Een complete Nederlands-
talige grammatica van het
Spokaans, geschreven
vanuit een Nederlands
perspectief.

Grammatica van het Spokaans

Home       Inhoud       Registers       Hoofdmenu SPARC       Taalmenu SPARC


<< Hoofdstuk 80 | Hoofdstuk 82 >>

8. Werkwoorden

81. Infinitief-constructies


Opbouw van dit hoofdstuk: Blok:

81.1   Pronominale e

De infinitief van alle Spokaanse werkwoorden is gemarkeerd met het suffix -e. Dit wordt de verbale e of infinitief-e genoemd. Naast de infinitief drukt de verbale e tevens de universele persoonsvorm uit (alle personen ongeacht getal of geslacht in de neutrale tijd, zie Hoofdstuk 111).
Een universele persoonsvorm komt frequenter voor dan een infinitief (in feite is de infinitief de typische woordenboekvorm die slechts in weinig syntactische constructies kan worden gebruikt, en dan nog meestal als zodanig extra gemarkeerd wordt met een determinant). Daarom wordt de verbale e ook wel pronominale e genoemd. Wij zullen ons bij dit voorkeursgebruik aansluiten en over "pron.-e" spreken, ook al betreft het een infinitief.

81.2

Werkwoorden vormen de enige woordsoort in het Spokaans waarvan alle leden zonder uitzondering als zodanig door een affix gemarkeerd zijn. De bijzondere status die het suffix (pron.-e) hieraan ontleent, blijkt uit het feit dat het Pegrevische schrift (dat, ondanks de naam, het oude schrift voor het Spokaans was, zie Hoofdstuk 180) voor de pron.-e een ander letterteken kent dan voor elke andere e, hoewel er geen verschil in uitspraak bestaat. De pron.-e wordt geschreven als en elke andere e als . Vergelijk:

  • ef finne   
  • finne
  • melde
(subst.)
(werkw.)
(werkw.)   
=  
=  
=  
    het begin
    beginnen
    zijn

81.3

In drukwerk met Latijnse letters van vóór ca. 1820, en ook in hedendaagse transcripties van Pegrevische teksten wordt de pron.-e wel als ("lange e") geschreven. Vergelijk:

  • ef finne
  • finn
  • meld Noot 1
    het begin
    beginnen
    zijn


Noot 1 Melde is het enige werkwoord waarvan de pron.-e afwijkend uitgesproken wordt. Melde klinkt als [mÿ] en wordt in transcripties vaak nog afgekort tot: m (uit het Pegrevisch ).

81.4

Dikwijls is de pron.-e het eindelement van een groter suffix. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uit het Latijn stammende werkwoorden op -ere (uitgesproken als [ÿje]) of bij werkwoorden op de suffixen -are en -ÿne.
Kojen-Pôt en enkele anderen beschouwen -ere, -are en -ÿne dan ook als samengestelde vormen, bestaande uit de suffixen -er, -ar en -ÿn, gevolgd door een pron.-e. Voor de Latijnse leenwoorden, zie ook § 20.30. Voor -are en -ÿne, zie § 83.23 en § 83.25.

81.5

In het Oerspokaans (tot omstreeks 900 n.Chr.) was het infinitiefsuffix -el. De pron.-e is hiervan een gereduceerde vorm. In de teg.dw.n en in de passief-suffixen is de oorspronkelijke eind-l nog bewaard gebleven. Vergelijk:

  • farte ~ fartelira
  • trempe ~ trempelije
    lopen ~ lopende
    lezen ~ worden gelezen

Gertrude Daufenbach (1952) stelt vast dat het Pegrevische letterteken (pron.-e) in feite een teken voor el was.

81.6

Het Oerspokaanse infinitiefsuffix -el werd vervangen door een zogenoemd echo-suffix als het werkwoord ectrans., en soms ook wel als het voltrans. was (zie § 80.6-8).
Dit echo-suffix was -em achter een l of een labiaal, en -en in alle andere gevallen. Bijvoorbeeld († = Oerspokaans):

  • † ketten = kette ón
  • † ommonecolem = ommonecole ón
  • † miypem = miype ón
    geven aan
    stoten tegen
    toeschrijven aan

Ook het moderne Pegrevisch kent nog in verscheidene gevallen het echo-suffix -em/-en.

81.7

In § 81.1 is terloops opgemerkt dat een Spokaans infinitief in slechts weinig syntactische constructies gebruikt kan worden. Binnen een predikaat kan een infinitief alleen na een beperkt aantal finiete werkwoorden opereren. Deze werkwoorden kunnen we in enkele gesloten klassen onderbrengen, en wel:

  1. doelwerkwoorden (vanaf § 81.8)
  2. modale hulpwerkwoorden (vanaf § 81.29)
  3. geverbaliseerde pers.vnw.n 1n (§ 81.35)
  4. enkele additieven (met melde) of de geverbaliseerde vorm hiervan (vanaf § 81.36)

81.8   ad § 81.7   A. Doelwerkwoorden

De doelwerkw.n (een kleine 60 stuks) zijn finiet, hoewel dat in de neutrale tijdsvorm niet te zien is omdat zij dan op de pron.-e eindigen. De erop volgende infinitief wordt dan voorafgegaan door de determinant beri die in veel gevallen met "[om] te" vertaald kan worden. Beri wordt uitgesproken als [be], indien het volgende woord met een consonant begint; en als [ber] indien het volgende woord met een vocaal begint. Alleen in declamaties en zeer officiële taal klinkt beri als [beri].
In Blok 81.9 zijn met name die doelwerkw.n opgenomen, die speciale problemen kunnen oproepen. De meeste doelwerkw.n kunnen tevens als hoofdwerkw. (dus zonder beri + infinitief) optreden.

81.9

Doelwerkwoorden
nootdoelwerkwoordtransi-
tiviteit
 
1
2
3
4
5
6
7
8
8
9
9
10
11
12
13
14
15
16
aenollafyte ×
affionnose
bladide
dÿfe
eftarse
espere
frute
génehe
×
hurtiyre
kirture
miffe
×
nepainare
×
nestiye
pe
quzéše
râgtage
×
tinde
trije
intrans.
obtrans.
obtrans.
obtrans.
semtrans.
obtrans.
obtrans.
intrans.
intrans.
semtrans.
semtrans.
intrans.
intrans.
intrans.
intrans.
intrans.
obtrans.
obtrans.
niets anders doen dan
houden van; fijn vinden
wensen; graag willen [hebben]
beëindigen; ophouden; afmaken
[ge]lukken; erin slagen
hopen [op]
zouden wel eens kunnen [zijn]
opschieten; sneller voortgaan
zich haasten; haast hebben
laten
zullen laten
ondoenlijk zijn
nodig zijn; behoeven
moeten; wel kunnen; schijnen
voor niets doen; nutteloos doen
blijken
blijven
trachten; proberen

×   Kunnen alleen als doelwerkw. gebruikt worden;
de overige ook als zelfstandig werkwoord.

In de voorbeeldzinnen bij de behandeling van de Noten hieronder zijn de Spokaanse infinitieven en de Nederlandse equivalenten hiervan telkens vetgedrukt.

81.10   ad blok 81.9   Noot 1

Het doelwerkw. aenollafyte kan op verschillende manieren vertaald worden, bijvoorbeeld:

  • Do aenollafyte beri obezjere.
    Hij doet niets anders dan lachen; Hij lacht alleen maar.
  • Elsa aenollafyte beri fesqummerte klôps.
    Het enige wat Elsa doet is beeldjes boetseren.

81.11   ad blok 81.9   Noot 2

Affionnose kan universeel gebruikt worden (ook als hoofdwerkw.). Vergelijk ook lye (houden van; beminnen) dat voornamelijk in relatie tot personen gebruikt wordt. Bovendien is lye geen doelwerkw.

