangekomen.' (maar wel een pakje)
VS: Aftel [gopirus] letras mešana? 'Zijn er [enige] brieven aangekomen?'
AG: Noft, nÿf LETRAS mešano. 'Nee, zijn geen BRIEVEN aangekomen.'
(maar wel een pakje/enige pakjes)
c. VS: Aftel ef letra mešana? ''Is de brief aangekomen?'
AG: Noft, ef letra nert mešano. 'Nee, de brief is niet aangekomen.'

151.n8

Let ook op de volgende constructie:

(1) Do otostindo pipar, janof do lelperro ef pevutro rifo nÿf cômputers.
'Hij typte alles uit, omdat hij niet over een computer beschikte.'
(maar hij beschikte wel over een schrijfmachine)

Ondanks het algeheel onbepaalde karakter van "computer" kan het Nederlands hier geen geen gebruiken, omdat er een voorz. aan voorafgaat. Vergelijk: "hij typte alles uit omdat hij geen computer had". In het Spokaans kan nÿf hier wel gebruikt worden. Vergelijk (1) met (2), waarin de SvZ ontkend wordt:

(2) Do otostindo pipar, janof do nert lelperro ef pevutro rifo eft cômputer.
'Hij typte alles uit, omdat hij niet over een computer beschikte.'

151.s39

Zinsdelen die met nÿf zijn ontkend, lijken soms een minder duidelijk contrast uit te drukken dan zinsdelen die met nert of noi zijn ontkend. Vergelijk:

a. Ef 'jan, fartelira kusama lango ef klarbÿr, lelperre-armt nert ef bof.
'De jongen die daar langs de over loopt heeft niet een broek aan.'
b. Ef 'jan, fartelira kusama lango ef klarbÿr, lelperre-armt nÿf bofs.
'De jongen die daar langs de over loopt heeft geen broek aan.'

Bij a. wordt allereerst gedacht aan een kledingstuk dat qua functie contrasteert met een broek. We vragen ons af: "wat heeft hij dan wèl aan in plaats van een broek?", en kunnen concluderen dat hij dan wel een rok of jurk zal dragen.
Bij b. wordt meer gedacht aan de afwezigheid van een broek, die contrasteert met de aanwezigheid van enig ander kledingstuk: de jongen heeft weliswaar geen broek aan, maar wel een hemd en schoenen. Zin b. kan dus uitdrukken dat de jongen in zijn blote billen loopt, hoewel een interpretatie als in a. ook mogelijk is. Vergelijk ook nog de ontkenning op zinsniveau in:

c. Ef 'jan, fartelira kusama lango ef klarbÿr, nert lelperre-armt eft bof.
'De jongen die daar langs de over loopt heeft geen broek aan.'

In c. wordt expliciet gezegd dat de jongen in zijn blote billen loopt, want "geen broek aanhebben" is hier identiek aan "het lichaamsdeel dat normaliter met een broek is bedekt, is nu onbedekt".
In idiomatische contructies kan nÿf geïnterpreteerd worden als een volwaardige ontkenning op zinsniveau, zodat elke contrastwerking geëlimineerd is. Zie hiervoor § 151.s38.

151.s38

Nÿf komt in een aantal idiomatische verbindingen voor waarbij de contrastwerking meestal geëlimineerd is (d.w.z. nÿf treedt op als een ontkenning op zinsniveau). Voorbeelden:

nÿf effer = nÿf vluquos 'geen enkele; niet één':
Do lelperre nÿf effer mimpits. 'Hij heeft niet één boek.'
nÿf effer/vluquos veldurs 'geen enkel persoon'
fes nÿf vluquos wysz 'op geen enkele manier'

... ur nÿf lelpirus 'als geen ander':
Do lelperre ef progrâm frópjÿ liftkar gorbasz, ur nÿf lelpirus.
'Hij is als geen ander gespecialiseerd in oude postzegels.'
(zie ook § 143.$$)

Elliptisch in opschriften ed.:
Nÿf entrafôsta! 'Verboden toegang!' (lett. "geen verblijfMV op vreemd terrein")
Nÿf pâtôsta! 'Binnen zonder kloppen!' (lett. "geen geklopMV")
Nÿf tušôsta! 'Niet aanraken!' (lett. "geen aanrakingen")

Emfatische/beeldende zinsontkenning:
Nÿf tiyns arfine cupp eup. 'Ze zegt geen stom woord.'
Eup šove nÿf glânts rifo ef overšiy. 'Ze vertoont geen spoor van medelijden.'
£ Kirro zerfe nÿf prefdefs fes dena graviy douba.
'We zien geen [ene] moer in die dikke mist.'
Do unere nÿf lÿn šotiys. 'Hij begrijpt er geen snars/zier van.'
(lett. "hij begrijpt er geen elf schoten van")

Overig idioom:
Ef mennâpippolâ tiffe nÿf painôsta lef ef wygce-wósers, mešanâx ÿrô.
'De commissaris van politie weet geen raad met de zojuist aangekomen asiel-
zoekers.'
Gress tiffe nÿf painôsta lef ef. 'Ik weet me geen raad.'
(lett. "ik weet/ken geen hulp daarmee")
Nÿf tÿrt-âskâns melde. 'Er is geen weg terug.'
Mittof qurstoxe nÿf côle. 'Dat slaat nergens op.'
(lett. "dat treft geen doel[en]")
Fes kost sért nÿf ÿrts clârseg-merrers!
'Als je ruzie wilt zoeken doe je dat maar bij jezelf thuis, niet bij mij!'
(lett. "in mijn huis geen valse harpspelers")18

151.s35

In twee gevallen is het toegestaan om nert of noi met het onbep.lidw. eft te verbinden:

i. bij een expliciete uitdrukking van contrast, zie § 151.s36
ii. bij sommige vragende zinnen, zie § 151.x23-s40

151.s36

In de a-zinnen ontbreekt een expliciet contrast; hier kan alleen nÿf of nert ef gebruikt worden. In de b- en c-zinnen wordt een contrast expliciet uitgedrukt; hier is nert [eft] of noi [eft] wèl mogelijk:

(1) a. i. Gress zerfe nÿf letras. 'Ik zie geen brieven.'
ii. Gress zerfe nert ef letra. 'Ik zie niet de brief.'
'Ik zie geen brief.' (gemeenschappelijke betekenis van zowel i. als ii.)
b. Gress zerfe nert eft letra, gress zerfe ne'âma eft envlôp.
'Ik zie niet een brief, ik zien alleen een envelop.'
c. Gress zerfe noi eft letra tur iftam eft envlôp.
'Ik zie niet een brief maar wel een envelop.'

(2) a. i. Tek nÿf usynn paine fes ef flest.
ii. Tek nert ef usynn paine fes ef flest.
'Tek heeft niet de azijn in het flesje gedaan.'
'Tek heeft geen azijn in het flesje gedaan.'
(gemeenschappelijke betekenis van zowel i. als ii.)
b. Tek nert usynn paine fes ef flest; eup enn ool paine lef moplariy fes ef.
'Tek heeft geen azijn in het flesje gedaan; ze heeft er per ongeluk olie
in gedaan.'
c. Tek noi usynn paine fes ef flest, tur lef moplariy ool.
'Tek heeft geen azijn in het flesje gedaan, maar per ongeluk olie.'

151.x23

Vergelijk:

(1) a. Aftel Tek lelperre eft hupspitter? 'Heeft Tek een motorfiets?'
b. Aftel Tek lelperre nert eft hupspitter?
'Heeft Tek een motorfiets of iets anders?' (vgl. ook § 151.x3)

Zin (1a) is een neutrale vraag: de vraagsteller weet niet of de SvZ TEK HEEFT EEN MOTORFIETS waar of onwaar is, en het antwoord kan zijn "ja" of "nee".
Bij (1b) geeft de vraagsteller te kennen dat hij denkt dat Tek géén motorfiets heeft (de door de vraagsteller veronderstelde (aangeklede) SvZ is TEK HEEFT GEEN MOTORFIETS), en wil nu weten wat Tek dan wèl heeft. Antwoord kan zijn "ja" (próp) of "Tek heeft een X" (X??/motorfiets).

151.s41

Nog een voorbeeld:

(2) a. Aftel tu ketto ef smurf ón eft trott?
'Heb jij het geld aan een zwerver gegeven?'
b. Aftel tu ketto ef smurf nert ón ef/eft trott?
'Heb jij het geld aan de/een zwerver gegeven of aan iemand anders?'

Zin (2a) is een neutrale vraag: de vraagsteller weet niet of de SvZ JIJ HEBT HET GELD AAN EEN ZWERVER GEGEVEN waar of onwaar is, en het antwoord kan zijn "ja" of "nee". Bij (2b) geeft de vraagsteller te kennen dat hij denkt dat "jij" het geld niet aan de/een zwerver hebt gegeven, en wil nu weten aan wie "jij" het geld dan wèl hebt gegeven. Antwoord kan zijn "ja" (próp) of "ik heb het geld aan X gegeven" (X??/de/een zwerver).

151.s40

Ja/nee-vragen waarin een zinsdeel ontkend wordt met nÿf, zijn ongrammaticaal, zoals:

* Aftel Tek lelperre nÿf hupspitters? 'Heeft Tek geen motorfiets[en]?'
* Aftel tu ketto ef smurf ón nÿf trotts?
'Heb je het geld niet aan een zwerver gegeven?'
of 'Heb je het geld niet aan zwervers gegeven?'

De ontkenning op zinsdeelniveau middels nÿf houdt altijd een gelijktijdig contrast in, en zo'n contrast is onverenigbaar met het karakter van een ja/nee-vraag.

151.p1D   ad § 151.p1   D. Ontkenningen op woordgroepniveau

Onder "woordgroep" verstaan we een hechte sequentie van woorden, die deel uitmaken van een zinsdeel. Zo'n groep woorden kan vaak zelf ook als zinsdeel optreden; het betreft dikwijls een voorz.bepaling. In de volgende voorbeelden zijn de vetgedrukte delen zinsdelen, en de onderstreepte delen woordgroepen:

Ef liftkar én bliynt én blâcs merater tassa lo koffon rifonn ef mittors.
'De oude, blinde en manke man is van de trap gevallen en dood.'
Do pilde ef letra kaf ef nregtâ fes ef pâlriy.
'Hij legt de brief op de plank in het kastje.'
Ef prÿzamiriyn peplân kusamat ef mârve kafes-plajelira erfo helkara ef
frumbiyl cÿrsôgelira kôtagjes hajemjero pert zefa uproje-prô'utas kaf
ef šarkón.19
'De statige populieren langs de zwak stijgende oprijlaan naar het somber
oprijzende landhuis zijn getuige geweest van vele diepe familiedrama's op
het landgoed.'

In het laatste voorbeeld bestaat het subject uit drie, en het object uit twee lange woordgroepen. Dergelijke woordgroepen zijn dikwijls voorz.bep.n die niet los gezien kunnen worden van een andere woordgroep.

151.r30

Woordgroepen kunnen - zeker als het volwaardige voorz.bep.n zijn - dikwijls ontkend worden door nert/noi ervoor te plaatsen. Bijvoorbeeld (zie ook § 151.r29 zin d.):

(1) Do pilde ef letra kaf ef nregtâ nert fes ef pâlriy.
'Hij legt de brief op de plank niet in het kastje.'
(maar op de plank naast de kachel)
(2) Gress tiffe ef merater nert armt ef doffiy bidale-kas.
'Ik ken niet de man in de zwarte regenjas.'
(maar wel de man in de bruine jas)
(3) Blul nert velpelije ef miptiynlots nert kusamat ef kiyk-bôrté.20
'De afvalcontainers niet langs de stoeprand worden niet geledigd.'
(maar de containers die wel langs de stoeprand staan worden wel geledigd)

151.r31

In de spreektaal worden dergelijke ontkenningen op woordgroepniveau dikwijls vermeden. Als alternatief is dan een ontkenning op zinsdeelniveau ((1') en (2')), of een bijzin ((3')) mogelijk. Vergelijk (1)-(3) in § 151.r30 met:

(1') Do pilde ef letra nert kaf ef nregtâ nert fes ef pâlriy.
'Hij legt de brief niet op de plank in het kastje.'
(maar op de plank naast de kachel)
(2') Gress tiffe nert ef merater nert armt ef doffiy bidale-kas.
'Ik ken niet de man in de zwarte regenjas.'
(maar wel de man in de bruine jas)
(3') Blul nert velpelije ef miptiynlots, nert giffelira kusamat ef kiyk-bôrté.
'De afvalcontainers die niet langs de stoeprand staan worden niet geledigd.'

151.r32

Als het contrast expliciet wordt uitgedrukt, moet er rekening met het bereik van de ontkenning gehouden worden. Vergelijk:

a. Gress tiffe ef merater noi armt ef doffiy bidale-kas, tur iftam armt ef
miterus tiyn.
b. Gress tiffe noi ef merater armt ef doffiy bidale-kas, tur iftam do armt
ef miterus tiyn.
'Ik ken niet de man in de zwarte regenjas, maar wel in de bruine jas.'

Omdat in b. ef merater binnen de reikwijdte van noi valt, moet dit element in de contrasterende tur-zin herhaald worden (hier in de vorm van het pers.vnw. do). In a. valt ef merater buiten de reikwijdte van noi.

151.r16

In sommige gevallen is het niet zo duidelijk of we een voorz.bep. nu als zelfstandig zinsdeel, dan wel als woordgroep (= deel van een groter geheel), moeten beschouwen. Een klassiek probleem zijn de voorz.bep.n met rifo die een gen.bep. kunnen vervangen. Vergelijk:

(1) a. Moffain melde nert Elsaex ef mariant.
'Moffain is niet Elsa's echtgenoot.'
(i) = maar de vriend van Jeely (dus gehele cursieve gen.bep. ontkend)
(ii) = maar de echtgenoot van een ander (dus Elsaex ontkend)

b. * Moffain melde Elsaex nert ef mariant.

(2) a. Moffain melde nert ef mariant rifo Elsa.
'Moffain is niet Elsa's ECHTGENOOT.' (maar haar vriend)
b. ? Moffain melde ef mariant nert rifo Elsa.
'Moffain is niet ELSA'S echtgenoot.' (maar de echtgenoot van een ander)

In (1) vormt de gen.bep. Elsaex ef mariant één zinsdeel, dat niet opengebroken kan worden door een ontkenningswoord; (1b) is dan ook ongrammaticaal. Zin (1a) wordt het liefst zo geïnterpreteerd dat de gehele gen.bep. ontkend wordt, maar we kunnen nert ook beschouwen als een ontkenning bij alleen Elsaex (dus een ontkenning op woordniveau, zie § 151.r17).
In (2) is het niet geheel duidelijk of ef mariant rifo Elsa nu als één dan wel als twee zinsdelen moet worden behandeld. Zin (2a) wordt meestal zo opgevat dat nert alleen ef mariant ontkent, eventueel wordt de gehele sequentie ef mariant rifo Elsa ontkend (bij een expliciete uitdrukking van contrast wordt dit verschil duidelijk uitgedrukt). Willen we alleen "Elsa" ontkennen, dan kan (2b) gebruikt worden, tenzij men vindt dat zo'n openbreking niet is toegestaan.

151.r18

Vergelijk ook:

(1) a. Óps uše nert ef ofiss rifo sener kleter lebet-glyda.
'Ze gebruiken niet het kantoor van hun nieuwe compagnon.'
(maar wel zijn garage)
b. ?? Óps uše ef ofiss nert rifo sener kleter lebet-glyda.
'Ze gebruiken het kantoor niet van hun nieuwe compagnon.'
(maar wel van hun oude baas)
(2) a. Óps cÿrbare nert ef ofiss rifo kleter knurflâftôsta.
'Ze voorzien niet het kantoor van nieuwe waterleidingen.'
(maar wel de garage)
b. Óps cÿrbare ef ofiss nert rifo kleter knurflâftôsta.
'Ze voorzien het kantoor niet van nieuwe waterleidingen.'
(maar wel van nieuwe gasleidingen)

(1a) en (2a) zijn correct, want hier ontkent nert een geheel zinsdeel (waarbij we niet met zekerheid kunnen zeggen of in (1a) ook rifo sener kleter lebet-glyda bij dat zinsdeel hoort). (1b) is voor velen niet acceptabel omdat nert het onderstreepte zinsdeel openbreekt. Daarentegen is (2b) voor iedereen grammaticaal omdat de rifo-bepaling een zelfstandig zinsdeel vormt (het werkw. cÿrbare rifo 'voorzien van' is een prep.werkw.).

