Grammatica van het Spokaans
| © Rolandt Tweehuysen | Postbus 3774 | 1001 AN Amsterdam |
|
<< Inhoudsopgave |
Registers >>
<< Hoofdstuk 141 | Hoofdstuk 143 >> 14. Voorzetsels en vergelijkingen142. Voorzetsel-uitdrukkingen
Een VOORZETSEL-UITDRUKKING (voorz.uitdr.) bestaat uit een vaste (geïdiomatiseerde) combinatie van enkele woorden, die samen als voorz. fungeren. Een voorz.uitdr. kan beschouwd worden als een soort "perifrastisch voorz.". Vergelijk de echte voorz.s in a. met de voorz.uitdr.n in b.:
a. Ef kleter reglos jufte hurtos 1 arfinn januy.
a. Tu ÿrasecû ef nacry na dena hajimo.
a. Do wencate ef sért gâšâ ef chentamiy wâst.
a. frópjÿ ef rÿlempor ðôpecc 'wegens de toegenomen kosten' Merk op dat voorz.uitdr.n zelf óók een voorz.bepaling kunnen bevatten, die bestaat uit een voorz. (vet) en een fundament (onderstreept), zoals luft ÿrliriys rifo en fes loin helkara. We kunnen dit als volgt grafisch weergeven:
fes loin helkara ef rÿlempor ðôpecc
voorz.+fundament +-+ +--+ ¦ ¦ ¦ ¦
voorz.bep.+voorz. +------+ +-----+ ¦ ¦
voorz.uitdr.+fundament +--------------+ +----------------+
voorz.bep. +---------------------------------+
142.3 Twee verschillende woordreeksen kunnen een identieke structuur hebben, terwijl slechts één ervan daadwerkelijk een voorz.uitdr. is. Vergelijk de volgende voorbeelden: in a. staat een voorz.uitdr., maar de vetgedrukte reeks in b. is géén voorz.uitdr.:
(1) a. Do melde glado lef ef pamel. 'Hij is blij met het cadeautje.'
(2) a. fes loin helkara ef rÿlempor ðôpecc 142.4 Dat in (1) glado lef een voorz.uitdr. is, en ÿrg lef niet, blijkt uit het feit dat (3a) grammaticaal is, en (3b) niet:
(3) a. Do inue glado lef ef pamel helkara sener sientur. Dat (2a) een voorz.uitdr. is, en (2b) niet, blijkt uit het feit dat fes loin helkara een vaste, abstracte, frase is, terwijl de meer concrete frase fes ef loin helkara op allerlei manieren gewijzigd kan worden, zoals:
fes dena loin helkara ef môjôl 'in deze richting van de molen' Alle woordreeksen die eruit zien als een voorz.uitdr., maar dat niet zijn, zullen we PSEUDOREEKSEN noemen. In de loop van dit Hoofdstuk zullen we zien hoe voorz.uitdr.n van pseudoreeksen zijn te onderscheiden. 142.5 De syntactische equivalentie van voorz.s en voorz.uitdr.n betekent onder meer dat een herhaling van een voorz.uitdr. voorkómen kan worden door gebruik te maken van het spoor (dode voorz.) âs. Vergelijk:
(1) a. Luft ef benc stus fesuberecû smurf wÿrtâlacc eft pâs, tûre âs eft De uitdrukking fes šovos rifo in (1b) wordt zo sterk als een semantische eenheid begrepen, dat âs zonder problemen aan de gehele uitdrukking kan refereren. Het ligt niet voor de hand om te denken dat âs alleen fes of alleen rifo vervangt. 142.6 Vergelijk ook:
(2) a. Jân inue lef ef pamel helkara sener sientur ur Tek giffare lo
De uitdrukking glado lef wordt als voorz.uitdr. opgevat (§ 142.28) en kan in zijn geheel door âs vervangen worden: het ligt niet voor de hand om te denken dat âs alleen lef vervangt: ook Tek is dus blij met haar cadeautje. 142.7 Als rifo 'van' deel uitmaakt van een voorz.uitdr., kan dit voorz. niet vervangen worden door een gen.constructie. Als rifo binnen een pseudoreeks zelfstandig optreedt om een bezitsrelatie uit te drukken, kan het wel door een genitief vervangen worden. Ook dit is een geschikte test om een voorz.uitdr. van een pseudoreeks te onderscheiden. Vergelijk a. waarvan de genitief-variant ongrammaticaal is, met b. waarin beide varianten even acceptabel zijn:
