91.1
De passiefconstructies zoals die zijn opgenomen in de Blokken 90.8-10 bevatten alle een subject (S). Een van de redenen om een passief in plaats van een actief te gebruiken, en dan met name een objectpassief met het suffix -lije, is nu juist om het subject niet te willen uitdrukken (in veel talen mag de agens in passiefconstructies niet eens uitgedrukt worden).
Subjectloze passieven worden in het Spokaans in twee elementaire groepen onderverdeeld:
- niet-afgeleide passieven met subjectdeletie (hierna te noemen subjectloze passieven; vanaf § 91.1);
- afgeleide passieven, waarbij het oorspronkelijke subject een "spoor" achterlaat (hierna te noemen spoorpassieven; vanaf § 91.6).
91.2 ad § 91.1 A. Subjectloze passieven
Onder subjectloze passiefconstructies verstaan we constructies die zich direct conformeren aan de schema's van de Blokken 90.8-10, met dien verstande dat het element "pai S" natuurlijk ontbreekt. Zulke passieven zijn alleen mogelijk bij voltrans.werkw.n, waarbij zowel het object als de echo is uitgedrukt.
Als de echo als kern fungeert (dus als er sprake is van een -litā-passief) zijn subjectloze passieven geheel grammaticaal; vergelijk de subject-bevattende a-zinnen met de subjectloze b-zinnen (subject is vet):
- a. Elsa kettelitā pai Jān enn ef mimpit.
Aan Elsa wordt door Jān het boek gegeven.
b. Elsa kettelitā enn ef mimpit.
Aan Elsa wordt het boek gegeven.
- a. Kettelitā Elsa pai Jān enn ef mimpit.
Aan Elsa zal door Jān het boek gegeven worden.
b. Kettelitā Elsa enn ef mimpit.
Aan Elsa zal het boek gegeven worden.
91.3
Als het object als kern fungeert (bij -lije-passieven) worden subjectloze passieven niet door iedereen geaccepteerd. Zij komen weliswaar algemeen in de spreektaal voor, maar worden (onder meer door Kojen-Pōt) in de schrijftaal afgekeurd. Vergelijk de subject-bevattende (en correcte) a-zinnen met de subjectloze b-zinnen die typisch spreektaalvorm zijn:
- a. Ef mimpit kettelije pai Jān ón Elsa.
Het boek wordt door Jān aan Elsa gegeven.
b. £ Ef mimpit kettelije ón Elsa.
Het boek wordt aan Elsa gegeven.
- a. Kettelije ef mimpit pai Jān ón Elsa.
Het boek zal door Jān aan Elsa gegeven worden.
b. £ Kettelije ef mimpit ón Elsa.
Het boek zal aan Elsa gegeven worden.
91.4
Bij obtrans. of ectrans. werkw.n, waarbij de echo of het object ontbreekt, is een subjectloos passief altijd ongrammaticaal, zoals blijkt uit de volgende - subjectloze - b-zinnen:
- a. Ef mimpit trempelije pai Jān. Het boek wordt door Jān gelezen.
b. * Ef mimpit trempelije. Het boek wordt gelezen.
- a. Elsa scemrelitā pai Jān. Tegen Elsa wordt door Jān geschreeuwd.
b. * Elsa scemrelitā. Tegen Elsa wordt geschreeuwd.
91.5
Daar voltrans.werkw.n bij het ontbreken van een echo, resp. een object, geļnterpreteerd worden als obtrans., resp. ectrans. (zie Hoofdstuk 130), zijn ook hier de subjectloze passieven ongrammaticaal:
- a. Ef mimpit kettelije pai Jān. Het boek wordt door Jān gegeven.
b. * Ef mimpit kettelije. Het boek wordt gegeven.
- a. Elsa kettelitā pai Jān. Aan Elsa wordt door Jān [iets] gegeven.
b. * Elsa kettelitā. Aan Elsa wordt [iets] gegeven.
91.6 ad § 91.1 B. Spoorpassieven
Naast de subjectloze passieven bestaan er ook spoorpassieven. Deze zijn in alle gevallen grammaticaal, en worden met de volgende regels gevormd:
- Het subject wordt niet gedeleerd, maar tot spoor gereduceerd, wat wil zeggen dat het element "pai S" in de Blokken 90.8-10 plaats maakt voor een semantisch lege determinant, gesymboliseerd door "SPOOR";
- Er vindt inversie plaats, wat wil zeggen dat het tot spoor gereduceerde subject en de zinskern van positie verwisselen (in de schema's verwisselen "K" en "SPOOR" dus van plaats);
- Als de zinskern uit een pers.vnw. bestaat wordt hiervoor de passieve variant gekozen.
Op Regel II zijn uitzonderingen, zoals we in § 91.14 en § 91.22 zullen zien.
91.7
In het volgende Blok is schematisch weergegeven waar toepassing van de Regels I en II toe leidt:
| Afgeleide passiefconstructies met subjectspoor
|
|---|
| Neutrale tijd
|
|---|
| 1. | a.
|
OK P-lije pai S [ón E]
|
> SPOOR P-lije OK [ón E]
| | | b.
|
EK P-litā pai S [enn O]
|
> SPOOR P-litā EK [enn O]
| | Definitieve tijd
|
|---|
| 2. | a.
|
OK pai S P-lije [ón E]
|
> SPOOR OK P-lije [ón E]
| | | b.
|
EK pai S P-litā [enn O]
|
> SPOOR EK P-litā [enn O]
| | Toekomende tijd
|
|---|
| 3. | a.
|
P-lije OK pai S [ón E]
|
> P-lije SPOOR OK [ón E]
| | | b.
|
P-litā EK pai S [enn O]
|
> P-litā SPOOR EK [enn O]
|
Hoewel dit Blok voor voltrans.werkw.n is opgesteld, geldt het ook voor obtrans. en ectrans. werkw.n. Bij obtrans.werkw.n blijft de geldigheid natuurlijk beperkt tot de a-afleidingen, en bij ectrans.werkw.n tot de b-afleidingen. In al deze gevallen komen de tussen [ ] geplaatste elementen te vervallen.
91.8
De drie regels uit § 91.6 worden hier geļllustreerd aan de hand van voorbeelden waarin voor SPOOR de meest algemene vorm blul is geļnserteerd. In § 91.21 zullen andere sporen behandeld worden.
