|
Opbouw van dit hoofdstuk:
Blok:
|
122.1
Dit hoofdstuk behandelt de semantische onderschikkingen. Dit zijn onderschikkingen die uitgedrukt worden met behulp van een voegwoord dat een "betekenis" heeft (een semantische inhoud). Daarnaast bestaan er ook nog grammaticale onderschikkingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een voegwoord zonder semantische inhoud. Er wordt nu alleen een syntactisch (en pragmatisch) verband gelegd tussen de hoofdzin en de bijzin. Dit wordt behandeld in Hoofdstuk 123.
De semantische onderschikkingen zullen hieronder gewoon "onderschikkingen" genoemd worden. Voor het verschil tussen ONDERschikking en NEVENschikking wordt verwezen naar § 120.1-8.
122.2
Bij onderschikking hebben we te maken met een matrixzin (of hoofdzin) die voorafgegaan of gevolgd wordt door een ondergeschikte bijzin. Zo'n bijzin fungeert feitelijk als een soort adverbiale bepaling bij de matrixzin (zie ook § 120.8). Vergelijk de vetgedrukte elementen:
- Zûfiy ef pónzo kittianer. Toen werd het gezellig.
- Zuf do prato, ef pónzo kittianer. Toen hij vertrok werd het gezellig.
De adverbiale bepaling in a. (in § 40.2 een "pred.add." genoemd) vertoont grote syntactische overeenkomst met de ondergeschikte bijzin in b.
|
Eén van de overeenkomsten is dat een pred.add. zowel als een bijzin die links van de matrixzin staat, zorgt dat het matrix-object met enn gemarkeerd moet worden (zie ook § 90.7):
- Zûfiy do enn ef jymas finne beri kaine.
Toen begon hij de kunstwerken te vernielen.
- Zuf Mariy prato, do enn ef jymas finne beri kaine.
Toen Mariy vertrokken was, begon hij de kunstwerken te vernielen.
|
122.3
Onderschikkingen worden in het Spokaans op twee manieren verwezenlijkt:
- met behulp van een onderschikkend voegwoord (ondersch.voegw.)
- met behulp van een onderschikkende determinant (ondersch.det.)
In tegenstelling tot nevenschikking (zie Hoofdstukken 120 en 121) vindt onderschikking alleen op zinsniveau plaats: als zin Z2 een ondergeschikte relatie tot zin Z1 heeft, dan vormen Z1 en Z2 samen een onderschikkende volzin. Onderschikkende volwoorden of volconstituenten komen niet voor.
De onderschikkende voegwoorden en dito determinanten zijn opgenomen in Blok 122.16, maar eerst zal het principiële verschil tussen een voegwoord en een determinant uitgelegd worden.
122.4
Ondersch.voegw.n staan, zoals te verwachten is, aan het begin van een ondergeschikte bijzin. Deze bijzin kan zowel voor als achter de hoofdzin geplaatst worden. Bij vooropplaatsing van de bijzin kan de hoofdzin eventueel ingeleid worden met het add.III dus (dan). Vergelijk:
- a. Kârle ÿrôme éfti, er sener tubôs melde koffon.
Kârle werkt niet meer, sinds zijn vrouw dood is.
b. Er groft tubôs melde koffon, [dus] Kârle ÿrôme éfti.
Sinds zijn vrouw dood is, werkt Kârle niet meer.
|
Merk op dat het impliciete bez.vnw. sener uit (1a) vervangen moet worden door het expliciete bez.vnw. groft in (1b). Dit omdat een impliciet bez.vnw. alleen mag verschijnen als het antecedent ervoor staat. Zie § 51.10 en § 51.18.
|
122.5
Ondersch.det.n staan altijd onmiddellijk vóór het predikaat in de hoofdzin (zie ook Hoofdstuk 131). In de bijzin wordt het hulpwerkw. (of, indien er geen hulpwerkw. aanwezig is, het hoofdwerkw.) voor de ondergeschiktheid gemarkeerd met een suffix. Dit suffix komt achter de gramm.stam en kan zijn:
-ilóme -ilomije -ilomitâ
| in actieve constructies in object-passieve constructies in echo-passieve constructies
|
De passieve suffixen zijn feitelijk versmeltingen van -ilóme + -lije respectievelijk van -ilóme + -litâ (zie ook § 90.19).
122.6
Bijvoorbeeld (vergelijk (1) in § 122.4):
- Kârle er ÿrôme éfti, sener tubôs meltilóme koffon.
Kârle DET werken niet.meer, zijn vrouw zijn-ONDERSCH dood
Kârle werkt niet meer, sinds zijn vrouw dood is.
Uit (1) en (2) kunnen we concluderen dat er (sinds) als zowel voegwoord als determinant kan optreden. De meeste determinanten hebben echter een andere vorm dan de semantisch equivalente voegwoorden. In een aantal gevallen mist het voegwoord een equivalente determinant, of mist de determinant een equivalent voegwoord (zie Blok 122.16).
122.7
Een -ilóme/-ilomije/-ilomitâ-constructie is niet mogelijk als:
- de bijzin voor de hoofdzin staat;
- er geen syntactische eenheid met een hoofdzin is (zoals in vraag/antwoord-paren);
- de bijzin ondergeschikt is aan een andere bijzin;
- het werkwoord in de bijzin reeds een noodzakelijk suffix draagt, zodat -ilóme etc. niet mogelijk zijn.
122.8 ad § 122.7 a. Bijzin staat vóór de hoofdzin
Vergelijk:
- Kârle er ÿrôme éfti, sener tubôs meltilóme koffon. (= § 122.6 (2))
Kârle werkt niet meer, sinds zijn vrouw dood is.
- a. * Groft tubôs meltilóme koffon, Kârle er ÿrôme éfti.
Variant (2a) is ongrammaticaal, en moet daarom vervangen worden door een voegwoord-constructie als wij de bijzin beslist vooraan willen plaatsen:
- a'. Er groft tubôs melde koffon, [dus] Kârle ÿrôme éfti.
sinds zijn vrouw zijn dood, [dan] Kârle werken niet.meer
122.9 ad § 122.7 b. Bijzin is syntactisch los van hoofdzin
Een losstaande bijzin is goed mogelijk als antwoord op een vraag, bijvoorbeeld:
- V: Tu axe ef vildul mitulanis?
jij omhakken de boom waarom
A: Janof ef blaffe fit pert armâtat.
Omdat hij zo veel licht beneemt.
Een ondersch.det. staat nooit in de bijzin maar altijd in de hoofdzin. Daar in het antwoord hierboven een hoofdzin ontbreekt is er geen plaats voor een determinant, zodat er voor het voegw. janof (omdat) gekozen is.
122.10
Nog een voorbeeld:
- V: Kârle ÿrôme éfti er hojelka?
Kârle werken niet.meer sinds wanneer
A: a. Er groft tubôs melde koffon.
b. * Groft tubôs meltilóme koffon.
Sinds zijn vrouw dood is.
Antwoord b. is ongrammaticaal omdat de -ilóme-constructie geen enkele syntactische relatie heeft met een determinant in een bijbehorende hoofdzin (in de vraag is er hojelka (sinds wanneer) een samengesteld vrag.vnw., geen ondersch.det.!).
122.11 ad § 122.7 c. Bijzin is ondergeschikt aan andere bijzin
Vergelijk:
- Kusami ef merater zâre, té ÿrôme éfti, er sener tubôs melde koffon.
hier de man wonen, die werken niet.meer, sinds zijn vrouw zijn dood
Hier woont de man, die niet meer werkt sinds zijn vrouw dood is.
- * Kusami ef merater zâre, té er ÿrôme éfti, sener tubôs meltilóme koffon.
hier de man wonen, die sinds werken niet.meer, zijn vrouw zijn-ONDERSCH dood
De bijzin sener tubôs melde koffon is ondergeschikt aan de relatieve bijzin té ÿrôme éfti, en daarom is de -ilóme-constructie in (2) ongrammaticaal. Alleen de voegwoord-constructie in (1) is correct.
122.12
Als de bijzin sener tubôs melde koffon geen relatie met de relatieve bijzin zou hebben, maar met de hoofdzin kusami ef merater zâre, dan was een -ilóme-constructie wel mogelijk geweest. Vergelijk (2) met:
- Kusami ef merater er zâre, té ÿrôme éfti, sener tubôs meltilóme koffon.
hier de man DET wonen, die werken niet.meer, zijn vrouw zijn-ONDERSCH dood
Hier woont sinds zijn vrouw dood is de man, die niet meer werkt.
In (3) is de bijzin sener tubôs meltilóme koffon ondergeschikt aan de gehele constructie kusami ef merater er zâre, té ÿrôme éfti.
122.13 ad § 122.7 d. Werkwoord in bijzin draagt verbaal suffix
Een noodzakelijk suffix is bijvoorbeeld -lira in idiomatische gevallen, zoals in:
- Do ÿrôme éfti luft X, er ef prest kettelira trsute éfti.
hij werken niet.meer bij X, sinds de directeur geven-LIRA vertrouwen niet.meer
- * Do er ÿrôme éfti luft X, ef prest kettelira trustilóme éfti.
Hij werkt niet meer bij X, sinds de directeur niet meer te vertrouwen is.
Zin (2) is ongrammaticaal want truste vormt een soort bepaling bij kettelira, en kan niet in aanmerking komen voor het suffix -ilóme. En -ilóme kan evenmin achter kette[lira] geplaatst worden, omdat dit geen gramm.stam is. Er blijft dus niets anders over dan een constructie met een ondersch.voegw. zoals in (1).
