63.1
Dit hoofdstuk is opgedeeld in drie secties:
- Vorming van de additivische resultatief (add.res.)
- Gebruik van de add.res. (vanaf § 63.32)
- Verbalisatie van add.res.n (vanaf § 63.40)
Voor de betekenis van een add.res. kan bovendien nog verwezen worden naar § 61.4.
63.2 ad § 63.1 A. Vorming van de additivische resultatief
Het regelsysteem dat geldt om een add.res. te vormen komt in grote lijnen overeen met het regelsysteem voor de vorming van de nom.res. Er zal nu dan ook niet ingegaan worden op de problematiek van accentverschuiving en de hieruit voortvloeiende vocaalverlenging en paragoge. Dit is reeds behandeld in § 61.8-23 (resultatief van substantieven met een variabel accent).
In het overzicht van de regels voor de vorming van de add.res., zoals hieronder volgt, zal dan ook telkens verwezen worden naar de parallelle regels bij de nom.res.
63.3 zie ook § 61.9
Bij alle polysyllabische additieven met een variabel accent wordt de resultatief in principe gevormd door het hoofdaccent naar de laatste lettergreep te verschuiven. Hierbij wordt de consonant onmiddellijk achter de accentdragende vocaal verdubbeld. Evenals bij substantieven is ook nu de primaire eigenschap "accentdragend", en de secundaire eigenschappen zijn "lange vocaal" en "gefixeerd accent". Bijvoorbeeld (accentdragende vocaal is vet):
- hupster ~ hupsterr
- kogûrus ~ kogûruss
- ÿrðaag ~ ÿrðaagg
- mafurt ~ mafurrt
- nexents ~ nexennts
- nenatumt ~ nenatummt
- ulûpt ~ ulûppt
|
groot flink, degelijk duidelijk razend, woedend hardhandig onafhankelijk onrechtmatig
|
63.4 zie ook § 61.10
De x, de h, de c (in ch) en de r (in ÿr) worden nooit verdubbeld. Zie voor additieven die een van deze consonanten op de positie van de verdubbeling hebben, § 63.8-10.
63.5 zie ook § 61.11
Bij alle polysyllabische additieven met een variabel accent en eindigend op één vocaal wordt de resultatief gevormd door toevoeging van een paragogische e (spreek uit [e]). Het accent verschuift naar de vocaal die aan deze e voorafgaat en deze vocaal wordt tevens verlengd. Dit geldt ook voor additieven op iy, waarbij dit al dan niet het suffix -iy kan zijn. Bijvoorbeeld:
- trojo ~ trojoe [trojo:wê]
- âktuela ~ âktuelae [âktuwela:wê]
- nâšÿ ~ nâšÿe [nâšÿ:wê]
- flecsiy ~ flecsiye [fleksî:wê]
|
aangenaam actueel duchtig, heftig, flink vurig
|
63.6 zie ook § 61.13
Ook monosyllabische additieven met één eindvocaal krijgen de paragogische e. Hier is het natuurlijk niet de accentverschuiving, maar het secundaire kenmerk "vocaalverlenging" dat de resultatief markeert:
- grÿ ~ grÿe [grÿ:wê]
- za ~ zae [za:wê]
- kriy ~ kriye [krî:wê]
|
grauw onverbiddelijk snauwerig
|
63.7 zie ook § 61.15
Monosyllabische additieven met een variabel accent en eindigend op één consonant krijgen een paragogische e en consonantverdubbeling:
- pôr ~ pôrre [pô:rê]
- tval ~ tvalle [tva:lê]
- svót ~ svótte [svó:tê]
- lem ~ lemme [le:mê]
|
arm bedorven, verrot onbehoorlijk lauw, zoel
|
63.8 zie ook § 61.17-18
De x, h en r (van ÿr) worden nooit verdubbeld. De x is één teken voor twee consonanten, en daarom wordt verwezen naar § 63.9. De h en r (van ÿr) worden weliswaar niet verdubbeld, maar de eraan voorafgaande vocaal wordt wèl verlengd uitgesproken:
- pjoh ~ pjohe [pjô:hê]
- réklah ~ réklahe [réklâ:hê]
- pâraðoh ~ pâraðohe [pâraðô:hê]
- bÿr ~ bÿre [bÿ:jerê]
- kvâcÿrg ~ kvâcÿrge [kvâkÿ:jeRgê]
|
bot (niet scherp) onbewerkt, ruw (materiaal, land) uitgeput gebiedend, streng onverzadigbaar
|
63.9 zie ook § 61.20
Monosyllabische additieven met een variabel accent, welke eindigen op twee of meer consonanten (inclusief de x), krijgen voor de resultatief het suffix -e (spreek uit [e]). Vocaalverlenging is nu dus niet aan de orde:
- prérp ~ prérpe
- vâgt ~ vâgte
- lyrs ~ lyrse
- palgt ~ palgte
- ÿpf ~ ÿpfe
- ming ~ minge
- lóch ~ lóche
- prôx ~ prôxe
- ÿrs ~ ÿrse
|
afgeleefd bedrijvig saai duf, saai rap, kwiek proper, rein verkapt nietig, onbeduidend grappig
|
63.10 zie ook § 61.21
De res.-vorming van polysyllabische additieven op een vocaal + x of op een vocaal + ch is identiek aan die van monosyllabische additieven op x of ch, zoals besproken in de vorige paragraaf:
- matox ~ matoxe
- râdech ~ râdeche
- nebuch ~ nebuche
|
minst traag erbarmelijk kalm, rustig
|
63.11 zie ook § 61.22
Bij polysyllabische additieven op een consonant + x of op een consonant + ch wordt de resultatief gevormd door toevoeging van het suffix -e:
- hatenx ~ hatenxe
- toelx ~ toelxe
- fylterch ~ fylterche
|
scheluw schijnheilig; niet echt bescheiden loos, leeg (v. vrucht)
|
Merk op dat polysyllabische substantieven op een consonant + x of ch nog een tweede res.-vorming kennen, nl. met consonantverdubbeling (rÿterrx, quillch e.d.). Bij substantieven wordt deze methode door veel grammatici afgekeurd, maar bij additieven komt hij in het geheel niet voor. Dus nooit: *hatennx, *toellx of *fylterrch.
