|
Opbouw van dit hoofdstuk:
Blok:
|
102.1
Het begrip koppelwerkwoord wordt in de Spokaanse grammatica op semantische gronden gedefinieerd: een werkwoord wordt "koppelwerkwoord" genoemd als het gevolgd kan worden door een "aanvulling", die een eigenschap uitdrukt die aan het subject toegekend is, wordt of blijft. Deze "aanvulling" wordt predikatief complement (pred.comp.) genoemd, en kan bestaan uit:
- een substantief
- een eigennaam
- een voornaamwoord
- een additief
- een voorzetselbepaling
- een rangtelwoord
|
Onder "additieven" worden niet begrepen de echte volt.dw.n en echte teg.dw.n. Dergelijke deelwoorden kunnen nooit als complement optreden. Bijvoorbeeld:
- * Elsa melde obezjerelira. Elsa is lachend.
- * Ef mimpit ÿrmoie trempor. Het boek schijnt gelezen te zijn.
Zie ook § 100.34, § 101.21-22 en § 101.33.
|
|
Rangtelwoorden worden niet als een "echt" additief beschouwd. Dit wordt nader uiteengezet in Hoofdstuk 170.
|
De gevallen 1., 2. en 3. worden soms samengevat met de omschrijving "substantief of substantief-vervangende constructie".
102.2
Voorbeelden (het pred.comp. is vetgedrukt):
1. Substantief:
- Petriy tinkere gekker. (beroep) Petriy wordt leraar.
- Tu loke jazy sener frera. Je lijkt je broer wel.
2. Eigennaam:
- Ef pâxbariy oiba zeces melde Thedor.
Het minst vredelievende dorp is Thedor.
3. Voornaamwoord:
- Gÿrs melde lomp cÿrlÿo? (vrag.vnw.) Wie bent u eigenlijk?
- Moffain tinkere rast lef eft hupster gart. (zelfst.vnw.)
Moffain wordt iemand met een grote bek. (begint een grote bek te krijgen)
4. Additief:
- Petriy melde kinur. Petriy is ziek.
- Óps pónze onâfxu. Ze worden brutaal.
- Ef storâs ÿrmoie trufô. Het verhaal schijnt waar [te zijn].
5. Voorz.bepaling (zie ook Hoofdstuk 140):
- Ef glydas melde ûqu ef kleter lytt. De leden zijn tegen het nieuwe bestuur.
- Ef dravos pónze furt Elsa. De tekening wordt voor Elsa.
6. Rangtelwoord (zie ook § 50.18 en § 170.17):
- Dena moplariy melde fârtef lelmo tof.
Dit is het vierde ongeluk vandaag. (lett. "dit ongeluk is vierde vandaag")
- Fes ef orefante-tojesfsâ Petriy pónzo durtef.
In de zwemwedstrijd werd Petriy [de] derde.
102.3
Voor talen als het Nederlands of Engels wordt aangenomen dat er primair een semantische relatie tussen het subject en het complement bestaat. Omdat deze talen vereisen dat zulke relaties altijd op verbale wijze moeten worden uitgedrukt, is toevoeging van een koppelwerkw. noodzakelijk. Dit koppelwerkw. heeft zelf geen semantische inhoud, maar lijkt primair als "tempus- en aspect-drager" te fungeren. Dit kan als volgt gesymboliseerd worden: [SUBJECT] «» [COMPLEMENT], waarbij «» de schakel is in de vorm van koppelwerkw. In het Spokaans heeft een koppelwerkw. meer het karakter van een hoofdwerkwoord (en omgekeerd kunnen veel hoofdwerkw.n een koppel-karakter krijgen). In Da Costa (1990) is voorgesteld om de verhouding in het Spokaans als volgt te symboliseren:
KOPPELWERKW.: [SUBJECT-KERN] [COMPLEMENT]
wat zoveel wil zeggen als: "er is een koppelend element dat een bepaalde situatie uitdrukt, en in deze situatie spelen de zinskern en het complement de hoofdrol".
Het koppelwerkw. heeft in deze benadering een semantische inhoud, maar is niet per se de tempus/aspect-drager (zo wordt tijd immers primair in de woordvolgorde uitgedrukt, en niet in de verbale morfologie).
We zullen deze theoretische achtergronden hier verder laten rusten en ons verder concentreren op de meer praktische kant van het gebruik van koppelwerkw.n.
|
In dit hoofdstuk wordt met "hoofdwerkwoord" bedoeld: elk werkwoord dat geen doel-, hulp- of koppelwerkwoord is.
|
102.4
Constructies met koppelwerkw.n onderscheiden zich in enkele syntactische opzichten van constructies met hoofdwerkw.n. De voornaamste verschillen zijn:
- Het additief (dat als pred.comp. optreedt) kan niet met lo gemarkeerd worden (voor lo, zie ook § 40.17-22). Vergelijk (Hw = hoofdwerkw.; Kw = koppelwerkw.):
- Ef vildul leldeHw lo lutt. De boom groeit krom.
- * Ef vildul meldeKw lo lutt. De boom is krom.
- * Petriy pónzeKw lo kinur. Petriy wordt ziek.
Het gebruik van lo wordt nader behandeld in § 102.51-53.
- Het substantief (dat als pred.comp. optreedt) kan dikwijls zonder lidwoord verschijnen.
Vergelijk:
- * Yvonn tiffeHw otÿ. (lett. "Yvonn kent verpleegster")
- Yvonn tinkereHw otÿ. Yvonn wordt verpleegster.
- De voorz.bepaling (die als pred.comp. optreedt) kan niet of nauwelijks vooraan de zin staan.
Vergelijk:
- Kaf ef ferdu ef mimpit meldeHw. Op de stoel ligt het boek.
- *? Rifo Elsa ef mimpit meldeKw. Van Elsa is het boek.
Indien melde als hoofdwerkw. fungeert, kan het vervangen worden door prap wâfersence (zich bevinden): Kaf ef ferdu ef mimpit sen wâfersence.
Zie ook § 102.10.
|
Dit geldt met name voor substantieven die een beroep uitdrukken (zie § 50.19).
Vergelijk:
- Petriy melde gekker. Petriy is leraar.
- Petriy melde ef painatjen. Petriy is de dader.
|
|
Vooraanplaatsing is dikwijls mogelijk om contrast of emfase uit te drukken; zie ook Hoofdstuk 140.
|
102.5
In tegenstelling tot een Nederlands "naamwoordelijk deel van het gezegde" kan een Spokaans pred.comp. (mits een substantief of subst.-vervangend element) zich gedragen als een "echt object", in die zin dat de kernfunctie eraan toegekend kan worden (dus: een koppelwerkw. is mogelijk in een passiefconstructie). Vergelijk de actieve vorm in a. met de passieve variant in b.:
- Roša melde kost sour. Roša is mijn zuster.
- Roša melde lomp? Kost sour meldelije pai eup.
Wie is Roša? Dat is mijn zuster.
(lett. "mijn zuster wordt door haar geweest")
- Petriy tinkere eft gekker. Petriy wordt leraar.
- Petriy tinkere kluft? Eft gekker tinkerelije pai Petriy.
Wat wordt Petriy? Petriy wordt leraar.
(lett. "een leraar wordt door Petriy geworden")
Dergelijke passiefvormen in een antwoord worden besproken in § 92.5-9.
|
Het vrag.vnw. kluft (wat) kan nooit aan een persoon refereren. In deze vraag refereert het dan ook aan een eigenschap. Het antwoord gekker (leraar) moet dan ook als "eigenschap" geïnterpreteerd worden, en niet als "persoon".
|
102.6
Passivisering van een koppelwerkw.-constructie is minder acceptabel indien het pred.comp. zonder lidwoord wordt gebruikt, zoals bij beroepsaanduidingen mogelijk is. Vergelijk:
- Petriy tinkere eft gekker. > Eft gekker tinkerelije pai Petriy.
- Petriy tinkere gekker. > ? Gekker tinkerelije pai Petriy.
Kennelijk wordt zo'n lidwoordloos pred.comp. te weinig als "substantief" (en te veel als eigenschap-uitdrukkend "additief"?) gevoeld om kerntoekenning hieraan acceptabel te maken.
102.7
De mogelijkheid om een pred.comp. als zinskern te laten fungeren (zie hierboven), betekent nog niet dat een pred.comp. geheel identiek is aan een "echt" object. (in dat geval zou de term pred.comp. ook niet nodig geweest zijn).
Een pred.comp. onderscheidt zich van een echt object, niet alleen doordat bij beroepsaanduidingen het lidwoord eft achterwege mag blijven (zie vorige paragrafen), maar ook doordat het lidwood goe weggelaten mag worden. Vergelijk:
- Lerdu ur Ina uokke goe pypas. Lerdu en Ina roken [elk] een pijp.
- Lerdu ur Ina melde [goe] gekkers. Lerdu en Ina zijn leraar/leraren.
- Parachutos ur zefa-plônsos lelperre goe miltef raptre-crâfs.
Parachutespringen en diepzeeduiken hebben een sterke aantrekkingskracht.
- Parachutos ur zefa-plônsos tinde [goe] kviksiyn sport-frenvus.