  • Kirro affionnose beri mirre. Noot 1
    We houden ervan om te wandelen; We houden van wandelen.
  • Petriy nert affionnose noga.
    Petriy houdt niet van noga.
  • Gress affionnose tu. = Gress lye tu.
    Ik hou van je.


Noot 1 Synoniem is: Kirro affionnose ef mirre. Nu wordt het werkwoord mirre nominaal gebruikt, in de functie van object bij affionnose (waardoor het lidwoord ef verplicht is, zie § 50.35).

81.12   ad blok 81.9   Noot 3

De wens of wil die met het doelwerkw. bladide uitgedrukt wordt, is intenser dan die welke met het modale hulpwerkw. probare (zie § 81.29) uitgedrukt wordt.
Vergelijk:

  1. Lerdu bladide beri ojelste cafer.
    Lerdu wenst koffie te bestellen; Lerdu wil graag koffie bestellen.
  2. Lerdu probare beri ojelste cafer.
    Lerdu wil koffie bestellen.

In zin 1. is het verlangen om een kop koffie te drinken zeer groot. In 2. wordt meer de nadruk gelegd op het feit dat Lerdu onmiddellijk na het uitspreken van de zin tot het bestellen van koffie overgaat. Vergelijk ook:

  1. Quela nert bladide beri trempe dena mimpit.
    Quela wenst dit boek niet te lezen.
  2. Quela nert probare beri trempe dena mimpit.
    Quela wil dit boek niet lezen.

In zin 3. heeft Quela kennelijk morele of emotionele bezwaren om dat boek te lezen. In 4. is de weigering om het boek niet te lezen, niet gemotiveerd.

Bladide als hoofdwerkw. kent het obtrans. synoniem zecofe:

  • Gress bladide eft papiygoe. = Gress zecofe eft papiygoe.
    Ik wens een papegaai; Ik wil graag een papegaai [hebben].

Zecofe als intrans.werkw. betekent "genegen zijn". Hierachter volgt een performatieve bijzin met den (dat):

  • Do zecofe, den Ø quardere sener kinur tlokko. Noot 1
    Hij is genegen zijn zieke tante te bezoeken.


Noot 1 Ø geeft de positie van het gedeleerde subject do (hij) aan. Voor deze verplichte subjectdeletie in een performatieve bijzin, zie § 130.2.

81.13   ad blok 81.9   Noot 4

Dÿfe als doelwerkw. heeft meestal een imperfectief aspect: de bezigheden worden weliswaar gestaakt, maar zijn [nog] niet afgerond:

  • Yvonn dÿfe beri ÿrôme kest 5 zurt.
    Yvonn houdt om 5 uur op met werken.
  • Gress dÿfe beri trempe.
    Ik houd op met lezen.

Daarentegen heeft dÿfe als hoofdwerkw. een perfectief aspect: de nadruk ligt op de voltooiing. Vergelijk in dit verband het obtrans.werkw. croifte (beëindigen):

  1. Petriy dÿfe sener ÿrôm.
    Petriy maakt zijn werk af.
  2. Petriy croifte sener ÿrôm kest 5 zurt.
    Petriy beëindigt zijn werk om 5 uur.

Zin 1. heeft een perfectief aspect: de werkzaamheden zijn afgerond; in 2. is het aspect onuitgedrukt: óf Petriy stopt om 5 uur met werken omdat het werk af is, óf hij stopt om 5 uur omdat hij geen zin meer heeft (morgen maakt hij zijn werk af).

Croifte kan ook wederkerend (dus intrans.) gebruikt worden:

  • Ef stâgos sen croifte kest 11 zurt.
    De voorstelling eindigt om 11 uur.

81.14   ad blok 81.9   Noot 5

Eftarse is in tegenstelling tot het Nederlandse equivalent "gelukken" niet onpersoonlijk. Vergelijk:

  • Tu eftarse.
  • Kirro eftarse.
  • Elsa nert eftarse.
    Het lukt jou.
    Het lukt ons.
    Het lukt Elsa niet.

  • Ef nertflecs eftarse beri ôtlazre ef flecse. Noot 1
    Het lukt de brandweer om het vuur te bestrijden.
  • Gress nert eftarse beri arfine kelt.
    Het lukt me niet om straks te komen; Ik zie geen kans straks te komen.

Omdat eftarse semtrans. is, kunnen we ef šôt toevoegen en aldus een definitieve tijd uitdrukken (zie § 80.3):

  • Gress ef šôt nert eftarse beri arfine.
    Het is mij niet gelukt om te komen.
  • Ef menester ef šôt eftarse beri klate ef cômišo. Noot 2
    Het is de minister gelukt om de commissie te overtuigen;
    De minister heeft kans gezien om de commissie te overtuigen.


Noot 1 Merk op dat flecse hier de resultatieve vorm van flecs (vuur) is.
Noot 2 Deze zin bevat twee objecten: het semi-object ef šôt (bij eftarse), en het reële object ef cômišo (bij klate). Deze vreemde constructie wordt uitgelegd in § 131.8.

81.15   ad blok 81.9   Noot 6

  • Óps espere beri arfine mas.
    Ze hopen morgen te komen.
  • Ef menester espere beri klate ef cômišo.
    De minister hoopt de commissie te [kunnen] overtuigen.

Espere als obtrans. hoofdwerkw. kent het synoniem rajiytare (hopen op):

  • Kirro espere quista wónzol. = Kirro rajiytare quista wónzol.
    We hopen op goed weer.
  • Elsa eft moplariy nert espere. = Elsa eft moplariy nert rajiytare.
    Elsa hoopte niet op een ongeluk.

Rajiytare is de trans. afleiding van rajiyte (hopen) (zie § 80.20). Het intrans. hoofdwerkw. rajiyte wordt voornamelijk met een performatieve bijzin gebruikt:

  • Gress rajiyte, den do arfine mas.
    Ik hoop dat hij morgen komt.

Als de subjecten in hoofd- en bijzin coreferentieel zijn, wordt de voorkeur gegeven aan espere beri + infinitief. Vergelijk:

  • Gress espere beri arfine mas. = ? Gress rajiyte, den Ø arfine mas. Noot 1
    Ik hoop morgen te komen.


Noot 1 Ø geeft hier de positie van het gedeleerde subject gress aan. In deze zin is arfine dus geen infinitief, maar finiet.

81.16   ad blok 81.9   Noot 7

Frute drukt een twijfel of voorzichtige veronderstelling uit, zonder dat de spreker het feit wil of kan vaststellen (deze vorm van modaliteit wordt Dubitatief genoemd):

  • Pâskel frute beri merfe.
    Pâskel zou wel eens kunnen liegen; Misschien liegt Pâskel wel.
  • Ef frute beri bidale kelt.
    Het zou straks wel eens kunnen gaan regenen.
  • Aftel tu frute beri lÿsse fes kiygt fort?
    Ben je niet een beetje lui de laatste tijd?

Frute is ook een obtrans. hoofdwerkw.:

  • Moffain frute ef zâft.
    Moffain zou wel eens de dief kunnen zijn.

Kojen-Pôt keurt frute als hoofdwerkw. af. Hij accepteert alleen een infinitiefconstructie en daarom zou bovenstaand voorbeeld volgens hem gecorrigeerd moeten worden in:

  • Moffain frute beri melde ef zâft.
    Moffain zou wel eens de dief kunnen zijn.