63.12 zie ook § 61.23
In tegenstelling tot substantieven op twee of meer eindvocalen, zijn additieven op twee of meer eindvocalen nimmer onregelmatig (onregelmatige res.-vormen van additieven komen überhaupt niet voor). Alle additieven met een variabel accent, welke eindigen op twee of meer vocalen, krijgen het res.-suffix -te. Bijvoorbeeld:
- guria ~ guriate
- quaiy ~ quaiyte
- mômiypâtai ~ mômiypâtaite
- ópðae ~ ópðaete
- potoe ~ potoete
|
aangenaam gebiedend levendig wolkeloos, onbewolkt opgeruimd, vrijmoedig
|
63.13 zie ook § 61.50
Let op dat een glottisslag (geschreven als apostrof) als consonant geldt. Additieven met twee eindvocalen welke gescheiden zijn door een apostrof worden behandeld als additieven op één vocaal: zij krijgen een paragogische e:
- cÿri'a ~ cÿri'ae [kÿjeri'a:wê]
- da'e ~ da'ee [da'e:wê]
|
voedzaam vluchtig; snel verdampbaar
|
63.14 zie ook § 61.26
In het algemeen krijgen alle additieven met een gefixeerd accent voor de resultatief het suffix -e:
- grecc ~ grecce
- risitt ~ risitte
- folluser ~ follusere
- ÿabrovve ~ ÿabrovvee
- tuffesta ~ tuffestae
- lekkoh ~ lekkohe
|
aangeleerd dweepziek vaderlijk behoorlijk openlijk lekker
|
63.15 zie ook § 61.30
Evenals additieven met een variabel accent, krijgen ook alle additieven met een gefixeerd accent die op twee vocalen eindigen, krijgen het suffix -te:
63.16 zie ook § 61.31
Bij een deel van de additieven wordt de vorm van de resultatief uitsluitend of mede bepaald door het grammaticale of lexicale affix waarmee dit additief gevormd is. Bij dergelijke additieven maakt het niet uit of het accent variabel dan wel gefixeerd is, en of het woord mono- dan wel polysyllabisch is.
63.17
Het suffix -att waarmee een werkwoord in een additief kan veranderen (§ 41.2) is uitsluitend bepalend voor de vorm van het add.res.: deze wordt gevormd met het suffix -iy. Bijvoorbeeld:
- ufiratt ~ ufirattiy
- fletatt ~ fletattiy
- xâratt ~ xârattiy
|
berijdbaar verwerpelijk begrijpelijk
|
63.18
Het res.-vormende suffix -iy uit de vorige paragraaf is niet gevoelig voor een extra meervoudssuffix (-n of -m) zoals besproken in § 42.2-6.
Er is tegenwoordig een tendens te bespeuren om -iy te vervangen door het meer algemene suffix -e, dus: ufiratte, fletatte, xâratte. In de spreektaal zijn deze vormen al geaccepteerd, maar in de schrijftaal worden zij nog afgekeurd.
63.19
Ook het suffix -lira is uitsluitend bepalend voor de vorm van het resultatief, tenminste voor zover het oorspronkelijke teg.dw. gelexicaliseerd is en nu tot de categorie van additieven wordt gerekend (§ 41.5). Additieven op -lira krijgen als res.-suffix -t:
- hendrelira ~ hendrelirat
- doételira ~ doételirat
|
|
Opmerking: gelexicaliseerde volt.dw.n (op -or) hebben een regelmatige resultatief:
- vobaror ~ vobarorr
- plurtor ~ plurtorr
|
beschaafd beschonken, dronken
|
63.20
Additieven die gevormd zijn met nert -'kurre (§ 41.11) krijgen het suffix -te:
- nert zâr'kurre ~ nert zâr'kurrete
- nert miyp'kurre ~ nert miyp'kurrete
|
onbewoonbaar ongeloofwaardig
|
63.21
Ten slotte zijn de lexicale suffixen -erÿ (schijn-, niet echt, -achtig) en -ine (men beweert dat, vermoedelijk) uitsluitend bepalend voor de vorm van de resultatief (zie ook § 41.44). Additieven met een variabel accent op -erÿ en -ine krijgen als res.-suffix -t; met een gefixeerd accent krijgen ze -te. In minder verzorgde spreektaal worden beide suffixen echter dikwijls door elkaar gebruikt. Bijvoorbeeld:
- mindefiterÿ ~ mindefiterÿt = £mindefiterÿte
- slamestiyerÿ ~ slamestiyerÿt = £slamestiyerÿte
- militerrerÿ ~ £militerrerÿt = militerrerÿte
|
roodachtig zogenaamd beleefd semi-militair
|
- eft ôjifine mosjeus ~ eft ôjifinet (£ôjifinete) mosjeus
een vrouw van wie beweerd wordt dat ze gierig is ~ ... dat ze te gierig is
- ef tnessteriyine huarosz ~ ef tnessteriyinete (£tnessteriyinet) huarosz
de vermoedelijk drastische bezuinigingen ~ de vermoedelijk te drastische bezuinigingen
Merk op dat het suffix -te (in tegenstelling tot -t) een extra lettergreep toevoegt, met als gevolg dat in additieven met een variabel accent het accent naar rechts verschuift. Vergelijk (accentdragende vocaal is vet): mindefiterÿt ~ mindefiterÿte.