Parachutespringen en diepzeeduiken blijven gevaarlijke sporten.
Zie ook § 50.44.
102.8
Alle Spokaanse koppelwerkw.n zijn in het volgende blok opgenomen:
In de volgende paragrafen zullen we deze werkwoorden nader onder de loep nemen.
102.9 Modaal-neutrale koppelwerkw.n
De werkwoorden melde, pónze, qugle, tinde en tinkere zijn de meest "elementaire" koppelwerkw.n. Zij zijn neutraal wat betreft het uitdrukken van modaliteit, en worden daarom wel kortweg de neutrale koppelwerkw.n genoemd: zij drukken slechts uit op welke wijze er een betrekking bestaat tussen een eigenschap en het subject. Dit soort betrekking wordt aspect genoemd:
| koppelwerkw. | aspect
| | melde | momentaan
| | pónze | inchoatief of mutatief
| | tinkere | inchoatief of mutatief
| | qugle | mutatief
| | tinde | duratief  (zie ook § 81.24)
|
102.10 melde (zijn)
Het meest voorkomende werkwoord in het Spokaans is wel melde. Het treedt niet alleen op als koppelwerkw., maar ook als hoofdwerkw. In dit laatste geval is het een typische plaatsbepaler waarbij het additief of de voorz.bepaling een localiteit uitdrukt. Melde kan nu vervangen worden door prap wâfersence (zich bevinden). Vergelijk de a-zinnen met een hoofdwerkw. (wat blijkt uit de wâfersence-variant), en de b-zinnen met een koppelwerkw.:
- a. Elsa melde hogorit. = Elsa sen wâfersence hogorit.
Elsa is boven. = Elsa bevindt zich boven.
b. Elsa melde pÿr. /> * Elsa sen wâfersence pÿr.
Elsa is gek. /> (lett. "Elsa bevindt zich gek")
- a. Ef mimpit melde tekelbrae. = Ef mimpit sen wâfersence tekelbrae.
Het boek is/ligt op [de] tafel. = Het boek bevindt zich op [de] tafel.
b. Ef mimpit melde mindefit. /> * Ef mimpit sen wâfersence mindefit.
Het boek is rood. /> (lett. "Het boek bevindt zich rood")
- a. Ef rozas melde fes ef arâbe. = Ef rozas sena wâfersence fes ef arâbe.
De rozen zijn/staan in de tuin. = De rozen bevinden zich in de tuin.
b. Ef rozas melde furt/fân ef mebartiy sientur. />
/> * Ef rozas sena wâfersence furt/fân ef mebartiy sientur.
De rozen zijn voor de jarige moeder. />
/> (lett. "De rozen bevinden zich voor de jarige moeder")
Merk op dat hogorit in (1a) fungeert als een predikatief additief, terwijl pÿr in (1b) een subjectief additief is (zie voor deze begrippen ook § 40.2).
|
Het voorzetsel furt (vóór) (maar niet: fân) kan ook als plaatsbepaler optreden (als tegenstelling van blef (achter)). In dat geval is melde in (3b) natuurlijk een hoofdwerkw. en kan het vervangen worden door prap wâfersence:
- Ef rozas melde (= sena wâfersence) furt ef mebartiy sientur.
De rozen staan (= bevinden zich) vóór de jarige moeder.
De zin Ef rozas melde furt ef mebartiy sientur. is dus, evenals het Nederlandse equivalent, ambigu.
|
|
Omdat hogorit een additief van CATEGORIE III is, kan het alleen maar als pred.add. (of als adj.add.) optreden, en is het bijbehorende werkwoord altijd een hoofdwerkw. Zie § 40.64-70. Zie verder § 102.18 voor pónze als hoofdwerkw.
|
102.11
Indien melde als hoofdwerkw. optreedt, kan het additief of de voorz.bepaling naar voren gehaald worden (linkse dislocatie), meestal om emfase of contrast uit te drukken. Indien melde als koppelwerkw. fungeert, is linkse dislocatie onmogelijk of op zijn minst twijfelachtig. Vergelijk de voorbeelden uit § 102.10 met (contrastieve en emfatische elementen zijn in de vertaling met KLEINKAPITAAL aangegeven):
- a'. Hogorit Elsa melde. Elsa is BOVEN. (en niet BENEDEN)
b'. * Pÿr Elsa melde. Elsa is GEK. (en niet ZIEK)
- a'. Fes ef arâbe ef rozas melde. IN DE TUIN staan de rozen.
b'. ? Furt ef mebartiy sientur ef rozas melde.
VOOR DE JARIGE MOEDER zijn de rozen.
Zin (2b') is echter wel correct indien furt als plaatsbepaler optreedt, en de zin betekent 'Vóór de jarige moeder staan de rozen.'.
102.12 pónze (worden; raken), tinkere (worden)
De koppelwerkw.n pónze en tinkere zijn synoniem, maar kunnen niet door elkaar gebruikt worden: bij tinkere hoort een pred.comp. dat bestaat uit een substantief, eigennaam of voornaamwoord (zie § 102.1, gevallen 1., 2. en 3.), terwijl pónze altijd gevolgd wordt door een additief, voorz.bepaling of rangtelwoord (§ 102.1, gevallen 3. t/m 5.). Vergelijk:
Gevallen 1., 2. en 3.:
- Mariy tinkere otÿ. Mariy wordt verpleegster.
- Tek tinkere kult kleter mingatra. Tek wordt onze nieuwe werkster.
- Kult kleter mingatra tinkere Tek. Onze nieuwe werkster wordt Tek.
- Lerdu tinkere rast lef eft frondo basc. Lerdu wordt iemand met veel lef.
Gevallen 4., 5. en 6.:
- Tek pónze kinur kvâ. Tek wordt nooit ziek.
- Ef dravos pónze furt Kârle. De tekening wordt [bestemd] voor Kârle.
- Eup pónza durtef. Ze is derde geworden. (bij een wedstrijd of verkiezing)
102.13
Als het pred.comp. een weersgesteldheid of periode (deel van de dag, seizoen, maand ed.) uitdrukt, en het subject bestaat uit het onpersoonlijke ef (het), mag tinkere door pónze vervangen worden, ook al is het pred.comp. een substantief:
- Ef tinkere kÿl/lunatof. = Ef pónze kÿl/lunatof.
Het wordt nacht/maandag.
- Ef tinkere bidalos. = Ef pónze bidalos.
Het gaat regenen. (lett. "het wordt regen")
- Ef tinkere tildâ wónzol. = Ef pónze tildâ wónzol.
Het wordt slecht weer.
Merk op dat het pred.comp. in al deze gevallen zonder lidwoord gebruikt wordt; het substantief heeft als het ware iets van zijn "substantivische karakter" verloren. Zie ook § 102.6.
102.14
In de voorbeelden uit de vorige paragraaf kan het pred.comp. gepromoveerd worden tot subject, daarmee het onpersoonlijke ef vervangend. Nu kan pónze echter niet gebruikt worden:
- Kÿl/lunatof tinkere., maar niet * Kÿl/lunatof pónze.
- Bidalos tinkere., maar niet * Bidalos pónze.
- Tildâ wónzol tinkere., maar niet * Tildâ wónzol pónze.
Voor dergelijke subjectpromotie, zie § 102.72-73.
102.15
Het koppelwerkw. pónze kan niet gevolgd worden door een trap van vergelijking die uitgedrukt wordt met terat, oras, oiba of tom (hierop is reeds gewezen in § 43.23).
Een vergr.trap achter pónze wordt uitgedrukt met het subj.add. syliy, vergelijk de neutrale vorm in a. met de vergr.trap in b.:
- Mintof jadâk critise remarcos ef menester pónze rofonos.
Na elke kritische opmerking wordt de minister boos.
(= in eerste instantie is hij niet boos)
- Mintof jadâk critise remarcos ef rofonos menester pónze syliy.
Na elke kritische opmerking wordt de minister bozer.
(= hij was al boos en zijn boosheid neemt voortdurend toe)
- Ef mirras pónze centys. De wegen worden druk.
(= ze waren nog niet druk)
- Ef centys mirras pónze syliyn. De wegen worden drukker.
(= ze waren al druk)
|
Oorspronkelijk werd de vergr.trap uitgedrukt door de combinatie syliy terat, dus:
- Ef rofonos menester pónze syliy terat. De minister wordt bozer.
Sinds het begin van deze eeuw werd terat na syliy in de spreektaal meer en meer weggelaten, en halverwege de jaren vijftig is deze weglating ook in de schrijftaal algemeen geaccepteerd.
|
102.16
Een verkl.trap kan na pónze uitgedrukt worden, door achter syliy de determinant oiba (minder) te plaatsen:
- Mintof jadâk critise remarcos ef piaquan menester pónze syliy oiba.
Na elke kritische opmerking wordt de minister minder vriendelijk.
- Ef centys mirras pónze syliy oiba. De wegen worden minder druk.
102.17
De overtr. en minste trap kunnen in combinatie met pónze uitgedrukt worden door het adj.add. voor deze trappen te markeren (met oras resp. tom), en syliy als subj.add. toe te voegen. Vergelijk:
- Vyñgy melde/tinde onâfxu oras. Vyñgy is/blijft het brutaalst.