(1) a. tsazi blaffos rifo ef generalo ??/ * tsazi ef generaloer blaffos
(2) a. Ef pâre-fes-chafost melde âfry ef chatiyn rifo "Ploteppa Roša1". ??/ 142.8 Voorz.uitdr.n kunnen in 5 groepen worden onderverdeeld, al naar gelang de reeks van elementen die ze bevatten:
I op basis van een infinitief In de volgende paragrafen zullen de verschillende soorten voorz.uitdr.n nader bekeken worden. 142.9 ad § 142.8 a. Voorz.uitdr.n van het type VZ - INFI - VZ Er is slechts één voorz.uitdr. die een infinitief zonder lidw. bevat: K: blaffe 'eisen' > âfry blaffe tukst 'naar gelang van' 142.10 ad § 142.8 b. Voorz.uitdr.n van het type VZ - ef - INFI - VZ Het Spokaans kent enkele voorz.uitdr.n op basis van een infinitief, voorafgegaan door een lidw. Deze voorz.uitdr.n behoren alle tot de categorie BETREKKING. De meest algemene zijn:
K: baniyle 'bang zijn voor' > luft ef baniyle kura 'uit angst/vrees voor' 142.11 De toevoeging van het lidw. ef is weliswaar conform de regel die stelt dat nominaal gebruikte infinitieven van een lidw. moeten worden voorafgegaan (§ 50.35), maar desondanks hebben deze voorz.uitdr.n een sterk idiomatisch karakter vanwege het feit dat deze infinitieven achter een voorz. volgen. Normaliter staat het Spokaans dat niet toe, en moet er een genominaliseerde constructie gebruikt worden, zoals in:
(1) Óps melde ûqu ef ÿterftos enn ef liftkar taris. Een vorm als * ûqu ef terfte is ongrammaticaal (zie § $$). De combinatie van voorz. + infinitief in de vormen van § 142.9-10 is dus een indicatie dat we hier met voorz.uitdr.n te maken hebben, en niet met pseudoreeksen, want in het laatste geval mogen we een nominalisatie als in (1) verwachten. 142.12 ad § 142.8 c. Voorz.uitdr.n van het type VZ - SUBST - VZ Er zijn ruim 20 voorz.uitdr.n op basis van een subst. zonder lidw. De afwezigheid van dit lidw. is een indicatie dat we met een geïdiomatiseerde constructie te maken hebben. Zij behoren alle tot de categorie BETREKKING, behalve de 4 uitdrukkingen van windrichting (_); deze worden gerekend tot PLAATS EN BEWEGING:
A: blaffos 'eis' > tsazi blaffos rifo 'op bevel van' 142.13 De afwezigheid van een lidw. gaat dikwijls een concrete interpretatie van deze uitdrukkingen tegen. Vergelijk de interpretatie als we een lidw. toevoegen:
a. abstract (voorz.uitdr.): fes loin helkara 'met het oog op'
a. abstract (voorz.uitdr.): lóf ÿrfla'os rifo 'onder begeleiding van'
a. abstract (voorz.uitdr.): luft ÿrliriys rifo 'aan de hand van' 142.14 In de meeste gevallen levert een concrete interpretatie na toevoeging van het lidw. semantische onzin op, vanwege de keuze van de voorz.s, zoals:
a. abstract (voorz.uitdr.): lef lôf na 'onder het genot van'
a. abstract (voorz.uitdr.): armt opper fes 'in het oosten van' 142.15 ad § 142.8 d. Voorz.uitdr.n van het type VZ - ef - SUBST - VZ Er zijn eveneens ruim 20 voorz.uitdr.n op basis van een subst. met een lidw. Verscheidene van deze uitdrukkingen kunnen ook in concrete zin opgevat worden, en dan gedragen zij zich als gewone, productief geconstrueerde, pseudoreeksen. De meeste voorz.uitdr.n vallen onder de categorie BETREKKING, maar de met _ gemerkte vormen zijn van de categorie TIJD, en de met __ gemerkte vormen zijn van de categorie PLAATS:
Aef: achômm 'eigendunk' > ort ef achômm rifo 'in het voordeel van' 142.16 De aanwezigheid van het lidw. maakt soms ook een concrete interpretatie mogelijk. Vergelijk de abstracte betekenis van de voorz.uitdr.n in a. met de concrete pseudoreeks (in de functie van voorz.bep.) in b.:
a. Do melde fes ef lurgiy rifo eft sértaros.
