Een complete Nederlands-
talige grammatica van het
Spokaans, geschreven
vanuit een Nederlands
perspectief.

Grammatica van het Spokaans

Home       Inhoud       Registers       Hoofdmenu SPARC       Taalmenu SPARC


<< Hoofdstuk 126 | Hoofdstuk 130 >>

12. Samengestelde zinnen

127. Promotie en degradatie


Opbouw van dit hoofdstuk:
  1. volmaakte promotie
  2. onvolkomen promotie
  3. volmaakte degradatie
  4. onvolkomen degradatie

127.1

In de Spokanistiek wordt met promotie een verschijnsel bedoeld dat in de moderne linguïstiek wel aangeduid wordt met de Engelse term Raising. Hieronder wordt verstaan dat een element in een ondergeschikte bijzin zodanig van positie verandert dat het nu een element in de matrix-zin wordt. Het element wordt als het ware van een ondergeschikt niveau gepromoveerd naar een superieur niveau. We moeten onderscheid maken tussen volmaakte promotie, waarbij het gepromoveerde element geen enkele syntactische band met de ondergeschikte structuur meer heeft, en onvolkomen promotie, waarbij het gepromoveerde element een ambivalent karakter krijgt omdat het zowel op matrix-niveau als op ondergeschikt niveau een syntactische band behoudt.
Het tegengestelde proces van promotie is degradatie: hierbij verschuift een constituent van matrix-niveau naar een ondergeschikt niveau. Ook nu weer kan er onderscheid gemaakt worden tussen volmaakte degradatie en onvolkomen degradatie.
In dit hoofdstuk worden achtereenvolgens behandeld:

  1. volmaakte promotie (vanaf § 127.2)
  2. onvolkomen promotie (vanaf § 127.13)
  3. volmaakte degradatie (vanaf § 127.29)
  4. onvolkomen degradatie (vanaf § 127.33)

127.2   ad § 127.1   a. Volmaakte promotie

Volmaakte promotie vindt dikwijls plaats bij pred.add.n, die uit de bijzin naar de matrix-zin verhuizen. Zowel in de schrijf- als in de spreektaal is dit heel algemeen indien het een performatieve bijzin betreft:

  1. a. Do zjoffe, den do mirre pert. >
    b. > Do zjoffe pert, den do mirre.
    Hij beweert dat hij veel wandelt.

  2. a.  Ef medikiy nert tiffe, âl do frotexecû vita Tek. >
    b.  > Ef medikiy nert tiffe vita, âl do frotexecû Tek.
    De dokter weet niet of hij Tek snel kan opereren.

127.3

Volmaakte promotie zoals geïllustreerd in de vorige paragraaf leidt echter snel tot ambiguïteit omdat dikwijls het pred.add. in semantisch opzicht ook een bepaling bij het matrix-werkw. kan zijn. Vergelijk (1) en (2) uit § 127.2 met:

  1. a'. Do zjoffe, den do mirre riyfain. />
    b'. /> Do zjoffe riyfain, den do mirre.
        i.  Hij beweert dat hij altijd wandelt.
        ii. Hij beweert altijd, dat hij wandelt.

  2. a'. Ef medikiy nert tiffe, âl do frotexecû ÿrmentos Tek. />
    b'. /> Ef medikiy nert tiffe ÿrmentos, âl do frotexecû Tek.
        i.  De dokter weet niet of hij Tek op dit moment kan opereren.
        ii. De dokter weet op dit moment niet of hij Tek kan opereren.

Omdat in (1b') riyfain heel goed een bepaling bij zjoffe kan zijn, en in (2b') ÿrmentos een bepaling bij tiffe kan zijn, zullen de b'-zinnen primair betekenis ii. hebben.

127.4

Bij andere bijzinnen, zoals relatieve, behoort promotie van een pred.add. (of een tijdsbepaling, of een voorz.bepaling) voornamelijk tot de spreektaal. In (3) is het ondergeschikte hols (gisteren) gepromoveerd naar matrix-niveau. Merk op dat hols in (3b) een positie inneemt die niet gebruikelijk is als dit pred.add. een bepaling bij affionnose zou vormen. Op deze wijze wordt ambiguïteit vermeden.

  1. a. Gress nert affionnose ki ef kas, eup té lorerde hols. >
    b. > £ Gress nert affionnose ki ef kas hols, eup té lorerde.
    Ik vind de jas, die ze gisteren gekocht heeft, niet mooi.

Zouden we willen uitdrukken: 'Gisteren vond ik de jas, die ze heeft gekocht, niet mooi' (m.a.w. vandaag, nu ik aan die jas gewend ben, vind ik hem wel mooi), dan liggen de volgende constructies voor de hand: Noot 1

  1. a. Hols gress nert affionnoso ki ef kas, eup té lorerde.
    b. Gress nert affionnoso hols ki ef kas, eup té lorerde.
    c. Gress affionnoso nert hols ki ef kas, eup té lorerde.

