Een complete Nederlands-
talige grammatica van het
Spokaans, geschreven
vanuit een Nederlands
perspectief.

Grammatica van het Spokaans

Home       Inhoud       Registers       Hoofdmenu SPARC       Taalmenu SPARC


<< Hoofdstuk 60 | Hoofdstuk 62 >>

6. Genitief, resultatief en reduplicatie

61. Nominale resultatief


Opbouw van dit hoofdstuk:
  1. Resultatief van substantieven met een variabel accent
  2. Resultatief van substantieven met een gefixeerd accent
  3. Resultatief van substantieven waarbij de oppositie variabel~gefixeerd
        accent geen rol speelt

    Substantieven op twee of meer vocalen
  4. Resultatief van substantieven in het meervoud
    1. Resultatief van concr.subst.n in het meervoud
    2. Resultatief van abstr.subst.n in het meervoud
    3. Resultatief van subst.n met een onregelmatige meervoudsvorm
  5. Resultatief van eigennamen
  6. Resultatief van voornaamwoorden
Blokken:

61.1

Evenmin als voor de genitief (Hoofdstuk 60), bestaan er voor de resultatief (res.) duidelijke aanwijzingen dat deze als een "echte" naamval beschouwd moet worden. Bij een resultatief wegen de argumenten tegen een naamvalsconcept nog zwaarder dan bij een genitief, en wel om het volgende:

61.2

Een res.-vorm is niet alleen mogelijk bij substantieven (en subst.-vervangende constituenten als eigennamen, pers.vnw.n ed.), maar ook bij additieven, verbalisaties van additieven, en bij overige werkwoorden. Naamvallen van additieven en werkwoorden zijn per definitie ongebruikelijk.

61.3

Een genitief drukt een relatie tussen twee constituenten uit, namelijk een bezitsrelatie. Een resultatief daarentegen drukt zelf géén relatie uit maar voegt iets toe aan een bestaande relatie. Zo betekent toevoeging van de notie "nominale resultatief" (nom.res.) aan het object, dat de relatie predikaat-object een definitief aspect krijgt. Dat wat het predikaat uitdrukt heeft een zodanig effect op het object, dat dit, algemeen gesteld, "er niet meer is". In a. staat een algemeen object (dat niet als zodanig gemarkeerd is, behalve dan in de woordvolgorde), in b. staat een resultatief object:

  1. Do tânpe ef vasa.   Hij laat de vaas vallen.
  2. Do tânpe ef vasae.   Hij laat de vaas kapot vallen.

  1. Gress kelde ef cafer.   Ik gebruik [van] de koffie.
  2. Gress kelde ef caferr.   Ik verbruik de koffie. (= ik maak de koffie op)

  1. Ef chat bytelije pai do. Noot 1   De kat wordt door hem geslagen.
  2. Ef chatte bytelije pai do. Noot 1   De kat wordt door hem doodgeslagen.


Noot 1 In de terminologie van het Spokaans is een passieve zin een zin waarin het object de functie van kern heeft. Het is dus niet zo dat een object in een actieve zin een subject in de passieve variant wordt. Zie verder vanaf § 90.3.

61.4

De toevoeging van de notie "additivische resultatief" (add.res.) aan een additief betekent dat de relatie additief-fundament een overmatigheidsaspect krijgt, ofwel: datgene wat het additief uitdrukt, is in een te grote mate aanwezig voor de entiteit (= fundament) die door dit additief nader bepaald wordt. Een resultatief additief vormt de trap van overmatigheid (tr.ovmt.) zoals reeds genoemd is in § 43.17-18. Bijvoorbeeld:

  • Dena bof melde hupsterr furt tu.   Deze broek is te groot voor jou.
  • Gress ororÿne ef mintepott trâjen.   Ik zaag de te lange balken af.