In ons eerste voorbeeld gaan we uit van het -lije-passief in (1) en zetten de nog ongrammaticale tussenstappen tussen {}:
- Eup bytelije pai Jān. Zij wordt door Jān geslagen.
zij slaan-SxO door Jān
| Toepassing van Regel I leidt tot: | {eup bytelije blul}
| | | zijACT slaan-SxO SPOOR
|
| Regel II geeft de volgende inversie: | {blul bytelije eup}
| | | SPOOR slaan-SxO zijACT
|
Regel III tenslotte schrijft de passieve variant van eup voor (zie Blok 71.8):
- Blul bytelije épe. Zij wordt geslagen.
SPOOR slaan-SxO zijPASS
91.9
Ons tweede voorbeeld betreft een -litā-passief dat wordt afgeleid van:
- Crule do ón gress. Hij zal tegen mij te keer gaan.
te.keer.gaan hij DtE ik
Hiervan kan het volgende -litā-passief afgeleid worden:
- Crulelitā gress pai do.
te.keer.gaan-SxE ik door hij
|
Tegen mij zal door hem te keer gegaan worden.
|
Regel I (invoering van het spoor blul) geeft: {crulelitā gress blul}
Regel II (inversie) geeft: {crulelitā blul gress}
De passieve variant van gress geeft de grammaticale constructie (Regel III):
- Crulelitā blul gróse.
te.keer.gaan-SxE SPOOR ikPASS
|
Tegen mij zal te keer gegaan worden.
|
91.10
Passivisering van voltrans.werkw.n zonder echo of zonder object gebeurt geheel analoog aan wat er in § 91.8-9 is gezegd:
- Ef mimpit kettelije pai Jān. Het boek wordt door Jān gegeven.
| Regel I: | {ef mimpit kettelije blul}
| | Regel II: | {blul kettelije ef mimpit}
| | Regel III: | (niet geldig want de zinskern is geen pers.vnw.)
|
Uitkomst: Blul kettelije ef mimpit. Het boek wordt gegeven.
- Eup pai Jān kettelitā. Aan haar werd/is door Jān [iets] gegeven.
| Regel I: | {eup blul kettelitā}
| | Regel II: | {blul eup kettelitā}
| | Regel III: | {blul épe kettelitā}
|
Uitkomst: Blul épe kettelitā. Aan haar werd/is [iets] gegeven.
91.11
Merk op dat spoorpassieven ook mogelijk zijn in die gevallen waarin een subjectloos passief eveneens grammaticaal (of op zijn minst in de spreektaal acceptabel) is:
- a. Do kettelitā enn ef mimpit. =
hijACT geven-SxE DtO het boek
b. = Blul kettelitā dōe enn ef mimpit.
SPOOR geven-SxE hijPASS DtO het boek
Aan hem wordt het boek gegeven.
- a. £ Do šalelije ón Mariy. = b. Blul šalelije dōe ón Mariy.
hij roddelen-SxO DtE Mariy SPOOR r.-SxO hijPASS DtE Mariy
Over hem wordt tegen Mariy geroddeld.
Afgezien van het verschil tussen "spreektaalvorm" en "correcte vorm" zoals in (2) tot uitdrukking komt, bestaan er nog meer gebruiksverschillen tussen de a-variant en de b-variant in (1) en (2). Hierop wordt nader ingegaan in Hoofdstuk 150.
91.12
In § 90.33 en verder zijn de passieven besproken die afgeleid kunnen worden van constructies met een performatieve -lije-bijzin. In (1) wordt voorbeeld (5b) uit § 90.36 herhaald:
- Ef ekonomiy, fartelira fes pert gulder āskāns, zjoffelije pai ef menester.
de economie, loopt-dieREL in veel betere sporen, beweerd-wordt door de minister
Er wordt door de minister beweerd, dat het met de economie veel beter gaat.
Van een dergelijk passief kan zonder problemen met behulp van de Regels I t/m III (§ 91.6) een spoorpassief afgeleid worden:
- a. Blul zjoffelije ef ekonomiy, fartelira fes pert gulder āskāns.
SPOOR beweerd-wordt de economie, loopt-dieREL in veel betere sporen
Er wordt beweerd, dat het met de economie veel beter gaat.
91.13
In tegenstelling tot een subject-bevattend passief als in (1) (in de vorige paragraaf), kent een spoorpassief als in (2a) een variant waarbij de vetgedrukte relatieve bijzin tezamen met zijn antecedent nu als performatieve bijzin kan optreden. Naast (2a) komt dus ook voor (de performatieve bijzin is vet):
- b. Blul zjoffelije, ef ekonomiy fartelira fes pert gulder āskāns.
SPOOR beweerd-wordt, de economie loopt-datPERF in veel betere sporen
(idem)
Het enige onderscheid tussen (2a) en (2b) is de positie van de komma. Veel mensen laten deze komma dan ook weg, als zij geen keus kunnen of willen maken tussen een relatieve en een performatieve bijzin. Constructie (2b) is grammaticaal omdat deze een directe relatie met de actieve variant zoals genoemd in (5a) in § 90.36 vertoont, want die bevat immers óók een performatieve (en geen relatieve) bijzin.
Daarnaast is zin (2a) correct omdat deze via de Regels I t/m III een directe relatie met zin (1) vertoont.
Als we ervan uitgaan dat er in de actieve constructie met zjoffe geen "echt" object aanwezig is (zie § 90.36), dan volgt hieruit dat er ook in (2b) geen "echt" object (met kernfunctie) aanwezig is. Zin (2b) vertoont dan verwantschap met de zogenoemde "valse" passieven, die nader verklaard worden vanaf § 91.24. Zie met name § 91.29.
91.14
Merk op dat we bij voltrans.werkw.n voor de keus gesteld worden om óf geheel af te zien van de drie regels uit § 91.6, óf deze regels alle drie toe te passen. Blul-insertie en inversie zijn dus niet toegestaan als de passieve vorm van het pers.vnw. achterwege blijft, zoals in:
- * Blul šalelije do ón Mariy.