Het betekenisverschil tussen (4b) en (4c) wordt uitgelegd in § 151.$$.


Noot 1 Merk op dat in deze drie constructies een definitieve tijd met het suffix -o gebruikt wordt. Afgezien van de positie van hols, is ook dit suffix een indicatie dat hols nu een bepaling bij affionnose vormt, en dus niet "gepromoveerd" is.

127.5

Volmaakte promotie van het ene element is soms een gevolg van onvolkomen promotie van een ander element:

  1. Jân zjoffe, do mirrelira pert. >
  2. > Jân zjoffe pert do mirrelira.
    Jân beweert dat hij veel wandelt.

In b. is do gedeeltelijk gepromoveerd tot ambiject (object bij zjoffe, en tegelijkertijd subject bij mirrelira, zie § 100.89-95 en § 127.13) en daarbij is het pred.add. pert "meegesleept" naar matrix-niveau, zodanig dat dit add. nu een bepaling bij zjoffe vormt.

127.6

Nog een voorbeeld:

  1. Do nert tiffe, Elsa sértarelira mas helkara Gret. >
  2. > Do nert tiffe mas Elsa sértarelira helkara Gret.
    Hij weet niet dat Elsa morgen naar Gret verhuist.

In b. is Elsa gedeeltelijk gepromoveerd tot ambiject (object bij tiffe, en tegelijkertijd subject bij sértarelira) en daarbij is het pred.add. mas "meegesleept" naar matrix-niveau, zodanig dat dit add. nu een bepaling bij tiffe vormt.

127.7

Het Spokaans kent ook promotie van de ontkenningswoorden nert en noi (niet). Vergelijk dit met het Nederlands:

  1. a. Gress miype, den Petriy enn sener tubôs nert/noi gritse. >
    b. > Gress miype nert/noi, den Petriy enn sener tubôs gritse.
    Ik denk dat Petriy zijn vrouw niet vermoord heeft. =
    = Ik denk niet dat Petriy zijn vrouw vermoord heeft.

  2. a. Gress miype, Petriy sener tubôs nert/noi gritselira. >
    b. > Gress miype nert/noi, Petriy sener tubôs gritselira.
    (idem)

Merk op dat nert en noi bij promotie altijd op de reguliere pred.add.-positie direct achter het predikaat verschijnen. Als nert en noi ontkenningen vormen van de zin waarin ze staan (dus niet gepromoveerd zijn), staan ze altijd voor het predikaat (hoewel noi er ook achter mag, zie § 151.$$). Vergelijk (1b) en (2b) met:

  1. c. Gress nert/noi miype, den Petriy enn sener tubôs gritse.
  2. c. Gress nert/noi miype, Petriy sener tubôs gritselira.
    Ik denk niet dat Petriy zijn vrouw vermoord heeft.

De c-zinnen hebben een andere betekenis dan de a- en b-zinnen: in a./b. wordt gezegd dat ik van mening ben dat een bepaald drama niet heeft plaatsgevonden, te parafraseren als: "Het is niet het geval dat Petriy zijn vrouw vermoord heeft". In c. wordt ontkend dat ik van mening ben dat een bepaald drama inderdaad heeft plaatsgevonden, te parafraseren als "Het is wel het geval dat Petriy zijn vrouw vermoord heeft". De c-zinnen zijn dus alleen te gebruiken als ik iets anders doe dan "denken" (bijvoorbeeld "zeker weten", dus een contrastieve lezing) of als ik de toegesprokene wil corrigeren omdat deze abusievelijk van mening was dat ik dacht dat Petriy inderdaad een moord begaan heeft. Zie verder § 151.$$-$$ voor ontkenningen met nert en noi.

127.8

Promotie wordt vermeden als deze niet als zodanig is te herkennen. Let op het betekenisverschil tussen:

  1. Styne Jân iftam, den Mârje enn ef smurf kuntiyre prôchôk.
    Jân zal wel toegeven, dat Mârje het geld waarschijnlijk gestolen heeft.
  2. Styne prôchôk iftam Jân, den Mârje enn ef smurf kuntiyre.
    Jân zal waarschijnlijk wel toegeven dat Mârje het geld gestolen heeft.

In a. is het niet zeker of Mârje het geld gestolen heeft, maar áls ze het heeft gestolen, voorspelt de spreker dat Jân dit zal toegeven. In b. is het zeker dat Mârje het geld gestolen heeft, maar of Jân dit ook zal toegeven is nog maar de vraag.