- Onâfxu oras Vyñgy pónze syliy. Vyñgy wordt het brutaalst.
- Sest mirras melde qurubo tom. Zulke wegen zijn het minst veilig.
- Sest qurubo tom mirras pónze syliyn lóf ef bidalos.
Zulke wegen worden bij regen het minst veilig.
102.18
Evenals melde (§ 102.10), kan ook pónze als hoofdwerkw. optreden. Het drukt dan een plaatsbepaling uit, en kan vervangen worden door prap wâfersence:
- Tek pónze hogorit. > Tek sen wâfersence hogorit.
Tek gaat naar boven. (lett. "raakt boven; komt boven terecht") > Tek bevindt zich boven.
- Ef mimpit pónzo fesdu ef knurfel. > Ef mimpit sen wâfersenco fes ef knurfel.
Het boek raakte in het water. > Het boek bevond zich in het water.
102.19
Soms is het moeilijk om te beslissen of er nu sprake is van een koppel-, dan wel van een hoofdwerkw. Vergelijk:
- Ef oto pónzo trâk ef mirrae. De auto raakte van de weg af.
- Ef oto pónzo trâk ef mirra. (idem)
In a. wordt het voorzetsel trâk (van ... af) gevolgd door de resultatieve vorm ef mirrae. Deze resultatief drukt een grensoverschrijdende beweging uit (§ 62.21-22 en Hoofdstuk 140) zodat er typisch sprake is van localiteit: pónze is hier dus een hoofdwerkw. In b. daarentegen blijft de resultatief achterwege: de voorz.bepaling trâk ef mirra hoeft daarom niet per se een localiteit uit te drukken, maar kan ook als "eigenschap" bij ef oto beschouwd worden. De voorz.bepaling is dan een pred.comp., en pónze kan als koppelwerkw. beschouwd worden.
102.20
In de vorige paragrafen hebben we gezien dat pónze hetzij door 'worden', hetzij door 'raken' vertaald moet worden. In een enkel geval zijn beide vertalingen mogelijk, zodat het Nederlands een nuanceverschil kan uitdrukken dat in het Spokaans geëlimineerd is:
- Óps pónze hômba. Ze worden moe; Ze raken moe.
Als een proces zich voltrekt zonder dat er aan een entiteit (persoon, ding, gebeurtenis) gedacht wordt die voor dit proces verantwoordelijk is, wordt wel raken in plaats van worden gebruikt. Dikwijls heeft worden een passieve betekenis. Vergelijk:
- a. Piet wordt gewond. ~ b. Piet raakt gewond.
In (1a) is er sprake van een (menselijke) agens die voor de verwonding van Piet verantwoordelijk is; in (1b) lijkt de eigenschap "gewond" door een (zakelijke) veroorzaker aan Piet toegekend te worden.
Het Spokaanse equivalent van (1a) is een passiefconstructie; voor (1b) moet het koppelwerkw. pónze gekozen worden:
- a'. Blul qulelije Petriy.
b'. Petriy pónze prylt.
|
Merk op dat er geen additief met de betekenis 'gewond' bestaat dat afgeleid is van, of verwant is aan het werkwoord qule (verwonden). Het additief met de betekenis 'gewond' is prylt. Hiervan bestaan de verbale afleidingen prylte (gewond zijn), pryltare (gewond raken) en pryltÿne (gewond blijven).
|
102.21 qugle (worden)
Het koppelwerkw. tinkere kan vervangen worden door qugle, indien er sprake is van een totale metamorfose, ofwel een mutatief aspect. Bijvoorbeeld:
- Ef ljôl qugle eft flyddere. De rups wordt een vlinder.
- Ef tof qugle ef kÿl. De dag wordt nacht.
Bij personen kan de metamorfose ook abstract zijn:
- Mintof ef frotexos Luca eft lelpiru veldur qugle.
Na de operatie is Luca een ander mens [geworden].
Als de metamorfose een dier of zaak betreft, kan qugle eventueel door tinkere vervangen worden, maar bij personen is zo'n vervanging af te raden. Vergelijk:
- Ef ljôl tinkere eft flyddere.
- Ef tof tinkere ef kÿl.
- ?? Mintof ef frotexos Luca eft lelpiru veldur tinkere.
|
Vergelijk: Ef tinkere kÿl. (Het wordt nacht.). Nu is qugle niet te gebruiken (* Ef qugle kÿl), omdat het subject ef niet refereert aan een entiteit die een algehele metamorfose kan ondergaan. Wel is mogelijk: Ef pónze kÿl. Zie hiervoor § 102.13.
|
|
Er lijken twee redenen te bestaan waarom de meeste Spokaniërs het gebruik van tinkere hier niet erg acceptabel vinden: (i) de metamorfose heeft hier zo duidelijk een abstract karakter, en (ii) het koppelwerkw. tinkere wordt bij personen prototypisch in verband gebracht met een beroep, zoals in: Mintof ef frotexos Luca [eft] mimpiterfer tinkere. (Na de operatie is Luca boekhouder geworden.). Zie ook de analyse van koppelwerkw.n en aspect in Bikijanâ-Huldufit (1989).
|
102.22 tinde (blijven)
Evenals de hierboven genoemde werkwoorden kan ook tinde zowel een hoofdwerkw. als een koppelwerkw. zijn. Ook nu weer geeft de wâfersence-test uitsluitsel of we met een hoofdwerkw. te doen hebben. Vergelijk de hoofdwerkw.n in a. met de koppelwerkw.n in b.:
- Tek tinde hogorit. > Tek sen wâfersence hogorit.
Tek blijft boven. > Tek bevindt zich boven.
- Tek tinde kinur. Tek blijft ziek.
- Ef mimpit tindo fes ef knurfel. > Ef mimpit sen wâfersenco fes ef knurfel.
Het boek bleef in het water [liggen]. > Het boek bevond zich in het water.
- Ef mimpit tinde furt/fân Kârle. Het boek blijft [bestemd] voor Kârle.
102.23
Omdat tinde ook als doelwerkw. kan fungeren, is er een combinatie van dit werkwoord met melde mogelijk. Vergelijk:
- Ef tinde beri bidale. Het blijft [maar] regenen. (= het houdt niet op)
- Ef tinde beri melde hordâ wónzol. Het blijft [maar] mooi weer.
In b. is tinde een doelwerkw. dat aan het koppelwerkw. melde een duratief aspect toevoegt. Zin b. is het equivalent van c. waarin tinde een koppelwerkw. is:
- Ef tinde hordâ wónzol.
Zie verder § 81.24 voor de overige gebruiksmogelijkheden van tinde.
|
Kojen-Pôt (1977) wijst erop dat het duratieve aspect in b. sterker aanwezig is dan in b'. Dit zou in het Nederlands tot uitdrukking gebracht kunnen worden in de vertalingen 'Het blijft alsmaar mooi weer.' (voor b.) en 'Het blijft mooi weer.' (voor b'.). In Tôki-Andeler (1981) wordt dit onderscheid nader uitgewerkt, waarbij onder meer gesuggereerd wordt dat er in b. gerefereerd wordt aan een tijdsperiode die reeds vóór het moment van de taaltuiting begonnen is, en eventueel op het moment van de taaluiting ten einde is. In b'. wordt eerder gerefereerd aan een tijdsperiode die op het moment van de taaluiting begint, en zich in de toekomst voortzet.
|
102.24 frute (zouden kunnen zijn), ÿrmoie (schijnen [te zijn])
De koppelwerkw.n frute en ÿrmoie worden wel de modale koppelwerkw.n genoemd: zij drukken naast een momentaan aspect tevens een bepaalde vorm van modaliteit uit, wat betekent dat er iets gezegd wordt over het standpunt dat de spreker of "het volk" inneemt ten opzichte van de gedane uitspraak. Voor modaliteit, zie ook Hoofdstuk 110.
102.25
Het werkwoord frute (zouden wel eens kunnen zijn) drukt niet alleen een momentaan aspect uit, equivalent aan dat van melde, maar ook dat de spreker het feit niet wil of kan vaststellen. Een dergelijke voorzichtige veronderstelling is een "Dubitatief" (zie ook § 81.16 en Hoofdstuk 110). Frute kan alleen gevolgd worden door een pred.comp. in de vorm van een substantief, eigennaam of voornaamwoord (dus de gevallen 1., 2. en 3. in § 102.1):
- Moffain frute ef zâft. Moffain zou wel eens de dief kunnen zijn.
- Groft frinta frute Tek. Zijn vriendin zou wel eens Tek kunnen zijn.
- Ef kordaratera frute rast lef oggo-ÿdrentô.
De kosteres zou wel eens iemand met wraakgevoelens kunnen zijn.
|
Kojen-Pôt keurt frute als koppelwerkw. in alle gevallen af. Volgens hem zijn de enige juiste alternatieven voor (1)...(3):
- Moffain frute beri melde ef zâft.
- Groft frinta frute beri melde Tek.
- Ef kordaratera frute beri melde rast lef oggo-ÿdrentô.