81.17   ad blok 81.9   Noot 8

Génehe betekent: "voortmaken met bepaalde, niet nader genoemde bezigheden teneinde datgene te kunnen (gaan) doen wat de infinitief uitdrukt" (zie a-zinnen).
Hurtiyre betekent: "voortmaken met datgene wat de infinitief uitdrukt" (zie b-zinnen). Vergelijk:

  1. a. Elsa génehe beri trempe ef rapors.
        Elsa schiet op om het rapport te [kunnen gaan] lezen.
    b. Elsa hurtiyre beri trempe ef rapors.
        Elsa haast zich met het lezen van het rapport.

  2. a. Petriy génehe beri šâste ef treno.
        Petriy schiet op om de trein te halen.
    b. Petriy hurtiyre beri šâste ef treno.
        Petriy haast zich om de trein te halen.

In zin 1a. verricht Elsa in snel tempo allerlei werkzaamheden, om vervolgens de tijd te hebben om het rapport (eventueel op haar gemak) te gaan lezen. In 1b. geschiedt het lezen van het rapport in een snel tempo.
In 2a. verricht Petriy allerlei bezigheden (haren kammen, koffers pakken) in een snel tempo om op tijd op het station te zijn. In 2b. moet Petriy zich snel voortbewegen (naar het station begeven).

Génehe kan alleen als doelwerkw. fungeren, maar hurtiyre is ook een intrans. hoofdwerkw.:

  • Elsa hurtiyre.
    Elsa haast zich. (= beweegt zich snel)
  • Gress nert hurtiyravy.
    Ik wil me niet haasten.

Een synoniem van génehe is het intrans. hoofdwerkw. hurte (opschieten; voortmaken). Dit vervangt génehe zodra een infinitief ontbreekt:

  • Elsa nert hurte.
    Elsa schiet niet op. (= voert de handelingen niet snel uit)
  • Kirro hurtûs!
    We moeten opschieten/voortmaken!

81.18   ad blok 81.9   Noot 9

Kirture en miffe drukken een Causatief zonder causatief subject uit. Bij miffe komt hier nog een toekomend aspect bij. Vergelijk:

  • Gress kirture beri queffe ef oto.
    Ik laat de auto nakijken.
  • Gress miffe beri queffe ef oto.
    Ik zal de auto laten nakijken.

Miffe heeft dikwijls ook een dreigend aspect:

  • Gress miffe beri rupke ef polišo, âme tu koldre qurredla fesdu kost kupân.
    Ik zal de politie erbij halen (lett. "laten roepen") als je vergif in mijn drinkwaterput gooit.

In bovenstaand voorbeeld overschaduwt de dreiging het causatieve aspect van miffe. Met name in de spreektaal kan de dreiging zelfs zo in het brandpunt komen te staan dat zowel het causatieve als het toekomende aspect geheel naar de achtergrond verdrongen worden:

  • Gress miffe beri jiyme tu!
    Ik klaag je aan! (lett. "ik zal je laten aanklagen!")

Kirture kan ook als hoofdwerkw. samen met een bijzin gebruikt worden. Het drukt dan een Permissief uit, met de betekenis van: "niet verhinderen; zijn gang laten gaan; [lijdend] toezien". Vergelijk:

  1. Petriy kirture beri axe cradef vilduls.
    Petriy laat alle bomen omhakken.
  2. Petriy kirture, den Mariy axe cradef vilduls.
    Petriy laat Mariy alle bomen omhakken.

In zin 1. heeft Petriy opdracht gegeven (aan een niet nader genoemd persoon) om alle bomen om te hakken. In 2. kijkt Petriy passief toe hoe Mariy alle bomen aan het omhakken is, zonder te helpen of het te verbieden. Zie verder Hoofdstuk 152 voor een uitgebreide behandeling van Causatieven en Permissieven.

81.19   ad blok 81.9   Noot 10

Nepainare is in tegenstelling tot het Nederlandse equivalent "ondoenlijk zijn" niet onpersoonlijk. Vergelijk ook § 81.14 Noot 2:

  • Gress nepainare beri arfine kelt.
    Het is mij ondoenlijk om straks te komen.
  • Ef nepainare beri trempe ef biblâ ânte ér tof.
    Het is ondoenlijk om de bijbel in één dag te lezen.
  • Mittof nepainare beri paine! Noot 1
    Dat is ondoenlijk!


Noot 1 Het spoor paine (doen) moet toegevoegd worden omdat nepainare als doelwerkw. altijd een infinitief eist. Zie ook § 131.45.

81.20   ad blok 81.9   Noot 11

Nestiye is in tegenstelling tot het Nederlandse equivalent "nodig zijn" niet onpersoonlijk:

  • Do nestiye beri arfine.
    Het is nodig dat hij komt.
  • Tu nert nestiye beri scemre lo kâ.
    Je hoeft niet zo te schreeuwen.

Het persoonlijke karakter van nestiye kan tot ambiguïteit leiden. Vergelijk:

  1. Tu nestiye beri cÿrtire-ral.
    a. Het is nodig dat je meehelpt.
    b. Je bent nodig om mee te helpen.

Betekenis 1b. kan expliciet uitgedrukt worden met een voegwoord. Bijvoorbeeld:

  • Tu nestiye cÿrs tu cÿrtire-ral.
    je bent.nodig opdat je meehelpt

Nestiye in de functie van intrans. hoofdwerkw. kent als synoniem morde (behoeven; nodig zijn):

  • Pert smurf nestiye. = Pert smurf morde.
    Er is veel geld nodig.

Betekenis 1b. kan ook met morde, gevolgd door een bijzin, uitgedrukt worden:

  • Tu morde, den Ø cÿrtire-ral.
    je bent.nodig, dat (je) meehelpt
    Je bent nodig om mee te helpen.

Let op morde in de volgende idiomatische uitdrukking:

  • Missjeffô furt vilt cÿrtiyr! - [Mittof] morde nert!
    Bedankt voor je hulp! - Niets te danken/graag gedaan!

Vergelijk ten slotte het obtrans. hoofdwerkw. mennirre (nodig hebben):

  • Kirro mennirre pert smurf.
    We hebben veel geld nodig.
  • Tu mennirre kluft?
    Wat heb je nodig?

81.21   ad blok 81.9   Noot 12

Pe drukt een gerucht of een "van horen zeggen" uit:

  • Dena omâstây pe beri quiste.
    Deze film moet goed zijn (zegt men).
  • Do pe beri mešane folarra ÿrmentos.
    Hij kan elk ogenblik komen; Men zegt dat hij in aantocht is.
  • Elsa pe beri melde kinur.
    Elsa schijnt ziek te zijn.

Pe wordt ook gebruikt om een zekere schroom, aarzeling of voorzichtigheid uit te drukken, om een bepaalde opmerking niet al te hard te laten aankomen, of om een voorzichtige hint te geven. Al deze vormen van modaliteit vallen onder de term Hesitatief:

  • Kirro pe beri prate lôftquârda.
    Eigenlijk zouden we eens moeten vertrekken;
    Ik denk dat we zo langzamerhand maar eens moeten opstappen.

Deze schroom of voorzichtigheid wordt in vragen uitgedrukt met pe in de toekomende tijd (zie ook Hoofdstuk 111):

  • Do di pu beri melde koffon?
    Is hij misschien dood..?; Is het misschien waar dat hij dood is?
  • Aftel pe beri lelperre tu eftofpira smurf furt gress?
    Heb je misschien wat geld voor me?

Pe als obtrans. hoofdwerkw. wordt gebruikt in de betekenis van "heten", tezamen met een naam:

  • Eup pe Mariy.
  • Tu pe kluft?
    jij heet wat
    Zij heet Mariy.
    Hoe heet je?

Maar als intrans. hoofdwerkw. wordt pe gebruikt in de betekenis van "heten; genoemd worden". Er volgt dan een voorzetselbepaling met lo (als):

  • Mittof pe lo brûe.
    Dat heet/is een brûe; Dat wordt een brûe genoemd.
  • Dena huron pe lo eft lÿgiy.
    Deze bloem is/heet [een] anjer.