63.22
In het Spokaans tot ca. 1800 bestonden er twee verschillende res.-vormen van additieven op -erÿ en -ine. De tegenwoordig in onbruik geraakte vorm bestond uit de resultatief van een additief, gevolgd door -erÿ of -ine. Deze vorm had dezelfde betekenis als de moderne vorm uit de vorige paragraaf. Vergelijk (moderne vorm tussen haakjes):
- mindefit ~ mindefitt
- †mindefitterÿ (= mindefiterÿt)
|
rood ~ te rood te roodachtig
|
- ôjif ~ ôjiff
- †ôjiffine (= ôjifinet)

|
gierig ~ te gierig vermoedelijk te gierig; van wie men beweert dat hij/zij te gierig is
|
|
De res.-vorm ôjifinet kwam in het Spokaans tot ca. 1800 ook voor, maar dan vormde het res.-suffix -t
een bepaling bij het lexicale suffix -ine. †Ôjifinet zou dan betekenen: 'van wie men te veel
beweert dat hij/zij gierig is'.
|
63.23 zie ook § 61.36
De volgende affixen zijn mede bepalend voor de vorm van de resultatief. Met "mede bepalend" bedoelen we: het affix beïnvloedt de vorm van de resultatief als het additief op twee of meer vocalen eindigt (ofwel: als het affix door één of meer vocalen voorafgegaan wordt):
- -iy (voor de additivering van een substantief, zie § 41.21). -iy gedraagt zich echter als een willekeurige vocaal, indien hij zorgt voor additivering van iets anders dan een substantief (§ 63.12):
- pleko ~ plekoiy
- ÿrra ~ ÿrraiy
- manta ~ mantaiy
|
zand ~ zandachtig, rul, mul tak ~ verwant gewest, provincie ~ gewestelijk, provinciaal
|
- te--e of te--a (bij "oppervlakte"-begrippen, zie § 41.25). Bijvoorbeeld:
- zé ~ tezéa
- kelbra ~ tekelbrae
|
zee ~ op zee tafel ~ op [de] tafel
|
63.24
Alle in § 63.23 bedoelde additieven krijgen het res.-suffix -te in plaats van -iy, -e of -a. Bijvoorbeeld:
- plekoiy ~ plekote
- ÿrraiy ~ ÿrrate
- mantaiy ~ mantate
- tezéa ~ tezéte
- tekelbrae ~ tekelbrate
|
zandachtig, rul, mul verwant gewestelijk, provinciaal op zee op [de] tafel
|
63.25
Geen resultatief is mogelijk bij:
- alle additieven van CATEGORIE III (§ 40.40 en § 40.62)
- additieven die van een geografische naam zijn afgeleid (§ 41.31-39)
- additieven die samengesteld zijn met een van de volgende lexicale affixen (§ 41.43-44):
|
|
meer dan  (drukt pleonasme uit) toenemend; meer/...er wordende afnemend; minder wordende
|
- additieven die met reduplicatie gevormd zijn (Hoofdstuk 64)
- teg.dw.n en volt.dw.n (behalve als zij door lexicalisatie het karakter van additief gekregen hebben, zie § 63.19)
Dat in deze 5 gevallen een resultatief onmogelijk is, is toe te schrijven aan de semantische restricties die kenmerkend zijn bij bedoelde groepen. Ook bij andere additieven dan de onder punt 1. t/m 5. genoemde is een resultatief soms vreemd, zo niet onmogelijk, vergelijk:
- ef koffon blof
- ?ef koffone blof
|
het dode paard het te dode paard
|
- Kost kerru frera vende-ral.
(lett. "mijn oke broer gaat mee")
- *Kost kerrue frera vende-ral.
(lett. "mijn te oke broer gaat mee")
|
Ook mijn broer gaat mee.
|
|
Pâlt- drukt reeds in extra sterke mate uit wat een resultatief ook doet. Vergelijk:
- amest ~ amesst ~ pâltamest
gretig ~ te gretig ~ al te gretig, meer dan gretig
|
63.26
De res.-vorm van een additief kan nooit met een meervoudsmarkering gesuffigeerd worden. De inhoud van Hoofdstuk 43 is dus niet van toepassing. De afwezigheid van een meervoudssuffigering bij res.-vormen kan tot ambiguïteit leiden. Het verschil tussen a. en b. verdwijnt bij de resultatief in c., zodat c. ambigu wordt:
- ef onâfxu 'jan lef sener sour de brutale jongen met zijn zusje
- ef onâfxus 'jan lef sener sour de brutale jongen met zijn [eveneens] brutale zusje
- ef onâfxue 'jan lef sener sour
de te brutale jongen met zijn zusje
of: de te brutale jongen met zijn [eveneens] te brutale zusje
- Do ef argerats ur miflifs lo kariyn verfute.
Hij heeft de deuren en ramen lelijk geverfd. (de deuren zijn goed)
- Do ef argerats ur miflifs lo kariys verfute.
Hij heeft zowel de deuren als de ramen lelijk geverfd.
- Do ef argerats ur miflifs lo kariye verfute.