Zie ook § 102.26.
|
102.26
Is het pred.comp. iets anders dan een substantief, eigennaam of voornaamwoord, dan wordt frute als doelwerkw. gebruikt:
- Moffain frute beri melde kinur. Moffain zou wel eens ziek kunnen zijn.
- Ef mimpit frute beri melde rifo Kârle.
Het boek zou wel eens van Kârle kunnen zijn.
- Eup frute beri melde durtef. Zij zou wel eens derde kunnen zijn.
|
De voorz.bepaling rifo Kârle kent een synonieme genitiefbepaling: Kârleex ef tiyn (lett. "Kârle's ding"). Hoe deze genitief het gebruik van frute beïnvloedt, wordt in § 102.27 besproken.
|
102.27
Evenmin kan frute gebruikt worden als hoofdwerkw., gevolgd door een localiteit, of als koppelwerkw., gevolgd door een genitief. Ook nu weer moet frute als doelwerkw. optreden. Vergelijk:
- a. * Óps frute ber Amahagge.
b. Óps frute beri melde ber Amahagge.
Ze zouden wel eens in Amahagge kunnen zijn.
- a. * Ef mimpit frute Kârleex ef tiyn.
het boek zou.kunnen.zijn Kârle's het ding
b. Ef mimpit frute beri melde Kârleex ef tiyn. (vgl. § 102.26)
Het boek zou wel eens van Kârle kunnen zijn.
Variant (2a) wordt door de meeste grammatici afgekeurd omdat de genitief Kârleex ef tiyn niet beschouwd wordt als een "substantief" of "eigennaam", maar als een equivalent van de voorz.bepaling rifo Kârle (van Kârle), en daarom feitelijk een "voorz.bepaling in vermomming" is.
|
Het fundament (§ 60.6) van de genitiefconstructie Kârleex ef tiyn is tiyn, en dit is wel degelijk een subst. dat aan de zinskern ef mimpit refereert. Vanuit deze optiek bekeken zou een constructie als (2a) grammaticaal moeten zijn, want er bestaat immers analogie met:
- Ef mimpit frute eft yroppiy tiyn.
het boek zou.kunnen.zijn een spannend ding
Het boek zou wel eens spannend kunnen zijn.
Dat a. hierboven wel correct is, en (2a) niet, ligt aan het feit dat tiyn in a. een andere status heeft dan tiyn in (2a). Dit verschil wordt uitgelegd in Hoofdstuk 131. Merk verder op dat a. niet geheel hetzelfde betekent als:
- Ef mimpit frute beri melde yroppiy.
het boek zou.kunnen te zijn spannend
Het semantische verschil tussen a. en b. ligt niet aan het feit dat frute in a. een koppelwerkw. is en in b. een doelwerkw., maar aan het feit dat in a. het spoor eft tiyn is toegevoegd, en in b. niet. Zie Hoofdstuk 132.
|
102.28
Merk op dat frute in de functie van doelwerkw. ook gevolgd kan worden door een ander koppelwerkw. dan melde:
- Moffain frute beri pónze kinur. Moffain zou wel eens ziek kunnen worden.
- Elsa frute beri tinkere eft tiynslenkera.
Elsa zou wel eens vrachtwagenchauffeur kunnen worden.
102.29 ÿrmoie (schijnen [te zijn])
Het werkwoord ÿrmoie (schijnen [te zijn]) drukt naast het momentane aspect van melde tevens een reportatieve modus (modaliteit van Gerucht: "er wordt beweerd", "men zegt") uit. Ÿrmoie is een "echt" koppelwerkw., in die zin dat het in alle gevallen gebruikt kan worden, en nimmer als iets anders dan koppelwerkw. kan optreden:
- Kârle ÿrmoie ef painatjen. Kârle schijnt de dader [te zijn].
- Kârle ÿrmoie gekker. Kârle schijnt leraar te zijn.
- Elsa ÿrmoie kinur. Elsa schijnt ziek [te zijn].
- Ef mimpit ÿrmoie rifo Kârle. Het boek schijnt van Kârle te zijn.
102.30
In § 102.19 is gewezen op een voorbeeld waarbij het niet duidelijk is of er nu sprake is van een koppelwerkw., dan wel van een hoofdwerkw. Daar ÿrmoie nooit een hoofdwerkw. kan zijn, roept de volgende constructie geen twijfels op:
- Ef oto ÿrmoio trâk ef mirra. De auto schijnt van de weg af [geraakt] te zijn.
In deze zin moet trâk ef mirra als "eigenschap" bij ef oto gezien worden, niet als localiteit (de resultatief mirrae kan hier dan ook niet gebruikt worden).
102.31
Als een inchoatief, duratief of mutatief aspect gecombineerd moet worden met de reportatieve modus (Gerucht), kan ÿrmoie niet gebruikt worden. Dit koppelwerkw. bezit immers een inherent momentaan aspect. Nu moet er gekozen worden voor een modaal-neutraal koppelwerkw., aangevuld met een doelwerkw. van modaliteit, bijvoorbeeld tóte beri (schijnen/lijken te):
- Elsa tóte beri pónze kinur. Elsa schijnt ziek te worden.
- Ef dravos tóte beri pónze furt Kârle. De tekening schijnt voor Kârle te worden.
- Groft frera tóte beri tinde gekker. Zijn broer schijnt leraar te blijven.
Merk op dat ook ÿrmoie vervangen kan worden door een doelwerkw. met een neutraal koppelwerkw.:
- Eup ÿrmoie kinur. = Eup tóte beri melde kinur. Ze schijnt ziek [te zijn].
Maar niet: * Eup ÿrmoie beri melde kinur. of * Eup tóte kinur.
102.32 lelperre (hebben)
Soms wordt ook het werkwoord lelperre (hebben) wel tot de koppelwerkw.n gerekend. Dit vanwege het feit dat het Oudspokaans (en tegenwoordig nog het Pegrevisch en het Hazâcki-Westspokaans) de mogelijkheid kende om lelperre gevolgd te laten worden door een subjectief additief, in de trant van:
- †? Petriy lelperre kinur. (lett. "Petriy heeft ziek")
Het verschil tussen (1) en
- Petriy melde kinur. Petriy is ziek.
is van emotionele aard: in (1) wordt het "ziek zijn" gevoeld als een inherente eigenschap van Petriy, waar hij niet meer vanaf komt. Zin (1) is daarom het meest adequaat te vertalen met 'Petriy is ongeneeslijk ziek.'. Vergelijk ook:
- Ef šupa melde kjupt. De soep is heet. (niet inherent: de soep kan afkoelen)
- †? Ef kôbo lelperre kjupt. De zon is heet.
(lett. "de zon heeft heet"; inherent, want de zon blijft altijd heet, of preciezer:
zal tijdens ons leven niet merkbaar afkoelen)
102.33 loke (lijken [op])
Als het werkwoord loke gevolgd wordt door een substantivisch pred.comp., is de betekenis: 'lijken op; eruit zien als; zich gedragen als':
- Lerdu loke sener follus. Lerdu lijkt op zijn vader.
(= Lerdu ziet eruit als zijn vader, of gedraagt zich als zijn vader)
Samen met een subj.add. betekent loke (lijken), en wel zodanig dat men op grond van bepaalde gegevens een indruk heeft, maar dat men van de conclusie niet zeker is. Gewoonlijk wordt er gezegd dat loke een impressieve modus heeft:
- Lerdu melde jazy fit plôf, do loke kinur. Lerdu is zo bleek, hij lijkt wel ziek.
|
De betekenis 'eruit zien als' kan expliciet uitgedrukt worden met de -lira-constructie:
- Lerdu melde zerfelira sener follus. Lerdu ziet eruit als zijn vader.
(= Lerdu heeft hetzelfde uiterlijk als zijn vader)
|
102.34
Het koppelwerkw. loke kan vervangen worden door een combinatie van het doelwerkw. tóte (lijken; schijnen) met pónze, qugle, tinkere of tinde indien een inchoatief, duratief of mutatief aspect uitgedrukt moet worden:
- Tem lârytâs nert tóte beri quggaves rozas.
Deze rozebottels lijken geen rozen te willen worden.
- Petriy tóte beri pónze kinur. Petriy lijkt/schijnt [wel] ziek te worden.
- Ef warmohit tóte beri tinde martel. De kachel lijkt/schijnt koud te blijven.
De betekenisvelden van loke en tóte overlappen elkaar voor zover bedoeld wordt "op grond van bepaalde gegevens de indruk hebben". Maar loke kent enerzijds de uitbreiding "er uitzien als; zich gedragen als" en tóte kent anderzijds de uitbreiding "de indruk maken".
|
Voor het modale suffix -aves achter de gramm.stam qugg- (van qugle) wordt verwezen naar Hoofdstuk 110. Zie verder § 102.43.
|
102.35 pe (heten)
Het werkwoord pe wordt wel als koppelwerkw. beschouwd, en heeft dan een beperkte gebruiksmogelijkheid: het pred.comp. moet altijd een eigennaam zijn, die aan het subject toegekend wordt:
- Eup pe Ivichinia. Ze heet Ivichinia.
- Ef karé po Titanic-ka. Het schip heette de Titanic.
- Tu pe kluft? Yvonn pelije pai gress.