81.22   ad blok 81.9   Noot 13

Quzéše drukt de tevergeefsheid van een handeling uit:

  • Do quzéše beri lardare ef ardekirs.
    Hij geeft de planten voor niets water. (want ze gaan toch dood)
  • Óps quzéše beri vrontese.
    Ze maken zich voor/om niets boos.
  • Gress do quzéše beri quÿe.
    Ik heb tevergeefs/voor niets op hem gewacht.

Quzéše als intrans. hoofdwerkw. heeft enkele gelexicaliseerde betekenissen:

  • Ef moter quzéše.
    De motor draait stationnair. (v. auto)
  • Ef kloppa quzéše.
    De klok is van slag af.
  • Ef karé quzéše.
    Het schip drijft stuurloos rond.
  • Groft poiros quzéše.
    Hij vergooit zijn leven; Hij leidt een nutteloos/asociaal bestaan.

81.23   ad blok 81.9   Noot 14

Râgtage kan alleen als doelwerkw. fungeren:

  • Ef râgtage beri melde ef kâmpaiy. Noot 1
    Het blijkt de waarheid te zijn.
  • Zula râgtage beri lelperre eft hurt.
    Zula blijkt een hond te hebben.
  • Óps nert râgtage beri arfine.
    Ze blijken niet te komen.

Vergelijk ook het obtrans. hoofdwerkw. zrempje (blijken uit):

  • Ef kâmpaiy zrempje groft storâs.
    De waarheid blijkt uit zijn verhaal.
  • Elsaex ef korsta nert zrempje sener ocÿrma.
    Elsa's woede blijkt niet uit haar gedrag.


Noot 1 In de spreektaal wordt na râgtage de infinitief melde wel weggelaten. Daarmee is râgtage in feite een obtrans. hoofdwerkw. geworden; vergelijk:

  • Ef râgtage ef kâmpaiy.   Het blijkt de waarheid [te zijn].
  • Eup râgtage kinur.   Zij blijkt ziek [te zijn].

81.24   ad blok 81.9   Noot 15

Tinde als doelwerkw. drukt een voortduring van de handeling uit:

  • Ef tinde beri bidale.   Het blijft regenen. (houdt niet op)

  1. a. Eup tinde beri larde.
        Ze blijft eten; Ze gaat maar door met eten.
    b. Kirro ef šôt tinde beri chaquinde lóf ef pijâ luppor.
        We bleven de hele avond praten. (hielden maar niet op)

Tinde in combinatie met een bijzin drukt uit: "uitgenodigd zijn om; niet weggaan". Vergelijk zinnen 1. met:

  1. a. Eup tinde, den [eup] larde.
        Ze blijft eten. (is uitgenodigd om aan de maaltijd deel te nemen)
    b. Kirro tinde, den enn ef šôt chaquinde lóf ef pijâ luppor. Noot 1
        We bleven de hele avond [om te] praten. (gingen niet naar huis)

Tinde fungeert ook als hoofd- of koppelwerkw. Vergelijk:

  • Do tinde eft gekker.
    Hij blijft leraar. (verandert dus niet van baan)
  • Ef gekker tinde rofonos. Noot 2
    De leraar blijft boos.


Noot 1 In de bijzin is het subject gedeleerd en het object gemarkeerd door enn.

Noot 2 Als koppelwerkw. kan tinde vervangen worden door het suffix -ÿne:

  • Ef gekker rofonosÿne.   De leraar blijft boos.

Zie hiervoor § 44.1.


81.25   ad blok 81.9   Noot 16

  • Do trije beri obezjere.   Hij probeert/tracht te lachen.

Trije kan ook als obtrans. hoofdwerkw. optreden:

  • Gress trije dena kleter ynt-pâsta.
    Ik probeer deze nieuwe tandpasta.

Een synoniem van trije is het intrans. hoofdwerkw. trace. Hierachter volgt een bijzin met den (zie vanaf § 121.27):

  • Do trace, den do obezjere. Noot 1   Hij probeert/tracht te lachen.


Noot 1 Het coreferentiële bijzin-subject do wordt hier liever niet gedeleerd omdat de bijzin anders slechts uit een voegwoord en een predikaat zou bestaan. Zie § 130.3.

81.26

Als twee of meer doelwerkw.n gecombineerd worden, staan zij onmiddellijk achter elkaar en wordt de determinant beri alleen na het laatste doelwerkw. gebruikt. Bijvoorbeeld:

  • Tu nestiye aenollafyte beri nute.
    Je behoeft niets anders te doen dan te luisteren; Je hoeft alleen maar te luisteren.
  • Lerdu nert pe affionnose beri mirre.
    Lerdu schijnt niet te houden van wandelen; Men beweert dat Lerdu niet van wandelen houdt.
  • Gress espere eftarse kirture beri queffe ef oto velk lelmo tof. Noot 1
    ik hoop gelukken laten te nakijken de auto nog deze dag
    Ik hoop erin te slagen de auto vandaag nog te laten nakijken.


Noot 1 Een dergelijke keten van werkwoorden wordt niet fraai gevonden (sommigen beschouwen dit zelfs als ongrammaticaal) en wordt daarom liever vervangen door een bijzin:

  1. Gress espere, den eftarse kirture beri queffe ef oto.
    of:
  2. Gress espere eftarse, den kirture beri queffe ef oto.

Zin 2. wordt onder meer door Jândra Rifo Ef Quista (1980) ongrammaticaal gevonden, omdat de hoofdzin (gress espere eftarse) twee doelwerkw.n maar geen infinitief bevat. Het is de vraag of we het doelwerkw. eftarse de status van infinitief mogen geven door beri toe te voegen, dus:

  • Gress espere beri eftarse, den kirture beri queffe ef oto.

Volgens Rifo Ef Quista is deze zin correct, maar anderen spreken dit tegen. Zie verder de discussie bij de behandeling van de grammaticale onderschikking (vanaf § 121.27).


81.27

Een predikaat met een keten van werkwoorden kan (behoudens enkele uitzonderingen) niet opengebroken worden om er andere elementen (zoals additieven) tussen te plaatsen. De enige openbreking die zonder meer toegestaan is, geldt voor de tussenvoeging van beri. Het ontkenningswoord nert (niet) staat altijd voor het predikaat zodat het soms onduidelijk is bij welk werkwoord deze ontkenning feitelijk hoort. Zo kan er soms ambiguïteit optreden, vergelijk:

  1. Gress nert trije beri obezjere.
    a. Ik probeer niet om te lachen.
    b. Ik probeer om niet te lachen.

Betekenis 1a. (ontkenning van trije) kan ook uitgedrukt worden met het synoniem:

  1. Gress nert trije, den gress obezjere.
    Ik probeer niet om te lachen.

Betekenis 1b. (ontkenning van obezjere) kan ook uitgedrukt worden door:

  1. Gress trije, den gress nert obezjere.
    Ik probeer om niet te lachen.

81.28

De vervanging van een infinitiefconstructie als zin 1. in § 81.27 door een bijzinsconstructie (als 2. of 3. in § 81.27) is slechts gerechtvaardigd als er een dringende reden is om ambiguïteit op te heffen. Dit zal dus voornamelijk bij ontkenningen voorkomen (zie hiervoor Hoofdstuk 151).
Een dergelijke vervanging is niet mogelijk als een doelwerkw. in een bijzinsconstructie van betekenis verandert, zoals kirture (§ 81.18) en tinde (§ 81.24). Zie de ambigue zin:

  1. Do nert tinde beri pjôle.
    a. Hij blijft niet-praten. (= hij zet zijn zwijgen voort)
    b. Hij blijft-niet praten.
        (= hij praat, maar houdt hier op een gegeven moment mee op)

Als we zin 1. splitsen in de bijzinsconstructies 2. en 3. dan is de ambiguïteit weliswaar opgeheven, maar de betekenis van tinde is eveneens veranderd:

  1. Do nert tinde, den do pjôle.
    Hij blijft niet om te praten. (= hij vertrekt om een gesprek te voorkómen)
  2. Do tinde, den do nert pjôle.
    Hij blijft om niet te praten.
    (= hij vertrekt niet, maar hij wil wel zijn mond houden)

Ambiguïteit van 1. is dus niet op te heffen zonder dat de betekenis van tinde verandert.