61.5

De resultatief van additieven wordt verder behandeld in Hoofdstuk 63. Alvorens nader in te gaan op de gebruiksregels en de betekenis van de nom.res. wordt eerst besproken hoe deze resultatief gevormd wordt. Hierbij is het noodzakelijk om enige aandacht aan de fonologische ontwikkelingen van het Spokaans te besteden.
In tegenstelling tot de meeste andere syntactische verschijnselen in het Spokaans wordt de nom.res. (die we in dit hoofdstuk kortweg resultatief zullen noemen) in principe niet gevormd met behulp van determinanten of affixen, maar door middel van accentverschuiving binnen het woord. In een aantal gevallen is accentverschuiving onmogelijk, en dan wordt er van suffixen gebruik gemaakt. Dit komt voornamelijk ter sprake bij woorden met een gefixeerd accent, en bij monosyllabische woorden.

61.6

Accentverschuiving brengt een aantal secundaire kenmerken met zich mee, zoals verlenging van de accentdragende vocaal en wijziging van variabel in gefixeerd accent.
Bij veel monosyllabische woorden zijn het deze secundaire kenmerken die ervoor pleiten om net te doen of er van accentverschuiving sprake is. In feite blijft het accent bij monosyllabische woorden natuurlijk behouden op de enige aanwezige lettergreep.

61.7

Achtereenvolgens wordt behandeld de res.-vorming van:

  1. substantieven met een variabel accent
  2. substantieven met een gefixeerd accent (vanaf § 61.24)
  3. substantieven waarbij het soort accent er niet toe doet (vanaf § 61.31)
  4. substantieven in het meervoud (vanaf § 61.52)
  5. eigennamen (vanaf § 61.79)
  6. voornaamwoorden (§ 61.93)

Voor de res.-vorming van substantieven speelt het onderscheid tussen CONCREET, SEMI-CONCREET en ABSTRACT geen rol (behalve als het substantief op het suffix -os eindigt, zie § 61.32).

61.8   ad § 61.7   A. Resultatief van substantieven met een variabel accent

In polysyllabische substantieven met een variabel accent ligt het hoofdaccent op de voorlaatste lettergreep (het woord is een paroxytonon). Als een dergelijk substantief door suffigering of in een onscheid.samst. met nieuwe lettergrepen uitgebreid wordt, zal het hoofdaccent dienovereenkomstig naar rechts verschuiven, om op de nieuwe voorlaatste lettergreep terecht te komen. Ook bij monosyllabische substantieven is deze verschuiving na suffigering of in onscheid.samst.n waar te nemen. Bij prefigering van een monosyllabisch woord verschuift het accent naar links.
Dikwijls krijgen een of meer andere lettergrepen een nevenaccent als het hoofdaccent naar rechts verschuift, maar dat is voor de theorie van de res.-vorming niet relevant, en daarom zullen de nevenaccenten hier genegeerd worden. In plaats van "hoofdaccent" zal daarom gewoon van "accent" gesproken worden. In de volgende voorbeelden is de vocaal met het voor ons relevante hoofdaccent vet:

  • storâs ~ storâsa
  • arpinzol ~ arpinzôle
  • miflif ~ miflifclén
  • kelbra ~ kelbrafâsto
  • vrôk ~ vrôkukér
  • smurf ~ skosmurf
    verhaal ~ verhalen
    plan ~ plannen
    venster ~ ruitewisser
    tafel ~ tafelkleed
    methode ~ landbouwmethode
    geld ~ zakgeld

61.9

Bij alle polysyllabische substantieven met een dergelijk variabel accent wordt de resultatief in principe gevormd door het accent naar de laatste lettergreep te verschuiven. Een paroxytonon wordt dus een oxytonon. Deze accentverschuiving maakt van het oorspronkelijke variabele accent nu een gefixeerd accent, en zoals reeds in § 11.19 geconstateerd is, is een vocaal met een gefixeerd accent altijd lang. De primaire eigenschap is "accentdragend"; de secundaire eigenschappen zijn "lange vocaal" en "gefixeerd accent", en deze eigenschappen worden in de spelling uitgedrukt door dubbelschrijving van de consonant welke onmiddellijk achter de accentdragende, lange, vocaal volgt. Bijvoorbeeld (× markeert abstracte substantieven):