a. Eup zâre fes ef omber rifo ef hupster fabrosÿr. 142.17 De voorz.uitdr.n in de a-zinnen (§ 142.16) kunnen door âs vervangen worden, maar de concrete pseudoreeksen in de b-varianten kunnen dat niet. Vergelijk:
a. Lerdu melde fes ef lurgiy rifo eft sértaros, ur Elsa melde âs eft luft= In b. drukt fes ef lurgiy een concreet punt "midden in de kamer" uit. Hier hebben we te maken met een gewone voorz.bep. zodat âs geacht wordt te refereren aan het voorz. fes. 142.18 Als een voorz.uitdr. niet meer als zodanig "gevoeld" wordt (en dus een pseudoreeks is), kan rifo door een genitief vervangen worden:
a. Lerdu melde fes ef lurgiy rifo eft sértaros. ??/ 142.19 Het verschil tussen § 142.17-18 a. en b. blijkt uit de onderliggende structuren:
a. [fes ef lurgiy rifo] ef sértaros In a. vormt sértaros het fundament bij fes ef lurgiy rifo. In b. vormt lurgiy samen met sértmit het fundament bij fes. 142.20 Nog een voorbeeld van een voorz.uitdr. die in een meer concrete context niet meer als zodanig gevoeld wordt:
a. Droja Liocc poiro fes ef fort rifo ef Hupster Famiyn. Het voorz.-karakter van fes ef fort rifo in a. blijkt uit het feit dat we deze bepaling kunnen vervangen door het voorz. lóf 'gedurende'. Het concrete karakter van fes ef fort in b. blijkt uit de mogelijkheid om rifo door een gen.-constructie te vervangen: fes ef fort rifo sener was = fes sener waser fort. 142.21 Het verschil tussen a. en b. in de vorige paragraaf blijkt verder in het gebruik van het dode voorz. âs; dit dode voorz. kan de voorz.uitdr. in a. vervangen, maar in b. kan âs alleen maar zo geïnterpreteerd worden dat het corefereert met het eerder genoemde voorz. fes:
a. Do poiro fes ef fort rifo ef Hupster Famiyn, ur eup âs ef Kelte- 142.22 Sommige voorz.uitdr.n kunnen ook concreet geïnterpreteerd worden, en dan kan er ambiguïteit ontstaan. Vergelijk:
Wetja zâlbinase ef letra helkara ef aderessôs rifo merater Plercô.
Bij betekenis a. is sprake van een brief die naar een bepaald bedrijf wordt gestuurd, en waarbij aan het adres is toegevoegd: hear mrt Plercô 't.a.v. de heer Plercô'; betekenis b. geldt als Wetja de brief naar het huisadres van de heer Plercô stuurt.