Hoe heet je? Ik heet Yvonn. (lett. "wat heet je?")
|
Het feit dat pe gevolgd wordt door kluft (wat), en niet door lomp (wie) of kol (hoe), wijst op het karakter van koppelwerkw. Zie in dit verband ook de voetnoot in § 102.5.
|
102.36
Wordt er niet een eigennaam, maar een eigenschap in de vorm van een substantief aan het subject toegekend, dan wordt een intransitieve vorm van pe gebruikt, gevolgd door een voorz.bepaling met lo (net zo als; lijkend op):
- Mittof pe lo brûe. Dat heet een brûe. (soort stamppot)
- Dena huron pe lo eft lÿgiy. Deze bloem is/heet [een] anjer.
Voor pe: zie ook § 81.21.
|
Hier is lo dus een voorzetsel van betrekking (zie Blok 140.6), en geen determinant die een subj.add. of obj.add. markeert. Lo is afgeleid van het werkwoord loke (lijken [op]).
|
102.37
Sommige linguïsten (Rifo Ef Quista, 1966) nemen aan dat er slechts één transitief koppelwerkw. pe bestaat, dat in het ene geval gevolgd wordt door een pred.comp. in de vorm van een eigennaam, en in het andere geval door een pred.comp. in de vorm van een voorz.bepaling. Zij zien een parallel tussen de a-zinnen enerzijds en de b-zinnen anderzijds:
- a. Dena 'nin melde kinur. Dit meisje is ziek.
b. Dena 'nin pe Elsa. Dit meisje heet Elsa.
- a. Dena huron melde furt ef 'nin. Deze bloem is voor het meisje.
b. Dena huron pe lo eft lÿgiy. Deze bloem heet een anjer.
Tegen deze analyse pleit dat de voorz.bepaling met furt in (2a) gemakkelijk door welke andere voorz.bepaling dan ook vervangen kan worden, bijvoorbeeld:
- Dena huron melde rifo ef 'nin. Deze bloem is van het meisje.
- Dena huron melde lo eft lÿgiy. Deze bloem is als een anjer.
terwijl de voorz.bepaling met lo in (2b) een vaste verbinding vormt met pe: er is geen enkel ander voorzetsel in combinatie met pe mogelijk. Zie ook de behandeling van de prepositionele werkwoorden in Hoofdstuk 140.
102.38 râgtage (blijken [te zijn])
Het werkwoord râgtage (blijken) duidt op een zekere conclusie uit vastgestelde feiten en wordt in de spreektaal wel als koppelwerkw. met een momentaan aspect gebruikt. Dit werkwoord heeft een deductieve modus. Vele grammatici spreken liever van "deletie van het koppelwerkw. melde". Vergelijk:
- Ef râgtage beri melde ef kâmpaiy.
- £ Ef râgtage ef kâmpaiy.
Het blijkt de waarheid [te zijn].
- Eup râgtage beri melde kinur. = Eup râgtage beri kinure.
- £ Eup râgtage kinur.
Ze blijkt ziek [te zijn].
102.39
Bij een inchoatief, duratief of mutatief aspect wordt râgtage als doelwerkw. gebruikt, samen met een neutraal koppelwerkw.:
- Do râgtage beri tinkere âpip. Hij blijkt politieagent te worden.
- Ef warmohit râgtage beri tinde martel. De kachel blijkt koud te blijven.
- Ef ljôl râgtage beri qugle eft flyddere. De rups blijkt een vlinder te worden.
Vergelijk ook loke (lijken [op]) en tóte (schijnen). Zie verder § 81.23.
102.40
In de volgende voorbeelden is het subject in de bijzin telkens vet. Vergelijk:
- a. Lerdu linne, do ustjâgât lomp.
b. Lerdu linne, lomp ustjâgât do.
- a. Lerdu tiffe, lomp do ustjâge ef.
b. Lerdu tiffe, lomp ustjâge do.
|
Lerdu vraagt, wie hij bedriegt. Lerdu vraagt, wie hem bedriegt. Lerdu weet, wie hij bedriegt. Lerdu weet, wie hem bedriegt.
|
In (1) is sprake van een indirecte vraag, wat gemarkeerd is met het verbale suffix -ât. De basiselementen do (hij/hem) en lomp (wie (vrag.vnw.)) staan op de posities die gereserveerd zijn voor de subject-kern en het object: in (1a) staat do op de kernpositie (als subject) en lomp op de objectpositie. In (1b) is dit net andersom. Merk op dat in de Nederlandse equivalenten het vrag.vnw. wie altijd aan het begin van de bijzin staat, ongeacht de subject- of objectfunctie. Uit de oppositie hij~hem is af te leiden welke functie wie heeft.
In (2) is sprake van een ondergeschikte bijzin, welke als zodanig gemarkeerd is met het voegwoord lomp (wie). Lomp staat nu, zoals alle voegwoorden, aan het begin van de bijzin, feitelijk vóór de kernpositie. In (2a) is lomp het object, en de ongebruikte objectpositie achter het werkwoord is nu gevuld met het spoor ef. In (2b) is lomp de subject-kern, en daarom is de kernpositie leeg.
Bovenstaand wordt allemaal uitgebreid behandeld in Hoofdstuk 150, maar is hier samengevat om de rol van het koppelwerkwoord te kunnen verklaren.
102.41
We vervangen nu het hoofdwerkw. ustjâge in (1) en (2) uit de vorige paragraaf door het koppelwerkw. melde:
- a. Lerdu linne, do meltât lomp.
b. * Lerdu linne, lomp meltât do.
- a. Lerdu tiffe, lomp do melde [ef].
b. * Lerdu tiffe, lomp melde do.
|
Lerdu vraagt, wie hij is. (lett. "Lerdu vraagt, wie hem is") Lerdu weet, wie hij is. (lett. "Lerdu weet, wie hem is")
|
Er vallen nu twee zaken op: ten eerste kan het pred.comp. niet uit een pers.vnw. (in dit geval do) bestaan, als het subject een vrag.vnw. of een voegwoord (lomp) is: (3b) en (4b) zijn ongrammaticaal. Ten tweede mag het spoor ef in (4a) weggelaten worden. Dit is begrijpelijk als we ons realiseren dat melde feitelijk niet gevolgd wordt door een echt object, maar door een "aanvulling" die pred.comp. genoemd wordt.
|
Merk op dat ook de Nederlandse equivalenten van (3b) en (4b) ongrammaticaal zijn. Nu geldt kennelijk de regel dat het vrag.vnw. wie niet als subject mag optreden.
|
102.42
Wat hierboven gezegd is met betrekking tot lomp, geldt ook voor kluft (wat), dat niet alleen als vrag.vnw. maar ook als voegwoord kan optreden:
- Gress linne, eup tinkerât kluft. Ik vraag, wat zij wordt. (= welk beroep)
- * Gress linne, kluft tinkerât eup.
- Gress tiffe, kluft eup tinkere [ef]. Ik weet, wat zij wordt.
- * Gress tiffe, kluft tinkere eup.
102.43
Neutrale koppelwerkw.n kunnen evenals hoofdwerkw.n verrijkt worden met een modaal suffix (Hoofdstuk 110):
- Ef mimpit meltecû yroppiy. Het boek kan spannend zijn.
- Óps tintaves piaquan. Ze willen vriendelijk blijven.
- Gress nert pónsavy ielba. Ik wil niet rijk worden.
- Ef ielba prest nert pónsavy syliy dus do melde.
De directeur wil niet rijker worden dan hij [al] is.
Zie ook het eerste voorbeeld in § 102.34.
102.44
De modale koppelwerkw.n frute en ÿrmoie kunnen niet verrijkt worden met een extra modaliteit die uitgedrukt wordt met een suffix. Hier geldt een semantische restrictie. De werkwoorden met koppelfunctie loke en râgtage kunnen dat wel, ook al drukken deze een vorm van modaliteit uit:
- Mas do râgtagecû ef painatjen. Morgen kan hij de dader blijken te zijn.
- Elsa lokavy sésiy. Elsa wil stoer lijken. (= wil doen alsof ze stoer is)
102.45
Als het pred.comp. een additief is, kunnen de neutrale koppelwerkw.n melde, pónze en tinde vervangen worden door een verbaal suffix achter dit additief:
- melde + add.
- pónze + add.
- tinde + add.
|
wordt add. + -e wordt add. + -are wordt add. + -ÿne
|
|
Bijvoorbeeld:
- Ef sért melde mindefit. = Ef sért mindefite. Het huis is rood.
- Ef blof pónze kinur. = Ef blof kinurare. Het paard wordt ziek.
- Do nert tinde ielba. = Do nert ielbaÿne. Hij blijft niet rijk.
Zie verder Hoofdstuk 44.
102.46
Bovendien kan het koppelwerkw. melde door een verbaal suffix vervangen worden als het pred.comp. een resultatief additief is. Dit is uiteengezet in § 63.41-51. We volstaan hier met enkele voorbeelden:
- Ef kelbra melde hardlapp. = Ef kelbra hardlappeve. De tafel is te hoog.
- Ef knyfo melde pjohe. = Ef knyfo pjohave. Het mes is te bot.
- Gress cônsidere, den ef bunmert melde urrfeâte. = ..., den ef bunmert urrfeâje.
