Een complete Nederlands-
talige grammatica van het
Spokaans, geschreven
vanuit een Nederlands
perspectief.

Grammatica van het Spokaans

Home       Inhoud       Registers       Hoofdmenu SPARC       Taalmenu SPARC


<< Hoofdstuk 100 | Hoofdstuk 102 >>

10. Deelwoorden en koppelwerkwoorden

101. Voltooide deelwoorden


Opbouw van dit hoofdstuk:
  1. Regelmatige voltooide deelwoorden
  2. Gelexicaliseerde voltooide deelwoorden
  3. Onregelmatige voltooide deelwoorden
    1. Toevoeging van het suffix -er
    2. Toevoeging van het suffix -et of -en
    3. Toevoeging van het suffix -iy of -y
    4. Toevoeging van het suffix -s
    5. Toevoeging van het suffix -t
    6. Volt.dw. is [vorm van] de wortel
    7. Toevoeging van het prefix p-
    8. Overige gevallen
Blok:

101.1

In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde:

  1. Regelmatige voltooide deelwoorden
  2. Gelexicaliseerde voltooide deelwoorden (vanaf § 101.32)
  3. Onregelmatige voltooide deelwoorden (vanaf § 101.41)

101.2   ad § 101.1   A. Regelmatige voltooide deelwoorden

Terwijl er voor de teg.dw.n, zoals besproken in Hoofdstuk 100, slechts één suffix beschikbaar is (-lira), moet er voor de (regelmatige) vorming van een volt.dw. een keuze uit maar liefst 4 vormen gemaakt worden.
In tegenstelling tot deze vormenrijkdom van het volt.dw. is de gebruiksmogelijkheid ervan zeer beperkt. Zij kunnen uitsluitend als attributief additief of als bijgesteld additief gebruikt worden.
Dus zowel wat betreft de morfologie als wat betreft de syntactische omgeving vormen teg.dw.n en volt.dw.n elkaars tegenpolen.

101.3

In onderstaand Blok zijn de suffixen opgenomen waarmee een regelmatig volt.dw. gevormd wordt. Merk op dat het attributieve volt.dw. gevormd wordt van de wortelstam (zie § 82.2), en dat het bijgestelde volt.dw. gevormd wordt van de grammaticale stam (§ 82.10). In het enkelvoud zijn concrete bijgestelde volt.dw.n gelijk aan de gramm.stam. Verscheidene grammatici spreken in dit verband liever van de toevoeging van een Ø-suffix (zie ook Candell 1980). Noot 1

Voltooide deelwoorden
  CONCREET +
STOFFELIJK 
ABSTRACT +
SEMI-CONCR. 
MEERVOUD +
STOFFELIJK 
attributief 
wortelstam + -or
bijgesteld gramst. + -Ø gramst. + -er gramst. + -âx


Noot 1 Met betrekking tot polysyllabische volt.dw.n met een variabel accent is nog het volgende op te merken: als zulke volt.dw.n op een suffix eindigen (-or, -er of -âx), dan zegt de regel uit § 11.18 dat het accent op de vóórlaatste lettergreep ligt. Het accentpatroon is dan identiek aan het patroon bij de verwante infinitief (die op het suffix -e eindigt). Bijvoorbeeld: orefante [örefante] ~ orefantor [örefantör] ~ orefantâx [örefantâk?]. In alle drie de vormen ligt het accent op de a.

Het volt.dw. dat met een Ø-suffix wordt gevormd vertoont een afwijkend patroon: het ontbreken van een suffix betekent immers dat het variabele accent een lettergreep naar links verschuift: orefante [örefante] ~ orefant [örefant].

Nu bestaat er de laatste jaren een tendens om ook zulke suffixloze volt.dw.n het accentpatroon te geven dat bij de gesuffigeerde varianten (en de infinitief) hoort. Suffixloze volt.dw.n krijgen dan het accent op de laatste lettergreep: orefant [örefant]; texosk [tek?osk]; hômbaar [hômbawar], zodat zij zich conformeren aan het accentpatroon van de overige volt.dw.n. Deze bijzondere accentuering werd omstreeks 1985 populair in de intellectuele kringen van Hirdo en Amahagge (en daarom ook op de radio en TV), en is voor het eerst beschreven door Melger Ðûft-Cwejeñg (1991). Hij wijst erop dat deze neiging om de geaccentueerde lettergreep van een infinitief ook in andere verbale vormen te behouden niet nieuw is: ook bij toevoeging van modale suffixen blijft het accent op de oorspronkelijke lettergreep gefixeerd, bijvoorbeeld: orefante [örefante] ~ orefantavy [örefantavy], en niet *[örefantavy] (wil zwemmen). Dit is in § 11.25 uitgelegd. Het door Candell voorgestelde Ø-suffix lijkt dus - evenals de overige volt.dw.-suffixen uit Blok 101.3 - wel degelijk bestaansrecht te hebben: het beïnvloedt het woordaccent op precies dezelfde manier als een "echt" (monosyllabisch) suffix!


101.4

Een aantal attributieve volt.dw.n (dus op -or) vertonen een kleine afwijking in de wortelstam. De meest voorkomende gevallen zijn:

  • chabre ~ chapor (niet *chabror)
  • empajae ~ empajor (niet *empajaor)
  • huzve ~ hušor (niet *huzvor)
  • somonoe ~ somonor (niet *somonoor)
  • wÿrre ~ wÿror (niet *wÿrror)
    naderbrengen ~ nadergebracht
    overwégen ~ overwogen
    zuchten ~ gezucht
    vastplakken ~ vastgeplakt
    fluiten ~ gefloten

Ondanks de afwijkingen in de wortelstam worden deze volt.dw.n tot de regelmatige vormen gerekend.

101.5

Bij twee werkwoorden die een alternatieve str/st-wisseling kennen (§ 11.8), wordt alleen de st-vorm bij het volt.dw. gebruikt:

  • hast[r]e ~ hastor (niet *hastror)
  • tjest[r]ove ~ tjestovor (niet *tjestrovor)
    plaveien ~ geplaveid
    verwoesten ~ verwoest

Bij alle overige werkwoorden met een str/st-wisseling blijft deze wisseling ook in het volt.dw. mogelijk, zoals óst[r]e ~ óst[r]or (ondermijnen ~ ondermijnd).

101.6

In Hoofdstuk 100 is gebleken dat een teg.dw. op voornamelijk morfosyntactische gronden gedefinieerd kan worden: het deelwoord is altijd herkenbaar aan het suffix -lira en geen enkel ander suffix kan een teg.dw. vormen. Daarentegen kan een volt.dw. het beste op semantische gronden gedefinieerd worden, want zo'n deelwoord is lang niet altijd aan een specifiek suffix herkenbaar: ten eerste zijn er drie produktieve suffixen (waarvan -er nog diverse andere betekenissen kan hebben), en ten tweede zijn vele volt.dw.n op onregelmatige wijze gevormd (zie § 101.41). De semantische definitie is reeds genoemd in § 40.57, en die luidde:

  1. Als een woord X, dat is afgeleid van werkwoord W, uitdrukt dat de handeling van W volbracht is, dan is X een volt.dw. Noot 1


Noot 1 Met "handeling" worden ook bedoeld "proces", "gebeurtenis", enz.

101.7

Voorbeelden van attributieve volt.dw.n (we beperken ons hier tot obtrans.werkw.n):

Enkelvoud concreet:

  • lukte > ef luktor efanty   wassen > het gewassen kind
  • šutje > ef šutjor vildul   rooien > de gerooide boom

Meervoud concreet:

  • lukte > ef luktor efantys   wassen > de gewassen kinderen
  • šutje > ef šutjor vilduls   rooien > de gerooide bomen

Stoffelijk:

  • néfâce > ef néfâcor pleko   zeven > het gezeefde zand

Enkelvoud abstract:

  • stjece > ef stjecor rôšypjos   tonen > de getoonde spijt

Meervoud abstract:

  • grÿðe > ef grÿðor mófs   opheffen > de opgeheven verboden

101.8

Voorbeelden van bijgestelde volt.dw.n (we beperken ons hier tot obtrans.werkw.n):

Enkelvoud concreet:

  • lukte > ef efanty, lukt tjâg sep
    wassen > het met zeep gewassen kind
  • šutje > ef vildul, šuts pai ef zomar Noot 1
    rooien > de door de gemeente gerooide boom


Noot 1 De gramm.stam van šutje (rooien) is šuts.