Wetja zâlbinase ef letra helkara merater Plercôex ef aderessôs. 142.23 ad § 142.8 e. Voorz.uitdr.n van het type VZ - ef - SUBST Hiervan zijn twee voorbeelden:
C: datumas 'datum' > kaf ef datumas A 'de dato A' Het gebruik van deze twee voorz.uitdr.n is beperkt: op de plaats van A staat altijd een datum, en op de plaats van B een adres, of in ieder geval een straatnaam. Dat deze twee uitdrukkingen als voorz.uitdr. beschouwd worden, komt doordat zij een echt voorz. vervangen: kaf A 'op A' en fes B 'in B'. Anderzijds wordt een constructie als fes ef sÿrt C 'in de stad C' (C = stedenaam) niet als voorz.uitdr. beschouwd, maar als een kwalificerende bepaling bij de stedenaam:
Do zâre fes ef sÿrt Amahagge. = Do zâre ber Amahagge. De sequentie fes ef sÿrt is een pseudoreeks in de vorm van een voorz.bep.; de sequentie kaf ef aderessôs is een voorz.uitdr., optredend als een voorz. 142.24 ad § 142.8 f. Voorz.uitdr.n van het type VZ - SUBST - TDW Van dit type zijn drie voorbeelden:
C: lenta 'term' > lef lentas, reppelira 'in termen van' 142.25 Merk op dat het teg.dw. voorafgegaan wordt door een komma; dit duidt erop dat het fundament van de voorz.bepaling die met deze voorz.uitdr. wordt gevormd, feitelijk een relatieve bijzin is. Vergelijk:
Aftel tu lénecû mittof lef lentas, reppelira quamps oft perdosz?
Ef pâre-fes-chafost melde fes nÿrs, sompelira "Ploteppa Roša".1 In het hedendaags Spokaans worden de vetgedrukte delen echter als eenheden beschouwd, syntactisch analoog aan een voorz. 142.26 ad § 142.8 g. Voorz.uitdr.n van het type SUBST - TDW Van dit type zijn er twee voorbeelden:
A: tâgos 'herinnering' > tâgos cÿrtirelira 'ter herinnering aan' 142.27 Oorspronkelijk gaat het bij deze constructies om een voegwoordelijke bijzin, waarbij in het Nederlands het voegw. terwijl gebruikt moet worden. Vergelijk:
Do plâge dena nûgtor roza tâgos cÿrtirelira sener poirdÿf liftientur.
Do wencate ef sért lef cradef rajas lo ilba ânkest lelperrelira ef Deze twee constructies zijn dermate gelexicaliseerd dat (i) een voorz. na het teg.dw. kan ontbreken, en (ii) het object dat bij dit teg.dw. hoort, ervóór kan staan. Voor een nadere analyse van zulke constructies wordt verwezen naar Frischert (1959). 142.28 ad § 142.8 h. Voorz.uitdr.n van het type ADD - VZ Het Spokaans kent ruim 25 combinaties van add.n met een voorz. die als voorz.uitdr. kunnen fungeren. Enkele ervan zijn gemarkeerd met ? omdat zijn niet door iedereen als voorz.uitdr. worden geaccepteerd:
142.29 Het karakter van voorz.uitdr. komt duidelijk naar voren in de a-zinnen die geheel analoog aan de b-zinnen zijn geconstrueerd:
a. Ef pât leltiy pai cÿralo melde terat hârg ki.
a. Kirro feldre fes ef mittus peran pai exotise ardekirs.