SPOOR roddelen-SxO hij DtE Mariy
|
Over hem wordt tegen Mariy geroddeld.
|
Noch is het toegestaan om een passief pers.vnw. te gebruiken als blul achterwege blijft:
- * Dōe šalelije ón Mariy. (idem)
hijPASS roddelen-SxO DtE Mariy
Het achterwege laten van de inversie leidt tot een constructie als:
- ?/æ Dōe šalelije blul ón Mariy. (idem)
hijPASS roddelen-SxO SPOOR DtE Mariy
Deze zin is niet als ongrammaticaal gemarkeerd met een *, maar als twijfelachtig/dialectisch met ?/æ. Dit komt omdat het achterwege laten van inversie een algemeen verschijnsel is in vele dialecten op Liftka. In alle dialecten waar de inversie niet voorkomt zijn subjectloze passieven, zoals genoemd in § 91.2 en § 91.3 niet acceptabel; de Regels I en III dienen hier dus altijd toegepast te worden.
91.15 Inherente en perifere voorzetselbepalingen
In Hoofdstuk 141 wordt het verschil tussen inherente en perifere voorzetselbepalingen uiteengezet. Op dit moment kan volstaan worden met het gegeven dat inherente voorzetselbepalingen een situatie uitdrukken die intrinsiek is aan de handeling van het predikaat. In (1a) is de voorzetselbepaling fes ef kokmit perifeer omdat de handeling van "schrijven" niet per se in een vertrek (in casu: de keuken) behoeft plaats te vinden. In (1b) daarentegen is tjāg eft flappa inherent omdat "schrijven" alleen mogelijk is met behulp van een stuk gereedschap (in casu: een vulpen); een stuk gereedschap is dus intrinsiek aan de handeling van het schrijven.
- a. Ef letra stindelije pai Jān ón Elsa fes ef kokmit.
De brief wordt door Jān aan Elsa in de keuken geschreven.
b. Ef letra stindelije pai Jān ón Elsa tjāg eft flappa.
De brief wordt door Jān aan Elsa met een vulpen geschreven.
In de volgende paragrafen wordt nagegaan waarin perifere en inherente voorzetselbepalingen van elkaar verschillen als zij in een spoorpassief voorkomen.
91.16
Van (1a) in § 91.15 kunnen de volgende twee spoorpassieven afgeleid worden:
- a. Blul stindelije ef letra ón Elsa fes ef kokmit.
De brief wordt aan Elsa in de keuken geschreven.
b. Blul stindelitā Elsa enn ef letra fes ef kokmit.
Aan Elsa wordt de brief in de keuken geschreven.
Van (1b) in § 91.15 kunnen de volgende twee spoorpassieven afgeleid worden:
- a. Blul stindelije ef letra ón Elsa tjāg eft flappa.
De brief wordt aan Elsa met een vulpen geschreven.
b. Blul stindelitā Elsa enn ef letra tjāg eft flappa.
Aan Elsa wordt de brief met een vulpen geschreven.
91.17
Het verschil tussen een perifere voorzetselbepaling en een inherente voorzetselbepaling blijkt nu uit het volgende: het is niet mogelijk om de perifere voorzetselbepaling fes ef kokmit uit (2) op de positie van blul te zetten (waarbij blul gedeleerd wordt), maar het is wel mogelijk om de inherente voorzetselbepaling tjāg eft flappa uit (3) op deze positie te zetten. Vergelijk (2) en (3) met:
- a. * Fes ef kokmit stindelije ef letra ón Elsa.
b. * Fes ef kokmit stindelitā Elsa enn ef letra.
- a. Tjāg eft flappa stindelije ef letra ón Elsa.
b. Tjāg eft flappa stindelitā Elsa enn ef letra.
|
Wel correct is: Fes ef kokmit blul stindelije ef letra ón Elsa. In deze constructie is er slechts sprake van vooropplaatsing van een voorzetselbepaling, niet van blul-deletie. Zo'n vooropplaatsing met behoud van blul is ook bij de overige voorbeelden in deze paragraaf altijd correct, maar heeft wel een contrastieve of generieke interpretatie (zie ook § 92.17 en verder).
|
91.18
Dat een met enn gemarkeerd object en een met ón gemarkeerde echo géén inherente voorzetselbepalingen zijn, blijkt uit de ongrammaticaliteit van de constructies waarin een echo of object de positie van blul inneemt (dus analoog aan (4) en (5)):
- a. * Ón Elsa stindelije ef letra fes ef kokmit.
b. * Enn ef letra stindelitā Elsa fes ef kokmit.
- a. * Ón Elsa stindelije ef letra tjāg eft flappa.
b. * Enn ef letra stindelitā Elsa tjāg eft flappa.
91.19
In § 90.25-31 is behandeld dat niet alle ón-bepalingen als echo beschouwd kunnen worden. Sommige hebben eerder het karakter van een normale voorzetselbepaling (zie Blokken 90.28 en 90.29). Het zal duidelijk zijn dat bepalingen waarin ón als voorzetsel optreedt, tot de inherente voorzetselbepalingen gerekend kunnen worden (zie ook Hoofdstuk 141 voor werkw.n met een "vaste" voorzetselbepaling). Dit impliceert dat de ón-bepaling nu wčl in staat is om de positie van blul in te nemen:
- a. Blul kettelije pramt ón ef ’ksaners. >
SPOOR geven-SxO inbraak aan de buren
b. > Ón ef ’ksaners kettelije pramt.
aan de buren geven-SxO inbraak
Bij de buren wordt [er] ingebroken.
Extra aandacht verdient een afleiding als:
- a. Blul replaelije ef otostinders ón cōmputers. >
b. > ? Ón cōmputers replaelije ef otostinders.
door computers vervangen-SxO de schrijfmachines
Door computers worden de schrijfmachines vervangen.
In Blok 90.29 is het predikaat replae A ón B opgenomen, waaruit volgt dat het element ón B (in casu: ón cōmputers in (2)) niet als echo fungeert. Analoog aan afleiding (1a) > (1b) mogen we dan ook afleiding (2a) > (2b) verwachten.