151.s15

Woordgroepen zijn als zodanig gemakkelijk te herkennen als het voorz.bep.n zijn die een hechte verbinding hebben met de woordgroep ervóór. Zulke voorbeelden zijn te vinden in § 151.p1D/r32. Minder duidelijk zijn woordgroepen binnen een gen.constructie zoals genoemd in § 151.r16. Ook in het volgende voorbeeld zijn de woordgroepen tamelijk vaag:

(1) Do noi ef kuntaro én ântikiy ki kélbÿ póbare ón ef colyatjen, tur iftam ef
palequeo tiyn.

'Hij heeft niet de GESTOLEN ANTIEKE kandelaar aan de verzamelaar gekocht,
maar wel de moderne.'

De cursieve addit.nevenschikking is een woordgroep, maar kan niet als zodanig expliciet ontkend worden door er een ontkenningswoord direct ervóór te zetten (in de trant van: *ef noi kuntaro én ântikiy kélbÿ). Daarom is in (1) ki toegevoegd, waardoor het zinsaccent op kuntaro én ântikiy komt te liggen, zodat het duidelijk is dat alleen deze woordgroep binnen de reikwijdte van noi valt, en dus gecontrasteerd wordt met palequeo (ofwel: de moderne kandelaar is niet gestolen). Het voegw. én vormt zo'n hechte verbinding tussen twee add.n dat ki altijd de gehele nevenschikking, en niet slechts een van de nevengeschikte leden, beïnvloedt. Ki in (1) kan dus nooit zo begrepen worden dat alleen ântikiy binnen zijn invloedssfeer ligt, ofwel dat alleen ântikiy met palequeo gecontrasteerd wordt. Voor ki, zie ook § 151.r26/s7. Voor én, zie ook § 120.74-78/90.


>>>>>VERVOLG H151.GR <<< VERVOLG VAN H151.GR1

151.p1E   ad § 151.p1   E. Ontkenningen op woordniveau

Als een zinsdeel uit slechts één woord bestaat, is een ontkenning op woordniveau hetzelfde als een ontkenning op zinsdeelniveau. Dit is in de paragrafen hierboven besproken. Hieronder houden we ons alleen bezig met zinsdelen die uit meer dan één woord bestaan.

151.r26

Als een zinsdeel voorafgegaan wordt door nert of noi, kunnen deze ontkenningswoorden in principe ook een woord uit het zinsdeel ontkennen. Zulke constructies zijn dus in principe ambigu. Vergelijk:

(1) Eup nert lelmo kolai oto lorerde. 'Ze heeft niet deze gele auto gekocht.'

a. ontkenning van geheel zinsdeel (object):
= Eup nert lelmo kolai oto lorerde.
'Ze heeft niet deze gele auto gekocht.'
(maar ze heeft iets anders gekocht)
b. ontkenning van "deze":
= Eup nert lelmo kolai oto lorerde.
'Ze heeft niet DEZE gele auto gekocht.' (maar die daarginds)
c. ontkenning van "gele":
= Eup nert lelmo kolai oto lorerde.
'Ze heeft niet deze GELE auto gekocht.' (maar deze groene)
d. ontkenning van "auto":
= Eup nert lelmo kolai oto lorerde.
'Ze heeft niet deze gele AUTO gekocht.' (maar deze gele fiets)

De vier verschillende lezingen in (1) worden in het Nederlands onderscheiden door verschillende zinsaccenten: het met kleine HOOFDLETTERS gedrukte woord krijgt telkens het zinsaccent, en contrasteert daarmee met een al dan niet nader genoemd element. Ook in het Spokaans bestaat een dergelijk verschil in zinsaccent. Alleen gaat dit altijd gepaard met de markeerder ki achter het te accentueren woord. In plaats van de 4 mogelijkheden in (1) krijgen we dan:

(1) a'. Eup nert lelmo kolai oto lorerde.
b'. Eup nert lelmo ki kolai oto lorerde.
c'. Eup nert lelmo kolai ki oto lorerde.
d'. Eup nert lelmo kolai oto ki lorerde.

In (1a') ontbreekt een specifiek accent, en daarom wordt ki hier niet gebruikt. Voor ki, zie verder § 133.30-41.

151.r27

Nog een voorbeeld (hier is ki reeds toegevoegd):

(2) Ef letra melde nert fes ef hogoritiy fselk rifo ef pâlriy.
'De brief ligt niet in de bovenste la van het kastje.'

a. ontkenning van geheel zinsdeel (voorz.bep.):
= Ef letra melde nert fes ef hogoritiy fselk rifo ef pâlriy.
'De brief ligt niet in de bovenste la van het kastje.'
(maar ergens anders)
b. ontkenning van "in":
= Ef letra melde nert fes ki ef hogoritiy fselk rifo ef pâlriy.
'De brief ligt niet IN de bovenste la van het kastje.'
(maar erachter)
c. ontkenning van "de":
= ? Ef letra melde nert fes ef ki hogoritiy fselk rifo ef pâlriy.
'De brief ligt niet in DE bovenste la van het kastje.'
(maar in een bovenste la)
d. ontkenning van "bovenste":
= Ef letra melde nert fes ef hogoritiy ki fselk rifo ef pâlriy.
'De brief ligt niet in de BOVENSTE la van het kastje.'
(maar in de onderste)
e. ontkenning van "la":
= Ef letra melde nert fes ef hogoritiy fselk ki rifo ef pâlriy.
'De brief ligt niet in de bovenste LA van het kastje.'
(maar in het bovenste vakje)
f. ontkenning van "het":
= ? Ef letra melde nert fes ef hogoritiy fselk rifo ef ki pâlriy.
'De brief ligt niet in de bovenste la van HET kastje.'
(maar van een van de kastjes)
g. ontkenning van "kastje":
= Ef letra melde nert fes ef hogoritiy fselk rifo ef pâlriy ki.
'De brief ligt niet in de bovenste la van het KASTJE.'
(maar van het bureau)

151.s7

Merk op dat feitelijk alleen het voorz. rifo in dit zinsdeel niet door nert ontkend kan worden. Dit omdat rifo qua betekenis niet kan contrasteren met een ander voorz. Accentuering van de lidw.n "de" en "het" is in het Nederlands wel mogelijk, maar in het Spokaans klinkt dit vreemd ((2c) en (2f)). Als een Spokaniër wil uitdrukken dat de brief niet in het kastje zit, maar in een van de kastjes, moet hij dit omschrijven, bijvoorbeeld:

(3) Ef letra melde noi fes ef pâlriy, tur iftam âs ér mip ef pâlriys.
'De brief ligt niet in het kastje, maar in een van de kastjes.'

De expliciete uitdrukking van een contrast (zoals in (3)), maakt een gemarkeerd zinsaccent (en dus ook het gebruik van ki) overbodig.

151.s8

In plaats van de toevoeging van ki kan soms ook een woord ontkend worden door nert/noi hier onmiddellijk vóór te plaatsen. Dit gaat met name gemakkelijk bij add.n, mits er expliciet een contrast wordt uitgedrukt. Vergelijk (2d) met:

Ef letra melde fes ef noi hogoritiy fselk rifo ef pâlriy, tur iftam âs ef
lagitofotiy tiyn.

'De brief ligt niet in de bovenste la van het kastje, maar in de onderste.'

Merk op dat hier een syntactische parallelliteit ontbreekt: als noi direct voor hogorit staat, zouden we verwachten dat ook iftam direct voor lagitofotiy staat, zoals in:

* Ef letra melde fes ef noi hogoritiy fselk rifo ef pâlriy, tur âs ef iftam
lagitofotiy tiyn.

Maar de tamelijk gemarkeerde constructie met noi wordt niet overgenomen bij iftam (noi contrasteert een woord, iftam bepaalt een zinsdeel).

151.s17

Soms kan ook een subst. binnen een zinsdeel expliciet ontkend en gecontrasteerd worden. Vergelijk (2e) en (2f) met:

(4) Ef letra melde fes noi ef hogoritiy fselk rifo ef pâlriy, tur iftam âs ef [idem]
tromlot.
'De brief ligt niet in de bovenste LA van het kastje, maar in het bovenste
vakje.'
(5) Ef letra melde fes ef hogoritiy fselk rifo noi ef pâlriy, tur iftam âs ef tabûl.
'De brief ligt niet in de bovenste la van het KASTJE, maar van het bureau.'

Merk op dat bij de ontkenning van een subst. binnen een groter zinsdeel het ontkenningswoord niet onmiddellijk voor het subst. komt, maar voor de nominale woordgroep, d.w.z. vóór het lidw. (of lidw.-vervangende woord). In (4) betekent dit dat noi zelfs nog vóór het add. hogoritiy komt, zodat feitelijk ef hogoritiy fselk in zijn geheel ontkend en gecontrasteerd wordt. In zeer verzorgd taalgebruik moet in de tur-zin dit add. als spoor herhaald worden (in de vorm van idem). Ook hier weer bepaalt iftam het hele zinsdeel, terwijl noi alleen een reikwijdte op subst. niveau heeft.

151.s13

Voorbeelden van ontkenning op woordniveau zijn ook te vinden in zinnen als:

Do ef jôrm verfute lo noi tiyt. 'Hij heeft de dakgoot niet NETJES geverfd.'
(vgl. § 151.r22)
Sest vilduls lelde lo nert krono; óps lelde riyfain lo lutt.
'Zulke bomen groeien niet RECHT; ze groeien altijd krom.'

Omdat lo tiyt en lo krono als gehele zinsdelen optreden, zijn de ontkenningen lo noi tiyt en lo nert krono dus ontkenningen op woordniveau.

151.r28

Vergelijk ook het gebruik van ki bij de volgende contrasteringen:

Pârare noi merater ki Vijona tur iftam mosjeus kirnem rifo ef garrent.
'Niet de HEER Vijona, maar mevrouw [Vijona] zal u van het station afhalen.'
Pârare noi merater Vijona ki tur iftam Gâlpales kirnem rifo ef garrent.
'Niet de heer VIJONA, maar [de heer] Gâlpales zal u van het station afhalen.'

De tur-bijzin staat hier als een elliptische constructie zonder pauzes (= komma's) direct achter het zinsdeel waarin de ontkenning te vinden is, dat is merater Vijona. Deze verregaande integratie van de bijzin in de hoofdzin maakt het mogelijk dat alleen het te contrasteren woord (mosjeus resp. Gâlpales) nog genoemd wordt.

151.s42

Staat de tur-bijzin als min of meer zelfstandige eenheid achter de hoofdzin, dan is het beter om alle elementen van het ontkende zinsdeel te herhalen, eventueel ook ki, dus:

Pârare noi merater ki Vijona kirnem rifo ef garrent, tur iftam mosjeus [ki]
Vijona.
'Niet de HEER Vijona zal u van het station afhalen, maar [wel] mevrouw
Vijona.'
Pârare noi merater Vijona ki kirnem rifo ef garrent, tur iftam merater
Gâlpales [ki].
'Niet de heer VIJONA zal u van het station afhalen, maar [wel] de heer
Gâlpales.'

151.r17

Bij gen.bep.n kan het eerste lid (d.w.z. het woord met het gen.suffix ontkend worden, het tweede lid (fundament) echter niet, omdat een gen.bep. zich niet laat openbreken. Vergelijk:

(1) a. Moffain melde nert Elsaex ef mariant.
'Moffain is niet ELSA'S echtgenoot.' (maar de echtgenoot van een ander)
b. * Moffain melde Elsaex nert ef mariant.

Zie verder § 151.r16 voor deze constructies.

151.r33

Als een predikaat samengesteld is uit een hulpwerkw. (= doelwerkw. of modaal werkw.) gevolgd door beri + infinitief (Blok 81.9 en § 81.29), kan nert/noi het hulpwerkw. binnen dit zinsdeel ontkennen:

(1) Eup nert jóche beri perane ef torozaÿs.
'Ze vindt het niet nodig om de rozestruiken te bemesten.'
(maar ze doet het wel)
(2) Gress nert trije beri dakre do.
'Ik probeer niet om hem te beledigen.'
(maar het gebeurt wel)
(3) Reparere gress ef pot njame-jéns mas, taufen gress nert luste beri paine ef.
'Ik zal morgen de verstopte afvoer repareren, hoewel ik er geen zin in heb.'
(4) Do noi perke beri paine ef, tur iftam do geldre beri paine ef.
'Hij MOET het niet doen, hij MAG het doen.'

Eventueel kunnen (1) en (2) ook zo opgevat worden dat het gehele predikaat (doelwerkw. + beri + infinitief) ontkend wordt. Zie § 151.x10.

151.r34

Een expliciete ontkenning van het hulpwerkw. is mogelijk door het met ki emfase te geven; vergelijk (1) en (2) uit § 151.r33 met:

(1') Eup nert jóche ki beri perane ef torozaÿs. '(idem)'
(2') Gress nert trije ki beri dakre do. '(idem)'

Ook in (3) en (4) kan ki toegevoegd worden, hoewel het expliciet uitgedrukte contrast tussen "wel doen" maar "er geen zin in hebben", en tussen "moeten" en "mogen" al duidelijk genoeg is:

(3') Reparere gress ef pot njame-jéns mas, taufen gress nert luste ki beri paine ef.
(4') Do noi perke ki beri paine ef, tur iftam do geldre [ki] beri paine ef.

151.x11

Een andere mogelijkheid is om voor een bijzin te kiezen, zodanig dat hulp- en hoofdwerkw. ieder in een eigen zin staan (zie ook § 81.27-28). Vergelijk (1')-(4') hierboven met:

(1'') Eup nert jóche, den [eup] perane ef torozaÿs. '(idem)'
(2'') Gress nert trije, den [gress] dakre do. '(idem)'
(3'') ? Reparere gress ef pot njame-jéns mas, taufen gress nert luste, den [gress]
paine ef.
'(idem)'
(4"') Do noi perke, den [do] paine ef, tur iftam do geldre. '(idem)'

Zin (3'') is niet echt grammaticaal omdat de uitdrukking van contrast ("repareren" tegenover "geen zin hebben [om te repareren]" al expliciet gegeven wordt. Bovendien is de den-bijzin een nogal overbodige toevoeging omdat deze niet meer bevat dan een aantal sporen die eerder genoemde elementen herhalen (gress, ef = ef pot njame-jéns en paine = reparere). Deze bijzin kan beter achterwege blijven.1

151.r35

In een samengesteld predikaat (hulpwerkw. + beri + infinitief) kan nert/noi ook alleen de infinitief ontkennen. Deze partiële ontkenning kan impliciet zijn, maar duidelijk worden door een expliciet uitgedrukt contrast (zoals in (1)). Hij kan ook expliciet uitgedrukt worden met ki (zoals in (2)):

(1) Eup noi jóche beri perane ef torozaÿs, tur iftam beri lardare tem jadâk mink.
'Ze vindt het niet nodig om de rozestruiken te bemesten, maar [wel] om ze
elke week water te geven.'
(2) Eup noi jóche beri perane ki ef torozaÿs.
'Ze vindt het niet nodig om de rozestruiken te BEMESTEN.'

In (2) hebben perane en bemesten duidelijk het zinsaccent.

151.r36

Omdat de combinatie van hulp- en hoofdwerkw. als een syntactische eenheid gezien wordt, kan deze niet door een ontkenningswoord opengebroken worden:

* Gress trije nert beri dakre do.
* Gress trije beri nert dakre do.

Zie ook § 81.27.