Hij heeft de deuren en ramen te lelijk geverfd. (de deuren zijn goed)
of: Hij heeft zowel de deuren als de ramen te lelijk geverfd.
Ambiguïteit kan opgeheven worden door het resultatieve additief te herhalen of de tweede keer te vervangen door idem (zie ook § 131.9). Vergelijk c. met:
- ef onâfxue 'jan lef sener idem/idemm sour
de te brutale jongen met zijn eveneens te brutale zusje
Ambiguïteit kan ook opgeheven worden door het voegwoord ur te vervangen door én (zie Blok 120.1). Vergelijk c. met:
- Do ef argerats én miflifs lo kariye verfute.
Hij heeft zowel de deuren als de ramen te lelijk geverfd.
Zie ook § 42.12, § 42.14 en § 42.21.
|
Zie § 131.12 voor de vraag of idem al dan niet een res.-vorm kan aannemen.
|
63.27
In § 43.17 is geconstateerd dat de add.res. uitdrukking geeft aan de trap van overmatigheid (trap.ovmt.). Daar trappen van vergelijking zich niet met elkaar laten combineren, kan een add.res. nooit een vergr., otr., verkl. of mnst.trap aannemen. Er is echter een uitzondering: alleen als een trap op onregelmatige wijze gevormd is (genoemd in Blok 43.25), kan deze met een res.-vorm samengaan. Deze moet in het Nederlands met een nevenschikking of iets dergelijks omschreven worden want het bijwoord van graad ("te") kan niet samengaan met een trap van vergelijking. Bijvoorbeeld:
neutraal: vergr.tr.: otr.tr.: verkl.tr.: mnst.tr.:neutraal: verkl.tr.: mnst.tr.:
|
- horit ~ horitt
- quefôs ~ quefôss
- quritt ~ quritte
- ibrât ~ ibrâtt
- datôc ~ datôcc
- keša ~ kešae
- zÿtsénp ~ zÿtsénnp
- vibrâk ~ vibrâkk
|
vroeg ~ te vroeg vroeger ~ vroeger en ook te vroeg vroegst ~ vroegst en ook te vroeg minder vroeg ~ minder vroeg maar toch nog te vroeg minst vroeg ~ minst vroeg maar toch nog te vroegdik ~ te dik minder dik ~ minder dik maar toch te dik minst dik ~ minst dik maar toch nog te dik
|
63.28
Het gebruik van dergelijke resultatieve, onregelmatige trappen van vergelijking beperkt zich voornamelijk tot de schrijftaal, en ook dan zijn er maar weinig toepassingsmogelijkheden. Enkele voorbeelden die ook in de spreektaal natuurlijk aandoen zijn:
- Hols gress levero quefôss dus Welm.
Gisteren stond ik vroeger op dan Welm, en dat was [veel] te vroeg.
of: Gisteren stond ik [veel] te vroeg op, nog vroeger dan Welm (opstond).
- Elsa melde ef vibrâkk mip ef cÿrt efanty.
Elsa is het minst dikke kind uit de klas, maar toch nog te dik.
|
Voor de bijzondere constructie waarbij de bepaling mip ef cÿrt (van de klas) tussengevoegd wordt in de constituent ef vibrâkk efanty (het minst dikke maar toch nog te dikke kind) wordt verwezen naar § 141.71.
|
63.29
In § 44.1 is de verbalisatie van additieven besproken. Daar blijkt onder meer dat het koppelwerkwoord melde (zijn) + add. vervangen kan worden door het add. + -e.
Een geverbaliseerd additief en de add.res. zijn dus dikwijls homografen, of zelfs homoniemen. Van een homograaf is sprake als de resultatief gevormd wordt met de paragogische e. Vergelijk de verschillen in uitspraak en betekenis, maar de identieke spelling bij:
schrijfwijze
- trojoe
- nâšÿe
- grÿe
- zae
- pjohe
|
uitspraak res.
[trojo:wê]
[nâšÿ:wê]
[grÿ:wê]
[za:wê]
[pjô:hê]
|
~ uitspraak verb.
~ [trojowe]
~ [nâšÿwe]
~ [grÿwe]
~ [zawe]
~ [pjôhe]
|
te aangenaam ~ aangenaam zijn te flink ~ flink zijn te grauw ~ grauw zijn te onverbiddelijk ~ onv. zijn te bot ~ bot zijn
|
Van een homoniem is sprake als zowel de res.-vorming als de verbalisatie plaatsvinden met het suffix -e:
schrijfwijze
- tmopplime
- prérpe
- xentse
- risitte
|
uitspraak
[tmo:plime]
[prëRpe]
[k?entse]
[risi:te]
|
te opgeruimd ~ opgeruimd zijn te afgeleefd ~ afgeleefd zijn te zachtzinnig ~ zachtzinnig zijn te dweepziek ~ dweepziek zijn
|
63.30
Of we met een resultatief dan wel met een verbalisatie te doen hebben, blijkt uit het syntactische verband, vergelijk:
- Eup melde risitte.
Ze is te dweepziek.
- Eup risitte (= eup melde risitt). Ze is dweepziek.
- Ef knyfo melde pjohe.
Het mes is te bot.
- Ef knyfo pjohe (= ef knyfo melde pjoh). Het mes is bot.
|
Ook een resultatief kan geverbaliseerd worden, bijvoorbeeld:
- Eup melde risitte = Eup risitteve. Ze is te dweepziek.
- Ef knyfo melde pjohe = Ef knyfo pjohave. Het mes is te bot.