a. Ef merater rikbi armt ef monercô melde kost follus. 142.30 De leden van de groep in § 142.28 zijn moeilijk te determineren, omdat veel additieven gecombineerd worden met een bepaald voorz., zonder dat er sprake is van een voorz.uitdr., ofwel, zonder dat de combinatie add. + voorz. in zijn geheel het karakter van voorz. heeft. Vergelijk:
a. Do melde bârÿr furt ef korsta. 'Hij is paars van woede.' In a. is sprake van een combinatie van het add. bârÿr 'paars', gevolgd door het voorz. furt 'van' (samen een pseudoreeks); maar in b. wordt de combinatie glado lef 'blij met' als één frase gevoeld. 142.31 Dat glado lef als één frase, dus als een voorz.uitdr., gevoeld wordt, blijkt uit het feit dat het geheel door âs vervangen kan worden. Vergelijk:
a. Do melde iftam glado lef ef mimpit, tûre âs ef CD. In b. kan âs alleen corefereren met furt, maar niet met aingry furt. Daarom betekent deze zin: "hij is wel kwaad op Hânes, maar hij is niet op Mârje", wat semantische onzin is.1 142.32 Het twijfelachtige karakter van bijvoorbeeld populerr furt blijkt uit een zin als:
a. Ef pôp-artiys melde messe populerr furt ef jo ber Amahagge, tûre âs In a. refereert het dode voorz. âs aan de gehele constructie populerr furt. Voor velen is dit niet acceptabel, omdat deze constructie niet als voorz.uitdr. beschouwd wordt.1 Het goede alternatief staat in b.: hier wordt furt door âs vervangen, terwijl het spoor idem het add. populerr vervangt. 142.33 Een voorz.uitdr. als glado lef 'blij met' kan met vele werkwoorden gecombineerd worden, een pseudoreeks als ÿrg lef 'vol met' niet:
(1) a. Do inue glado lef ef pamel helkara sener sientur.
(2) a. ?* Ef liskos tasse ÿrg lef helt rifonn ef kelbra. In (1a) wordt glado lef het liefst zo behandeld als het voorz. ðÿm in:
Do inue ðÿm ef pamel helkara sener sientur. Een ondergeschikte bijzin als in (1b) (onderstreept), lijkt hier minder op zijn plaats. Daarentegen verdient zo'n bijzin bij de pseudoreeks ÿrg lef 'vol met' juist de voorkeur, waarbij (2a), analoog aan (1a), zo goed als ongrammaticaal is. Merk op dat het koppelwerkw. meldelira in (2b) weg mag blijven, maar dat er dan nog steeds sprake is van een bijzin, zij het een elliptische. 142.34 In § 150.$$ wordt het gebruik van het vrag.vnw. ÿriy? uitgelegd. Dit vrag.vnw. bevraagt een voorz., en is onvertaalbaar in het Nederlands. Bijvoorbeeld:
Ef mimpit melde ÿriy ef kelbra? Het antwoord kan zijn: "erop", "eronder", "ernaast", enz. 142.35 Ook voorz.uitdr.n kunnen met ÿriy? bevraagd worden; in a. geldt glado lef 'blij met' als voorz.uitdr. (§ 142.28; zie ook § 142.33), maar ÿrg lef 'vol met' in b. geldt niet als voorz.uitdr. In (1) staan normale bevestigende zinnen; in (2) staan de vragende varianten waarin de elementen glado lef en ÿrg lef door het vrag.vnw. ÿriy zijn vervangen:
(1) a. Do inuo glado lef ef pamel helkara sener sientur.
(2) a. Do inuo ÿriy ef pamel helkara sener sientur? - Glado lef ef. Een correct antwoord bij (2b) zou zijn: lef ef 'met' of ðÿm ef 'zonder'. De vraag kan dan vertaald worden als 'Viel de fles met of zonder de melk van tafel?' (ofwel: 'Zat er wel of geen melk in de fles toen deze van tafel viel?') 142.36 Add.n op -iy krijgen het meerv.suffix -m indien zij een bepaling vormen bij een meervoudig predikaat. Dit is uitgelegd in § 42.4, bijvoorbeeld:
(1) Óps sena ocÿrme choffiym. 'Ze gedragen zich rumoerig.' Echter, als dergelijke add.n deel uitmaken van een voorz.uitdr. blijven zij onverbogen, want zij worden niet meer als "echte" add.n beschouwd; vergelijk (2) met:
(3) Ef tupplipers mešane ÿrlikzerfesiy lóf ef lorerdaters. 142.37 De vormen die in § 142.28 met een "?" zijn gemarkeerd, worden niet door iedereen als voorz.uitdr. geaccepteerd. Zij die zulke vormen als voorz.uitdr. gebruiken, zullen het add. onverbogen laten, maar zij die de voorkeur aan een pseudoreeks geven, zullen het add. (indien op -iy) een meerv.suffix geven. Vergelijk (1) uit de vorige paragraaf met:
(4) Óps sena ocÿrme érpainiy[m] ón ef mašeccs.