127.9

Als het add. prôchôk geheel naar voren gehaald wordt (linkse dislocatie, zie § 93.77), dan is dit add. nog steeds een element van de matrix-zin, zodat de betekenis identiek is aan die in b., met dien verstande dat het facet van "waarschijnlijkheid" extra benadrukt wordt. Vergelijk b. hierboven met:

  1. Prôchôk styne Jân iftam, den Mârje enn ef smurf kuntiyre.
    Waarschijnlijk zal Jân wel toegeven dat Mârje het geld gestolen heeft.

Merk op dat de positie van prôchôk in c. geen gevolg is van promotie maar van (linkse) dislocatie, omdat de verschuiving van prôchôk binnen één en dezelfde (bij)zin plaatsvindt.

127.10

De linkse dislocatie van prôchôk in de vorige paragraaf onderscheidt zich van de promotie in d., doordat het element bij promotie buiten het bereik van zowel de matrix-zin als de (performatieve) bijzin valt. Vergelijk c. met:

  1. Prôchôk, styne Jân iftam, den Mârje enn ef smurf kuntiyre.
    Waarschijnlijk, Jân zal wel toegeven dat Mârje het geld gestolen heeft.

In c. omvat de reikwijdte (of "scope") van prôchôk de gehele volzin. De komma (ofwel de pauze bij het spreken) achter prôchôk drukt zo veel uit als: "aan alles wat er nu gezegd gaat worden moet de eigenschap "waarschijnlijkheid" toegekend worden.

127.11

Promotie die tot "buiten" de matrix-zin reikt is ook mogelijk bij niet-samengestelde zinnen. In dat geval is er sprake van een sterke emfase, vergelijk:

  1. Yvonn ur Wârn menkerato net-chentamiy armt ef argerat lelmo gurt.
    Yvonn en Wârn hingen onverwacht aan de deur deze ochtend
    Yvonn en Wârn stonden vanochtend onverwacht op de stoep.
  2. Net-chentamiy, Yvonn ur Wârn menkerato armt ef argerat lelmo gurt.
    Geheel onverwacht stonden Yvonn en Wârn vanochtend op de stoep. Noot 1


Noot 1 De sterke emfase die net-chentamiy door de promotie krijgt, wordt in het Nederlands uitgedrukt door de toevoeging "geheel".

127.12

Constructies waarbij een add. tot "buiten" de zin is gepromoveerd, moeten niet verward worden met constructies die ingeleid worden door een zogenoemd pragmatisch add. Een pragmatisch additief drukt de houding van de spreker uit, die hij aanneemt ten opzichte van de door hem gedane taaluiting, zoals in:

  • Leniy, kirro prate mas.   Afgesproken, we vertrekken morgen.
  • Honesty, ef mikar vasa melde tirdus.   Eerlijk gezegd, de kostbare vaas is kapot.
  • šÿr, gress hatre tu.   Oprecht, ik haat je.

Zulke add.n kunnen nooit binnen een zin verschijnen (en dan een bepaling bij het predikaat vormen):

  • * Kirro prate leniym mas.
  • * Ef mikar vasa melde honesty tirdus.
  • * Gress hatre âšÿr tu. Noot 1


Noot 1 Deze zin is wel correct in de betekenis 'Ik haat je oprecht', maar dan wordt de wijze van "haten" bedoeld, en niet met welk gevoel de spreker de zin uitspreekt.

127.13   ad § 127.1   b. Onvolkomen promotie

Bij "onvolkomen promotie" verhuist een element uit een ondergeschikte bijzin naar de matrix-zin, waarbij dit element zowel met de matrix-zin als met de ondergeschikte zin een syntactische relatie onderhoudt. Onvolkomen promotie is reeds behandeld in § 100.89-95, en we zullen dit proces hier nader beschouwen.
Onvolkomen promotie vindt altijd plaats bij de zinskern in een ondergeschikte -lira-constructie, die na promotie niet alleen als ondergeschikt subject fungeert, maar tevens als matrix-object. Zo'n promotie is dus alleen mogelijk bij transitieve matrix-werkw.n (§ 127.21). Het element met een gemeenschappelijke subject/object-functie wordt ambiject genoemd. Bijvoorbeeld (ambiject is vetgedrukt):

  1. Petriy reppe, Sûmiy probarelira beri sértare. >
  2. > Petriy reppe Sûmiy probarelira beri sértare.
    Petriy zegt dat Sûmiy wil verhuizen.

  1. Óps vraboe pip, óps pónzelira eft hordâ pamel. >
  2. > Óps vraboe pip óps pónzelira eft hordâ pamel.
    Ze vermoeden al dat ze een mooi cadeau krijgen.