Meervoud concreet:

  • lukte > ef efantys, luktâx tjâg sep
    wassen > de met zeep gewassen kinderen
  • šutje > ef vilduls, šutsâx pai ef zomar
    rooien > de door de gemeente gerooide bomen

Stoffelijk:

  • dirte > ef knurfel, dirt/dirtâx lef ihyt metalo
    verontreinigen > het met zware metalen verontreinigde water

Enkelvoud abstract:

  • wehave > eft zléfmunkos, wehafer tjâg gôrôgent
    bedwingen > een met verstand bedwongen obsessie

Meervoud abstract:

  • grÿðe > ef mófs, grÿtâx lóf ef kôbotofs
    opheffen > de op zondagen opgeheven verboden

101.9

Stel dat S, O en E de potentiële basiselementen bij werkwoord Y (zie (1) in § 101.6) zijn, dan bestaat er een bepaalde semantische relatie tussen volt.dw. X en deze elementen. Dit is uitgelegd in § 40.58.
Omdat er drie potentiële basiselementen zijn, kan de volgende hiërarchie opgesteld worden:

  1. Het volt.dw. vormt een bepaling bij: O > E > S.

Deze "Volt.dw.-fundament-hiërarche" wil zoveel zeggen als: "als er geen potentieel object mogelijk is, dan vormt het volt.dw. een bepaling bij de echo. Als er geen potentiële echo mogelijk is dan vormt het volt.dw. een bepaling bij het subject". Noot 1


Noot 1 Onder "fundament" wordt verstaan het element waar het volt.dw. een bepaling bij vormt. Zie ook § 60.2 en § 61.4.

101.10

In § 40.57-61 zijn de volt.dw.n besproken, voor zover zij een attributieve functie hebben. Ook bij een bijstellende functie geldt (2) uit de vorige paragraaf. Bijvoorbeeld (vergelijk ook de voorbeelden in § 40.58):

Voltrans.werkw. (volt.dw. is bepaling bij object):

  • Ef merater kette ef smurf ón ef ÿgešer fes ef treno. >
    De man geeft het geld aan de afperser in de trein.
  • > Ef smurf, kett[âx] fes ef treno, meldo ÿrts.
    Het in de trein gegeven geld was vals.

Obtrans.werkw. (volt.dw. is bepaling bij object):

  • Ef 'nin larde ef šupa fes ef kokmit. >
    Het meisje eet de soep in de keuken.
  • > Ef šupa, lart fes ef kokmit, cÿrstyno lo petrolém.
    De in de keuken gegeten soep smaakte naar petroleum.

  1. Ef ôrešys ef statte óstre. >
    De soldaten hebben het gezag ondermijnd.
  2. > Blul kurre beri nielije ef stat, óster pai ef ôrešys. Noot 1
    Het gezag dat ondermijnd is door de soldaten, kan hersteld worden.


Noot 1 Merk op dat óstre een resultatief object eist (statte in a.), maar dat de resultatieve markering verdwijnt zodra óster als bijgesteld volt.dw. optreedt (stat in b.).

Ectrans.werkw. (volt.dw. is bepaling bij echo):

  • Ef deft skreje ón ef pôster fes ef arâbe. >
    Het wijf gilt tegen de postbode in de tuin.
  • > Ef pôster, skre fes ef arâbe, quarre ral.
    De postbode, tegen wie in de tuin gegild is, voelt zich nu beledigd.

Intrans.werkw. (volt.dw. is bepaling bij subject):

  • Ef vasas tasse rempe ef kelbrae. >
    De vazen vallen van de tafel.
  • > Petriy ef tâts rifo ef vasas, tassâx rempe ef kelbrae, stylfe.
    Petriy heeft de scherven van de vazen die van de tafel zijn gevallen verstopt.

101.11

In § 100.46 is gewezen op het Principe van de Complexiteit, waarmee verklaard kan worden dat een attributief teg.dw. vervangen wordt door een bijzinconstructie zodra het teg.dw. deel uitmaakt van een "zware" constituent. Bijvoorbeeld:

  • ef pittelira 'jan > ef 'jan, pittelira fes ef dunjes
    de fietsende jongen > de jongen die in de duinen fietst

Dit Principe wordt op exact dezelfde wijze toegepast bij volt.dw.n., zoals:

  • ef tassor vasas > ef vasas, tassâx rempe ef kelbrae
    de gevallen vazen > de vazen die van de tafel zijn gevallen

Een volt.dw. onderscheidt zich echter van een teg.dw., doordat er voor het volt.dw. twee verschillende vormen bestaan (vergelijk de vette suffixen hierboven), zodat er van een eenvoudige "verplaatsing" van een zware constituent geen sprake meer is.

101.12

Hoe zwaarder een volt.dw.-constructie is, hoe moeilijker deze attributief gebruikt kan worden. Vergelijk het toenemende gewicht en de hiermee gepaard gaande afnemende grammaticaliteit:

  1. ef trempor mimpit   het gelezen boek
  2. ? ef vita trempor mimpit   het snel gelezen boek
  3. ? ef vita én nelabinâr trempor mimpit   het snel en onzorgvuldig gelezen boek
  4. * ef fes ef treno trempor mimpit   het in de trein gelezen boek

Het kleine vraagtekentje ? in (2) drukt uit dat een kleine groep van grammatici elke nadere specificatie van een attributief gebruikt volt.dw. afkeurt (zoals Kojen-Pôt 1963). Noot 1


Noot 1 In later werk lijkt Kojen-Pôt geen bezwaar meer tegen dergelijke constructies te hebben.

101.13

Een alternatief voor (3) en (4) wordt geboden in de vorm van een bijgesteld volt.dw. Merk op dat zo'n bijstelling bij zeer lichte volt.dw.-constructies juist niet acceptabel is:

    1'.   * ef mimpit, tremp
    2'.   ? ef mimpit, vita tremp
    3'.   a. ef mimpit, vita én nelabinâr tremp
           b. ef mimpit, tremp vita én labinâr
    4'.   ef mimpit, tremp fes ef treno

Uit (3'a) en (3'b) blijkt dat er voor de twijfelachtige constructie in (3) twee alternatieven bestaan. In (3'a) staat de vette bepaling, evenals in (3), vóór het volt.dw., geheel parallel aan de situatie in (2) en (2'). In (3'b) daarentegen leidt het relatief grote gewicht van de vetgedrukte bepaling tot rechtse dislocatie, Noot 1 waardoor een constructie ontstaat die identiek is aan (4'). De vetgedrukte voorzetselbepaling in (4') is zo zwaar, dat rechtse dislocatie de enige oplossing is (een constructie als * ef mimpit, fes ef treno tremp is dan ook geheel ongrammaticaal).


Noot 1 Het verschijnsel van "rechtse dislocatie" kwam reeds aan de orde in § 93.78-81, met betrekking tot de positie van additieven. In (3') en (4') kan rechtse dislocatie verklaard worden door aan te nemen dat de vette bepaling zwaarder is dan het bijgestelde volt.dw.

101.14

Een attributief volt.dw. kan een wederkerende interpretatie hebben, uitgedrukt met een wed.vnw. (zie Blok 72.3). In (1) staat een voorbeeld van een gewoon transitief werkwoord, en in (2) staat een inherent wederkerend werkwoord (§ 72.4):

  1. ef sen luktor efanty   het kind dat zich[zelf] gewassen heeft
  2. ef sena ynt-pôrpor hÿrðys   de restaurantgasten die gewatertand hebben
  • ef sen sôlisiteror merater   de man die gesolliciteerd heeft

Vergelijk deze constructies met de reflexieve teg.dw.n in § 100.24.

101.15

In § 91.30-33 is uiteengezet dat een reflexieve constructie als een passief geïnterpreteerd kan worden indien het subject zakelijk is, zoals in (1b):

  1. a. Ef efantys sena lukte.   De kinderen wassen zich.
    b. Ef mimpits sena trempe.   De boeken worden gelezen.

Van (1a) kan een volt.dw.-constructie afgeleid worden waarin het wed.vnw. behouden blijft (zie vorige paragraaf); van (1b) is dit echter niet mogelijk:

  1. a. Ef sena luktor efantys.   De kinderen die zich gewassen hebben.
    b. * Ef sena trempor mimpits.   De boeken die gelezen zijn (geworden).