122.14
De passieve suffixen -ilomije en -ilomitâ komen alleen in niet-samengestelde predikaten voor, want zodra er een hulpwerkw. aanwezig is, krijgt het hulpwerkw. -ilóme en het hoofdwerkw. -lije of -litâ. Vergelijk:
- Gress nert brâ arfinecû, blul riffilomije ef oto.
Ik kan niet komen, want de auto wordt gerepareerd.
- a. Gress nert brâ arfinecû, blul perkilóme beri riffelije ef oto.
Ik kan niet komen, want de auto moet gerepareerd worden.
122.15
Omdat in een constructie als (2a) dankzij het gebruik van -lije achter het hoofdwerkw. (riffelije) weer een pronominale e beschikbaar is, kan een tijd met een tijdssuffix uitgedrukt worden. Vergelijk (2a) met:
- a'. Gress nert brâ arfina, blul perkilóme beri riffalije ef oto.
Ik ben niet gekomen, want de auto moest gerepareerd worden.
Hieronder staat het Blok met alle onderschikkende voegwoorden en determinanten. Vanaf § 122.17 zullen de in het Blok opgenomen voegwoorden besproken worden.
122.16
| Onderschikkende voegwoorden en determinanten
|
|---|
| relatie | voegwoord | det. | | besproken in/vanaf §
| | GELIJKTIJDIGHEID
| draiy er fara fitabry kymentos/ pejanuf plôji fara tussef zuf
| - er fara fara - plôt âs/zuf zuf
| zodra als sedert; sinds als; wanneer zolang juist als; op het moment dat telkens als; iedere keer als terwijl toen
| 122.17 122.18 122.19
122.19 122.24 122.24
122.21 122.21
| | VOORTIJDIGHEID
| futtof tuksof
| ho ho
| voordat; alvorens; voor totdat; tot
| 122.25 122.25
| | NATIJDIGHEID
| dra mintof
| - vel
| zodra nadat; na; toen
| 122.17 122.27
| | VERGELIJKING
| - faroft fitfara fitus ÿchûg
| lo gôf - - -
| evenals; gelijk alsof zoals dan [dat] naarmate; [al] naar gelang
| 122.29 122.30 122.31 122.32
122.33
| | PLAATS
| ÿr
| tûp
| waar
| 122.34
| | TIJD
| hojelka
| ka
| wanneer
| 122.36
| | OORZAAK/REDEN
| janof lifrostiy ogâ brâ
| ma ma mân[iy] brâ
| doordat; omdat aangezien doordat niet; omdat niet waarom; want
| 122.38 122.38 122.40 122.41
| | WIJZE
| kol
| syniy
| hoe
| 122.43
| | DOEL
| cÿrs -
| fes/fés lest
| opdat opdat niet; uit vrees dat
| 122.45 122.46
| | BEWERING
| na
| -
| zoals
| 122.47
| | GEVOLG
| fittof - lÿtiy
| fes/fés ny -
| zodat; waardoor zo niet dan; anders bijgevolg; ten gevolge waar- van; derhalve
| 122.45 122.48 122.50
| VOORWAARDE POSITIEF
| âme das denerami
| dira das -
| indien; als; mits maar dan; en dan in/voor het geval dat
| 122.51 122.52 122.53
| VOORWAARDE NEGATIEF
| dâsnû nÿn
| dâsnû diyrâ
| maar [dan] niet tenzij; indien niet
| 122.52 122.51
| TOEGEVING POSITIEF
| taufen/os tur/liquist
| ker tur
| hoewel; ofschoon; ondanks dat maar
| 122.55 122.56
| TOEGEVING NEGATIEF
| šâm tûre
| šâm tûre
| zonder dat maar niet
| 122.57 122.56
| TEGENSTELLING POSITIEF
| ûcâs
| hyra
| terwijl; maar
| 122.58
| TEGENSTELLING NEGATIEF
| -
| hiyrâ
| terwijl niet; maar niet
| 122.58
|
Voegwoorden die identiek zijn aan vrag.vnw.n, zijn in dit Blok niet opgenomen (want zij worden behandeld in Hoofdstuk 150), tenzij er een equivalente determinant bestaat, dan worden zij ook hieronder aangestipt.
122.17 <<
Voegwoorden draiy en dra
De voegw.n draiy en dra kennen geen equivalente determinanten. Let op dat draiy een gelijktijdigheid uitdrukt, terwijl dra aangeeft dat de gebeurtenis in de matrixzin na de gebeurtenis in de bijzin plaatsvindt. Draiy kan beschouwd worden als een synoniem van de parafrase nurpel fara (onmiddellijk als); dra is een synoniem van de parafrase nurpel mintof (onmiddellijk nadat). Vergelijk:
- Óps pónze gurnus, draiy óps finne rifo politiycs.
Ze krijgen ruzie, zodra [als] ze over politiek beginnen.
- Draiy ef bidale, Petriy zurre.
Zodra het regent, moppert Petriy.
- Tu tumog ef mimpit tukst gress, dra gress enn ef trempe.
Je mag het boek van me lenen, zodra ik het gelezen heb.
122.18 <<
Voegwoord/determinant er
Er (sedert, sinds) kan als voegwoord en als determinant optreden:
- Eup quardere kirro éfti, er eup mariane. =
= Eup er quardere kirro éfti, eup marianilóme.
Ze bezoekt ons niet meer, sinds ze getrouwd is.
Er is ook als voorzetsel mogelijk:
- er dur zurt vanaf 3 uur
- er hols sinds gisteren
Zie hiervoor verder Blok 140.5.
122.19 <<
Voegwoorden fara en fitabry; determinant fara
Fitabry is een samentrekking van fit (zo) en †habry (lang, uitgerekt). 
Het voegw. fara (als; wanneer) heeft een habituele/duratieve interpretatie: het legt de nadruk op de gelijktijdigheid van twee gebeurtenissen. Het voegw. fitabry (zolang) heeft een actuele/momentane interpretatie: het legt de nadruk op de begrensde periode waarin een gebeurtenis in een actueel geval plaats vindt. 
De det. fara is equivalent aan beide voegwoorden, maar het onderscheid tussen "habitueel/duratief" en "actueel/momentaan" wordt nu uitgedrukt met de modale markeerders ra (duratief) en ek (momentaan), die in de bijzin achter het predikaat toegevoegd worden. De modale det.n ra en ek worden behandeld in § 110.88-99. Vergelijk:
- Gress nert ÿrômecû, fara Hâne pjôle. =
= Gress nert fara ÿrômecû, Hâne pjôlilóme ra.
ik niet DET werken-KAN, Hâne praten-ONDERSCH DUR
Ik kan niet werken, als Hâne praat.
- Gress nert ÿrômecû, fitabry Hâne pjôle. =
= Gress nert fara ÿrômecû, Hâne pjôlilóme ek.
Ik kan niet werken, zolang Hâne praat.
|
De moderne betekenis van habry is 'slangachtig; lang + slap + kronkelig'.
|
|
In Hoofdstuk 110 zijn de termen "habitueel" resp. "actueel" gebruikt, om de aspecten van ra resp. ek te definiëren. In combinatie met ondersch.determinanten komen we ook de termen "duratief" resp. "momentaan" tegen. Uit de voorbeelden die in deze en de volgende paragrafen gegeven worden, zal blijken dat geen van deze 4 definities in alle gevallen adequaat is. Toch zullen we de termen "duratief" en "momentaan" handhaven, ten eerste omdat dit gebruikelijk is, ten tweede omdat meer generaliserende termen niet voorhanden zijn.
|
122.20
In (1) (§ 122.19) staat een algemene uitspraak, waarbij twee gebeurtenissen met elkaar in verband worden gebracht, zonder op de duur hiervan te letten. In (2) wordt het accent gelegd op een concrete situatie (een begrensde periode) waarin Hâne praat, en ik dus niet kan werken. Uit (2) kan geconcludeerd worden dat als Hâne opgehouden is met praten, ik weer aan het werk kan.
122.21 <<
Voegwoorden tussef en zuf; determinanten âs en zuf
Het voegw. tussef (terwijl) heeft een duratieve interpretatie: het legt de nadruk op de gelijktijdigheid van twee gebeurtenissen. Het voegw. zuf (toen) heeft een momentane interpretatie: het legt de nadruk op de begrensde periode waarin een gebeurtenis in een actueel geval plaats vindt.
De det. zuf is equivalent aan beide voegwoorden, maar het onderscheid tussen "duratief" en "momentaan" wordt nu uitgedrukt met de modale markeerders ra (duratief) en ek (momentaan), die in de bijzin achter het predikaat toegevoegd worden. De modale det.n ra en ek worden behandeld in § 110.88-99. De det. âs kan alleen een duratief aspect uitdrukken, en kan dus nooit samengaan met ek. Het is dan een synoniem van zuf, en moet niet verward worden met het dode voorzetsel âs (zie Hoofdstuk 131). Vergelijk:
- Ef bidala, tussef kirro prata. =
= Ef zuf/âs bidala, kirro pratilóme ra.
het DET regenden, wij vertrekken DUR
Het regende, terwijl we weggingen. (het regent nog steeds)
- Ef bidala, zuf kirro prata. =
= Ef zuf bidala, kirro pratilóme ek.
Het regende, toen we weggingen. (nu regent het niet meer)
122.22
In (1) (§ 122.21) wordt een verband gelegd tussen twee gebeurtenissen, zonder te letten op de periode dat zij duren. In (2) wordt uitgedrukt dat er bij het vertrek sprake was van regen, maar dat het nu niet meer regent.