151.r37

Als een predikaat samengesteld is uit een hulpwerkw. gevolgd door beri + infinitief, kan de infinitief expliciet ontkend worden door deze als finiete vorm in een den-bijzin op te nemen, en die te ontkennen. Vergelijk (1)-(3) uit § 151.r33 met:

(1) Eup jóche den [eup] nert perane ef torozaÿs.
'Ze vindt het nodig om de rozestruiken niet te bemesten.'
(2) Gress trije den nert dakre do.
'Ik probeer om hem niet te beledigen.'
(3) Gress luste den noi reparere ef pot njame-jéns mas tur iftam replaše pijâ ef.
'Ik heb zin om morgen de verstopte afvoer niet te repareren [maar geheel
te vervangen].'

Zulke den-bijzinnen zijn normaliter ongebruikelijk (volgens sommigen ongrammaticaal) als de hoofdzin een werkw. bevat dat als doelwerkw. (dus met beri + infinitief) kan optreden; alleen bij expliciete ontkenningen zoals in (1)-(3) zijn zulke constructies toegestaan. Zie hiervoor ook § 81.27-28. Zie ook het gebruik van een den-bijzin om het hulpwerkw. expliciet te ontkennen in § 151.x11.

151.s20

Binnen een predikaat met een positioneel werkw. kan alleen het hoofdwerkw. ontkend worden Vergelijk ook § 151.s12.

(1) Yvonn noi slape ur feldre tur iftam pinzole idem.
'Yvonn zit niet te slapen, maar te mediteren.'
(2) Petriy nert lâlijeuve ef merrelira dynes ur zirde, do éze óps idem.
'Petriy ligt niet naar de spelende kleuters te staren, hij ligt ze te observeren.'

In (1) wordt "slapen" gecontrasteerd met "mediteren", in (2) is er een contrast tussen "aanstaren" en "observeren". Het spoor idem vervangt in beide zinnen de positionele uitdrukkingen ur feldre "zitten te ..." en ur zirde "liggen te ...". Als idem achterwege blijft, krijgen we een ontkenning op zinsdeelniveau (zie (1b) en (2b) in § 151.s12).

151.s21

Binnen een predikaat met een positioneel werkw. kan alleen het positionele werkw. ontkend worden Vergelijk ook § 151.s12.

(1) a. Yvonn noi slape ur feldre ki tur iftam paine ur giffe [ki].
b. * Yvonn slape ur noi feldre tur iftam giffe.
'Yvonn ZIT niet te slapen maar STAAT [te slapen].'
(2) a. Petriy nert lâlijeuve ef merrelira dynes ur zirde ki, do paine ur feldre [ki].
b. * Petriy lâlijeuve ef merrelira dynes ur nert zirde, do feldre.
'Petriy LIGT niet naar de spelende kleuters te staren, hij ZIT [naar ze te staren].'

Zoals (1a) en (2a) tonen, staat het ontkenningswoord vóór het gehele predikaat, waarbij ki aangeeft dat slechts een deel van het predikaat (in dit geval: het positionele werkw.) wordt ontkend, en gecontrasteerd met een ander positioneel werkw. De b-varianten zijn ongrammaticaal omdat hier het ontkenningswoord binnen het predikaat staat.

151.s22

Vergelijk § 151.s21 (2b) met:

(3) Petriy lâlijeuve ef merrelira dynes ur [do] nert obezjere, do crÿje wânta.
'Petriy staart naar de spelende kleuters en hij lacht niet, hij grijnst eerder.'

In (3) gaat het om een nevenschikking van twee zinnen. Hier is het natuurlijk goed mogelijk om alleen het werkw. in de tweede zin te ontkennen en contrasteren met een ander predikaat.

151.p1F   ad § 151.p1   F. Idiomatische ontkenningen

Onder idiomatische ontkenningen verstaan we constructies waarin de ontkenningswoorden nert en noi een vaste verbinding aangaan met een ander woord, zodanig dat de betekenis van de gehele constructie onvoorspelbaar is, en/of zodanig dat nert en noi niet vrijelijk door elkaar gebruikt kunnen worden. Een duidelijk voorbeeld is de frase noi kerru die met 'ook niet' vertaald moet worden (en niet met *"niet ook"). Bovendien blokkeert deze idiomatische frase de varianten *nert kerru, *kerru nert en *kerru noi. De meeste idiomatische ontkenningen bevatten een pred.add., maar in § 151.x28-$$ worden een aantal andere gevallen besproken.

151.s25   Nert en noi in vaste (idiomatische) verbindingen

In § 151.r48 is er reeds op gewezen dat nert en noi in idiomatische constructies met pred.add.n kunnen voorkomen. Er zijn hier drie mogelijkheden:

(i) het add. is een nadere specificatie bij nert en/of noi;
(ii) nert en/of noi vormt een ontkenning bij dit add.;
(iii) de combinatie van add. + nert/noi (of nert/noi + add.) heeft een
gelexicaliseerde betekenis.

Bij het Commentaar en voorbeelden in § 151.s3 zullen we ons beperken tot ontkenningen op zinsniveau. Ontkenningen op lagere niveaus worden behandeld in § 151.t1-$$.

151.s2   ad § 151.s25   (i) Additief is nadere specificatie bij nert/noi

De primaire betekenis "niet" die nert en noi hebben kan op verschillende manieren extra benadrukt, afgezwakt, of betwijfeld worden door middel van een nader specificerend add. De meest algemene vormen zijn hieronder opgesomd. Voor een meer gedetailleerde behandeling wordt verwezen naar de desbetreffende lemma's in de woordenboeken. De nummers 1.-13. verwijzen naar het commentaar en de voorbeelden in § 151.s3.

I ârt 'vast, zeker' > 1. ârt nert 'vast niet'
I bloirâ 'precies; net' > 2. bloirâ noi 'juist niet; nu net niet'
III brôep 'beslist, zeker' > 1. brôep nert 'beslist niet'
I brôepwet 'alweer' > 3. brôepwet noi 'alweer niet'
I calyje 'zelfs' > 4. calyje noi 'niet eens; zelfs niet'
I gei 'in/over het algemeen' > 5. gei noi 'in/over het algemeen niet'
I lilt 'vaak, dikwijls' > 6. lilt nert 'vaak niet'
III menokka 'soms' > 7. menokka nert = menokka noi 'soms niet'
III ment 'vaak, dikwijls' > 6. ment noi 'vaak niet'
III otse (alleen in:) > 8. otse noi! = otse noft! 'welnee!; niet waar!'
I pijâ 'volkomen, compleet, > 9. pijâ nert = pijâ noi 'in het geheel niet;
geheel' überhaupt niet'
I pordel 'bijna' > 10. pordel nert 'bijna niet'
I prôchôk 'waarschijnlijk' > 11. prôchôk nert = prôchôk noi 'waarschijn-
lijk niet'
I quista 'goed' > 12. quista nert = quista noi 'helemaal niet;
volstrekt niet'
I quoss 'nauwelijks' > 10. quoss nert 'nauwelijks'
I šalo 'meestal' > 13. šalo noi 'meestal niet'
I tôxiy 'waarschijnlijk' > 11. tôxiy nert = tôxiy noi 'waarschijnlijk niet'
III ÿrô 'juist, net' > 2. ÿrô noi 'juist niet, net niet'

Het Spokaans kent ook een hele reeks add.n die de ontkenning "in zich dragen", vergelijk lich 'eigenlijk' en liyche 'eigenlijk niet'. In zulke gevallen is een combinatie van het positieve add. met nert/noi onmogelijk: *lich nert/noi of *nert/noi lich. Zie verder § 151.r38-$$.

151.s3   Commentaar en voorbeelden

1. ârt nert/noi 'vast niet' en brôep nert 'beslist niet':
Do arfine ârt nert fes fort. 'Hij komt vast niet op tijd.'
Do promisa beri arfine fes fort, tûre do arfine ârt noi fes fort.
'Hij heeft beloofd om op tijd te komen, maar hij komt vast NIET op tijd.'
Do arfinecû brôep nert kaf 3 zurt. 'Hij kan beslist niet om 3 uur komen.'
Brôep nert reppe gress flâjû kura ef. 'Ik zal er beslist niets over zeggen.'2

Ârt nert 'vast niet' drukt een sterk vermoeden (van de spreker uit); brôep nert is een emfatische variant van nert. In het Nederlands kunnen beide uitdrukkingen ook met 'zeker niet' vertaald worden, maar dan gaat het betekenisverschil voor een deel verloren. Ârt kan bij sterke contrastwerking ook door noi gevolgd worden, maar brôep wordt nooit door noi gevolgd, omdat noi zelf al een emfatische component heeft, de vorm *brôep noi wordt daarom als een contaminatie gevoeld.
Ârt nert/noi en brôep nert staan meestal op de normale pred.add.-positie direct achter het predikaat, maar ze mogen bij emfase of contrast ook geheel vooraan of geheel achteraan de zin komen.

2. bloirâ noi 'juist niet; nu net niet' en ÿrô noi 'juist niet; net niet':
a. Goe ergiyners kette bloirâ noi goe mûsolls ón hédân.
'Ergynne-gelovigen geven elkaar [nu] juist niet een boeket.'
b. Ef revatjen ef benc-kafbyter ecole ÿrô noi.
'De scherpschutter heeft de bankovervaller juist/net niet geraakt.'

Bloirâ noi drukt prototypisch een contrast uit: algemeen wordt aangenomen dat iets het geval is, maar in werkelijkheid is dát nu juist niet het geval. Ÿrô noi drukt uit dat iets bijna het geval is. Vergelijk ook:

c. Ef Zâmporementec ef lacsplan fesputte bloirâ noi.
'De Volksvertegenwoordiging heeft het wetsvoorstel nu juist NIET aan-
genomen.'
d. Ef Zâmporementec ef lacsplan fesputte ÿrô noi.
'De Volksvertegenwoordiging heeft het wetsvoorstel NET niet aangenomen.'

In c. klinkt een eigenwijsheid door: er is een wetsvoorstel, iedereen denkt dat het aangenomen wordt, maar nee, de Volksvertegenwoordiging beslist anders. In d. wordt gesuggereerd dat er een stemming heeft plaatsgevonden, waarbij het aantal tegenstemmers net iets groter is dan het aantal vóórstemmers: het had weinig gescheeld, of het wetsontwerp was wèl aangenomen.

3. brôepwet3 noi 'alweer niet':
Ral tu must-uste brôepwet noi! 'Nou veeg je je voeten alweer niet!'
Brôepwet noi do ef mimpit tÿrte.
'Alweer heeft hij het boek niet teruggebracht.'

Brôepwet noi 'alweer niet' drukt uit dat een bepaalde afspraak of plicht verscheidene keren niet is nagekomen, en dat de spreker hier ontstemd over is. Brôepwet noi wordt (vanwege de emotionele lading) als een "zware" bepaling gevoeld, en komt daarom bij voorkeur aan het einde of aan het begin van de zin.

4. calyje noi 'niet eens; zelfs niet':
a. Ef vrust melde 12Ctj ur do lelperre-armt calyje noi eft kas.
'Het vriest 12 graden en hij heeft niet eens een jas aan.'
b. Groft oto melde calyje noi fes insûrânsos.
'Zijn auto is zelfs niet/niet eens verzekerd.'

Calyje noi staat als reguliere addit.bepaling direct achter het predikaat. In de Nederlandse equivalenten lijkt 'niet eens' vaak een adequatere vertaling dan 'zelfs niet' (hoewel beide uitdrukkingen synoniem heten te zijn).

5. gei noi 'in/over het algemeen niet'4:
a. Goe Spooksôls gei noi affionnose goe tjondor cartôlks.
'Spokaniërs houden over het algemeen niet van gekookte aardappels.'
b. Do melde gei noi terat cÿrtiriy ki.
'Hij is in het algemeen niet erg behulpzaam.'

Gei noi gedraagt zich net zo als noi, wat wil zeggen dat het als zinsontkenning zowel direct vóór als direct achter het predikaat mag staan. Vergelijk de zinsontkenning in b. met:

c. Gei Leon melde nert terat cÿrtiriy ki[, tur do flifadose jazy].
'In het algemeen is Leon niet erg behulpzaam[, maar hij is toch wel aardig].'

In c. ontkent nert het zinsdeel terat cÿrtiriy ki, terwijl gei een vooropgeplaatst pred.add. is.

6. lilt nert = ment noi 'vaak niet':
Do lilt nert cralove kaf ef ÿrôm. = Do ment noi cralove kaf ef ÿrôm.
'Hij verschijnt vaak niet op zijn werk.'

Hier wordt lilt nert = ment noi als zinsontkenning opgevat, en daarom staat de constructie vóór het predikaat. Omdat een vorm als *lilt noi ongrammaticaal is, en lilt nert een vaste uitdrukking is, mag deze ook áchter het predikaat komen, zoals dat gebruikelijk is voor alle pred.add.n:

Do cralove lilt nert kaf ef ÿrôm. = Do cralove ment noi kaf ef ÿrôm. '(idem)'

Let op: het is lilt nert en niet *lilt noi, maar het is ment noi en niet *ment nert. Beide vormen zijn synoniem. Vergelijk ook § 151.r63 5. noi lilt/ment.

7. menokka nert = menokka noi 'soms niet':
Petriy cralove menokka nert/noi kaf ef ÿrôm.
'Petriy verschijnt soms niet op zijn werk.'

Menokka nert/noi staat meestal op de reguliere pred.add.-positie achter het predikaat, maar kan bij emfase of contrast ook gemakkelijk aan het begin of einde van de zin verschijnen. Vergelijk ook:

Do cralove kaf ef ÿrôm menokka noi menokka iftam.
'Hij verschijnt soms niet, soms wel op zijn werk.'

De vorm menokka noi menokka iftam vormt één zinsdeel met een gelexicaliseerd karakter, want de onderliggende betekenis is: "zo nu en dan".

8. otse noi! = otse noft! 'welnee!; niet waar!':
Do zjoffe den tu melde kinur. - Otse noi/noft!
'Hij beweert dat je ziek bent. - Welnee!/Dat is niet zo!'

Vergelijk ook:

Gress nert hozâve den tu melde kinur. - Otse siy!
'Ik geloof niet dat je ziek bent. - Wel waar!/Dat is wèl zo!'

Otse noi/noft/siy komen vrijwel uitsluitend als geïsoleerde reacties op een bewering voor, en het add.III otse komt in geen enkele andere context voor. In het Oudspokaans kon otse in de betekenis 'voorwaar' gebruikt worden, zoals in de volgende bijbeltekst (±1700):

Otse ti5 otse gress reppe ón kirnem; âme ef hay-skât noi tasse én doéte fes
ef pazzosti, dus ef tinde mainkelot; tur âme ef doéte, ef drôge pert tobelkÿ.

'Voorwaar, voorwaar zeg ik u, indien het tarwegraan in de aarde niet valt en
sterft, zo blijft het alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht
voort.' (Joh. 12:24)

9. pijâ nert = pijâ noi 'in het geheel niet; überhaupt niet':
Do melde pijâ noi fit flifados, fitfara tu miype.
'Hij is helemaal niet zo aardig, als jij denkt.'

Pijâ nert/noi staat meestal op de reguliere pred.add.-positie achter het predikaat, maar kan bij emfase of contrast ook gemakkelijk aan het begin of einde van de zin verschijnen.

10. pordel nert 'bijna niet' en quoss nert 'nauwelijks':
Gress nutecû tu pordel nert. 'Ik kan je bijna niet horen.'
Gress nutecû quoss tu. = £ Gress nutecû tu quoss nert.
'Ik kan je nauwelijks horen.'

De ontkennende vorm quoss nert wordt begrepen als een emfatische variant van quoss, die alleen in de spreektaal acceptabel is. Quoss nert wordt door velen beschouwd als een contaminatie van quoss en pordel nert 'bijna niet'. Omdat pordel nert en quoss nert als "zware" zinsdelen beschouwd worden, komen deze in principe achteraan de zin. Quoss 'nauwelijks' wordt als een lichtere variant beschouwd die op de reguliere pred.add.-positie direct achter het predikaat verschijnt.

