Grammatica van het Spokaans © Rolandt Tweehuysen | Postbus 3774 | 1001 AN Amsterdam

<< Inhoudsopgave | Registers >>
<< Hoofdstuk 140 | Hoofdstuk 142 >>

14. Voorzetsels en vergelijkingen

141. Voorzetsels: syntaxis


Opbouw van dit hoofdstuk:
  1. Statisch vs. dynamisch
  2. Locationeel vs. Translocationeel
  3. Neutralisatie
  4. Tijdsbepalingen
  5. Voorzetsels in adressen
  6. Uitdrukkingen voor maten en gewichten
  7. Kwantificatie en kwalificatie
  8. Deel van grotere verzameling
  9. Bezitsrelaties
  10. Voorzetselbepaling met additivisch karakter
  11. Voorzetsels vs. andere woordsoorten
  12. Pai, ón en enn als voorzetsel of als determinant
  13. Ÿr in plaats van (trans)locationeel voorz. + betr.vnw.
  14. Pers.vnw.n 1e en 2e niveau
  15. Resultatief in voorzetselbepalingen
  16. Combinatie van twee voorzetsels
  17. Trappen van vergelijking
  18. Prepositionele werkwoorden
  19. Plaats van voorzetselbepalingen in de zin
  20. Onderlinge ordening van voorzetselbepalingen
  21. Uitbreking
Blokken:

141.1

In dit Hoofdstuk komen de volgende zaken aan bod:

  1. Statisch vs. dynamisch (§ 141.2-5)
  2. Locationeel vs. Translocationeel (§ 141.6-21)
  3. Neutralisatie (§ 141.22-27)
  4. Tijdsbepalingen (§ 141.28-33)
  5. Voorzetsels in adressen (§ 141.34-38)
  6. Uitdrukkingen voor maten en gewichten (§ 141.39-46)
  7. Kwantificatie en kwalificatie (§ 141.47-54)
  8. Deel van grotere verzameling (§ 141.55-60)
  9. Bezitsrelaties (§ 141.61-65)
  10. Voorzetselbepaling met additivisch karakter (§ 141.66-71)
  11. Voorzetsels vs. andere woordsoorten (§ 141.72-78)
  12. pai, ón en enn als voorzetsel of als determinant (§ 141.79-88)
  13. ÿr in plaats van (trans)locationeel voorz. + betr.vnw. (§ 141.89-94)
  14. Pers.vnw.n 1e en 2e niveau (§ 141.95-101)
  15. Resultatief in voorzetselbepalingen (§ 141.102-105)
  16. Combinatie van twee voorzetsels (§ 141.106-111)
  17. Trappen van vergelijking (§ 141.112-114)
  18. Prepositionele werkwoorden (§ 141.115-121)
  19. Plaats van voorzetselbepalingen in de zin (§ 141.122-130)
  20. Onderlinge ordening van voorzetselbepalingen (§ 141.131-144)
  21. Uitbreking (§ 141.145-150)
141.2   ad § 141.1   A. Statisch vs. dynamisch

In Blok 140.6 zijn een aantal voorz.s opgenomen die alleen gebruikt kunnen worden als er sprake is van een beweging binnen de door de voorz.bep. vastgestelde grenzen. Zulke voorz.s kennen een tegenhanger, die bij plaatsaanduidingen gebruikt wordt. Deze tweedeling wordt ook wel gedefinieerd in termen van dynamisch vs. statisch. Deze oppositie is te vinden bij de volgende voorz.s:

statisch ~ dynamisch
fes ~ ânt 'in; binnen'
lurgfes ~ lurgânt 'midden in'
mip ~ dalotoje 'uit; buiten'
kusamat ~ lango 'naast; langs; terzijde van'
zjoba ~ rys 'beneden; onder'
kelârfes ~ rysfes1 'beneden in; onder in'

141.3

De volgende prototypische voorbeelden verduidelijken het gebruik van deze voorz.s:

Lerdu feldre fes ef mittus ur Elsa farte ânt ef mittus.
'Lerdu zit in de kamer en Elsa loopt in de kamer [rond].'
Lerdu giffe lurgfes ef tanko ur Elsa svime lurgânt ef ses.
'Lerdu staat middenin de vijver en Elsa zwemt middenin het meer [rond].'
Mip ef zeces eft hupster kâmpaliy melde.
'Buiten het dorp is een grote camping.'
Ef hurts frajjaare dalotoje ef sért.
'De honden rennen buiten het huis.'
Kusamat ef krur torozaÿs clajote.
'Naast/langs de muur bloeien [er] rozestruiken.'
Lango ef krur ten lammefiyn stréms cÿresse.
'Langs de muur sluipen twee louche kerels.'
Ef hurt zirde zjoba ef kelbra ur ef chat farte rys ef tiyn.
'De hond ligt onder de tafel en de kat loopt eronder.'
Ef atyjes melde kelârfes ef feldariy.
'De dekens liggen onderin de kast.'
Óps danšelira rysfes ef kelâr.
'Ze zijn beneden in de kelder aan het dansen.'

141.4

Aan de dynamische kant bestaan nog enkele samenstellingen, gebaseerd op de voorz.s lango en rys. Hierbij ontbreken de statische tegenhangers:

statisch  ~ dynamisch 
Ø~ langofesbinnen langs
Ø~ langomip/miplango   buiten langs
Ø ~ ryskafbeneden op; onder op

Deze 4 samengestelde voorz.s hebben een dynamische interpretatie omdat de elementen lango en rys alleen dynamisch kunnen zijn. De elementen fes, mip en kaf hebben weliswaar een statische interpretatie als zij gebruikt worden als losstaande voorz.s in een concrete situatie, maar deze statische interpretatie blijft achterwege zodra deze voorz.s in een idiomatische of abstracte context optreden, wat in deze 4 samengestelde voorz.s het geval is. De zogenoemde neutralisatie van de oppositie statisch~dynamisch wordt verder besproken in § 141.22-27.

141.5

Statische tegenhangers van de 4 voorz.s uit de vorige paragraaf kunnen uitgedrukt worden door een combinatie van twee voorz.s, vergelijk:

a. Ef bidale-knurfel vende ryses langofes ef hónto-krur.1
'Het regenwater stroomt binnenlangs de spouwmuur naar beneden.'
b. Grelfel én somôn slôf-qundrés menkerate fes kusamat ef hónto-krur.1
'Er hangen dikke, kleverige spinnewebben binnen langs de spouwmuur.'

Zie ook § 141.106-111 voor de bespreking van gecombineerde voorz.s.

141.6   ad § 141.1   B. Locationeel vs. Translocationeel

Alle voorz.s uit Blok 140.6, zowel de statische als de dynamische, zijn "locationeel", want zij drukken een relatie binnen een bepaalde locatie uit. Dit in tegenstelling tot de voorz.s uit Blok 140.7, die een beweging van de ene locatie naar de andere uitdrukken; zij worden daarom "translocationeel" genoemd. Veel locationele voorz.s hebben een translocationele tegenhanger, waarbij de laatste vaak met het suffix -onn is afgeleid van de locationele variant. In plaats van dit suffix wordt het grensoverschrijdende karakter ook wel uitgedrukt met een resultatiefvorm van het fundament. De oppositie locationeel ~ translocationeel is te vinden bij de volgende voorz.s:1

locationeel~ translocationeel   
fes / ânt ~ fesduin; [naar] binnen
lurgfes / lurgânt ~ °lurgfesmidden in
mip / dalotoje ~ cuppuit; [naar] buiten
furt ~ furtonn / °furtvoor [langs]
blef ~ blefonn / °blefachter [langs]; achterna
kaf ~ kafonn / °kaf[boven] op; over
hogorit ~ °hogoritboven
kura ~ °kuraover [heen]
zjoba / rys ~ lagitofot / °rysbeneden; onder [door]
rempe ~ °rempevanaf (verticaal)
trâk ~ °trâkvanaf; weg van (horizontaal)
rifoliy ~ °rifoliyvanuit
tijâ ~ °tijâbij ... vandaan; uit de buurt van
tukst ~ tukstlef / °tukstnaar ... toe; tot
hiycce ~ °hiyccetot aan
sumâ ~ tygtjategen [aan]
kusamat / lango   ~ °langonaast; langs (eromheen)
minkÿr ~ °minkÿrvoorbij; langs (terzijde)
roffottô ~ °roffottôom [heen]; rondom
mitai ~ °mitaidoor
141.7

De volgende voorbeelden verduidelijken het gebruik van deze voorz.s:

Lerdu farte ânt ef mittus ur Elsa farte fesdu ef mittus.
'Lerdu loopt in de kamer [rond] en Elsa loopt de kamer in/binnen.'
Lerdu giffe lurgfes ef tanko ur Elsa jumpetece lurgfes ef tankoe.
'Lerdu staat middenin de vijver en Elsa springt middenin de vijver.'
Ef kelbrafâsto menkerate rempe ef kelbra hiycce ef floôr.
'Het kleed hangt vanaf de tafel [tot] op de vloer.'
Ef chat jumpetece rempe ef kelbrae kafonn ef floôr.
'De springt van de tafel [af], op de vloer.'
Tukst ef sért ef mirra melde lââsfaltor.
'Tot [aan] het huis is de weg geasfalteerd.'
Kirro ufire tukst ef sérte.
'Wij rijden naar het huis toe/tot aan het huis.'

141.8

Er zijn slechts 4 voorz.s die zowel een plaats als een grensoverschrijdende beweging kunnen uitdrukken, ofwel de oppositie locationeel ~ translocationeel is bij deze voorz.s geneutraliseerd:

  • perdÿrovap
  • rifonn
  • tekaréa
  • vetsotoje
    aan weerszijden van
    van ... vandaan; vanaf; weg van
    aan boord van
    overboord
141.9

Vergelijk het universele gebruik van perdÿrovap met de trits kusamat ~ kusamat/lango ~ lango (+ res.):

statisch:
Óps giffe perdÿrovap ef krur. 'Ze staan aan weerszijden van de muur.'
Óps giffe kusamat ef krur. 'Ze staan naast de muur.'

dynamisch:
Óps farte perdÿrovap ef krur. 'Ze lopen aan weerszijden van de muur.'
Óps farte lango ef krur. 'Ze lopen langs de muur.'
Do farte kusamat sener tubôs. 'Hij loopt naast zijn vrouw.'

translocationeel:
Óps farte perdÿrovap ef krur. 'Ze lopen aan weerszijden de muur voorbij.'
Óps farte lango ef krurre. 'Ze lopen [met een boog] om de muur heen.'

141.10

Een bijzonder geval is het voorz. ja dat bij een locationele lezing 'tussen; te midden van' betekent, en bij een translocationele lezing 'van ... tot ...' betekent. Dit betekenisverschil komt tot uitdrukking in de vorm van het fundament, vergelijk:

Ef agréns feldre/jumpetece ja ef ÿrras.
'De eekhoorns zitten/springen tussen (= te midden van) de takken.'
Ef agréns jumpetece ja ÿrras.1
'De eekhoorns springen van tak tot tak.'

De translocationele lezing wordt uitgelokt door een fundament met een meervoudig subst., waarbij een lidw. (of lidw.vervangende constructie) afwezig is.

141.11

Het onderscheid tussen statisch, dynamisch en translocationeel is meestal al in het predikaat vervat (prototypisch: "zitten" is statisch; "lopen" is dynamisch of translocationeel; "ontsnappen" is alleen translocationeel). De keuze van het juiste voorz. is dan van de betekenis van het predikaat afhankelijk. Bijvoorbeeld:

a. Ef chat feldre mip/*dalotoje/*cupp ef kokmit.
'De kat zit buiten de keuken.'
b. Ef chat farte *mip/dalotoje/cupp ef kokmit.
'De kat loopt buiten de keuken [rond]/de keuken uit.'
c. Ef chat xafte *mip/*dalotoje/cupp ef kokmit.
'De kat ontsnapt uit de keuken.'

141.12

Bij sommige werkw.n verandert de betekenis echter al naar gelang het gekozen voorz. Een duidelijk voorbeeld is het werkw. xnepe dat in zijn algemeenheid 'zich naakt vertonen' betekent, maar veel explicieter wordt dankzij de gekozen voorz.-bep. Vergelijk:

a. Do xnepe fes ef mittus. 'Hij bevindt zich (zit/ligt) naakt in de kamer.'
b. Do xnepe ânt ef mittus. 'Hij loopt naakt door de kamer.'
c. Do xnepe fesdu ef mittus. 'Hij loopt/gaat naakt de kamer binnen.'

In a. is sprake van een statische plaatsaanduiding, in b. van een dynamische plaatsaanduiding, en in c. staat een grensoverschrijdende (translocationele) beweging.

141.13

Als een werkw. expliciet een [grensoverschrijdende] beweging of een stilstand uitdrukt, ligt de keuze van het voorz. meestal vast. Zo is fesdu 'naar binnen' onverenigbaar met de werkw.n giffe 'staan' of zirde 'liggen'. Vergelijk:

a. Yvonn stômple fesdu ef kokmit. 'Yvonn strompelt de keuken in.'
b. * Yvonn giffe/zirde fesdu ef kokmit. * 'Yvonn staat/ligt de keuken in.'

141.14

Bij werkw.n die niet expliciet een beweging of stilstand uitdrukken, ligt de keuze voor een universeel voorz. voor de hand, zoals in:

(1) Ef leldast chafoste fes sener sel lóf ef pijâ tof.
'De gevangene zingt de hele dag in zijn cel.'

Als in (1) voor een beweging binnen bepaalde grenzen wordt gekozen, wordt expliciet uitgedrukt dat het "zingen" bewegende gebeurt:

(2) Ef leldast chafoste ânt sener sel lóf ef pijâ tof.
'De gevangene loopt de hele dag in zijn cel te zingen.'

Het gebruik van ânt is hier gemarkeerd, en daarom is een vertaling met de expliciete beweging "lopen te zingen" gerechtvaardigd. Merk op dat de ongemarkeerde constructie in (1) het niet rechtvaardigt om deze te vertalen met 'De gevangene zit/ligt de hele dag in zijn cel te zingen'.

141.15

De betekenis van een predikaat kan semantisch onverenigbaar zijn met de betekenis van een voorz. In dat geval wordt de keuze tussen beweging en stilstand door een vrijere interpretatie bepaald. Vergelijk:

a. Ef kike-scooter-tojesfsâ furt ef dynes starte roffottô ef kordae.
'De autopedwedstrijd voor de kleuters start rondom de kerk.'
b. Ef kike-scooter-tojesfsâ furt ef dynes starte roffottô ef korda.
'De autopedwedstrijd voor de kleuters start rondom de kerk.'

De eigenlijke handeling die het werkw. starte uitdrukt, is niet van dien aard dat we kunnen zeggen dat deze "rondom een kerk" plaatsvindt. Wat wèl rondom de kerk kan gebeuren is a. de wedstrijd die gestart wordt (de kleuters moeten rondjes om de kerk heen steppen), of b. het verzamelen van de kleuters vlak vóór de start (de kleuters staan met hun steppen rondom de kerk te wachten). In geval a. is er sprake van een beweging en vereist korda de resultatieve vorm. In geval b. is er sprake van stilstand en heeft korda de basisvorm.

141.16

Bij sommige werkw.n is het niet geheel duidelijk of we ze tot de "bewegingswerkw.n" moeten rekenen. Een berucht geval is tasse 'vallen'. Zien we dit als een bewegingswerkw., dan is variant a. correct. Leggen we meer de nadruk op een "gebeurtenis", dan is b. acceptabel:

a. Leon tasse ânt ef kokmit.
("vallen" als dynamische gebeurtenis binnen bepaalde grenzen)
b. Leon tasse fes ef kokmit. ("vallen" als statische gebeurtenis)
'Leon valt in de keuken.'

De meeste Spokaniërs keuren beide varianten goed, maar in a. wordt meer actie uitgedrukt. Los van de keuze tussen a. en b. staat variant c.:

c. Leon tasse fesdu ef kokmit. ("vallen" als grensoverschrijdende beweging)
'Leon valt de keuken binnen.'

Hier wordt uitgedrukt dat Leon eerst niet in de keuken was, en na de valpartij wel: hij kan bijvoorbeeld door het raam of het dak naar binnen vallen.

141.17

Evenals tasse, komen ook bij een werkw. als clûmle 'rondhangen' twee lezingen, een statische en een dynamische, in aanmerking. Vergelijk:

a. Ef šâmÿrômers clûmle fes ef póntel.
'De werklozen hangen in het café rond.'
b. Ef jo clûmle ânt ef flerrt. 'De jongeren hangen in de disco rond.'

Als we ervan uitgaan dat het verblijf in een café met weinig "beweging" gepaard gaat, zal a. fes de voorkeur hebben. Als we ervan uitgaan dat er in een disco gedanst (althans "bewogen") wordt, zal b. ânt de voorkeur hebben.

141.18

Bekijk nu het volgende voorbeeld:

Ef platiranu tasse fes ef kokmit rempe ef krurre.
'Het schilderij valt in de keuken van de muur.'

De combinatie rempe + resultatief drukt een grensoverschrijdende beweging uit (het schilderij hing aan de muur, en door de actie van het vallen is de "muurgrens" overschreden en hangt het schilderij niet meer aan de muur). De relatie tussen de actie van het "vallen" en de locatie van de "muur" is hier zo sterk dat de aanduiding "in de keuken" hier secundair is. Daarom wordt hier voor het neutrale voorz. fes gekozen, en niet voor het meer gemarkeerde ânt. Een ander argument om dit neutrale voorz. te kiezen is het volgende: fes ef kokmit vormt een bepaling bij "de muur": het gaat om de muur in de keuken, waarvan het schilderij valt, en niet om de keuken waarin een beweging van "vallen" plaatsvindt. De plaats van een voorz.bep. in de zin, en de relatie tot andere constituenten wordt nader bekeken in § 141.122-130.

141.19

Ook het werkw. prate 'vertrekken' kan gecombineerd worden met hetzij een dynamisch, hetzij een translocationeel voorz., al naar gelang de opvatting van de taalgebruiker. Echter, de combinatie 'vertrekken naar X' wordt altijd als een translocationele gebeurtenis gezien, en uitgedrukt met prate helkara X.1 Maar vergelijk nu:

a. Elsa prate cupp Bôrâex ef port.
'Elsa vertrekt [van]uit de haven van Bôrâ.'
b. Elsa prate mip Bôrâex ef port. '(idem)'
c. Elsa prate dalotoje Bôrâex ef port.
'Elsa vertrekt van buiten de haven van Bôrâ.'

Variant a. is het minst gemarkeerd. Hier wordt "vertrekken" opgevat als een grensoverschrijdende gebeurtenis, zoals dat ook al gebeurt bij de vaste combinatie prate helkara X 'vertrekken naar X'. Variant b. is iets meer gemarkeerd: het voorz. mip is alleen gerechtvaardigd als we "vertrekken" opvatten als een abstracte gebeurtenis waarbij niet direct aan een grensoverschrijding wordt gedacht. Dan kan mip als neutraal, universeel, voorz. worden opgevat (let op: een statische lezing van mip, zoals het geval is in § 141.11 zin a., is hier niet aan de orde). Variant c. is eventueel acceptabel als we "vertrekken" opvatten als een beweging die plaats vindt binnen de locatie die uitgedrukt wordt door "buiten de haven van Bôrâ". Ofwel: Elsa is aan boord gegaan van een schip dat reeds buiten de haven van Bôrâ op de rede lag, en vanuit deze plek vertrekt ze. Elsa is dus niet in deze haven geweest.

141.20

Als een dynamisch werkw.n nevengeschikt wordt met een statisch werkw., of een locationeel werkw. wordt nevengeschikt met een translocationeel werkw., is het niet altijd duidelijk welk voorz. er gekozen moet worden. Vergelijk:

Eup svimeLOC én plônseTLOC ântLOC/fesduTLOC ef picaiy knurfel.
'Ze zwemt en duikt in het ijskoude water.'