Zie hiervoor § 63.40-51.
|
63.31
| Resultatief van additieven
|
eindigend op (beginnend met)
| variabel accent
| gefixeerd accent
|
| monosyllabisch
| polysyllabisch
|
| F O N E T I S C H U I T G A N G S P U N T
|
-V
-VV(V)
-V'V
-C
-CC(C)
-h
-ÿr
-ÿrC
-x
-Cx
-ch
-Cch
|
-Vê
-2Cê
-CC(C)e
-hê
-ÿrê
-ÿrCe
-xe
-Cxe
-che
-Cche
|
-Vê
-te
-V'Vê
-2C
-2CC(C)e
-hê
-ÿrê
-ÿrCê
-xe
-Cxe
-che
-Cche
|
-Ve
-te
-V'Ve
-Ce
-CC(C)e
-he
-ÿre
-ÿrCe
-xe
-Cxe
-che
-Cche
|
| S Y N T A C T I S C H U I T G A N G S P U N T
|
-att add.ww.
-lira lex.
(nert +)-'kurre
-erÿ
-ine
-Viy add.sb.
(te-)-Ve
(te-)-Va
CAT. III
geogr.naam
(pâlt-)
(us[e]-)
-ott
-ûte
met redpl.
|
-Ø
-Ø
|
-lirat
-erÿt (-erÿte *)
-inet (-inete *)
-Vte
(te-)-Vte
(te-)-Vte
-Ø
-Ø
-Ø
-Ø
-Ø
-Ø
|
-attiy (-atte *)
-lirat
-'kurrete
-erÿte (-erÿt *)
-inete (-inet *)
-Vte
(te-)-Vte
(te-)-Vte
-Ø
-Ø
-Ø
-Ø
-Ø
-Ø
-Ø
|
| -ê
| paragogische e (geschreven als e) en voorafgaande vocaal lang.
| | -e
| suffix -e (uitspraak [e]).
| | *
| spreektaalvorm.
| | -Ø
| geen resultatief.
| |
| niet van toepassing.
| | add.ww.
| additivering van werkwoorden.
| | add.sb.
| additivering van substantieven.
| | lex.
| gelexicaliseerd volt.dw.
| | -2C
| consonantverdubbeling.
| | -VV(V)
| eindigend op twee of meer vocalen.
| | -CC(C)
| eindigend op twee of meer consonanten.
|
63.32 ad § 63.1 B. Gebruik van de additivische resultatief
Het gebruik van een add.res. is in alle gevallen facultatief. De belangrijkste functie van een add.res. is het uitdrukken van de trap van overmatigheid (trap.ovmt.), in het Nederlands uitgedrukt met "te". Bijvoorbeeld:
- Lerdu ufire gesvinnt. Lerdu rijdt te hard.
- Ef šupa melde kjupte. De soep is te heet.
- Kâ melde pÿre! Dat is te gek!
- Ef mirra lelperre pert, klôrte flectrôsta.
De weg heeft vele te scherpe bochten.
- Perte veldurs, kaftelira goe hardlapp mitôsta, kettare goe ninkerr mite-jÿšedôsta.
Te veel mensen die een te hoge huur betalen krijgen een te lage huursubsidie.
- Eup feldre tekelbrate. Ze zit te veel op tafel.
De trap.ovmt. is reeds terloops ter sprake gekomen in § 61.4, § 63.22 en § 63.25-30.
|
Bedoeld wordt dat de bochten zowel groot in aantal als scherp zijn. Vergelijk:
- Ef mirra lelperre pert ber klôrt flectrôsta.
De weg heeft veel te scherpe bochten.
Nu is pert een versterkende bepaling bij ber (te); zie § 63.37.
|
|
Tekelbrae (op [de] tafel) is een volwaardig additief, maar de tr.ovmt. moet in het Nederlands omschreven worden. Vergelijk de analoge constructie:
- Eup feldre net-ûmae. Ze zit te ongemakkelijk.
|
63.33
Soms drukt de add.res. een emfatisch aspect uit, dit is vooral het geval bij additieven met een emotionele betekenis. Bijvoorbeeld:
- Gress lye perte tu.
- Elsa melde rovrett.
- Ef hômbae bâlmerrs.
|
Ik houd zo/erg veel van je. Elsa is erg lief. De zeer vermoeide voetballers.
|
63.34
In de spreektaal wordt een dergelijk emfatisch aspect dikwijls als ironisch ervaren: de spreker bedoelt in feite het tegenovergestelde, bijvoorbeeld:
- Kâ melde flifadoss pai tu.
Dat is erg aardig van je. (bedoeld wordt: "heel onaardig")
- eft nelatiycae duh
een heel attent gebaar (bedoeld wordt: "heel onattent")
- Tu lelperrelira rovrett efantys!
Wat een lieve kinderen heb jij! (bedoeld wordt: "wat een lastpakken")
Het verschil tussen ironie en emfase (§ 63.33) blijkt uit de intonatie: in het geval van ironie daalt de toon duidelijk aan het einde van de zin. Bij emfase is een ongemarkeerde toon die hetzij enigszins stijgt, hetzij neutraal blijft aan het einde van de zin. Zie ook § 11.30-31.
63.35
Een bijzondere toepassing van de add.res. vinden we bij archaïsch en poëtisch taalgebruik, waarin attr.add.n gevoelig zijn voor zogenoemde resultatief-congruentie. Dit wil zeggen dat een additief de res.-vorm aanneemt als het een bepaling vormt bij een andere resultatief. Bijvoorbeeld († betekent: Spokaans van vóór ca. 1750):
- †Moffain byte ef ostraliatann chatte. Moffain slaat de zielige kat dood.