Als de det. zuf gebruikt wordt in combinatie met ek (dus een momentaan aspect, zoals in (2)), is een definitieve tempusvorm in de hoofdzin noodzakelijk (met -a of inversie, zie § 111.39-48).
De det.n ra of ek kunnen eventueel weggelaten worden als het aspect niet relevant is.
122.23
Het voegw. zuf en de det. zuf zorgen dat de deiktische beleving van tijd een preteritum is (de gebeurtenis speelt in het verleden af; zie § 111.5). Ook als de zin in syntactisch opzicht in de neutrale tijd staat (§ 111.2), zal deze als preteritum geïnterpreteerd worden. Het voegw. tussef en de det. âs kunnen bij alle tijdsvormen gebruikt worden. Een neutrale tijd zal daarom in eerste instantie als een presens geïnterpreteerd worden. Vergelijk:
- Do slape, zuf Elsa pjôle piti do. =
= Do zuf slape, Elsa pjôlilóme ek piti do.
Hij sliep, toen Elsa tegen hem praatte.
- Do slape, tussef Elsa pjôle piti do. =
= Do âs slape, Elsa pjôlilóme [ra] piti do.
Hij slaapt, terwijl Elsa tegen hem praat.
122.24 <<
Voegwoorden kymentos en plôji fara; determinant plôt
Kymentos is gevormd van †kyn (gelijk; hetzelfde) en het suffix -mentos (op een ... ogenblik). Het voegw. pejanuf is een synoniem van kymentos.
Plôji is een add.III met de betekenis (steeds weer; telkens). Samen met fara wordt het als één voegwoord beschouwd. De det. plôt is een samentrekking van plôji en fit (zo). Zie ook § 122.62-63.
De voegw.n kymentos en plôji fara geven op emfatische wijze aan dat twee dingen gelijktijdig gebeuren. Bij kymentos/pejanuf gaat het om een eenmalig incident, bij plôji fara (met als synoniem: plôt) is er sprake van een regelmatig terugkerend incident. Vergelijk:
- a. Gress feldre fes ef wik, kymentos/pejanuf ef telefonos rupke.
Ik zit in bad, juist als/op het moment dat de telefoon gaat.
- Gress feldre fes ef wik, plôji fara ef telefonos rupke. =
= Gress plôt feldre fes ef wik, ef telefonos rupkilóme.
Ik zit in bad, telkens als de telefoon gaat.
|
Het suffix -mentos is de gereduceerde vorm van het (tegenwoordig poëtische) substantief momentos (moment; ogenblik), en komt ook voor in woorden als:
|
| op een geschikt ogenblik
| (quista = goed)
|
| op een ogenblik met mooi weer
| (crobben = helder)
| |
enzovoort
|
122.25 <<
Voegwoorden futtof en tuksof; determinant ho
Futtof is een samentrekking van furt (voor) en mittof (die; dat), en tuksof is een samentrekking van tukst (tot) en mittof.
Het voegw. futtof (voor[dat]; alvorens) heeft een duratieve interpretatie: het legt de nadruk het feit dat (het begin van) de ene gebeurtenis vóór (het begin van) een andere gebeurtenis plaatsvond. Het voegw. tuksof (totdat) heeft een momentane interpretatie: het legt de nadruk op het feit dat de periode waarin de ene gebeurtenis plaatsvindt, ophoudt op het moment dat er sprake is van een volgende gebeurtenis.
De det. ho is equivalent aan beide voegwoorden, maar het onderscheid tussen "duratief" en "momentaan" wordt nu uitgedrukt met de modale markeerders ra (duratief) en ek (momentaan), die in de hoofdzin achter het predikaat toegevoegd worden. De modale det.n ra en ek worden behandeld in § 110.88-99. Vergelijk:
- Lerdu vjolamerra, futtof gress arfina fes. =
= Lerdu ho vjolamerra ra, gress arfinilóme fes.
Lerdu was viool aan het spelen, voordat ik binnenkwam.
- Lerdu vjolamerra, tuksof gress arfina fes. =
= Lerdu ho vjolamerra ek, gress arfinilóme fes.
Lerdu was viool aan het spelen, totdat ik binnenkwam.
122.26
In (1) hierboven bestaat er geen directe relatie tussen mijn binnenkomst en het vioolspelen. Er zijn twee plausibele interpretaties: (i) uit het feit dat de viool op tafel ligt maak ik op dat Lerdu daarnet, toen ik er nog niet was, gespeeld heeft; (ii) Lerdu blijft doorspelen als ik binnenkom, maar ik begrijp dat hij al bezig was met spelen toen ik er nog niet was.
In (2) is er een directe relatie tussen mijn binnenkomst en het spelen: op het moment dat ik binnenkom, houdt hij op met spelen. Het eindpunt van de speelperiode is dus door mijn binnenkomst bepaald.
De det.n ra en ek mogen eventueel weggelaten worden, als het niet nodig is om een onderscheid tussen een duratieve en een momentane lezing te maken, bijvoorbeeld:
- Ho quÿe-kiyro, ef bidalilóme éfti.
DET wachten-wijPASS, het regenen-ONDERSCH niet.meer
Laten we wachten totdat het niet meer regent.
Deze zin drukt een situatie uit waarin het zonder meer duidelijk is dat er een directe relatie bestaat tussen het "wachten" en het "regenen". Het eindpunt van de wachtperiode is door het stoppen van de regen bepaald.
122.27 <<
Voegwoord mintof; determinant vel
Mintof is een samentrekking van minkÿr (voorbij; na) en mittof (die; dat).
Vel betekent (na[dat]; zodra [als]; toen), en hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen een duratief aspect (gemarkeerd met ra in de hoofdzin) en een momentaan aspect (met ek in de hoofdzin). Het voegw. mintof is een synoniem van de momentane lezing van vel. Vergelijk (1) en (2) hieronder met de voorbeelden in § 122.25, omdat vel als een spiegelbeeld van ho beschouwd kan worden:
- Lerdu vel vjolamerra ra, gress arfinilóme fes.
Lerdu speelde viool, toen/zodra ik binnenkwam.
- Lerdu vjolamerra, mintof gress arfina fes. =
= Lerdu vel vjolamerra ek, gress arfinilóme fes.
Lerdu speelde viool, nadat ik binnenkwam.
122.28
Zin (1) (§ 122.27) kan betekenen dat (i) Lerdu wellicht al bezig was met spelen toen ik er nog niet was, of (ii) hij met spelen begon op het moment dat ik binnenkwam. In (2) daarentegen is het vioolspelen direct gerelateerd aan mijn binnenkomst: het beginpunt van de speelperiode valt bewust samen met, of onmiddellijk achter, het moment dat ik binnenkom.
In het Nederlands is het onderscheid tussen een duratieve en een momentane lezing niet goed uit te drukken.
122.29 <<
Determinant lo
De det. lo (evenals; gelijk) drukt uit dat de wijze waarop de handeling in de matrixzin plaatsvindt, vergeleken kan worden met de wijze waarop er iets in de bijzin gebeurt. Dikwijls zal een wat vrijere vertaling noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld:
- Do lo paino, do chaquintilóme. Hij deed, gelijk hij sprak.
- Óps eft kofano lo kette, eft jabâr monchilóme sener mariantof.
ze een feest DET geven, een koning vieren-ONDERSCH zijn bruiloft
Ze hebben een feest gegeven, even groots als de bruiloft van een koning.
122.30 <<
Voegwoord faroft; determinant gôf
Faroft is een samentrekking van fara (als) en oft (of). Faroft en gôf drukken uit dat de handeling in de matrixzin op een zodanige wijze plaatsvindt dat de gebeurtenis in de bijzin waar lijkt te zijn (maar dat niet is). Zij kunnen vertaald worden met 'alsof'. Bijvoorbeeld:
- Do farte, faroft do yspe. = Do gôf farte, do yspilóme.
Hij loopt alsof hij dronken is. (maar hij is niet dronken)
- Eup chaquinde piti gress, faroft gress melde eft efanty. =
= Eup gôf chaquinde piti gress, gress meltilóme eft efanty.
Ze praat tegen me alsof ik een kind ben. (maar ik ben volwassen)
122.31 <<
Voegwoord fitfara
Het voegw. fitfara is samengesteld uit fit (zo) en fara (als), en betekent 'zoals; de wijze waarop'. Het refereert aan een gebeurtenis die de inhoud van de matrixzin als het ware moet verklaren. Bij uitroepen ed. kan een matrixzin soms geheel achterwege blijven (laatste voorbeeld):
- Do paine ef, fitfara do oske. Hij doet het zoals hij [het] gewend is.
- Gress nert affionnose, fitfara do merfe. Ik houd er niet van, zoals hij liegt.
- Fitfara ef rozas clajote fes vilt arâbe, dus ef rozas âs ef kostiy clajotûs.
Zoals de rozen bloeien in jouw tuin, moeten de rozen in de mijne bloeien.
- Fitfara dena deft sen veldefe! Zoals dat wijf te keer gaat!
|
Citaat uit de roman Feelix (1982) van de schrijfster Toliy St.Trofi.
|
122.32 <<
Voegwoord fitus
Fitus is een samentrekking van fit (zo) en dus (dan), en wordt vertaald met 'dan [dat]'. Het volgt altijd op een matrixzin waarin een vergr.trap of verkl.trap aanwezig is. De voorbeelden spreken voor zich:
- Do uokke vluf, fitus ef melde helt armt do.
hij rookt meer dan.dat het is gezond aan hem
Hij rookt meer dan [dat] gezond voor hem is.