Het werkw. svime is een beweging binnen bepaalde grenzen en zal ânt eisen. Maar plônse is grensoverschrijdend en zal fesdu eisen. De relatie van de gecombineerde bezigheid van "zwemmen + duiken" tot "het ijskoude water" moet daarom wat minder letterlijk opgevat worden zodat het grensoverschrijdende karakter van "duiken" ondergeschikt wordt aan het bewegingsaspect van de gehele nevenschikking "zwemmen + duiken". Het voorz. ânt verdient dan de voorkeur.1

141.21

Evenzo:

(1) Do pitte dalotoje ef sÿrt. 'Hij fietst buiten de stad.'
(2) Do pitte én ollae kaf ef mirraukérs mip ef sÿrt.
'Hij fietst en geniet op de landweggetjes buiten de stad.'

In (1) is het bewegende aspect van "fietsen" zo elementair dat dalotoje vereist is. In (2) zorgen de nevenschikking "fietsen + genieten" en de voorz.bep. "op de landweggetjes" ervoor dat het bewegende aspect van "fietsen" ondergeschikt is geworden aan het totale gebeuren dat op de landweggetjes plaatsvindt. En de landweggetjes vormen een statisch gegeven buiten de stad zodat de voorkeur aan mip gegeven wordt.2

141.22   ad § 141.1   C. Neutralisatie

Onder "neutralisatie" verstaan we het verschijnsel dat de opposities tussen de verschillende voorz.categorieën worden genegeerd, in het bijzonder de opposities statisch ~ dynamisch en locationeel ~ translocationeel. In plaats van een differentiatie tussen bijvoorbeeld fes 'inSTAT' ~ ânt 'inDYN' ~ fesdu 'inTLOC' wordt er een universeel voorz. met de betekenis 'in' gebruikt, waarbij de oppositie STAT~DYN~TLOC geneutraliseerd is. In feite gaat het nu om een meer abstracte interpretatie van "in". Omdat voorz.s van betrekking (Blok 140.10) een abstracte relatie aangaan is het niet verwonderlijk dat vele universele voorz.s met een abstract karakter tevens in Blok 140.10 zijn opgenomen.

141.23

Voor zover het gaat om de neutralisaties van STAT~DYN en LOC~TLOC, kan het volgende Blok opgesteld worden:
NEUTRALISATIE EN
UNIVERSELE VOORZETSELS LOC
TLOC
univ erseel STA T DY N fes
mip
kusamat
zjoba
ânt
dalotoje
lango
rys
fesdu
cupp
(lango
(rys
_fes
_mip
kusamat
zjoba
'in'
'uit'
'naast'
'onder' blef
furt
kaf
kura
mitai
sumâ
tukst
blefonn/(blef
furtonn/(furt
kafonn/(kaf
(kura
(mitai
tygtja
tukstlef/(tukst
blef
_furt
kaf
_kura
mitai
_tygtja
tukst
'achter'
'voor'
'op'
'over'
'door'
'tegen'
'tot'
( eist resultatief in de voorz.bep.
_ als voorz. van betrekking opgenomen in Blok 140.10.

141.24

Vergelijk:

(1) a. Do farte lango/*kusamat ef mârg. 'Hij loopt langs/naast de berm.'
b. Do farte *lango/kusamat ef ârg.
hij loopt naast de loopplank
'Hij valt door de mand.'

(2) a. Do tasse fesdu ef wik. 'Hij valt in het bad.'
b. Do tasse fes ef reltakô.1
hij valt in de fuik
'Hij treft het niet; het zit hem tegen.'

(3) a. Do naxyfole beri ðobiyre ef totomatoÿs *zjoba/rys eft wÿjoe.
'Hij raadt aan om de tomatenplanten onder een ruit te plaatsen.'
b. Do affionnose beri ðobiyre ef Lomkyzârs zjoba/*rys ef ecron.
hij houdt-ervan om-te plaatsen de Lomky-bewoners onder de kroon
'Hij houdt ervan om de bewoners van Lomky op te hemelen.'

In (1a) is sprake van een concrete situatie: er vindt een beweging binnen bepaalde grenzen plaats (nl. het lopen langs de wegberm), en daarom moet het voorz. lango gebruikt worden. In (1b) zorgt het idiomatische karakter van de constructie ervoor dat het universele voorz. kusamat gekozen wordt.
In (2a) en (3a) is sprake van een translocationele gebeurtenis, vandaar het gebruik van fesdu en rys (dit laatste met resultatief), zie Blok 140.7. De b-varianten zijn idiomatisch en daarom worden de universele voorz.s fes en zjoba gebruikt.

141.25

Neutralisatie als bedoeld in de vorige paragrafen houdt feitelijk in dat de voorz.categorieën zoals gegeven in de Blokken 140.6-10 genegeerd worden. Heel dikwijls gaat het om het negeren van de opposities statisch ~ dynamisch en locationeel ~ translocationeel, maar ook andere categorieën kunnen genegeerd worden. Bijvoorbeeld:

a. Ef efantys farte vita ðô sener sientur.
'De kinderen lopen snel op hun moeder af.'
b. Ef plurtor lenker lâufire hups na ef efantys.
de dronken bestuurder afrijdt hard op de kinderen
'De dronken bestuurder komt hard op de kinderen af rijden.'

In a. vinden we het translocationele voorz. ðô 'op ... af'. Gezien de betekenis van het predikaat is een dergelijk voorz. ook te verwachten. Maar in b. vinden we het voorz. van de categorie "betrekking" na 'met behulp van; volgens', hoewel het predikaat evenals in a. een grensoverschrijdende actie uitdrukt. In b. hebben we echter te doen met het prepositionele werkw. lâufire na 'af komen rijden op', waardoor het gebruik van een translocationeel voorz. geblokkeerd wordt. Prepositionele werkw.n worden verder besproken in § 141.115-121.

141.26

Vergelijk nu:

a. Do ðobiyre ef vasa kafonn ef envlôp. =
b. = Do ðobiyre ef vasa kaf ef envlôpp.
'Hij zet de vaas [boven] op de envelop.'
c. Do paine ef gorbas kaf ef envlôp.
'Hij doet de postzegel op de envelop.'
d. Do keldeste ef gorbas lef ef envlôp.
'Hij plakt de postzegel op de envelop.'

De zinnen a. en b. zijn synoniem en bevatten een translocationeel voorz., wat in gezien de betekenis van het predikaat in de lijn der verwachting ligt. Het werkw. paine 'doen' in c. is vergeleken bij ðobiyre '[neer]zetten' al zo veel abstracter dat hier neutralisatie optreedt, zodanig dat gekozen wordt voor het universele voorz. kaf. In d. gaat de lexicalisatie nog een stapje verder: om de een of andere reden is het werkw. keldeste 'plakken' een prep.werkw. geworden, altijd gecombineerd met lef 'met' dat tot de categorie "betrekking" behoort. Dit voorz. blokkeert het productieve gebruik van kaf of kafonn.

141.27

Neutralisatie, komen we ook tegen bij werkw.n die samengesteld zijn met een voorz., zoals:

(1) Ef karé njebope-fes ef port. 'Het schip vaart de haven binnen.'
(2) Óps farte-fes ef mittus. 'Ze lopen de kamer in.'
(3) Óps mipufire ef erfo, das kafufire ef tiffugweg.
zij uit-rijden het erf, en.dan op-rijden de landweg
'Ze rijden de oprijlaan uit, en dan de landweg op.'
(4) Do bore-fesdu ef keša krur. 'Hij doorboort de dikke muur.'
(5) Óps ufire-mip pijâ ef mirra. 'Ze rijden de straat helemaal uit.'

De werkw.n in (1) t/m (4) drukken een grensoverschrijdende actie uit; daarom zouden we bij (1) en (2) het voorz. fesdu verwachten, bij (3) de voorz.s cupp en kafonn, en bij (4) het voorz. fesducupp of mitai. Het werkw. ufire-mip betekent "van begin tot einde afrijden"; er is hier géén sprake van een grensoverschrijding, en evenmin van de betekenis 'uit', die primair aan mip gegeven moet worden. We zouden hier veeleer het voorz. lango 'langs' verwachten.
Werkw.n die met een voorz. zijn samengesteld, hebben altijd zo'n gelexicaliseerd karakter dat er meestal voor een universeel voorz. gekozen wordt (zoals in (1), (2), (3) en (5)). Bij sommige werkw.n wordt een meer specifiek voorz. gebruikt, zoals in (4), maar in dat geval is de basisbetekenis van het voorz. in de samenstelling verloren gegaan.1 Zie ook Blok 141.23.

141.28   ad § 141.1   D. Tijdsbepalingen

De voorz.s die uitsluitend in tijdsbepalingen worden gebruikt, zijn opgenomen in Blok 140.8. Sommige ervan komen ook in andere Blokken voor, maar in de hoedanigheid van tijdsbepaling kunnen zulke voorz.s soms een andere betekenis hebben. Vergelijk:

voorz. in plaatsbepaling in tijdsbepaling
armt 'aan' 'om; op'
ja1 'tussen; te midden van' 'van ... tot; elke'
kest 'om' 'om; in; van'
qubâjo 'in de buurt van' 'omstreeks'

voorz. bij betrekking in tijdsbepaling
tsazi 'naar aanleiding van' 'bij; tijdens'

141.29

Enkele voorbeelden:

plaats: Ef platiranu menkerate armt ef krur.
'Het schilderij hangt aan de muur.'
tijd: Armt frÿtof gress ÿrôme ne'âma tukst/tuksof dur zurt.
'[Op] vrijdag (= alleen eerstkomende vrijdag) werk ik slechts tot drie
uur.'

plaats: Do ÿtine eft zlako-ðéra roffot kest ef molâfit.
'Hij heeft een slangeleren riem om zijn buik.'
tijd: Gress dôxe do armt/kest dur zurt ur holfe.
'Ik verwacht hem om half vier.'

plaats: Do trempelira fes ef flerrt ja ef fjatôns én quolâe.
'Hij zit op zolder tussen de dozen en kisten te lezen.'
tijd: Do trempelira fes ef flerrt ja terrats.
'Hij zit van dag tot dag (of: elke dag) op zolder te lezen.'

141.30

Het Spokaans gebruikt veel vaker lóf in tijdsbepalingen dan het Nederlands 'gedurende' gebruikt:

Kirro trempe lóf dur zurtarr. 'Wij lezen drie uren.'
Gress ÿrômo lóf ef pijâ gurt. 'Ik heb de hele ochtend gewerkt.'

Alleen in idiomatische uitdrukkingen blijft lóf (of een ander voorz.) meestal achterwege:

effer tof/mink 'een dezer dagen/weken'
zemperpip 'het hele jaar'
ef pirmink 'volgende week'
nâzja-fort '[gedurende] geruime tijd'
enz.

141.31

In geïdiomatiseerde tijdsbepalingen komen soms universele voorz.s voor, die niet als typische voorz.s van tijd in Blok 140.8 zijn opgenomen, zoals:

furt ral 'tot dusverre; tot nog toe'
helkara dus ur lilepiy 'nog geruime tijd' (gerekend vanaf nu)
enz.

141.32

De fundamenten bij voorz.s van tijd hebben structureel een ander karakter dan de fundamenten bij andere voorz.s, want het gaat nu om tijdsbepalingen, niet om "echte" entiteiten waaraan gerefereerd kan worden met een voorn.woord. Vergelijk:

a. Jânes feldre fes ef kul, ur Etârt giffe âs ef.
'Jânes zit in de schuur, en Etârt staat erin.'
b. Jânes ÿrôme tuksof dur zurt, ur Etârt slape âs dus.
'Jânes werkt tot drie uur, en Etârt slaapt tot dan.'
c. * Jânes ÿrôme tuksof dur zurt, ur Etârt slape âs ef.

In alle drie voorbeelden is in Z2 (= 2e nevengeschikte zin, na voegw. ur) het dode voorz. âs gebruikt, dat fes resp. tuksof in Z1 vervangt. Dit is correct.
In a. is het fundament ef kul in Z1 onder coreferentie gepronominaliseerd tot ef in Z2. Ook dit is correct. Maar in b. kan het fundament dur zurt niet gepronominaliseerd worden tot ef (zoals c. laat zien). We moeten nu het add. dus 'dan' gebruiken.

141.33

Nog een voorbeeld:

Fara tu mulkare ef efantys tuksof lunatof, mulkare gress óps hurtos dus.
'Als jij tot maandag op de kinderen past, zal ik van dan af op ze passen.'

Dat lunatof geen "gewone" nominale entiteit is, maar een tijdsbepaling, blijkt uit de volgende zin:

(1) Fara tu mulkare ef efantys lunatof, gress nert nestiye beri paine
ef dus.

'Als jij maandag op de kinderen past, hoef ik het dan niet te doen.'

In (1) is het obtrans.werkw. mulkare gecombineerd met het subject tu en het object ef efantys. Het subst. lunatof kan dus geen nominaal basis-element zijn, en daarom wordt hieraan in Z2 gerefereerd met dus, en niet met een pers.vnw.

141.34   ad § 141.1   E. Voorzetsels in adressen

Let op het typische gebruik van kaf 'op' in adressen:

Do zâre fes Port-weg III kaf 32. 'Hij woont op Weg III nummer 32.'
Weg 219 kaf 45a 'Weg 219 nummer 45a'
Ef ofiss melde fes Mirra Q9 kaf B6. 'Het kantoor is op Mirra Q9 nummer B6.'

Als een straatnaam een getal bevat, wordt het huisnummer door kaf voorafgegaan. Straten in steden zijn meestal met Romeinse cijfers genummerd. Rijkswegen en provinciale wegen hebben een Arabisch nummer. Let op dat dit nummer soms een deel van de naam is, en niet meer als "echt" wegnummer gebruikt wordt. Zo heet de weg die loopt tussen Aschen en Oziy Weg 219. Maar het wegnummer is tegenwoordig 22. Dus we kunnen zeggen: Weg hor 22 pe lo Weg 219. 'Weg met nummer 22 heet Weg 219.'

141.35

In sommige straatnamen komen ook wel andere voorz.s dan het produktieve kaf voor. In dat geval hoeft de naam niet altijd een nummer te bevatten. Vergelijk:

a. Petriy zâre fes Aftdierot 33. (algemeen adres)
'Petriy woont op Aftdierot 33.'
b. Petriy zâre fes Jakâm fes 33. (adres te Lift)
'Petriy woont op Jakâm [in] 33.'

a. Elsa zâre fes Korda-arâbe 12a. (algemeen adres)
'Elsa woont op Korda-arâbe 12a.'
b. Elsa zâre fes Kôbo-arâbe blef 12a. (adres te Fonistâ)
'Elsa woont op Kôbo-arâbe [achter] 12a.'

a. Ef hotela melde fes Ef Lirrotiy 7. (algemeen adres)
'Het hotel staat op Ef Lirrotiy 7.'
b. Ef hotela melde fes Ef Plÿn luft 7. (adres te Jatty (BF))
'Het hotel staat op Ef Plÿn [bij] 7.'

Merk op dat de b-voorbeelden specifieke gevallen in één plaats zijn. De a-voorbeelden kunnen overal voorkomen.

141.36

Uit de voorbeelden in § 141.35 blijkt dat het algemene voorz. om een straatnaam te markeren fes is, terwijl het Nederlands moet kiezen tussen "in" (een straat), "aan/op" (een plein), "aan" (een kade), "op" (een weg):1

Do zâre fes ef Koles-mirra. 'Hij woont in de Schoolstraat.'
Do zâre fes ef Koles-weg. 'Hij woont op de Schoolweg.'
Do zâre fes ef Koles-plep. 'Hij woont in/aan de Schoollaan.'
Do zâre fes ef Avenû-na-Fonistâ. 'Hij woont aan de Fonistâ-avenue.'
Do zâre fes ef Korda-lirrotiy. 'Hij woont op het Kerkplein.'
Do zâre fes ef Liftkar Grâg. 'Hij woont aan de Oude Gracht.'

141.37

Het voorz. na heeft de (oorspronkelijke) betekenis 'naar' in straatnamen als:

(1) Weg-na-Zobidâ (in Tsjech)
(2) Avenû-na-Aflif (in Hoggebim)
(3) Mennweg-na-Fonistâ (in Amahagge)
(4) Mennweg na Amahagge (in Fonistâ)

Het betreft altijd grotere wegen die van de ene plaats naar de andere leiden; vroeger waren dit landwegen, maar vanwege de stadsuitbreidingen zijn dit tegenwoordig dikwijls grote doorgaande wegen door de steden. Het hoofdelement is bijna altijd weg 'weg', mennweg 'hoofdweg, straatweg' of avenû 'avenue'. De naam avenû is vaak een 19e-eeuwse vervanging van mennweg toen de weg binnen de bebouwde kom meer het karakter van een met bomen omzoomde wandelweg kreeg, waarlangs luxe villa's werden gebouwd. Op de zuidelijke eilanden Tigof en Lomky komen we in de grote steden ook wel de naam pârc tegen, waarmee dan niet "park" maar "brede laan" bedoeld wordt, zoals in Asjetto: Pârc-na-Noniy. De elementen worden bijna altijd met filâsto's aan elkaar verbonden, in een enkel geval staan de elementen los, zoals in voorbeeld (4).
Merk op dat (3) en (4) feitelijk dezelfde weg aangeven: de naam wisselt op de gemeentegrens van Amahagge en Fonistâ. Deze laatste gemeente mag eigenwijs genoemd worden vanwege de bijzondere spelling zonder verbindingsstreepjes (spelling volgens het Spokanische Postcodeboek, uitgave 1986).

141.38

Buiten de straatnamen komt het voorz. na alleen voor in de betekenissen 'met [behulp van]; door middel van (vrnl. werktuigen)' en 'volgens'. Zie Blok 140.10. Bijvoorbeeld:

Tu nert ÿrasecû ef nacry na dena fiys-gros.
'Je kan de spijker niet met die schroevedraaier inslaan.'
Na gress ef nert di eftarsu. 'Volgens mij zal het niet lukken.'

141.39   ad § 141.1   F. Uitdrukkingen voor maten en gewichten

Waar het Nederlands vrijwel uitsluitend van gebruikt, om de maat van iets uit te drukken (zoals in: met een diepte van 100 m; met een lengte van 3 km), heeft het Spokaans een hele reeks voorz.s, al naar gelang iets "diep", "lang", "breed", enz. is:

tijd: eft kirt lóf main cretarr 'een lichtflits van 10 cretarr1'
hoogte: eft kelbra kaf ér meter 'een tafel van 1 m hoog'
breedte: eft kiyk luft ér meter 'een pad van 1 m breed'
diepte: eft zé rys 850m 'een zee van 850 m diep'
dikte:2 eft répiyt tuf 2dm 'een kabel met een dikte van 2 dm'
omtrek: eft siyclo roffottô 8sm 'een cirkel met een omtrek van 8 cm'
eft blufk roffottô 8km 'een weiland met een omtrek van 8 km'
lengte: eft mirra lango 10km 'een weg van 10 km lengte'
eft plâkomÿ mitai 10km 'een tunnel van 10 km lengte'
eft gÿrt kura 1km 'een brug van 1 km lengte'

141.40

Merk op dat bij lengte-aanduidingen een voorz. gekozen wordt dat uitdrukt op welke wijze deze afstand afgelegd wordt: men gaat door (mitai) een tunnel, maar over (kura) een brug. Het voorz. lango is ongemarkeerd, in die zin dat dit altijd gebruikt wordt met betrekking tot de lengte van entiteiten die niet "af te leggen" zijn, zoals:

eft répiyt lango 650m 'een kabel van 650 m lengte'

141.41

Maat- en afstandaanduidingen die niet zijn opgenomen in § 141.39 dienen expliciet omschreven te worden, zoals:

âfry eft kešaiy rifo 'met een dikte van ...; van ... dik'
âfry eft diametra rifo 'met een doorsnede van'
âfry eft jakars rifo 'met een oppervlakte van'
âfry eft ÿrtÿr rifo 'met een inhoud van'
âfry eft drakâs rifo 'met een gewicht van ...; van ... zwaar'
âfry eft plilder rifo 'met een temperatuur van'
âfry eft plajos rifo 'met een helling van'
âfry eft pjaqurros rifo 'met een stijging van'
âfry eft monentos rifo 'met een daling van'
âfry eft raðus rifo 'met een straal van'
âfry eft vitešo rifo 'met een snelheid van'
âfry eft tradam-tmopos rifo 'met een versnelling van'
âfry eft prôât-tmopos rifo 'met een vertraging van'

141.42

Soms komt men wel een gen.constructie tegen die de voorz.bep. met rifo (§ 141.41) vervangt, vergelijk:

eft cÿra âfry eft kešaiy rifo 2dm = eft cÿra âfry 2dm-ecÿr kešaiy
'een tak van 2 dm dik; een tak met een dikte van 2 dm'
eft mirra âfry eft monentos rifo 7% = eft mirra âfry 7%-ecÿr monentos
'een weg met een afdaling van 7%'

Dergelijke genitiefconstructies doen tegenwoordig archaïsch aan. Zij worden alleen nog in bepaald vakjargon (zoals in de wegenbouw en de werktuigbouwkunde) gebruikt.
Voor de schrijfwijze van 2dm-ecÿr of 7%-ecÿr wordt verwezen naar § 60.19.