11. prôchôk nert = prôchôk noi en tôxiy nert = tôxiy noi 'waar-
schijnlijk niet'
:
a. Gress arfinecû mas prôchôk nert/noi.
'Ik kan morgen waarschijnlijk niet komen.'
b. Óps lorerde tôxiym nert/noi ef mikar CD-gros.
'Ze kopen de dure CD-speler waarschijnlijk niet.'

Prôchôk nert/noi en tôxiy nert/noi kunnen beide op de reguliere pred.add.-positie achter het predikaat optreden. Echter, in a. is prôchôk nert/noi naar het einde van de zin verschoven omdat de tijdsbepaling mas 'morgen' deze reguliere pred.add.-positie reeds ingenomen heeft.

12. quista nert = quista noi 'helemaal niet; volstrekt niet':
Ef kleter regliše ÿrðaage quista nert/noi ón gress.
'De nieuwe regels zijn me absoluut niet duidelijk.'

Quista nert/noi staat in principe op de normale pred.add.-positie achter het predikaat, maar bij emfase of contrast is ook een positie aan het begin of einde van de zin mogelijk. In de spreektaal gedraagt quista nert zich soms als nert, d.w.z. het staat onmiddellijk vóór het predikaat, zoals in:

£ Ef kleter regliše quista nert ÿrðaage ón gress. '(idem)'

13. šalo noi 'meestal niet'6:
Fes Spooksoliy stus pjôle šalo noi rifo goe politiycs.
'In Spokanië praat men meestal niet over politiek.'

Šalo noi staat meestal op de reguliere pred.add.-positie achter het predikaat, maar kan bij emfase of contrast ook gemakkelijk aan het begin of einde van de zin verschijnen.

151.r52   ad § 151.s25   (ii) Nert en/of noi vormt ontkenning bij additief

In principe gaat het om de ontkenning van de "aanwezigheid" van het add., wat tegelijkertijd de "aanwezigheid" van een contrast inhoudt, bijvoorbeeld:

Lerdu obezjere noi lendiy, tur iftam riyfain.
'Lerdu lacht niet zelden, maar altijd.'
Dena ÿrasatjen ÿrôme noi bloirâ tur iftam har ef tork nâk.
'Deze timmerman werkt niet precies, maar nogal slordig.'
Gress vende-ral noi ral tur iftam kelt. (vgl. § 151.r21)
'Ik ga niet nu mee, maar straks.'

A: Tek haóge quoss, kluft reppelije blul lóf ef gadros.
'Tek begrijpt nauwelijks, wat er op de bijeenkomst gezegd wordt.'
B: Kol kâ? Tek haóge nert quoss ef, eup xâre quista flâjû!
'Wat? Tek begrijpt het niet nauwelijks, ze snapt er helemaal niets van!'

In zinnen waarin een contrast expliciet gegeven wordt, kan elk pred.add. met nert of noi ontkend worden, geheel analoog aan de ontkenning van welk zinsdeel dan ook (zie § 151.r21). De extra nadruk die de contrastieve elementen krijgen, kan in het Spokaans gemarkeerd worden met ki, zoals in:

Dena ÿrasatjen ÿrôme noi bloirâ ki tur iftam har ef tork nâk [ki].
'Deze timmerman werkt niet PRECIES, maar NOGAL SLORDIG.'

151.s5   ad § 151.s25   (iii) Combinatie van nert/noi met additief heeft gelexicaliseerde betekenis

In § 151.r52 is getoond hoe de intrinsieke betekenis van een pred.add. ontkend kan worden, terwijl een contrastieve uitdrukking aangeeft welk andere add. dan wèl een adequate keuze is (volgens het stramien "niet X maar Y"). Als zo'n contrast achterwege blijft (dus alleen "niet X"), is het dikwijls onduidelijk wat er in de plaats van die "X" gedacht moet worden. Als voorbeeld kunnen de volgende zinnen dienen:

(1) Piet begrijpt de uiteenzetting niet nauwelijks, maar in het geheel niet.
(2) Piet begrijpt de uiteenzetting niet nauwelijks.

Zin (1) is acceptabel als we aannemen dat de spreker de uiting van een ander corrigeert (vergelijk ook het gesprekje tussen A en B in § 151.r52).
Echter, zin (2) is vreemd, omdat hier een bepaalde kwalificatie ("nauwelijks") ontkend wordt zonder dat daar een correctie tegenover staat. Aangezien een woord als nauwelijks geen duidelijke tegenpool bezit, weten we niet hoe we de ontkenning van nauwelijks moeten interpreteren. Vergelijk dit met een add. als precies, waarbij de ontkenning (niet precies) een zinnige mededeling is omdat precies als tegenpool slordig kent. Een zin als De timmerman werkt niet precies (vgl. § 151.r52) is dan ook een adequate mededeling omdat we deze zin zo kunnen begrijpen dat die timmerman in meer of mindere mate slordig werkt.
Ontkenningen van add.n zonder duidelijke tegenpool, en zonder een expliciete uitdrukking van contrast, hebben feitelijk geen "betekenis", en daarom kunnen zij alleen bestaan als er sprake is van lexicalisatie, ofwel, er is "per definitie" een (min of meer onvoorspelbare) betekenis aan gehecht. Bijvoorbeeld:

Kaf dena ðôrcel sest moplariys hâftere noi lendiy.
'Op dit kruispunt gebeuren zulke ongelukken niet zelden.'

Noi lendiy 'niet zelden' is in principe een weinig zinvolle mededeling omdat "zelden" geen duidelijke tegenpool kent. Enerzijds contrasteert het met "vaak" en "altijd", anderzijds met "geheel niet". Als ongelukken "niet zelden" gebeuren, kan dit theoretisch dus betekenen dat ze hetzij nooit hetzij vaak hetzij altijd gebeuren (en alle mogelijke frequentiële gradaties hiertussen). Deze vaagheid is ongedaan gemaakt doordat zowel het Spokaanse noi lendiy als het Nederlandse niet zelden een min of meer gelexicaliseerde betekenis heeft gekregen, namelijk "heel vaak", met een eufemistische/ironische ondertoon.

151.s6

Blijft een expliciete uitdrukking van contrast achterwege, dan wordt de ontkenning van veel pred.add.n vaak op een specifieke manier geïnterpreteerd. De meest algemene vormen worden hieronder opgesomd. Voor een meer gedetailleerde behandeling wordt verwezen naar de desbetreffende lemma's in de woordenboeken. De nummers 1.-10. verwijzen naar het commentaar en de voorbeelden in § 151.r63. Hier worden alleen ontkenningen op zinsniveau behandeld. De lagere niveaus worden besproken in § 151.t1-$$.

III curmel 'misschien, wellicht' > 1. noi curmel 'misschien niet'
III cÿrlÿo 'eigenlijk, in feite' > 1. noi cÿrlÿo 'eigenlijk niet; feitelijk niet'
III fit 'zo; alzo; welnu' > 2. noi fit ..., fitfara 'niet zo ..., als'
I 'absoluut, beslist' > 1. noi gû 'stellig niet, absoluut niet'
I kerru 'ook, eveneens' > 1. noi kerru 'ook niet; evenmin'
III kûf 'anders; zo niet dan; > 3. ur noi kûf 'niets anders dan'
op een andere manier'
I lendiy 'zelden, meestal niet' > 4. noi lendiy 'niet zelden'
III lett 'zelden, meestal niet' > 4. noi lett 'niet zelden'
I lilt 'vaak, dikwijls' > 5. noi lilt 'niet vaak'
I litel 'weinig' > 6. fes noi litel (afk. f.n.l.) 'allerminst'
III ment 'vaak, dikwijls' > 5. noi ment 'niet vaak'
III ne'âma 'slechts, louter' > 7. noi ne'âma 'wel' (nadruk op grote
hoeveelheid)
III ral 'nu, heden' > 8. nert ral tur zuf (afk. nr/z) 'van te voren; bij
voorbaat'
III riyfain 'altijd, immer' > 9. noi riyfain 'niet altijd'
> 9. pert noi riyfain 'lang niet altijd'
I uss 'toevallig' > 10. noi uss 'toch al niet'
I vluf 'meer' > 8. nert vluf tur velk (afk. nv/v) 'voortdurend,
constant'

Merk op dat in bijna alle gevallen noi gebruikt wordt (en dat nert dus onbruikbaar is).

151.r63   Commentaar en voorbeelden

1. noi curmel 'misschien niet' en noi cÿrlÿo 'eigenlijk niet; feitelijk niet'
en noi gû 'stellig niet, absoluut niet' en noi kerru 'ook niet'
:

Do nert chaquintecû spokânda ur gress noi kerru.
'Hij kan geen Spokaans praten en ik ook niet.'
Gress arfinecû mas noi curmel. 'Ik kan morgen misschien niet komen.'

De vormen noi curmel, noi cÿrlÿo, noi gû en noi kerru hebben met elkaar gemeen dat in het Spokaans het pred.add. door noi (en nooit door nert) ontkend wordt, terwijl de Nederlandse equivalenten bestaan uit een bijwoord7 dat het ontkenningswoord niet nader specificeert. Dat het Spokaanse stramien "NIET + add." hetzelfde kan betekenen als het Nederlandse stramien "bijwoord + NIET" is een indicatie dat we hier met gelexicaliseerde betekenissen te maken hebben.
Zo is noi kerru niet precies de ontkenning van "ook", evenmin als het Nederlandse equivalent 'ook niet' een precieze optelling van "ook" en "niet" is (als dat wel zo was, had "ook niet" nooit het synoniem "evenmin" kunnen hebben).8 Evenzo geldt, dat het Nederlandse "eigenlijk niet" vervangen kan worden door "niet echt", waarbij deze laatste vorm hetzelfde stramien heeft als het Spokaanse equivalent noi cÿrlÿo.

2. noi fit ..., fitfara 'niet zo ..., als':
a. Do melde [pijâ] noi fit flifados, fitfara tu miype.9
'Hij is [helemaal] niet zo aardig, als je denkt.'
b. Ef ambâšederr sen ocÿrme noi fit, fitfara stus dôxe frópjÿ eft diplomata.
'De ambassadeur gedraagt zich niet zo, als men van een diplomaat zou
verwachten.'

Het gelexicaliseerde karakter van noi fit blijkt uit het feit dat de positieve varianten van deze voorbeelden niet gevormd worden door weglating van noi, maar door een geheel andere constructie. Vergelijk a. en b. met:

a'. Do melde [pijâ] likkô flifados, fitfara tu miype.
'Hij is [precies] even aardig, als je denkt.'
b'. Ef ambâšederr sen lo ocÿrme, stus dôxilóme frópjÿ eft diplomata.
'De ambassadeur gedraagt zich precies zo, als men van een diplomaat mag
verwachten.'

In a'. wordt het add.III likkô 'in gelijke mate' gebruikt, en in b'. staat de voegw.determinant lo 'zoals; gelijk'. Deze constructie worden nader besproken in § 143.$$/$$.

3. ur noi kûf 'niets anders dan':
Gress félecû tjâg pakks ur noi kûf.
'Ik kan me niet anders dan op krukken voortbewegen.'

Ur noi kûf (lett. "en niet anders") staat als een soort nevengeschikt bijzinnetje achter de hoofdzin. Het heeft het karakter van een nader specificerende afterthought.10

4. noi lendiy/lett 'niet zelden':
Kaf dena ðôrcel sest moplariys hâftere noi lendiy/lett.
'Op dit kruispunt gebeuren zulke ongelukken niet zelden.'
Noi lendiy/lett do yspe. 'Hij is niet zelden dronken.'

Noi lendiy/lett 'niet zelden' moet geïnterpreteerd worden als een eufemistische/ironische variant van "heel vaak". De vorm lendiy is algemeen Spokaans, terwijl lett voornamelijk op Centraal-Berref gebruikt wordt.11

5. noi lilt/ment 'niet vaak':
Do krÿše ef sientur noi lilt/ment. 'Hij belt zijn moeder niet vaak op.'

In dit voorbeeld wordt "vaak" ontkend, en dus gecontrasteerd met "wel vaak". Omdat noi lilt als een "zwaar" zinsdeel wordt beschouwd, staat dit het liefst geheel vooraan of achteraan de zin. Vergelijk ook § 151.s3 6. lilt nert = ment noi.

6. fes noi litel 'allerminst':
Gress zoverte hift jikatâs fes noi litel.
'Ik ben allerminst tevreden over hun prestaties.'

Fes noi litel staat als "zware" predikatieve bepaling het liefst aan het einde van de zin. We hebben hier te doen met een soort voorz.bepaling waarvan het fundament een add. (en geen subst.!) is; de betekenis is geheel gelexicaliseerd.

7. noi ne'âma 'wel' (nadruk op grote hoeveelheid):
a. Do rinne 1000 herco noi ne'âma. 'Hij verdient wel 1000 herco.'
b. Eup lelperre 13 efantys noi ne'âma.
'Ze heeft wel (niet minder dan) 13 kinderen.'
c. Do sener cradef mimpits kette noi ne'âma ón ef feslosos.
'Hij heeft niet minder dan ál zijn boeken aan de stichting geschonken.'

De uitdrukking noi ne'âma treedt in principe op als ontkenning op zinsniveau (achteraan de zin, of op de pred.add.-positie direct achter het predikaat), maar kan (vooral in de spreektaal) ook direct achter het zinsdeel verschijnen waarin de "grote hoeveelheid" wordt uitgedrukt. Vergelijk c. met:

c'. £ Do sener cradef mimpits noi ne'âma kette ón ef feslosos.
'Hij heeft niet minder dan ál zijn boeken aan de stichting geschonken.'

Noi ne'âma lijkt in c'. meer het karakter van een ontkenning op zinsdeelniveau te krijgen (ontkenning van cradef mimpits).

8. nert ral tur zuf 'van te voren; bij voorbaat' (lett. "niet nu maar toen") en
nert vluf tur velk 'voortdurend, constant' (lett. "niet meer maar nog"):
Ef gadros melde arfinn lunatof, tur tu trempât ef rapors nert ral tur zuf.
'De bijeenkomst is aanstaande maandag, maar je moet het rapport van te voren
lezen.'
Ef efantys hizjyšelira nert vluf tur velk.
'De kinderen zitten voortdurend te giechelen.'

Nert ral tur zuf en nert vluf tur velk worden beschouwd als "zware" zinsdelen, en worden altijd aan het einde van de zin geplaatst. Het zijn de enige twee gelexicaliseerde constructies waarbij het add. door nert, en niet door noi, ontkend wordt (zie de lijst in § 151.s6). Dit is opmerkelijk omdat juist in de contrastieve uitdrukking "niet X maar Y" de voorkeur voor noi gegeven wordt (zoals in de frase noi X tur iftam Y 'niet X maar [wel] Y', zie § 151.s14). Bovendien blijft de positieve markering iftam 'wel' in bedoelde 2 constructies achterwege. Verwar nert ral tur zuf resp. nert vluf tur velk niet met:

a. Do ef rapors trempe noi ral tur iftam zûfiy.
'Hij heeft het rapport niet nu maar toen (= destijds) gelezen.'
b. Er ogust do rinne noi vluf tur iftam alt.
'Sinds augustus verdient hij niet méér maar ook niet minder.'
(lett. "... verdient hij niet méér maar hij verdient [wel] nog steeds")

In a. wordt ral met noi ontkend, en gecontrasteerd met zûfiy. Merk verder op dat hier het add.III zûfiy 'toen(tertijd); destijds' gebruikt wordt. Zuf 'toen' is tegenwoordig alleen nog als voegw. of determinant te gebruiken. In archaïsch Spokaans (tot eind 19e eeuw) kon zuf ook een add.III zijn (zoals dat nog het geval is in de vaste uitdrukking nert ral tur zuf).
In b. wordt vluf met noi ontkend, en gecontrasteerd met alt 'nog steeds' In wat ouder Spokaans (tot ca. 1940) kon velk ook 'nog steeds' betekenen. Tegenwoordig wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen velk 'nog' en alt 'nog steeds'.