- †Óps honestye Milass xûstiche. Ze hebben de eerlijke Milas beroofd.
- †Ef 'jan farte roffottô ef kešae vildull. De jongen loopt om de dikke boom heen.
Dergelijke congruentievormen vinden we tegenwoordig nog wel in poëzie, met name als het metrum een extra lettergreep of accentverschuiving vereist, zoals in:
- Ef ihyt prâcs, mit tasse cÿrbé /
hédrâgte torp ef ðéste jôlle
|
De zware (hamer)slagen, die voortdurend vallen / veroveren ferm het taaie goud
|
|
Uit het gedicht Ef korda-kâler ('De kerkversierder', 1912) van Wesi Neeðe.
|
63.36
Als de congruentieregel een additief vereist kan de trap.ovmt. niet meer met behulp van een resultatief uitgedrukt worden. In dat geval maakt het archaïsche of poëtische Spokaans gebruik van de determinant ber (te). Vergelijk:
- †Do byte ef clexe kerktae. Hij slaat de zwakke geit dood.
- †Do byte ef ber clexe kerktae. Hij slaat de te zwakke geit dood.
Omdat de res.-congruentie tegenwoordig zelden nog toegepast wordt, wordt een add.res. in principe altijd als trap.ovmt. geïnterpreteerd. Was (1) een hedendaagse zin, dan zou deze betekenen: 'Hij slaat de te zwakke geit dood.'.
Een combinatie van ber + add.res. - zoals in (2) - wordt tegenwoordig als een tautologie opgevat.
63.37
De determinant ber kan tegenwoordig nog steeds in de plaats van een add.res. gebruikt worden als er sprake is van emfase of een tegenstelling. Bijvoorbeeld:
- ef ber eng bof de veel te nauwe broek
- Ef kelbra melde ÿrô ber hupster furt ef mittus.
De tafel is nèt te groot voor de kamer.
- Ef kas melde tygrônsc mintepot igt ber mintepot.
De jas is niet alleen lang, maar tè lang.
- Ef mirra lelperre pert ber klôrt flectrôsta.
De weg heeft veel te scherpe bochten.
63.38
Ber wordt bovendien gebruikt in die gevallen waarin de add.res. onmogelijk is (zie Blok 63.31). Bijvoorbeeld:
- Groft ber frakas ocÿrma ahoqugmare ef enelandes chebos.
Zijn [al] te Franse gedrag doet het Engelse gezelschap schrikken.
- ?Ef ber usazino sitrona. De veel te zure citroen.
De meeste additieven die geen res.-vorm kennen, zijn ook in semantisch opzicht niet in staat om een trap.ovmt. uit te drukken. Uit (1) blijkt dat geografische namen nog een trap.ovmt. kennen, maar (2) is twijfelachtig. Het benadrukken van een pleonasme (met het prefix us[e]-) staat feitelijk een trap.ovmt. in de weg.
63.39
In twee gevallen heeft er een versmelting van ber met het additief plaatsgevonden:
- ber + pert > bertert
- ber + litel > beritel
|
te veel; overtollig te weinig; te kort
|
Bertert en beritel zijn niet alleen een additief, maar ook een onb.vnw. Zie verder § 52.12 noot 10.
|
Van beritel is afgeleid: ef beriteliy (het tekort; de tekortkoming).
|
63.40 ad § 63.1 C. Verbalisatie van additivische resultatieven
Voor de verbalisatie van additieven in het algemeen wordt verwezen naar Hoofdstuk 44. De verbalisatie van additieven in de res.-vorm beperkt zich tot de vervanging van het koppelwerkwoord melde (zijn). De verbalisaties ter vervanging van pónze (worden; gaan) en tinde (blijven) komen bij add.res.n niet meer voor. In Oudspokaanse literatuur zijn hiervan nog wel restanten te vinden, maar een sluitend regelsysteem is niet aanwezig en het is de vraag of dit er ooit geweest is. De defectieve paradigma's voor de verbalisatie van add.res.n in het Pegrevisch doen vermoeden dat deze verbalisatie ook in het Oerspokaans een weinig ontwikkeld fenomeen was. Zie verder § 63.51.
63.41
Voor de vervanging van het koppelwerkwoord melde zijn maar liefst 5 verschillende suffixen beschikbaar:
|
melde + add.res. wordt:
|
- add.res. + -[e]ve
- add.res. + -jjeve
- add.res. + -tteve
- add.res. + -je
- add.res. + -ave
|
Deze suffixen zijn verlengde varianten van het verbalisatiesuffix -e, zoals genoemd in § 44.1. In de volgende paragrafen worden de gebruiksmogelijkheden van deze suffixen besproken.