- Óps ufire hups terat, fitus óps ufirÿt.
ze rijden snel erg dan.dat zij rijden-MOGEN
Ze rijden sneller dan [dat] ze mogen.
|
Let op het syntactische verschil tussen het Spokaans en het Nederlands: in het Spokaans volgt na fitus de onpersoonlijke bijzin ef melde helt armt do (het is gezond voor hem), met als subject ef (het). In het Nederlands is "dan dat" geen voegwoord, maar een vergelijkend bijwoord dat deel uitmaakt van de constructie: "meer dan gezond voor hem is". Hierin lijkt "meer" het subject bij "is".
|
122.33 <<
Voegwoord ÿchûg
Het voegw. ÿchûg (naarmate) kent een variant met een idiomatische -lira-constructie. Vergelijk:
- Do melde nervossott, ÿchûg ef eksâm-fort cÿrane.
hij zijn nerveus-TOEN, naarmate de examen-tijd naderen
- Ef eksâm-fort cÿrane arfinelira, do melde nervossott.
de examen-tijd naderen komende, hij zijn nerveus-TOEN
Hij wordt steeds zenuwachtiger, naarmate de examendatum nadert.
|
Met "TOEN" wordt bedoeld het suffix -ott, dat achter een additief een toename van de eigenschap uitdrukt. Zie § 41.44.
|
Voor de constructie met arfinelira wordt verwezen naar § 160.$$.
122.34 <<
Voegwoord ÿr; determinant tûp
Het voegw. ÿr (waar) heeft als synoniem de det. tûp. We moeten onderscheid maken tussen ÿr als voegwoord, en ÿr als vrag.vnw.
De det. tûp kan niet gebruikt worden om bij quotatieve vragen een vrag.vnw. te vervangen. Vergelijk:
- a. Gress tiffe, ÿr Elsa zâre.
b. Gress tûp tiffe, Elsa zârilóme.
ik DET weten, Elsa wonen-ONDERSCH
Ik weet waar Elsa woont.
- a. Gress linne, Elsa zârât ÿr.
ik vragen, Elsa wonen-CONJ waar
b. * Gress tûp linne, Elsa zârilóme.
Ik vraag waar Elsa woont.
122.35
In (1a) is sprake van het voegw. ÿr dat vooraan de bijzin staat. Dit voegwoord kan door de det. tûp vervangen worden, zoals blijkt uit (1b).
In (2a) echter is sprake van een quotatieve vraagzin (traditioneel "indirecte vraag" genoemd) die afgeleid is van de directe vraag:
- Elsa zâre ÿr? Waar woont Elsa?
Elsa wonen waar
De wisseling van directe naar indirecte vraag wordt gereflecteerd in de conjunctief (suffix -ât, zie Blok 110.72). Het vrag.vnw. staat in tegenstelling tot een voegwoord achter aan de zin. Een dergelijke constructie (zie (2a)) kan niet vervangen worden door een -ilóme-constructie met de det. tûp. Op het verschil tussen vrag.vnw.n en voegwoorden wordt dieper ingegaan in Hoofdstuk 150.
122.36 <<
Voegwoord hojelka; determinant ka
Hojelka is een samenvoeging van †hojel en ka, die beide 'wanneer' betekenen. De vorm ka komt nog als determinant voor, en het archaïsche †hojel leeft voort als de det. ho (voordat; totdat) (zie § 122.25-26).
Het voegw. hojelka (wanneer) heeft als synoniem de det. ka. We moeten onderscheid maken tussen hojelka als voegwoord, en hojelka als vrag.vnw.
De det. ka kan niet gebruikt worden om bij quotatieve vragen een vrag.vnw. te vervangen. Vergelijk:
- a. Gress nert tiffe, hojelka Elsa prate.
b. Gress nert ka tiffe, Elsa pratilóme.
ik niet DET weten, Elsa vertrekken-ONDERSCH
Ik weet niet wanneer Elsa vertrekt.
- a. Gress linne, Elsa pratât hojelka.
ik vragen, Elsa vertrekken-CONJ wanneer
b. * Gress ka linne, Elsa pratilóme.
Ik vraag wanneer Elsa vertrekt.
122.37
In (1a) is sprake van het voegw. hojelka dat vooraan de bijzin staat. Dit voegwoord kan door de det. ka vervangen worden, zoals blijkt uit (1b). In (2a) echter is sprake van een quotatieve vraagzin die afgeleid is van de directe vraag:
- Elsa prate hojelka? Wanneer vertrekt Elsa?
Elsa vertrekken wanneer
De wisseling van directe naar quotatieve vraag wordt gereflecteerd in de conjunctief (suffix -ât, zie Blok 110.72). Het vrag.vnw. staat in tegenstelling tot een voegwoord achter aan de zin. Een dergelijke constructie (zie (2a)) kan niet vervangen worden door een -ilóme-constructie met de det. ka. Op het verschil tussen vrag.vnw.n en voegwoorden wordt dieper ingegaan in Hoofdstuk 150.
122.38 <<
Voegwoorden janof en lifrostiy; determinant ma
Lifrostiy is afgeleid van het werkwoord lifroste (bekijken; aanzien). Het voegw. janof betekent 'omdat; doordat; daar; aangezien'. Lifrostiy is een schrijftaalvariant waarvan de betekenis het meest overeenkomt met 'aangezien'. De det. ma is een synoniem van beide voegwoorden. Alle drie drukken ze een reden (a-zin) of een oorzaak (b-zin) uit:
- Gress tinde fesért, janof ef bidale. =
= Gress ma tinde fesért, ef bidalilóme.
Ik blijf thuis omdat/daar het regent.
- Ef mirras melde glal, janof ef cryra. =
= Ef mirras ma melde glal, ef cryrilóme.
De straten zijn glad doordat het gevroren heeft.
122.39
De det. ma kan gevolgd worden door een vragende bijzin (met een vrag.vnw.) die afgesloten wordt met dus (dan), en die als een retorische vraag opgevat moet worden, bijvoorbeeld:
- Ef oto ma sliyse, ef mirra meltilóme kol dus?
de auto DET slippen, de weg zijn-ONDERSCH hoe dan
Als de auto slipt, hoe moet de weg dan wel niet zijn?
- Ef blaffoser nert ma unere ef kleter tâxeren, ef presÿr veldurs
de bel.inspecteur niet DET begrijpen het nieuwe bel.stelsel, de gewone mensen
perkilóme beri unere kluft mip ef dus?
moeten-ONDERSCH INF begrijpen wat uit het dan
Als de belastinginspecteur het nieuwe belastingstelsel al niet begrijpt, wat moeten de
gewone mensen er dan van begrijpen?
122.40 <<
Voegwoord ogâ; determinant mân[iy]
Ogâ en mâniy zijn de ontkennende vormen van janof en ma, en betekenen dus 'omdat niet; doordat niet'. Mâniy en de korte vorm mân zijn met vocaalwisseling afgeleid van ma (a > â), zie ook Blok 41.51 en § 41.54. In a. staat een uitdrukking van reden; in b. van oorzaak:
- Eup rofone, ogâ kettelitâ pai Jân enn ef mimpit. =
= Eup mâniy rofone, eup kettilomitâ pai Jân enn ef mimpit.
Ze is boos omdat Jân haar het boek niet geeft.
- Ef ialefs melde jejûn, ogâ ef bidala nâzja-fort. =
= Ef ialefs mâniy melde jejûn, ef bidalilóme nâzja-fort.
De oogsten zijn schraal, doordat het geruime tijd niet geregend heeft.
In tegenstelling tot andere negatieve voegwoorden en determinanten (zoals tûre (maar niet); nÿn (indien niet); lest (opdat niet); hiyrâ (terwijl niet)) kunnen ogâ en mâniy niet vergezeld worden van een extra negatie als nert (niet) of een negatief zelfst.vnw. als flâjû (niets). Zie ook § 121.19-23.
122.41 <<
Voegwoord/determinant brâ
Brâ kan als voegwoord en als determinant optreden, en geeft een reden aan, in het Nederlands te vertalen met 'want'. Als voegwoord is brâ in de spreektaal zeer courant; in de schrijftaal wordt dikwijls de voorkeur aan het voegw. janof (omdat) gegeven. Bijvoorbeeld:
- Kirro tinde fesért, brâ ef bidale. =
= Kirro brâ tinde fesért, ef bidalilóme.
We blijven thuis want het regent.
122.42
Let op de typische spreektaalvorm waarbij brâ dubbel gebruikt wordt:
- £ Kirro brâ tinde fesért, brâ ef bidale.
Waarom we thuisblijven is omdat het regent.
Het eerste brâ is een determinant, het tweede brâ een voegwoord. Het werkwoord in de bijzin krijgt echter géén -ilóme!
Brâ wordt verder behandeld in § 121.6-7.
122.43 <<
Voegwoord kol; determinant syniy
Het voegw. kol (hoe) heeft als synoniem de det. syniy. We moeten onderscheid maken tussen kol als voegwoord, en kol als vrag.vnw.
De det. syniy kan niet gebruikt worden om bij quotatieve vragen een vrag.vnw. te vervangen. Vergelijk:
- a. Do nert tiffe, kol gress tiffe ef storâs.
b. Do nert syniy tiffe, gress tiffilóme ef storâs.
hij niet DET weten, ik kennen-ONDERSCH het verhaal
Hij weet niet hoe ik het verhaal ken.