Ik vind dat het toneelstuk te boertig is.
102.47
In § 44.21 is reeds uiteengezet dat ook bij geverbaliseerde additieven een trap van vergelijking uitgedrukt kan worden, zoals:
- Dena kelbra melde hardlap oras. = Dena kelbra hardlape oras.
Deze tafel is het hoogst.
- Tek melde flifados oiba dus Kârle. = Tek flifadose oiba dus Kârle.
Tek is minder aardig dan Kârle.
Deze regelmatige trapvorming is ook mogelijk bij geverbaliseerde additieven waarbij pónze vervangen is. We herinneren eraan dat zo'n regelmatige trapvorming bij pónze zelf niet mogelijk is (zie § 102.15-17). Vergelijk de a-zinnen waarin een koppelwerkw., met de b-zinnen waarin een geverbaliseerd additief:
- Petriy melde rofonos. ~ Petriy melde rofonos terat.
- Petriy rofonose. ~ Petriy rofonose terat.
Petriy is boos. ~ Petriy is bozer.
- Petriy pónze rofonos. ~ Rofonos Petriy pónze syliy.
(niet * Petriy pónze rofonos terat.)
- Petriy rofonosare. ~ Petriy rofonosare terat.
(niet * Rofonos Petriy syliyare.)
Petriy wordt boos. ~ Petriy wordt bozer.
102.48
Daar het suffix -e, en ook de eind-e van de suffixen -are en -ÿne een pronominale e is (§ 81.1), kan deze plaats maken voor een modaal suffix (§ 82.10 en Hoofdstuk 110), bijvoorbeeld:
- Ef sért mindefitecû. Het huis kan rood zijn.
- Ef blof nert kinurarog. Het paard mag niet ziek worden.
- Do nert ielbaÿnavy. Hij wil niet rijk blijven.
102.49
De verbalisatiesuffixen die een resultatief uitdrukken, kunnen niet verrijkt worden met een modaal suffix, omdat er geen gramm.stam van dergelijke geverbaliseerde additieven beschikbaar is. Vergelijk de voorbeelden in § 102.46 met:
- * Ef kelbra hardlappefecû. De tafel kan te hoog zijn.
- * Ef knyfo nert pjohafog. Het mes mag niet te bot zijn.
Zie verder Hoofdstuk 44 voor het gebruik van de geverbaliseerde additieven.
|
De gramm.stam van vormen als hardlappeve en pjohave is eventueel theoretisch te vormen door de stemhebbende eind-v in een f te veranderen: hardlappef en pjohaf. Zie ook § 82.13.
|
102.50
Daar ook andere werkwoorden dan de in § 102.8 genoemde soms een subjectief additief als pred.comp. kunnen krijgen, kan gesteld worden dat zulke werkwoorden het karakter van koppelwerkw. kunnen hebben (zie ook § 40.8). Vergelijk het echte koppelwerkw. in a. met het "koppelende vermogen" van de werkwoorden in b., die we daarom pseudo-koppelwerkw.n kunnen noemen:
- Ef vildul melde lutt. De boom is krom.
- Ef vildul lelde lutt. De boom groeit krom.
- Petriy pónze crôg. Petriy wordt/raakt hees.
- Petriy scemre crôg. Petriy schreeuwt zich hees.
- Eup pónze clenn. Ze wordt schoon.
- Eup sen lukte clenn. Ze wast zich schoon.
De b-zinnen zijn te parafraseren als:
b'. "ef vildul pónze lutt pai ef ÿleldos"
de boom wordt krom door het groeien
b'. "Petriy pónze crôg pai ef ÿscemros"
Petriy wordt hees door het schreeuwen
b'. "eup pónze clenn pai ef prap ÿluktos"
zij wordt schoon door het zich wassen
|
In meer poëtisch taalgebruik kunnen zelfs transitieve werkwoorden een koppelfunctie krijgen, in de trant van:
- Óps pliyfone ysp ef bjerr. Ze drinken zich dronken met het bier.
Dergelijke constructies zijn reeds besproken in § 40.9 en zullen nu verder buiten beschouwing gelaten worden.
|
102.51
Bij de "modaal lege" koppelwerkw.n melde, qugle, pónze en tinde kan het pred.comp. (in casu: subj.add.) nooit gemarkeerd worden met lo. Bij pseudo-koppelwerkw.n kan lo daarentegen wel toegevoegd worden:
- * Ef vildul melde lo lutt.
- Ef vildul lelde [lo] lutt.
- * Eup pónze lo clenn.
- Eup sen lukte [lo] clenn.
Zie ook § 40.20.
102.52
Bij de modale koppelwerkw.n heerst onenigheid over de vraag of lo al dan niet toegevoegd mag worden:
- Ef storâs ÿrmoie trufô.
- ? Ef storâs ÿrmoie lo trufô.
Het verhaal schijnt waar [te zijn].
- Do loke/râgtage kinur.
- ? Do loke/râgtage lo kinur.
Hij lijkt/blijkt ziek [te zijn].
In de spreektaal komen we de b-zinnen wel tegen, maar in de schrijftaal worden ze door haast alle grammatici afgekeurd. Zie ook § 40.22.
102.53
Sommige grammatici (onder meer Rifo Ef Quista, 1966) maken een formeel onderscheid tussen de vormen met lo en de vormen zonder lo: in een constructie als
- Ef vildul lelde lutt.
zou lelde dan een koppelwerkw. zijn, en lutt een additivisch pred.comp., maar in een zin als
- Ef vildul lelde lo lutt.
zou lelde een "gewoon" hoofdwerkw. zijn, en lutt een subj.add.
Daar (1) en (2) noch syntactisch noch semantisch van elkaar verschillen, behalve dan dat er sprake is van de af- resp. aanwezigheid van lo, lijkt het ietwat geforceerd om lelde in (1) een koppelwerkw. te noemen, en in (2) niet. Wij geven er de voorkeur aan om lelde in zowel (1) als (2) een hoofdwerkwoord met koppelfunctie (of kortweg: pseudo-koppelwerkw.) te noemen.
102.54
Bij verscheidene additieven bestaan er restricties op het gebruik ervan in combinatie met een koppelwerkw. Zo onderscheiden de additieven tijâ (weg) en tÿrt (terug) zich doordat zij wel gecombineerd kunnen worden met koppelwerkw.n met een momentaan aspect (zoals melde, frute en ÿrmoie), maar niet met koppelwerkw.n met andere aspecten:
- Óps melde tijâ/tÿrt. Zij zijn weg/terug.
- Petriy frute tijâ. Petriy zou wel eens weg kunnen zijn.
- Elsa ÿrmoie/râgtage tÿrt. Elsa schijnt/blijkt terug te zijn.
- Do loke tijâ. Hij lijkt weg [te zijn].
102.55
In plaats van tinde + tijâ (wegblijven) kent het Spokaans het werkw. restere; in plaats van pónze + tijâ (wegraken) wordt lóse gebruikt:
- Óps restere. ~ * Óps tinde tijâ. Ze blijven weg.
- Kost skobedâ lóse. ~ * Kost skobedâ pónze tijâ riyfain.
Mijn aansteker raakt altijd weg.
Combinatie van tinde of pónze met het add. tÿrt levert semantische onzin op:
- * ef tinde tÿrt (lett. "terugblijven")
- * ef pónze tÿrt (lett. "terugraken") (wel revente (terugkeren))
102.56
De restricties die er op de combinatie van tijâ en tÿrt met een koppelwerkw. bestaan, en het gemak waarmee deze twee woorden een samenstelling met een hoofdwerkwoord aangaan (zoals farte-tijâ (weglopen), zie § 40.15) duiden op een aparte status van deze additieven. Een status die ook voor de Nederlandse equivalenten 'weg' en 'terug' geldt, en in dat geval uitgedrukt wordt met de term "bijwoord". Merk op dat tijâ en tÿrt, in tegenstelling tot hun Nederlandse equivalenten, wel een attributieve positie kunnen innemen:
- ef tÿrt merater de man die terug is (lett. "de terugge man")
- ef tijâ mimpits de boeken die weg zijn; de zoekgeraakte boeken
(lett. "de wegge boeken")
In de voetnoot van § 40.15 is reeds gewezen op het bijzondere karakter van tijâ en tÿrt.
102.57
Ook de additieven iftamk'mi (aanwezig, present) en noik'mi (afwezig, absent) kennen een restrictie, want zij kunnen niet gecombineerd worden met melde of pónze. Combinaties van deze koppelwerkw.n met iftamk'mi en noik'mi worden vervangen door aparte werkwoorden:
| melde + iftamk'mi | = k'mamelde | aanwezig zijn
| | melde + noik'mi | = noimelde | afwezig zijn
|
Bijvoorbeeld:
- Ef lardatjens k'mamelde pip kest sers zurt.
De gasten zijn al om zes uur aanwezig.
- Lóf ef ziytôsta do noimelde riyfain.
Tijdens de vergaderingen is hij altijd afwezig.