Het grammaticale alternatief voor (2b) is: ef trempor mimpits (de gelezen boeken).
Merk op dat een wederkerende constructie met een passieve interpretatie wel mogelijk is in combinatie met een tegenwoordig deelwoord: ef sena trempelira mim= pits (de boeken die gelezen worden). Zie ook § 100.26.

101.16

Een attributief volt.dw. kan nooit een wederkerige interpretatie hebben, uitgedrukt met een wig.vnw. (zie Blok 72.39). In (1) staat een ongrammaticale constructie met een attr.volt.dw.; in (2) staat de correcte variant met een ondergeschikte bijzin: Noot 1

  1. * ef hédân luktor efantys
  2. ef efantys, luktalira hédân = ef efantys, mit lukta hédân
    de kinderen die elkaar gewassen hebben

Zie verder de analoge vormen met een tegenwoordig deelwoord in § 100.27.


Noot 1 In de spreektaal wordt soms gebruik gemaakt van een bijstellend volt.dw., in combinatie met een wig.vnw., bijvoorbeeld:

  1. ? ef efantys, luktâx pai hédân   de kinderen die elkaar gewassen hebben
    (lett. "de door elkaar gewassen kinderen")

Omdat lukte transitief is, kan ef efantys alleen als object geïnterpreteerd worden (§ 101.9). De vorm pai hédân (door elkaar) is dan feitelijk een toegevoegd subject. Omdat hédân normaliter niet als subject kan optreden (het gedraagt zich als een pers.vnw.2n, zie § 72.40), is a. niet correct.


101.17

Een bijgesteld volt.dw. kan soms een predikatieve relatie aangaan (vergelijk ook een dergelijke relatie met teg.dw.n, § 100.28). Vergelijk het additief in de a-zinnen met het volt.dw. in de b-zinnen, en let op de congruentie tussen het volt.dw. en de zinskern:

  1. a. Óps farte lôftquar.   Zij lopen langzaam.
    b. Óps farte tegtâx.   Zij lopen gebogen.
        (het "lopen" gebeurt op "gebogen" wijze)

  2. a. Petriy pitte vita kura ef uba plajue.
    Petriy fietst snel over de steile helling.
    b. Petriy pitte ahoqugg kura ef uba plajue.
        Petriy fietst geschrokken over de steile helling.
        (het "fietsen" gebeurt op "geschrokken" wijze)

  3. a. Hânes kafblôfe lôftquar.   Hânes gaat langzaam zitten.
    b. Hânes kafblôfe hômbaar. Noot 1
        Hânes gaat vermoeid zitten.
        (het "zitten gaan" gebeurt op "vermoeide" wijze)


Noot 1 Vergelijk: Hânes kafblôfe hômba.   Hânes gaat vermoeid/moe zitten.
Deze constructie geeft geen problemen, omdat hômba een zuiver additief is, en daarom zonder meer een predikatieve relatie kan aangaan. Merk op dat deze zin uitdrukt dat de handeling van het "gaan zitten" op vermoeide wijze gebeurt. Willen we uitdrukken dat Hânes vermoeid is, en dat hij (daarom) gaat zitten, dan moeten we zeggen:

  • Hômba Hânes kafblôfe. (lett. "De vermoeide Hânes gaat zitten")
    of Hânes kafblôfe, fara/janof do melde hômba.
    (lett. "H. gaat zitten als/omdat hij moe is")

Vergelijk ook de voorbeelden in § 40.29.


101.18

Onder meer Kojen-Pôt (1977) keurt de b-zinnen in de vorige paragraaf af, omdat er eerder sprake is van een eigenschap die aan het predikaat toegekend wordt dan van een voltooide handeling; en een volt.dw. drukt immers typisch zo'n voltooide handeling uit. Hij keurt daarom alleen de volgende alternatieven goed, waarbij het volt.dw. als een attributieve bepaling bij een "dummy"-substantief verschijnt:

    1'.   Óps farte fes eft tegtor vrôk.   Ze lopen op een gebogen wijze.
    2'.   Petriy pitte fes eft ahoqugmor vrôk kura ef uba plajue.
           Petriy fietst op een geschrokken wijze over de steile helling.
    3'.   Hânes kafblôfe fes eft hômbaaror vrôk.
           Hânes gaat op vermoeide wijze zitten.

101.19

In § 100.40 is erop gewezen dat er bij teg.dw.n die aan een gebeurtenis in het verleden refereren, semantisch-logische restricties bestaan om zulke deelwoorden in een subjectieve (§ 100.31), objectieve (§ 100.35) of echoïsche (§ 100.37) relatie toe te passen. Omdat voltooide deelwoorden per definitie aan een gebeurtenis in het verleden refereren, zijn deze drie relaties onmogelijk. Dit kan geïllustreerd worden aan de hand van de volgende voorbeelden: hierin staat telkens een subjectieve relatie die gedefinieerd wordt als "de handeling (proces) van het predikaat heeft tot gevolg dat het vette element een bepaling bij het subject wordt". In a. is het vetgedrukte element een additief, in b. een teg.dw. en in c. een volt.dw.:

  1. Ef vilduls lelde lo lutt.   De bomen groeien krom.
    (= het proces van het "groeien" heeft tot gevolg dat er aan de bomen de
    eigenschap "krom" toegekend kan worden)

  2. Ef vilduls lelde lo fûrtselira.   De bomen groeien hellend.
    (= het proces van het "groeien" heeft tot gevolg dat er aan de bomen het
    proces van "hellen" toegekend kan worden)

  3. * Ef vilduls lelde lo tegtor/tegtâx.   De bomen groeien gebogen.
    (= het proces van het "groeien" heeft tot gevolg dat er aan de bomen het
    voltooide proces van "gebogen zijn" toegekend zou moeten worden)

Zin c. is semantische onzin omdat een aan de gang zijnd proces ("groeien") tot gevolg moet hebben dat een ander proces reeds voltooid is ("gebogen zijn"). In plaats van de volt.dw.n tegtor of tegtâx kan een additief met de betekenis 'krom, gebogen' gekozen worden, omdat een additief niet een (voltooid) proces uitdrukt, maar een eigenschap: Ef vilduls lelde lo flectriyn. (De bomen groeien gebogen.).

101.20

In de tweede reeks voorbeelden staat telkens een objectieve relatie die gedefinieerd wordt als "de handeling van het predikaat heeft tot gevolg dat het vette element een bepaling bij het object wordt". In a. is het vetgedrukte element een additief, in b. een teg.dw. en in c. een volt.dw.:

  1. Tek verfute ef krur lo bârÿr.   Tek verft de muur paars.
    (= de handeling van het "verven" heeft tot gevolg dat er aan de muur de
    eigenschap "paars" toegekend kan worden)

  2. Tek verfute ef krur lo glântelira.   Tek verft de muur glanzend.
    (= de handeling van het "verven" heeft tot gevolg dat er aan de muur het
    proces van "glanzend zijn" toegekend kan worden)

  3. * Tek verfute ef krur lo texoskor/texosk.   Tek verft de muur verknoeid.
    (= de handeling van het "verven" heeft tot gevolg dat er aan de muur het
    voltooide proces van "verknoeid/verpest zijn" toegekend zou moeten worden)

Zin c. is semantische onzin omdat een aan de gang zijnde handeling ("verven") tot gevolg moet hebben dat een andere handeling (of liever: proces) reeds voltooid is ("verknoeid zijn"). In plaats van de volt.dw.n texoskor of texosk kan een additief met de betekenis 'verknoeid, verpest' gekozen worden, omdat hiermee een eigenschap uitgedrukt wordt (die het gevolg is van het "verven"): Tek verfute ef krur lo texosa. (Tek verft de muur zodanig dat deze verpest wordt/is.).

101.21

Een volt.dw. kan nooit binnen een verbale constituent optreden. Daar voltooide tijden (in andere talen typische tijden om een volt.dw. te gebruiken) met behulp van de woordvolgorde of van een suffix uitgedrukt worden, is er ook geen noodzaak om volt.dw.n bij dergelijke tijden te gebruiken. Hetzelfde geldt voor passiefconstructies, die immers ook met behulp van een verbaal suffix gevormd worden.
Een volt.dw. kan evenmin gecombineerd worden met een koppelwerkw. Vergelijk:

  1. Lerdu melde eft hupster 'jan.   Lerdu is een grote jongen.
  2. Lerdu melde flifados.   Lerdu is aardig.
  3. * Lerdu melde vôrdor/vôrt.   Lerdu is gearresteerd.