9. noi riyfain 'niet altijd' en pert noi riyfain 'lang niet altijd':
a. Do melde slamestiy noi riyfain. 'Hij is niet altijd beleefd.'
b. Pert noi riyfain goe fenx-ÿcs lelde lutt. (vgl. § 40.26)
'Windeiken groeien lang niet altijd krom.'

In a. en b. is riyfain een pred.add. Normaliter staat dit direct achter het predikaat, maar omdat deze positie reeds door een subj.add. is ingenomen (slamestiy in a.) en lutt in b.), komt het pred.add. hetzij aan het einde van de zin (in a.), hetzij aan het begin (in b.). Dit alles is uitgelegd in § 40.21/26. Pert noi riyfain is feitelijk een emfatische vorm van noi riyfain.

10. noi uss 'toch al niet' (lett. "niet toevallig"):
Óps ef sért kusamat ef kultiy lorerde, ur gress quâfe óps noi uss.
'Ze hebben het huis naast het onze gekocht, en ik mag ze tóch al niet.'
Kirro eft zirrot 'kara Garos quamptûne, taufen ytende beri lelperre zirrot
noi uss.
'We hebben een vakantie naar Garos gewonnen, hoewel we tóch al niet van plan
zijn om op vakantie te gaan.'
Noft miss! Noi uss gress brae goe geffys.
'Nee dank je! Ik lust tóch al geen appels.' (als ik een appel aangeboden krijg)

Noi uss wordt beschouwd als een "zwaar" pred.add., dat daarom altijd aan het einde (soms aan het begin) van de zin komt. Het drukt de reden uit waarom de SvZ in de hoofdzin, of in de buitentalige context, ongewenst is.

151.s1

De verschillen tussen een nadere specificatie van nert enerzijds en een ontkenning van zo'n specificatie anderzijds zijn vaak nihil (tenzij een van beide vormen duidelijk gelexicaliseerd is). Alleen bij een expliciete uitdrukking van contrast komt dit verschil naar voren. Vergelijk:

(1) a. Gress stinde lilt na eft flappa ur noi lilt na eft potilast.
'Ik schrijf vaak met een vulpen en niet vaak met een potlood.'
b. Gress nert stinde na eft flappa ur lilt nert na eft potilast.
'Ik schrijf niet met een vulpen en vaak niet met een potlood.'

(2) a. Ber Knolbol ef bidale riyfain, tur ber Hirdo ef bidale noi riyfain.
'In Knolbol regent het altijd, maar in Hirdo regent het niet altijd.'
b. ? Ber Hirdo ef bidale menokka nert, tur ber Frâk ef bidale riyfain nert.
? 'In Hirdo regent het soms niet, maar in Frâk regent het altijd niet.'

Zowel in het Spokaans als in het Nederlands is (2b) vreemd, omdat beide talen een apart woord voor "altijd niet" hebben: kvâ 'nooit'.

151.s16

Bij de idiomatische ontkenningen zien we bij expliciete contrastering soms een vorm van idiomatisch copiëren. Dat wil zeggen dat het stramien van de idiomatische uitdrukking gecopieerd wordt naar een andere uitdrukking die zo'n stramien feitelijk niet mag/hoeft te hebben. Bijvoorbeeld:

Do ef mimpit kuntiyre noi curmel oft iftam curmel.
'Hij heeft het boek misschien niet of misschien wel gestolen.'
Gress tiffe ef noi gû, tur do tiffe ef iftam gû.
'Ik weet het absoluut niet, maar hij weet het absoluut wel.'

Normaliter worden 'misschien wel' resp. 'absoluut wel' vertaald met curmel iftam resp. gû iftam. Maar de omgekeerde rangschikking in noi curmel (i.p.v. *curmel noi) en noi gû (i.p.v. *gû noi) wordt nu overgenomen in de rangschikking van de vormen met iftam.

151.t2

Vergelijk:

(1) a. Petriy noi/*nert vende helkara zirrot, tur wencate iftam ef sért lóf ef
pijâ kormondô.

'Petriy gaat niet met vakantie, maar blijft de hele zomer thuis.'
b. Petriy vende ârt nert/*ârt noi helkara zirrot, tur wencate ârt iftam ef sért
lóf ef pijâ kormondô.

'Petriy gaat vast niet met vakantie, maar blijft vast de hele zomer thuis.'

(2) a. Tek noi/*nert brae goe wananjâs, tur Ôrs larde iftam tevi tem.
'Tek lust geen bananen, maar Ôrs eet ze graag.'
b. Tek brae brôep nert/*brôep noi goe wananjâs, tur Ôrs larde iftam tevi tem.
'Tek lust beslist geen bananen, maar Ôrs eet ze graag.'

In de a-zinnen kan alleen noi gebruikt worden, en is nert ongrammaticaal, vanwege de expliciete tegenstelling met tur iftam ... 'maar wel ...' (het gaat hier om de vaste frase noi X tur iftam Y 'niet X maar [wel] Y'). In de b-zinnen komen de vaste frases ârt nert 'vast niet' en brôep nert 'beslist niet' voor. Hier kan nert niet door noi vervangen worden (zie § 151.s2), maar desondanks kan er een tegenstelling met tur iftam ... uitgedrukt worden.

151.t1   Idiomatische ontkenningen op lagere niveaus

Als een add. een nadere specificatie bij nert/noi vormt (zie tabel in § 151.s2), moet een dergelijke constructie ook op een lager niveau gebruikt kunnen worden, daar nert en noi zonder deze specificatie dat ook kunnen. De volgende voorbeelden tonen dat dit inderdaad mogelijk is; een contrast kan zowel impliciet als expliciet zijn:

Ef zecesers melde lilt fes ef pânk, tur os sener hozâve-tiyn lilt nert fes ef korda.
'De dorpelingen zitten vaak in de kroeg, maar ondanks hun gelovigheid vaak niet
in de kerk.'
Fes Spooksoliy stus pjôle šalo noi rifo goe politiycs.
'In Spokanië praat men meestal niet over politiek.'
(maar wel over andere zaken)
Fes Spooksoliy stus pjôle šalo noi rifo goe politiycs, tur iftam âs goe
poirdÿfôsta én mebafas.

'In Spokanië praat men meestal niet over politiek, maar wel over sterfgevallen
en geboortes.'
Ÿrô noi ef Zâmporementec ef lacsplan fesputte, tur iftam ef Stamero.12
'Net niet de Volksvertegenwoordiging, maar wel de Eilandsvertegenwoordiging,
heeft het wetsvoorstel aangenomen.'

151.t3

Vergelijk:

(1) a. Fes Spooksoliy stus pjôle šalo noi rifo goe politiycs, tur iftam âs goe
poirdÿfôsta én mebafas.

'In Spokanië praat men meestal niet over politiek, maar wel over sterf-
gevallen en geboortes.'
b. Fes Spooksoliy stus pjôle šalo noi rifo goe politiycs, tur iftam âs goe
poirdÿfôsta én mebafas.

'In Spokanië praat men meestal niet over politiek, maar meestal wel over
sterfgevallen en geboortes.'

(1a) en (1b) zijn qua oppervlaktestructuur identiek, maar in hun onderliggende vrm verschillend, zodat ze ambigu zijn. In (1a) is sprake van de vaste frase šalo noi 'meestal niet', die gecontrasteerd wordt met tur iftam ... 'maar wel ...'.
In (1b) is šalo 'meestal' een pred.add. bij pjôle, terwijl noi het cursieve zinsdeel ontkent. Hier wordt dus alleen noi gecontrasteerd met tur iftam ..., wat betekent dat šalo ook een element in de tur-bijzin is (lees: tur stus pjôle šalo iftam rifo goe poirdÿfôsta én mebafas 'maar men spreekt meestal wel over sterfgevallen en geboortes').

151.t4

Dat (1a) en (1b) een verschillende onderliggende struktuur hebben, komt tot uiting als de woordvolgorde verandert. Vergelijk (1) met:

(2) a. Rifo goe politiycs stus pjôle šalo noi, tur iftam âs goe poirdÿfôsta.
'Over politiek praat men meestal niet, maar wel over sterfgevallen.'
b. Noi rifo goe politiycs stus pjôle šalo, tur iftam âs goe poirdÿfôsta.
'Niet over politiek praat men meestal, maar meestal wel over sterf-
gevallen.'13

151.t5

Omdat *šalo noi een vaste frase is, bestaat er geen alternatief *šalo nert. Daarom moeten in de volgende zin šalo en nert als onafhankelijk van elkaar opererende woorden beschouwd worden, ofwel, šalo is een pred.add. en nert is een ontkenning bij de voorz.bep. rifo goe politiycs:

Fes Spooksoliy stus pjôle šalo nert rifo goe politiycs.
'In Spokanië praat men meestal niet over politiek.'
(maar wel over andere zaken)

151.t6

Hetzelfde geldt voor de andere vaste frases, zoals:

Eup byte lilt noi sener follus.
'Ze slaat vaak niet haar vader.' (maar wel haar moeder)

De vaste frase is lilt nert, daarom kan *lilt noi niet als één zinsdeel beschouwd worden. Lilt is dus een pred.add. terwijl noi als ontkenning van sener follus optreedt. Dit wordt nog duidelijker bij een expliciet contrast als in:

Eup byte lilt noi sener follus tur iftam sener sientur.
'Ze slaat vaak niet haar vader maar vaak [wel] haar moeder.'

151.t2

Vergelijk:

(1) a. Petriy noi/*nert vende helkara zirrot, tur wencate iftam ef sért lóf ef
pijâ kormondô.

'Petriy gaat niet met vakantie, maar blijft de hele zomer thuis.'
b. Petriy vende ârt nert/*ârt noi helkara zirrot, tur wencate ârt iftam ef sért
lóf ef pijâ kormondô.

'Petriy gaat vast niet met vakantie, maar blijft vast de hele zomer thuis.'

(2) a. Tek noi/*nert brae goe wananjâs, tur Ôrs larde iftam tevi tem.
'Tek lust geen bananen, maar Ôrs eet ze graag.'
b. Tek brae brôep nert/*brôep noi goe wananjâs, tur Ôrs larde iftam tevi tem.
'Tek lust beslist geen bananen, maar Ôrs eet ze graag.'

In de a-zinnen kan alleen noi gebruikt worden, en is nert ongrammaticaal, vanwege de expliciete tegenstelling met tur iftam ... 'maar wel ...' (het gaat hier om de vaste frase noi X tur iftam Y 'niet X maar [wel] Y'). In de b-zinnen komen de vaste frases ârt nert 'vast niet' en brôep nert 'beslist niet' voor. Hier kan nert niet door noi vervangen worden (zie § 151.s2), maar desondanks kan er een tegenstelling met tur iftam ... uitgedrukt worden.

151.t7

De vaste frases uit § 151.s2 worden dikwijls opgesplitst in een apart pred.add. en een aparte ontkenning op zinsdeelniveau, als er een tur-bijzin met iftam volgt. Vergelijk:

a. Óps lorerde tôxiym/prôchôk noi ef mikar CD-gros.
'Ze kopen waarschijnlijk niet de dure CD-speler.'
b. Tôxiym/prôchôk óps lorerde noi ef mikar CD-gros, tur iftam ef idem ototariy.
'Waarschijnlijk kopen ze niet de dure CD-speler, maar waarschijnlijk wel de
dure autotelefoon.'

In a. wordt het cursieve zinsdeel door het vette deel ontkend. In b. wordt het cursieve zinsdeel alleen door noi ontkend, en gecontrasteerd met het onderstreepte zinsdeel. Het pred.add. tôxiym/prôchôk geldt ook als bepaling in de tur-bijzin.

151.t8

Als nert of noi een nadere specificatie bij een add. vormen (zie tabel in § 151.s6), wordt in de meeste gevallen dit add. ontkend (zoals riyfain ~ noi riyfain 'altijd' ~ 'niet altijd', maar ook curmel ~ noi curmel 'misschien' ~ 'misschien niet' en niet *'niet misschien'); soms is de betekenis gelexicaliseerd (zoals uss ~ noi uss 'toevallig' ~ 'toch al niet'). Omdat dergelijke add.n meestal tot cat.III behoren (dus: pred.add.n), vindt zo'n ontkenning dus plaats op het niveau van zinsdeel, vergelijk:

a. Petriy melde riyfain polityâ. 'Petriy is altijd beleefd.'
b. Petriy melde noi riyfain polityâ. 'Petriy is niet altijd beleefd.'

a. Kirro vende curmel helkara zirrot. 'We gaan misschien met vakantie.'
b. Kirro vende noi curmel helkara zirrot.
'We gaan misschien niet met vakantie.'

De vetgedrukte elementen zijn zinsdelen in de functie van pred.add.

151.t9

Sommige add.n uit de tabel van § 151.s6 behoren tot cat.I. Zij kunnen dan optreden als bepaling binnen een zinsdeel, zoals de vetgedrukte add.n in:

(1) a. Kost kerru frinta merre fes ef komediy.
'Ook mijn vriendin speelt in de komedie.' (en niet alleen ikzelf)
b. Kost frinta merre fes ef kerru komediy.
'Mijn vriendin speelt ook in de komedie.' (en niet alleen in het drama)

(2) a. Mittof melde eft sgôns. 'Dit is een absoluut record.'
b. Gress giffe alt lef eft hûchos.
'Ik geloof nog altijd in een absolute oplossing.'

151.t10

Als dergelijke addit.bepalingen met noi ontkend zijn (volgens § 151.s6), kunnen zij niet meer als bepaling binnen een zinsdeel optreden. Alleen een predikatief gebruik is nog mogelijk (dus ze behoren nu tot cat.III). De volgende varianten van (1) en (2) zijn ongrammaticaal:

(1') a. * Kost noi kerru frinta merre fes ef komediy.
b. * Kost frinta merre fes ef noi kerru komediy.

(2') a. * Mittof melde eft noi gû sgôns.
b. * Gress giffe alt lef eft noi gû hûchos.

Het is bij deze zinnen onduidelijk wat de betekenis ervan zou moeten zijn.

151.t11

Wel is het mogelijk om dergelijke add.n te gebruiken in een zin waarin noi (of nert) als zinsontkenning optreedt:

Kost kerru frinta nert/noi merre fes ef komediy.
'Ook mijn vriendin speelt niet in de komedie.' (en niet alleen ikzelf niet)
Kost frinta merre noi fes ef kerru komediy.
'Mijn vriendin speelt NIET ook in de komedie.'
(en niet alleen niet in het drama)
Mittof nert melde eft sgôns. 'Dit is geen absoluut record.'
Gress nert giffe lef eft hûchos. 'Ik geloof niet in een absolute oplossing.'

151.x28   Overige idiomatische ontkenningen

Let op de volgende idiomatische tijdsbepalingen met het stramien "X niet X wel", waarbij X = bepaalde tijdsperiode (seconde, dag, winter, jaar, eeuw enz.):

tof nert tof iftam 'om de andere dag'
mink nert mink iftam 'om de andere week'
zemper nert zemper iftam 'om het andere jaar'
enz.

151.s30

Nÿf kent een specifiek idioom tezamen met tiyns:

(1) a. Do sen interesere armt nÿf tiyns (= armt flâjû).
'Hij interesseert zich voor niets/nergens voor.'
b. Kirro metteraf querdo cômpumerts lorerde ón do, tur do sen interesere
armt nÿfs.

'We hebben allerlei verschillende computerspelletjes voor hem gekocht,
maar hij interesseert zich voor geen enkele.'
c. Do sen nert interesere armt tiyns.
'Hij interesseert zich niet voor iets/dingen.'

In (1a) heeft nÿf tiyns een min of meer idiomatisch karakter, en wel omdat de contrastwerking die nÿf zou moeten geven, hier niet relevant is omdat tiyns een semantisch leeg spoor is, dat feitelijk alleen dient als "aanhechtingspunt" voor het onb.vnw. nÿf. Nÿf tiyns wordt in het algemeen beschouwd als een spreektaal-variant van flâjû 'niets' (zie Blok 151.r55 en § 151.r39).
Het zelfst.vnw. nÿfs 'geen (enkele)' in (1b) refereert altijd aan een eerder genoemde entiteit of verzameling. In (1b) staat nÿfs dus voor nÿf cômpumerts. In (1c) wordt de SvZ HIJ INTERESSEERT ZICH VOOR DINGEN ontkend. Omdat tiyns nog veel algemener is dan het Nederlandse "ding", kan (1c) ook betekenen: 'hij interessert zich niet voor iemand/mensen.' (want tiyn kan ook aan mensen of dieren refereren, zie § $$).