- ef k'mameldelira lardatjens de aanwezige gasten
de aanwezig.zijnde gasten
102.58
De combinaties van pónze met iftamk'mi en met noik'mi zijn evenmin gebruikelijk. Zij kunnen als volgt vervangen worden:
| pónze + iftamk'mi | = cralove | verschijnen (parafrase: "aanwezig raken")
| | pónze + noik'mi | = allove | verdwijnen (parafrase: "afwezig raken")
|
- Ef lardatjens allove pip kest lÿn zurt.
De gasten verdwijnen al om elf uur.
- Luft ef ziytôsta do cralove riyfain kiygt.
Bij vergaderingen verschijnt hij altijd te laat.
Daarentegen zijn ef tinde iftam'kmi (aanwezig blijven) en ef tinde noik'mi (afwezig blijven) grammaticaal correcte uitdrukkingen.
102.59
Uit de onmogelijkheid om melde te combineren met iftamk'mi en noik'mi, volgt dat ook de andere momentane koppelwerkw.n tot ongrammaticale combinaties leiden, zoals * ef ÿrmoie iftamk'mi (aanwezig schijnen te zijn) of * ef frute noi= k'mi (zouden wel eens afwezig kunnen zijn).
Dergelijke ongrammaticale constructies moeten vervangen worden door een doelwerkw., gevolgd door k'mamelde of noimelde:
- Petriy tóte beri k'mamelde. ~ * Petriy ÿrmoie iftamk'mi.
Petriy schijnt aanwezig te zijn.
- Mas óps frute beri noimelde. ~ * Mas óps frute noik'mi.
Morgen zouden ze wel eens afwezig kunnen zijn.
In het algemeen kan gesteld worden dat een combinatie van koppelwerkw. en additief tot een ongrammaticale constructie leidt, als de betekenis die door een dergelijke combinatie uitgedrukt wordt, reeds door een apart werkwoord uitgedrukt kan worden. We hebben hier weer met het verschijnsel van "verdringing" te maken: een overigens productief procédé leidt tot een ongrammaticale constructie, zodra een improductief verschijnsel tot hetzelfde (semantische) resultaat leidt.
102.60
Vergelijk:
- Ef vildul lelde vita lo lutt. De boom groeit snel krom.
- Petriy pónze isy kinur. Petriy wordt gemakkelijk ziek.
In a. staat zowel het pred.add. vita als het subj.add. lutt. Vita vormt een bepaling bij het werkwoord lelde, en lutt vormt een bepaling bij het subject ef vildul. Deze zin moet dus geïnterpreteerd worden als "door het snelle groeiproces wordt de boom krom". De aanwezigheid van het pred.add. vita maakt toevoeging van lo noodzakelijk (zie § 40.18). In b. daarentegen kan lo niet toegevoegd worden. Dit impliceert dat een pred.add. en een subj.add. niet tegelijkertijd (in deze volgorde) aanwezig kunnen zijn (§ 40.21). We moeten isy dan ook beschouwen als een adj.add. dat een bepaling vormt bij het subj.add. kinur. Ofwel: isy kinur vormt één constituent met de functie van pred.comp. Zin b. moet dan geïnterpreteerd worden als "de eigenschap 'gemakkelijk ziek' wordt aan het subject 'Petriy' toegekend", wat feitelijk semantische onzin is. Velen geven er daarom de voorkeur aan om isy als pred.add. te behandelen, zodat de interpretatie luidt: "de eigenschap 'ziek' wordt op 'gemakkelijke wijze' aan het subject 'Petriy' toegekend". Isy kan als pred.add. behandeld worden door het geheel achteraan de zin te plaatsen (rechtse dislocatie). Zin b. wordt dan:
b'. Petriy pónze kinur isy.
In b'. bestaat het pred.comp. alleen uit kinur.
102.61
Additieven van CAT. III kunnen ook bij koppelwerkw.n als pred.add. optreden:
- Elsa melde kinur riyfain. Elsa is altijd ziek.
In (1) is kinur een pred.comp. en staat onmiddellijk achter het koppelwerkw.
Riyfain is een pred.add. en staat via rechtse dislocatie aan het einde van de zin. Een alternatief is:
- Elsa melde riyfain kinur.
Nu vormt riyfain een attr. bepaling bij kinur. Zie ook § 40.20-21.
Als het pred.comp. uit iets anders dan een additief bestaat, is rechtse dislocatie van een pred.add. niet nodig (maar wel mogelijk). Bijvoorbeeld:
- Elsa melde riyfain ef mašecc. = Elsa melde ef mašecc riyfain.
Elsa is altijd het slachtoffer.
- Do pónze kvâ értef. = Do pónze értef kvâ.
Hij wordt nooit de eerste.
102.62
In § 102.9 is uitgelegd hoe er een momentane, inchoatieve, duratieve of mutatieve betrekking bestaat tussen een subject en het bijbehorende pred.comp. Het feit dat er sprake is van een "betrekking" (uitgedrukt met een aspect) verklaart waarom een voorz.bepaling alleen dan als pred.comp. kan optreden, als er een "voorzetsel van betrekking" aanwezig is. Deze voorzetsels zijn opgesomd in Blok 140.6.
Voorzetsels van plaats, beweging, richting of tijd drukken altijd een localiteit uit en zijn daarom over het algemeen niet geschikt om in een pred.comp. te verschijnen. Voorbeelden van voorz.bepalingen met pred.comp.-functie:
- Dena mimpit melde rifo kost sientur. Dit boek is van mijn moeder.
- Ef omi ÿrmoie fân lelmo luppor. De taart schijnt voor vanavond te zijn.
- Do râgtage mešanô Hoggebim. Hij blijkt uit Hoggebim afkomstig te zijn.
- Óps pónze vesta kôre. Ze raken verstoken van brandhout.
- Tem hurons melde furt/fân Elsa. Deze bloemen zijn voor Elsa.
- Os belt palequeo obléskrosz Mariy tinde ûqu ef creâsiy ðônos-zâros.
Ondanks haar moderne opvattingen blijft Mariy tegen ongehuwd samenwonen.
|
Ook het begrip "tijd" wordt ruimtelijk opgevat.
|
102.63
In idiomatische uitdrukkingen kunnen echter ook voorzetsels voorkomen die normalerwijze plaats- of richtingbepalend zijn, zoals:
- Do tinde luft ef zôr. Hij blijft op zijn hoede.
- Ef ski-pjaqurt nert melde armt ÿfartos. De skilift is niet in werking/bedrijf.
102.64
Tot de idiomatische uitdrukkingen kunnen ook constructies gerekend worden als:
- Ef 'jan melde helkara koles. De jongen is naar school.
- Eup nert ÿrmoie helkara sener ÿrôm. Ze schijnt niet naar haar werk te zijn.
In deze gevallen moet helkara niet beschouwd worden als een voorzetsel dat een richting naar een concrete entiteit uitdrukt, maar als een idiomatisch gebruikt voorzetsel dat een vaste combinatie vormt met een abstract begrip (zoals luft ef zôr in de vorige paragraaf).
|
Vergelijk:
- Ef 'jan pitte helkara [ef] koles. De jongen fietst naar school.
- Eup nert tóte beri vende helkara sener ÿrôm.
Ze schijnt niet naar haar werk te gaan.
|
102.65
De wâfersence-test kan aantonen of een plaats- of richtingbepalend voorzetsel al dan niet in een idiomatische constructie optreedt. Levert vervanging door prap wâfersence een grammaticale constructie op, dan is er sprake van een hoofdwerkw., en is er géén idiomatische constructie. Vergelijk de a-zinnen waarin melde een koppelwerkw. is, met de b-zinnen waarin melde als hoofdwerkw. optreedt:
- Do melde luft ef zôr. /> * Do sen wâfersence luft ef zôr.
Hij is op zijn hoede.
- Do melde luft ef ÿksanera. > Do sen wâfersence luft ef ÿksanera.
Hij is bij de buurvrouw. > Hij bevindt zich bij de buurvrouw.
- Óps melde fes dinelo. /> * Óps sena wâfersence fes dinelo.
Ze zijn aan het diner.
- Óps melde fes ef arâbe. > Óps sena wâfersence fes ef arâbe.
Ze zijn in de tuin. > Ze bevinden zich in de tuin.
102.66
Is prap wâfersence voor de test onbruikbaar, dan kan er op identieke wijze met hâftere (gebeuren; plaats vinden) getest worden (bij voorzetsels van tijd):
- Ef flipflor melde armt slit ur flém. /> * Ef flipflor hâftere armt slit ur flém.
De schouwburg staat in lichterlaaie.
- Ef métos melde armt dur zurt. > Ef métos hâftere armt dur zurt.
De ontmoeting is om drie uur. > De ontmoeting vindt om drie uur plaats.
102.67
Het pred.comp. kan soms samengesteld zijn, waarmee bedoeld wordt dat het pred.comp. feitelijk opgesplitst kan worden in twee (of meer) pred.comp.n.:
- Ef 'jan melde rofonos helkara koles. De jongen is boos naar school.
Zin (1) is op te vatten als een samenvoeging van:
- Ef 'jan melde rofonos. De jongen is boos.
- Ef 'jan melde helkara koles.
De jongen is naar school.