In plaats van (3) kiest het Spokaans voor een passiefconstructie, ook al is er eerder sprake van een situatie dan van een actie die plaatsgevonden heeft:

Blul Lerdu vôrdrelije.   Lerdu is gearresteerd [geworden].

101.22

Vergelijk:

  1. a. Elsa pónze kârytiy.   Elsa wordt/raakt geïrriteerd.
    b. Elsa tinde kârytiy.   Elsa blijft geïrriteerd.
  2. a. * Elsa pónze iriter[or]. Noot 1   Elsa wordt/raakt geïrriteerd.
    b. * Elsa tinde iriter[or]. Noot 1   Elsa blijft geïrriteerd.

In (1) staat (a) het additief kârytiy, dat een eigenschap aangeeft die aan Elsa toegekend wordt, respectievelijk (b) toegekend zal blijven.
In (2) staat het volt.dw. iriteror, dat alleen kan uitdrukken dat het proces van "irriteren" voltooid is. Deze betekenis is onverenigbaar met de betekenis van koppelwerkw.n als pónze (worden, raken) of tinde (blijven).

De onmogelijkheid om een volt.dw. met een koppelwerkw. te combineren, is geheel analoog aan de onmogelijkheid om een teg.dw. met een koppelwerkw. te combineren, zoals uiteengezet in § 100.34. Zie verder Hoofdstuk 102 voor koppelwerkwoorden.


Noot 1 Grammaticale alternatieven voor (2) zijn de volgende passiefconstructies:

  • Blul finne beri iriterelije Elsa.   Elsa raakt geïrriteerd.
    (lett. "Elsa begint geïrriteerd te worden", met de betekenis: "Men begint Elsa te irriteren")
  • Blul tinde beri iriterelije Elsa.   Elsa blijft geïrriteerd.
    (lett. "Elsa blijft geïrriteerd worden", met de betekenis: "Men blijft Elsa irriteren")

101.23

Een passiefconstructie kan soms vermeden worden door gebruik te maken van een constructie met een attributief volt.dw. Zo'n constructie is vooral correct als het passief meer een eigenschap dan een uit te voeren handeling uitdrukt, zoals in:

  • Ef derrs krurs tiffe tijâkirturor mérs.
    In de bakstenen muren zijn nissen uitgespaard.
    (lett. "De bakstenen muren kennen uitgespaarde nissen")

  • Ef mikar platiranûe melde effer zollor tiyns mintof ef buros.
    Alleen de kostbare schilderijen zijn na de brand bewaard gebleven.
    (lett. "De kostbare schilderijen zijn de enige bewaarde dingen na de brand")

Vergelijk de overeenkomstige passiefconstructies:

  • Fes ef derrs krurs blul mérs tijâkirturelije.
  • Blul ef mikar platiranûe zollelije mintof ef buros ne'âma.

Zie ook § 91.34.

101.24

In § 100.17-19 is met betrekking tot de teg.dw.n een onderscheid gemaakt tussen een attributieve -lira-constructie die een incidentele of continue handeling uitdrukt, en samengestelde substantieven of speciale additieven die een "potentie" uitdrukken. Een dergelijk onderscheid kan ook gemaakt worden bij volt.dw.n. Vergelijk:

  1. eft flector zeff   een gebogen staaf (was oorspronkelijk recht)
  2. eft flectre-zeff   een buigbare staaf
  3. eft lutt zeff   een gebogen/kromme staaf (met de gedachte aan het model)

Bij (1) leeft de gedachte aan de handeling van het "buigen". De samenstelling in (2) drukt een "potentie" uit: de staaf heeft de mogelijkheid om een gebogen vorm aan te nemen. In (3) wordt slechts een uiterlijke eigenschap genoemd.

101.25

Merk op dat samenstellingen als in (2) heel goed vervangen kunnen worden door speciale additieven, al dan niet afgeleid van een ander additief. Zo bestaan de suffixen -amiy en -n om de in (2) bedoelde "potentie" uit te drukken:

  • flectre ~ flectren   buigen ~ buigbaar
  • rutre ~ rutramiy   bewegen ~ beweegbaar

Zie ook § 41.2 voor dergelijke additief-afleidingen.

101.26

Omdat een bijgesteld volt.dw. van de gramm.stam is afgeleid, ontstaan er dikwijls homoniemen. In § 82.37 is er reeds op gewezen dat veel werkwoorden een identieke gramm.stam hebben, omdat deze gevormd wordt door verdubbeling van de één na laatste consonant, waarbij de distinctieve eindconsonant wegvalt. Als het volt.dw. bovendien identiek is aan de gramm.stam (bij niet-abstr.subst.n in het enkelvoud) is de kans op homonymiteit (en dus ambiguïteit) groot, bijvoorbeeld:

  1. Ef moirter, šot lef ef agren ymazersô, melde eft Irlando.
    a. De misdadiger, die met grof geweld neergeschoten is, is een Ier.
    b. De misdadiger, die met grof geweld ondervraagd is, is een Ier.

Betekenis a. is mogelijk als šot afgeleid is van šote (neerschieten). Betekenis b. is mogelijk als šot afgeleid is van šoe (ondervragen). De ambiguïteit van (1) kan opgeheven worden met de volgende passiefconstructies:

  1. Ef moirter melde eft Irlando, blul té šotalije lef ef agren ymazersô.
    (= (1a))
  2. Ef moirter melde eft Irlando, blul té šoalije lef ef agren ymazersô.
    (= (1b))

101.27

Een andere wijze om de ambiguïteit in (1) uit de vorige paragraaf op te heffen bestaat uit de toevoeging van een extra attributief volt.dw. dat equivalent is aan het bijgestelde volt.dw. Dit is echter voornamelijk spreektaal of ongedwongen schrijftaal: Noot 1

  1. £ Ef šotor moirter, šot lef ef agren ymazersô, melde eft Irlando.  (= (1a))
  2. £ Ef šoor moirter, šot lef ef agren ymazersô, melde eft Irlando.  (= (1b))


Noot 1 Dit dubbele gebruik van een volt.dw. komen we in gesproken taal soms ook tegen als er géén noodzaak is om ambiguïteit op te heffen:

  • Ef uberor mosjeus, uber pai ef âpip, ÿrmoie eft tneferdesa.
    De vrouw die door de politie gepakt is, schijnt een buitenlandse te zijn.

In dit voorbeeld kan uber alleen maar zo geïnterpreteerd worden dat het een bijgesteld volt.dw., afgeleid van ubere (pakken, grijpen), is. De redundante aanwezigheid van uberor kan wellicht psycholinguïstisch verklaard worden door aan te nemen dat de spreker pas na het specificeren van het subject (hij wil iets over "de gepakte vrouw" zeggen) de behoefte voelt om alsnog mee te delen door wie ze gepakt is.


101.28

Vergelijk:

  • Ef merater néyle ef kupân. >   De man dempt de waterput.
  1. > a. ef néylor kupân   de gedempte waterput
    b. ef néylalira merater   de man die gedempt heeft

Bij een trans.werkw. als néyle (dempen) gaat het volt.dw. een semantische relatie met het object aan (in (1a)), en het teg.dw. gaat een relatie met het subject aan (in (1b)). Bij een intrans.werkw. echter gaan zowel het volt.dw. als het teg.dw. een relatie met het subject aan, bijvoorbeeld:

  • Ef kupân zârve. >   De waterput droogt op.
  1. > a. ef zârvor kupân   de opgedroogde waterput
    b. ef zârvalira kupân   de waterput die opgedroogd is

Nu blijken een volt.dw. en een teg.dw. in de definitieve tijd dezelfde betekenis te hebben (mits beide attributief gebruikt). Noot 1
Het is moeilijk om duidelijke regels te geven wanneer (2a) en wanneer (2b) gebruikt moeten/kunnen worden. Over het algemeen kan gesteld worden dat de voorkeur gegeven wordt aan een volt.dw., tenzij om de een of andere reden een definitieve tijd expliciet uitgedrukt moet worden, bijvoorbeeld bij contrast of tijdscongruentie. Bijvoorbeeld:

Contrast:

  • ef miptrempelira stûdents ur ef pip miptrempalira tiyns Noot 2
    de afstuderende en reeds afgestudeerde studenten

Tijdscongruentie:

  • Ef ÿcheralira 'jan uokka eft sigarett. Noot 3
    De verongelukte jongen rookte een sigaret.
    (het "roken" en "verongelukken" gebeurden op hetzelfde tijdstip)

Zie ook Hoofdstuk 111 over het gebruik van werkwoordstijden.