141.43

De uitdrukkingen in § 141.41 worden beschouwd als geïdiomatiseerde uitdrukkingen. Dit betekent dat âfry 'met' niet vervangen kan worden door het antoniem âfriye 'niet met'. Vergelijk:

* eft cÿra âfriye eft kešaiy rifo 2dm
eft cÿra nert âfry eft kešaiy rifo 2dm
een tak niet met een dikte van 2 dm
'een tak die geen 2 dm dik is'

141.44

Bij het uitdrukken van maten, afstanden en gewichten kan het Spokaans (naast het idioom in § 141.41) ook gebruik maken van constructies met een ideoantoniem (zie ook § 161.$$). De volgende ideoantoniemen zijn bruikbaar:

add.: ulliy 'dik(dun'
add.: drakiy 'zwaar(licht'
add.: tmopiy 'snel(langzaam'
teg.dw.: xâméelira 'dalend(stijgend'
teg.dw.: tmopelira 'versnellend(vertragend'

141.45

De in § 141.44 opgesomde ideoantoniemen kunnen als een adj.add. verschijnen, gevolgd door een voorz.bep. met fara die de feitelijke maat noemt. Voorbeelden:

eft ulliy fara 2dm cÿra 'een 2 dm dikke tak'
eft drakiy fara 1kg kolini 'een 1 kg zware steen'
eft tmopiy fara 200km/zrr oto 'een auto die 200 km/u rijdt/kan rijden'
eft xâméelira fara 4% mirra 'een weg met een helling van 4%'
eft tmopelira fara 20sm/srr² simuer
'een projectiel met een versnelling van 20 cm/sec²'

141.46

Soms kunnen af te leggen afstanden als tijdsbepaling geïnterpreteerd worden. Vergelijk:

(1) minkÿr dur kilometers 'na 3 km'
(2) mintof dur kilometers '(idem)'

In (1) wordt de drie kilometer als een "voorwerp" beschouwd (bijvoorbeeld een stuk weg van die lengte). In (2) daarentegen zien we de drie kilometer als een periode waarin deze afstand afgelegd wordt. Vergelijk ook:

(3) Ef lenker uokkelira lóf main kilometers.
'De chauffeur zit gedurende tien kilometer te roken.'

Bij (3) past de volgende interpretatie: de chauffeur zit te roken gedurende het tijdsbestek waarin hij tien kilometer aflegt.

141.47   ad § 141.1   G. Kwantificatie en kwalificatie

Onder "kwantificatie" verstaan we hier een toevoeging die de hoeveelheid van een entiteit aangeeft; "kwalificatie" wil zeggen: een toevoeging die de soort van een entiteit aangeeft. Deze gekwantificeerde of gekwalificeerde entiteit wordt het "hoofd" van de constructie genoemd. In de volgende voorbeelden is het hoofd vetgedrukt:

kwantificatie: eft amâr rifo strÿf 'een emmer stront'
kwalificatie: eft zjut frenvu rifo veldurs 'een raar soort mensen'

141.48

Kwantificatie en kwalificatie worden in het Spokaans meestal met het voorz. rifo aan het hoofd verbonden. Soms is een ander voorz. mogelijk. In het Nederlands blijft een voorz. meestal achterwege. Bijvoorbeeld:

eft hupster ðârlotiy rifo pleko 'een grote hoeveelheid Ø zand'
dur amârs rifo/lef kjupt knurfel 'drie emmers [met] heet water'
dena frenvu rifo mimpits 'dit soort Ø boeken'
eft kelbra peran pai mimpits 'een tafel vol boeken'
gopirus mitarr furt silenco1 'enige minuten Ø stilte'
eft riffô fân mimðer2 'een bron van ellende'

141.49

Er is een syntactisch verschil tussen een voorz. gevolgd door een hoofd, en een voorz. gevolgd door een fundament. Vergelijk:

a. ef mimpit rifo ef 'jan 'het boek van de jongen'
b. eft zjut frenvu rifo 'jan 'een raar soort jongen'

In a. vormt rifo ef 'jan een voorz.bep., bestaande uit het voorz. rifo en het fundament ef 'jan. In b. daarentegen vormt eft zjut frenvu rifo een kwalificatie bij het hoofd 'jan. Het verschil tussen een fundament (zoals ef 'jan in a.) en een hoofd (zoals 'jan in b.) blijkt onder meer uit de afwezigheid van een lidw. in het laatste geval. Bij kwantificaties zijn hoofden meestal stoffelijke subst.n, want deze hebben een zodanig karakter dat ze kwantificeerbaar zijn.

De constructies a. en b. kennen de volgende onderliggende structuren:

a. ef mimpit {rifo ef 'jan}
b. {eft zjut frenvu rifo} 'jan

Dit verschil in structuur is de reden dat (1) correct is en (2) door velen als vreemd ervaren wordt:

(1) ef mimpit rifo ef 'jan ur ef plata âs ef 'nin
'het boek van de jongen en de plaat van het meisje'
(2) ? eft flifados frenvu rifo 'jan ur eft tnefer šôt âs 'nin
'een aardig soort jongen en een vreemd type Ø meisje'

In (1) kan het tweede rifo vervangen worden door het dode voorz. âs, in (2) kan volgens veel taalgebruikers dit dode voorz. niet gebruikt worden.

141.50

Zowel in het Spokaans als in het Nederlands vormen een kwantificatie met zijn hoofd (een kist zand) en een voorwerp met een nadere bepaling (een kist met het zand) de uiterste polen van een glijdende schaal met afnemend "kwantificatie-gevoel". Vergelijk:

a. eft quola rifo pleko 'een kist zand'
b. * eft quola rifo ef pleko * 'een kist het zand'
c. eft quola lef ef pleko 'een kist met het zand'
d. eft quola lef pleko 'een kist met zand'

Het voorz. rifo (overeenkomend met geen enkel voorz. in het Nederlands) drukt altijd een kwantificatie uit (variant a.; refereert aan "zand" in de hoeveelheid die in de kist past). Daarom is toevoeging van de lidw.n ef en het hier ongrammaticaal (in b.). Variant c. refereert aan een kist gevuld met zand, en hier kunnen pleko en zand door een lidw. voorafgegaan worden. Variant d. herinnert vanwege het lidw.-loze pleko aan a. (dus een kwantificatie), maar herinnert vanwege het voorz. lef tevens aan d. (dus een specificatie). Of er sprake is van kwalificatie of specificatie kan aangetoond worden in de volgende zinnen:

(1) Tek jiyxe eft quola rifo pleko kura ef glal mirra.
'Tek strooit een kist zand over de gladde weg.'
(2) :( Tek jiyxe eft quola lef ef pleko kura ef glal mirra.
'Tek strooit een kist met het zand over de gladde weg.'
(3) ? Tek jiyxe eft quola lef pleko kura ef glal mirra.
'Tek strooit een kist met zand over de gladde weg.'

Zin (1) is correct: deze drukt uit dat Tek een hoeveelheid zand over de weg strooit die in een bepaalde kist past. Zin (2) is semantisch raar, want hier staat dat Tek een kist over de weg strooit, en dat die kist zand bevat.1 Zin (3) is acceptabel als deze net zo geïnterpreteerd wordt als (1). Sommige Spokaniërs verwerpen echter het gebruik van een ander voorz. dan rifo en keuren (3) dan ook af, omdat deze alleen als synoniem van (2) begrepen kan worden.

141.51

Vergelijk nu:

a. eft zjut 'jan 'een rare jongen'
b. eft zjut frenvu rifo 'jan 'een raar soort jongen'

a. en b. komen in zoverre met elkaar overeen dat we kunnen zeggen dat zowel zjut als zjut frenvu nadere specificaties bij 'jan zijn. Toch is er een belangrijk syntactisch verschil: in a. hoort het lidw. eft bij 'jan, in b. echter bij frenvu. Dit blijkt als we 'jan vervangen door het stoffelijke pleko 'zand', dat nooit door eft voorafgegaan kan worden:

a'. * eft grûva pleko * 'een grof zand'2
b'. eft grûva frenvu rifo pleko 'een grof soort zand'

141.52

Bij kwantificaties bestaat het hoofd altijd uit een stoff.subst. of een meervoudig niet-stoff.subst.:

(1) a. dur amârs rifo sement 'drie emmers cement'
b. fâr quolâe rifo plâciys 'vier kisten tegels'

Bij kwalificaties bestaat het hoofd altijd uit een stoff.subst. of een enkelvoudig niet-stoff.subst.:

(2) a. eft quista wétriyn rifo sement 'een goede kwaliteit cement'
b. eft tildâ wétriyn rifo plâciy 'een slechte kwaliteit tegel[s]'

141.53

In (2b) heeft plâciy feitelijk het karakter van een stoff.subst. gekregen, want er ontbreekt een lidw. en een meervoudige vorm is onmogelijk. Dit stoffelijke karakter werd tot halverwege de vorige eeuw expliciet uitgedrukt met het circumfix to--ÿ (§ 21.5), en ook heden ten dage komen we deze suffigering nog tegen in archaïsch of poëtisch taalgebruik. Vergelijk (2b) met:

†P eft tildâ wétriyn rifo toplâciyÿ '(idem)'

141.54

Als rifo een kwalificatie/kwantificatie met een hoofd verbindt, mag dit hoofd uit een infinitief bestaan, en is een nominalisatie niet nodig. Dit is een rechtstreeks gevolg van het feit dat rifo geen voorz.bep. met de infinitief vormt, maar een element in de kwalificatie/kwantificatie is. Vergelijk:

(1) a. * Gress melde pÿr furt ef tupplipe.
b. Gress melde pÿr furt ef ÿtupplipos.
'Ik ben gek op reizen.'
(2) a. Gress nert affionnose dena frenvu rifo ef tupplipe.1 (vgl. § 50.35)
b. ? Gress nert affionnose dena frenvu rifo ef ÿtupplipos.
'Ik houd niet van deze vorm van reizen.'

Zin (1a) is fout omdat er na het voorz. furt een genominaliseerde vorm met het circumfix ÿ--os noodzakelijk is (vgl. (1b)). Dit is uitgelegd in § $$ (zie ook Hoofdstuk 126). Maar (2a) is correct omdat het voorz. rifo hier een kwalificatie (dena frenvu 'deze vorm') met het hoofd verbindt. Een nominalisatie in de trant van (2b) wordt niet door iedereen goedgekeurd.

141.55   ad § 141.1   H. Deel van grotere verzameling

Om uit te drukken dat een entiteit deel uitmaakt van een grotere verzameling entiteiten, wordt het voorz. mip gebruikt. Het Nederlandse equivalent is meestal 'van':2

cradef bellarts mip ef cÿrt 'alle leerlingen van/uit de klas'
ér mip ef mimpits 'een van de boeken'
ef hupster oras sért mip ef wertlâ 'het grootste huis van de wereld'

141.56

Als de mip-constructie zoals bedoeld in § 141.55 een overtreffende of minste trap bevat, kan de voorz.bep. met mip ook onmiddellijk achter deze trap verschijnen. We hebben dan met een zg. adjectivische voorz.bep. te doen. Vergelijk het laatste voorbeeld in de vorige paragraaf met:

ef hupster oras mip ef wertlâ sért 'het grootste huis van de wereld'

Andere voorbeelden:

Tu melde ef pûl oras bellart mip ef cÿrt. =
= Tu melde ef pûl oras mip ef cÿrt bellart.
'Jij bent de domste leerling van de klas.'

Ef pâxbariy tom zeces mip Spooksoliy tóte beri melde Thedor. =
= Ef pâxbariy tom mip Spooksoliy zeces tóte beri melde Thedor.
'Het minst vredelievende dorp van Spokanië schijnt Thedor te zijn.'

141.57

Verwar deze mip-constructies niet met lÿ-constructies bij vergelijkingen:

a. Groft sért melde hupster oras mip ef zeces.
'Zijn huis is het grootste van/uit het dorp.'
b. Groft sért melde lÿ ef viltiy hupster terat. (vgl. § 43.3)
'Zijn huis is groter dan het jouwe.'

In onverzorgde spreektaal komt in zulke constructies de voorz.bep. wel eens op de verkeerde plaats, zodanig dat de volgordes van a. en b. verward worden. We kunnen dan zinnen horen als:

a'. ?£ Groft sért melde mip ef zeces hupster oras.
b'. ?£ Groft sért melde hupster terat lÿ ef viltiy.

141.58

Omdat zowel mip als lÿ de betekenis van 'uit' kunnen hebben, is het niet verwonderlijk dat deze twee voorz.s in slordig taalgebruik door elkaar gehaald worden in de constructies uit de vorige paragraaf. We kunnen dan zinnen horen als:

a''. ?£ Groft sért melde hupster oras lÿ ef zeces.
b''. ?£ Groft sért melde mip ef viltiy hupster terat.

Vergelijk ook:

a. ??£ Groft sért melde lÿ ef zeces hupster oras.
b. Groft sért melde lÿ ef viltiy hupster terat.

Zin a. betekent letterlijk: "zijn huis is het grootste dan het dorp", analoog aan b.: 'zijn huis is groter dan het jouwe', wat natuurlijk semantische onzin is.

141.59

Bij onregelmatige overtreffende en minste trappen is een adjectivische voorz.bep. de enige grammaticale mogelijkheid. Vergelijk:

* Tu melde ef guldâ bellart mip ef cÿrt.
Tu melde ef guldâ mip ef cÿrt bellart.
'Jij bent de beste leerling van de klas.'

* Óps vende riyfain helkara ef qury póntel mip ef zeces.
Óps vende riyfain helkara ef qury mip ef zeces póntel.
'Ze gaan altijd naar het minst gezellige café van het dorp.'

141.60

Als de mip-bepaling erg lang of complex is, leidt plaatsing ervan achter de onregelmatige trap tot een slechte constructie, zoals in:

(1) ? Gress cônsidere Elsa ef ðônt lo ef apecc mip ef pijâ
ik beschouw Elsa het keukenmeisje als het minst.slecht uit het gehele
toqummertÿ pai ef kômah otôr Peoll Uðân mimpit.
oeuvre van de matige schrijver Peoll Uðân1 boek
'Ik vind Elsa het keukenmeisje het minst slechte boek uit het gehele
oeuvre van de matige schrijver Peoll Uðân.'

Daar achteraanplaatsing van de vette mip-bepaling eveneens tot een ongrammaticale zin leidt (apecc is immers een onregelmatige minste trap), kan (1) alleen grammaticaal gemaakt worden met behulp van een bepalingaankondigende constructie: achter mip volgt een bep.aank.vnw., en de oorspronkelijke mip-bepaling volgt als relatieve bijzin achter de hoofdzin:

Gress cônsidere Elsa ef ðônt lo ef apecc mip nem mimpit, té melde ef
pijâ toqummertÿ pai ef kômah otôr Peoll Uðân.

141.61   ad § 141.1   I. Bezitsrelaties

Bezit wordt uitgedrukt door:

(a) genitief (zie Hoofdstuk 60)
(b) voorz. rifo
(c) voorz. pai

141.62   ad § 141.61   (b)

Het voorz. rifo met als hoofdbetekenis 'van' is het meest algemene, minst gemarkeerde voorz. in het Spokaans. Het kan in bijna alle gevallen een gen.constructie vervangen zonder dat dit grammaticale, stilistische of pragmatische consequenties heeft. Vergelijk:

Lerduex ef pitter = ef pitter rifo Lerdu
'Lerdu's fiets = de fiets van Lerdu'
ef otoecÿr ufirklâne = ef ufirklâne rifo ef oto
'de wielen van de auto'

141.63

Als een bezitsuitdrukkende bepaling (gen.- of rifo-constructie) antecedent is bij een relatieve lira-constructie, ontstaat er een betekenisverschil omdat de lira-bijzin altijd onmiddellijk achter het antecedent volgt. Vergelijk a. met b. (het antecedent is vet):

(1) a. ef kinâecÿr laboros, ef medikiy nert unerelira
'het ontstaan van de ziekte dat de dokter niet begrijpt'
(de dokter begrijpt niet dat de ziekte is ontstaan)
b. ef laboros rifo ef kinâ, ef medikiy nert unerelira
'het ontstaan van de ziekte, die de dokter niet begrijpt'
(de dokter begrijpt de ziekte niet)

(2) a. Gress ef šergecÿr , Tek flectarolira, koldre fesdu ef todirtÿlot.
'Ik heb de sleutel van het hangslot, die Tek heeft verbogen, in de
vuilnisbak gegooid.'
(Tek heeft de sleutel verbogen, en die heb ik weggegooid)
b. Gress ef ké rifo ef šerg, Tek flectarolira, koldre fesdu ef todirtÿlot.
'Ik heb de sleutel van het hangslot, dat Tek heeft verbogen, in de
vuilnisbak gegooid.'
(Tek heeft het hangslot verbogen, en de sleutel ervan heb ik weggegooid)

Zie ook § 124.41-42 voor dit verschil tussen gen.-constructie en voorz.bep.1

141.64   ad § 141.61   (c)

Het voorz. pai kan een bezitsrelatie uitdrukken als er tevens een "passieve relatie" gevoeld wordt. Dit is het geval bij een samengesteld subst., waarvan het eerste lid een infinitief is, bijvoorbeeld:

Ef zâre-sért pai Syrell Oleema-Flofariy1 melde ralfort eft musém.
'Het woonhuis van S. O-F is tegenwoordig een museum.'

De "passieve relatie" is te verklaren door aan te nemen dat een "woonhuis" een huis is om te "bewonen" en dat dit "bewonen" gedaan werd door S. O-F, zodat het als "zijn eigen" huis fungeerde.

141.65

Vergelijk de verschillende vertalingen van "van":

a. Gress ef letra rifo sener sour pónze.1
(mijn zuster bezat de brief, en nu is die in mijn bezit)
b. Gress ef letra pai sener sour pónze.
(mijn zuster heeft de brief geschreven)
c. Gress ef letra rifonn/lÿ sener sour pónze.
(mijn zuster heeft de brief verstuurd)
'Ik heb de brief van mijn zuster gekregen.'

141.66

ad § 141.1 J. Voorzetselbepaling met additivisch karakter

Een stuk of 30 voorz.bep.n zijn zodanig geïdiomatiseerd dat zij het karakter van een additief hebben gekregen. De meest algemene zijn:
VOORZETSELBEPALING ALS ADDITIEF fes avyro
lef/luft éra
luft Erget
fes belt fort
ðônos na fort
na fotel
nert lef kâm
hiycce minkÿr
ef ként
luft ef kvâlo
na miyparos
na mô'ešos
fes neproba
ðÿm nivo
mip origiy
fes proba

fes pelat proba 'wijlen' (RK)
'eervol'
'wijlen' (Erg)
'spoedig'
'tegelijkertijd'
'abusievelijk'
'wezenloos'
'overdadig' (maal-
tijd)
'ongesteld' (vrouw)
'overwégend'
'voorwaardelijk'
'onwillekeurig'
'mateloos'
'oorspronkelijk'
'opzettelijk,
stelselmatig'
'moedwillig' mip ef probaros
quân ef rûl

lef querret spinn
armt slit ur flém
lef spinn

lef stent
tjâg tiffugs
lef ef tjeks
furt tvokos
jen wâlkân
armt ÿfartos

lef zel
armt zempers
lo zerfiy
fes zurt
'instinctief'
'enthousiast,
geestdriftig'
'lukraak'
'in lichterlaaie'
'vrij' (vertaling,
interpretatie)
'steekhoudend'
'te voet'
'steevast'
'uitzonderlijk'
'opeengepakt'
'in werking, in
bedrijf'
'grondig'
'bejaard'
'op zicht'
'bijtijds'

141.67

Sommige van deze kunnen ook adjectivisch optreden. Dit gaat met name gemakkelijk bij constructies die uit slechts twee woorden bestaan: een voorz. en een (lidwoordloos) subst. Vergelijk:

a. ef šefetiy clûma 'de onrustige menigte'
b. ef jen wâlkân clûma 'de opeengepakte menigte'

a. eft terat ypâramiy ki trânslatašo 'een zeer nauwkeurige vertaling'
b. eft terat lef spinn ki trânslatašo 'een zeer vrije vertaling'

a. ef flacÿr oras arpinzol 'het bijzonderste plan'
b. ef furt tvokos oras arpinzol 'het uitzonderlijkste plan'

Uit het laatste voorbeeld blijkt dat dergelijke idiomatische voorz.bep.n ook aan de trappen van vergelijking kunnen deelnemen.