127.14

Uit de voorbeelden in de vorige paragraaf kan opgemaakt worden dat onvolkomen promotie feitelijk alleen tot uitdrukking komt in de afwezigheid van de komma tussen matrix-zin en bijzin, wat in gesproken taal wil zeggen dat een pauze tussen beide zinnen ontbreekt. Dat de vette elementen in de b-zinnen noch echt matrix-object, noch echt bijzinssubject zijn, is in § 100.90-91 besproken. Zie verder ook § 100.92-95.

127.15

De syntactische relatie tussen een matrix-zin en een performatieve den-bijzin is zeer vrijblijvend, wat betekent dat zo'n bijzin in allerlei constructies als "echte" zin kan optreden. Daarentegen kan een -lira-constructie met gepromoveerd subject nauwelijks als "echte" zin, onafhankelijk van de matrix-zin, optreden. Een tussenvorm wordt ingenomen door -lira-bijzinnen waarvan het subject niet is gepromoveerd. De mate waarin een performatieve bijzin zelfstandig kan optreden wordt goed geïllustreerd als we een relatieve bijzin toevoegen. Vergelijk:

  1. Petriyi zjoffe, den Mariyj eft karé lorerde, téj melde ralfort jazy grist.
    Petriy beweert dat Mariy, die tegenwoordig behoorlijk grijs is, een boot heeft gekocht.
  2. Petriyi zjoffe, Mariyj eft karé lorerdelira, téi/j melde ralfort jazy grist.
    i.  Petriy, die tegenwoordig behoorlijk grijs is, beweert dat Mariy ...
    ii. Petriy beweert dat Mariy, die tegenwoordig behoorlijk grijs is, ...
  3. Petriyi zjoffe Mariyj eft karé lorerdelira, téi melde ralfort jazy grist.
    Petriy, die tegenwoordig behoorlijk grijs is, beweert dat Mariy een boot heeft gekocht.
  4. Petriyi zjoffe ki Mariyj eft karé lorerdelira, téj melde ralfort jazy grist.
    Petriy beweert dat Mariy, die tegenwoordig behoorlijk grijs is, een boot heeft gekocht.

127.16

In a. is Mariy een "echt" subject in een "echte" bijzin (beginnend met den), zodat in de erop volgende relatieve bijzin hieraan refereert.
In b. vormt de -lira-bijzin zo'n hechte eenheid met de matrix-zin, dat het niet duidelijk is of nu refereert aan het matrix-subject Petriy, dan wel aan het ondergeschikte subject Mariy. Noot 1
Omdat Mariy in c. vanwege de promotie een ambiject is geworden en daarom een deel van zijn subject-eigenschappen heeft verloren, en tevens "opgegaan" is in de matrix-zin, kan alleen nog maar refereren aan het "echte" subject Petriy. Willen we laten refereren aan het gepromoveerde element Mariy, dan moet dit met ki gemarkeerd worden (zoals elke constituent - behalve de kern - met ki gemarkeerd moet worden als het als antecedent bij een betr.vnw. optreedt; zie § 124.5). Dit is in d. hierboven getoond.


Noot 1 In § 90.33-36 is opgemerkt dat een -lira-bijzin het karakter van een object in de matrixzin heeft, waarmee geïllustreerd wordt hoe onzelfstandig zo'n -lira-zin feitelijk is.

127.17

De mate waarin een performatieve bijzin zelfstandig kan optreden wordt eveneens geïllustreerd als we een nevengeschikte bijzin toevoegen die met mittof aan de voorafgaande zin refereert. Vergelijk:

  1. Gress brópiffe den do arfine, tur Elsa wa'ére mittof.
    Ik weet zeker dat hij komt, maar Elsa ontkent dat [= dat hij komt].
  2. Gress brópiffe, do arfinelira, tur Elsa wa'ére mittof.
    i.  Ik weet zeker dat hij komt, maar Elsa ontkent dat [= dat hij komt].
    ii. Ik weet zeker dat hij komt, maar Elsa ontkent dat [= dat ik iets zeker weet].
  3. Gress brópiffe do arfinelira, tur Elsa wa'ére mittof.
    Ik weet zeker dat hij komt, maar Elsa ontkent dat [= dat ik zeker weet dat hij komt].

In a. refereert het pers.vnw mittof aan de ondergeschikte bijzin den do arfine, want dit is de "echte" zin die onmiddellijk aan de tur-zin voorafgaat.
In c. refereert het pers.vnw. mittof aan de gehele voorafgaande constructie, want hierin is vanwege de promotie van do geen sprake meer van een autonoom opererende bijzin.
Zin b. neemt een tussenpositie in: enerzijds kan do arfinelira opgevat worden als een "echte" zin, waaraan mittof dus refereert (dan is de betekenis identiek aan die in a.); anderzijds kan do arfinelira beschouwd worden als een bijstelling met object-karakter, zodat mittof aan gress brópiffe (= de enige "echte" zin) moet refereren. Let op het subtiele (wellicht slechts theoretische) betekenisverschil tussen b.ii. en c.