Dat (2b) met "twijfelachtig" gemarkeerd is vindt zijn oorzaak in het feit dat de sequentie ef otostinders ón cōmputers als één geheel beschouwd wordt (§ 90.31). In feite is ón cōmputers een deel van het object (in (2a) vetgedrukt), en dat maakt de splitsing in (2b) twijfelachtig.
|
Vergelijk ook het tweede voorbeeld bij a. in voetnoot 1 van § 90.30.
|
|
Juist het feit dat ef otostinders ón cōmputers als één geheel beschouwd wordt, is de reden dat ón cōmputers geen echo kan zijn. Voor degenen die deze constituent wel als echo willen zien, is (2b) natuurlijk geheel onacceptabel. Hiervoor in de plaats accepteren zij dan zin (2) in § 90.31.
|
91.20
Een vorm van overgeneralisatie of hypercorrectie zien we met name in de schrijftaal van personen die niet geheel zeker zijn van de grammaticaregels en de neiging vertonen om hun geschreven taal zo min mogelijk op de spreektaal te doen lijken. Zij gebruiken de passieve pers.vnw.n ook als er een volwaardig subject aanwezig is, dus:
- * Épe bytelije pai Jān.
zijPASS slaan-SxO door Jān
|
Zij wordt geslagen door Jān.
|
in plaats van: Eup bytelije pai Jān.
91.21 SPOOR-insertie
Naast blul bestaan er nog twee determinanten die kunnen dienen als S-spoor: hyg en c’ry. De determinant hyg wordt voornamelijk in de zuidelijke dialecten van het Westspokaans en overigens in verheven taal gebruikt:
- ?/¶ Hyg monchelije Erget tjāg dāmenas. Erget wordt met gebeden vereerd.
SPOOR vereren-SxO Erget met gebeden
Daar hyg niet voorkomt in die gebieden waar inversie achterwege blijft (Liftka), en hyg buiten de dialectische sfeer alleen in verheven taal gebruikt wordt, is elke constructie met hyg zonder inversie geheel ongrammaticaal. In die gevallen waarin inversie niet toegepast kan worden, komt hyg dus niet in aanmerking (zie ook Hoofdstuk 150):
- * Erget monchelije hyg tjāg dāmenas.
91.22
De tweede determinant is c’ry. In tegenstelling tot blul en hyg draagt c’ry een toekomstig aspect en vervult dientengevolge in een NT-zin dezelfde functie als blul en hyg in een TT-zin. Bij c’ry blijft toepassing van Regel II (inversie) meestal achterwege. Vergelijk:
- a. Blul invóbelije Jān. >
Jān wordt uitgenodigd.
b. > Invóbelije blul Jān. = c. Jān invóbelije c’ry.
Jān zal uitgenodigd worden. = (idem)
Merk op dat in (1b) sprake is van inversie (blul staat vóór Jān) en van vooropplaatsing van het predikaat invóbelije, wat een TT uitdrukt. In (1c) is er géén sprake van inversie (c’ry staat įchter Jān) en de plaatsing van het predikaat achter Jān drukt in principe een NT uit.
|
Met "NT-zin" resp. "TT-zin" worden bedoeld: zinnen waarvan de woordvolgorde een neutrale tijd, resp. een toekomende tijd, uitdrukt.
Het Spokaans kent meer elementen die drager van een toekomstig aspect zijn. In § 81.18 noot 9 is reeds het causatieve hulpwerkw. miffe genoemd. Ook verscheidene tijdsbepalingen als mas (morgen), fes ef arfinvelkiy (in de toekomst), en dergelijke kunnen als zulke dragers aangemerkt worden. Een indicatie hiervoor is dat het samengaan van zulke tijdsbepalingen met een TT-uitdrukkende woordvolgorde door velen als een soort contaminatie gevoeld wordt:
- ? Puttelije blul ef falétt mas. Morgen zal de beslissing genomen worden.
Daar het toekomstige aspect al in mas opgesloten ligt, is de variant met een NT-volgorde te prefereren: Blul puttelije ef falétt mas. Zie hiervoor ook Hoofdstuk 111.
|
91.23 Passieve lidwoorden
Naast de passieve pers.vnw.n kent het Spokaans ook nog een passieve vorm van de lidwoorden:
| Passieve lidwoorden
|
|---|
| | actief | passief
| bepaald onbepaald
| ef eft
| ófe ófāt
|
In die gevallen waarin een passief pers.vnw. vereist is, kan eventueel een passief lidwoord gebruikt worden. Vergelijk:
- Blul šalelije dōe ón Mariy. Over hem wordt tegen Mariy geroddeld.
- Blul šalelije ófe 'jan ón Mariy. Over de jongen wordt tegen Mariy geroddeld.
Passieve lidwoorden zijn tegenwoordig zo goed als in onbruik geraakt en doen dan ook archaļsch aan. Zij kunnen beter door de actieve variant vervangen worden.
91.24 Valse passieven
Van intrans.werkw.n kan een passief afgeleid worden die bekend staat onder de naam "vals passief". In dit geval bestaat het subject uit een passief pers.vnw., er vindt inversie plaats, en de determinant blul (of ?/P hyg) wordt toegevoegd (maar is nu natuurlijk geen subjectspoor, want het subject is zelf nog aanwezig; vandaar de kwalificatie "vals"). Vergelijk het echte passief in (1a) met het valse passief in (1b):
- a. Blul vāpjelije dōe. Hij wordt geplaagd.
b. Blul vlukkelije dōe. Er wordt [door hem] gevloekt.
Hoewel beide constructies identiek zijn, is dōe in (1a) het object bij vāpje, terwijl in (1b) dōe het subject bij vlukke is.
|
Valse passieven waarbij het subject uit iets anders dan een passief pers.vnw. bestaat, komen niet voor. Zie echter § 91.41.
|
91.25
Valse passieven worden gebruikt om de handeling van een bepaald persoon in een meer algemeen perspectief te plaatsen, of te deactualiseren. Impliciet wordt de handeling dikwijls veroordeeld. Meestal bevat een vals passief een kwalificatie in de vorm van een extra bepaling, bijvoorbeeld:
- Blul vlukkelije dōe pert. Er wordt veel gevloekt [door hem].
De persoon aan wie dōe refereert zal een dergelijke uitspraak opvatten als een indirect verzoek om niet meer te vloeken.