141.68

Als het subst. een lidw. draagt, wordt vooropplaatsing moeilijker, en vooropplaatsing wordt onmogelijk bij nog langere constructies. Vergelijk:

a. eft kinur mosjeus 'een zieke vrouw'
b. ? eft luft ef kvâlo mosjeus 'een ongestelde vrouw'

a. eft topûl remarcos 'een ondoordachte opmerking'
b. *? eft lef querret spinn remarcos 'een lukrake opmerking'

a. eft ôpalefiy reo 'een overvloedige maaltijd'
b. ? eft hiycce minkÿr ef ként reo1 'een overdadige maaltijd'

In deze gevallen kan de voorz.bep. beter als "echte" voorz.bep. achter het antecedent geplaatst worden:

b. eft mosjeus luft ef kvâlo 'een ongestelde vrouw'
b. eft remarcos lef querret spinn 'een lukrake opmerking'
b. eft reo hiycce minkÿr ef ként 'een overdadige maaltijd'

Hier hebben we te doen met normale additivische voorz.bep.n zoals besproken in § 142.$$.

141.69

Vanwege hun additivische karakter kunnen/moeten deze voorz.bep.n ook met lo gemarkeerd worden, volgens de regels gegeven in § 40.11 en § 40.17-22. Vergelijk:

a. Do dÿfe ef nios lo gÿtrâs. 'Hij maakt de reparatie slordig af.'
(de reparatie ziet er na het afmaken slordig uit)
b. Do dÿfe ef nios lo fes perkaliy. 'Hij maakt de reparatie provisorisch af.'
(de reparatie ziet er na het afmaken provisorisch uit)

a. Elsa pjôle [lo] klata rifo ef feminesmiyecÿr hâc. (vgl. § 40.17)
'Elsa praat overtuigd over het nut van het feminisme.'
b. Elsa pjôle [lo] quân ef rûl rifo ef feminesmiyecÿr hâc. (vgl. § 40.17)
'Elsa praat enthousiast over het nut van het feminisme.'
(= nu ze erover praat, wordt Elsa zelf ook enthousiast)

141.70

Als een voorz.bep. zijn concrete betekenis behoudt (dus niet geïdiomatiseerd is), is toevoeging van lo nooit mogelijk, vergelijk:

* Do lâfâstoe ef ferdu lo lef ef manceste. (vgl. § 141.129/144)
'Hij bekleedt de stoel met fluweel.'

141.71

In een enkel geval kan een voorz.bep. een adverbiale relatie aangaan, analoog aan een adv.add., zoals in:

ef purfillus graviy moplariy 'het verschrikkelijk ernstige ongeluk'

Let op de volgende parallellitieit: zowel adj.add.n als adv.add.n staan vóór het element dat zij nader specificeren, en zowel adj.voorz.bep.n als adv.voorz.bep.n staan áchter het element dat zij nader specificeren (zie ook § 141.56-59). Een adverbiale relatie van een voorz.bep. komt voor bij de trappen van vergelijking, in constructies als:

Petriy melde ef hupster oras mip ef zeces efanty.
'Petriy is het grootste kind uit het dorp.'
Elsa melde ef vibrâkk mip ef cÿrt efanty.
'Elsa is het minst dikke kind uit de klas, maar toch nog te dik.'

141.72   ad § 141.1   K. Voorzetsels vs. andere woordsoorten

Voorz.s zijn dikwijls afgeleid van of gerelateerd aan andere woordsoorten, met name van/aan additieven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we constructies tegenkomen waarin een voorz. tevens additivische eigenschappen bezit, en andersom. Iets dergelijks wordt ook besproken met betrekking tot voorz.bep.n met een additivisch karakter, zie § 141.66-71. Het Spokaans kent ook enkele gevallen waarin het karakter van voorz. zich vermengt met dat van een voegw. of determinant. Dit wordt in de volgende paragrafen besproken.

141.73

Van alle voorz.s die tevens een add. cat.III zijn (de traditionele bijwoorden, zie Blok 140.33) kunnen we aannemen dat de additivische functie aan een oorspr. voorz. is toegevoegd. Deze gebruiksuitbreiding is een gevolg van het feit dat het voorz. eerst deel uitmaakt van een voorz.bep. met een semantisch vaag fundament (bijvoorbeeld ef 'het'), waarna dit fundament achterwege kan blijven. De voorz.bep. die dan nog slechts uit een voorz. bestaat, wordt nu als additief opgevat. Vergelijk de aflopende semantische duidelijkheid van het fundament, met als resultaat dat het voorz. een bijwoord is geworden:

(1) a. Petriy zâre hogorit eft spiryter. 'Petriy woont boven een alkoholist.'
b. Petriy zâre hogorit rast. 'Petriy woont boven iemand.'
c. Petriy zâre hogorit ef. 'Petriy woont erboven.'
d. Petriy zâre hogorit. 'Petriy woont boven.'

141.74

Echter, niet alle voorz.s hebben zo'n bijwoordelijke functie. Een vorm als kusamat 'naast' kan alleen als voorz. optreden; vergelijk (1) met:

(2) a. Petriy zâre kusamat eft spiryter. 'Petriy woont naast een alkoholist.'
b. Petriy zâre kusamat rast. 'Petriy woont naast iemand.'
c. Petriy zâre kusamat ef. 'Petriy woont ernaast.'
d. * Petriy zâre kusamat. * 'Petriy woont naast.'

Zowel in het Spokaans als in het Nederlands is een bijwoordelijk gebruik van kusamat resp. naast ongrammaticaal (zie (2d)).1 Volgens Irenn Gâres (1989) komt dit doordat "naast" geen antoniem kent, zoals "boven" dat kent: tegenover "boven" staat "beneden", en daarom heeft het zin om deze plaatsbepalingen als bijwoorden te gebruiken. Tegenover "naast" staat niets, zodat een constructie als (2d) niet informatief kan zijn (dit impliceert dat (1d) alleen informatief is voor zover we hadden kunnen denken dat Petriy wellicht beneden woonde. Het is de vraag of "naast" niet als oppositie van "boven" beschouwd kan worden, zodat (2d) een correcte mededeling is als contrast van (1d)).

141.75

Merk op dat in de volgende voorbeelden wel sprake is van antonymiteit, namelijk van "achter" vs. "voor":

(3) a. Petriy zâre blef ef korda. 'Petriy woont achter de kerk.'
b. Petriy zâre blef ef. 'Petriy woont erachter.'
c. * Petriy zâre blef. ? 'Petriy woont achter.'

Het bijwoordelijke gebruik van "achter" is in het Nederlands correct, hoewel het de specifieke betekenis van "in het achterste gedeelte van het huis" heeft, en het niet zonder meer "achter een gebouw" betekent. In het Spokaans bestaat deze connotatie niet.
Daarentegen kent het Spokaans ook enkele voorz.s met een additivisch gebruik, zonder dat er sprake is van een antonymische oppositie, bijvoorbeeld:

(4) a. Petriy inue ðô1 ef moplariy. 'Petriy rent op het ongeluk af.'
b. Petriy inue ðô ef. 'Petriy rent erop af.'
c. Petriy inue ðô. * 'Petriy rent op af.'

141.76

Voorz.s die tevens als additieven cat. I gebruikt kunnen worden, gedragen zich primair als additieven cat. III (zie § 141.73), maar zij kunnen ook adjectivisch optreden, zoals in:

Ef tekaréa efantys baniyle ef otlôgt scemrelira câpytenn.
'De zich aan boord bevindende kinderen (de kinderen aan boord) zijn bang voor
de woest schreeuwende kapitein.'
eft fesdusértiy kul 'een inpandige schuur'
ef na môntyosz 'de aldus ontstane problemen'

Het is niet geheel duidelijk waarom sommige add.n tot cat.III behoren, terwijl andere tot cat.I gerekend kunnen worden terwijl ze een vergelijkbare betekenis hebben.

141.77

Enkele voorz.s hebben dezelfde vorm als een voegw. of determinant. Deze homonymiteit kan aanleiding geven tot verwarring. Vergelijk allereerst het voorz. fes met de determinant fes. Het voorz. kan samengaan met een -lira-constructie, en de voegw.determinant gaat samen met -ilóme. De determinant fes kent de variant fés, welke in het moderne Spokaans algemener is dan fes. Fés is feitelijk de emfatische vorm van fes, en een dergelijke emfase is begrijpelijk omdat alle voegw.determinanten het zinsaccent krijgen (zie ook § 122.45). Vergelijk:

a. Do merfe fes hups, gress pónzelira rofonos.
'Hij liegt zó [erg], dat ik boos word.'
(m.a.w. als hij minder liegt word ik niet boos)
b. Do fes/fés merfe, gress pónsilóme rofonos.
'Hij liegt, zodat ik boos word.' = 'Omdat hij liegt word ik boos.'

141.78

Het is de vraag in hoeverre fes in zin a. (§ 141.77) nog als voorz. beschouwd moet worden. Ten eerste is het fundament een additief, en ten tweede is er een semantische parallelliteit met constructies als fit hupster 'zo groot' of graviy mindefit 'erg rood', waarin een add.I nader gespecificeerd wordt door een add.III.
Daarentegen kent het Spokaans marginaal de mogelijkheid om een add. als fundament in een voorz.bep. te hebben, bijvoorbeeld:

Petriy melde ðÿm/šâm kinur. 'Petriy is helemaal niet ziek.'
Petriy is zonder ziek
(als reactie op iemands abusievelijke veronderstelling dat Petriy ziek zou zijn)
Do melde šym ziym zutter. 'Hij is blond in plaats van donker.'
Plirtof ef wónzol šâmpâa rifonn pics-martel helkara rófi-scrâl.
'Plotseling is het weer veranderd van ijzig koud naar drukkend warm.'

141.79   ad § 141.1   L. pai, enn en ón als voorzetsel of als determinant

De woorden pai, enn en ón zijn niet alleen de determinanten om respectievelijk een subject, een object en een echo te markeren (Hoofdstuk 90), maar kunnen ook als voorz. optreden.
Pai en ón zijn als productief gebruikte voorz.s in Blok 140.10 opgenomen. Het gebruik van enn als voorz. is zo marginaal dat dit woord niet in dit Blok is opgenomen.

141.80   Pai als voorzetsel

Soms komt een met pai gemarkeerde constituent in een blul-passief voor. Deze pai-constituent kan dan géén subject (agens) zijn (want anders zou blul niet aanwezig kunnen zijn). In dit geval is pai dus een "gewoon" voorz., bijvoorbeeld:

Pai ef Dôrcâ-analyss1 blul vro'egielije ef kûf-zârer-aupross
door de Dôrcâ-analyse SPOOR beschrijven-PASS het allochtonen-beleid
lef lentas, reppelira ekonomise wélfa'ecos.
met termen, zeggen-TDW economische ontwikkeling
'In/Bij de Dôrcâ-analyse wordt het allochtonenbeleid beschreven in termen
van economische ontwikkeling.'

Vergelijk dit met:

Ef kûf-zârer-aupross vro'egielije pai ef Dôrcâ-analyss ...

waarin Dôrcâ-analyss het subject is: 'Door de Dôrcâ-analyse wordt ...'

141.81

Ook kan pai verschijnen zónder dat er van een passief sprake is:

Fes 1975 pai Eeriys Dôrcâ ef stûderafiy Kûf-zârer-aupross fes
in 1975 door Eeriys Dôrcâ de studie Allochtonen-beleid in
fabrošarks cralove.
industrielanden verschijnen
'In 1975 is er van [de hand van] Eeriys Dôrcâ de studie Allochtonenbeleid
in industrielanden
verschenen.'

Hier moet pai Eeriys Dôrcâ als impliciete agens gezien worden, n.l. degene die het artikel geschreven heeft.

141.82

In de constructie

Ef mimpits, trempâx pai ef stûdents, ...
'De boeken, gelezen door de studenten, ...'

is pai ef stûdents geen (met de determinant pai gemarkeerd) subject, maar een voorz.bep., want er is hier sprake van een bijstelling, niet van een relatieve bijzin. Zou het een subject zijn, dan was er sprake van een passief, maar dan had -lije moeten verschijnen, bijvoorbeeld:

Ef mimpits ..., mit pai ef stûdents trempelije.
'De boeken ..., die door de studenten werden/zijn gelezen.'

141.83

Ook in nominalisaties gedragen pai, enn en ón zich als "gewone" voorz.s, wat onder meer blijkt uit het feit dat ze door âs vervangen kunnen/moeten worden. Dit is in § 126.10-20 en § 132.150 besproken. Vergelijk:

a. Gress vraboe, den ef quizz-lydres kette ef rôbinn ón ef clalôera ur
ef agatiy ón/
*âs ef vlemóta.1
b. Gress vraboe ef quizz-lydresex ÿkettos enn ef rôbinn ón ef clalôera
ur âs ef agatiy âs ef vlemóta.

'Ik vermoed dat de quizleider Ø de robijn aan de molenaarsvrouw geeft, en Ø
de agaat aan de slagersvrouw.'

a. Do nute, den ef efanty bytelije bent pai ef follus ur dus pai/*âs ef
sientur.

b. Do nute ef efantyex ef ÿbytelijos bent pai ef follus ur dus âs ef sientur.
'Hij hoort hoe het kind eerst door de vader en dan door de moeder geslagen
wordt.'

141.84

Bij nominalisaties (zoals farte > ef ÿfartos 'lopen' > 'het geloop'; zie Hoofdstuk 126) blijft de intransitieve of transitieve structuur van het oorspronkelijke werkw. in tact. Dat wil zeggen, het subject wordt met pai gemarkeerd, het object met enn en de echo met ón. Alleen, bij nominalisaties gedragen pai, enn en ón zich niet als determinant, maar als voorz. Dat is in de vorige paragrafen besproken.
Naast nominalisaties kent het Spokaans ook genominaliseerde werkw.n, zodanig dat er een "echt" subst. ontstaat. Hiervoor wordt het suffix -os gebruikt (zie § 20.17-18 en § 126.84-84). Bij zulke subst.n op -os is de (in)transitieve structuur van het oorspronkelijke werkw. niet meer in tact. Subst.n op -os kunnen in meer of mindere mate gelexicaliseerd zijn, zo vertoont ef echuos 'het gepomp' in het geheel geen lexicalisatie, en daarom is dit subst. zo goed als synoniem met de nominalisatie ef lechuos 'het pompen'. Anderzijds is martijos 'raaklijn' een zeer gelexicaliseerde afleiding van martije 'raken aan', en heeft nauwelijks een semantische relatie met de nominalisatie ef ÿmartijos 'het raken'.

141.85

Als een subst. op -os weinig lexicalisatie vertoont, kan er dikwijls nog een agens bij gedacht worden, die de actie van het verwante werkw. uitvoert. Zo'n agens kan met het voorz. pai uitgedrukt worden. Vergelijk:

a. ef echuos pai ef merater 'het gepomp van/door de man'
b. * ef martijos pai ef merater 'de raaklijn van/door de man'

Bij een geringe lexicalisatie kan men zich afvragen of zo'n agens wel/niet mogelijk is, zoals bij:

? ef missos pai ef merater 'de dank van/door de man'

Ef missos staat qua betekenis al zo ver af van het werkw. misse '[be]danken', dat een agentieve bepaling met pai feitelijk onacceptabel is.

141.86

Wat in de vorige paragraaf gezegd is over een mogelijke agens bij een subst. op -os, geldt evenzeer voor een mogelijk object bij zo'n subst. Objecten bij een genominaliseerd werkw. worden door het voorz. enn uitgedrukt. Maar bij een subst. op -os kan zo'n object alleen als een "erbij betrokken" element genoemd worden, en dan wordt het universele voorz. rifo gebruikt. Vergelijk:

a. Do vlemóte [enn] ef boerts. 'Hij slacht de koeien.'
b. ef ÿvlemótos enn ef boerts 'het slachten van de koeien'
c. * ef vlemótos enn ef boerts
d. ef vlemótos rifo ef boerts 'de slachting van de koeien'

In a. kan het object ef boerts al dan niet door de determinant enn gemarkeerd worden (voor de precieze regels, zie § 90.7). Bij de nominalisatie in b. wordt het object ef boerts met het voorz. enn aan het genominaliseerde werkw. verbonden. In c. is vlemótos geen nominalisatie, maar een "echt" subst. Dit kan niet gevolgd worden door enn, ook niet als enn een voorz. is. Hiermee wordt het beperkte gebruik van enn in de hoedanigheid van voorz. geïllustreerd. In plaats van c. kan d. gezegd worden, waarin het subst. vlemótos middels het universele voorz. rifo met het potentiële1 object boerts verbonden wordt.2

141.87

Als een subst. met -os van een intrans.werkw. is afgeleid, kan er een agens bij genoemd worden in een voorz.bep. met pai. Dit verschilt niet met trans.werkw.n zoals uitgelegd in § 141.84. Maar een potentieel object is nu onmogelijk. Vergelijk (we gaan uit van niet-gelexicaliseerde subst.n op -os, omdat er anders hoe dan ook geen agens uitgedrukt kan worden):

a. Ef âng laeše. 'De bult zwelt op.'
b. ef ÿlaesos pai ef âng 'het opzwellen van/door de bult'
c. ef laešos pai ef âng 'de opzwelling van/door de bult'
d. ? ef laešos rifo ef âng

In het Nederlands kan eventueel het voorz. van gebruikt worden, maar het Spokaanse equivalent rifo is in c. onmogelijk, omdat een woord als âng nog te veel als potentiële agens bij laeše gevoeld wordt. Bij toenemende lexicalisatie neemt dit "agens-gevoel" zo af, dat het universele rifo gebruikt kan worden, zoals in:

a. Ef šem natriyche. 'De jam beschimmelt.'
b. ef ÿnatriychos pai ef šem 'het beschimmelen van de jam'
c. * ef natriychos pai ef šem 'de schimmel door de jam'
d. ef natriychos rifo ef šem 'de schimmel van/op de jam'

De gelexicaliseerde betekenis van natriychos 'schimmel' (en niet "het beschimmelen") sluit uit dat er een agens bij gedacht kan worden. Daarom is c. ongrammaticaal. Daarentegen is d. correct.

141.88

In d. (§ 141.86) is het gebruik van rifo vanuit een Nederlands perspectief begrijpelijk, omdat het Nederlands hier van gebruikt, en rifo nu eenmaal prototypisch met 'van' wordt vertaald. Vergelijk nu:

a. Ef menester wôlpie [enn] ef tastânts.
'De minister grijpt bij deze misstanden in.'
b. ef ÿwôlpios enn ef tastânts 'het ingrijpen bij de misstanden'
c. * ef wôlpios enn ef tastânts
d. ef wôlpios rifo ef tastânts 'de ingreep bij de misstanden'
e. ef wôlpios pai ef menester 'de ingreep van/door de minister'

Omdat wôlpie evenals vlemóte in § 141.86 een transitief werkw. is, gedraagt de nominale afleiding wôlpios zich analoog aan vlemótos, ofwel: het voorz. rifo geeft een verwijzing naar het object, en het voorz. pai naar het subject. Het gebruik van rifo en pai komt bij vlemóte overeen met van en door bij slachten. Maar bij wôlpie komt het gebruik van rifo en pai niet overeen met de voorz.s die bij ingreep horen. Dit komt omdat ingrijpen een intrans. prep.werkw. is, terwijl wôlpie gewoon trans. is.