81.29   ad § 81.7   B. Modale hulpwerkwoorden

Er zijn 4 modale hulpwerkw.n: Noot 1

    geldre
    kurre
    perke
    probare
    mogen (toestemming hebben)
    kunnen (in staat zijn)
    moeten (gedwongen zijn; verplicht zijn)
    willen (de wens hebben)

Ook deze worden gevolgd door beri + infinitief; bijvoorbeeld:

  1. Tu perke beri arfine.
    Je moet komen.
  2. Elsa nert kurre beri nute quista.
    Elsa kan niet goed luisteren.
  3. Ef zomar probare beri utfine ef kviksiy mirra.
    De gemeente wil de gevaarlijke weg verbreden.
  4. Petriy ef hajimo geldre beri tume tukst gress.
    Petriy mocht de hamer van me lenen.


Noot 1 Alleen de hoofdbetekenissen zijn gegeven. Voor een precieze uitdrukking van de modaliteit wordt verwezen naar Hoofdstuk 110.

81.30

Alleen in elliptisch (spreek)taalgebruik is een modaal hulpwerkw. zonder infinitief-complement toegestaan:

  1. Gress nert probare beri arfine. - Tu perke!
    Ik wil niet komen. - Je moet!
  2. Aftel tu kurre mittof?
    Kan jij dat?

Dergelijke elliptische zinnen worden in verzorgde schrijftaal liever uitgebreid met een semantisch lege infinitief, zoals beri paine (doen):

  1. Gress nert probare beri arfine. - Tu perke beri paine!
    Ik wil niet komen. - Je moet [het doen]!
  2. Aftel tu kurre beri paine ef?
    Kun je dat [doen]?

Zie ook § 132.$$ voor paine als spoor.

81.31

Soms kunnen twee modale hulpwerkw.n gecombineerd worden. Zij staan dan onmiddellijk achter elkaar, en de determinant beri volgt na het laatste hulpwerkw. Vergelijk ook § 81.26. Uit de voorbeelden blijkt dat het eerste modale hulpwerkw. telkens gevoelig is voor emfase (zie accenten in Nederlandse equivalenten):

  1. Ef dreutos perke kurre beri farte.
    De machine móét kunnen werken.
  2. Tu geldre beri wencate dena mimpit. - Gress nert probare geldre beri wencate ef! Noot 1
    Je mag dit boek houden. - Ik wíl het niet (mogen) houden!


Noot 1 Het is in het Spokaans niet ongebruikelijk om in een antwoord het gehele predikaat (hier: geldre beri wencate) te herhalen, eventueel uitgebreid met andere doel- of hulpwerkw.n (hier: probare). Zie ook Hoofdstuk 150 voor vragen en antwoorden.

81.32

Naast de modale hulpwerkw.n bestaan er modale suffixen, welke achter het hoofdwerkw. geplaatst worden. Dikwijls wordt de voorkeur aan dergelijke suffixen gegeven, omdat deze een minder emfatisch karakter hebben dan de modale hulpwerkw.n. Deze emfase komt met name tot uitdrukking als twee hulpwerkw.n gecombineerd worden (zie vorige paragraaf).
Soms kan een modaal suffix niet gebruikt worden, omdat het hoofdwerkw. reeds met een ander suffix verrijkt is (bijvoorbeeld met het passief-suffix -lije). In dat geval is er een syntactische noodzaak om een modaal werkwoord te gebruiken en moet het emfatische karakter hiervan op de koop toe worden genomen.
Voor het juiste gebruik en de juiste betekenissen van modale hulpwerkw.n en dito suffixen wordt verwezen naar Hoofdstuk 110.

81.33

Een combinatie van een modaal hulpwerkw. met een doelwerkw. is zeer ongebruikelijk, zo niet ongrammaticaal. Bijvoorbeeld:

  1. ? Gress kurre trije beri cÿrtire do.
    Ik kan proberen om hem te helpen.
  2. * Do affionnose kurre beri trempe fes sener lirys.
    hij houdt.van kunnen te lezen in zijn rust
    Hij vindt het fijn om in alle rust te kunnen lezen.

In zin 1. vormt het modale hulpwerkw. een bepaling bij het doelwerkw., en daarom is deze zin nog acceptabel. In 2. echter vormt het doelwerkw. een bepaling bij het modale hulpwerkw., en dit is ronduit ongrammaticaal.
Modale hulpwerkw.n in dergelijke constructies worden altijd vervangen door een modaal suffix. Grammaticale alternatieven voor 1. en 2. zijn:

  1. Gress tritecû beri cÿrtire do. Noot 1   (idem)
  2. Do affionnose beri trempecû fes sener lirys.   (idem)

Zie ook § 110.27.


Noot 1 De grammaticale stam van trije is trit. Hierachter komt het modale suffix -ecû. Zie § 82.16.

81.34

Modale hulpwerkw.n kunnen soms in een zodanige infinitief-constructie gebruikt worden, dat de agens van het hulpwerkw. (dus het eigenlijke subject in de zin) niet coreferentieel is met de agens van het infinitief-complement. Vergelijk:

  1. Tek probare beri trempe ef mimpit.
    Tek wil het boek lezen.
  2. Tek probare gress beri trempe ef mimpit.
    Tek wil dat ik het boek lees.

In zin 2. is het predikaat (probare beri trempe) opengebroken om een agens (gress) van de infinitief toe te laten. De status van gress is onduidelijk: enerzijds fungeert het als een soort object bij probare, maar een echt object is het niet, want probare is intrans. Anderzijds fungeert gress als een soort subject bij trempe, maar een echt subject kan het niet zijn, want trempe is een infinitief, geen finiet werkwoord. Daarom wordt gress een ambiject Noot 1 genoemd. Zie verder Hoofdstuk 110.


Noot 1 Deze term is van Kojen-Pôt. Modernere linguïstische opvattingen zijn gebaseerd op een verschijnsel dat binnen een transformationeel kader "raising" genoemd wordt. Hieraan zal in Hoofdstuk 121 aandacht geschonken worden.

81.35   ad § 81.7   C. Geverbaliseerde pers.vnw.n

De geverbaliseerde pers.vnw.n 1n (Blok 71.8) kunnen als een soort hulpwerkw. optreden, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. Het subject is een substantief in de bepaalde vorm (uitgedrukt door het lidwoord ef of een aanw.vnw. of bez.vnw.);
  2. De zin drukt een algemeen geldende gewoonte of eigenschap uit (habitueel aspect).

Uit voorwaarde a. volgt dat de mogelijkheid om een geverbaliseerd pers.vnw. door een infinitief te laten volgen beperkt blijft tot geverbaliseerde pers.vnw.n derde persoon. Er bestaat immers een persoons-, categorie- en getalscongruentie tussen subject en geverbaliseerd pers.vnw. Vergelijk:

  • Ef mosjeusz beltene beri myzâle ef efantys. (zie ook § 71.11)
    de vrouwen zij.zijn te baren de kinderen
    De vrouw is er om kinderen te baren.
  • Ef veldurs nert ópsene beri téte hédân.
    de mensen niet zij.zijn te doden elkaar
    De mensen zij er niet om elkaar te doden.
  • Kult oto sen efere beri kelde. Noot 1
    onze auto zich het.is te gebruiken
    Onze auto is er om gebruikt te worden; We hebben nu eenmaal een auto om te gebruiken.