Wil de spreker vermijden dat zijn uitspraak als indirect verzoek geļnterpreteerd wordt, dan moet hij het neutrale pers.vnw. ófe gebruiken:
- Blul vlukkelije ófe pert kusami. Er wordt hier veel gevloekt.
Deze zin is niet meer dan een algemene opmerking, waarbij niemand van de toehoorders zich persoonlijk aangesproken behoeft te voelen.
|
Ófe kan, evenals de actieve basisvorm ef, referentieloos zijn, zoals geļllustreerd wordt in weersuitdrukkingen als:
- Ef bidale. Het regent.
- Ef melde martel lelmo tof. Het is koud vandaag.
Zie voor dit gebruik van ef/ófe ook § 131.20.
|
91.26
Ook bij trans.werkw.n is een vals passief mogelijk. In dit geval kan er ambiguļteit optreden, omdat een passief pers.vnw. nu ook als object geļnterpreteerd kan worden. Vergelijk:
- a. Blul vlukkelije ófe pert fes dena póntel.
Er wordt veel gevloekt in dit café.
b. Blul uokkelije ófe pert fes dena póntel.
i. Het/deze wordt veel gerookt in dit café.
ii. Er wordt veel gerookt in dit café.
In (1a) fungeert ófe als een dummysubject zonder aan een entiteit te refereren; in het Nederlands wordt dit uitgedrukt met 'er'.
In (1b) fungeert ófe hetzij als een object dat refereert aan een zakelijke entiteit, bijvoorbeeld aan een bepaald soort tabak, die in het café gerookt wordt (betekenis i.), hetzij als een referentieloos dummysubject, analoog aan (1a).
Om betekenis i. in (1b) expliciet uit te drukken kan worden gekozen voor het synonieme pers.vnw. mittof, dat nooit als dummysubject kan optreden:
- Blul uokkelije mittof pert fes dena póntel.
Het/deze wordt veel gerookt in dit café.
Om betekenis ii. uit te drukken kan worden gekozen voor een actieve constructie met het zelfst.vnw. stus (men) (Blok 73.2) als subject, eventueel aangevuld met de duratieve determinant ra (Hoofdstuk 110):
- Stus uokke [ra] pert fes dena póntel.
Men rookt veel in dit café; Er wordt veel gerookt in dit café.
|
Van het pers.vnw. mittof bestaat maar één vorm, die zowel "actief" als "passief" gebruikt wordt. Tot aan het eind van de 19e eeuw gold de opvatting dat er bij mittof een passieve variant ontbrak, wat toentertijd de conclusie rechtvaardigde dat zin (2) ongrammaticaal was: er wordt immers een actief pers.vnw. in een passieve blul-constructie gebruikt en hiermee wordt Regel III geschonden. Tegenwoordig is een zin als (2) algemeen geaccepteerd.
|
91.27
In ongedwongen spreektaal wordt in valse passieven het referentieloze subject ófe dikwijls achterwege gelaten. De zinnen in (1) van § 91.26 kennen dan als variant:
- a'. £ Blul vlukkelije pert fes dena póntel.
Er wordt veel gevloekt in dit café.
b'. £ Blul uokkelije pert fes dena póntel.
Er wordt veel gerookt in dit café.
Merk op dat (1b'). in tegenstelling tot (1b) in de vorige paragraaf niet meer ambigu is, want weglating van ófe als dit een object is, is nimmer toegestaan.
91.28
Semtrans.werkw.n (zie § 80.3) gedragen zich bij de passiefvorming als intrans.werkw.n:
- Fes ef bunmert blul arkettelije ófe pert.
In het toneelstuk wordt [er] veel gehuild.
Ófe kan hier dus nooit als een object geļnterpreteerd worden.
|
In een actieve constructie met een semtrans.werkw. kan ef evenmin als een object optreden: * Fes ef bunmert stus arkette ef pert. In § 80.3 is uiteengezet dat alleen vormen als ef ōt of ef tiyn als object kunnen optreden:
- Fes ef bunmert stus arkette ef ōt pert.
in het toneelstuk men huilt het ding veel
|
In het toneelstuk huilt men veel.
|
|
91.29
In § 91.13 is besproken hoe een spoorpassief gevormd kan worden met een performatieve bijzin als pseudo-object. We herhalen hier voorbeeld (2b) uit deze paragraaf:
- Blul zjoffelije, ef ekonomiy fartelira fes pert gulder āskāns.
SPOOR beweerd-wordt, de economie loopt-datPERF in veel betere sporen
Er wordt beweerd, dat het met de economie veel beter gaat.
Als we ervan uitgaan dat de vetgedrukte constructie in (1) géén object is, dan mogen we vaststellen dat zjoffe hier het karakter van een intrans.werkw. heeft. In dat geval is er in (1) sprake van een vals passief, maar dan in een bijzondere vorm, omdat een passief pers.vnw. in de functie van subject ontbreekt. Misschien mogen we daarom een regel aannemen die zegt dat een subject in een vals passief achterwege blijft als er een performatieve bijzin aanwezig is. De onderliggende structuur van (1) zou dan moeten zijn:
- {blul zjoffelije ófe, ef ekonomiy fartelira fes pert gulder āskāns}
In de meest recente transformationele beschrijvingen van het Spokaans wordt zo'n structuur als (2) inderdaad aangenomen. Deze materie wordt uitgebreid behandeld in Candell (1980).
91.30 Varianten van passiefconstructies
Als het object een zodanig karakter heeft dat het niet zelf als "subject" geļnterpreteerd kan worden (bijvoorbeeld omdat het object zakelijk is en het subject altijd een persoon moet zijn), dan kan een subjectloos passief of een spoorpassief vaak vervangen worden door een actieve, reflexieve constructie. Dit is met name gebruikelijk als er sprake is van een generalisatie, gewoonte, mogelijkheid of systeem, of in algemene termen: van een deactualisering. Vergelijk:
- a. Blul tomelije ef lugcs lo tuffes fes ef flāndoro.
>
SPOOR dubbelvouwen-SxO de luiken DET open in de lengte
De luiken worden in de lengte opengeklapt.
b. > Ef lugcs sena tome tuffes fes ef flāndoro.
de luiken zich dubbelvouwen open in de lengte
(idem) of De luiken kunnen in de lengte opengeklapt worden.