Kiezen we voor érpainiym, dan wordt (4) behandeld als een variant van Óps sena ocÿrme érpainiym. 'Ze gedragen zich solidair.', waaraan ón ef mašeccs als extra bepaling is toegevoegd. 142.38 ad § 142.8 i. Voorz.uitdr.n van het type ADD - TDW Dit type wordt vertegenwoordigd door slechts één voorbeeld: I: âšÿr 'oprecht' > âšÿr meldelira 'ten gunste van' Bijvoorbeeld:
Do mipxolija âšÿr meldelira sener waler. Deze voorz.uitdr. is in alle opzichten een idiomatisch geval: de oorspronkelijke betekenis van âšÿr ('oprecht') is niet meer terug te vinden in de voorz.uitdr., en ook in syntactisch opzicht past de voorz.uitdr. niet in een productieve constructie. 142.39 ad § 142.8 j. Voorz.uitdr.n van het type TDW - VZ Een stuk of 10 voorz.uitdr.n zijn opgebouwd rond een teg.dw. Het gaat hier feitelijk om de morfologie van zulke deelwoorden (eindigend op -lira). In semantisch en syntactisch opzicht zijn zulke -lira-vormen gewone additieven, en zodoende verschillen de volgende constructies niet van de constructies die besproken zijn in § 142.28:
U: azje ón 'de knecht zijn van' > 142.40 Een aantal van deze constructies wordt niet door iedereen als echte voorz.uitdr.n beschouwd. Deze zijn gemarkeerd met ?. Hier geldt dus hetzelfde probleem als besproken in § 142.28. De met ? gemarkeerde constructies zijn alle verwant aan een werkw. dat samengaat met hetzelfde voorz. Daarom worden de -lira-vormen sterk gevoeld als productieve teg.dw.-afleidingen van deze werkwoorden. Bijvoorbeeld:
a. Ef kokmit mizzaðe pai ef zôlers. 'De keuken wemelt van de vliegen.' 142.41 Vergelijk:
c. Tu kaftât ef âbonementa finnelira lef 1 ogust. In b. wordt mizzaðelira pai door velen als een relatieve -lira-constructie opgevat, zodat die door een komma van de hoofdzin gescheiden moet worden: b'. Tu closât ef miflifs rifo ef kokmit, mizzaðelira pai ef zôlers. In c. kan finnelira lef syntactisch gelijkgesteld worden aan een voorz. als hurtos 'vanaf'. Zouden we finnelira lef opvatten als een relatieve teg.dw.-constructie (analoog aan b.) dan zouden we krijgen:
c'. ? Tu kaftât ef âbonementa, finnelira lef 1 ogust. Zin c'. is semantisch vreemd, omdat een abonnement bezwaarlijk "met 1 augustus" kan beginnen. Hier moeten we voor het voorz. hurtos 'vanaf' of kaf 'op' kiezen. 142.42 De teg.dw.constructies in § 142.39 die dermate gelexicaliseerd zijn dat ze zeer sterk als voorz.uitdr.n gevoeld worden, kunnen door âs vervangen worden, zoals in:
(1) Tek melde ortelira fes âtventuriy, tur Ôrs melde âs nocmesz. Vergelijk (1) met (2) waarin ortelira zijn letterlijke betekenis heeft behouden:
(2) Ef uasz ortelira fes ef torozaÿs, ur ef ÿndres idem âs ef ritt. In (2) vervangt âs alleen het voorz. fes, terwijl het predikaat ortelira door het spoor idem is vervangen. 142.43 Teg.dw.n die het karakter van een add. hebben, worden voor het meerv. gemarkeerd met -n of -m (Hoofdstuk 42), zoals:
Ef tubôsz melde ÿtineliran. 'De vrouwen zijn zwanger.' Dergelijke meervoudsmarkeringen blijven achterwege als een teg.dw. deel uitmaakt van een voorz.uitdr., zoals: Óps melde ortelira fes âtventuriy. 'Ze zijn belust op avontuur.' 142.44 Veel voorz.uitdr.n uit § 142.39 kunnen niet gecombineerd worden met het koppelwerkw. melde, omdat zij afgeleid zijn van een werkw. met verwante betekenis, bijvoorbeeld:
a. Ef marâs rifo lelmo rélâft ÿrlikke ón ef tiyn rifo bô sgûla. Omdat ÿrlikke ón 'gelijk zijn aan' betekent, wordt de koppelwerkw.-constructie * ef melde ÿrlikkelira ón verdrongen. Vergelijk dit met de constructie ef melde ortelira fes 'belust zijn op', die niet verdrongen wordt door orte fes, omdat dit 'bijten in' betekent; ortelira is gelexicaliseerd en daarom blijft verdringing achterwege. 142.45 Bij de werkwoorden azje ón 'de knecht zijn van', cijaze ón 'gerelateerd zijn aan' en ÿrlikke ón 'gelijk zijn aan' is ón een determinant (die een echo markeert). In de hoedanigheid van voorz.uitdr. bevatten azjelira ón, cijazelira ón en ÿrlikkelira ón echter géén determinant maar een gewoon voorz. ón. Dit blijkt onder meer uit het feit dat ón nu door het dode voorz. âs vervangen kan worden, bijvoorbeeld:
Ef ten systemms cijazelira ón wâlkân melde efišenta terat dus ef ten Bij de werkwoorden moet ón herhaald worden:
Tem ten systemms cijaze ón wâlkân, tûre ÿrlikke ón/*âs wâlkân. 142.46 ad § 142.8 k. Voorz.uitdr.n van het type VDW - VZ Een stuk of 20 voorz.uitdr.n hebben als basis een volt.dw. Het idiomatische karakter komt hier goed tot uitdrukking omdat het volt.dw. altijd gevormd is met het suffix -or, terwijl er geen sprake is van een attributieve bepaling maar van een bijstelling; zie ook Blok 101.3. In § 101.7-8 zijn de volgende constructies uitgelegd:
(1) a. attributief eft lâverfutor krur 142.47 Vergelijk nu:
(2) a. * eft krur[,] lâverfutor tjâg mindefit kôbos Constructie (2a) is ongrammaticaal, omdat hier een bijgesteld volt.dw. (zonder suffix) vereist is (vgl. (1b)). Zin (2b) is echter correct omdat het onderstreepte deel als voorz.uitdr. beschouwd wordt, en daarom analoog is aan: (3) eft krur lef mindefit verfu [kaf ef] 'een muur met rode verf [erop]' 142.48
Waarom (2a) niet acceptabel is en (2b) wel, is moeilijk te verklaren. Wel is er een tendens merkbaar om steeds meer volt.dw.n op -or samen met een voorz. als voorz.uitdr. analoog aan flyrror tjâg te gebruiken. Wellicht is in de toekomst een constructie als (2a) wel acceptabel geworden. Deze tendens kan verklaard worden door het feit dat volt.dw.n op -or normaliter nooit op een dergelijke positie voor kunnen komen, zodat zulke constructies gemarkeerd zijn, en dan gemakkelijk als idioom opgevat kunnen worden.