Noot 1 Sommigen zijn van mening dat een teg.dw. in de definitieve tijd als zârvalira nog een "terugblik" in het verleden geeft (er wordt gewezen op het proces van "opdrogen"), terwijl een volt.dw. als zârvor niet meer dan een situatie uitdrukt, zonder dat er gerefereerd wordt aan een in het verleden plaatsgevonden hebbende handeling. Als dit semantische (of aspectuele) onderscheid inderdaad bestaat, dan zouden we ons bij een constructie als ef allovor efanty (het verdwenen kind) feitelijk niets voor mogen stellen (want er is geen kind meer aanwezig waaraan we de gebeurtenis "verdwijnen" kunnen aflezen), terwijl er bij ef allovalira efanty (het kind dat verdwenen is) een terugblik opgeroepen wordt van de handeling "verdwijnen". Zie ook Hemper-Ÿrtuhaj (1980).

Noot 2 Voor het gebruik van het spoor tiyns, dat hier het eerder genoemde stûdents herhaalt, zie ook zin (2) in § 120.43.

Noot 3 Een volt.dw.-constructie als Ef ÿcheror 'jan uokka eft sigarett. (De verongelukte jongen rookte een sigaret. = De jongen die verongelukt is, rookte een sigaret.) is alleen acceptabel als we aannemen dat de jongen na het krijgen van dat ongeluk een sigaret rookte, wat impliceert dat de jongen nog in leven is.

101.29

In het Nederlands kunnen volt.dw.n van intrans.werkw.n alleen attributief gebruikt worden als zij mutatief zijn, ofwel "het overgaan van de ene toestand in de andere" uitdrukken. Immutatieven (die "het verkeren in een toestand" uitdrukken) kunnen dat niet of moeilijk. Mutatieven onderscheiden zich bovendien van immutatieven doordat zij niet met hebben vervoegd worden, maar met zijn. Vergelijk:

Mutatief:

verdorren  > de takken zijn verdord
 > de verdorde takken
  
ontwaken> het kind is ontwaakt
 > het ontwaakte kind

Immutatief:

knarsen  > de deuren hebben geknarst
 /> * de geknarste deuren
  
staan > het kind heeft gestaan
 /> * het gestane kind

Twijfelgeval:

liggen  > het kind heeft/?is gelegen
 > ? het gelegen kind

101.30

Sommige bewegingswerkwoorden krijgen een mutatief karakter als zij nader bepaald worden door een richting-constituent, bijvoorbeeld:

Immutatief:
zwemmen  > de jongens hebben gezwommen
 /> * de gezwommen jongens

Mutatief:
zwemmen naar de kust  > de jongens zijn naar de kust gezwommen
 > de naar de kust gezwommen jongens

101.31

Het Spokaans daarentegen maakt dit onderscheid tussen "mutatief" en "immutatief" niet. Elk intrans.werkw. kan als volt.dw. in een attributieve of bijgestelde positie verschijnen: Noot 1

  • lâtare
> ef lâtaror ÿrras Noot 2   de verdorde takken
 > ef ÿrras, lâtarâx lóf ef kÿpony kormondô
    de takken, verdord in de droge zomer
  
  • kaine
> ef kainor efanty   het ontwaakte kind
 > ef efanty, kain mip eft vÿmpiy drém
    het kind, ontwaakt uit een griezelige droom
  
  • gereste
> ef gerestor argerats   de deuren die geknarst hebben
 > ef argerats, gerestâx lóf pert terrats
    de deuren, die vele dagen geknarst hebben
  
  • giffe
> ef giffor efanty   het kind dat gestaan heeft
 > ef efanty, giff kaf ef zillepip
    het kind dat op het dak heeft gestaan
  
  • orefante  
> ef orefantor 'jans   de jongens die gezwommen hebben
 > ef 'jans, orefantâx fes ef martel knurfel
    de jongens, die in het koude water gezwommen hebben
 > ef 'jans, orefantâx helkara ef xijera
    de naar de kust gezwommen jongens
    of  de jongens die naar de kust gezwommen zijn

Merk op dat de Spokaanse volt.dw.-constructies bij mutatieven in het Nederlands door een relatieve bijzin vertaald moeten worden.


Noot 1 Voor het onderscheid tussen een vervoeging met hebben of met zijn kent het Spokaans geen equivalent, omdat een voltooide tijd nooit met een hulpwerkwoord wordt uitgedrukt. Vergelijk:

  • De deuren hebben geknarst. = Ef argerats geresta.
  • De takken zijn verdord. = Ef ÿrras lâtara.

Noot 2 Vergelijk: ef lât ÿrras (de verdorde/dorre takken). Lât is een "echt" additief dat de eigenschap "dor" benadrukt. Het volt.dw. lâtaror benadrukt daarentegen het voltooide proces van "verdorren".

101.32   ad § 101.1   B. Gelexicaliseerde voltooide deelwoorden

Een aantal volt.dw.n op -or drukken niet alleen de voltooiing van de handeling uit (zoals uiteengezet in § 101.6), maar ook een eigenschap. In dit laatste geval fungeert een volt.dw. als een additief van categorie I. De volgende volt.dw.n zijn op een dergelijke wijze gelexicaliseerd:

âlkibiraror   [goed] doordacht  mjochor   aangenomen
dodor   uitgestorventyrâhor   geblust
marianor   getrouwdufror   bedorven
mebaror   geborenwapor Noot 1   gewapend; bewapend

Er is dus sprake van ambiguïteit in uitdrukkingen als:

  • dode   uitsterven >
    > ef dodor belp-frenvu   de uitgestorven diersoort

  • ufre   bederven >
    > ef ufror ubara   het bedorven voedsel

Enerzijds kan er een eigenschap bij belp-frenvu, resp. ubara uitgedrukt zijn; anderzijds kan de nadruk liggen op de voltooiing van het proces van "uitsterven", resp. "bederven".


Noot 1 Het bijbehorende werkwoord wape (wapen[s] dragen) komt alleen nog in archaïsch en poëtisch taalgebruik voor.

101.33

Het additivische karakter van de volt.dw.n in de vorige paragraaf blijkt uit het feit dat deze vormen ook in combinatie met een koppelwerkw. gebruikt kunnen worden. Vergelijk de additieven in a. met de "echte" volt.dw.n in b., die achter een koppelwerkw. ongrammaticaal zijn:

  1. a. Ef pytšutûs melde dodor fes Nelandes.
        De beren zijn uitgestorven in Nederland.
    b. * Ef pytšutûs melde allovor fes Nelandes.
        De beren zijn verdwenen in Nederland.

  2. a. Ef fijanta pónze ufror.   Het vlees raakt bedorven.
    b. * Ef tjokâs pónze natriychor.   Het brood raakt beschimmeld.

Grammaticale alternatieven voor de b-zinnen zijn:

  1. b'. Ef pytšutûs allovo fes Nelandes. (aoristus, zie Hoofdstuk 111)
        De beren zijn verdwenen in Nederland.
    b'. Ef tjokâs finne beri natriyche.   Het brood begint te beschimmelen.

101.34

Vergelijk:

  1. Jân ur Elsa melde marianor er 1970.
    Jân en Elsa zijn sinds 1970 getrouwd. (situatie)
  2. b. ef marianor merater   de getrouwde man
  3. Jân ur Elsa mariana hols.
    Jân en Elsa zijn gisteren getrouwd. (gebeurtenis)
  4. Jân ur Elsa melda marianor.
    Jân en Elsa zijn getrouwd geweest. (vroegere situatie)

In a. fungeert marianor als additief. Zin b. is ambigu, omdat marianor een additief kan zijn met de betekenis 'in getrouwde staat', ofwel een "echt" volt.dw. met de betekenis 'het proces van "trouwen" heeft plaatsgevonden'.
In c. staat de definitieve tijd van het werkwoord mariane (trouwen), en in d. ten slotte vinden we de definitieve tijd van het koppelwerkw. melde, gevolgd door het additief marianor (koppelwerkw.n kunnen nooit gecombineerd worden met een volt.dw., zoals in § 101.21 is uiteengezet).