Noot 1 Dit is een voorbeeld van een wederkerende constructie die een passief uitdrukt. Zie ook § 72.20.

81.36   ad § 81.7   D. Additieven met melde

Een beperkte (maar niet gesloten) groep additieven kan samen met het koppelwerkw. melde (zijn) gevolgd worden door beri + infinitief, indien het subject onpersoonlijk (dus: ef) is. Deze additieven worden wel de affectieve additieven genoemd: zij drukken een gevoel uit. De meest voorkomende zijn:

    diffiyk
    ék
    helt
    isy
    mesÿa
    moeilijk
    naar; vervelend
    gezond
    gemakkelijk
    interessant
    olla *
    pÿr
    quista *
    tildâ *
    tnefer
    fijn; prettig
    raar; gek
    goed
    slecht
    vreemd

*   Inclusief de onregelmatige trappen van vergelijkig; zie Blok § 43.25.

81.37

De onpersoonlijke constructie ef melde ... (het is ...) drukt in feite een eigenschap uit die toegekend moet worden aan het erop volgende infinitief-complement. Bijvoorbeeld:

  1. Ef melde olla beri svime.
    Het is fijn om te zwemmen; Zwemmen is fijn.
  2. Ef melde helt beri larde belk.
    Het is gezond om fruit te eten.
  3. Ef melde quista beri larde helt.
    Het is goed om gezond te eten.
  4. Ef melde tnefer beri svime prôât.
    Het is vreemd om achteruit te zwemmen.
  5. Ef nert melde gulder beri uokke. Noot 1
    Het is beter om niet te roken.
  6. Ef melde diffiyk beri riffe eft quergos lef ef kindis.
    Het is moeilijk om een afspraak met de koning te maken.


Noot 1 Deze zin is feitelijk ambigu; de andere betekenis is: "Het is niet beter om te roken.".

81.38

In § 44.1 is uiteengezet hoe melde + add. vervangen kan worden door een geverbaliseerd additief. Deze verbalisering kan ook toegepast worden bij de voorbeeldzinnen uit de vorige paragraaf:

    2'.   Ef helte beri larde belk.
    3'.   Ef quiste beri larde helt.
    4'.   Ef tnefere beri svime prôât.
    6'.   Ef diffiyke beri riffe eft quergos lef ef kindis.

Verbalisering van olla in zin 1. en gulder in 5. is niet mogelijk, want deze vormen zijn gelexicaliseerd: ollae is "genieten van", en guldere is "verbeteren".

81.39

De onpersoonlijke melde-constructies kunnen gecombineerd worden met een doelwerkw. De determinant beri verschijnt na het additief. Bijvoorbeeld:

  1. Ef pe melde gulder beri larde lôftquar.
    Het schijnt beter te zijn om langzaam te eten; Men zegt dat het beter is om langzaam te eten.
  2. Ef râgtage melde isy beri pónze eft ÿrts pâs.
    Het blijkt makkelijk te zijn om aan een vals paspoort te komen.
  3. Ef frute melde ék beri pónze gôl.
    Het zou wel eens naar kunnen zijn om kaal te worden.

De onpersoonlijke melde-constructies kunnen niet gecombineerd worden met een modaal hulpwerkw. We moeten dit hulpwerkw. dan vervangen door een modaal suffix. Vergelijk ook § 81.33 en zie verder Hoofdstuk 110.

81.40

Onpersoonlijke melde-constructies die voorafgegaan worden door een doelwerkw. kunnen niet geverbaliseerd worden in de zin van § 81.38. Vergelijk zinnen 2. en 3. uit de vorige paragraaf met:

    2'.   * Ef râgtage isye beri pónze eft ÿrts pâs.
    3'.   * Ef frute éke beri pónze gôl.

81.41   Bijzin of nominalisering

De werkwoorden die buiten de 4 klassen van § 81.7 vallen, kunnen nooit gevolgd worden door een infinitief (met uitzondering van enkele idiomatische constructies, zie § 81.53). Het Spokaans maakt in deze gevallen gebruik van een bijzin (a.) of van nominalisering (b.). Bijvoorbeeld:

  1. Kirro falede, den kirro arfine.
    Wij beslissen om te komen.
  2. Kirro falede kirroex ef larfinos.   (idem)
    wij beslissen van.ons de komst

  1. Elsa pafyte, den eup cÿrtire.
    Elsa dringt aan om te helpen.
  2. Elsa pafyte eupex ef ÿcÿrtiros.   (idem)
    Elsa dringt.aan van.haar de hulp

  1. Gress stârófe, den gress prate ral.
    Ik stel het op prijs om nu te vertrekken.
  2. Gress stârófe gressex ef ral ÿpratos.   (idem)
    ik stel.op.prijs van.mij het nu vertrek

81.42

In de b-zinnen van de vorige paragraaf fungeert de genominaliseerde bijzin als object. Dit is natuurlijk alleen mogelijk als het werkwoord in de hoofdzin obtrans. is (zoals falede, pafyte of stârófe). Bij intrans. of ectrans. werkw.n komt alleen constructie a. in aanmerking, bijvoorbeeld:

  1. Do cecÿre, den do vertare.   Hij aarzelt om te antwoorden.
  2. Ø

  1. Gress gladoe, den méte tu.   Ik ben blij jou te ontmoeten.
  2. Ø

81.43   Positionele werkwoorden

Het Spokaans kent een aantal zogenoemde positionele werkwoorden (posit.werkw.n) die uitdrukken in wat voor positie (staand, liggend, lopend, enz.) de handeling verricht wordt. De meest voorkomende posit.werkw.n zijn:

    farte
    feldre
    giffe
    hôke
     
    lopen
    zitten
    staan
    hurken; gehurkt zitten
     
    menkerate
    quÿe
    vende
    ufire
    zirde
    hangen
    wachten
    gaan
    rijden
    liggen

Deze werkwoorden onderscheiden zich hierdoor dat zij kunnen fungeren als infinitief bij een handelingswerkw. Beide werkwoorden worden verbonden met een van de nevenschikkende voegwoorden ur of wân (en). Wân komt voornamelijk in de geschreven taal voor. Enkele posit.werkw.n hebben een Nederlands equivalent dat gevolgd kan worden door "te" + infinitief. Vergelijk:

  • Do chafoste ur farte.
    Hij loopt te zingen.
  • Eup slape ur feldre.
    Zij zit te slapen.
  • Ef luktôsta kÿponje ur menkerate.
    Het wasgoed hangt te drogen.
  • Rajysa hiyste ur hôke.
    Rajysa zit gehurkt te hoesten.
  • Do trempe ef mimpit ur giffe. Noot 1
    Hij staat het boek te lezen.
  • Petriy uokke eft sigarett ur quÿe. Noot 1
    Petriy rookt een sigaret terwijl hij wacht.


Noot 1 Alleen een object en/of een echo kunnen het predikaat openbreking, wat betekent dat object en/of echo tussen het finiete werkwoord en het voegwoord in komen te staan.

81.44

Dat de posit.werkw.n (vetgedrukt in de vorige paragraaf) als infinitief, en niet als nevengeschikt finiet werkwoord optreden, blijkt onder meer uit het volgende:

  1. Alléén het handelingswerkw. komt in aanmerking voor een tijdsuffix (het posit.werkw. blijft ongewijzigd);
  2. Bij nominalisering wordt alléén het handelingswerkw. geaffigeerd;
  3. Tussen handelingswerkw. en posit.werkw. kunnen geen andere constituenten geplaatst worden (zie ook § 81.27), behoudens de uitzondering in § 81.51;
  4. Een infinitief kan niet door een eigen subject worden voorafgegaan; een nevengeschikte finiete constructie wel;
  5. Een posit.werkw. kan niet verrijkt worden met een modaal suffix; een nevengeschikte finiete constructie wel.