151.s31

Vergelijk ook:

(2) a. * Do sen interesere nert armt tiyns.
b. Do sen interesere nert armt ef tiyns.
'Hij interesseert zich niet voor de dingen.'

Zin (2a) is om dezelfde reden ongrammaticaal als (3) in § 151.s29: een onbepaald zinsdeel (als tiyns) kan alleen met nert/noi ontkend worden als er een expliciet contrast wordt uitgedrukt, zoniet, dan moet nÿf gebruikt worden.14

151.p1GF   ad § 151.p1   G. Intrinsieke ontkenningen

Bij een intrinsieke ontkenningen wordt de ontkenning niet uitgedrukt door specifieke ontkenningswoorden als nert of noi, maar door een typerende vorm van een ander woord. Dit "andere woord" kan tot de volgende woordsoorten behoren:

(i) adverbiaal additief
(ii) voegwoord of determinant
(iii) zelfst.voorn.woord
(iv) voorzetsel

In de meeste gevallen is er sprake van een woordpaar: tegenover de positieve pool staat een negatieve pool die de intrinsieke ontkenning uitkenning uitdrukt, zoals flame 'ergens' ~ flâme 'nergens', of tur 'maar' ~ tûre 'maar dan niet'.
De negatieve pool is bijna altijd met vocaalwisseling van de positieve pool afgeleid, eventueel samen met het suffix -e. Dit soort afleiding is besproken bij de morfologie van de add.n, in § 41.49-54. Intrinsieke ontkenningen vinden altijd plaats op zinsniveau. Ontkenningen op een lager niveau moeten uitgedrukt worden met de positieve pool en een apart ontkenningswoord.

151.r54

In het volgende Blok zijn alle adverbiale add.n (zie § 40.2 B.) met een negatieve pool opgenomen.


ADD.N MET EEN NEGATIEVE POOL VOOR ZINSONTKENNING POSITIEF NEGATIEF alt
-
-
flame
igt
-
kva
-
-
lich
-
ni
-
stra
'nog altijd; nog steeds'
-
-
'ergens'
'eveneens; desbetreffend'
-
'ooit'
-
-
'toch; eigenlijk'
-
'niettemin; wel zo; evenwel'
-
'nog wel' (zo lang als het
duurt) âlt[e]
bzovy
éfti
flâme
iygt
[e]
klirasqua
kvâ
[e]
lendiy
lett
liyche
net-katô
niy
[ 'nimmer; nooit'
'niet meer; niet langer'
'nergens'
'evenmin; ook niet'
'geenszins; in het geheel niet'
'nooit; nimmer'
'zelden; meestal niet'
'zelden; meestal niet'
'toch niet; eigenlijk niet'
'helemaal niet; in genen dele'
'niet zo; evenmin'
'allesbehalve; beslist niet'
'nog niet' (maar later wèl)
Deze add.n behoren alle tot cat.III, behalve flame/flâme, igt/iygte en lendiy; deze behoren tot cat.I en kunnen dus ook adjectivisch gebruikt worden. Zie § 151.$$.
De add.n âlte, iygte, kvâe, niye en strâe mogen ook zonder -e gebruikt worden. Merk op dat de negatieve pool niet altijd precies de tegenovergestelde betekenis van de positieve pool geeft. Zo is het feitelijke antoniem van kvâe niet kva maar riyfain 'altijd'.

151.r56

In het volgende Blok zijn alle voegw.n en determinanten met een negatieve pool opgenomen.


VOEGW.N EN DETERMINANTEN MET EEN NEGATIEVE
POOL VOOR ZINSONTKENNING POSITIEF NEGATIEF 2das
†dira
†hyra; _ûcâs
_cÿrs; †fes/fés

†ma
_âme
_janof/lifrostiy
-
1_toje ... fra
2tur
'maar dan'
'indien; mits'
'terwijl; maar'
'opdat; om te'

'doordat; omdat'
'indien; als; mits'
'doordat; omdat'
-
'óf ... óf'
'maar' 2dâsnû
†diyrâ
†hiyrâ
†lest

†mân[iy]
_nÿn
_ogâ
2šâm
1_tôje ... frân
2tûre
'maar dan niet'
'indien niet; tenzij'
'terwijl niet; maar niet'
'opdat niet; om niet te;
uit vrees dat'
'doordat niet; omdat niet'
'indien niet; tenzij'
'doordat niet; omdat niet'
'zonder dat'
'noch ... noch'
'maar niet'
_ alleen als voegw. gebruikt
alleen als det. gebruikt
(ongemarkeerde woorden zijn zowel voegw. als det.)

1 zie ook Blok 120.49
2 zie ook Blokken 121.2 en 122.16
(ongemarkeerde woorden, zie ook Blok 122.16)

verdere verwijzingen:
âme dira diyrâ nÿn § 122.51
das dâsnû § 121.21-24, § 122.52
fes/fés § 122.45
janof lifrostiy ma § 122.38-39
hiyrâ hyra ûcâs § 122.58
lest § 122.46
mâniy ogâ § 122.40
šâm § 121.14-18, § 122.57
toje..fra tôje..frân § 120.109-110
tur tûre § 121.19-20, § 122.56

De det.n diyrâ en hiyrâ hebben nooit een suffix. Omdat in de woorden dâs, frân en n[iy] het vetgedrukte deel feitelijk de gereduceerde vorm van noi 'niet' is, kunnen we stellen dat ook deze woorden alleen een vocaalwisseling en geen suffix kennen.

151.r55

In het volgende Blok zijn alle zelfst.vnw.n en voorz.s opgenomen die een negatieve pool hebben.


ZELFST.VNW.N EN VOORZ.S MET EEN NEGATIEVE POOL
VOOR ZINSONTKENNING POSITIEF NEGATIEF zelfst.vnw.
2crados
1flaju
-
1rast

voorz.
3âfry
'alle[n]; iedereen'
'iets'
-
'iemand'


'volgens' zelfst.vnw.
2cradôs[e]
1flâjû
2nÿfs
1râst
[e]

voorz.
3âfriye
'geen van alle[n]'
'niets'
'geen enkele; niets'
'niemand'


'niet volgens; anders dan'
1 zie ook Blok 73.2
2 zie ook Blok 73.3
3 zie ook Blok 140.10

verdere verwijzingen:
crados cradôse § 73.5 1
flaju flâjû § 73.4 4
nÿfs § 73.5 5
rast râste § 73.4 12
âfry âfriye § 140.21, 140.37

De suffixloze vormen cradôs en râst worden beschouwd als dialectische varianten, gebruikt in Ales en Jelafo. De woorden flâjû, tôje, diyrâ en hiyrâ hebben nooit een suffix. Omdat in de woorden frân, n[iy] en dâs het vetgedrukte deel feitelijk de gereduceerde vorm van noi 'niet' is, kunnen we stellen dat ook deze woorden alleen een vocaalwisseling en geen suffix kennen.

151.k1

Voorbeelden van adv.add.n met een positieve en een negatieve pool (Blok 151.r54); in de b-zinnen is er sprake van een ontkenning op zinsniveau:

(1) a. Do lelperro kva eft hurt. 'Hij heeft ooit een hond gehad.'
b. Do lelperro kvâe/bzovy eft hurt. 'Hij heeft nooit een hond gehad.'

(2) a. Trempe kva gress dena mimpit. 'Ik zal dat boek ooit [eens] lezen.'
b. Gress dena mimpit trempe kvâe. 'Ik heb dat boek nooit gelezen.'

(3) a. Do ef letra stinde lich. 'Hij heeft de brief toch geschreven.'
b. Do ef letra stinde liyche. 'Hij heeft de brief toch niet geschreven.'

(4) a. Tu quarderât lich ef kluntâ.
'Je moet de receptie toch/eigenlijk bezoeken.'
b. Gress quarderavy liyche ef kluntâ.
'Ik wil de receptie toch/eigenlijk niet bezoeken.'

151.k2

Bij contrast is er sprake van een ontkenning op zinsdeelniveau. In dat geval zijn de negatieve polen uit Blok 151.r54 onbruikbaar. Vergelijk:

a. Do lelperro noi kva eft hurt, tur iftam riyfain.
'Hij heeft niet ooit een hond gehad, maar altijd.'
b. *Do lelperro kvâe eft hurt, tur iftam riyfain.
*'Hij heeft nooit een hond gehad, maar altijd.'

In a. wordt de betekenis van kva 'ooit' = "een keer in het verleden" gecontrasteerd met "altijd in het verleden". Hier moet kva expliciet met noi ontkend worden, en daarom is b. fout (dit geldt ook voor het Nederlands).

151.k3

Voorbeelden van voegw.n en determinanten met een positieve en een negatieve pool (Blok 151.r56); in de b-zinnen is er sprake van een ontkenning op zinsniveau:

(1) a. Elsa pónze eft kleter toskiÿ, âme eup vreéðe ump ef ufire-eksâm.
'Elsa krijgt een nieuw paar ski's als ze voor haar rijexamen slaagt.'
b. Pónze Elsa eft rûl-fesblôfos, nÿn eup vreéðe ump ef ufire-eksâm.
'Elsa zal een zenuwinzinking krijgen als ze niet voor haar rijexamen slaagt.'

(2) a. Do nert hyra brae crepps, gress lartilóme tevi tem.
'Hij lust geen pannekoeken, maar ik eet ze graag.'
b. Do hiyrâ larde tevi crepps, gress nert brailóme tem.
'Hij eet graag pannekoeken, maar ik lust ze niet.'

(3) a. Fes dena manta ef mosjeusz donne toje eft ðiynts fra eft oâ.
'In deze streek dragen de vrouwen óf een kapje óf een hoofddoek.'
b. Fes dena manta ef mosjeusz donne tôje eft ðiynts frân eft oâ.
'In deze streek dragen de vrouwen noch een kapje noch een hoofddoek.'

In (2a) drukt nert een ontkenning van de hoofdzin Do brae crepps uit, terwijl de determinant hyra een "positieve bijzin van tegenstelling" aankondigt. Nert is dus geen ontkenning op zinsdeelniveau, zodanig dat hyra ontkend wordt! In (2b) kondigt hiyrâ een "negatieve bijzin van tegenstelling aan"; hier is de hoofdzin dus positief.
In (3) opereren de voegw.paren toje ... fra en tôje ... frân weliswaar op zinsdeelniveau, maar de intrinsieke ontkenning in (3b) vindt plaats op zinsniveau. Zin (3b) kan daarom geparafraseerd worden als "het is niet zo dat de vrouwen in deze streek óf een kapje óf een hoofddoekje dragen".

151.k4

Als een bijzin een ontkenning op een lager niveau dan zinsniveau bevat, zijn de negatieve polen van voegw.n of determinanten onbruikbaar. Vergelijk:

(1) a. Lisagerelije blul ef gûfqu wânta, âme tu noi stinde ef letra tur iftam
otostinde ef.

'De klacht zal eerder in behandeling genomen worden, als je de brief niet
schrijft maar typt.'
b. * Lisagerelije blul ef gûfqu wânta, nÿn tu stinde ef letra tur iftam
otostinde ef.

* 'De klacht zal eerder in behandeling genomen worden, tenzij je de brief
schrijft maar typt.'

(2) a. Fes dena manta ef mosjeusz noi donne toje eft ðiynts fra eft oâ, tur iftam
eft gryllâ.

'In deze streek dragen de vrouwen niet óf een kapje óf een hoofddoek,
maar [wel] een flaphoed.'
b. * Fes dena manta ef mosjeusz donne tôje eft ðiynts frân eft oâ, tur iftam
eft gryllâ.

'In deze streek dragen de vrouwen noch een kapje noch een hoofddoek,
maar [wel] een flaphoed.'

151.k5

Voorbeelden van zelfst.vnw.n met een positieve en een negatieve pool (Blok 151.r55); in de b-zinnen is er sprake van een ontkenning op zinsniveau:

(1) a. Gress tiffe rast fes ef zeces. 'Ik ken iemand in het dorp.'
b. Gress tiffe râste fes ef zeces. 'Ik ken niemand in het dorp.'

(2) a. Flaju sen prabare kaf ef kelbra frópjÿ ef vâkumm.
'Er is iets aan de hand met de stofzuiger.'
b. Flâjû sen prabare kaf ef kelbra frópjÿ ef vâkumm.
'Er is niets aan de hand met de stofzuiger.'

151.k6

Ontkenningen op lagere niveaus kunnen niet uitgedrukt worden met de negatieve polen; hier is een expliciet gebruik van nert of noi nodig. Vergelijk:

a. Nert flaju ki sen prabare kaf ef kelbra frópjÿ ef vâkumm; terat pert ki
sen prabare.

'Niet IETS is er aan de hand met de stofzuiger; er is heel VEEL aan de hand.'
* Flâjû ki sen prabare kaf ef kelbra frópjÿ ef vâkumm; terat pert ki
sen prabare.

151.r53

/// De negatieve add.n uit Blok 151.r54 kunnen hun ontkennende component "overgeven" aan de zelfst.vnw.n rast en flaju uit Blok 151.r55, zodat deze veranderd worden in râst[e] resp. flâjû, zonder dat ze de negatieve betekenissen 'niemand' en 'niets' krijgen. In feite wordt de intrinsieke zinsontkenning zowel bij de add.n als bij de zelfst.vnw.n ondergebracht:
????????
alt 'nog altijd, nog steeds'
âlte 'nog nooit, nog nimmer'
alt rast = âlte râst[e] 'nog altijd iemand'
alt flaju = âlte flâjû 'nog altijd iets'

éfti 'niet meer, niet langer'
éfti kva 'nooit meer'
Do pliyfone éfti. 'Hij drinkt niet meer.' (is gestopt met drinken)
(vgl.) Do nert pliyfone vluf. 'Hij drinkt niet méér.'
(zal de zojuist genuttigde hoeveelheid drank niet overschrijden)

kva 'ooit'
kvâ 'nooit'
kvâ rast = kvâ râste 'nooit iemand'
Kusami gress zerfe kvâ râste. 'Ik zie hier nooit iemand.'
kvâ flaju = kvâ flâjû 'nooit iets'
Do amennâe kvâ flâjû. 'Hij heeft nooit iets in de gaten.'

Do parfâse kvâ nÿf lelpiru veldurs. 'Hij wil nooit met enig ander mens omgaan.'

flame 'ergens'
flame kusami/kusama 'hier/daar ergens'
Ef meltât flame kusama. 'Het moet daar ergens zijn.'

lett (dialectisch: Centraal-Berref) 'zelden, meestal niet'
pijâ lett 'heel zelden; bijna nooit'

lich 'toch'
is ... tur lich 'weliswaar ... maar toch/desalniettemin'

ni 'niettemin; wel zo; evenwel'
niye 'niet zo; evenmin'
ni dus niye 'al dan niet'
Ni dus niye do arfine. 'Ook al komt hij niet.'

pijâ 'volkomen, compleet, geheel'
pijâ strâ 'nog lang niet'

rast 'iemand'
lelpiru rast 'iemand anders'
(zie ook alt)

strâe 'nog niet (maar later wèl)'
pijâ strâe 'nog lang niet'

151.r3

De additieven gegeven in § 151.r38 behoren alle tot cat.III, behalve flame/flâme en igt/iygte die tot cat.I behoren en dus ook adjectivisch gebruikt kunnen worden, zoals in:

Fes ef flâme zeces eft telebôs kettelira minkede.
in het nergens dorp een telefooncel is-gevende vinden
'Nergens in het dorp is een telefooncel te vinden.'
Ef iygte menester tiffe eft hûchos furt ef môntyos.
de ook-niet minister weet een oplossing voor het probleem
'Ook de minister weet geen oplossing voor het probleem.'