127.18

Dat een den-constructie het karakter van een "echte" bijzin heeft, terwijl een (al dan niet gepromoveerde) -lira-constructie een eenheid Noot 1 met de matrix-zin vormt, kan ook geïllustreerd worden met de volgende voorbeelden. Zin (1a) kent als elliptische variant (1b):

  1. a. Gress calijanone den Petriy melde pÿr, ur Mariy calijanone den Elsa melde zjut.
        Ik meen dat Petriy gek is, en Mariy meent dat Elsa raar is.
    b. Gress calijanone den Petriy melde pÿr, ur Mariy idem den Elsa melde zjut.
        Ik meen dat Petriy gek is, en Mariy dat Elsa raar is.

In b. is de identieke verbale constituent calijanone in de nevenschikking vervangen door het spoor idem (zie ook § 130.$$).


Noot 1 Tot op zekere hoogte vertonen ook den-bijzinnen een syntactische afhankelijkheid aan de matrixzin. Dit is bijvoorbeeld te zien aan het gebruik van het reflexieve bez.vnw. sener[s]: Petriy reppe, den sener oto tirduse. = Petriy reppe, sener oto tirduselira. (Petriy zegt dat zijn auto kapot is). Normaliter mag zo'n reflexief bez.vnw. nooit in een zinskern staan, en dat geldt ook in een geïsoleerde den-bijzin, zoals bijvoorbeeld een antwoord: Petriy reppe kluft? – Den groft/*sener oto melde tirdus. Zie § 51.12 en § 123.49.

127.19

Let nu op de twijfelachtige grammaticaliteit van een idem-constructie als de ondergeschikte den-constructies uit (1) vervangen worden door lira-varianten:

  1. a. Gress calijanone[,] Petriy meldelira pÿr, ur Mariy calijanone[,] Elsa meldelira zjut. Noot 1
    b. ?? Gress calijanone[,] Petriy meldelira pÿr, ur Mariy idem[,] Elsa meldelira zjut.

Dat (2b) raar is kan als volgt verklaard worden: Petriy meldelira pÿr en Elsa meldelira zjut zijn geen "echte" bijzinnen maar een soort bijstellingen met object-karakter bij calijanone. De elementen meldelira pÿr en meldelira zjut behoren dus tot het predikaat waarin ook calijanone staat. Idem in (2b) zou dus alleen als vervanger (= spoor) kunnen optreden voor het gehele predikaat (= verbale constituent) calijanone meldelira pÿr resp. calijanone meldelira zjut, bijvoorbeeld:

  1. Gress calijanone Petriy meldelira pÿr, ur Mariy idem Elsa.
    Ik meen dat Petriy gek is, en Mariy dat Elsa gek is.

Idem vervangt nu de gehele verbale constituent calijanone meldelira pÿr.


Noot 1 De komma staat tussen rechte haken [ ] om aan te geven dat zijn aanwezigheid optioneel is: bij afwezigheid is er sprake van promotie van Petriy en Elsa.

127.20

Vergelijk de volgende zinnen waarin het subject bij tasso in de resultatief staat:

  1. * Gress tiffe, den dôe tasso.
  2. * Gress tiffe, dôe tassolira.
  3. ? Gress tiffe dôe tassolira.
    Ik weet dat hij doodgevallen is.

Zinnen a. en b. zijn ongrammaticaal omdat een subject nooit een resultatieve vorm mag aannemen (voor een mogelijke uitzondering, zie § 62.9). Zin c. wordt echter door sommigen goedgekeurd omdat do/dôe door promotie een object in de matrix-zin is geworden, en objecten mogen een resultatieve vorm aannemen. De structuur blijft echter onlogisch omdat dôe het object bij tiffe is, en niet bij tasse, dus het resultatieve aspect (het "dood zijn") moet door tiffe geïnitieerd worden, en niet door tasse. Daarom moet c. geparafraseerd worden als: "omdat ik weet dat hij gevallen is, is hij nu dood". Noot 1


Noot 1 Vergelijk ook zin ii. waarin de resultatieve vorm van het gepromoveerde Mariy begrepen kan worden door aan te nemen dat Petriy haar zodanig verraden heeft, dat zij dat met de dood moest bekopen:

  1. Petriy quenna Mariy meldelira eft otóstera.
    Petriy heeft verraden dat Mariy een spionne is.
  2. Petriy quenna Mariye meldolira eft otóstera.
    (idem)

127.21

Als het matrix-werkw. intransitief is, kan de den-bijzin door een -lira-constructie vervangen worden, maar promotie van het ondergeschikte subject is onmogelijk:

  1. Gress rajiyte, den óps arfine mas.
  2. Gress rajiyte, óps arfinelira mas.
  3. * Gress rajiyte óps arfinelira mas. Noot 1
    Ik hoop dat ze morgen komen.