141.89   ad § 141.1   M. ÿr in plaats van (trans)locationeel voorz. + betr.vnw.

Als voorz.s van plaats (Blok 140.6) optreden in een voorz.bep. met een betr.vnw. als fundament, kan in de spreektaal de gehele bepaling vervangen worden door het betr.vnw. ÿr 'waar', zoals in:

(1) a. Gress minketecû éfti ki ef garage-sÿrt, kaf té gress ef oto garage.
b. £ Gress minketecû éfti ki ef garage-sÿrt, ÿr gress ef oto garage.
'Ik kan de parkeerplaats niet meer vinden waar ik de auto geparkeerd heb.'

(2) a. Ef kelbra lelperre ki eft kija fselk, fes té ef la'ymôr riyn melde.
b. £ Ef kelbra lelperre ki eft kija fselk, ÿr ef la'ymôr riyn melde.
'De tafel heeft een geheime la, waar[in] de kostbare ring ligt.'

(3) a. Ef lâgals melde kormondôtas fes ef drûft, zjoba mit gress hitse
beri slape kolofâtas.

b. £ Ef lâgals melde kormondôtas fes ef drûft, ÿr gress hitse beri
slape kolofâtas.
1
'De dekens waaronder ik 's winters pleeg te slapen liggen 's zomers
in de zolderkast.'

Omdat de vervanging door ÿr in de b-zinnen tot gevolg heeft dat alle semantische informatie uit het voorz. verloren gaat (behalve de informatie dat we met een plaatsbepaling te doen hebben), is het gebruik van ÿr alleen acceptabel als de verloren gegane informatie minimaal of voorspelbaar is. Dit betekent in de praktijk dat alleen die voorz.s door ÿr vervangen kunnen worden, die prototypisch (ofwel ongemarkeerd) zijn in de genoemde context. Daar men normaliter een auto op een park erterrein parkeert (en niet eronder of ernaast), zal alleen het voorz. kaf door ÿr vervangen kunnen worden. Daar men normaliter iets in een la stopt, zal ÿr in (2b) begrepen worden als de vervanger van fes. Daar men normaliter een deken gebruikt om onder te slapen, zal ÿr in (3b) begrepen worden als de vervanger van zjoba.

141.90

Zodra er aan een antecedent gerefereerd wordt met een minder prototypisch voorz., zal vervanging door ÿr achterwege blijven, omdat dan immers de informatie uit dit voorz. verloren gaat. Vergelijk (1) met:

(4) Gress minketecû éfti ki ef garage-sÿrt, kusamat té gress ef oto
garage.

'Ik kan de parkeerplaats niet meer vinden waarnaast ik de auto geparkeerd
heb.'

De gemarkeerde informatie dat ik de auto naast, en niet gewoon op de parkeerplaats heb geparkeerd, dient behouden te blijven, en daarom kan kusamat té niet vervangen worden door ÿr.

141.91

In één geval kan ook een voorz.bep. die een richting uitdrukt door ÿr vervangen worden. Echter, in dit geval blijft het voorz. gehandhaafd. Het gaat altijd om het universele voorz. helkara 'naar':

(5) a. Gress nert tiffe ki ef meraters, helkara mit do farte.
b. £ Gress nert tiffe ki ef meraters, ÿr do farte helkara.
c. £ Gress nert tiffe ki ef meraters, ÿr helkara do farte.
'Ik ken de mannen niet, naar wie hij toe loopt.'

(6) a. Blul quglelije eft blof-stovy ber Fonistâ, helkara té pordel cradef
keltes mip ef surront vende.

b. £ Blul quglelije eft blof-stovy ber Fonistâ, ÿr pordel cradef keltes
mip ef surront vende helkara.

c. £ Blul quglelije eft blof-stovy ber Fonistâ, ÿr helkara pordel cradef
keltes mip ef surront vende.

'Er wordt een paardenmarkt in Fonistâ gehouden, waar bijna alle boeren
uit de omgeving heen gaan.'

De b-varianten zijn voornamelijk spreektaal op Berref. In de rest van Spokanië wordt de voorkeur aan de c-varianten gegeven, omdat de b-varianten hier als archaisch gevoeld worden.

141.92

Men zou verwachten dat de constructies met ÿr zich gemakkelijk kunnen uitbreiden tot andere voorz.s, omdat het voorz. immers gehandhaafd blijft, en daardoor de semantische informatie ervan niet verloren gaat. Vergelijk:

a. Stus enn ki eft brômqu roite, fesducupp té ef blofs zylûs.
b. ¢£ Stus enn ki eft brômqu roite, ÿr ef blofs zylûs fesducupp.
c. ¢£ Stus enn ki eft brômqu roite, ÿr fesducupp ef blofs zylûs.
'Men heeft een lint gespannen, waar de paarden dwars doorheen moeten rennen.'

Varianten b. en c. verschaffen dezelfde informatie als a., maar toch komen zij in het Spokaans niet voor.1

141.93

Er zijn gevallen waarin de relatie tussen antecedent en betr.vnw. zo vaag is dat zelfs in de schrijftaal ÿr acceptabel is, bijvoorbeeld:

ef garrent, ÿr ef trenos ufire henn ur ðô
'het station waar de treinen af en aan rijden'
(de relatie met het station kan een plaats zijn ("waarin"), een doel ("waarheen"),
een bron ("waarvandaan"), een zijdelingse betrokkenheid ("waarlangs") enz.)

Aftel tu prabarecû ki ef wós, ÿr ef mimpit zirde?
'Kun je me de plek wijzen waar het boek ligt?'
(de vraagsteller kent die plek niet, en daarom is het evenmin duidelijk of met
wós een kast ("in"), een tafel ("op"), een vaas ("naast") enz. bedoeld wordt)

141.94

Vergelijk ook het volgende:

a. Ef grâtyliys melde kusamass, kaf té ef pica melde fyg.
b. £ Ef grâtyliys melde kusamass, ÿr ef pica melde fyg.
'De takkenbossen liggen daar waar het ijs dun is.'

a. Do hitse beri feldre kusamiss, kaf té ef kôbo nÿle fit trojo fesdu.
b. £ Do hitse beri feldre kusamiss, ÿr ef kôbo nÿle fit trojo fesdu.
'Hij zit altijd hier waar de zon zo fijn naar binnen schijnt.'

Achter kusamass en kusamiss volgt in meer officiële taal de locationele voorz.bep. kaf té 'waarop', waarbij de betekenis van kaf zeer vaag is geworden (het antecendent van is kusamass/kusamiss). In de spreektaal komen we ook het betr.vnw. ÿr zonder voorz. tegen.

141.95   ad § 141.1   N. Pers.vnw.n 1e en 2e niveau

De twee niveaus van pers.vnw.n zijn uitgelegd in § 70.49-67. Een aantal voorz.s kan alleen gecombineerd worden met pers.vnw.n 1e niveau, en een aantal alleen met die van het 2e niveau. Op twee na, behoren al deze voorz.s tot de categorie van BETREKKING (Blok 140.10). Het gaat om de volgende voorz.s:

Eerste niveau
Blok 140.10: fošiy 'op gezag van'
léns 'blijkens'
lestôk 'onder leiding van'

Tweede niveau
Blok 140.7: loiniy 'in de richting van'
Blok 140.8: ðônosfortiy 'gelijktijdig met'
Blok 140.10: miyr 'dankzij; om'
moôs 'in het bijzijn van; ten overstaan van'
piti 'tegen; tot; aan'
quiquiy 'ter ere van'
tsazi 'naar aanleiding van'
tu 'op aandrang van; krachtens'
tvokatiy 'uitgezonderd; met uitzondering van'

141.96

Bij alle andere voorz.s mag zowel het 1e als het 2e niveau gekozen worden.
Vergelijk:

a. Eeriys melde eft flifados hânc, tur ef belt-tupplip lestôk do/*zirrel
meldo jazy eft tildâ eûrts.

'Eeriys is een aardige kerel, maar het uitstapje onder leiding van hem
was werkelijk oervervelend.'
b. ... tur ef belt-tupplip quiquiy zirrel/*do meldo jazy eft tildâ eûrts.
'... maar het uitstapje ter ere van hem was werkelijk oervervelend.'
c. ... tur ef belt-tupplip ðÿm do/zirrel meldo jazy eft tildâ eûrts.
'... maar het uitstapje zonder hem was werkelijk oervervelend.'

141.97

Het voorz. piti 'tegen; tot; aan' krijgt bijna altijd een pers.vnw. 2e niveau; alleen in de spreektaal worden ook pers.vnw.n 1e niveau gebruikt. Vergelijk:

Petriy siytinte piti tsil. = £ Petriy siytinte piti gress.
'Petriy moppert tegen mij.'
Gress linne pipar piti zirrel. = £ Gress linne pipar piti do.
'Ik vraag alles aan hem.'

Uitzondering: in de volgende uitdrukking staat er achter piti altijd een pers.vnw. 1e niveau:

Ef falétt monslenpe ne'âma piti kirro, den prate.
de beslissing gunt slechts aan ons, dat [we] vertrekken
'Er blijft niet veel anders over dan dat we vertrekken.'
Ef falétt monslenpe ne'âma piti gress, den quÿe.
'Er blijft voor mij niet veel anders over dan te wachten.'

Deze uitdrukking bevat onmiddellijk na het pers.vnw. een den-bijzin waarin het subject corefereert met dit pers.vnw. Daarom is dit subject gedeleerd. Maar het voorafgaande pers.vnw. (= fundament van piti-bepaling) wordt vanwege de voorspelbare coreferentie kennelijk al zo sterk als subject gevoeld, dat een pers.vnw. 1e niveau hier op zijn plaats is (die van het 2e niveau kunnen nooit als subject optreden). Zie ook § 70.55.

141.98

Op Tigof en Lomky, waar pers.vnw.n achter een voorz. gereduceerd worden uitgesproken (en soms ook zo geschreven, zie § 70.44-47), wordt er nooit een pers.vnw. van het tweede niveau achter een voorz. gebruikt, ook al is dat bij sommige voorz.s in het standaard-Spokaans verplicht, zoals bij quiquiy 'ter ere van' of moôs 'in het bijzijn van' (Blok 140.10). Bijvoorbeeld:

Do vlazze eft fenta quiquiy tsil. =
a. ? Do vlazze eft fenta quiquiy gress. (gress = [gîs])
of b. ? Do vlazze eft fenta quiquiygiys.
'Hij organiseert een feest ter ere van mij.'

Kirro nert zaloaves ef côntrakt moôs hifde. =
a. ? Kirro nert zaloaves ef côntrakt moôs óps. (óps = [ôps])
of b. ? Kirro nert zaloaves ef côntrakt moôsôps.
'Wij willen het contract niet ondertekenen in het bijzijn van hen.'

Omdat de dialectische varianten in a. niet als zodanig herkenbaar zijn (dat blijkt alleen uit de gereduceerde uitspraak van gress en óps), en een critische lezer misschien mocht denken dat in deze constructies abusievelijk een pers.vnw. 1e niveau gebruikt is, wordt de voorkeur aan variant b. gegeven, waar de gereduceerde vorm, en dus het dialectische aspect, ook in de schrijftaal tot uitdrukking komt.

141.99

In sommige voorz.bep.n speelt het een rol of het fundament als zinskern begrepen kan worden of niet. Zo ja, dan is een pers.vwn. van het 1e niveau verplicht. Dergelijke voorz.bep.n hebben dikwijls het karakter van een nevenschikking, zoals:

Elsa ðônosef gress prate helkara Hirdo.
Elsa samen.met mij vertrekken naar Hirdo
'Elsa vertrekt samen met mij naar Hirdo.'

en niet: * Elsa ðônosef tsil prate helkara Hirdo.

Constructies als Elsa ðônosef gress worden ook als extern meervoudig beschouwd, wat blijkt uit het meervoudige modale suffix:

Elsa ðônosef gress prataves/*pratavy helkara Hirdo.
'Elsa wil samen met mij naar Hirdo vertrekken.'

Zie ook § 121.38-39.

141.100

Voorz.s die altijd een pers.vnw. 2e niveau eisen, kunnen dus niet gebruikt worden als het fundament als zinskern begrepen wordt. Vergelijk de voorbeelden uit de vorige paragraaf met:

Elsa ðônosfortiy *gress/*tsil prate helkara Hirdo.
'Elsa vertrekt gelijktijdig met mij naar Hirdo.'

Het voorz. ðônosfortiy eist het pers.vnw. 2e niveau tsil, maar tegelijkertijd wordt de variant 1e niveau gress verlangd omdat dit fundament deel van de zinskern is. Deze tegenstrijdigheid kan opgeheven worden door de voorz.bep. uit het domein van de zinskern te halen, en (a.) achter het predikaat te plaatsen. Emfase kan uitgedrukt worden door (b.) de voorz.bep. geheel vooraan te plaatsen (linkse dislocatie); vergelijk:

a. Elsa prate ðônosfortiy tsil helkara Hirdo.
'Elsa vertrekt gelijktijdig met mij naar Hirdo.'
b. ðônosfortiy tsil, Elsa prate helkara Hirdo.
'Gelijktijdig met mij vertrekt Elsa naar Hirdo.'

141.101

Ook in frases als ér mip óps 'een van hen'; dur mip tu 'drie van jullie', enz. (§ 141.55) kan alleen maar een pers.vnw. 1e niveau gebruikt worden als de gehele frase als zinskern optreedt:

Ér mip óps/*hift ef mimpit kuntiyre.
'Een van hen heeft het boek gestolen.'

Wel is mogelijk:

Ef mimpit pai ér mip hift kuntiyrelije.
'Het boek is door een van hen gestolen.'

141.102   ad § 141.1   O. Resultatief in voorzetselbepalingen

Voorz.s die een grensoverschrijdende beweging uitdrukken (translocationele voorz.s), eisen een fundament in de resultatief indien dit voorz. tevens gebruikt kan worden om een plaats/beweging (locationeel) uit te drukken. Het gaat om de volgende voorz.s:

blef 'achter' minkÿr 'voorbij; langs'
furt 'voor' mitai 'door'
hiycce 'tot aan' rempe 'vanaf (verticaal)'
hogorit 'boven; over' rifoliy 'vanuit'
kaf 'op' roffottô 'om ... heen; rondom'
kura 'over' rys 'onder'
lango1 'langs' tijâ 'bij ... vandaan'
lurgfes 'midden in' trâk 'weg van'

Het onderscheid tussen locationeel en translocationeel moet in het Nederlands dikwijls met verschillende voorz.s gemaakt worden, of met een extra toevoeging in de trant van heen of langs. In het Spokaans is de aan- of afwezigheid van de resultatief voldoende voor dit onderscheid. Vergelijk de basisvormen in a. met de resultatiefvormen in b.:

(1) a. Do feldre/farte blef ef kul. 'Hij zit/loopt achter de schuur.'
b. Do farte blef ef kulle. 'Hij loopt achter de schuur langs.'

(2) a. Ef vogily zôle hogorit ef vilduls.
'De vogel vliegt boven de bomen rond.'
b. Ef vogily zôle hogorit ef vildulses.
'De vogel vliegt over de bomen heen.'

(3) a. Ef leéja menkerate rempe ef feldariy hiycce ef floôr.
'Het gordijn hangt vanaf de kast tot aan de vloer.'
b. Ef chat jumpetece rempe ef feldariye hiycce ef stuppe.1
'De kat springt van de kast [af] tot aan de drempel.'

141.103

Als een aparte res.-vorm voor het fundament ontbreekt, kan er ambiguïteit met betrekking tot de oppositie locationeel~translocationeel optreden, zoals in:

Ef vogily zôle hogorit ef zillepip.
i. 'De vogel vliegt boven het dak rond.'
ii. 'De vogel vliegt over het dak heen.'

We kunnen aan zillepip niet zien of dit nu de basisvorm of de res.-vorm is.

141.104

Enkele res.-vereisende voorz.s hebben een synoniem zonder resultatief, vergelijk:

fundament in res. fundament in basisvorm
blef blefonn
furt furtonn
kaf kafonn
tukst tukstlef

Bij een mogelijke ambiguïteit kan nu voor het lange synoniem gekozen worden:

a. Tek tasse kaf ef zillepip. 'Tek valt op het dak.'
b. Tek tasse kafonn ef zillepip. 'Tek valt boven op het dak.'

Zin b. heeft alleen een translocationele lezing: Tek bevindt zich ergens boven het dak (bijvoorbeeld op een boomtak), en valt dan omlaag zodat ze op het dak terecht komt. Zin a. heeft theoretisch twee lezingen, maar in de praktijk zal alleen de locationele lezing gelden: Tek loopt over het dak en valt dan.

141.105

Een bijzonder betekenisverschil tussen de aan- en afwezigheid van een resultatief is te vinden bij de volgende idiomatische uitdrukking:

(1) Sulf njebope blef ef gÿppe.1
Sulf vaart [weg] achter de horizonRS
'Sulf gaat heen/sterft.'

(1) is een net eufemisme voor "sterven"; daarentegen is de variant zonder resultatief een ironische, enigszins platte uitdrukking voor "dood zijn":

(2) Sulf njebope[lira] blef ef gÿp.
Sulf is.aan.het.varen achter de horizon
'Sulf is de pijp uit.'

141.106   ad § 141.1   P. Combinatie van twee voorzetsels

Soms kunnen 2 (of meer) voorz.s gecombineerd worden. Dit is vooral het geval met voorz.s van plaats en richting. Maar ook een combinatie van "betrekking" met een andere categorie is goed mogelijk. Zulke combinaties worden (PREPOSITIONELE) SAMENVOEGINGEN genoemd. Bijvoorbeeld:

eft ÿpégen frópjÿ ûqu nurp-ÿkatle
'een middel [wat betreft] tegen hoofdpijn'
Ef oto ufire ðô fesducupp ef krur.
'De auto rijdt op de muur af en er dwars door heen.'
Petriy quÿelira mip kusamat ef sért.1
'Petriy staat buiten naast het huis te wachten.'
Ef polišo ješo fes cradef omittus, tvokatiy âs ef wiktomit.2
'De politie heeft in alle kamers gezocht, met uitzondering van [in] de badkamer.'
Ef chats zirde ra kaf ef kelbra, zarô fes ef feldariy.
'De katten liggen altijd op de tafel, alsmede in de kast.'
Ef romya melde fân fes ef šupa.
'De room is [bestemd] voor in de soep.'

141.107

De samenvoegingen in de vorige paragraaf moeten niet verward worden met de NEVENSCHIKKING van twee voorz.s. Bij nevenschikking worden de twee voorz.s met een voegw. (bijvoorbeeld én) verbonden. Vergelijk:

a. Ef polišo ješo fes én kusamat ef sért.
'De politie heeft in en naast het huis gezocht.'
b. Ef polišo ješo mip kusamat ef sért.
'De politie heeft buiten naast het huis gezocht.'

In a. is sprake van twee locaties: een in het huis, en een naast het huis; in b. is sprake van één locatie, die extra nauwkeurig gespecificeerd wordt: niet alleen buiten het huis, maar bovendien ernaast.

141.108

De volgende constructie is ongrammaticaal:

(1) * Ef oto ufire lagitofot minkÿr ef tolôbâÿ/tolôbâe.
'De auto rijdt onder langs de rotswand.'

want minkÿr vereist een resultatief (zoals tolôbâe) en lagitofot niet. Beide voorz.s zijn dus niet in één voorz.bep. samen te voegen. Een grammaticale variant van (1) zou kunnen zijn:

(2) Ef oto ufire lagitofot ef tolôbâÿ ur minkÿr iyffe.
de auto rijdt onder de rotswand en langs dezeRES

In (2) staan twee nevengeschikte voorz.bep.n waarvan de tweede de resultatieve vorm iyffe draagt.