101.35

Het Spokaans kent ook een aantal volt.dw.n op -or waarvan de betekenis zodanig gelexicaliseerd is dat er geen enkele semantische verwantschap met het bijbehorende werkwoord meer bestaat. Dergelijke gelexicaliseerde volt.dw.n treden eveneens op als een additief categorie I, en hebben meestal een abstracte betekenis. Enkele algemene gevallen zijn:

  • âpe fes ~ âpor
  • belde ~ beldor
  • blôfe ~ blôfor
  • cÿrbare rifo ~ cÿrbaror
  • fiyse ~ fiysor
  • jesme ~ jesmor
  • kettÿne kura~ kettÿnor
  • lenabe ~ lenabor
  • megge ~ meggor
  • melde ~ meldor
  • pjaqurre ~ pjaqurror
  • plie ~ plior
  • plurte ~ plurtor
  • plype ~ plypor
  • vende ~ vendor
  • vobare ~ vobaror
  • ÿraše ~ ÿrašor
  • ÿrgare ~ ÿrgaror
    geschikt zijn voor ~ netjes/goed gekleed
    [aan]leren ~ geschoold (persoon)
    zakken (lett.) ~ asociaal; onaangepast
    voorzíén van ~ begaafd
    schroeven ~ stiekem
    verdelen ~ ontsteld; ontdaan; van streek
    overlaten aan ~ ongestoord
    rapen, rooien; kapen ~ teneergeslagen
    op/uitvoeren (toneel) ~ geforceerd; aanstellerig
    zijn ~ verleden, vorig; gewezen
    stijgen ~ in extase
    ontplooien (fig.) ~ gegoed; welgesteld
    weken, soppen ~ beschonken; dronken
    omhoog/openwippen ~ luchtig; lichtvaardig
    gaan; lopen ~ jongstleden
    vormen ~ beschaafd; goed opgevoed
    verrichten ~ bewogen (geschiedenis)
    opvullen; volstoppen ~ propvol

101.36

Al deze -or-vormen kunnen tevens als "echt" volt.dw. met de voorspelbare betekenis optreden; vergelijk:

  • eft fiysor yplemeros   een geschroefde verbinding
  • eft fiysor ups   een stiekeme daad

  • eft âpor hûchatt   een oplossing die geschikt geweest is
  • eft âpor mosjeus   een goedgeklede vrouw

101.37

Daarentegen kan een "echt" volt.dw. op -or niet als bijstelling gebruikt worden:

  • * Ef yplemeros melde fiysor. Noot 1   De verbinding is geschroefd.
  • Ef ups melde fiysor.   De daad is stiekem.

Vergelijk ook de gelexicaliseerde teg.dw.n, zoals besproken in § 41.5.


Noot 1 Het grammaticale alternatief voor deze constructie is een passief (in a.) of een attr.volt.dw. (in b.):

  1. Blul ef yplemeros fiyselije.   De verbinding is geschroefd.
  2. Ef melde eft fiysor yplemeros.   Het is een geschroefde verbinding.

101.38

Soms bestaat de gelexicaliseerde -or-vorm alleen in een samenstelling:

  • zâre ~ fer-zâror   wonen ~ wormsteking (lett. "worm-bewoond")
  • sade ~ roji-sador   verzadigen ~ belezen; veel gelezen hebbend (persoon)

Terwijl de volt.dw.n zâror en sador nimmer als additief kunnen optreden, kunnen de hierboven genoemde additieven nimmer als volt.dw. optreden (want de bijbehorende werkwoorden *fer-zâre en *roji-sade bestaan niet).

101.39

Een bijzonder geval is:

  • helbi-meggor   ongekleed; niet volgens de regels gekleed

Dit additief is geen samenstelling van helbi en het volt.dw. meggor (op/uitgevoerd) (dus analoog aan § 101.38), maar van helbi en het additief meggor (geforceerd; aanstellerig) zoals dat in § 101.35 genoemd is.

101.40

Speciale aandacht verdienen de additieven die zijn opgebouwd met de circumfixen ide--or en --or, zoals:

  • drynje ~ idedrynjor Noot 1   wijden; heiligen ~ godvergeten; godsgruwelijk
  • spure ~ idespuror   opsporen ~ spoorloos
  • tôrte ~ lâtôrtor   schoppen; trappen ~ afgetrapt (schoenen)

Omdat *drynj, *spur en *tôrt geen bestaande Spokaanse substantieven zijn, mag aangenomen worden dat bovenstaande additieven ofwel met ide--or en --or zijn afgeleid van een werkwoord, ofwel met ide- en - zijn afgeleid van een volt.dw.
De meeste additieven met --or zijn echter afgeleid van een substantief, zoals:

  • belk ~ lâbelkor   vrucht ~ vruchtdragend
  • flecs ~ lâflecsor   vuur ~ vurig; vol vuur (lett.)

Zie hiervoor § 41.18.


Noot 1 Het additief idedrynjor behoort tot categorie II en komt alleen voor als versterking van een ander additief: ef idedrynjor tildâ wónzol (het godsgruwelijk slechte weer).

101.41   ad § 101.1   C. Onregelmatige voltooide deelwoorden

Van een groot aantal werkwoorden is een onregelmatig volt.dw. afgeleid. Deze ene onregelmatige vorm wordt in alle gevallen gebruikt die genoemd zijn in Blok 101.2, ofwel: de regelmatige vormen op -or, -Ø, -er en -âx worden alle verdrongen door de onregelmatige vorm. Vergelijk:

póbare (verkopen) heeft een regelmatige volt.dw.-vorming:

  • ef póbaror lânðÿrs   de verkochte sieraden
  • ef lânðÿrs, póbarâx hôs ef huldufit yfloniner
    de sieraden, verkocht bij de beroemde juwelier

kuntiyre (stelen) kent het onregelmatige volt.dw. kuntaro (gestolen):

  • ef kuntaro lânðÿrs   de gestolen sieraden
  • ef lânðÿrs, kuntaro hôs ef huldufit jolasjeus
    de sieraden, gestolen bij de beroemde barones

101.42

Let op het verschil tussen een additief en een onregelmatig volt.dw., bijvoorbeeld:

  • gÿpe ~ gÿpiy (add.)   ijken ~ geijkt
  • ÿrfóte ~ ÿrfotiy (volt.dw.)   zich aanpassen ~ aangepast

In beide gevallen gaat het om een afleiding met het suffix -iy van een werkwoord. De vorm gÿpiy drukt echter geen "voltooide handeling" maar een "eigenschap" uit, en daarom is hier sprake van een additief. Noot 1 De vorm ÿrfotiy daarentegen drukt een "voltooide handeling (proces)" uit, en daarom is dit een volt.dw.


Noot 1 In § 41.7 is uitgelegd dat additieven dikwijls met het suffix -iy van een werkwoord kunnen worden afgeleid.

101.43

Omdat gÿpiy géén volt.dw. is, kent het werkwoord gÿpe tevens een (regelmatige) volt.dw.-vorming: gÿpor, gÿp, gÿper en gÿpâx. Vergelijk:

  • Ef drakâsz melde gÿpiyn. > ef gÿpiyn drakâsz Noot 1
    De gewichten zijn geijkt. > de geijkte gewichten
    ("geijkt" als eigenschap, wat bijvoorbeeld blijkt uit het ijkmerk dat op de gewichten is aangebracht)

  • Blul ef drakâsz gÿpelije. > ef gÿpor drakâsz
    De gewichten zijn geijkt [geworden]. > de geijkte gewichten
    ("geijkt" als voltooide handeling)


Noot 1 Let op de meervouds-n achter gÿpiy (zie § 42.2).

101.44

Omdat ÿrfotiy in § 101.42 een onregelmatig volt.dw. is, zijn de regelmatige vormen *ÿrfótor, *ÿrfót, *ÿrfóter en *ÿrfótâx niet bekend, dus:

  • ef ÿrfotiy tneferdesz Noot 1   de aangepaste vreemdelingen
  • ef ocÿrma, ÿrfotiy lef vostrichos   het in alle opzichten aangepaste gedrag


Noot 1 Merk op dat de meervoudssuffixen -n en -m, die achter add.n op -iy gevoegd worden (§ 42.2-10), niet gebruikt worden bij onregelmatige volt.dw.n die op -iy eindigen.