Noot 1 Vergelijk zin c. met: Gress rajiytare óps arfinelira mas (Ik hoop dat ze morgen komen), waarin de transitieve variant rajiytare (hopen op [iets]) gebruikt is. Voor de afleiding rajiyte > rajiytare, zie § 80.20.

127.22

Promotie is evenmin mogelijk bij onpersoonlijke matrix-constructies die met een voorlopig subject beginnen:

  1. Ef melde knôf, den Moffain melde eft ustjâger.
  2. Ef melde knôf, Moffain meldelira eft ustjâger.
  3. * Ef melde knôf Moffain meldelira eft ustjâger.
    Het is bekend dat Moffain een bedrieger is.

In a. en b. is de ondergeschikte bijzin geen object bij ef melde knôf, maar het subject (althans in semantische zin). Vandaar dat de volgende parafrase correct is (zie ook § 125.79): Den Moffain melde eft ustjâger, melde knôf.

127.23

Een subject dat door promotie tevens object-eigenschappen krijgt, staat als ambiject op die positie in de constructie die zowel door een matrix-object als een ondergeschikt subject kan worden ingenomen. Dit betekent dat het ambiject (in tegenstelling tot een "echt" object) niet kan deelnemen aan inversie om een def.tijd uit te drukken, want in dat geval komt het ambiject immers vóór het werkw. te staan, en dat is niet een mogelijke positie voor een ondergeschikt subject. Een toek.tijd kan daarentegen wel met inversie worden uitgedrukt, want nu blijft het ambiject op de gemeenschappelijke object/subject positie. Vergelijk (vetgedrukte element is een ambiject):

  • Do zjoffe flaju. ~ Do zjoffe gress probarelira beri lorerde eft pitter.
    Hij beweert iets. ~ Hij beweert dat ik een fiets wil kopen.
  • Do flaju zjoffe. ~ * Do gress zjoffe probarelira beri lorerde eft pitter.
    Hij heeft iets beweerd. ~ Ø
  • Zjoffe do flaju. ~ Zjoffe do gress probarelira beri lorerde eft pitter.
    Hij zal iets beweren. ~ Hij zal beweren dat ik een fiets wil kopen.

127.24   Nominalisatie en promotie met elkaar vergeleken

Nominalisatie is in Hoofdstuk 126 besproken.
We kunnen ons een glijdende schaal van "echte" bijzin naar volledige nominalisatie voorstellen. Hoe meer het object deel wordt van een nominalisatie, hoe liever het met enn gemarkeerd wil worden. In a. staat een echte bijzin, waarin de aanwezigheid van enn zo goed als ongrammaticaal is (tenzij we er een speciale bedoeling mee hebben). Via b. en c. komen we bij de echte nominalisatie in d. waarin enn aanwezig moet zijn:

  1. Gress zerfe, den do axe Ø/??enn ef vildul.
  2. Gress zerfe, do axelira Ø/?enn ef vildul.
  3. Gress zerfe do axelira Ø/enn ef vildul.
  4. Gress zerfe doex ef laxos *Ø/enn ef vildul.  
    Ik zie dat hij de boom heeft omgehakt.
(den-bijzin)
(-lira-bijzin)
(-lira-constr. met promotie)
(nominalisatie)
 

De vetgedrukte elementen zijn het object bij zerfe.
De overeenkomst tussen c. en d. blijkt uit het feit dat (i) de markeerder enn niet als redundant gevoeld wordt en (ii) het performatieve predikaat axelira/laxos géén tijdssuffix kan dragen.
Dat enn in c. graag gebruikt wordt volgt ook uit de regel dat deze objectmarkeerder verplicht is als het subject gedeleerd is (zoals in nevenschikkingen). In c. lijkt het redelijk om te veronderstellen dat do door de promotie in eerste instantie een object bij zerfe is geworden, en niet meer optreedt als een subject bij axe.
Hoe meer axe (of een afgeleide vorm) zijn "verbaliteit" verliest (op de schaal van a. naar d.) hoe minder groot de pauze tussen matrix-zin en perf.bijzin wordt. In a. is er na zerfe een duidelijke pauze te horen; in d. is een pauze na zerfe geheel afwezig.