Uit het feit dat samenvoeging van a. en b. alleen kan leiden tot (1), en niet tot
- * Ef 'jan melde helkara koles rofonos.
kan opgemaakt worden dat de vetgedrukte pred.comp.n in a. en b. een onderlinge hiërarchie kennen. Kennelijk moet rofonos als bepaling bij helkara koles gaan dienen. We kunnen in algemene termen stellen dat een pred.comp. dat een attributieve relatie met het subject kan aangaan, ook een attributieve relatie met een ander pred.comp. mag aangaan. In dit concrete geval wil dit zeggen: omdat ef rofonos 'jan (de boze jongen) correct is, kan rofonos als bepaling bij helkara koles dienen (dus (1) is eveneens correct). Omdat * ef helkara koles 'jan ongrammaticaal is, is (2) ook ongrammaticaal.
|
In § 102.63 is uiteengezet dat in deze zin de uitdrukking ef melde helkara koles (naar school zijn) geïdiomatiseerd is, zodat melde als koppelwerkw. optreedt.
Vergelijk:
- Ef 'jan pitte rofonos helkara koles. De jongen fietst boos naar school.
Nu is rofonos een pred.add. dat een bepaling bij pitte vormt, en helkara koles is een voorz.bepaling van richting. (1) betekent dus dat de jongen door het fietsen boos wordt. Willen we uitdrukken dat de jongen reeds boos is, en in deze boze toestand naar school fietst, dan moeten we zeggen:
- Ef rofonos 'jan pitte helkara koles.
a. De boze jongen fietst naar school.
b. De jongen fietst boos naar school.
Vergelijk de ambiguïteit van (2) met die van (3) (zie ook § 40.11, zin (3)):
- Eup munke ef kÿpony luktôsta.
a. Ze hangt de droge was op.
b. Ze hangt de was droog op.
|
102.68
Een echte nevenschikking van twee pred.comp.n kan verkregen worden door toevoeging van het nevensch.voegw. én (en). Nu is er geen onderlinge hiërarchie:
- Ef 'jan melde rofonos én helkara koles.
of Ef 'jan melde helkara koles én rofonos.
De jongen is naar school en [is] boos.
Zie ook § 40.10 voor nevengeschikte additieven.
102.69
Vergelijk:
- Óps melde hupser fes dinelo. Ze zitten/zijn vrolijk aan het diner.
- Óps feldre hupser fes ef arâbe. Ze zitten vrolijk in de tuin.
- Óps melde hupser fes ef arâbe. Ze zijn vrolijk in de tuin.
Zin (1) kan beschouwd worden als samengesteld uit de twee koppelwerkw.-constructies:
- Óps melde hupser. + b. Óps melde fes dinelo.
waarbij hupser uit a. en fes dinelo uit b. worden samengevoegd tot het ene pred.comp. hupser fes dinelo in (1). Dit geheel analoog aan (1) in § 102.67.
In (2) is sprake van samenvoeging van:
- Óps feldre hupser. + b. Óps feldre fes ef arâbe.
waarbij hupser optreedt als pred.add. (= bepaling bij het hoofdwerkw. feldre) en fes ef arâbe als voorz.bepaling van plaats. Hupser en fes ef arâbe zijn dus twee aparte constituenten, wat onder meer blijkt uit het feit dat de voorz.bepaling vooraan geplaatst kan worden (linkse dislocatie):
- Fes ef arâbe óps feldre hupser. In de tuin zitten ze vrolijk.
(en bijvoorbeeld niet "in de kamer")
In (3) echter kan geen sprake zijn van samenvoeging van:
- Óps melde hupser. + b. Óps melde fes ef arâbe.
want in a. treedt melde op als koppelwerkw. (hupser is pred.comp.) en in b. is melde een hoofdwerkw. (fes ef arâbe is voorz.bep.). Voor (3) blijven daarom twee andere analyses over:
|
Linkse dislocatie van fes dinelo in (1) is niet mogelijk:
- * Fes dinelo óps melde hupser. Aan het diner zitten ze vrolijk.
want dan zou het ene pred.comp. hupser fes dinelo abusievelijk gesplitst worden (linkse dislocatie is in dit geval bovendien vreemd omdat er sprake is van een idiomatische uitdrukking).
|
102.70
Analyse I:
Er is sprake van de koppelwerkw.-constructie
- Óps melde hupser. Ze zijn vrolijk.
waaraan toegevoegd is de plaatsbepaling fes ef arâbe in de tuin(, zodanig dat deze voorz.bepaling een bepaling vormt bij het subject óps. Zin (3) is dan met rechtse dislocatie gevormd uit:
- Óps fes ef arâbe melde hupser. Zij in de tuin zijn vrolijk.
Dat deze analyse juist is, bewijst de ongrammaticale uitkomst van de wâfersence-test: * Óps fes ef arâbe sena wâfersence hupser.
102.71
Analyse II:
Er is sprake van de localiteits-constructie met een hoofdwerkw.:
- Óps melde fes ef arâbe. Ze zijn in de tuin.
waaraan toegevoegd is het pred.add. hupser, zodanig dat de parafrase geldt: "door het in-de-tuin-zijn worden ze vrolijk".
Dat deze analyse juist is, bewijst de grammaticale uitkomst van de wâfersence-test: Óps sena wâfersence hupser fes ef arâbe.
Daar zowel Analyse I als Analyse II juist zijn, moet geconcludeerd worden dat zin (3) feitelijk ambigu is: óf melde is een koppelwerkw., gevolgd door het pred.comp. hupser, óf melde is een hoofdwerkw., gevolgd door het pred.add. hupser. Deze ambiguïteit zou ook semantisch moeten blijken uit het feit dat (3) kan betekenen:
- Zij die in de tuin zitten, zijn vrolijk.
- Zij zitten in de tuin en worden/zijn daar vrolijk van.
Deze twee betekenissen zijn inderdaad in (3) aanwezig.
102.72
Als het subject niet gespecificeerd is (zoals in onpersoonlijke uitdrukkingen met het dode pers.vnw. ef, zie § 70.31), of niet expliciet uitgedrukt wordt, kan het pred.comp. tot een soort subject gepromoveerd worden. In § 70.38 is dit verschijnsel reeds genoemd, onder de term "additivische kernfunctie". Omdat het bij koppelwerkw.n niet alleen additieven zijn, die als een soort zinskern kunnen optreden, maar ook andere vormen van pred.comp.n, spreken we hieronder liever van "subjectpromotie".
102.73
Met name in de spreektaal komt het dikwijls voor dat het pred.comp. als een soort subject bij een koppelwerkw. optreedt, bijvoorbeeld:
Onpersoonlijk ef:
- Ef melde frot. = Frot melde. Het is fris. (weersgesteldheid)
- Ef tinkere hordâ wónzol. = Hordâ wónzol tinkere. Het wordt mooi weer.
- Ef pónze ék, den do merfe cÿrbé. = Ék pónze, den do merfe cÿrbé.
Het wordt vervelend dat hij alsmaar liegt.
Ef als contextueel identificeerbaar subject:
- Folarra marâs lelperre vilt oto? Ef melde mindefit. = Mindefit melde.
Welke kleur heeft jouw auto? Die is rood.
- Dena mimpit melde rifo lomp? Ef melde rifo Elsa. = Rifo Elsa melde.
Van wie is dat boek? Het is van Elsa.
- Lomp farte kusama? Ef melde Elsa. = Elsa melde.
Wie loopt daar? Dat is Elsa.
|
In het Nederlandse equivalent Het wordt vervelend dat hij alsmaar liegt, wordt het een "voorlopig" subject genoemd, dat het "echte" subject dat hij alsmaar liegt vervangt. We kunnen immers ook zeggen: Dat hij alsmaar liegt wordt vervelend.
Daarentegen is in de Spokaanse constructie Ef pónze ék, den do merfe cÿrbé. het pers.vnw. ef een "echt" subject, terwijl den do merfe cÿrbé een echte bijzin is. Want we kunnen niet zeggen: * Den do merfe cÿrbé pónze ék.
Daarentegen kan de bijzin wel zodanig genominaliseerd worden dat het een "echt" subject wordt: Doex cÿrbé ÿmerfos pónze ék. (lett. "Zijn voortdurende gelieg wordt vervelend"). Zie verder Hoofdstuk 126 voor nominalisaties, en Hoofdstuk 131 voor het onpersoonlijke ef.
|
|
Maar niet:
- Dena mimpit melde ÿr? Ef melde kaf ef ferdu. /> * Kaf ef ferdu melde.
Waar is dat boek? Het is/ligt op de stoel.
Want nu is melde een hoofdwerkw. (vervangbaar door prap wâfersence) en kaf ef ferdu een plaatsbepaling.
|
|
Merk op dat a. hieronder ongrammaticaal is omdat hier sprake is van subjectpromotie terwijl het oorspronkelijke subject eup (en niet ef) was. Zin b. is ongrammaticaal omdat de focus van de vraag (in casu otÿ) niet als kern optreedt. Alleen zin c. is correct:
- Elsa tinkere kluft? Wat wordt Elsa?
a. * [Eft] otÿ tinkere.
b. * Eup tinkere [eft] otÿ.
c. Eft otÿ tinkerelije pai eup. Ze wordt verpleegster.
|
|