Met de toevoeging van "kunnen" in (1b) wordt in het Nederlands benadrukt dat hier sprake is van een bepaald systeem van openklappen, niet van een feitelijke handeling.
|
Lo is hier toegevoegd omdat tuffes fungeert als obj.add. In (1b) is tuffes echter een subj.add. en dan blijft lo achterwege. Zie ook § 93.45.
|
91.31
Nog enkele voorbeelden:
- a. Joggen, fara blul crazarelije ef boerts. >
stalvoer.schrobben, als SPOOR weiden-SxO de koeien
Schrob de stalvloer, als de koeien geweid worden.
b. > Joggen, fara ef boerts sena crazare.
stalvloer.schrobben, als de koeien zich weiden
(idem)
- a. Blul rafanelije kusami pert nonsenses. >
Er wordt hier veel onzin verteld.
b. > Pert nonsenses sena rafane kusami.
(idem)
|
De zinnen in (2) zijn letterlijk vertaald zonder acht te slaan op het feit dat we in (2b) met een spreekwoord te doen hebben. Het juiste equivalent is: 'Smeed het ijzer als het heet is'. Zin (2a) dient slechts als voorbeeld hoe een passiefconstructie eruit zou zien.
|
91.32
Passieve constructies in de definitieve tijd (dus met het subject vóór het predikaat) kunnen door een reflexieve constructie in de neutrale tijd vervangen worden als er sprake is van een situatie. Vergelijk de definitieve handeling in (1a) met de neutrale situatie in (1b):
- a. Ef avyro pai Diō caribelije tjāg stars. >
De hemel is door God met sterren bedekt [geworden].
b. > Ef avyro sen caribe tjāg stars.
De hemel is met sterren bedekt.
(maar ook: De hemel wordt met sterren bedekt.)
91.33
Als een reflexieve constructie een subject bevat dat ook werkelijk als agens kan optreden, zal er altijd een reflexieve, en geen passieve interpretatie zijn. Vergelijk:
- a. Kusami blul ot’elije pert kinets. />
Hier worden veel zieken verpleegd.
b. /> Kusami pert kinets sena ot’e.
Hier verplegen veel zieken zichzelf.
91.34
Een passief kan niet alleen vervangen worden door een reflexieve constructie, zoals hierboven uiteengezet, maar soms ook met een soort "hulpwerkwoord" gevolgd door een adjectivisch volt.dw. Vergelijk:
- a. Fes ef derrs krurs blul tijākirturalije mérs.
In de bakstenen muren zijn nissen uitgespaard.
b. Ef derrs krurs tiffe tijākirturor mérs.
De bakstenen muren kennen uitgespaarde nissen. = (idem)
Zin (1b) heeft twee voordelen boven (1a):
- de voorzetselbepaling fes ef derrs krurs is nu subject;
- de passieve -lije-constructie is verdwenen.
Samen zorgen i. en ii. voor een constructie die voldoet aan het "ideale" model, namelijk een actieve S-V-O zin. Zie hiervoor ook Hoofdstuk 141.
91.35 Inherent passieve werkwoorden
In een aantal gevallen maakt het Nederlands gebruik van een passief, terwijl het Spokaans een intrans.werkw. in een actieve constructie als equivalent heeft (zogenoemde inherent passieve werkwoorden). Dikwijls bestaat er nog een transitieve partner die ook in een passiefconstructie gebruikt kan worden. Vergelijk:
- nendore ~ bōne
- ast[r]ite ~ st[r]ite
- myzāle ~ mebare
|
vernietigen ~ vernietigd worden verpletteren ~ verpletterd worden baren ~ geboren worden
|
Bijvoorbeeld:
- Ef tujen astrite ef sérts. De lawine verplettert de huizen.
- Ef sérts strite. De huizen worden verpletterd.
- Elsa myzālo Petriy fes 1950.
Elsa baarde Petriy in 1950.
- Petriy mebaro fes 1950.
Petriy werd/is in 1950 geboren.
|
In deze zinnen staat de "onherroepelijke tijd" (aoristus), die uitgedrukt wordt met het verbale suffix -o. Zie hiervoor Hoofdstuk 111.
|
91.36 pai als voorzetsel
Uit § 90.26-31 is gebleken dat de echo-markeeerder ón soms als een echt voorzetsel in een voorzetselbepaling voorkomt.
Ook de subject-markeerder pai kan soms als een echt voorzetsel optreden; let in (1) op het verschil tussen een passiefconstructie met een door pai gemarkeerd subject, en een actiefconstructie met een voorzetselbepaling die pai bevat:
- a. Ef sérts astritelije pai ef tujen.
de huizen verpletteren-SxO DtS de lawine
b. Ef sérts strite pai ef tujen.
de huizen verpletterd.worden door de lawine
De huizen worden door de lawine verpletterd.
In (1a) is pai ef tujen een subject, maar in (1b) is pai ef tujen een voorzetselbepaling (en ef sérts het subject).
91.37
Enkele syntactische verschillen tussen een subject en een voorzetselbepaling zijn:
- Het zonder meer achterwege laten van een subject leidt meestal tot een ongrammaticale constructie; het achterwege laten van een voorzetselbepaling heeft geen syntactische gevolgen:
- * Ef sérts astritelije.
Ef sérts strite. De huizen worden verpletterd.
- Een subject kan voor het predikaat geplaatst worden om een definitieve tijd uit te drukken; een voorzetselbepaling kan dat niet:
- Ef sérts pai ef tujen astritelije.
* Ef sérts pai ef tujen strite.
De huizen zijn door de lawine verpletterd.
- Een voorzetselbepaling kan ook vooraan een zin verschijnen, een met pai gemarkeerd subject kan dat niet:
- Pai ef tujen ef sérts strite.
* Pai ef tujen ef sérts astritelije.
Door de lawine worden de huizen verpletterd.
- Een voorzetselbepaling kan met welk voorzetsel dan ook beginnen, een subject kan alleen door pai gemarkeerd worden:
- Ef sérts strite l’ ef tujen.
* Ef sérts astritelije l’ ef tujen.
De huizen worden ten gevolge van de lawine verpletterd.
|
De correcte subjectloze vorm is:
- Blul astritelije ef sérts l’ ef tujen.
De huizen worden ten gevolge van de lawine verpletterd.