151.r39

Hoewel intrinsieke ontkenningen voorgesteld worden als zijnde synoniem aan de positieve tegenhanger die ontkend wordt met nert/noi, kunnen zij nooit door zo'n positieve tegenhanger vervangen worden, tenzij ze een contrast uitdrukken met een geheel ander woord, zoals geïllustreerd in de volgende b-voorbeelden:

(1) a. Gress sen tâge flâjû. ~ * Gress sen tâge nert/noi flaju.
'Ik herinner me niets.'
b. Gress sen tâge noi flaju, tur iftam pipar.
'Ik herinner me niet iets, maar alles.'

(2) a. Kirro râste méte. ~ * Kirro nert/noi rast méte.
'We hebben niemand ontmoet.'
b. Kirro nert rast méte, kirro sakos lef veldurs méte.
'We hebben niet iemand ontmoet, we hebben een heleboel mensen ontmoet.'

(3) a. Do ef potilast minkede flâme. ~ * Do ef potilast minkede nert/noi flame.
'Hij heeft het potlood nergens gevonden.'
b. Do ef potilast minkede noi flame, tur iftam fes eft terat zjut ki wós,
tiffelira fes ef ziplot.
'Hij heeft het potlood niet [zomaar] ergens gevonden, maar op een hele
rare plaats, namelijk in de WC-pot.'

(4) a. Dena poit eft mikkelel ðôtvokos pónze kvâ. ~
~ * Dena poit eft mikkelel ðôtvokos pónze nert/noi kva.
'Deze dichter heeft nooit een belangrijke onderscheiding gekregen.'
b. Dena poit eft mikkelel ðôtvokos pónze nert kvâ, brâ do pónze sest
ðôtvokôsta pordel jadâk zemper.
'Deze dichter heeft niet ooit een belangrijke onderscheiding gekregen, want
hij krijgt zulke onderscheidingen bijna elk jaar.'

In (1b) en (2b) wordt "heel weinig" gecontrasteerd met "heel veel", want iets = "één ding/weinig dingen" en alles = "veel/alle dingen". Evenzo is iemand = "één persoon/weinig personen".
In (3b) wordt ergens = "een willekeurige, niet interessante plek" gecontrasteerd met een WC-pot, die gekwalificeerd kan worden als een "hele rare, onverwachte, plek". In (4b) vormt ooit = "één enkele keer" een contrast met bijna elk jaar, ofwel "heel veel keren".
Het is duidelijk dat de negatieve polen in de a-voorbeelden niet precies de ont-kenning van de positieve polen in de b-zinnen inhouden, want anders zouden ze onderling uitwisselbaar geweest kunnen zijn.

151.r40

Vergelijk ook de volgende voorbeelden:

(1) a. Gress zâre alt fes eft toclades.
'Ik woon nog steeds in een gehucht.'
b. Gress zâra âlte fes eft toclades. ~ * Gress zâra nert alt fes eft toclades.
'Ik heb nog nooit in een gehucht gewoond.'
c. Gress zâre noi alt fes eft toclades, tur iftam strâ fes eft toclades.
'Ik woon niet nog steeds in een gehucht, maar nog niet in een gehucht.'

Alt refereert aan een periode die in het verleden begon en zich in het heden voortzet. Daarom wordt in (1a) alt met een neutrale tijd gecombineerd. Âlte refereert aan een periode die in het heden begint en teruggaat in het verleden. Daarom wordt in (1b) âlte met een definitieve tijd gecombineerd, en kan het niet vervangen worden door nert/noi alt. In (1c) wordt een duidelijk contrast uitgedrukt: iemand denkt dat ik ooit in een gehucht ben gaan wonen en daar tot op de dag van vandaag woon. Deze veronderstelling wordt nu ontkend, en gecontrasteerd met de mogelijkheid dat ik ooit in de toekomst in een gehucht zou kunnen gaan wonen.

151.r41

Nog een voorbeeld:

(2) a. Eup ichize crados luft ef kluntâ.
'Ze zoent iedereen op de receptie.'
b. Eup ichize cradôse luft ef kluntâ.
'Ze zoent geen van allen op de receptie.'
c. Eup ichize noi crados luft ef kluntâ, tur iftam ef bârbe-meraters.
'Ze zoent niet iedereen op de receptie, maar [alleen] de mannen met
een baard.'

In (2a) refereert crados aan alle personen in een bepaalde groep (hier: de bezoekers van de receptie).15 In (2b) wordt deze gehele groep ontkend, ofwel er is sprake van "niemand die tot de bepaalde groep behoort". In (2c) is er een contrast tussen "de gehele groep mensen op de receptie" en een "ander soort groep op de receptie" (namelijk de "mannen met een baard").

151.r43

In § 151.r39-r41 is telkens sprake geweest van een mogelijke ontkenning van de positieve pool. Dit moet niet verward worden met een mogelijke ontkenning van de gehele zin waarin de positieve pool voorkomt. Vergelijk:

a. Dena poit eft mikkelel ðôtvokos pónze kvâ.
'Deze dichter heeft nooit een belangrijke onderscheiding gekregen.'
b. Dena poit eft mikkelel ðôtvokos pónze nert kva. (vgl. § 151.r39 (4b))
'Deze dichter heeft niet ooit een belangrijke onderscheiding gekregen.'
c. Dena poit eft mikkelel ðôtvokos nert pónze kva.
'Deze dichter heeft ooit niet een belangrijke onderscheiding gekregen.'

In a. wordt gezegd dat het nooit ter sprake is gekomen of de dichter wel een onderscheiding moest krijgen: het is nooit gebeurd. In b. wordt het zinsdeel "ooit" ontkend; dit is mogelijk bij een contrastieve lezing, waarin "ooit" tegenover een andere frequentie-bepaling staat, bijvoorbeeld "heel vaak". Zie ook de expliciete contrast-voorbeelden in § 151.r39.

151.r44

In c. staan twee bepalingen die de SvZ HIJ HEEFT EEN ONDERSCHEIDING GEKREGEN nader bepalen: nert ontkent de SvZ, en kva drukt uit dat de SvZ in het verleden op een bepaald moment plaats gevonden heeft. Omdat beide add.n een reikwijdte over dezelfde SvZ hebben ontstaat er een conflict, want iets kan niet tegelijkertijd NIET en OOIT hebben plaatsgevonden. Dit conflict kan vermeden worden door aan te nemen dat er een hiërarchie tussen NIET en OOIT bestaat. Er zijn nu twee mogelijkheden:

c1. OOIT {NIET {DEZE DICHTER HEEFT EEN BEL. ONDERSCHEIDING GEKREGEN}}
c2. NIET {OOIT {DEZE DICHTER HEEFT EEN BEL. ONDERSCHEIDING GEKREGEN}}

Beide interpretaties zijn nogal geforceerd, c2. wellicht nog meer dan c1. In c1. wordt de ontkende SvZ DEZE DICHTER HEEFT EEN BEL. ONDERSCHEIDING NIET GEKREGEN in de context van "ooit = het gebeurde een keer" geplaatst, wat begrepen kan worden dat er ooit eens een duidelijke beslissing is gevallen dat deze dichter een bepaalde onderscheiding niet zou krijgen.
In c2. wordt beweerd dat "het niet zo is dat hij ooit die onderscheiding heeft gekregen". Hier lijken de betekenissen van OOIT en NIET met elkaar te botsen, tenzij er sprake is van een contrast, zodanig dat spreker A beweert dat "de dichter de onderscheiding ooit heeft gekregen", waarop B reageert met de correctie dat de SvZ die A voorstelt niet waar is. Maar zo'n contrast wordt in principe uitgedrukt door het te contrasteren element te ontkennen, niet door de hele SvZ te ontkennen. Lezing c2. is dus feitelijk een ongrammaticaal alternatief van zin b. in § 151.r43.

151.r45

Nog een voorbeeld:

a. Eup ichize noi crados luft ef kluntâ. (vgl.151.r41 (2c))
'Ze zoent niet iedereen op de receptie.'
b. Eup nert ichize crados luft ef kluntâ.
'Ze zoent niet iedereen op de receptie.'

In a. wordt het zinsdeel crados ontkend, wat een contrastieve werking heeft. Zulke contrasten zijn in § 151.r41 expliciet gegeven. In b. wordt de SvZ ZE ZOENT IEDEREEN OP DE RECEPTIE ontkend. Deze zinsontkenning is goed mogelijk omdat de betekenissen van NIET en IEDEREEN niet met elkaar botsen (zoals dat wel het geval was met OOIT en NIET in de vorige paragraaf). Zin b. kan geparafraseerd worden als "het is niet zo dat ze iedereen op de receptie zoent" (uitgesproken met een neutrale intonatie).

151.r42

In § 151.r39-r41 is telkens sprake van een oppositie tussen de negatieve pool van een woord en de ontkende positieve pool van dat woord. De zaken worden nog ingewikkelder, omdat de negatieve pool dikwijls gecombineerd wordt met nert/noi, zonder dat dit een betekenisverschil geeft. Toevoeging van zo'n ontkenningswoord vindt dikwijls plaats omdat de negatieve pool als zodanig vrij onduidelijk is gemarkeerd, zeker als een distinctief suffix ontbreekt, en er alleen een verschil tussen wel of geen pira bestaat, zoals tussen flame en flâme, of tussen flaju en flâjû. De dubbele ontkenningen bij de negatieve polen zijn al lang gebruikelijk in de spreektaal, maar in de schrijftaal zijn ze pas tussen 1950 en 1970 geaccepteerd geworden.16 Vergelijk:

(1) a. Gress tiffe rast fes ef zeces.
'Ik ken iemand in het dorp.'
b. Gress nert tiffe rast fes ef zeces.
'Ik ken iemand niet in het dorp.'
c. Gress tiffe nert rast fes ef zeces [tur gress tiffe crados kusama].
'Ik ken niet iemand in het dorp [maar ik ken ze daar allemaal].'

(2) a. Gress tiffe râste fes ef zeces. =
b. = Gress nert tiffe râste fes ef zeces.
'Ik ken niemand in het dorp.'
c. Gress tiffe nert râste fes ef zeces [tur gress tiffe crados kusama].
'Ik ken niet niemand in het dorp [maar ik ken ze daar allemaal].'

151.r46

Tussen (1a) en (1b) bestaat er een verschil, want in (1b) wordt de SvZ IK KEN IEMAND IN HET DORP in zijn geheel ontkend. Zo'n verschil is tussen (2a) en (2b) geheel afwezig, want hier dient de zinsontkenning nert alleen als versterking van de intrinsieke ontkenning van râste.
Vergelijk ook nog (1c) met (2c): hier worden rast en râste ontkend, zodat de betekenissen IEMAND en NIEMAND gecontrasteerd worden met een ander woord, bijvoorbeeld met ALLEMAAL. Variant (1c) is het meest neutraal; daarentegen kan (2c) gebruikt worden in een situatie waarbij spreker A denkt dat ik "niemand in het dorp ken", waarop ik reageer door A's gesuggereerde "niemand" te ontkennen en tegenover het correcte "allemaal" te plaatsen.

151.r47

///Toevoeging van een extra zinsontkenning bij de negatieve polen uit § 151.r38 kan (i) verplicht, (ii) optioneel en (iii) verboden zijn. Het een en ander volgens het volgende schema:

(i) verplichte toevoeging van nert/noi:
hiyrâ


(ii) optionele toevoeging van nert/noi:
iygte
flâme
âlte
kvâ[e]
liyche
strâ[e]
râst[e]
flâjû
cradôs[e]
tôje ... frân
diyrâ
tûre
dâsnû

(iii) verboden toevoeging van nert/noi:
niy[e]
mân[iy]
âfriye

151.r5

In § 151.x4-x9 is besproken hoe de ontkenningswoorden nert en noi uit een ondergeschikte den- of -lira-zin naar het einde van de matrixzin kunnen promoveren. Zo'n promotie is ook mogelijk als de ondergeschikte zin een intrinsieke ontkenning bevat. Deze intrinsieke ontkenningen (zoals kvâ 'nooit, râste 'niemand' of flâjû 'niets') worden door promotie van nert/noi expliciet. Vergelijk:

a. Gress rajiyte den klâfe do eft cmontolâ kvâ.
'Ik hoop dat hij nooit een misdaad zal begaan.'
b. Gress rajiyte nert den klâfe do eft cmontolâ kva.
'Ik hoop niet dat hij ooit een misdaad zal begaan.'

a. Eup tiffe, kirro lelperrelira flâme eft kôbo-smyl.
'Ze weet dat we nergens een zomerhuisje hebben.'
b. Eup tiffe nert kirro lelperrelira flame eft kôbo-smyl.17
'(idem)'

a. Óps pilde den do sen taffât rifo flâjû.
'Ze vinden dat hij zich nergens mee moet bemoeien.'
(lett. "... zich met niets moet bemoeien")
b. Óps pilde nert den do sen taffât rifo flaju.
'Ze vinden niet dat hij zich ergens mee moet bemoeien.'
(lett. "... zich met iets moet bemoeien")

151.r7

Als intrinsieke ontkenningen geen positieve tegenpool hebben, is promotie van nert/noi onmogelijk, omdat in de bijzin zo'n positieve pool vereist is. Vergelijk:

a. Gress miype, den do ânkeste klirasqua.
'Ik denk dat hij in het geheel niet bang is.'
b. * Gress miype nert, den do ânkeste ???.

a. Gress miype, do arfinelira éfti.
'Ik denk dat hij niet meer komt.'18
b. * Gress miype nert, do arfinelira ???.

151.r6

Het is ook mogelijk om een gehele intrinsieke ontkenning te promoveren, mits dit zinsdeel een additief is dat uit de structuur van de bijzin weggelaten kan worden. Vergelijk de voorbeelden in § 151.r5 met:

a. Gress rajiyte den klâfe do eft cmontolâ kvâ. >
b. > Gress rajiyte kvâ den klâfe do eft cmontolâ.
'Ik hoop dat hij nooit een misdaad zal begaan.'

a. Eup tiffe, kirro lelperrelira flâme eft kôbo-smyl. >
b. >Eup tiffe flâme kirro lelperrelira eft kôbo-smyl.
'Ze weet dat we nergens een zomerhuisje hebben.'

a. Óps pilde den do sen taffât rifo flâjû. ??/
'Ze vinden dat hij zich nergens mee moet bemoeien.'
b. ??/ * Óps pilde flâjû den do sen taffât rifo ???.

In het laatste voorbeeld treedt flâjû als object in de ondergeschikte zin op. ZO'n basiselement kan nooit gepromoveerd worden naar matrixniveau.

voegw./determinant
tûre (negatieve toegeving) 'maar niet' >
> tûre noi 'maar niet' (emfatischer dan alleen tûre; zie § 151.$$)'

151.y1   Het ontkenningswoord noi

Noi kan in principe beschouwd worden als de emfatische variant van nert. De uitdrukking van emfase gaat vrijwel altijd samen met een contrastieve lezing, en indien een contrast expliciet uitgedrukt wordt (de tegenstelling tussen "wel" en "niet") wordt de voorkeur aan noi gegeven:

a. Gress ef mimpit noi trempe, gress ef zerfare ne'âma.
'Ik heb het boek niet gelezen, ik heb het alleen ingekeken.'
b. ? Gress ef mimpit nert trempe, gress ef zerfare ne'âma.

In a. (en b.) worden twee SvZ'en met elkaar gecontrasteerd:

(i) NIET {IK HEB HET BOEK GELEZEN}
(ii) IK HEB HET BOEK INGEKEKEN

Let op dat noi, evenals nert, vóór het predikaat staat als de gehele SvZ wordt genegeerd.

151.y2

Als de positieve kant van een contrast uitgedrukt wordt met iftam 'wel', wordt dikwijs noi inplaats van nert gebruikt:

(1) Gress ef mimpit noi trempe, tur Justes paina iftam.
'Ik heb het boek niet gelezen, maar Justes wel.
(2) a. Gress ef mimpit trempe noi, tur enn ef zerfare iftam. =
b. = Gress ef mimpit trempe noi, tur iftam enn ef zerfare. =
'Ik heb het boek niet gelézen, maar wel ingekeken.'
(3) Do melde noi belt, tur iftam hupster. 'Hij is niet klein, maar [wel] groot.'
(4) Do arfine noi, tur iftam gress. 'Hij komt niet, maar ik wel.'