63.42 ad § 63.41 a. -[e]ve
Het verbalisatiesuffix -[e]ve wordt gebruikt:
- Bij alle additieven met een variabel accent waarvan de resultatief gevormd is d.m.v. consonantverdubbeling, al dan niet gevolgd door een paragogische e (§ 63.3 en § 63.7). Bijvoorbeeld:
- hupsterr ~ hupsterreve
- hardlapp ~ hardlappeve
- nexennts ~ nexenntseve
- pôrre ~ pôrreve
- svótte ~ svótteve
|
te groot ~ te groot zijn te hoog ~ te hoog zijn te hardhandig ~ te hardhandig zijn te arm ~ te arm zijn te onbehoorlijk ~ te onbehoorlijk zijn
|
- Bij alle monosyllabische additieven met een variabel accent op twee of meer eindconsonanten (inclusief -x en -ch) waarvan de resultatief gevormd is d.m.v. het suffix -e (§ 63.9). Let op: behalve aanhechting van het verbalisatiesuffix -[e]ve vindt er tevens consonantverdubbeling plaats (teneinde het accent op de oorspronkelijke vocaal te fixeren). Bijvoorbeeld:
- prérpe ~ prérrpeve
- lyrse ~ lyrrseve
- minge ~ minngeve
- xentse ~ xenntseve
- elxe ~ ellxeve
- wynche ~ wynncheve
|
te afgeleefd ~ te afgeleefd zijn te saai ~ te saai zijn te rein ~ te rein zijn te zachtzinnig ~ te zachtzinnig zijn te bescheiden ~ te bescheiden zijn te trots ~ te trots zijn
|
- Bij alle polysyllabische additieven met een variabel accent op een consonant + x of een consonant + ch, waarvan de resultatief gevormd is d.m.v. het suffix -e (§ 63.11). Tevens vindt er consonantverdubbeling plaats. Bijvoorbeeld:
- hatenxe ~ hatennxeve
- toelxe ~ toellxeve
- fylterche ~ fylterrcheve
|
te scheluw ~ te scheluw zijn te schijnheilig ~ te schijnheilig zijn te leeg ~ te leeg zijn
|
- Bij alle additieven met een gefixeerd accent en op een of meer eindconsonanten, waarvan de resultatief gevormd is d.m.v. het suffix -e (§ 63.14). Bijvoorbeeld:
- grecce ~ grecceve
- risitte ~ risitteve
- follusere ~ follusereve
- lekkohe ~ lekkoheve
- lutteraerôxe ~ lutteraerôxeve
|
te aangeleerd ~ te aangeleerd zijn te dweepziek ~ te dweepziek zijn te vaderlijk ~ te vaderlijk zijn te lekker ~ te lekker zijn te kijklustig ~ te kijklustig zijn; alles veel te graag willen bekijken/bezichtigen
|
|
Ook eufemistisch gebruikt in de betekenis van 'heel erg nieuwsgierig [zijn]'.
|
Merk op dat de eind-e van een resultatief (paragogische e of suffix -e) assimileert met de begin-e van het verbalisatiesuffix -eve (voorbeeld a. hieronder). Sommige grammatici bestrijden een dergelijke assimilatie en gaan uit van het suffix -ve (voorbeeld b.):
- svótte + -eve > *svótteeve > svótteve
- svótte + -ve > svótteve
In beide gevallen verdwijnt de als [ê] uitgesproken paragogische e (want paragoge vindt per definitie alleen aan het woordeinde plaats). In b. wordt de paragogische e een "gewone" e ([e]).
63.43 ad § 63.41 b. -jjeve
Het verbalisatiesuffix -jjeve wordt gebruikt:
bij alle additieven met een variabel accent en op één eindvocaal, waarvan de resultatief gevormd is d.m.v. een paragogische e (§ 63.5-6). De paragogische e vervalt. Bijvoorbeeld:
- âktuelae ~ âktuelajjeve
- nâšÿe ~ nâšÿjjeve
- grÿe ~ grÿjjeve
- zae ~ zajjeve
|
te actueel ~ te actueel zijn te flink ~ te flink zijn te grauw ~ te grauw zijn te onverbiddelijk ~ te onverbiddelijk zijn
|
Eigenlijk is -jjeve geen apart verbalisatiesuffix. Het ligt meer voor de hand om te stellen dat er syncope plaatsgevonden heeft van -e + -eve > -jjeve, waarbij niet vergeten moet worden dat -e staat voor de uitspraak [wê]. Dat de intervocalische [w] versterkt is tot jj, is - populair gezegd - een gevolg van het feit dat er een dubbel geschreven consonant noodzakelijk is om het accent op de voorafgaande vocaal te fixeren. Zie ook Nônga (1980).
63.44
Daar de glottisslag tot de consonanten gerekend wordt, vallen ook de additieven op twee vocalen, gescheiden door een apostrof (= glottisslag) onder de -jjeve-suffigering (§ 63.12). Bijvoorbeeld:
- cÿri'ae ~ cÿri'ajjeve
- da'ee ~ da'ejjeve
|
te voedzaam ~ te voedzaam zijn te vluchtig ~ te vluchtig zijn
|
63.45 ad § 63.41 c. -tteve
Het verbalisatiesuffix -tteve wordt gebruikt:
bij alle additieven met een variabel accent en op twee of meer eindvocalen, waarvan de resultatief gevormd is d.m.v. het suffix -te (§ 63.12). Dit suffix -te vervalt. Bijvoorbeeld:
- guriate ~ guriatteve
- poite ~ poitteve
- potoete ~ potoetteve
- mômiypâtaite ~ mômiypâtaitteve
|
te aangenaam ~ te aangenaam zijn te levend ~ te levend zijn te blijmoedig ~ te blijmoedig zijn te levendig ~ te levendig zijn
|
Eigenlijk is -tteve geen apart verbalisatiesuffix dat in de plaats van de uitgang -te komt. Het ligt meer voor de hand om te stellen dat er syncope plaatsgevonden heeft van -te + -eve > -tteve. Zie ook Nônga (1980).