127.25

Waar de grens tussen de matrix-zin en de perf.bijzin ligt, is te testen door een "zwaar element" Noot 1 toe te voegen dat functioneert als adverbiale bepaling bij zerfe. Vergelijk:

  1. Gress zerfe furt sener har ef tork clerr šazos, den do axe cradef berkiys.
  2. Gress zerfe furt sener har ef tork clerr šazos, do axelira cradef berkiys.
  3. ?? Gress zerfe do furt sener har ef tork clerr šazos axelira cradef berkiys.
  4. Gress zerfe doex ef laxos enn cradef berkiys furt sener har ef tork clerr šazos.
    Ik zie tot mijn niet geringe verbazing dat hij alle berken omhakt.

In a. en b. is zerfe duidelijk het laatste woord van de matrix-zin, waarachter het zware element geplaatst kan worden. In c. kunnen we twijfelen of het gepromoveerde object do werkelijk het laatste matrix-element is, want het heeft tevens de functie van bijzinssubject, zodat de grens tussen matrix-zin en bijzin hier vervaagt. In d. vormt de genominaliseerde bijzin het echte matrix-object, zodat een zwaar element hierachter verschijnt.


Noot 1 Een "zwaar" of "complex" element" is een adverbiale bepaling die niet onmiddellijk achter het predikaat geplaatst kan worden, maar alleen geheel aan het einde van de zin. Dit verschijnsel is onder de naam "rechtse dislocatie" besproken in § 93.80-87.

127.26   Betekenisverschil tussen nominalisatie en promotie

Vergelijk zin a. met b. en c.:

  1. Jân zerfe, den Mariy trempe eft mimpit. >
    Jân ziet dat Mariy een boek leest.
  2. > Jân zerfe Mariyex ef ÿtrempos enn ef mimpit.
        (lett. "Jân ziet Mariy's gelees van het boek")
  3. > Jân zerfe Mariy trempelira eft mimpit.
        (lett. "Jân ziet Mariy lezende het boek")

Bij de nominalisatie in b. is de gehele den-bijzin zo getransformeerd, dat deze als object bij zerfe fungeert (vette deel). Bij de promotie in c. is de den-bijzin vervangen door een -lira-bijzin, zodanig dat de subjectkern Mariy uit de bijzin tevens fungeert als object (vet) in de matrix-zin.
Er is een subtiel betekenisverschil tussen b. en c.: in b. ligt het accent op een bepaalde situatie die door Jân waargenomen wordt ("Jân ziet de situatie: MARIY LEEST HET BOEK") Noot 1; in c. daarentegen staat de handelende persoon (Mariy) in het middelpunt, zodanig dat Jâns aandacht zich richt op wat Mariy aan het doen is ("Jân ziet Mariy, en Mariy is een boek aan het lezen"). Zin a. is neutraal voor wat betreft deze beide lezingen.


Noot 1 Om uit te drukken dat Jân een bepaalde situatie waarneemt, kunnen we in het Nederlands zeggen: "Jân ziet Mariy het boek lezen". Deze constructie is alleen mogelijk als Jân ook daadwerkelijk Mariy aan het lezen ziet. Vergelijk dit met: "Jân ziet dat Mariy het boek leest", waarmee ook bedoeld kan worden dat Jân een bepaalde situatie waarneemt waaruit hij opmaakt dat Mariy dat boek aan het lezen is. Jân ziet bijvoorbeeld dat het boek niet meer op tafel ligt, waaruit hij concludeert dat Mariy het meegenomen heeft om het te lezen.

127.27

Tweede voorbeeld:

  1. Óps ÿrgyre Lerdu tukst ef, den do axe negenunn ef ÿc. >
    Zij beschuldigen Lerdu ervan, dat hij de eik illegaal omhakt.
  2. > Óps ÿrgyre Lerdu tukst doex ef negenunn laxos enn ef ÿc.
        (lett. "ze beschuldigen Lerdu van zijn illegale omhakken van de eik")
  3. > Óps ÿrgÿre Lerdu tukst do axelira negenunn ef ÿc.
        (lett. "ze beschuldigen Lerdu van hem omhakkende de eik")

Bij de nominalisatie in b. is de gehele den-bijzin zo getransformeerd, dat deze (samen met tukst) als voorz.bepaling bij ÿrgyre fungeert (vette deel). Bij de promotie in c. is de den-bijzin vervangen door een -lira-bijzin, zodanig dat de subjectkern do uit de bijzin tevens fungeert als fundament van de voorz.bepaling tukst do (vet) in de matrix-zin. Merk op dat het spoor ef, dat in a. nodig is om het voorz. tukst een fundament te geven, in b. en c. achterwege blijft.