151.y3

In (1) worden twee SvZ'en gecontrasteerd, wat blijkt uit de positie van noi vóór het predikaat. Merk op dat iftam zich als normaal predikatief add. gedraagt en dus altijd achter het predikaat verschijnt (zie § $$). Verder is het werkw. trempe in de tur-bijzin door het spoor paine vervangen (zoals besproken in § $$).
In (2a) en (2b) verraadt de positie van noi onmiddellijk achter het werkw., dat alleen dit werkw. ontkend wordt (denk eraan: nert kan nooit áchter het werkw. geplaatst worden, zie § 151.x22a-x22b). In (2b) is iftam door linkse dislocatie direct achter het voegw. terechtgekomen. Omdat in dergelijke contrastieve constructies de sequentie tur iftam zo frequent voorkomt, wordt deze wel als één "samengestelde voegw.bepaling" beschouwd.19 ////

151.y8

Soms zijn ontkenningen ironisch bedoeld en drukken ze juist het tegengestelde uit. In dat geval wordt altijd noi (nooit nert) gebruikt:

Ef wónzol melde noi quista, klojâs!?
'Het weer is niet erg mooi, hè!?' (als het schitterend weer is)

151.x100   Intrinsieke ontkenningen

Intrinsieke ontkenningen blijven vrijwel altijd binnen het domein van één woord, omdat dit woord feitelijk een antoniem van een positieve term is. Dit kunnen productief gevormde elementen zijn, zoals rovret ~ nerovret 'lief' ~ 'stout' (lett. "niet-lief"), ofwel improductieve woorden als flame ~ flâme 'ergens' ~ 'nergens', enz. Bij de morfologie van de subtantieven en de additieven zijn dergelijke negatieve termen al behandeld (zie § $$,...), maar hieronder zal het een en ander nog eens vanuit de oppositie positief~negatief bekeken worden.

151.x101

....

151.x102

....

151.x103

Vergelijk:

a. Petriy nert melde kûraiy. 'Petriy is niet artistiek.'
b. Petriy melde nert kûraiy. '(idem)'
c. Petriy melde nekûraiy. 'Petriy is onartistiek.'

Zin a. is een ontkenning van gehele de gehele SvZ. Zin b. is een ontkenning van "artistiek", waarbij de afwezigheid van deze eigenschap gecontrasteerd wordt met de aanwezigheid van een andere eigenschap (bijv. "zakelijk"). Zin c. drukt niet zozeer de afwezigheid van "artistiek" uit, als wel de aanwezigheid van het antoniem van "artistiek".
De aanwezigheid van een antoniem impliceert de afwezigheid van de tegenpool, maar de afwezigheid van de tegenpool impliceert nog niet de aanwezigheid van het antoniem. Of concreet: als iemand "onbeleefd" is, impliceert dat de afwezigheid van "beleefd", maar als iemand "niet beleefd" is impliceert dat nog niet dat hij "onbeleefd" is.

bold italic bold italic extra large oéoverstrike extra large ""'' bold italic bold italic extra large oéoverstrike extra large 1. De Âlbe-ratt "Bouwraad" is een gemeentelijke instantie die verantwoordelijk is voor het afgeven van bouwvergunningen en waakt over de kwaliteit en veiligheid van bouwwerken. Vergelijk "Bouw- en Woningtoezicht". 2. Er is één uitzondering: bij een spoorpassieve constructie in de toek.tijd komt een pred.add. achter het spoor, niet achter het predikaat, zoals in:

Kettelije blul noi ef hurons ón Elsa. (vgl. § 93.53)
'De bloemen zullen niet aan Elsa gegeven worden.'
Kettelitâ blul noi Elsa enn ef hurons. (vgl. § 93.63)
'Aan Elsa zullen de bloemen niet gegeven worden.'
3. Bij nert is er géén ambiguïteit: Petriy póbare nert sener oto. Hier kan nert nooit een zinsontkenning zijn, want dan moet het vóór het predikaat geplaatst worden. 4. Vergelijk:

Petriy nert orenple âl ef argerat melde trâf.
'Petriy voelt niet of de deur op slot zit.'

Hier wordt de matrix-SvZ PETRIY VOELT IETS ontkend. 5. Petriy Laëhhe (geb. 1947 te Trofy; een Pegrevische achternaam, spreek uit [la:weje]) is een bekend toneelschrijver die voornamelijk in het Cheetuc (Zuid-Spokaans) schrijft. De Blotter Jerrðe ('Blauwe Narcis') is een belangrijke culturele prijs die jaarlijks door de minister van Wetenschap en Kunst uitgereikt wordt. 6. In dit Hoofdstuk gelden de volgende conventies wat betreft het lettertype:

1. ontkenningswoorden: vet
2. het element dat ontkend wordt: cursief
3. bij elkaar horende elementen (die één zinsdeel of één idiomatische uitdrukking
vormen): onderstreept
4. Nederlandse elementen met een contrasterend accent en Standen van Zaken: kleine
HOOFDLETTERS.
7. Let op de mogelijke toevoeging van de object-markeerder enn. Volgens sommigen is dit nodig omdat de zin nu met een additivische bepaling begint (zie de regel in § 90.7). Volgens anderen is nert een bepaling in het zinsdeel nert kult ÿksaner, en dus deel van het subject. In dat geval is toevoeging van enn niet nodig. Deze laatste redenering lijkt het meest overeen te komen met wat we kunnen observeren. Ook in het Nederlands lijkt niet een deel van het subject in een zin als Niet hij (maar zij) koopt de auto. Want een los zinsdeel voor het subject leidt tot inversie: Morgen koopt hij de auto. Voor de interactie tussen nert en noi enerzijds, en de determinanten pai, enn en ón anderzijds wordt verder verwezen naar Miko Milas-Beelmânt's artikel "Nert én noi, ur pai, enn én ón" (1992). 8. In § 133.36-41 is vastgesteld hoe ki een suffix-karakter kan krijgen, zodanig dat het bij de uitspraak als laatste lettergreep behandeld wordt. In dat geval is -de van lorerde dus de een na laatste lettergreep die het accent krijgt. ... lorerde ki klinkt dan als [löreRdeki]. Deze uitspraak is vooral te horen op Zuid-Liftka, Tigof en Lomky. Zie ook § 133.38. 9. Matarija ki kan klinken als [matarijaki] indien ki als suffix behandeld wordt. Zie ook § 151.p2C voetnoot 8. 10. Onder "hulpwerkw.n" verstaan we hier

i. doelwerkw.n (§ 81.8-28), zoals:
Óps espere beri arfine mas. 'Ze hopen morgen te komen.'
ii. modale hulpwerkw.n (§ 81.29-34), zoals:
Óps probare beri arfine mas. 'Ze willen morgen komen.'
iii. geverbaliseerde pers.vnw.n (voor zover gevolgd door een infinitief;
§ 81.35), zoals:
Ef zecesers ópsene beri cÿrtire hédân.
'De dorpelingen zijn er om elkaar te helpen.'
11. Iftam 'wel' mag wegblijven als tur direct door een andere bepaling wordt gevolgd, zoals bijvoorbeeld door bent 'eerst' in § 151.r14 (1). 12. Alleen kinur hoeft hier ontkend te worden, omdat er alleen een contrast bestaat met marteltšu. Beide zinnen zijn verder identiek. Vergelijk dit met:

Do nert melde kinur, lelperre vûlt eft vloja febbe.
'Hij is niet ziek, hij heeft hoogstens wat koorts.'

Hier moet nert de gehele zin ontkennen, omdat er een contrast bestaat met een andere gehele zin (waarin het corefererende subject do is weggelaten). Zie ook § 151.q3. 13. Let op de homoniemen: het suffix -ral betekent 'mee' en is de gereduceerde vorm van rala 'mee'; het pred.add. ral betekent 'nu', en wordt hier ontkend. De ontkenning nert ral wordt in het Nederlands het beste weergegeven met 'nu niet' i.p.v. 'niet nu'; zie ook § 151.r52. 14. Brefcôch (spreek uit [brefkôk]) is de Ergynne-personificatie van de Slechte Dingen. 15. Vanwege het idiomatische karakter van deze constructie kan ðÿm niet vervangen worden door het synoniem šâm. In (2b) zou šâm echter wel gebruikt kunnen worden. 16. Er bestaan ook gedeeltelijk onbepaalde zinsdelen: deze zijn wel voor de spreker, maar niet voor de hoorder, identificeerbaar. Vergelijk:

a. Gress gvârce eft kelde-cheba oto. 'Ik zoek een tweedehands auto.'
b. Gress eft kelde-cheba oto lorerde. 'Ik heb een tweedehands auto gekocht.'

In a. is de auto zowel voor de spreker als voor de hoorder nog onbekend. Hier is dus sprake van een algeheel onbepaald zinsdeel. In b. is de auto alleen voor de hoorder onbekend, want de spreker weet wel wat voor een auto hij heeft gekocht. Hier is dus sprake van een gedeeltelijk onbepaald zinsdeel. 17. Nÿf treedt ook op als telwoord met de betekenis 'nul'. Zie ook § 170.$$. 18. Deze uitspraak wordt toegeschreven aan koningin Lindokiy Zabert die van mening was dat de Boerenopstand (1874) door de Ieren was aangewakkerd. Zij noemde de Ieren de "valse harpspelers", en vond dat die zich niet met Spokanische aangelegenheden moesten bemoeien. 19. Citaat uit de roman Perocallas ('Onderling', 1976) van Nyna Sgyt-Marrée. 20. Als het eerste nert wegblijft, is nog een geheel andere lezing mogelijk:

Blul velpelije ef miptiynlots nert kusamat ef kiyk-bôrté.
'De afvalcontainers worden niet langs de stoeprand geledigd.'

Hier wordt de voorz.bep. beschouwd als een zelfstandig opererend zinsdeel, dat nader bepaalt waar de containers geledigd worden (of, dank zij nert, bepaalt waar ze niet geledigd worden). Deze zin drukt een contrast uit, bijvoorbeeld: ze worden wel midden op straat geledigd.

NOTEN NOTEN NOTEN

      Noot 1 [1]Een andere, wel correcte, variant is:

Reparere gress ef pot njame-jéns mas, taufen gress nert luste mittof.
'Ik zal de verstopte afvoer morgen repareren, hoewel ik er geen zin in heb.'

Hier vervangt het pers.vnw. mittof het gehele onderstreepte deel (zie § 130.34-36).

      Noot 1 [2]Brôep nert flâjû kan beschouwd worden als een contaminatie van brôep flâjû 'beslist niets' en brôep nert flaju 'beslist niet iets'. Terwijl dubbele ontkenningen als "nooit niets" (i.p.v. "nooit iets") in het Nederlands als onverzorgde spreektaal beschouwd worden, zijn ze in het Spokaans correct. Zie verder § 151.r53 en § 151.$$.

      Noot 1 [3]Spreek uit: [brôwepet]. Bij hevige emotie wordt ook wel [brôpît] gezegd.

      Noot 1 [4]Officieel kent het Nederlands het volgende verschil: in het algemeen = "als de bijzondere gevallen buiten beschouwing blijven", en over het algemeen = "doorgaans; in de regel". Dit verschil wordt lang niet altijd in acht genomen, en in het Spokaans valt het hoe dan ook weg.

      Noot 1 [5]Ti is hier een expletiefpartikel; het dient om de herhaling van otse otse wat ritmischer te maken. Zie § 133.81.

      Noot 1 [6]In Pegrevië wordt in plaats van šalo de dialectische variant kÿ gebruikt. Dit add.I kan niet met nert/noi gecombineerd worden. In plaats van het hypothetische ¢kÿ nert/noi 'meestal niet' wordt in Pegrevië altijd lendiy 'zelden' gebruikt.

      Noot 1 [7]Bewust is er met betrekking tot het Nederlands voor de term bijwoord gekozen, omdat pred.add. een typische term in de Spokanistiek is. De functies van bijwoord en pred.add. zijn echter identiek.

      Noot 1 [8]Ook in andere talen wordt "ook niet" vaak op een andere manier vertaald. Het Zweeds gebruikt inte heller dat feitelijk "niet liever" betekent. Het Engels zegt neither.

      Noot 1 [9]Zin a. kan de indruk geven dat noi fit een ontkenning van alleen het zinsdeel flifados is, in plaats van een ontkenning op zinsniveau. De correcte variant a'. toont aan dat er inderdaad van een ontkenning op zinsniveau sprake is:

a'. Flifados do melde [pijâ] noi fit, fitfara tu miype.
'AARDIG is hij [helemaal] niet zo, als je denkt.'

Zie ook § 151.t1.

      Noot 1 [10]Vergelijk ook:

Tu mapyre riyfain hordâ prisa fes ef trekhoros, ur gress kvâ.
'Jij wint altijd mooie prijzen in de loterij, en ik nooit.'

Hier geeft de vetgedrukte afterthought de reden aan waarom de hoofdzin geuit wordt.

      Noot 1 [11]In de taalrubriek van het dagblad Kleter Hirdoegg is op 5 juni 1990 vastgesteld dat lett een steeds groter verspreidingsgebied krijgt; ook in Noord- en Oost-Berref (tot in Lift en Gret toe) is deze vorm al te horen.

      Noot 1 [12]De Landsregering bestaat uit de volgende machten:

1. Ÿrtâness (Kabinet, bestaande uit 20 ministeries)
2. Zâmporementec (Volksvertegenwoordiging, bestaande uit 347 afgevaardigden,
door het volk gekozen)
3. Stamero (Eilandsvertegenwoording, bestaande uit 10 afgevaardigden, door de
Eilandsbesturen gekozen)
4. Âtviss (Adviesraad, bestaande uit 200 adviseurs, gekozen door de Zâmporementec)

      Noot 1 [13]De letterlijke Nederlandse vertaling klinkt nogal stroef. In het Spokaans is deze woordvolgorde echter heel correct.

      Noot 1 [14]Het is feitelijk onmogelijk om nert armt tiyns in (2a) expliciet te contrasteren met een ander zinsdeel, omdat tiyns zo'n algemene betekenis heeft dat het nergens mee gecontrasteerd kan worden (want aan alles wat we als contrast zouden willen noemen kan immers met tiyn gerefereerd worden).

      Noot 1 [15]Vergelijk jadâk 'iedereen', dat aan "alle mensen die er bestaan" refereert. Zie ook Blok $$ en § $$.

      Noot 1 [16]Zie ook het artikel "Double negation in Spocanian" (1977) van Jessica Bühler.

      Noot 1 [17]Vergelijk:

Eup nert tiffe, kirro lelperrelira flame eft kôbo-smyl.
'Ze weet niet dat we ergens een zomerhuisje hebben.'

      Noot 1 [18]In het Nederlands kan niet meer in zijn geheel gepromoveerd worden: Ik denk niet meer dat hij komt. In het Spokaanse equivalent Gress miype éfti do arfinelira ontkent éfti echter altijd de hoofdzin, en kan nooit als gepromoveerd element dat de bijzin ontkent begrepen worden.

      Noot 1 [19]Er zijn meer voegw.n die zo frequent samengaan met een naar links verschoven additief, dat zij één geheel vormen. Soms worden zulke combinaties ook als één woord geschreven; zij vormen dus een nieuw voegw. Zoals: fit dus > fitus 'dan [dat]' en dâs noi > dâsnû 'dan niet'. In beide gevallen is het add. gereduceerd (dus > -us en noi > -). Bij tur iftam heeft zo'n versmelting (nog) niet plaatsgevonden, hoewel men soms wel de vorm turiftam tegenkomt. De romanschrijver Merlen Jeers gebruikt deze aaneengeschreven vorm consequent, en soms gebruikt hij zelfs de spreektaalvorm triftam.


<< Inhoudsopgave | Registers >>
<< Hoofdstuk 150 | Hoofdstuk 152 >>