63.46 ad § 63.41 d. -je
Het verbalisatiesuffix -je wordt gebruikt:
- Bij alle additieven met een gefixeerd accent en op een of meer eindconsonanten, waarvan de resultatief gevormd is d.m.v. het suffix -e of -te (zie § 63.14-15). Bijvoorbeeld:
- ÿabrovvee ~ ÿabrovveje
- tuffestae ~ tuffestaje
- urrfeâte ~ urrfeâje
|
te behoorlijk ~ te behoorlijk zijn te openlijk ~ te openlijk zijn te boertig ~ te boertig zijn
|
- Bij alle additieven die gevormd zijn met het grammaticale suffix -iy en waarvan de resultatief gevormd is d.m.v. het suffix -te (§ 63.23-24). Let op dat het oorspronkelijke suffix -iy bij de verbalisatie terugkeert. Bijvoorbeeld:
- plekote ~ plekoiyje
- ÿrrate ~ ÿrraiyje
|
te rul ~ te rul zijn te verwant ~ te verwant zijn
|
63.47 ad § 63.419 e. -ave
Het verbalisatiesuffix -ave wordt gebruikt:
bij alle additieven die eindigen op (i) een vocaal + x, ch, h, of op (ii) ÿr (eventueel gevolgd door één of meer consonanten). Zie § 63.8-10. Bijvoorbeeld:
- pjohe ~ pjohave
- réklahe ~ réklahave
- bÿre ~ bÿrave
- kvâcÿrge ~ kvâcÿrgave
- lóche ~ lóchave
- ÿrse ~ ÿrsave
- prôxe ~ prôxave
- râdeche ~ râdechave
|
te bot ~ te bot zijn te ruw ~ te ruw zijn te streng ~ te streng zijn te onverzadigbaar ~ te onverzadigbaar zijn te verkapt ~ te verkapt zijn te grappig ~ te grappig zijn te onbeduidend ~ te onbeduidend zijn te erbarmelijk ~ te erbarmelijk zijn
|
Het verbalisatiesuffix -ave is het enige van de vijf waarin het woordaccent valt. Dit is een gevolg van het feit dat een vocaal welke direct aan x, h of ch voorafgaat, nooit een gefixeerd accent kan dragen, evenmin als de ÿ van ÿr.
Het oorspronkelijke verbalisatiesuffix voor add.res.n was -ave (zie Nônga 1980). Omdat dit suffix in de meeste gevallen per definitie verbonden wordt met een woord met gefixeerd accent is de ongeaccentueerde a gereduceerd tot e (-ave > -eve). Daar -eve frequenter voorkomt dan -ave, wordt -eve tegenwoordig beschouwd als "basis-suffix" en -ave als "speciale variant".
63.48
Verbalisatie van add.res.n in onmogelijk in dezelfde gevallen waarin ook verbalisatie van additieven onmogelijk is. Deze gevallen zijn opgesomd in § 44.3. Voorts is er van verbalisatie natuurlijk geen sprake als er ook geen res.-vorm bestaat (§ 63.25).
63.49
Evenals add.res.n, kunnen ook de geverbaliseerde varianten een emfatisch aspect uitdrukken als zij een emotionele betekenis hebben. Vergelijk ook § 63.33. Bijvoorbeeld:
- Elsa rovretteve.
- Ef bâlmerrs hômbajjevo.
|
Elsa is erg lief. De voetballers waren zeer vermoeid.
|
63.50
Met een dalende toon aan het einde van de zin kan een geverbaliseerde add.res. ook ironisch geïnterpreteerd worden. Vergelijk dit met wat er in § 63.34 gezegd is:
- Petriy ÿrsavelira riyfain! Petriy is altijd zo grappig!
(bedoeld wordt: "hij is altijd zo vervelend")
- Ef poiros guriattevecû. Het leven kan heel aangenaam zijn.
(bedoeld wordt: "wat is het leven toch ellendig")
63.51
Voor de vervanging van de koppelwerkwoorden pónze (worden; gaan) en tinde (blijven) zijn geen speciale suffixen beschikbaar. In Oudspokaanse literatuur (van vóór ca. 1800) kunnen we constateren hoe soms de niet-resultatieve verbalisatiesuffixen -are en -ÿne (§ 44.1) aan een resultatief gehecht worden.
Bijvoorbeeld:
- Do pónze nexennts = †Do nexenntsare.
Hij wordt te hardhandig.
- Ef tinde hupsterr = †Ef hupsterrÿne.
Het blijft te groot.
- Óps pónze pôrre = †Óps pôrreare of †Óps pôrrare.
Zij worden te arm.
- Ef wónzol tinde lemme = †Ef wónzol lemmeÿne of †Ef wónzol lemmÿne.
Het weer blijft te zoel.
De paragogische e, of de res.-suffixen -e of -te bleven voor de verbalisatiesuffixen -are en -ÿne behouden om te voorkomen dat de geverbaliseerde res.-vorm identiek werd aan de geverbaliseerde niet-res.-vorm. Vergelijk a. met b.:
- Ef texo pónze pjoh = Ef texo pjohare.
- Ef texo pónze pjohe = †Ef texo pjoheare.
|
Het mes wordt bot. Het mes wordt te bot.
|
- Do tinde risitt = Do risittÿne.
- Do tinde risitte = †Do risitteÿne.
|
Hij blijft dweepziek. Hij blijft te dweepziek.
|
Het valt buiten het kader van dit grammaticaboek om nader in te gaan op de Oudspokaanse verbalisatie- en resultatiefvormen. Deze materie wordt uitvoerig behandeld in Evergreen (1964) en in Rifo Ef Prusot (1953).
|
Zodra deze paragogische e niet meer het laatste element van het additief is, wordt het een "gewone" e, uitgesproken als [e].
|
|