- a. Do linne, gress tiffât ef storâs kol.
hij vragen, ik kennen-CONJ het verhaal hoe
b. * Do syniy linne, gress tiffilóme ef storâs.
Hij vraagt hoe ik het verhaal ken.
122.44
In (1a) is sprake van het voegw. kol dat vooraan de bijzin staat. Dit voegwoord kan door de det. syniy vervangen worden, zoals blijkt uit (1b). In (2a) echter is sprake van een quotatieve vraagzin die afgeleid is van de directe vraag:
- Tu tiffe ef storâs kol? Hoe ken jij het verhaal?
jij kennen het verhaal hoe
De wisseling van directe naar quotatieve vraag wordt gereflecteerd in de conjunctief (suffix -ât, zie Blok 110.72). Het vrag.vnw. staat in tegenstelling tot een voegwoord achter aan de zin. Een dergelijke constructie (zie (2a)) kan niet vervangen worden door een -ilóme-constructie met de det. syniy. Op het verschil tussen vrag.vnw.n en voegwoorden wordt dieper ingegaan in Hoofdstuk 150.
122.45 <<
Voegwoorden cÿrs en fittof; determinant fes/fés
Fittof is een samenvoeging van fit (zo) en mittof (die; dat). De det. fes is historisch gezien identiek aan het voorzetsel fes (in). In de spreektaal zijn beide vormen van fes uit elkaar te houden doordat de determinant het zinsaccent krijgt. In de schrijftaal werd dit zinsaccent vroeger wel aangegeven met een accent aigu, dus: fés. Deze geaccentueerde e is in de loop der decennia verbasterd tot de letter é, en wordt nu ook zo uitgesproken.
Het voegw. cÿrs drukt een doel uit, en betekent 'opdat'. Soms kan cÿrs ook vertaald worden met een infinitiefcomplement, ingeleid met 'om te ...'. Het voegw. fittof drukt een gevolg uit, en betekent 'zodat; waardoor'. Synoniem met zowel cÿrs als fittof is de det. fes (met als variant fés). Deze determinant maakt dus geen onderscheid tussen een doel (a-zinnen) en een gevolg (b-zin). Vergelijk:
- Riffe gress eft feldariy, cÿrs Wulâ simatecû sener mimpits. =
= Fes/fés riffe gress eft feldariy, Wulâ kurrilóme beri simaje sener mimpits.
Ik zal een kast maken, opdat Wulâ haar boeken kan opbergen.
Ef Skândinavos pliyfone, cÿrs óps yspare. =
= Ef Skândinavos fes/fés pliyfone, óps ysparilóme.
Scandinaviërs drinken om dronken te worden.
- Ef bidale, fittof gress nert affionnose beri bôrade ef myl. =
= Ef fes/fés bidale, gress nert affionnosilóme beri bôrade ef myl.
Het regent, zodat/waardoor ik geen zin heb om de hond uit te laten.
|
Deze zin moet niet verward worden met:
- Ef bidale fes/fés hups, gress nert affionnoselira beri bôrade ef myl.
Het regent zó hard, dat ik geen zin heb om de hond uit te laten.
Hier treedt fes/fés op met de betekenis 'zo', waarachter een complementaire -lira-bijzin volgt. Dit is behandeld in § 100.82.
|
122.46 <<
Determinant lest
De det. lest is het antoniem van fes/fés uit de vorige paragraaf, en betekent 'opdat niet'. Soms is in het Nederlands een infinitiefcomplement mogelijk, dat ingeleid wordt met 'om niet te ...'. In de bijzin mag eventueel de ontkenning nert toegevoegd worden.
Het gebruik van een negatief zelfst.vnw. is in de bijzin verplicht (vergelijk ook § 121.23):
- Tu lest fespiltât eft prÿmafiy, ef errosz [nert] bzaûttilóme.
jij DET indienen-MOET een schriftelijk.verzoek, de vergissingen [niet] ontstaan-ONDERSCH
Je moet het verzoek schriftelijk indienen, opdat er geen misverstanden ontstaan.
- Gress lest dvébe-kest eft cÿramm, [nert] pónsilóme jôrm-ÿkatle.
ik DET omdoen een sjaal, [niet] krijgen-ONDERSCH keel-pijn
Ik doe een das om, om geen keelpijn te krijgen.
- Óps lest repetera fâr tims, flâjû/*flaju kurrilóme beri jâûge.
Ze hebben vier keer gerepeteerd, opdat er niets mis kan gaan.
122.47 <<
Voegwoord na
Het voegw. na betekent 'zoals', en leidt een bijzin met een performatief werkwoord in, zodanig dat de inhoud van de hoofdzin als een soort herinnering naar voren gebracht wordt. De gebruiksmogelijkheden van na zijn beperkt; de volgende voorbeelden spreken voor zichzelf:
- Ef nert di eftarsu, na gress reppo.
Het zal niet lukken, zoals ik [al] zei.
- Na Petriy verka'ete riyfain, ef hâpyjas kaf ef uba Kulano-plajus lelperre lippiones
lef querdo flândoros.
Zoals Petriy altijd volhoudt, hebben de schapen op de hellingen van het Kulano-gebergte
poten van verschillende lengte.
Na is niet alleen een voegwoord maar ook een voorzetsel (zie Blok 140.$$). Met name in de spreektaal worden beide functies niet altijd duidelijk uit elkaar gehouden.
|
Vergelijk (1) en (2) met de volgende performatieve constructies:
- a. Gress reppo, ef nert di eftarsulira.
Ik zei, dat het niet zal niet lukken.
- a. Petriy verka'ete riyfain, ef hâpyjas kaf ef uba Kulano-plajus lelperrelira lippiones
lef querdo flândoros.
Petriy houdt altijd vol, dat de schapen op de hellingen van het Kulano-gebergte
poten van verschillende lengte hebben.
In de spreektaal worden de constructies met een ondergeschikte na-bijzin wel verward met bovenstaande performatieve constructies, zodat we een combinatie krijgen van een na-bijzin met een -lira-bijzin, in de trant van:
- a'. £ Na gress reppo, ef nert di eftarsulira.
* Zoals ik al zei, dat het niet zal lukken.
- a'. £ Na Petriy verka'ete riyfain, ef hâpyjas kaf ef uba Kulano-plajus lelperrelira
lippiones lef querdo flândoros.
* Zoals Petriy altijd volhoudt, dat de schapen op de hellingen van het Kulano-gebergte
poten van verschillende lengte hebben.
Het voegw. na heeft hier dus het karakter van een markeerder voor een performatieve zin gekregen, en de oorspronkelijke hoofdzin is nu een ondergeschikte -lira-constructie geworden. Zie ook § 125.40 voor dergelijke -lira-zinnen.
Een combinatie van een na-bijzin met een performatieve den-bijzin is hoe dan ook onmogelijk, zoals: * Na gress reppo, den ef nert di eftarsu.
|
122.48 <<
Determinant ny
De det. ny betekent 'zo niet dan; anders'. Het Nederlandse equivalent met de negatie "niet" doet vermoeden dat ny een negatief voegwoord is, maar dit is niet het geval. Het maakt dus wel degelijk verschil of de bijzin al dan geen negatie in de vorm van nert of een negatief zelfst.vnw. bevat. Vergelijk dit met het negatieve mâniy in § 122.40. De voorbeelden spreken voor zich:
- Tu ny hurtiyrât, ef treno di meltilóme tijâ.
Je moet je haasten, anders/zo niet dan zal de trein vertrokken zijn.
- Eup ef oto ny lukte, Petriy vrontesilóme.
Ze heeft de auto gewassen, anders wordt Petriy boos.
- Eup ef oto ny lukte, Petriy nert probarilóme beri ufire fes ef.
Ze heeft de auto gewassen, anders wil Petriy er niet in rijden.
- Óps ny repeterûs pert tims, jâûgilóme brôep flaju.
Ze moeten vele keren repeteren, zo niet dan zal er zeker iets mis gaan.
122.49
In plaats van de det. ny kan ook gekozen worden voor een constructie met een voegwoord, gevolgd door het additief kûf (anders; overigens). Vergelijk de voorbeelden uit de vorige paragraaf met:
- Tu hurtiyrât, brâ kûf ef treno di meldu tijâ.
Je moet je haasten, want anders zal de trein vertrokken zijn.
- Eup ef oto lukte, janof Petriy vrontese kûf.
Ze heeft de auto gewassen, omdat Petriy anders boos wordt.
- Eup ef oto lukte, brâ Petriy nert ufiravy fes ef kûf.
Ze heeft de auto gewassen, want Petriy wil er anders niet in rijden.
- Óps repeterûs pert tims, janof kûf brôep jâûge flaju.
Ze moeten vele keren repeteren, omdat er anders zeker iets mis zal gaan.
122.50 <<
Voegwoord lÿtiy
Het voegwoord lÿtiy betekent 'ten gevolge waarvan; [en] bijgevolg; [en] derhalve'. Lÿtiy is voornamelijk schrijftaal. In de spreektaal klinkt het erg plechtig:
- $ Do eft moplariy pónze hols, lÿtiy do miptrekkât sener zirrot.
Gisteren heeft hij een ongeluk gekregen, en derhalve moet hij zijn vakantie uitstellen.
- $ Do eft moplariy pónze, lÿtiy do di krupelÿnu.
Hij heeft een ongeluk gehad, tengevolge waarvan hij mank zal blijven.
In de spreektaal wordt de voorkeur aan een voegwoord als fittof (zodat) gegeven. Zie verder § 121.30-33.