81.45   ad § 81.44   a.

In de volgende voorbeelden is TOEK = toekomende determinant (di):

  • Elsa hiysta ur zirde.
    Elsa heeft.gehoest en liggen
    Elsa heeft liggen hoesten.
  • Mas do di chafostu ur farte.
    morgen hij TOEK zal.zingen en lopen
    Morgen zal hij lopen te zingen.

Vergelijk deze voorbeelden met een nevenschikking van twee finiete vormen:

  • Elsa hiysta ur esta.
    Elsa heeft.gehoest en heeft.geniest
    Elsa heeft gehoest en geniest.
  • Mas do di chafostu ur obezjeru.
    morgen hij TOEK zal.zingen en zal.lachen
    Morgen zal hij zingen en lachen.

81.46   ad § 81.44   b.

In de volgende voorbeelden is GEN = genitief-suffix:

  1. Gress nute Petriyex ef ÿchafostos ur farte.
    ik hoor Petriy-GEN het gezang en lopen
    Ik hoor dat Petriy loopt te zingen.
  2. Elsa armtju'ecce kirroex ef ÿquÿos ur feldre.
    Elsa geeft.de.voorkeur.aan wij-GEN het gewacht en zitten
    Elsa heeft liever dat wij gaan zitten om te wachten.

Zinnen 1. en 2. zijn ambigu omdat de nevenschikkingen ur farte resp. ur feldre
ook geïnterpreteerd kunnen worden als finiete constructies die nevengeschikt zijn aan nute, resp. armtju'ecce, en waarbij de corefererende subjecten (gress resp. Elsa) gedeleerd zijn. Dus:

  1. Gress nute Petriyex ef ÿchafostos ur gress farte.
    ik hoor Petriy-GEN het gezang en ik loop
    Ik loop terwijl ik Petriy hoor zingen.
  2. Elsa armtju'ecce kirroex ef ÿquÿos ur eup feldre.
    Elsa geeft.de.voorkeur.aan wij-GEN het gewacht en zij zit
    Elsa zit en ze heeft liever dat wij wachten.

De ambiguïteit is in 1. en 2. op te heffen door het voegwoord ur te vervangen door de schrijftaalvorm wân. In tegenstelling tot ur kan wân alleen maar gebruikt worden tussen een handelingswerkw. en een positionele infinitief, niet tussen twee finiete vormen.

81.47

Let ook op het volgende verschil:

  1. Petriy zerfe helkara ef mosjeusex ef ÿpinzolos ur zirde.
    Petriy kijkt naar het liggen mediteren van de vrouw; Petriy kijkt hoe de vrouw ligt te mediteren.
  2. Petriy zerfe ur zirde helkara ef mosjeusex ef ÿpinzolos.
    Petriy ligt te kijken naar het mediteren van de vrouw; Petriy ligt te kijken hoe de vrouw mediteert.

Zin 1. is ambigu op de wijze zoals uiteengezet in de vorige paragraaf. Zin 1. kan daarom ook betekenen: "Petriy kijkt naar het mediteren van de vrouw, en hij ligt [erbij]". Een dergelijke ambiguïteit bestaat niet bij zin 2.

81.48   ad § 81.44   c.

Vergelijk:

  1. Petriy trempe ek.
    Petriy in [nu] aan het lezen.
  2. Petriy trempe ur feldre ek.
    Petriy zit op dit moment te lezen.

De momentane determinant ek hoort zowel in 1. als in 2. bij het finiete werkwoord trempe (lezen), maar staat in 2. achter het totale predikaat. Zie ook:

  1. Petriy trempe ek ur stinde.
    Petriy is aan het lezen en hij schrijft.

Zin 3. bestaat uit de twee nevenschikkingen Petriy trempe ek en Petriy stinde. In 1. en 2. kan ur door wân vervangen worden; in 3. niet.

81.49   ad § 81.44   d.

Vergelijk:

  1. Petriy trempe ur do stinde.
    Petriy leest en hij schrijft.
  2. Petriy trempe ur do feldre.
    a. Petriy leest en hij zit.
    b. * Petriy zit te lezen.

In 2. kan feldre dus nooit als infinitief geïnterpreteerd worden.

81.50   ad § 81.44   e.

Vergelijk:

  1. * Petriy chafostavy ur fartavy.
    Petriy wil lopen zingen.
  2. Petriy chafostavy ur dansavy.
    Petriy wil zingen en [wil] dansen.

Zin 1. is alleen correct als fartavy als finiete vorm geïnterpreteerd wordt; de betekenis is dan "Petriy wil zingen en [wil] lopen.".

81.51

Op § 81.44 punt c. is een uitzondering: tussen een handelingswerkw. en een posit.werkw. kunnen wel een object en/of een echo geplaatst worden. De volgende constructies zijn dus beide correct:

  • Ef taksi-lenkatjen siytinte ur/wân ufire ón ef pittatjens.
  • Ef taksi-lenkatjen siytinte ón ef pittatjens ur/wân ufire.
    de taxi-chauffeur moppert op de fietsers en rijden
    De taxichauffeur moppert onder het rijden op de fietsers.

Deze uitzondering geldt niet voor infinitief-complementen die met beri zijn gemarkeerd.

Let verder op dat een voorzetselbepaling in tegenstelling tot een object of echo altijd achter de infinitief moet verschijnen:

  1. Ef taksi-lenkatjen gûfque ur/wân ufire kura ef pittatjens.
    De taxichauffeur klaagt onder het rijden over de fietsers.
  2. * Ef taksi-lenkatjen gûfque kura ef pittatjens ur/wân ufire.   (idem)

Zin 1. is ambigu als ur gekozen wordt. De andere betekenis is dan: "De taxichauffeur klaagt en rijdt over de fietsers heen.".
Zin 2. is in verscheidene dialecten (o.a. op Liftka) wèl acceptabel.

81.52

De Nederlandse zinnen met "lopen te", "zitten te", "staan te" en dergelijke drukken voornamelijk een duratief aspect uit, waarbij de eigenlijke betekenis van het posit.werkw. dikwijls zo op de achtergrond is geraakt, dat we zelfs tegen iemand die staat kunnen zeggen: "Zit niet zo te zeuren!". In het Spokaans daarentegen hebben de posit.werkw.n hun oorspronkelijke betekenis behouden. De opmerking

  1. Elsa wempelira ur feldre jazy!   Wat zit Elsa te zeuren!

is alleen relevant als Elsa daadwerkelijk zit, en we op deze houding de aandacht willen vestigen.
Het duratieve aspect dat in de Nederlandse equivalenten de feitelijke betekenis verdrongen heeft, zal in het Spokaans uitgedrukt moeten worden met -lira (zoals in 1., of met de determinant ek (zie Hoofdstuk 110).