eft krur, flyrr tjâg mindefit verfu 'een muur, besmeurd met rode verf' Zulke zinnen zijn analoog aan (1b) en (1c). 142.49 De volgende voorz.uitdr.n met een volt.dw. op -or zijn acceptabel:
K: caribe lef 'bedekken met' > caribor lef 'bedekt met'1 Bij de werkwoorden cijazare ón, cijazéte ón, idezillare en ÿrfótare ón is ón een determinant (die een echo markeert). Bij de overeenkomende voorz.uitdr.n is ón een voorz. Zie ook § 142.45. 142.50 Als een volt.dw. op -or deel uitmaakt van een voorz.uitdr., kan dit volt.dw. voorafgegaan worden door het werkw. melde:
(1) Melkari kirro melde myzâlaror mip dena iftšormt hânc. Hier is melde een zelfst. werkw., analoog aan:
Melkari kirro melde ðônosef sener frints. 142.51 Vergelijk (1) hierboven met een ongrammaticale constructie als:
(2) * Melkari kirro melde zrâg1/zramor/zramâx mip ef kenk uchafmrâ. Als met (2) een passief in de volt.tijd bedoeld wordt, dan is de enige juiste oplossing het gebruik van het suffix -a, gevolgd door -lije:
(2') Melkari blul zramalije kiyrôe mip ef kenk uchafmrâ. 142.52 Overige voorz.-vervangende uitdrukkingen Een aantal constructies die in het Nederlands als voorz.uitdr.n zouden kunnen gelden, worden in het Spokaans vertaald met een voorz.bep. achter het variabele deel. Soms is het variabele deel zelf ook een voorz.bep. Enkele voorbeelden: I. Twee voorz.bepalingen
lef ... fes ef pallezerfi 'vergeleken bij ...' 142.53 Daar rifo deel uitmaakt van een geïdiomatiseerde constructie, kan het niet door een gen.-bepaling vervangen worden. Vergelijk enerzijds a. met de correcte variant b., en anderzijds c. met de ongrammaticale variant d.:
a. Ef pétempos rifo ef arâbe-ferdu fes ef kul melde luktiy. = 142.54 II. Subst. + voorz.bepaling
... âst ef urâðos 'in weerwil van ...; niettegenstaande ...' III. Bijzonder geval ... ÿréstelira 'uit medelijden met ...' Hierbij wordt het variabele deel gevolgd door een teg.dw. 142.55 Als het Spokaans ook achterzetsels (postposities) zou kennen, zouden de vormen in § 142.52 alle gerekend kunnen worden tot de groep van "achterzetsel-uitdrukkingen". Er is dan een analogie in de trant van:
âfry ef kelde-vro'egios 'volgens de gebruiksaanwijzing' Omdat achterzetsels niet bestaan, worden achterzetsel-uitdr.n evenmin als zodanig erkend. De vormen in § 142.52 worden daarom beschouwd als idiomatische uitdrukkingen. 142.56 Uitbreking Uitbreking, zoals besproken in § 141.145-148, is ook mogelijk bij voorz.uitdr.n. Vergelijk:
(1) a. Dena zeces, gress nert zâravy fes ef. 142.57 De grammaticaliteit van (1b) uit de vorige paragraaf is echter geen bewijs dat het vetgedrukte deel daadwerkelijk een voorz.uitdr. is. Vergelijk (1b) met:
(1) c. Dena zeces, gress nert zâravy fes ef clobjiyt rifo ef. In (1c) is het vetgedrukte deel geen voorz.uitdr. We hebben hier dan ook niet te maken met een uitbreking van het fundament dena zeces uit de voorz.bep. fes ef clobjiyt rifo dena zeces, maar van een uitbreking uit de voorz.bep. rifo dena zeces. 142.58 In § 141.149 is besproken hoe in meer formele schrijftaal een gehele voorz.bep. vooraan de zin geplaatst kan worden, waarbij deze in gepronominaliseerde vorm verderop in de zin herhaald wordt. Dergelijke constructies zijn echter nauwelijks mogelijk bij voorz.uitdr.n., en al helemaal niet als het herhaalde gedeelte geen voorz.uitdr. is. Vergelijk (1) in de vorige paragrafen met:
(2) a. Fes dena zeces, gress nert zâravy fes ef. De complexiteit van de vette zinsdelen in (2b) en (2c) verhindert de herhaling ervan, omdat de gehele zin er traag en onnatuurlijk door wordt. Daarentegen leent een kort woordje als fes in (2a) zich wel goed voor een herhaling. NOTEN NOTEN NOTEN
<< Inhoudsopgave | Registers >> << Hoofdstuk 141 | Hoofdstuk 143 >> | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||