141.109

In § 140.22 is uitgelegd dat sommige voorz.s een samenstelling van twee andere voorz.s zijn, bijvoorbeeld:

Eft hâpyja-tebbel farte miplango/langomip ef arâbe-barera.
'Er loopt een kudde schapen buiten langs het tuinhek.'
Do farte fesducupp ef mittus.
'Hij loopt dwars door de kamer.'
(d.w.z. aan de ene kant de kamer binnen en er aan de andere kant weer uit)

Het is niet gebruikelijk om twee aparte voorz.s samen te voegen als zo'n samenstelling reeds gebruikelijk is. In plaats van miplango zal dus nooit *mip lango gezegd worden.

141.110

Daarentegen hebben met name sprekers van Berref en Teujan de neiging om alle gecombineerde voorz.paren als een vaste samenstelling te behandelen. Vergelijk (? = dialecten van Berref en Teujan):

Eft peplele melde mip kusamat ef arâbe-barera.
? Eft peplele melde mipkusamat ef arâbe-barera.
'Er staat een rij populieren buiten langs het tuinhek.'

141.111

Samengevoegde of samengestelde voorz.s kunnen niet altijd met de Nederlandse equivalenten van deze voorz.s apart vertaald worden. Omdat het Nederlands zulke samenvoegingen en samenstellingen niet kent, zullen twee naast elkaar geplaatste voorz.s in het Nederlands als een sequentiële gebeurtenis geïnterpreteerd worden, in de zin van: eerst gebeurt er iets met betrekking tot het ene voorz. en daarna iets met betrekking tot het andere voorz. Het tweede voorz. beschrijft dus (een verandering van) een situatie die door het eerste voorz. bewerkstelligd is.
In het Spokaans daarentegen is er geen sprake van een sequentiële gebeurtenis, maar van gelijktijdigheid. Beide voorz.s beschrijven (een verandering van) dezelfde beginsituatie, en de eindsituatie moet gezien worden als het resultaat van de invloed die beide voorz.s samen uitoefenen.
We kunnen dit met het volgende voorbeeld verduidelijken:

(1) Ef chat jumpetece kaf kura ef kelbrae.
de kat springt op over de tafelRS

Er zijn twee simultane gebeurtenissen: (i) de kat springt over de tafel heen, en (ii) de kat springt bovenop de tafel. De aanwezigheid op de tafel is dus feitelijk een soort "tussenlanding" tijdens de totale beweging van het over de tafel heen springen.
Zouden we (1) vertalen met 'De kat springt eerst op en dan over de tafel' dan wordt een sequentie uitgedrukt, in die zin dat de kat eerst bovenop de tafel springt, en er vervolgens overheen. In dat geval moet de kat dus in de tussentijd eerst weer van de tafel af zijn gesprongen!
De enige juiste vertaling van (1) is daarom: 'De kat springt [eerst] op de tafel en er [dan] weer vanaf.' Het totale effect van deze twee sequentiële gebeurtenissen is inderdaad dat de kat uiteindelijk over de tafel heen is gesprongen, maar dit kan in het Nederlands niet uitgedrukt worden.1

141.112   ad § 141.1   Q. Trappen van vergelijking

Sommige voorz.s kunnen in een soort trappen van vergelijking gebruikt worden. Deze worden gevormd met de additieven:

vluf 'meer'
ðârlo 'meest'
oiba 'minder'
tom 'minst'

Bijvoorbeeld:

(1) Lerdu menkerate mip ef miflif. ~ Elsa menkerate vluf mip ef miflif.
'Lerdu hangt uit het raam.' ~ 'Elsa hangt meer uit het raam.'

Merk op dat vluf hier géén bepaling is bij het werkw. menkerate, zoals het in het volgende voorbeeld een bepaling is bij pitte:

(2) Lerdu pitte helkara sener ÿrôm. ~ Elsa pitte vluf helkara sener ÿrôm.
'Lerdu fietst naar zijn werk.' ~ 'Elsa fiets meer naar haar werk.'

In (1) is sprake van een identieke wijze van "hangen" maar een verschillende mate van "uit"; in (2) is sprake van een identieke mate van "naar" maar een verschillende intensiteit van "fietsen".

141.113

Dat vluf in (1) bij het voorz. hoort, en in (2) bij het werkw., blijkt als we de zinnen in de toekomende tijd zetten, zodat het predikaat geheel links komt te staan (zie ook Blok 93.43):

Menkerate Elsa vluf mip ef miflif. 'Elsa zal meer uit het raam hangen.'
Pitte vluf Elsa helkara sener ÿrôm. 'Elsa zal meer naar haar werk fietsen.'

De variant Menkerate vluf Elsa mip ef miflif is eveneens correct, maar betekent iets anders, namelijk 'Elsa zal vaker uit het raam hangen' ("meer hangen" = "vaker hangen"). De variant ? Pitte Elsa vluf helkara sener ÿrôm doet vreemd aan omdat de absolute betekenis van "naar" zich moeilijk in een vergrotende trap laat zetten (vergelijk dit met "doder", dat ook vreemd is omdat "dood" een absolute betekenis heeft).

141.114

Ander voorbeeld:

Do zâre vluf tarô ef garrent dus gress.
'Hij woont dichter bij het station dan ik.'

De toekomende variant * Zâre vluf do tarô ef garrent dus gress is fout omdat vluf hier een gradatie bij "wonen" aangeeft. Omdat "wonen" een absolute betekenis heeft (je woont wel of niet, maar nooit "een beetje") kan vluf geen bepaling bij zâre zijn, en is dus altijd een bepaling bij het voorz. tarô, dus correct is slechts: Zâre do vluf tarô ef garrent dus gress 'Hij zal dichter bij het station wonen dan ik'.
Het gebruik van danen 'dichterbij' (vergr.trap van het additief tarô) als voorz. wordt niet als correct beschouwd, zoals in:

* Do zâre danen ef garrent dus gress.

Wel is mogelijk: Do zâre danen dus gress. 'Hij woont dichterbij dan ik.' Voor dergelijke vergelijkende constructies, zie § 143.$$-$$.

141.115   ad § 141.1   R. Prepositionele werkwoorden

Voorz.bep.n kunnen met een aantal werkwoorden een min of meer hechte eenheid vormen, die semantisch/idiomatisch is bepaald. We hebben hier met zogenoemde prepositionele werkwoorden (prep.werkw.n) te doen. Zie ook § $$, waarin onderscheid is gemaakt tussen perifere voorz.bep.n en inherente voorz.bep.n.
De inherente voorz.bep.n vormen feitelijk een soort derde basiselement bij het werkw. (door Kojen-Pôt ook wel "pseudo-echo") genoemd. In een aantal gevallen komt een dergelijke bepaling inderdaad overeen met een echo, of liever gezegd: de basiszin gedraagt zich alsof er een echo in stond. Dit is onder meer goed te zien aan de positie van additieven, waarbij verwezen wordt naar de Blokken 93.17, 93.30 en 93.43.

141.116

Hieronder volgen - bij wijze van voorbeeld - een dertigtal werkw.n met een inherente voorz.bep., zodat we van prep.werkw.n kunnen spreken.1 Let op het abstracte karakter van deze voorz.bep.n; het is niet te voorspellen welk voorz. er gebruikt moet worden, en de basisbetekenis van dit voorz. is nauwelijks relevant voor een goed begrip van het prep.werkw:

intransitief:
âbonemere fes 'zich abonneren op' quâðe mip 'ontvluchten uit'
axerme kura 'baat vinden bij' qume helkara 'staren naar'
cesse fes 'raden/gissen naar' reéde piti rast 'zich ergeren
chaquinde rifo 'spreken over' aan iemand'
demonstrere fes/mip 'demonstreren reéde fes flaju 'zich ergeren
voor/tegen' aan iets'
fesértobare luft 'heimwee hebben naar' tukstpaine helkara 'besluiten tot'
fesšampâe tygtja 'afwisselen met' ulfte lef 'walgen van'
hanntele kura 'handelen over, vreéðe ump 'slagen voor'
gaan over' zvyge mip 'aftakken van'

reflexief:
prap sôlisitere tukst 'solliciteren naar'

transitief:
akimore tukst 'benoemen tot' jesme kaf 'verdelen/opdelen in'
armtkimore fes 'uitroepen tot' kurakette 'inruilen/omwisse-
blefrupke rast 'lasteren/roddelen tegen helkara/ump len voor/tegen'
kura flaju iemand over iets' qu'errepe lÿ 'afleiden uit'
cônfrontere kaf/sumâ 'confronteren met' šampâe helkara 'veranderen in'
idelelde mip 'ontdoen van' sûpriyse gâšâ 'verrassen op'
traine helkara 'opleiden tot, voor'

semi-transitief:
géšiyðe ump 'zich bezinnen op'

141.117

In (1) staat het pred.add. geheel rechts (rechtse dislocatie), zoals blijkens Blok 93.17 in een toekomende tijd is. In (2) staat het pred.add. vóór de voorz.bep., en wel omdat deze voorz.bep. perifeer is en buiten de basiszin valt, terwijl het pred.add. een element binnen de basiszin is. Voor de duidelijkheid is in (2) tussen {..} aangegeven wat de basiszin is. In (3) tenslotte staat het pred.add. na de voorz.bep., omdat deze bepaling inherent is en zich als een soort echo gedraagt (dus deel is van de basiszin):

(1) Kette Jân ef mimpit ón Elsa cyriy.
'Jân zal het boek met tegenzin aan Elsa geven.'
(2) {Trempe Jân ef mimpit cyriy} fes ef tult.
'Jân zal het boek met tegenzin op de gang lezen.'
(3) Uše Jân ef sectâ-kliqu gâšâ sener bjerr cyriy.
'Jân zal zijn wijnglas met tegenzin voor zijn bier gebruiken.'

In (1) hebben we te maken met het echtrans.werkw. kette ón 'geven aan'; in (3) staat het prep.werkw. uše gâšâ 'gebruiken voor'. Maar in (2) is er géén sprake van een prep.werkw. *trempe fes 'lezen in'. Zie ook § 72.12.

141.118

De voorz.bep.n die bij prep.werkw.n horen komen zo dicht mogelijk bij dit werkw. te staan. Overige voorz.bep.n komen meer in de periferie. Vergelijk:

(1) a. Ôrs sûpriysavy sener fosies gâšâ eft guriatjof dinelo fes ogust.
b. ?? Ôrs sûpriysavy sener fosies fes ogust gâšâ eft guriatjof dinelo.
'Ôrs wil zijn ouders in augustus op/met een heerlijk diner verrassen.'

(2) a. ? Ôrs missavy sener fosies gâšâ ef guriatjof dinelo fes ogust.
b. Ôrs missavy sener fosies fes ogust gâšâ ef guriatjof dinelo.
'Ôrs wil zijn ouders in augustus wegens het heerlijke diner bedanken.'

In (1) is sprake van het prep.werkw. sûpriyse gâšâ 'verrassen op/met', en daarom komt de gâšâ-bepaling onmiddellijk achter het object sener fosies. De tijdsbepaling fes ogust komt dan aan de periferie. Als de inherente gâšâ-bepaling aan de periferie geplaatst wordt, leidt dit tot een zo goed als ongrammaticale constructie, ondanks het feit dat regel 2 (§ 141.131) zegt dat concrete bepalingen vóór abstracte bepalingen staan; zie (1b).
In (2) is de situatie net andersom: de gâšâ-bepaling en de tijdsbepaling zijn beide perifeer, en daarom zegt regel 2 dat de meer concrete tijdsbepaling vóór de meer abstracte gâšâ-bepaling moet staan. Daarom is de grammaticaliteit van (2a) twijfelachtig.1 Zie verder § 141.131-144 voor de onderlinge positie van 2 voorz.bep.n.

141.119

Vergelijk nu:

a. Ef mašeccs quilšote fes ef klâk ur âs ef sti fes ef mindistiy-ruinn.
b. * Ef mašeccs quilšote fes ef mindistiy-ruinn fes ef klâk ur âs ef sti.
'De slachtoffers liggen bedolven onder het puin en de modder in de hotel-ruïne.'

Het predikaat quilšote wordt gevolgd door een inherente fes-bepaling (vet), en een perifere plaatsbepaling (cursief). Het gaat hier om het prep.werkw. quilšote fes X 'bedolven liggen onder X', waarbij X staat voor de materie waaronder iemand/iets ligt. Deze materie kan zich natuurlijk in een bepaalde locatie bevinden (zoals een hotelruïne). In a. bestaat die materie uit twee dingen: (i) puin, en (ii) modder. Beide zijn nevengeschikt in de bepaling {fes ef klâk} UR {fes ef sti}, waarbij het 2e fes vervangen is door het dode voorz. âs (zie § 132.144). Het voorz. fes in de plaatsbepaling kan niet door âs vervangen worden, omdat het hier om een voorz. van een heel andere categorie gaat. Bovendien kan deze plaatsbepaling niet vóór de inherente "materie"-bepaling geplaatst worden, zoals variant b. toont.

141.120

De inherente voorz.bep.n bij prep.werkw.n vinden we dikwijls terug bij subst.n op -os (§ 20.17-18) of -ašo (§ 20.30) die van zulke werkw.n zijn afgeleid. Vergelijk:

prap sôlisitere tukst 'solliciteren naar' >
> ef sôlisitašo tukst eft quista jobiy 'de sollicitatie naar een goede baan'

akimore tukst 'benoemen tot' >
> belt akimoros tukst prest 'haar benoeming tot directeur'

cônfrontere kaf/sumâ 'confronteren met' >
> ef cônfrontašo kaf/sumâ ef enmÿe 'de confrontatie met de vijand'

141.121

Ook subst.n die op improductieve wijze van een werkw. zijn afgeleid, kunnen soms samengaan met een inherente voorz.bep.:

sûpriyse gâšâ 'verrassen op' >
> ef sûpriysa gâšâ eft guriatjof dinelo 'de verrassing op een heerlijk diner'

prap anie lef 'zich vermaken met' >
> ef aniâ lef ef bâlmert 'het vermaak met het balspel'

141.122   ad § 141.1   S. Plaats van voorzetselbepalingen in de zin

In § 93.82-90 is uitgelegd dat voorz.bep.n in principe onmiddellijk voor of onmiddellijk achter de basis1 van een zin staan:

Laja kette ef mimpit ón Ôrs fes ef arâbe.
'Laja geeft in de tuin het boek aan Ôrs.'

Fes ef arâbe Laja ef mimpit kette ón Ôrs.
'In de tuin heeft Laja het boek aan Ôrs gegeven.'

De (vetgedrukte) locatie waar de gebeurtenis plaatsvindt staat normaliter aan het einde van de zin, maar bij emfase of contrast is ook een vooropplaatsing mogelijk (linkse dislocatie). Zie ook § 93.77 en § 93.88-90.

141.123

Een voorz.bep. kan daarentegen onmiddellijk achter het predikaat verschijnen als deze daarmee een idiomatische constructie vormt:

(1) Do sÿrte fes qurubos ef smurf. 'Hij brengt het geld in veiligheid.'
Petriy sen wencate fara zjecer ón sener tubôs.
'Petriy staat borg voor zijn vrouw.' (zie ook § 80.27 voetnoot 9)

Vergelijk (1) met:

a. Do sÿrte ef hurons fes ef vasa. 'Hij zet de bloemen in de vaas.'
b. * Do sÿrte fes ef vasa ef hurons.

a. Petriy iyziy-kette Laja fara belt mariant.
'Petriy wijst Laja als haar echtgenoot terecht.'
b. * Petriy iyziy-kette fara belt mariant Laja.

In de b-zinnen kunnen de vetgedrukte voorz.bep.n niet onmiddellijk achter het predikaat verschijnen, omdat ze daarmee geen idiomatische verbinding vormen.

141.124

Echter, als het object uit niet meer dan een voorn.woord bestaat, gaat het principe van de complexiteit (§ 93.79-81) weer prevaleren en komt de voorz.bep. ondanks de idiomatische band met het predikaat buiten de basis te staan.
Vergelijk § 141.123 (1) met:

Do sÿrte ef fes qurubos. 'Hij brengt het in veiligheid.'
? Do sÿrte fes qurubos ef.

141.125

Voorz.bep.n kunnen optreden als nadere specificatie bij een subst. (of subst.vervangend element), precies zoals additieven dat kunnen. In dat geval staat de voorz.bep. het liefst direct achter het subst. Vergelijk:

a. Ef mindefit skotat melde tirdus. 'De rode zaklantaarn is kapot.'
b. Ef skotat kaf ef kokmit-kelbra melde tirdus.
'De zaklantaarn op de keukentafel is kapot.'

a. Ef miljonarr ÿstrjôfje ef ântikiy rélâft ón ef aptoppat.
'De miljonair schenkt de antieke vaas aan het museum.'
b. Ef miljonarr ÿstrjôfje ef rélâft lÿ ponto-pÿr 16 ón ef aptoppat.
'De miljonair schenkt de vaas uit het begin van de 16e eeuw aan het museum.'

141.126

Let op de ambiguïteit van:

Ef miljonarr lorerde ef Rolls Royce-oto fes ef liftkar gara.
'De miljonair koopt de Rolls Royce in de oude garage.'
= i. de miljonair koopt de Rolls Royce die zich in de oude garage bevindt
of ii. de koop van de Rolls Royce vindt plaats in de oude garage1

Bij lezing i. is de vette voorz.bep. een specificatie bij Rolls Royce; bij lezing ii. is de voorz.bep. een onafhankelijke constituent die de gehele gebeurtenis op een locatie specificeert. Indien Rolls Royce-oto om de een of andere reden niet meer aan het eind van de basiszin staat, zal bij lezing i. de voorz.bep. mee verschuiven, maar bij ii. blijft deze aan de periferie. Vergelijk:

i. Ef miljonarr ef Rolls Royce-oto fes ef liftkar gara lorerde.
'De miljonair heeft de Rolls Royce in de oude garage gekocht.'
(de miljonair heeft de Rolls Royce die zich in de oude garage bevindt gekocht)
ii. Ef miljonarr ef Rolls Royce-oto lorerde fes ef liftkar gara.
'De miljonair heeft de Rolls Royce in de oude garage gekocht.'
(de koop van de Rolls Royce heeft in de oude garage plaats gevonden)

141.127

Voorz.bep.n kunnen deel uitmaken van een subject, object of echo. In (1) is het vette deel het object, en de voorz.bep. fes ef blakker iystenôsta is hier een deel van (zie ook § 124.43):

(1) Tu lardarât quista ki ef ardekirs fes ef blakker iystenôsta, gress mit
lorerde hols.

'Je moet de planten in de witte bakken, die ik gisteren gekocht heb, veel
water geven.' (ik heb de planten gisteren gekocht)

141.128

Dat fes ef blakker iystenôsta samen met ki ef ardekirs als een volconstituent met de functie van object optreedt, en niet een losse voorz.bep. is die buiten het object valt, kan op twee manieren aangetoond worden:

(a) als het obj. in de definitieve tijd door inversie vóór het predikaat komt te staan, verhuist de voorz.bep. mee. Vergelijk (1) met:

Tu ki ef ardekirs fes ef blakker iystenôsta lardare bertert, gress mit
lorerde hols.

'Je hebt de planten in de witte bakken, die ik gisteren gekocht heb, te
veel water geven.' (ik heb de planten gisteren gekocht)

(b) in de passieve variant verhuist de voorz.bep. mee naar de kernpositie. Vergelijk (1) met:

Ef ardekirs fes ki ef blakker iystenôsta lardarelije bertert pai tu,
gress mit lorerde hols.

'Aan de planten in de witte bakken die ik gisteren gekocht heb, wordt door
jou te veel water gegeven.' (ik heb de witte bakken gekocht)

Zou in (1) de voorz.constituent fes ef blakker iystenôsta als apart staande voorz.bep. beschouwd worden, dan gaat het niet om de "planten in de witte bakken", maar om het feit dat "het water geven door jou in de witte bakken gebeurt".

141.129

Vergelijk ook nog de volgende zinnen: in a. hebben de vette elementen een adjectieve relatie, en deze elementen (1a) gaan na passivisering mee naar de positie van de zinskern (2a). In b. hebben de vette elementen een objectieve relatie, zodat zij na passivisering (2b) achter het predikaat verschijnen (zie ook Hoofdstuk 93):

(1) a. Do lâfâstoe ef ferdu lef ef ÿciyn lippiones.
'Hij bekleedt de stoel met de eikehouten poten.'
b. Do lâfâstoe ef ferdu lef ef mindefit manceste.
'Hij bekleedt de stoel met rood fluweel.'