We hebben nu te maken met een spoorpassief waaraan de voorzetselbepaling l’ ef tujen toegevoegd is.
|
91.38
Punt 4. in § 91.37, dat een subject alleen met pai gemarkeerd kan worden vereist een nuancerende toelichting. In sommige subjectloze passieven is het mogelijk om blul achterwege te laten als er een voorzetselbepaling aanwezig is die "het karakter van subject" heeft. Voorwaarde is dan wel dat deze voorzetselbepaling aan een abstracte entiteit refereert. Vergelijk:
- a. Ef reglōsta nalalōvelije pai ef šūann. >
De regels worden vastgesteld door de douane.
b. > Blul nalalōvelije ef reglōsta.
De regels worden vastgesteld.
- a. Blul nalalōvelije ef reglōsta āfry ef internaonalo šūann-lu'ettos. =
b. = Ef reglōsta nalalōvelije āfry ef internaonalo šūann-lu'ettos.
De regels worden vastgesteld volgens de internationale douane-overeenkomst.
Deletie van het vetgedrukte subject in (1a) leidt tot de blul-constructie in (1b). In (1b) kan een voorzetselbepaling met āfry (volgens) toegevoegd worden, wat leidt tot (2a).
Nu kan de vette voorzetselbepaling als subjectvervanger beschouwd worden, zodat het spoor blul (immers óók een subjectvervanger) redundant is en gedeleerd kan worden, wat leidt tot (2b).
Merk op dat de vette voorzetselbepaling in (2b) zich op geen enkele syntactische wijze als een "echt" subject gedraagt. De in § 91.37 opgesomde syntactische eigenschappen van subjecten, waarmee zij zich onderscheiden van voorzetselbepalingen, zijn dus wel van toepassing op pai ef šūann in (1a), maar niet op āfry ef internaonalo šūann-lu'ettos in (2).
De hier beschreven wijze van "subjectvervanging" loopt geheel parallel aan de in § 91.15-18 beschreven procedure die bij inherente voorzetselbepalingen toegepast kan worden. Wellicht moeten de voorzetselbepalingen met "het karakter van subject" als "inherent" beschouwd worden.
91.39
De "douane-overeenkomsten" waaraan de āfry-bepaling refereert zijn abstract genoeg om (2b) tot een grammaticale constructie te maken. Daarentegen is de "lawine" waaraan de l’-bepaling in (3a) refereert, een dermate concrete entiteit dat deze bepaling niet als subjectvervanger in de plaats van blul kan optreden:
- a. Blul astritelije ef sérts l’ ef tujen. />
b. /> * Ef sérts astritelije l’ ef tujen.
De huizen worden ten gevolge van de lawine verpletterd.
Vergelijk ook de voorbeeldzinnen in § 91.37 punt 4.
91.40
Als het zo is dat pai ook in een voorzetselbepaling kan optreden, en dat voorzetselbepalingen theoretisch zonder restricties aan elke basiszin toegevoegd kunnen worden (voor zover er geen semantische bezwaren tegen zijn), dan mag verwacht worden dat subjectloze passieven en spoorpassieven uitgebreid kunnen worden met een pai-bepaling waarin pai een voorzetsel, en niet een subjectdeterminant, is. Laten we kijken of de werkelijkheid aan dit verwachtingspatroon voldoet: in de a-zinnen staat een subject-bevattend passief, in de b-zinnen is het subject gedeleerd respectievelijk door blul vervangen, en in de c-zinnen is er weer een voorzetselbepaling met het voorzetsel pai toegevoegd (vergelijk § 91.2 (1), en § 91.8 (1) en (2)):
- a. Elsa kettelitā pai Jān enn ef mimpit. Aan Elsa wordt door Jān het boek gegeven.
b. Elsa kettelitā enn ef mimpit. Aan Elsa wordt het boek gegeven.
c. * Elsa kettelitā enn ef mimpit pai Jān. Aan Elsa wordt het boek door Jān gegeven.
- a. Eup bytelije pai Jān. Ze wordt door Jān geslagen.
b. Blul bytelije épe. Ze wordt geslagen.
c. * Blul bytelije épe pai Jān. Ze wordt door Jān geslagen.
Zoals bekend verschijnt een voorzetselbepaling altijd buiten de basiszin, dus in (1c) achter het object ef mimpit en in (2c) achter het object épe.
Dat (1c) en (2c) desondanks ongrammaticaal zijn, is toe te schrijven aan een regel die bepaalt dat een voorzetselbepaling met pai niet toegestaan is in een constructie waarin een met pai gemarkeerd subject gedeleerd of door een spoor vervangen is. Het is immers inefficiėnt, en daarom ongrammaticaal, om eerst een agens in de vorm van een echt subject te deleren/door een spoor te vervangen, en er vervolgens een identieke agens in de vorm van een voorz.bepaling aan toe te voegen.
91.41
Iets anders ligt het bij de valse passieven, zoals behandeld in § 91.24-28. Een vals passief bevat per definitie een passief pers.vnw. als subject, bijvoorbeeld:
- Blul vlukkelije dōe pert. Er wordt veel gevloekt [door hem].
Willen we de agens met name noemen, dat kan deze toegevoegd worden als een voorzetselbepaling met pai. Voorwaarde is dan wel dat het passieve pers.vnw. corefereert met deze pai-bepaling, bijvoorbeeld:
- Blul vlukkelije ’pse pert pai ef ōreys.
SPOOR vloeken-SxO zij.MVPASS veel door de soldaten
Er wordt veel gevloekt door de soldaten.
Evenals bij alle andere valse passieven, is er ook bij (1) sprake van een algemene, gedeactualiseerde, uitspraak, eventueel gepaard gaande met een impliciete veroordeling (zie § 91.25).
Als het pers.vnw. en de pai-bepaling niet corefereren, is de constructie ongrammaticaal, zoals:
- * Blul vlukkelije ófe pert pai ef ōreys.
Deze ongrammaticaliteit volgt uit het feit dat hier eigenlijk twee constituenten aanwezig zijn die de functie van agens bij vlukke opeisen: ten eerste het semantisch lege subject ófe, en ten tweede de voorzetselbepaling met ef ōreys.