127.28

Evenals bij de voorbeelden in § 127.26, is er ook nu een semantisch verschil tussen b. en c.: in b. wordt de nadruk gelegd op een situatie waarbij zowel Lerdu, de eik als de handeling van het omhakken betrokken zijn. Lerdu wordt dus feitelijk beschuldigd omdat hij verantwoordelijk geacht wordt voor het ontstaan van deze (als illegaal gekenmerkte) situatie. In c. is het de (illegale) handeling waarop Lerdu aangesproken wordt. Dit verschil in betekenis verklaart waarom de nominalisatie in b. bij voorkeur gebruikt zal worden in de schrijftaal, en dan met name als de illegale handeling geabstraheerd wordt in een juridische context. Variant c. past beter in de spreektaal waarin de illegale handeling op min of meer emotionele basis met Lerdu geassocieerd wordt.

127.29   ad § 127.1   c. Volmaakte degradatie

Volmaakte degradatie kan geïllustreerd worden aan de hand van het volgende voorbeeld:

  1. Tu nert rafanât, den tûgtjek melde preiptjek.
    Je moet er geen doekjes om winden.
  2. Ef rafane, den tûgtjek nert melde preiptjek.
    Er geen doekjes om winden   (gezegde)
    (lett. "vertellen dat eb geen vloed is")

127.30

In (1) staat een taaluiting met het karakter van een gezegde, waarbij tu nert rafanât optreedt als finiete matrix-zin.
In (2) staat de "woordenboekvorm" van dit gezegde, waarbij de infinitief rafane gemarkeerd wordt door het pers.vnw. ef (het). Deze notatiewijze is uiteengezet in § 70.32. Ef rafane is in (2) dus niet te beschouwen als een "echte" basiszin met een subject en een finiet werkw., maar slechts als een als onpersoonlijk gemarkeerde infinitief. De ontkenning nert die in (1) zijn normale positie onmiddellijk voor het finiete (matrix-)predikaat inneemt, kan in (2) op deze positie niet terecht, omdat hier geen sprake is van een finiet predikaat. Nert is dan ook "volmaakt gedegradeerd" naar de ondergeschikte bijzin, waarin zo'n normale positie voor deze ontkenning wel aanwezig is.

127.31

Degradatie van de ontkenning nert is mogelijk als een geverbaliseerd pers.vnw. ontkend wordt:

  • Ef nert gressere, té trempe sest mimpits. >
    (lett. "het is niet ik, die zulke boeken leest")
    > Ef gressere, té nert trempe sest mimpits.
        IK lees zulke boeken niet.

127.32

In constructies met een geverbaliseerd pers.vnw. kunnen pred.add.n soms degraderen. Dit is met name in de spreektaal het geval:

  • Ef doere riyfain, té finne beri wempe kura ef martel cafer. >
    (lett. "het is altijd hij, die begint te zeuren over de koude koffie")
    > £ Ef doere, té finne beri wempe riyfain kura ef martel cafer.
        HIJ is het altijd die begint te zeuren over de koude koffie.

127.33   ad § 127.1   d. Onvolkomen degradatie

Onvolkomen degradatie komt in het moderne Spokaans niet meer voor, maar het verschijnsel speelde tot de 17e eeuw een belangrijke rol in deze taal, en heeft feitelijk aanleiding gegeven tot de onvolkomen promotie zoals die in het moderne Spokaans plaatsvindt. Dit is reeds uitgelegd in § 100.96-98.

127.34

In onverzorgde spreektaal lijkt zich een verschijnsel te kunnen voordoen dat we als "onvolkomen degradatie" kunnen bestempelen. Vergelijk:

  1. Gress zerfe, ef merater fartelira kusama.
    (= Gress zerfe, den ef merater farte kusama.)

    Ik zie dat de man daar loopt.
  2. Gress zerfe ef merater, fartelira kusama.
    (= Gress zerfe ki ef merater, té farte kusama.)

    Ik zie de man, die daar loopt.

Het verschil tussen de performatieve zin in a. en de relatieve bijzin in b. is niet meer dan de plaats van de komma (en dus van de pauze). Als de komma (= pauze) achterwege blijft, dan hebben we te maken met een gepromoveerde constructie:

  1. Gress zerfe ef merater fartelira kusama.   Ik zie de man daar lopen.

In verzorgd taalgebruik zal c. alleen als variant van a. optreden, maar als iemand snel spreekt, en de pauze tussen de verschillende zinnen valt weg, kan c. ook opgevat worden als een variant van b. In dat geval zouden we kunnen zeggen dat er sprake is van onvolkomen degradatie, want het matrix-object ef merater is nu gedegradeerd tot een soort subject in de bijzin.


TOP
<< Hoofdstuk 126 | Hoofdstuk 130 >>

© (2000) Rolandt Tweehuysen, Kimswerd, the Netherlands