101.45

Een aantal werkwoorden kent zowel een regelmatige volt.dw.-vorming als een onregelmatig volt.dw., en wel:

  • kuberre ~ kuberror of kuberros
  • nâs-stinde ~ nâs-stindor of nâs-stindas
  • quiyrâše ~ quiyrâšor of quiymp
  • texe ~ texor of texâ
  • tundare ~ tundaror of tûndare
  • yae ~ yaor of pya
  • yplemere ~ yplemeror of yplemare
  • zrame ~ zramor of zrâg
    overhandigen ~ overhandigd
    óverschrijven ~ overgeschreven
    aanvaarden ~ aanvaard
    knippen ~ geknipt
    breken ~ gebroken
    ter sprake komen ~ ter sprake gekomen
    verbinden ~ verbonden
    bevrijden ~ bevrijd

101.46

Een bijzonder geval is het werkwoord prÿme rast furt flaju (iemand verzoeken om iets). Dit werkwoord kent twee volt.dw.n: het regelmatige prÿmor wordt gebruikt in relatie tot het (persoonlijke) object, en het onregelmatige prÿtt in relatie tot de (zakelijke) voorzetselbepaling:

  • Gress prÿme ef bibliotekke furt ef ÿzâlbinasos enn ef mimpit. >
    Ik verzoek de bibliotheek om het boek te sturen.
    > ef prÿmor bibliotekke   de bibliotheek aan welke verzocht is
    > ef prÿtt mimpit   het boek waarom verzocht is

101.47

Soms is er sprake van homoniemen (of van werkwoorden met verschillende betekenissen) waarbij het ene werkwoord (of de ene betekenis) een regelmatige volt.dw.-vorming kent, en het andere een onregelmatige vorm. Dit gebeurt in de volgende gevallen:

  • mesÿe flaju ón rast ~ mesÿor   iemand [weten te] interesseren voor iets
  • mesÿe furt flaju ~ mesen   zich interesseren voor iets

  • moje ~ mojor   afleggen (v. dode)
  • moje ~ mojâs   maaien (v. gras)

  • ole ~ olor   vlak slaan; pletten
  • ole ~ pole   loeien (v. sirene)

  • šefce ~ šefcor   kruien (v. ijs)
  • šefce ~ šefto   schuiven

  • prap stinde ~ stindor   geschreven staan
  • stinde ~ stindas   schrijven

  • prap tytorre ~ tytorror   verhongeren (intrans.)
  • tytorre ~ tytorr   ver/uithongeren (trans.)

  • ûlke ~ ûlkor   binden (v. saus)
  • ûlke ~ ûlker   verstarren

  • ÿozzije ~ ÿozzijor   aanspreken (v. voedsel)
  • ÿozzije ~ ÿos   bezetten (door leger)

101.48

Merk op dat de regelmatige -or-vormen impliceren dat de bijgestelde volt.dw.n de suffixen -Ø, -er of -âx krijgen (Blok 101.2), terwijl de onregelmatige vormen alle bijgestelde varianten uitsluiten. Vergelijk:

  1. Eup mesÿe dena fenta ón Petriy. >
    Ze weet Petriy te interesseren voor dat feest.
    > Zurrere dena fenta, mesÿt ón Petriy, tuksof hent zurt.
    Dat feest, waarvoor Petriy geïnteresseerd is, zal tot vijf uur duren.
  2. Petriy nert mesÿe furt dena fenta. >
    Petriy interesseert zich niet voor dat feest.
    > Petriy, nert mesen furt dena fenta, tinde fesért.
    Petriy, niet geïnteresseerd in dat feest, blijft thuis.

  1. ef tytorror meraters ~ ef meraters, tytorrâx lóf ef mintepot poh
    de verhongerde mannen ~ de mannen, verhongerd op de lange tocht
  2. ef tytorr meraters ~ ef meraters, tytorr lóf ef mintepot poh
    de verhongerde mannen ~ de mannen, verhongerd op de lange tocht

In a. is 'verhongeren' intransitief, in de betekenis van "de mannen verhongeren", terwijl dit werkwoord in b. transitief is, in de betekenis van "iemand verhongert de mannen; iemand hongert de mannen uit".

101.49

Voor de vorming van een onregelmatig volt.dw. zijn de volgende strategieën mogelijk:

  1. Toevoeging van het suffix -er
  2. Toevoeging van het suffix -et of -en (vanaf § 101.54)
  3. Toevoeging van het suffix -iy of -y (vanaf § 101.57)
  4. Toevoeging van het suffix -s (vanaf § 101.59)
  5. Toevoeging van het suffix -t (vanaf § 101.61)
  6. Volt.dw. is [vorm van] de wortel (vanaf § 101.63)
  7. Toevoeging van het prefix p- (vanaf § 101.65)
  8. Overige gevallen (§ 101.67)

Welke strategie er ook wordt toegepast, bijna altijd verandert er iets aan de interne structuur van de verbale wortel (zie § 82.1 voor de definitie van "wortel"). Indien deze verandering niet meer is dan een wisseling, deletie of toevoeging van een vocaal, wordt dit hieronder niet expliciet aangegeven.

101.50   ad § 101.49   a. Toevoeging van het suffix -er

Het meest algemene suffix is -er. Dit is feitelijk een gereduceerde vorm van het regelmatige volt.dw.-suffix -or, en wordt aan de wortel gehecht. Deze volt.dw.-vorming komt bij een tiental werkwoorden voor, zoals:

  • âpyjoe ~ âpyjer
  • bautoe ~ bauter
  • ðoboe ~ ðoboer
  • putte ~ potter
  • ûlke ~ ulker
    dom kijken ~ dom gekeken
    afzonderen ~ afgezonderd
    verkeerd zijn ~ verkeerd geweest
    nemen ~ genomen
    verstarren ~ verstard

101.51

Bij 3 volt.dw.n die met -er gevormd worden, wordt een extra j ingevoegd:

  • biÿae ~ biÿjer
  • <bzaée ~ bzaéjer
  • quae ~ qujer
    op stapel staan ~ op stapel gestaan
    vangen ~ gevangen
    gelasten; gebieden ~ gelast; geboden

101.52

Bij 4 werkwoorden wordt de eindconsonant veranderd:

  • âlbae ~ âlper
  • chabe ~ chaper
  • chÿðoe ~ chÿder
  • co'ifche ~ co'ifcer
    misleiden ~ misleid
    afschaffen ~ afgeschaft
    verleiden ~ verleid
    negeren ~ genegeerd

101.53

Bij 3 werkwoorden wordt een extra t toegevoegd:

  • gaoe ~ gâter
  • gvoie ~ gvóter
  • tiôie ~ tiôter
    op gang komen ~ op gang gekomen
    een beroep doen op ~ een beroep gedaan op
    verschuldigd zijn ~ verschuldigd geweest

Bij 1 werkwoord tenslotte valt de eind-j weg:

  • simaje ~ simer
    opbergen; opruimen ~ opgeborgen; opgeruimd

101.54   ad § 101.49   b. Toevoeging van het suffix -et of -en

Een stuk of tien volt.dw.n worden gevormd met de suffixen -et of -en achter de wortel. Deze suffixen zijn feitelijk varianten van elkaar, zij zijn in het moderne Spokaans complementair gedistribueerd, maar tot halverwege de 19e eeuw (en ook tegenwoordig nog wel dialectisch) werden -et en -en door elkaar gebruikt. Zo kende de moderne vorm blacret (gekropen) vroeger als alternatief blacren. En naast de tegenwoordig gangbare vorm mesen (geïnteresseerd) kwamen voor: meset of mesÿt. Moderne voorbeelden zijn:

  • blacroe ~ blacret
  • klynše ~ klynšet
  • mesÿe ~ mesen
  • spippe ~ spippet
  • xâme'ie ~ xâmet
    kruipen ~ gekropen
    achtervolgen; vervolgen ~ achtervolgd; vervolgd
    zich interesseren ~ geïnteresseerd
    vermommen ~ vermomd
    opbrengen; opleveren ~ opgebracht; opgeleverd

101.55

Bij 3 werkwoorden wordt een j ingevoegd om te voorkomen dat het suffix -et (vroeger alternatief -en, zie vorige paragraaf) onmiddellijk achter een vocaal volgt:

  • ae ~ ajet
  • bae ~ bajet
  • bye ~ byjet
    aaien ~ geaaid
    uitspoken; uithalen ~ uitgespookt; uitgehaald (v. streek)
    neerstrijken ~ neergestreken (lett.)

101.56

Bij een stuk of 5 vormen vallen een of meer eindconsonanten weg, zoals bij:

  • mârnše ~ mârnet
  • raptre ~ râpet Noot 1
  • telstje ~ telsen
    durven; wagen ~ gedurfd; gewaagd
    aantrekken; aanlokken ~ aangetrokken; aangelokt
    zich realiseren ~ gerealiseerd


Noot 1 Sommige grammatici menen dat râpet de wortel is van raptre, waarbij de r is weggevallen en een e is toegevoegd: raptre > rapt > rapet > râpet. Daarom is het werkwoord raptre ook opgenomen in § 101.64.