122.51 <<
Voegwoorden âme en nÿn; determinanten dira en diyrâ
Het voegw. âme (als; indien; mits) kent als antoniem nÿn (tenzij; indien niet). Beide voegwoorden hebben een determinant als synoniem: dira resp. diyrâ. Diyrâ is met vocaalwisseling (i > iy en a > â) van dira is afgeleid. Zie hiervoor ook Blok 41.51 en § 41.54.
De det.n dira en diyrâ vereisen een future tijdsvorm met de markeerder di in de bijzin. Bovendien mag dira weggelaten worden. Dit is het enige geval dat er een -ilóme-constructie kan verschijnen zonder dat er een determinant in de hoofdzin aanwezig is; en omdat dit het enige geval is weten we dat het altijd om dira gaat, als de determinant ontbreekt. Bij diyrâ mag in de bijzin eventueel de ontkenning nert toegevoegd worden. Het gebruik van een negatief zelfst.vnw. is in de bijzin verplicht (vergelijk ook § 121.23). Voorbeelden:
- Tu pónze eft zlef, âme quandro tu âlbe bent eft kredek. =
= Tu [dira] pónze eft zlef, quandro tu di âlpilóme bent eft kredek
jij DET krijgen een paard, zelf jij FUT bouwen-ONDERSCH eerst een stal
Je krijgt een paard, als/indien/mits je eerst zelf een stal bouwt.
- Gress rÿte, nÿn ef bidale. =
= Gress diyrâ rÿte, ef [nert] di bidalilóme.
Ik rij paard, tenzij het regent; ... indien het niet regent.
- Elsa nert idesÿrtecû ef pâlriy, nÿn rast cÿrtire. =
= Elsa nert diyrâ idesÿrtecû ef pâlriy, râste/*rast cÿrtirilóme.
Elsa kan het kastje niet verplaatsen, tenzij iemand helpt.
of ... indien niemand helpt.
|
In § 111.55 is verteld dat di altijd samengaat met het suffix -u. In ondergeschikte bijzinnen verhinderen -ilóme enz. een aanhechting van -u (want er is geen pron.-e aanwezig).
|
122.52 <<
Voegwoorden/determinanten das en dâsnû
De woorden das (maar dan; en dan) en dâsnû (maar dan niet; en dan niet) kunnen optreden als voegwoord en als determinant. Bij dâsnû mag in de bijzin eventueel de ontkenning nert toegevoegd worden. Het gebruik van een negatief zelfst.vnw. is in de bijzin verplicht (vergelijk ook § 121.23). Voorbeelden:
Als voegwoord zijn das en dâsnû reeds behandeld in § 121.21-24.
122.53 <<
Voegwoord denerami
Denerami betekent 'in/voor het geval dat', en is emfatischer dan het meer neutrale âme (indien):
- Ralputte-tûe ef ké, denerami gress nert melde fesért.
Neem de sleutel mee, voor het geval ik niet thuis ben.
122.54
Het improductieve suffix -ami vormt additieven met de betekenis 'in geval van ...', maar ook denerami is op deze wijze afgeleid. Vergelijk:
- dena > denerami
- kinur > kinurami
- tildâ > tildyrami
- micc > micaðami
|
dat > voor het geval dat ziek > in geval van ziekte slecht > in geval van calamiteiten ieder > in ieder geval
|
122.55 <<
Voegwoorden taufen en os; determinant ker
De voegw.n taufen en os, en de det. ker drukken een positieve toegeving uit, te vertalen door 'hoewel; ofschoon; ondanks dat'.
Het voegw. os is archaïsch. Tegenwoordig wordt vrijwel uitsluitend nog taufen gebruikt. Als voorzetsel is os met de betekenis 'ondanks' echter heel algemeen (zie ook Blok 140.6). Voorbeelden:
- Drys gyre eft brôepwet sektâ-liskos, taufen/†os ef értef tiyn velpe strâe. =
= Drys ker gyre eft brôepwet sektâ-liskos, ef értef tiyn velpilóme strâe.
Drys maakt alweer een fles wijn open, ondanks dat de eerste nog niet leeg is.
- Bôrade gress ef hurts, taufen/†os ef bidale wet. =
= Ker bôrade gress ef hurts, ef bidalilóme wet.
Ik zal de honden uitlaten, hoewel het weer regent.
122.56 <<
Voegwoorden/determinanten tur en tûre; voegwoord liquist
De woorden tur (maar) en tûre (maar niet) kunnen optreden als voegwoord en als determinant. Bij tûre mag in de bijzin eventueel de ontkenning nert toegevoegd worden. Het gebruik van een negatief zelfst.vnw. is de bijzin verplicht (vergelijk ook § 121.23). Het voegw. liquist is synoniem aan tur, maar klinkt veel archaischer of poëtischer. Het Nederlandse "[e]doch" is hier een goed equivalent voor. Voorbeelden:
- Do promise beri kafte-tÿrt cratiyn, tur/†liquist gress hozâve nÿf tiyns.
Hij belooft alles terug te betalen, maar/doch ik geloof er niets van.
- Gress ef mimpit trempe, tûre gress [nert] cônsidere ef lo yroppiy =
= Gress ef mimpit tûre trempe, gress [nert] cônsiderilóme ef lo yroppiy
ik het boek DET lezen, ik [niet] vinden-ONDERSCH het als spannend
Ik heb het boek gelezen, maar ik vind het niet spannend.
- Eup zléfta fes ef pjaqurt, tûre râste/*rast enn eup cÿrtira. =
= Eup tûre zléfta fes ef pjaqurt, râste/*rast enn eup cÿrtirilóme.
Ze zat vast in de lift, maar niemand heeft haar geholpen.
Als voegwoord zijn tur en tûre reeds behandeld in § 121.19-20.
122.57 <<
Voegwoord/determinant šâm
Šâm kan optreden als voegwoord en als determinant. De betekenis is 'zonder dat', en er komt eventueel een extra ontkenning (nert) in de bijzin. Het gebruik van een negatief zelfst.vnw. is de bijzin facultatief. Bijvoorbeeld:
- Ef gura zôluarvenda, šâm ef [nert] finna beri bidale. =
= Ef gura šâm zôluarvenda, ef [nert] finnilóme beri bidale.
De bui is overgetrokken, zonder dat het ging regenen.
- Do fartarvende eup, šâm do reppe flaju/flâjû ón eup. =
= Do šâm fartarvende eup, reppilóme flaju/flâjû ón eup.
hij DET voorbijlopen haar, zeggen-ONDERSCH iets/niets aan haar
Hij loopt haar voorbij zonder dat hij iets tegen haar zegt.
Als voegwoord is šâm reeds behandeld in § 121.14-18.
122.58 <<
Voegwoord ûcâs; determinanten hyra en hiyrâ
Het voegw. ûcâs en de det. hyra drukken een tegenstelling uit, meestal van eigenschappen of gewoontes. Ze worden vertaald met 'terwijl; maar'. Het antoniem van hyra is hiyrâ, met de betekenis 'terwijl niet; maar niet'. Hiyrâ is met vocaalwisseling (y > iy en a > â) van hyra is afgeleid. Zie hiervoor ook Blok 41.51 en § 41.54. Verder vereist hiyrâ altijd de negatie nert of een negatief zelfst.vnw. in de bijzin. Voorbeelden:
- Do nert brae crepps, ûcâs gress larde tevi tem. =
= Do nert hyra brae crepps, gress lartilóme tevi tem.
Hij lust geen pannekoeken, maar ik eet ze graag; ... terwijl ik ze graag eet.
- Goe hurts helderte, ûcâs efs nert miôlecos. =
= Goe hurts hiyrâ helderte, efs nert kurrilóme beri miôle.
LW honden DET blaffen, zij niet kunnen-ONDERSCH INF miauwen
Honden blaffen, terwijl ze niet kunnen miauwen; Honden blaffen maar ze
kunnen niet miauwen.
122.59
Additieven kunnen soms een bepaling bij een voegwoord vormen. Vergelijk het betekenisverschil tussen (1a) waarin het add. šalo als pred.add. in de matrixzin optreedt, en (1b) waarin šalo een bepaling bij het voegwoord vormt:
- a. Mintof Jân enn ef myl bôrade, do zirde šalo fes helle.
Nadat Jân de hond heeft uitgelaten, doet hij meestal een dutje.
b. Šalo mintof Jân enn ef myl bôrade, do zirde fes helle.
meestal nadat Jân DtO de hond uitlaten, hij ligt in dutje
Meestal nadat Jân de hond heeft uitgelaten, doet hij een dutje.
In (1a) is het een bekend gegeven dat Jân de hond uitlaat. Nieuwe informatie is dat hij daarna in de meeste gevallen een dutje doet.
In (1b) is het een bekend gegeven dat Jân een dutje doet. Nieuwe informatie is wanneer hij dat dutje meestal doet (namelijk na het uitlaten van de hond, en bijvoorbeeld niet na de afwas).
122.60
Nog een voorbeeld:
- a. Xôviy lelperre messe nurp-ÿkatle, fara ef tómare.
Xôviy heeft vooral hoofdpijn als het onweert.
b. Xôviy lelperre nurp-ÿkatle, messe fara ef tómare.
Xôviy heeft hoofdpijn, vooral als het onweert.
In (2a) is het een bekend gegeven dat Xôviy tijdens het onweer ergens aan lijdt. Nieuwe informatie is, dat ze dan met name aan hoofdpijn lijdt (en bijvoorbeeld niet aan buikpijn).