91.42 Omgekeerd passief
Het Spokaans kent een syntactisch verschijnsel dat een "omgekeerd passief" genoemd wordt. Voor de vorming hiervan moeten we uitgaan van een actieve constructie die aan de volgende voorwaarden voldoet:
- Het subject is semantisch gezien een entiteit die de handeling "ondergaat" (en dus niet zelf als "uitvoerder" optreedt);
- De zin bevat een voorzetselbepaling met pai die als een "aanstichter" optreedt.
De volgende constructies voldoen aan deze voorwaarden:
- a. Ef efanty kinure pai eft marteltu.
het kind is.ziek door een verkoudheid
- a. Jān blācse pai eft stuke-gelp.
Jān hinkt door/vanwege een verstuikte enkel.
- a. Ef togeffy’s doéto pai ef vrust.
De appelbomen zijn doodgegaan door de vorst.
|
Foley & Van Valin gebruiken in hun Functional syntax and universal grammar de termen "Undergoer" en "Actor". Hieronder volgt een voorbeeld: in a. overkomt Jan iets (het "verstuiken") zonder dat hij daar zelf wat aan kan doen, daarom is Jan hier een "Undergoer"; in b. is het Jan zelf die beslist dat er "gesneden" moet worden, daarom is hij een "Actor":
- Jan verstuikt zijn enkel.
- Jan snijdt een stuk brood af.
|
91.43
Een omgekeerd passief ontstaat nadat de volgende drie regels zijn toegepast:
- De met pai gemarkeerde aanstichter treedt als nieuwe zinskern op (en is dus niet meer gemarkeerd);
- De oorspronkelijke zinskern verschijnt als een met ón gemarkeerde echo;
- Het predikaat wordt gesuffigeerd met -lije.
Bij (1a) t/m (3a) in § 91.42 horen dus de volgende omgekeerde passieven:
- b. Eft marteltu kinurelije ón ef efanty.
een verkoudheid ziek.zijn-SxO DtE het kind
Door een verkoudheid is het kind ziek.
of Een verkoudheid heeft het kind ziek gemaakt.
- b. Ef stuke-gelp blācselije ón Jān.
de verstuik.enkel hinken-SxO DtE Jān
De verstuikte enkel doet Jān hinken.
- b. Ef vrust doétolije ón ef togeffy’s.
de vorst stierven-SxO DtE de appelbomen
Door de vorst zijn de appelbomen gestorven.
of De vorst heeft de appelbomen gedood/laten sterven.
Merk op dat een omgekeerd passief dikwijls een causatieve interpretatie heeft. Dit komt duidelijk tot uiting in het Nederlandse equivalent van (3') en in iets mindere mate ook in (2'). Zie verder ook Hoofdstuk 110 voor de causatieven.
91.44
In de volgende constructie is eft flappa een instrument, en niet een aanstichter. Daarom verschijnt het voorzetsel tjāg, en is pai ongrammaticaal:
- a. Jān stinde tjāg/*pai eft flappa.
Jān schrijft met een vulpen.
Er is een direct verband tussen de aanwezigheid van een instrument en het feit dat het subject als "uitvoerder" optreedt. Het noemen van een instrument zou immers zinloos zijn als er geen subject aanwezig is om dit instrument te hanteren. Daarentegen is een aanstichter per definitie de entiteit die zorgt dat de handeling plaatsvindt, terwijl het subject geen enkele zeggenschap over het gebeuren heeft.
De eigenschap "uitvoerder" van het subject en de daaraan gerelateerde afwezigheid van een pai-bepaling in (4a) maakt een omgekeerd passief onmogelijk:
- b. * Eft flappa stindelije ón Jān.
91.45
Soms echter is een omgekeerd passief wel weer mogelijk als de uitvoerder ontbreekt, en het instrument daarom als een soort aanstichter kan optreden (omdat er tenslotte "iets of iemand moet zijn die de handeling op gang brengt").
Van (5a) kan het echopassief (5b) afgeleid worden, waarin de uitvoerder ontbreekt:
- a. Jān stinde ón Mariy tjāg eft flappa.
Jān schrijft Mariy met een vulpen.
b. Mariy stindelitā tjāg eft flappa.
Aan Mariy wordt met een vulpen geschreven.
In (5b) wordt door het ontbreken van een uitvoerder een extra hechte relatie gelegd tussen het "schrijven" en de "vulpen" waardoor de vulpen als aanstichter van de schrijfhandeling geļnterpreteerd kan worden.
|
Ondanks deze interpretatie lijkt het niet acceptabel om tjāg door de "aanstichter-markeerder" pai te vervangen: ? Mariy stindelitā pai eft flappa.
Deze zin kan niet anders geļnterpreteerd worden dan dat we met een vermenselijkte vulpen te doen hebben die "eigenhandig" over het papier kronkelt en daarbij misschien ook nog kan praten en knipogen (wellicht mogelijk in een reclamespotje voor een bepaald vulpen-merk).
|
91.46
De semantische parallelliteit die er nu bestaat tussen (1a) t/m (3a) in § 91.42, en (5b) in § 91.45 maakt een omgekeerd passief mogelijk in de trant van:
- c. Eft flappa stindelije ón Mariy.
een vulpen schrijven-SxO aan Mariy
Met een vulpen wordt er aan Mariy geschreven.
(en niet * Met een vulpen schrijft Mariy.)
waarin Mariy weer terugkeert als een met ón gemarkeerde echo, en het suffix -litā plaats maakt voor -lije.
De afleiding (5b) > (5c) loopt dus geheel parallel aan (1a) > (1b) ... (3a) > (3b).
91.47
In dit verband is het interessant om te kijken naar de relatie tussen (5c) en:
- a. Tjāg eft flappa stindelije ón Mariy. (= (5c))
Zin (6a) kan beschouwd worden als een variant van:
- b. Blul stindelije ón Mariy tjāg eft flappa.
In (6a) is de positie van het spoor blul ingenomen door de voorzetselbepaling tjāg eft flappa. Deze procedure is beschreven in § 91.15-18.
Hoewel (5a) en (6a) slechts van elkaar verschillen in de af- dan wel aanwezigheid van het voorzetsel tjāg, ligt er aan het ontstaan van de feitelijke constructie een volkomen andere procedure ten grondslag.
|