81.53   Idiomatische constructies

Het Spokaans kent verscheidene idiomatische constructies met een infinitief-complement. Deze infinitief wordt lang niet altijd gemarkeerd met beri, ur of wân. Zo kan het werkwoord vende (gaan) een inchoatief uitdrukken als het gevolgd wordt door een ongemarkeerde infinitief:

  • Gress vende lelperre.
    Ik ga sparen. (lett. "ik ga hebben/bezitten")
  • Kirro vende kurae ral ef votos.
    We gaan nu tot stemmen over. (lett. "we gaan nu de stemming overnemen")
  • Ef reppe-rélvâs vende kurae eft lelpiru antrôn.
    De woordvoerder gaat over op een ander onderwerp.
  • Ef clûma vendo vereste.
    De menigte barstte in gejuich los. (lett. "de menigte ging juichen")
  • Ef karé vende njebope.
    Het schip loopt van stapel; Het schip wordt te water gelaten.
    (lett. "het schip gaat varen")

Uit al deze voorbeelden blijkt hoe vende + infinitief een sterk idiomatisch karakter draagt, terwijl een letterlijke Nederlandse vertaling resulteert in een weinig pregnante, maar productieve uitdrukking, synoniem aan "beginnen te ...".

Willen wij het Nederlandse "gaan" + infinitief in het Spokaans uitdrukken, dan moet dat met het doelwerkw. finne (beginnen). Bijvoorbeeld:

  • Ef clûma finno beri vereste.
    De menigte ging/begon te juichen.
  • Ef karé finne beri njebope.
    Het schip gaat/begint te varen.

81.54

De volgende geverbaliseerde additieven vormen tezamen met een infinitief een idiomatische uitdrukking:

  • Gress pÿre beri paine ef!
    ik ben.gek te doen het
    Ik ben daar gek om dat te doen!; Ik denk er niet aan om dat te doen!
  • Vilt storâs hordâe beri kette eft hozâvos.
    jouw verhaal is.mooi te geven een geloof
    Jouw verhaal is te mooi om waar te zijn.
  • Do pûlleve beri terde tukst ten.
    hij is.te.dom te tellen tot tien
    Hij is te stom om voor de duvel te dansen.

81.55

Enkele finiete werkwoorden worden in een teg.dw.-constructie gebruikt en hebben dan een infinitief-complement. Zoals:

a. âteme (pogen; trachten)

  • Eup âtemelira beri jûmpre ef misan.
    Ze maakt aanstalten om de winkel te verlaten.
  • Petriy âtemelira beri ÿrba'eke.
    Petriy wilde juist weggaan. (maakte aanstalten)

b. kette (geven)

  • ef distânt, té kettelira farte
    de afstand die te lopen is
  • Do kettelira zerfe.
    Hij is te zien.
  • Ef kettelira misse frópjÿ ...
    Het is te danken aan ...

c. qugle (veroorzaken; aanrichten; berokkenen)

  • Tu krosât, quglelira noi pónze eft moplariy.
    Je moet oversteken, zonder een ongeluk te krijgen.
  • Do ÿrôme hups, quglelira noi uzjôce ef pert ézótiy.
    Hij werkt hard, zonder veel bevrediging te ondervinden.

Let op dat het predikaat quglelira pónze opengebroken wordt door noi (niet).

d. ytende (van plan zijn)

  • Do ÿrôme, ytende meldelira rinne pert smurf.
    Hij werkt, teneinde veel geld te verdienen.

Zowel ytende als rinne zijn hier infinitieven. Zie ook § 81.58.

De teg.dw.-constructies worden verder behandeld in Hoofdstuk 100.

81.56

Er bestaan enkele voorzetselbepalingen waarin het voorzetsel door een infinitief gevolgd wordt. Bijvoorbeeld:

    luft zurrere
    fara finne Noot 1
    lef tômpente
    ber kimore
    op den duur (lett. "bij duren")
    om te beginnen
    met gemak (lett. "met gemakkelijk-hebben")
    zogenaamd

Daar de infinitief-markeerder beri soms ook tot de voorzetsels gerekend wordt, kan de volgende bepaling hier eveneens opgenomen worden:

    beri prôpnere
    onder meer (lett. "om vóór te leggen")


Noot 1 Er zijn ook argumenten te bedenken waarom er hier van het substantief (en niet van het werkwoord) finne sprake zou kunnen zijn. Zie ook § 20.49.

81.57   Uitdrukken van een doel

Het Spokaans heeft een aantal mogelijkheden om een doel uit te drukken, waar het Nederlands gebruikmaakt van een infinitief met "[om] te". De meest algemene methode is het gebruik van een onderschikkend voegwoord (a.) of van een onderschikkende determinant (b.). Zie ook Blok 121.8. Bijvoorbeeld:

  1. Óps pliyfone, cÿrs óps yspare.
    zij drinken, opdat zij dronken.worden
    Zij drinken om dronken te worden.
  2. Óps fes pliyfone, óps ysparilóme.   (idem)
    zij zodat drinken, zij dronken.worden
  3. Gress lest dvébe-kest eft cÿramm, [gress] pónsilóme jôrm-ÿkatle.
    ik opdat.niet omdoe een das, [ik] krijg keelpijn
    Ik doe een das om, om geen keelpijn te krijgen.

81.58

Een ondersch. constructie is ook mogelijk met de teg.dw.-bepaling ytende meldelira (teneinde) (zie ook § 81.55). Deze bepaling wordt door een infinitief-complement gevolgd. Bijvoorbeeld:

  • Óps pliyfone, ytende meldelira yspare.
    Zij drinken teineinde dronken te worden.
  • Gress dvébe-kest eft cÿramm, ytende meldelira nert pónze jôrm-ÿkatle.
    Ik doe een das om teneinde (= om) geen keelpijn te krijgen.

81.59

Tenslotte kan er in het Spokaans een doel uitgedrukt worden met behulp van een voorzetsel(bepaling) en een nominale constructie. Vergelijk:

  1. Do ÿrôme hups, ytende meldelira pónze ielba.
    Hij werkt hard om rijk te worden.
  2. Do ÿrôme hups fes ef loin helkara ef ielba ÿpónzos.
    hij werkt hard met.het.oog.op het rijk worden

  1. Gress vende helkara Spooksoliy, cÿrs méte sener sour.
    Ik ga naar Spokanië, om mijn zuster te ontmoeten.
  2. Gress vende helkara Spooksoliy tsazi gressex ef ÿmétos enn sener sour. Noot 1   (idem)
    ik ga naar Spokanië naar.aanleiding.van mijn de ontmoeting met mijn zuster


Noot 1 Tsazi (naar aanleiding van) drukt hier het doel van mijn reis uit. Vergelijk:

  • Gress vende helkara Spooksoliy gâšâ gressex ef ÿmétos enn sener sour.
    Ik ga naar Spokanië vanwege mijn ontmoeting met mijn zuster.

Deze zin drukt uit dat ik eerst een ontmoeting met mijn zuster heb gehad, en dat dit de reden was om vervolgens naar Spokanië te gaan. Zie verder Hoofdstuk 140.


81.60

Let op de volgende zinnen die een doel uitdrukken, waarbij de Nederlandse infinitief het object als begrepen subject heeft, terwijl het Spokaans gebruik maakt van een obj.add. Zie ook § 40.11:

  1. Eup munke ef luktôsta lo kÿpony.
    Ze hangt de was te drogen.
  2. Mariy zerre ef baby lo câlm.
    Mariy streelt de baby om hem te kalmeren.
  3. Kirro azerše eft trofaliy-iextô lo omber-zop. Noot 1
    We planten een treurwilg voor het werpen van schaduw/om schaduw te laten werpen.

Vergelijk zin 1. met:

  1. Eup munke ef kÿpony luktôsta.
    Ze hangt de droge was op; Ze hangt de was droog op.
  2. Ef luktôsta kÿponje ur menkerate.
    De was hangt te drogen.

Voor zin 5.: zie § 81.43.


Noot 1 Omber-zop (schaduwwerpend; schaduwgevend) is een additief, afgeleid van ef zope omber (schaduw werpen).


TOP
<< Hoofdstuk 80 | Hoofdstuk 82 >>

© (2000) Rolandt Tweehuysen, Kimswerd, the Netherlands