(2) a. Ef ferdu lef ef ÿciyn lippiones lâfâstoelije pai do.
'De stoel met de eikehouten poten wordt door hem bekleed.'
b. Ef ferdu lâfâstoelije lef ef mindefit manceste pai do.1
'De stoel wordt met rood fluweel door hem bekleed.'

In de b-zinnen kan lef vervangen worden door tjâg (vgl. § 141.144); in de a-zinnen kan dit niet.

141.130

Complexe en/of lange structuren staan meestal meer aan de periferie dan eenvoudige en/of korte elementen. Daar een voorz.bep. meestal complexer en langer is dan een voorz.loze bepaling zoals een add., zal dit laatste element meestal tussen de voorz.bep. en de basis in staan:

Laja ef mimpit kette ón Ôrs hols fes ef arâbe.1
en niet: ? Laja ef mimpit kette ón Ôrs fes ef arâbe hols.
'Laja heeft het boek gisteren in de tuin aan Ôrs gegeven.'

141.131   ad § 141.1   T. Onderlinge ordening van voorzetselbepalingen

Er bestaat een "voorkeursordening" met betrekking tot voorz.bep.n, als er meerdere in één zin voorkomen. Als er geen reden is om een van de bepalingen vanwege een contrast- of emfase-werking geheel vooraan of achteraan de zin te plaatsen, dan gelden de volgende voorkeursordeningen:

1 een plaatsbepaling staat vóór een tijdsbepaling
2 een concrete bepaling staat vóór een abstracte bepaling
3 een "bron" staat vóór een "doel" (het principe van de iconiciteit)
4 een voorz.bep. met een kort/simpel fundament staat vóór een voorz.bep. met een complex fundament (het principe van complexiteit)
5 een voorz.bep. met een kort/simpel/algemeen voorz. staat vóór een voorz.bep. met een (lange/ingewikkelde) voorz.uitdr. (het principe van complexiteit)

141.132

De regels 1 t/m 3 kunnen in conflict zijn met 4 en 5, bijvoorbeeld: een plaatsbepaling kan langer zijn dan een tijdsbepaling. In dat geval zegt 1 dat plaats voor tijd moet komen, terwijl 5 zegt dat tijd (kort) voor plaats (lang) moet komen. Welke regel dan de overhand krijgt, hangt van diverse factoren af, zoals emfase of contrast, nieuwe informatie, ritme, stijl, enzovoort.
Merk op dat regels elkaar ook kunnen uitsluiten: als regel 3 (bron voor doel) ter sprake komt, zullen 1 en 2 irrelevant zijn, omdat bron en doel beide een plaatsbepaling, beide een tijdsbepaling, beide concreet of beide abstract zullen zijn. En omgekeerd, als er sprake is van een plaatsbepaling gecombineerd met een tijdsbepaling, zal regel 3 irrelevant zijn.
In de voorbeelden in de volgende paragrafen voldoen de a-zinnen aan de regels voor de voorkeursordening, en zijn daarom semantisch/pragmatisch ongemarkeerd. De b-zinnen zijn gemarkeerd omdat er niet aan de voorkeursordening is voldaan. Deze gemarkeerdheid kan zich manifesteren in een duidelijke uitdrukking van contrast of emfase (aangegeven met KLEINE HOOFDLETTERS), dan wel in een minder soepel of wellicht zelfs incorrect taalgebruik.

141.133

1 plaats voor tijd:
a. Óps mirre fes ef dunjes tuksof dur zurt.
'Ze wandelen tot drie uur in de duinen.'
b. Óps mirre tuksof dur zurt fes ef dunjes.1
'Ze wandelen IN DE DUINEN tot drie uur.'

2 concreet voor abstract:
a. Lariy trempelira fes ef ÿrôme-mittus âfry sener tubôs.
'Volgens zijn vrouw zit Lariy in de werkkamer te lezen.'
b. Lariy trempelira âfry sener tubôs fes ef ÿrôme-mittus.
i. 'Lariy zit volgens zijn vrouw IN DE WERKKAMER te lezen.'
ii. 'Lariy zit VOLGENS ZIJN VROUW in de werkkamer te lezen.'

141.134

Ook in het volgende a-voorbeeld staat concreet voor abstract:

a. Lariy chaquindelira fes ef ÿrôme-mittus rifo sener arfinvelk.
'Lariy zit IN DE WERKKAMER over zijn toekomst te praten.'

Maar nu lijkt deze volgorde gemarkeerd (ofwel: "in de werkkamer" heeft emfase), omdat de rifo-bepaling als inherente voorz.bep. bij chaquinde opgevat wordt. Daarom is de b-variant minder gemarkeerd:

b. Lariy chaquindelira rifo sener arfinvelk fes ef ÿrôme-mittus.
'Lariy zit over zijn toekomst in de werkkamer te praten.'

141.135

In het volgende voorbeeld staan 3 voorz.bep.n, elk met het voorz. fes 'in'. De meest natuurlijke (= minst gemarkeerde) volgorde is hier plaats - tijd - betrekking, want volgens regel 1 gaat plaats voor tijd, en volgens 2 gaat concreet voor abstract (we mogen hier aannemen dat "plaats" en "tijd" concreter zijn dan "betrekking"):

(1) Do trempa fes ef treno fes marše fes ef quiyrda, den ...1
'Hij heeft in de trein in maart in de krant gelezen dat ...'

141.136

De volgende variant klinkt onnatuurlijk, omdat quiyrda vanwege de positie vóór treno voorgesteld wordt als een locatie, en treno dientengevolge als een tekstdrager waarin men kan lezen:

(2) ? Do trempa fes ef quiyrda fes ef treno fes marše, den ...
'Hij heeft in de krant in de trein in maart gelezen dat ...'

141.137

Wil met een van de fes-bepalingen uit § 141.135 (1) extra emfase geven, dan kan deze het beste geheel naar voren gehaald worden, waarbij de volgorde van de overige twee gehandhaafd blijft zoals aangegeven in (1):

(3) a. Fes ef quiyrda do trempa fes ef treno fes marše, den ...
'IN DE KRANT heeft hij in de trein in maart gelezen dat ...'
(en niet in het tijdschrift)
b. Fes ef treno do trempa fes marše fes ef quiyrda, den ...
'IN DE TREIN heeft hij in maart in de krant gelezen dat ...'
(en niet in de bus)
c. Fes marše do trempa fes ef treno fes ef quiyrda, den ...
'IN MAART heeft hij in de trein in de krant gelezen dat ...'
(en niet in april)

141.138

3 bron voor doel:
a. Ef merater tasso rempe ef zillepipe kafonn ef lagitokôbo.
'De man viel vanaf het dak op de parasol.'
b. Ef merater tasso kafonn ef lagitokôbo rempe ef zillepipe.
'De man viel op de parasol VANAF HET DAK.'

Bij de schending van de iconiciteit, zoals in 3 b., is de neiging groot om de tweede voorz.bep. als een "afterthought" door een komma van de matrixzin te scheiden:

b'. Ef merater tasso kafonn ef lagitokôbo, rempe ef zillepipe.
'De man viel op de parasol, [en wel] VANAF HET DAK.'

141.139

4 kort fundament vóór complex fundament (het complexe fundament is
vetgedrukt):

a. Lena pjôlelira lef sener ÿksanera kaf ef mesâ én kojâquliy belt-
bankres kusamat ef torozaÿ
.

'Lena zit met haar buurvrouw op het groene gietijzeren bankje naast de
rozestruik
te praten.'
b. Lena pjôlelira kaf ef mesâ én kojâquliy belt-bankres kusamat ef
torozaÿ
lef sener ÿksanera.

'Lena zit op het groene gietijzeren bankje naast de rozestruik met haar
buurvrouw te praten.'

Het vetgedrukte, complexe fundament bevat zelf ook weer een voorz.bep., namelijk kusamat ef torozaÿ 'naast de rozestruik'. Zin a. loopt soepeler dan b., ondanks het feit dat a. regel 2 (concreet vóór abstract1) schendt.

141.140

Als het verschil in complexiteit minimaal is, kunnen andere ordeningsregels gaan prevaleren, zodat een complex fundament vóór een simpel fundament kan komen te staan:

a. Ef kafbyter inuo helkara belt rempe ef zutter wóse blef ef gerlas-
ÿstôpiy
.

'De overvaller rende naar haar toe, vanaf de donkere plek achter de bushalte.'
b. Ef kafbyter inuo rempe ef zutter wóse blef ef gerlas-ÿstôpiy helkara
belt.

'De overvaller rende vanaf de donkere plek achter de bushalte naar haar toe.'

Voor veel Spokaniërs is b. even correct als a., omdat b. voldoet aan regel 3 (bron voor doel), ondanks het feit dat de voorz.bep. met het complexe fundament vóór de simpele bepaling helkara belt staat.

141.141

Een betrekkelijke bijzin die een fundament als antecedent heeft, komt het liefst direct achter dit fundament. Daar bijzinnen met een betr.vnw. altijd rechts van de matrixzin komen, verdient het de voorkeur om de voorz.bep. waarvan het fundament als antecedent optreedt, zo veel mogelijk naar rechts te plaatsen. Dus a. heeft de voorkeur boven b.:

a. Ef kafbyter inuo helkara ef telebôs rempe ef zutter wóse blef ki ef
gerlas-ÿstôpiy, luft té groft ralpainer ef prefdeff nolare
.

'De overvaller rende naar de telefooncel, vanaf de donkere plek achter
de bushalte waar zijn handlanger de buit had verloren
.'
b. ? Ef kafbyter inuo rempe ef zutter wóse blef ki ef gerlas-ÿstôpiy
helkara ef telebôs, luft té groft ralpainer ef prefdeff nolare.

'De overvaller rende vanaf de donkere plek achter de bushalte waar zijn
handlanger de buit had verloren
naar de telefooncel.'

141.142

5 simpel voorzetsel voor voorz.uitdr.:
a. Ef huldufit kûrater eft hordâ monumentos riffe krÿmiy ef zecesecÿr
hent-pérsa-zemperiy coðaros kaf gôrfjôc rifo ef Kriyndâ-kordaecÿr
miskân lydos.

'De beroemde kunstenaar heeft een mooi beeld gemaakt ter gelegenheid van
het vijfhonderd jarig bestaan van het dorp in opdracht van het dankbare
bestuur van de Kriyndâ-kerk.'
b. ? Ef huldufit kûrater eft hordâ monumentos riffe kaf gôrfjôc rifo ef
Kriyndâ-kordaecÿr miskân lydos krÿmiy ef zecesecÿr hent-pérsa-
zemperiy coðaros
.
'De beroemde kunstenaar heeft een mooi beeld gemaakt in opdracht van het
dankbare bestuur van de Kriyndâ-kerk ter gelegenheid van het vijfhonderd
jarig bestaan van het dorp.'

Het fundament in de voorz.bep. krÿmiy ef zecesecÿr hent-pérsa-zemperiy coðaros is in complexiteit gelijkwaardig aan het fundament in kaf gôrfjôc rifo ef Kriyndâ-kordaecÿr miskân lydos. Beide voorz.bep.n behoren tot de categorie "betrekkelijk", en zijn daarom even abstract. Verder is er geen sprake van iconiciteit. Het enige criterium waarom zin a. soepeler is dan b., is daarom het feit dat kaf gôrfjôc rifo complexer is dan krÿmiy.

141.143

In het volgende voorbeeld valt "Simpel voor complex" samen met de tendenzen "plaats voor tijd" en "concreet voor abstract":

a. Ef zeces-lûmpa eft hordâ chafost chafoste kaf ef juf furt ef cirre lef
ef monercôer mebartof.

'Het dorpskoor heeft een mooi lied op het marktplein gezongen ter gelegen-
heid van
de verjaardag van de burgemeester.'
b. ?? Ef zeces-lûmpa eft hordâ chafost chafoste furt ef cirre lef ef
monercôer mebartof kaf ef juf.
1
'Het dorpskoor heeft een mooi lied gezongen ter gelegenheid van de ver-
jaardag van de burgemeester op het marktplein.'

141.144

Let op de volgorde van de drie voorz.bep.n in:

Do lâfâstoe ef ferdu lef ef ÿciyn lippiones na eft ântikiy hajimo tjâg ef mindefit manceste .
'Hij bekleedt de stoel met de eiken poten met een antieke hamer met rood fluweel.'

Het vette deel is een nadere bepaling bij "stoel" en staat er daarom logischerwijze direct achter. Het cursieve deel drukt het instrument uit waarmee het "bekleden" plaatsvindt, en het onderstreepte deel drukt het complement van "bekleden" uit.
Daar de vette bepaling onmiddellijk achter "stoel" moet verschijnen, komen de andere twee voorz.bep.n geheel rechts in de zin. Dat het instrument vóór het complement verschijnt, wordt ingegeven door de iconiciteit: eerst moet de hamer gebruikt worden alvorens het fluweel bevestigd is.

141.145   ad § 141.1   U. Uitbreking

Onder UITBREKING verstaan we het verschijnsel dat het fundament van een voorz.bep. geheel vooraan de zin komt te staan, en de lege fundamentsplek in de voorz.bep. opgevuld wordt met een pers.vnw, volgens het schema:

.... {VZ FUNDAMENT} > FUNDAMENT1 .... {VZ PV1}

Deze uitbreking is, in vlotte spreektaal, mogelijk als het fundament vanwege emfase of contrast een prominente positie aan het begin van de zin moet hebben, vergelijk:

a. Noft, gress chaquindo kvâ lef ef kindista.
'Nee, ik heb nooit met de koningin gesproken.'
b. £ Noft ef kindista, gress chaquindo kvâ lef eup.
'Nee, de koningin, daar heb ik nooit mee gesproken.'1

a. Kirro poiraves jazy fes teâk zeces.
'We willen in zo'n dorp wel wonen.'
b. £ Teâk zeces, kirro poiraves jazy fes ef.
'Zo'n dorp, daar willen we wel in wonen.'

141.146

Als een fundament uitgebroken is, wordt het pers.vnw. op de fundamentsplaats altijd gereduceerd uitgesproken (het voorz. krijgt de klemtoon). Eventueel kan dit ook zo geschreven worden (zie ook § 70.44-47):2

b'. £ Noft ef kindista, gress chaquindo kvâ lefûp.
b'. £ Teâk zeces, kirro poiraves jazy fesiyf.

141.147

In principe staat de voorz.bep. van een uitgebroken fundament altijd aan het eind van de zin, maar soms kan die ook vooraan staan, direct na het uitgebroken element. In dat geval is het pers.vnw. op de fundamentspositie beklemtoond, en kan het zwak betoonde ef nooit gebruikt worden. Ef kan wel vervangen worden door bijvoorbeeld mittof of pana, die zonder probleem de klemtoon kunnen krijgen:

a. Noft, lef ef kindista gress chaquindo kvâ.
'Nee, met de koningin heb ik nooit gesproken.'
b. £ Noft ef kindista, lef EUP gress chaquindo kvâ.
'Nee, de koningin, DAARmee heb ik nooit gesproken.'

a. Fes teâk zeces kirro poiraves jazy.
'In zo'n dorp willen we wel wonen.'
b. £ Teâk zeces, fes PANA/*ef kirro poiraves jazy.
'Zo'n dorp, DAARin willen we wel wonen.'

141.148

In een contrastieve constructie, waarin twee tegenpolen genoemd worden, kunnen eventueel twee uitbrekingen voorkomen. Vergelijk:

a. £ Eft buvjerr, gress mirravy kvâ lef ef, tur iftam âs eft hâpyhurt.
'Een bouvier, daar wil ik nooit mee wandelen, maar wel met een herdershond.'
b. £ Eft buvjerr, gress mirravy kvâ lef ef, tur eft hâpyhurt, iftam âs ef.
'Een bouvier, daar wil ik nooit mee wandelen, maar een herdershond, daar
wel mee.'

Merk op dat in beide varianten het dode voorz. âs gebruikt wordt ter vervanging van het eerder genoemde lef.

141.149

In meer formele schrijftaal komen de hierboven besproken uitbrekingen niet voor. Maar zij kennen een variant welke ook in de schrijftaal acceptabel is: hierbij wordt de gehele voorz.bep. vooraan de zin geplaatst, en vervolgens in gepronominaliseerde vorm herhaald. Vergelijk de b-zinnen in § 141.145 met:

b'. Noft lef ef kindista, gress chaquindo kvâ lef eup.
b'. Fes teâk zeces, kirro poiraves jazy fes ef.

141.150

Een typische stijlvorm in meer poëtische schrijftaal bestaat hieruit dat zowel de originele voorz.bep. als de gepronominaliseerde herhaling geheel vooraan geplaatst worden. Dit is feitelijk een variant van de b-zinnen in § 141.147; vergelijk die met:

b'. P Noft lef ef kindista, lef EUP gress chaquindo kvâ.
b'. P Fes teâk zeces, fes PANA kirro poiraves jazy.

Zulke constructies herinneren aan die waarin op twee verschillende manieren aan één en dezelfde entiteit wordt gerefereerd, door middel van een elliptische nevenschikking, zoals in:

Mas, wetestof tuffese ef monercô ef kleter lorerde-sentrym.1
'Morgen, woensdag zal de burgemeester het nieuwe winkelcentrum openen.'
Fes teâk liftkar oto, fes teâk arfjetiyn gress nert ufiravy.
'In zo'n oude auto, in zo'n wrak wil ik niet rijden.'

Zie ook § $$.

NOTEN NOTEN NOTEN

      Noot 1 [1]Het paar kelârfes ~ rysfes verdient speciale aandacht: de basis van kelârfes is het statische voorz. fes, dat nader gespecificeerd is met het subst. kelâr 'kelder'. Het geheel (lett. "kelder-in") heeft een overdrachtelijke betekenis gekregen. Daarentegen is de basis van de dynamische tegenhanger rysfes het dynamische voorz. rys, dat nader gespecificeerd is door het statische fes. De ondergeschikte positie die fes hier ten opzichte van rys inneemt zorgt ervoor dat de statische eigenschap ervan geëlimineerd wordt, zodat fes hier neutraal geworden is ten opzichte van de oppositie statisch ~ dynamisch. Zie ook § 141.22-27 waarin uitgelegd wordt hoe deze oppositie geneutraliseerd wordt als een voorz. optreedt in een abstracte of geïdiomatiseerde context.

      Noot 1 [2]Vergelijk:

Ef bidale-knurfel vende ryses ânt/fesdu lango ef krur.
'Het regenwater stroomt binnen langs de muur naar beneden.'

Hier gaat het om de dynamische voorz.bep. lango ef krur 'langs de muur', aangevuld met het plaatsbepalende add.III ânt = fesdu 'binnen' (=bijwoord). Ânt/fesdu refereert hier dus aan een locatie in huis (bijv. de kamer), in tegenstelling tot buiten het huis. De voorz.bep. langofes ef krur refereert aan een locatie binnen in de muur (dus de muur moet hol zijn, wat bij een spouwmuur het geval is).
Merk verder op dat het add.III ânt 'binnen' niet gespecificeerd is voor de oppositie statisch ~ dynamisch, terwijl het voorz. ânt (Blok 140.6) alleen in een dynamische context gebruikt kan worden (in het statische geval wordt fes gebruikt). Evenzo is het synonieme add.III fesdu niet gespecificeerd voor een grensoverschrijdende richting, terwijl het voorz. fesdu 'naar binnen' (Blok 140.7) dat wel is.

      Noot 1 [3]Let op dat fes kusamat ef hónto-krur een voorz.bep. is waarbij het fundament ef hónto-krur gespecificeerd wordt door de voorz.combinatie fes kusamat 'in+langs'. Vergelijk dit met:

(i) Grelfel én somôn slôf-qundrés menkerate ânt/fesdu kusamat ef
kirenor krur.
*
'Er hangen dikke, kleverige spinnewebben binnen, langs de afgebladderde muur.'