Bij danše vinden vocaal- en consonantwisseling plaats:

  • danše ~ dânsen
    dansen ~ gedanst

101.57   ad § 101.49   c. Toevoeging van het suffix -iy of -y

De suffixen -iy of -y komen (soms met t-toevoeging) achter de infinitief bij:

  • sle ~ sleiy
  • lozôstje ~ lozôstjey
  • pje ~ pjetiy
    uitwerpen ~ uitgeworpen
    afvaardigen ~ afgevaardigd
    verijdelen ~ verijdeld

101.58

Het suffix -iy komt bij drie volt.dw.n achter de wortel, in één geval met toevoeging van een l:

  • zlÿše ~ zlÿšiy
  • ÿrfóte ~ ÿrfotiy
  • xuôe ~ xuôliy
    verwennen ~ verwend
    zich aanpassen ~ aangepast
    toe zijn aan ~ toe geweest aan

Een bijzonder geval van -iy-suffigering is:

  • jyvve'uke ~ jyvviy
    uitroeien ~ uitgeroeid

101.59   ad § 101.49   d. Toevoeging van het suffix -s

Het suffix -s komt achter de wortel, waarbij een u altijd in û verandert. Er zijn 7 gevallen bekend, zoals:

  • brue ~ brûs
  • colye ~ colys
  • jue ~ jûs
  • méte ~ méts
    zetten ~ gezet (v. koffie)
    verzamelen; opkroppen ~ verzameld; opgekropt
    overeenstemmen ~ overeengestemd
    ontmoeten; aantreffen ~ ontmoet; aangetroffen

Bij fôrdre valt de eind-r weg en is sprake van consonantwisseling:

  • fôrdre ~ fôrts
    vorderen; opeisen ~ gevorderd; opgeëist

101.60

In een stuk of 5 gevallen komt er tussen de wortel en -s nog een bindvocaal, zoals bij:

  • kuberre ~ kuberros
  • moje ~ mojâs
  • stinde ~ stindas
    overhandigen ~ overhandigd
    maaien ~ gemaaid
    schrijven ~ geschreven

Bij bâgre valt de eind-r weg:

  • bâgre ~ bâgas
    baggeren ~ gebaggerd

Een bijzonder onregelmatige vorm is:

  • jizjÿe ~ jiystâs
    volbrengen ~ volbracht

101.61   ad § 101.49   e. Toevoeging van het suffix -t

Het suffix -t komt bij een tiental volt.dw.n achter de wortel, zoals bij:

  • dismyse ~ dismyst
  • fjojae ~ fjojât
  • gabane ~ gabent
  • moie ~ mót
    ontslaan ~ ontslagen
    slechten ~ geslecht
    vervoeren ~ vervoerd
    stutten; ondersteunen ~ gestut; ondersteund

101.62

Bij 4 wortels valt de eindconsonant weg:

  • cetrence ~ cetrent
  • prÿme ~ prÿtt Noot 1
  • trence ~ trent
  • vârne ~ vart
    drenken; te drinken geven ~ gedrenkt
    verzoeken ~ verzocht
    onderdompelen ~ ondergedompeld
    waarschuwen ~ gewaarschuwd


Noot 1 De oorspronkelijke volt.dw.-vorm was †prÿmt. In de loop van de 18e eeuw heeft de m plaatsgemaakt voor vocaalverlenging, tegenwoordig uitgedrukt door de dubbele tt. Zie verder § 101.46 voor het gebruik van dit volt.dw.

Let nog op 2 bijzondere gevallen:

  • gabane-tijâ ~ tijâgabent
  • ytterare ~ yterrt
    afvoeren; wegvoeren ~ af/weggevoerd
    verijdelen ~ verijdeld

101.63   ad § 101.49   f. Volt.dw. is [vorm van] de wortel

Ongeveer 17 volt.dw.n worden gevormd door weglating van de pron.-e. Bijvoorbeeld:

  • gazeûte ~ gazeût
  • hanntele ~ hanntel
  • manne ~ mann
  • nendore ~ nender
  • opjÿge ~ opjÿg
  • wa'ére ~ waér
    afstemmen (op) ~ afgestemd
    hanteren ~ gehanteerd
    uitrichten; volbrengen ~ uitgericht; volbracht
    vernietigen ~ vernietigd
    exploiteren ~ geëxploiteerd
    ontkennen ~ ontkend

Al deze volt.dw.n beginnen met een consonant (uitzondering: opjÿg). Ook volt.dw.n die met een vocaal beginnen, kunnen gevormd worden door weglating van de pron.-e, maar dan worden zij tevens geprefigeerd met p-. Daarom zijn zij opgenomen in § 101.66.

101.64

In 5 gevallen valt de eindconsonant weg en/of wordt er een bindvocaal toegevoegd:

  • koldre ~ koldôr
  • njame ~ nja
  • pôrtje ~ pôrt
  • raptre ~ râpet Noot 1
  • treoxje ~ treôx
    gooien; werpen ~ gegooid; geworpen
    spuien; schatten ~ gespuit; geschat
    stropen ~ gestroopt (jagen)
    aantrekken; aanlokken ~ aangetrokken; aangelokt
    schroeien ~ geschroeid


Noot 1 Sommige grammatici menen dat râpet gevormd is met het suffix -et. Daarom is het werkwoord raptre ook opgenomen in § 101.56. Tegen deze hypothese pleit het feit dat een archaïsche vorm als *râpen nimmer aangetroffen is, terwijl -en toch algemeen als een variant van het suffix -et werd gebruikt.

101.65   ad § 101.49   g. Toevoeging van het prefix p-

Het prefix p- komt alleen voor bij werkwoorden die met een vocaal beginnen. Bij ongeveer 10 werkwoorden wordt dit prefix aan de infinitief toegevoegd. In al deze gevallen eindigt de wortel op een consonant. Bijvoorbeeld:

  • âlminde ~ pâlminde
  • ebe ~ pebe
  • orte ~ porte
  • ÿzjale ~ pÿzjale
    schudden ~ geschud
    weggooien ~ weggegooid
    bijten ~ gebeten
    optreden ~ opgetreden

101.66

Bij ongeveer 8 werkwoorden wordt het prefix p- aan de wortel toegevoegd. In al deze gevallen eindigt de wortel op een vocaal. Bijvoorbeeld:

  • ijabie ~ pijabi
  • ósoe ~ póso
  • yae ~ pya
    zich vastklampen ~ vastgeklampt
    aandrijven ~ aangedreven (machine)
    ter sprake komen ~ ter sprake gekomen

Het weglaten van de pronominale e, zoals in bovenstaande gevallen gebeurt, komt ook voor bij volt.dw.n die met een consonant beginnen. Deze worden echter niet geprefigeerd met p-. Zij zijn opgenomen in § 101.63.

101.67   ad § 101.49   h. Overige gevallen

Bij een stuk of 15 werkwoorden wordt het volt.dw. op een geheel afwijkende wijze gevormd. We volstaan met enkele voorbeelden:

  • quiquije ~ quiqur
  • sâjele ~ sâke
  • signere ~ sigen
  • × ÿozzije ~ ÿos Noot 1
  • × ÿpje ~ ÿpâl
  • × zrame ~ zrâg
    zich bewust zijn van ~ bewust geweest
    storen ~ gestoord
    [in]zegenen ~ [in]gezegend
    bezetten ~ bezet (door leger)
    stikken ~ gestikt
    bevrijden ~ bevrijd

Bij de met × gemerkte werkwoorden is het volt.dw. afkomstig van een andere wortel dan het eigenlijke werkwoord. Zo is het volt.dw. ÿos afkomstig van het archaische werkwoord †ÿose (stikken), dat in de 18 eeuw in onbruik is geraakt. Het volt.dw. ÿos zou dus eigenlijk thuishoren in § 101.63.
Alle onregelmatige volt.dw.n zijn opgenomen in de Appendices 191 en 194.


Noot 1 Zie ook § 101.47 voor het werkwoord ÿozzije.


TOP
<< Hoofdstuk 100 | Hoofdstuk 102 >>

© (2000) Rolandt Tweehuysen, Kimswerd, the Netherlands