In (2b) is de hoofdpijn van Xôviy een bekend gegeven, de nieuwswaarde ligt bij het feit dat ze daaraan vooral tijdens het onweer lijdt (en bijvoorbeeld niet tijdens de storm).
122.61
Determinanten kunnen daarentegen niet nader bepaald worden door een additief:
- a. Xôviy fara lelperre nurp-ÿkatle, ef tómarilóme.
Xôviy heeft hoofdpijn als het onweert.
b. * Xôviy messe fara lelperre nurp-ÿkatle, ef tómarilóme.
c. * Xôviy fara lelperre nurp-ÿkatle, messe ef tómarilóme.
De ongrammaticaliteit van (3c) is een indicatie dat messe in (2b) inderdaad een eenheid vormt met het voegw. fara. Zou messe een vooraangeplaatst adverbiaal additief zijn (zoals het Nederlandse "vooral"), dan had (3c) eveneens acceptabel moeten zijn.
122.62
In één geval is de combinatie van additief + voegwoord zo gelexicaliseerd, dat we kunnen spreken van een geheel nieuw voegwoord, en wel in het geval van plôji fara (telkens als; iedere keer als). Een indicatie dat plôji hier niet meer als een zelfstandig additief beschouwd wordt, is de aanwezigheid van de det. plôt die een samenstelling is van plôji met fit (zo), en hetzelfde betekent. De hechte band tussen additief en voegwoord wordt nog bevestigd door de uitspraak: [plôfara]. Er is dus alle reden om deze combinatie op te nemen in Blok 122.16. Bijvoorbeeld:
- a. Plôji fara gress feldre fes ef wik, [dus] ef telefonos rupke.
Telkens als ik in bad zit, gaat de telefoon.
- a. Tek finne beri hizjyše, plôji fara eup zerfe gress.
Tek beginnen INF giechelen, telkens als zij ziet mij
Tek begint te giechelen, telkens als zij mij ziet.
122.63
Ook nu weer bestaat er een betekenisverschil tussen plôji fara in de a-zinnen hierboven, en de b-zinnen hieronder, waarin het voegw. fara gecombineerd is met het add. plôji (telkens) in de matrixzin:
- b. Fara gress feldre fes ef wik, [dus] ef telefonos rupke plôji.
Als ik in bad zit, gaat de telefoon telkens.
- b. Tek finne beri hizjyše plôji, fara eup zerfe gress.
Tek begint telkens te giechelen, als zij mij ziet.
In (1a) is het rinkelen van de telefoon niet zo uitzonderlijk, maar bijzonder is het feit dat ik nooit in bad kan gaan zonder door de rinkelende telefoon gestoord te worden. In (1b) is het een bekend gegeven dat ik (wel eens) in bad zit. Nieuwswaarde heeft het feit dat in zo'n geval de telefoon om de haverklap rinkelt.
In (2a) is Teks gewoonte om te giechelen een bekend gegeven. Nieuwe informatie vinden we in de mededeling dat zij mij nooit een keer kan zien zonder daarom te giechelen. In (2b) tenslotte is het niets bijzonders dat Tek mij (wel eens) ziet, maar dat zij dan meer dan eens in een giechelbui vervalt, is nieuwe informatie.
122.64
Als het voegw. âme (indien; als) bepaald wordt door het additief ne'âma (slechts), dan treedt er haplologie op. Dit verschijnsel is algemeen te definiëren als "weglating van één van twee gelijke en opeenvolgende lettergrepen". De combinatie ne'âma + âme versmelt dan tot ne'âma, en soms tot ne'âme. Deze laatste vorm wordt met name gebruikt als expliciet aangegeven moet worden dat ne'âma niet optreedt als een additief, maar als een combinatie van additief + voegwoord. Bijvoorbeeld:
- Ne'âma/ne'âme ef kôbo nÿle, kirro di mirru.
Slechts als de zon schijnt, zullen we gaan wandelen.
- Ef hurts helderte, ne'âma/ne'âme râste melde fesért.
De honden blaffen slechts als niemand thuis is.
122.65
Vergelijk (2) hierboven met:
- Ef hurts helderte ne'âma, âme râste melde fesért.
De honden bláffen slechts, als er niemand thuis is.
In (3) vormt ne'âma een addit.bepaling bij helderte, wat geïnterpreteerd moet worden als: "het enige wat de honden doen als er niemand thuis is, is blaffen (het is dus niet zo dat zij bijten, vechten of grommen)". Met het accent op "bláffen" is aangegeven dat deze syllabe in het Nederlands het zinsaccent krijgt.
122.66
Als twee bijzinnen nevengeschikt zijn, kunnen zij als volbijzin op twee manieren met de hoofdzin verbonden worden: (i) als een exclusieve onderschikking (want het ondersch.voegw. staat buiten de volbijzin; dit is in § 120.18 "type I.b" genoemd), of (ii) als een inclusieve onderschikking (want het ondersch.voegw. staat binnen de volbijzin - en moet in beide nevengeschikte leden herhaald worden; dit is in § 120.19 "type I.c" genoemd). In (1a) staat een exclusieve onderschikking, in b. een inclusieve. Let op het betekenisverschil:
- a. Ef telefonos rupke, plôji fara gress feldre fes ef wik ur Yvonn slape ur zirde.
de telefoon roepen, telkens als ik zitten in het bad en Yvonn slapen en liggen
De telefoon gaat telkens als ik in bad zit en Yvonn ligt te slapen.
b. Ef telefonos rupke, plôji fara gress feldre fes ef wik ur plôji fara Yvonn slape ur zirde.
De telefoon gaat telkens als ik in bad zit, en telkens als Yvonn ligt te slapen.
122.67
In (1a) is er sprake van één gebeurtenis waarbij de telefoon altijd rinkelt: ik zit in bad en Yvonn ligt op dat moment te slapen. In b. worden twee verschillende gebeurtenissen genoemd waarbij de telefoon altijd rinkelt: ofwel ik zit in bad, ofwel Yvonn ligt te slapen (maar het hoeft niet zo te zijn dat ik in bad zit terwijl Yvonn ligt te slapen).
122.68
Een inclusieve onderschikking wordt als minder correct ervaren, indien er feitelijk sprake is van twee Standen van Zaken die niet los gezien kunnen worden van elkaar (dus als er één mentaal beeld gepresenteerd wordt). Vergelijk:
- a. Petriy melde kinur, fittof kirro miptrekkûs ef gadros, oft Elsa eaquppûtât ef ziyter.
Petriy is ziek, zodat wij uitstellen-MOETEN de vergadering, of Elsa fungeren-MOET de voorzitter
Petriy is ziek, zodat we de vergadering moeten uitstellen of Elsa als voorzitter moet
fungeren.
b. ? Petriy melde kinur, fittof kirro miptrekkûs ef gadros, oft fittof Elsa eaquppûtât ef ziyter.
? Petriy is ziek, zodat we de vergadering moeten uitstellen, of zodat Elsa als voorzitter
moet fungeren.
122.69
Omdat Petriy ziek is, moet er een keuze gemaakt worden tussen twee maatregelen: of (i) we stellen de vergadering uit, of (ii) Elsa treedt als voorzitter op (kennelijk in de plaats van Petriy). Omdat de Stand van Zaken PETRIY IS ZIEK één "wereld" presenteert, vindt ook de keuze tussen (i) en (ii) in deze ene "wereld" plaats (ofwel: deze keuze roept één mentaal beeld op). 
In (2b) drukken de twee voegw.n fittof ook twee verschillende mentale beelden (dus twee verschillende werelden) uit. Dit is onverenigbaar met de ene wereld waarbinnen de Stand van Zaken PETRIY IS ZIEK aanwezig is.
|
Met "één wereld" wordt bedoeld dat Petriy als één entiteit gepresenteerd wordt, die op één concreet moment (namelijk als de taaluiting gedaan wordt) ziek is.
|
122.70
In (3) hieronder (vergelijk (2b)) verdeelt het add. menokka (soms) de Stand van Zaken PETRIY IS ZIEK over meerdere "werelden" (het komt meer dan eens voor dat Petriy ziek is). In dat geval is de externe onderschikking met het dubbele gebruik van fittof wèl acceptabel, want (3) kan geïnterpreteerd worden als: "in een bepaald geval is Petriy ziek, en dan moeten we de vergadering uitstellen, en in een ander geval is Petriy ziek, en dan treedt Elsa als voorzitter op":
- Petriy melde menokka kinur, fittof kirro miptrekkûs ef gadros, oft fittof Elsa
eaquppûtât ef ziyter.
Soms is Petriy ziek, zodat we [dan] de vergadering moeten uitstellen, of zodat Elsa
[dan] als voorzitter moet fungeren.
122.71
Soms worden zinnen met een voegwoord op een andere manier geïnterpreteerd dan zinnen met de synonieme determinant. Dit is bijvoorbeeld het geval als een negatie toegevoegd wordt. Vergelijk (1) en (2):
- Gress nert trempa ef mimpit, janof gress tiffe ef otôr rifo ef.
ik niet lazen het boek, omdat ik kennen de schrijver van het
Ik heb het boek niet gelezen, omdat ik de schrijver ervan ken.
- Gress nert ma trempa ef mimpit, gress tiffilóme ef otôr rifo ef.
a. (= (1))
b. Ik heb het boek gelezen, [maar] niet omdat ik de schrijver ervan ken.
In (1) is nert een ontkenning van trempa, zodat hier staat: ik heb het lezen van het boek achterwege gelaten, want ik ken de schrijver ("ik las het boek niet ¦, omdat ...").