  • storâs ~ storâss
  • miflif ~ mifliff
  • miflifclén ~ miflifclénn
  • arpinzol ~ arpinzoll
  • quimets ~ quimetts
  • rapors ~ raporrs
  • vasðenc ~ vasðennc
  • hérôgst ~ hérôggst
  • uxârt ~ uxârrt ×
  • vozaben ~ vozabenn ×
    verhaal
    venster
    ruitewisser
    plan
    evenwicht
    rapport
    handvat van een teil
    bereklauw (plant)
    verdriet
    beleg (v. stad)

61.10

Omdat de x, de h, de c (in ch) en de r (in ÿr Noot 1) nooit verdubbeld kunnen worden, moet de resultatief van substantieven die op deze letters eindigen, op andere wijze gevormd worden. Dit komt in § 61.21 ter sprake.
De x en ch vormen ook problemen als zij voorafgegaan worden door een andere consonant die zich op de positie van de verdubbeling bevindt, zoals in rÿterx (gekaarde wol) of quilch (ruin). Hoe de resultatief van dergelijke substantieven gevormd wordt, wordt behandeld in § 61.22.


Noot 1 De combinatie ÿrr wordt alleen geschreven als ÿr de klankwaarde [ÿjer] verliest. Vergelijk: ÿra [ÿjera] ~ ÿrra [ÿra].
De klankwaarde [ÿjer] van ÿr blijft ook bij de resultatief behouden en daarom kan de r niet verdubbeld worden. Zie ook § 11.2.

61.11

Bij polysyllabische substantieven met een variabel accent, welke op een vocaal eindigen kunnen de accentverschuiving en vocaalverlenging natuurlijk niet uitgedrukt worden door dubbelschrijving van een erop volgende consonant.
Tot omstreeks 1750 was het gebruikelijk om aan dergelijke substantieven de letter -h te voegen. Deze h was stom en wordt niet als suffix beschouwd, maar als een soort diacritisch teken om de vocaalverlening aan te geven. Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw vond echter een verschijnsel opgang dat bekend staat onder de naam paragoge, waarmee bedoeld wordt dat het substantief onder invloed van de verlenging van de eindvocaal verrijkt wordt met een extra lettergreep, en wel een schwa ([ê]). Mede onder invloed van de Ergynne-geleerde en taalkundige Quny Zâtreff-Ef Nutter (1720-1799) is deze paragogische schwa een element van de spelling geworden, in die zin dat de "diacritische" h vervangen werd door een (als [ê] uitgesproken) e. Tussen de oorspronkelijke eindvocaal en de toegevoegde e wordt, geheel volgens de regels (zie § 11.5, letter (w), een [w] ingelast.
De ontwikkeling blijkt uit de volgende voorbeelden (beklemtoonde vocaal is vet; × markeert abstracte substantieven):

  • kelbra ~ kelbrah > kelbrae
  • feldariy ~ feldariyh > feldariye
  • bajuftô ~ bajuftôh > bajuftôe
  • cho'atô ~ cho'atôh > cho'atôe ×
  • ybe ~ ybeh > ybee ×
  • uzra'e ~ uzra'eh > uzra'ee Noot 1
    tafel
    kast
    beek
    wanhoop
    stagnatie; oponthoud
    omtrek


Noot 1 De apostrof staat voor een glottisslag en deze wordt als consonant beschouwd. Uzra'e eindigt dus evenals ybe op een consonant + vocaal. Zie ook § 61.50.

61.12

Merk op dat de paragogische e toegevoegd is onder invloed van vocaalverlenging, en dus geen "echt" suffix is, zoals bijvoorbeeld het verbale suffix -e, dat van een substantief een werkwoord kan maken. Zo'n verbaal suffix heeft evenmin als elk ander suffix enige invloed op de lengte van een voorafgaande vocaal. Vergelijk de lange vocaal gevolgd door een paragogische e in a. met de korte vocaal gevolgd door het verbale suffix -e in b.:

  1. feldariye   [feLdarî:wê]
  2. feldariye   [feLdarîwê]
    kast (resultatief)
    verbergen (verbale afleiding van feldariy)

  1. nâzjae   [nâzja:wê]
  2. nâzjae   [nâzjawê]
    kenmerk (resultatief)
    kenmerken (werkwoord)