In (i) is sprake van de voorz.bep. kusamat ef krur 'langs de muur', terwijl er een nadere specificatie in de vorm van het add.III ânt (of synoniem fesdu) 'binnen' toegevoegd is (de spinnewebben hangen binnen, niet buiten). Voor ânt en fesdu, zie ook voetnoot 22 $$. Omdat ânt in de hoedanigheid van voorz. altijd een dynamische lezing heeft, en fesdu in de hoedanigheid van voorz. altijd een grensoverschrijdende beweging uitdrukt, kunnen ânt en fesdu in (i) nooit als voorz. begrepen worden, want het werkw. menkerate is noch dynamisch noch grensoverschrijdend.

* Citaat uit de roman Perocallas ('Onderling', 1976) van Nyna Sgyt-Marrée.

      Noot 1 [4]Voorz.s die een resultatief eisen zijn gemarkeerd met (. Als er in de kolom "locationeel" twee voorz.s staan, gescheiden door een schuine streep, betekent dit dat het eerste voorz. statisch is, en het tweede dynamisch.

      Noot 1 [5]De betekenis 'van ... tot' kan ook explicieter uitgedrukt worden, bijvoorbeeld:

(i) Ef agréns jumpetece rifonn ef ére ÿrra helkara ef lelpirutt.
'De eekhoorns springen van de ene tak naar de andere.'
(ii) Ef agréns jumpetece rifonn ef ére ÿrra kaf ef lelpirutte.
'De eekhoorns springen van de ene tak op de andere.'

Let op de res.-vorm lelpirutte in (ii), die vereist is omdat kaf een grensoverschrijdende beweging uitdrukt, want het springen gebeurt zodanig dat de eekhoorns eerst niet op die tak zitten en vervolgens wel (helkara in zin (ii) eist nooit een res.vorm).

      Noot 1 [6]Het voorz. helkara 'naar' is per definitie translocationeel (Blok 140.7), en kent geen statisch of dynamisch equivalent.

      Noot 1 [7]De betekenis van de nevenschikking "zwemmen + duiken" is niet zonder meer een optelling van de betekeniscomponenten van "zwemmen" en die van "duiken", want de component GRENSOVERSCHRIJDEND die bij "duiken" hoort, komt na de optelling niet terug. Een semantische analyse van nevenschikkingen (en samenstellingen) is te vinden in Oleema-Heferg (1990).

      Noot 1 [8]We laten hier in het midden of de voorz.bep. mip ef sÿrt een bepaling vormt bij kaf ef mirraukérs, dan wel nevengeschikt is aan kaf ef mirraukérs en evenals deze constituent een bepaling vormt bij het predikaat pitte én ollae.
Zie ook § 141.122-130 over de vraag waar een voorz.bep. bij kan horen, en hoe dit te testen is.

      Noot 1 [9]Maar onder meer in een idiomatische uitdrukking als

Nert lappe-tûe kafonn sest tiyn.
niet stap-jij op zo'n ding
'Aan zo'n zaakje moet je niet beginnen.'

wordt - geheel volgens de regels - het translocationele voorz. kafonn gebruikt, en niet het universele voorz. kaf.

      Noot 1 [10]Vergelijk (4) met:

(i) Do bore fesdu ef keša krur. 'Hij boort in de dikke muur.'

In (i) staat het trans.werkw. bore 'boren', gevolgd door een voorz.bep. Het grensoverschrijdende karakter van fesdu moet zo begrepen worden, dat de actie van het "boren" van buiten de muur naar binnen toe plaats vindt, of concreet: de boor wordt al draaiend de muur in gewerkt. Vergelijk ook nog:

(ii) Do bore eft klafas mip ef keša krur.
'Hij boort een gat in de dikke muur.'

In (ii) is sprake van één (onderstreepte) constituent waarin mip ef keša krur een bepaling bij klafas vormt. Zoals reeds in § 140.47 opgemerkt, zegt een Spokaniër dat een gat uit een muur is, en niet erin. Zie ook § 141.55.

      Noot 1 [11]De betekenis 'van ... tot' is ook terug te vinden indien ja gebruikt wordt als voorz. van grensoverschrijdende richting (Blok 140.7).

      Noot 1 [12]Ook onvertaalde/onvertaalbare niet-Spokanische straatnamen krijgen fes:

Kirro zâre fes Dijksterburen 15. 'We wonen op Dijksterburen 15.'
Do pitte fes Herengracht. 'Hij fietst op de Herengracht.'

Let op de ambiguïteit van:

Eft lekk melde fes Herengracht. 'Er ligt een lijk op/in de Herengracht.'

Disambiguering is mogelijk door toevoeging van "water" of "wal":

Eft lekk melde fes ef Herengracht-knurfel.
'Er ligt een lijk in de Herengracht.'
Eft lekk melde kaf ef Herengracht-tént.
'Er ligt een lijk op de Herengracht.' (lett. "op de Herengracht-wal")

Toevoeging van knurfel en tént leidt tot toevoeging van het lidw. ef; zie ook § 50.14-15.

      Noot 1 [13]Een cretarr is de tijdsduur van 1/3600 seconde.

      Noot 1 [14]Het voorz. tuf in de betekenis van 'met een dikte van' wordt voornamelijk in de techniek en door timmerlieden gebruikt. In de gewone spreektaal wordt een omschrijving gebruikt, zie hiervoor § 141.41.

      Noot 1 [15]Gopirus mitarr kan beschouwd worden als een "hoeveelheid van tijd", en daarom is er sprake van een kwantificatie.

      Noot 1 [16]Deze uitdrukking lijkt op een kwantificatie, analoog aan "een emmer zand", hoewel het idiomatische karakter ervan het kwantificerende idee verdoezelt.

      Noot 1 [17]Deze zin kan alleen zo geïnterpreteerd worden dat die kist (aangenomen dat die van hout is), tot poeder is vermalen, dat dit poeder vermengd is met zand, en dat dit mengsel over de weg wordt gestrooid.

      Noot 1 [18]Deze Nederlandse vertaling is wel correct als zand hier opgevat wordt als "soort zand". In het Spokaans moet dat expliciet gezegd worden, zoals in pleko-frenvu "zand-soort". Zie ook § $$.

      Noot 1 [19]Nominaal gebruikte infinitieven worden altijd met een bep.lidw. gemarkeerd; ook in dergelijke kwalitatieve constructies.

      Noot 1 [20]Ook het gebruik van mip 'uit' i.p.v. fes 'in', in combinatie met "gat" kan verklaard worden door aan te nemen dat een "gat" beschouwd wordt als deel van een grotere verzameling; zoals in eft klafas mip ef krur 'een gat in de muur'. Zie ook § 140.47.

      Noot 1 [21]Peoll Uðân (1882-1941) heeft zijn hele leven in het centrum van Hirdo gewoond en genoot voornamelijk bekendheid als vertaler van Engelse en Duitse romans. Van de zes boeken die hij totaal schreef, is alleen Elsa ef ðônt uit 1911 een behoorlijk succes geworden.

      Noot 1 [22]Als de relatieve lira-zin door een zin met een betr.vnw. vervangen wordt, moet er goed op de plaats van de antecedent-markeerder ki gelet worden. Vergelijk:

a. Gress ki ef šergecÿr ké koldre fesdu ef todirtÿlot, Tek té flectaro. =
b. = Gress ki ef ké rifo ef šerg koldre fesdu ef todirtÿlot, Tek té flectaro.
'Ik heb de sleutel van het hangslot, die Tek heeft verbogen, in de vuilnisbak
gegooid.'
(Tek heeft de sleutel verbogen, en die heb ik weggegooid)

c. Gress ef ké rifo ki ef šerg koldre fesdu ef todirtÿlot, Tek té flectaro.
'Ik heb de sleutel van het hangslot, dat Tek heeft verbogen, in de vuilnisbak
gegooid.'
(Tek heeft het hangslot verbogen, en de sleutel ervan heb ik weggegooid)

d. * Gress ef šergecÿr ki koldre fesdu ef todirtÿlot, Tek té flectaro.

In a. markeert ki de gehele onderstreepte gen.-constituent. Omdat het hoofd van deze constituent is, zal dit ook het antecedent van het betr.vnw. zijn. In b. valt de voorz.bep. rifo ef šerg buiten de met ki gemarkeerde constituent (onderstreept); ook nu is het antecedent van . In c. vormt het onderstreepte deel een voorz.bep., waarin het nominale deel door ki gemarkeerd kan worden, om als antecedent bij het betr.vnw. te dienen. De band tussen het voorz. en zijn fundament is zo los dat ki ertussen geschoven kan worden. Daarentegen is de band tussen een gen.bepaling en zijn fundament zo hecht dat ki hier niet tussen geschoven kan worden; zie d.

      Noot 1 [23]Pegrevisch schrijver (1885-1963). Zijn woonhuis in Alerita (Pleko-seert) is nu een museum.

      Noot 1 [24]Vergelijk het bezit-uitdrukkende rifo met de genitief in:

d. Gress sener sourer letra pónze.
'Ik heb mijn zusters brief gekregen.'

Voor sommige Spokaniërs bestaat er een verschil tussen a. en d.: in a. wordt bedoeld dat mijn zuster die brief nu niet meer in haar bezit heeft, maar dat ik hem nu bezit. In d. wordt bedoeld dat mijn zuster die brief nog steeds in haar bezit heeft maar dat ik hem tijdelijk onder mijn hoede heb (na het lezen moet ik de brief weer teruggeven). Dit verschil ligt voor de hand als we aannemen dat een genitief altijd een "ondeelbaar of inherent bezit" uitdrukt, terwijl rifo een veel lossere relatie aangeeft.

      Noot 1 [25]Deze voorz.bep. is bijzonder omdat hij twee nevengeschikte voorz.s bevat. Het betreft hier letterlijk een maaltijd die "tot voorbij de maag = verder dan de maag" gaat.

      Noot 1 [26]Hoewel het Nederlands zo'n bijwoordelijk gebruik van voorz.s in onverzorgde spreektaal wel lijkt toe te staan ("Piet woont boven, Marie achter, en Karel woont naast").

      Noot 1 [27]Als antoniem van ðô kan trâk 'weg van, ervandaan' beschouwd worden. Dit voorz. kent geen additivische functie, dus een zin als *Petriy inue trâk. *'Petriy rent vandaan.' is fout. Wel correct is: Petriy inue tijâ. 'Petriy rent weg.' (maar tijâ 'weg' kan weer niet als voorz. gebruikt worden).

      Noot 1 [28]Een sociaal-economische theorie, ontwikkeld door professor Eeriys Dôrcâ van de Universiteit te Zest.

      Noot 1 [29]De Spokanische televisie zendt een populair quizprogramma uit waarin de spelers een edelsteen kunnen winnen. In dit soort programma's wordt wel verteld wat het beroep van de spelers is, maar hun naam blijft geheim. Op deze manier wordt een wetelijke bepaling omzeild die stelt dat prijswinnaars in een quiz belasting moeten betalen over de prijs de ze winnen.

      Noot 1 [30]Met "potentieel object" wordt bedoeld: een element dat in de onderhavige constructie geen object is (omdat er alleen van "objecten" sprake kan zijn als er ook een werkw. aanwezig is) maar dat als object zou kunnen optreden bij het werkw. waarvan het subst. met -os is afgeleid.

      Noot 1 [31]Zin d. kan vervangen worden door een gen.constructie: ef boertsecÿr vlemótos '(idem)'.

      Noot 1 [32]Vergelijk (3b) met:

(i) £ Ef lâgals melde kormondôtas ki fes ef drûft, ÿr gress hitse beri
slape kolofâtas.

'De dekens liggen 's zomers in de zolderkast, waar ik 's winters pleeg te slapen.'

De determinant ki markeert het antecedent van ÿr, dus ik pleeg in die zolderkast te slapen. Zin (i) is de spreektaalvariant van:

(ii) Ef lâgals melde kormondôtas ki fes ef drûft, fes té gress hitse beri
slape kolofâtas.

'De dekens liggen 's zomers in de zolderkast, waarin ik 's winters pleeg te
slapen.'

In Parô Mesâ-Xeelm & Florez (1981) is een test beschreven waaruit blijkt dat de meeste Spokaniërs zin (3b) interpreteren alsof het zin (i) betrof. Met andere woorden, ÿr in (3b) werd begrepen als de vervanger van fes té, en niet van zjoba mit, ondanks het feit dat de determinant ki in (3b) ontbreekt, wat toch wil zeggen dat de zinskern ef lâgals als antecedent begrepen moet worden, en niet ef drûft. Deze verkeerde interpretatie wordt gevoed door twee dingen: ten eerste staat de bijzin met het betr.vnw. ÿr direct achter ef drûft, zodat dit element gemakkelijker als antecedent begrepen wordt dan het verderaf geplaatste ef lâgals. Ten tweede is fes een minder gemarkeerd (ofwel: universeler) voorz. dan zjoba, zodat het meer voor de hand ligt om ÿr te beschouwen als vervanger van fes, dan als vervanger van zjoba. Maar áls de proefpersoon "fes" als vervanger van ÿr in zijn hoofd heeft, zal hij eerder aan een zolderkast denken dan aan een deken, want de voorz.bep. "in de zolderkast" is meer voor de hand liggend dan de voorz.bep. "in de deken".
De verwarring die er met (i) ontstaat als (3b) gezegd wordt, weerhoudt de meeste sprekers ervan om een zin als (3b) te produceren. Ofwel: zjoba
is zo'n specifiek voorz. vergeleken bij het meer universele fes, dat zjoba liever niet door ÿr vervangen zal worden: ook in de spreektaal zal daarom de voorkeur aan (3a) gegeven worden.

      Noot 1 [33]Volgens Kapiy (1976) komen dergelijke constructies in sommige Prevische dialecten op Brÿr wel voor.

      Noot 1 [34]Van lango bestaan nog 4 samenstellingen, om een grensoverschrijdende beweging gerelateerd aan de windrichting uit te drukken: nutter-lango 'ten noorden langs'; opper-lango 'ten oosten langs'; zutter-lango 'ten zuiden langs'; wefot-lango 'ten westen langs'. Ook deze voorz.s eisen een resultatief, hoewel zij niet locationeel gebruikt kunnen worden. De locationele varianten zijn nutter, opper, zutter en wefot ('ten noorden/oosten/westen/zuiden van'); zie Blok 140.6.

      Noot 1 [35]De bepaling hiycce X definieert een grens die vlak voor X ligt ('tot aan X'). Daarom is de situatie in (i) fysiek onmogelijk, want de kat zou dan vlak boven de vloer moeten blijven zweven. Daarentegen is (ii) heel normaal:

(i) ? Ef chat jumpetece hiycce ef floôrr.
? 'De kat springt tot aan de vloer.'
(ii) Ef chat jumpetece kaf ef floôrr.
'De kat springt [tot] op de vloer.'

      Noot 1 [36]Volgens Blok 140.7 kent blef+res. het synoniem blefonn (zonder res.). Omdat (1) een idiomatische uitdrukking is, kan blef hier niet vervangen worden door blefonn. De zin Sulf njebope blefonn ef gÿp. kan alleen een letterlijke betekenis hebben: 'Sulf vaart [weg] achter de horizon.' (= hij verdwijnt varend achter de horizon).

      Noot 1 [37]Zowel mip als kusamat zijn voorz.s die ef sért bepalen. Vergelijk dit met de synonieme uitdrukking: Petriy quÿelira dalotoje kusamat ef sért. waarin dalotoje een adv.add. (ofwel bijwoord) is, evenals het Nederlandse 'buiten'.
Merk op dat (ii) in tegenstelling tot (i) een vreemde constructie is:

(i) Petriy quÿelira dalotoje kusamat ef ÿc.
(ii) ? Petriy quÿelira mip kusamat ef ÿc.
'Petriy staat buiten naast de eik te wachten.'

In (ii) is sprake van de voorz.bep. mip ef ÿc 'buiten/uit de eik', wat impliceert dat Petriy anders misschien wel in de eik stond te wachten. Zin (ii) is semantisch dus alleen acceptabel als het een dikke holle boom betreft waarin Petriy zich gewoonlijk schuil schijnt te houden.

      Noot 1 [38]Hier is het tweede fes vervangen door het dode voorz. âs. Zie § 132.144-145.

      Noot 1 [39]In feite moet er nog de uitbreiding bij dat de kat aan de ene kant op de tafel springt, en aan de tegenoverliggende kant er weer vanaf. Zou het dier er aan dezelfde kant weer vanaf springen, dan is het uiteindelijke resultaat niet dat hij over de tafel heen is gesprongen, en dat staat wel in de Spokaanse zin.

      Noot 1 [40]Voor een volledig overzicht van prep.werkw.n wordt verwezen naar de goede Spokaanse woordenboeken.

      Noot 1 [41]Tenminste, als de daad van het "verrassen" in augustus moet plaatsvinden. De bepaling fes ogust kan ook begrepen worden als een bepaling bij dinelo; in dat geval is de zin correct.

      Noot 1 [42]De "basis" van een zin wordt gevormd door het predikaat, samen met subject, object en echo. Zie ook Hoofdstuk 90.

      Noot 1 [43]Lezing ii. kan expliciet gemaakt worden door de voorz.bep. geheel vooraan te plaatsen: Fes ef liftkar gara ef miljonarr lorerde ef Rolls Royce-oto.

      Noot 1 [44]Dit voorbeeld kan nog verbeterd worden door rechtse dislocatie toe te passen omdat lef ef mindefit manceste zwaarder ofwel complexer is dan pai do, dus:

Ef ferdu lâfâstoelije pai do lef ef mindefit manceste.
'De stoel wordt door hem met rood fluweel bekleed.'

      Noot 1 [45]In deze zin staat het pred.add. achter de basis van de zin, zoals in § 93.16 beschreven is. Natuurlijk kan hols (als pred.add.) ook onmiddellijk achter het predikaat verschijnen: Laja ef mimpit kette hols ón Ôrs fes ef arâbe.

      Noot 1 [46]Willen we de tijdsbepaling met contrast of emfase uitdrukken, dan kan deze geheel vooraan de zin geplaatst worden:

Tuksof dur zurt óps mirre fes ef dunjes.
'TOT DRIE UUR wandelen ze in de duinen.'

      Noot 1 [47]Het voorz. fes moet hier drie maal herhaald worden, en kan niet de 2e en/of 3e keer door âs vervangen worden, omdat fes hier tot 3 verschillende categorieën behoort. Dit is uitgelegd in § 132.152-156.

      Noot 1 [48]In het algemeen kan gesteld worden dat een plaatsbepaling concreter is dan een bepaling met een voorz. van betrekking.

      Noot 1 [49]Zin b. doet vreemd aan omdat de korte bepaling kaf ef juf gauw begrepen wordt als behorend bij ef monercôer mebartof. Ofwel: "de verjaardag van de burgemeester die zich op het marktplein bevindt". Het is semantische onzin om van een verjaardag te zeggen dat die "zich ergens bevindt". Willen we kaf ef juf een emfatisch of contrastief karakter geven, dan kan deze bepaling het beste vooraan geplaatst worden (linkse dislocatie):

Kaf ef juf ef zeces-lûmpa eft hordâ chafost chafoste furt ef cirre lef ef
monercôer mebartof.

'OP HET MARKTPLEIN (en bijvoorbeeld niet in de hoofdstraat) heeft het dorpskoor
een mooi lied gezongen ter gelegenheid van de verjaardag van de burgemeester.'

      Noot 1 [50]In Nederlandse spreektaal hoort men ook: 'Nee, de koningin heb ik nooit mee gesproken'. Zulke constructies worden niet algemeen geaccepteerd, maar lijken hoe langer hoe meer voor te komen.

      Noot 1 [51]Deze gereduceerde pers.vnw.n gelden alleen op Zuid-Liftka, Tigof en Lomky als correcte spreektaal. In de overige delen van Spokanië worden zulke vormen als minder correct bestempeld, tenzij ze bij de hier besproken uitbrekingen gebruikt worden, dan zijn ze altijd acceptabel.

      Noot 1 [52]Niet te verwarren met zinnen als

Petriy, kost frera, melde kinur. (zie § 132.116)
'Petriy, mijn broer, is ziek.'

waarin het onderstreepte deel een toegevoegde bijstelling is om nader te specificeren wie Petriy is.


<< Inhoudsopgave | Registers >>
<< Hoofdstuk 140 | Hoofdstuk 142 >>