Zin (2) is ambigu, want nert kan opgevat worden als (i) een ontkenning van trempe, zodat de betekenis identiek is aan die van (1), of (ii) een ontkenning van ma, wat leidt tot de betekenis: de reden dat ik het boek las is niet omdat ik de schrijver ken ("ik las het boek,¦ maar niet omdat ...").
|
Het is niet mogelijk om in (2) nert en ma om te draaien, zodat nert een negatie bij trempa wordt:
- * Gress ma nert trempa ef mimpit, gress tiffilóme ef otôr rifo ef.
Helaas verhindert de strenge regel die zegt dat ondersch.det.n onmiddellijk vóór het predikaat moeten staan, zo'n elegante inversie-oplossing om de determinant buiten de invloedsfeer van de negatie te houden, waardoor ambiguïteit opgeheven kan worden.
|
122.72
Als de voegw.n ÿr (waar), hojelka (wanneer) en kol (hoe) voorkomen in een bijzin die onderdeel is van een ja/nee-vraag (ingeleid met aftel, zie § 150.$$), dan heeft deze ja/nee-vraag een andere betekenis dan de variant waarin de voegwoorden vervangen zijn door hun synonieme det.n tûp, ka en syniy. Vergelijk:
- a. Aftel tu tûp tiffe, Jân zârilóme?
VRA jij waar weten, Jân wonen-ONDERSCH
b. Aftel tu tiffe, ÿr Jân zâre?
VRA jij weten, waar Jân wonen
Weet je waar Jân woont?
- a. Aftel gÿrs ka reppecû, ef bentarfinelira treno helkara Gret pratilóme?
b. Aftel gÿrs reppecû, hojelka ef bentarfinelira treno helkara Gret prate?
Kunt u [me] zeggen wanneer de eerstvolgende trein naar Gret vertrekt?
- a. Aftel Yvonn syniy tiffecûte curmel, gress kurrilóme beri reparere ef tirdus sôglot?
b. Aftel Yvonn tiffecûte curmel, kol gress reparerecû ef tirdus sôglot?
Zou Yvonn misschien weten hoe ik de kapotte stortbak kan repareren?
|
Let op de Potentialis in tiffecûte. Zie § 110.56.
|
122.73
In principe geldt voor vragen die met aftel ingeleid worden, dat zij alleen beantwoord kunnen worden met "ja" of "nee" (of eventueel: "weet ik niet"). Het zijn dus gesloten vragen (zie § 150.$$). De a-zinnen hierboven zijn voorbeelden van zulke gesloten vragen. Of concreet: in (1a) weet de vraagsteller waarschijnlijk waar Jân woont, maar hij wil verifiëren of de toegesprokene dit óók weet. De toegesprokene kan dus volstaan met de antwoorden "ja" of "nee". In (2a) wil de vraagsteller verifiëren of de toegesprokene (ook) op de hoogte is van de vertrektijd; hij verwacht dus als antwoord "ja" of "nee". Merk op dat vraag (2a) vreemd is als deze door een reiziger aan de stationschef gesteld wordt, want in dat geval ligt het voor de hand dat de reiziger de vertrektijd van de stationschef wil vernemen, niet dat hij slechts geïnteresseerd is in de parate kennis van deze beambte.
122.74
Als de gesloten aftel-vragen een voegwoord bevatten dat tevens als vrag.vnw. kan fungeren (zoals in de b-zinnen hierboven), gaan deze voegw.n/vrag.vnw.n de aanwezigheid van aftel als het ware overheersen: we hebben dan niet meer met een gesloten vraag te maken die met behulp van aftel gesteld wordt, maar met een open vraag waarin het voegw./vrag.vnw. "bevraagd" wordt (zie ook § 150.$$). Dit betekent in concreto dat de vraagsteller in (1b) zelf niet weet waar Jân woont, en deze informatie van de toegesprokene wil hebben. Zin (1b) is dus een variant van de directe vraag: Jân zâre ÿr? (Waar woont Jân?). Het antwoord moet dus Jâns adres bevatten.
Evenzo betekent (2b) dat de vraagsteller van de toegesprokene verwacht dat deze de vertrektijd meedeelt. Dit zou dus een normale vraag kunnen zijn die een reiziger aan de stationschef stelt, als variant van: Ef bentarfinelira treno helkara Gret prate hojelka? (Wanneer vertrekt de eerstevolgende trein naar Gret?). De vraag uit (3b) is niet direct aan Yvonn gericht; kennelijk is het de bedoeling dat de toegesprokene een zodanige actie onderneemt dat Yvonn contact met de vraagsteller opneemt om hem het een en ander over de reparatie van stortbakken uit te leggen.
Het onderscheid dat er tussen de a-zinnen en b-zinnen hierboven bestaat, kan bij de overige voegw.n/vrag.vnw.n niet gemaakt worden, omdat deze geen synonieme determinanten kennen. Zulke voegw.n/vrag.vnw.n worden behandeld in Hoofdstuk 150.
122.75
Tenslotte noemen we nog twee voegwoorden die zich van alle hierboven behandelde voegwoorden onderscheiden doordat zij altijd gevolgd worden door een elliptische of genominaliseerde bijzin:
kaltrosqunn loiy
| om; vanwege (uitdrukking van reden) evenals; en ook (toevoeging)
|
Onder "elliptische bijzin" moet hier verstaan worden een bijzin waarin in ieder geval hetzij het predikaat, hetzij de zinskern ontbreekt (ook andere elementen kunnen ontbreken).
122.76
Kaltrosqunn kan een elliptische bijzin inleiden, die niet méér bevat dan een "sleutelbegrip" dat verklaart waarom de hoofdzin waar is. Dit zijn typische spreektaalvormen:
- £ Gress lye tu, kaltrosqunn vilt mirs ur eits.
Ik hou van je, om je haar en ogen.
(= "je hebt zulk mooi haar en zulke lieve ogen, dat ik dáárom van je hou")
- £ Kirro farte tevi kusami, kaltrosqunn ef hordâ surront.
We lopen hier graag, vanwege de mooie omgeving.
(= "deze omgeving is hier zó mooi, dat we daarom graag hier lopen")
- £ Noft, gress nert lorertecû eft jagt, kaltrosqunn nÿf smurf.
Nee, ik kan geen zeiljacht kopen, ik heb geen geld.
122.77
Verder kan kaltrosqunn gevolgd worden door een genominaliseerde zin (zie hiervoor ook Hoofdstuk 126), mits deze heel kort is. Zulke constructies komen zowel in de spreek- als in de schrijftaal voor:
- Kirro méte eup kvâ, kaltrosqunn eupex ÿzâros ber Bôrâ.
wij ontmoeten haar nooit, vanwege haar wonen te Bôrâ
We ontmoeten haar nooit, omdat zij in Bôrâ woont.
Voorbeeld (5) is (zeker in de spreektaal) niet erg correct, omdat de bijzin te lang is (een goed alternatief staat in (3) hierboven):
- ? Noft, gress nert lorertecû eft jagt, kaltrosqunn gressex ÿlelperros enn nÿf smurf.
nee, ik niet kopen-KAN een jacht, vanwege mijn hebben DtO geen geld
Nee ik kan geen zeiljacht kopen, vanwege het feit dat ik geen geld heb.
122.78
Loiy leidt een hypothetische zin in die op één element na identiek is aan de matrixzin. Door alleen dit identieke element te herhalen, ontstaat een elliptische constructie. Vergelijk:
- a. Óps tu ufege, loiy tsil. =
b. = Óps tu ufege, loiy óps enn gress.
Zij hebben jullie vergeten, evenals mij.
(= "... evenals ze mij vergeten hebben")
- a. Ef chat farta kura ef kelbra, loiy ef feldariy.
De kat heeft over de tafel gelopen, en ook [over] de kast.
- a. Do lukte kvâ ef hurts, loiy brûste.
Hij wast de honden nooit, en borstelt ze ook niet.
In (2a) is de hypothetische bijzin: [loiy] ef chat farta kura ef feldariy, en in (3a) is die: [loiy] do brûste kvâ ef hurts.
Alleen de vette elementen (dat zijn de enige delen die afwijken van de matrixzin) worden achter loiy genoemd.
|
Deze constructies zijn uitgebreid behandeld in § 70.65-66, naar aanleiding van het gebruik van pers.vnw.n 1e en 2e niveau.
|
122.79
Merk op dat loiy geen nevenschikkend voegw. is, hoewel het er in sommige constructies op lijkt. Als we loiy ef feldariy in (2a) hierboven vervangen door een echte nevenschikking, dan moet het voorz. kura als dood voorz. (âs) herhaald worden (zie ook § 120.28). Vergelijk (2a) met de echte nevenschikking in:
- a'. Ef chat farta kura ef kelbra, ur âs ef feldariy.
De kat heeft over de tafel, en [over] de kast gelopen.
Als we loiy brûste in (3a) hierboven vervangen door een echte nevenschikking, dan staat deze onmiddellijk achter het linker lid, ofwel: ef hurts komt geheel achteraan. Vergelijk (3a) met:
- a'. Do lukte ur brûste kvâ ef hurts.
Hij wast en borstelt de honden nooit.
|
Vergelijk:
- Do ef hurts lukte, loiy brûste. Hij heeft de honden gewassen, en ook geborsteld.
- Do ef hurts lukte[,] ur brûste. Hij heeft de honden gewassen en geborsteld.
De enige indicatie dat loiy géén nevensch.voegw. is, wordt gevonden in de verplichte komma achter de matrixzin. Daarentegen mag in b. de komma achterwege blijven.
|
|