61.13

Bij monosyllabische substantieven is accentverschuiving natuurlijk onmogelijk, maar het secundaire kenmerk "vocaalverlenging" kan bij dergelijke substantieven wèl uitgedrukt worden. Geheel analoog aan de polysyllabische substantieven op een vocaal (§ 61.11) geldt voor monosyllabische substantief op een vocaal dat zij tot ongeveer 1750 van een "diacritische" h voorzien werden, en tegenwoordig met een paragogische e verlengd worden. Vergelijk de voorbeelden in § 61.11 met:

  • fe ~ feh > fee
  • bû ~ bûh > bûe
  • piy ~ piyh > piye
    oor
    boei
    damspel

61.14

Ook bij monosyllabische substantieven op een vocaal moet er onderscheid gemaakt worden tussen (i) een lange vocaal, gevolgd door deze als schwa uitgesproken e en (ii) het "echte" suffix -e dat nooit als schwa klinkt (zie ook § 61.12):

  1. piy > piye [pî:wê]
  2. py > piye [pîwê]
    damspel (resultatief)
    eksters (onregelm. meerv. met suffix -e)

61.15

Monosyllabische substantieven die op één consonant eindigen, kennen (evenals de monosyllabische substantieven op een vocaal, zie § 61.13), een resultatief die gebaseerd is op het secundaire kenmerk "vocaalverlenging". Tot ca. 1750 werd deze resultatief geheel op regelmatige wijze gevormd d.m.v. consonantverdubbeling, maar omdat ook deze vormen gevoelig zijn geworden voor paragoge, wordt er tegenwoordig een paragogische e toegevoegd (vergelijk § 61.14):

  • ÿf ~ ÿff > ÿffe
  • chys ~ chyss > chysse
  • strût ~ strûtt > strûtte
    onderdeel
    bries; sterke wind
    struisvogel

61.16

Let ook nu weer op het verschil in uitspraak tussen een paragogische schwa, en het suffix -e:

  1. chys > chyssey:sê]
  2. chys > chyseyse]
    bries (resultatief)
    flink waaien (verbale afleiding van chys)

In tegenstelling tot bij substantieven op een vocaal (§ 61.14), kan hierboven de vocaalverlenging expliciet uitgedrukt worden door consonantverdubbeling (s > ss).

61.17

De x wordt nooit verdubbeld. De x is na een vocaal fonetisch gezien één symbool voor twee consonanten ([ks] of [k?]) en de substantieven die op een vocaal + x eindigen worden bij de res.-vorming dan ook behandeld als substantieven die op twee of meer consonanten eindigen. Zie § 61.20-21.

61.18

De h en de r (van ÿr) werden tot ca. 1750 op regelmatige wijze verdubbeld om de vocaalverlenging uit te drukken. Toen ook bij dit soort substantieven de paragogische e zijn intrede deed en deel van de spelling ging uitmaken, is de verdubbeling van de h en de r ondanks de in stand gehouden vocaalverlenging weer ongedaan gemaakt. Dit geldt voor zowel mono- als polysyllabische substantieven op h en ÿr; vergelijk:

  • kah ~ kahh > kahe [kâ:hê]
  • duh ~ duhh > duhe [dû:hê]
  • pÿr ~ pÿrr > pÿre [pÿ:jerê] Noot 1
  • echuh ~ echuhh > echuhe [eçû:hê]
  • klarbÿr ~ klarbÿrr > klarbÿre [klaRbÿ:jerê]
  • mipÿrs ~ mipÿrrs > mipÿrse [mipÿ:jeRsê]
    kade
    gebaar
    eeuw
    pomp
    oever
    uiterlijk


Noot 1 Hoewel uitgesproken met twee lettergrepen, wordt ÿr beschouwd als één lettergreep. De tweede lettergreep is altijd accentloos en heeft zich feitelijk ontwikkeld uit een korte schwa ([°]) welke ingevoegd is om te voorkomen dat de r de uitspraak van de ervoor staande ÿ beïnvloedt. Zie ook § 11.2.

61.19

Ook bij substantieven op h en ÿr moet gewezen worden op het verschil in uitspraak tussen de resultatief met een paragogische schwa, en een suffigering met -e:

  1. pÿre [pÿ:jerê]
  2. pÿre [pÿjere]
    eeuw (resultatief)
    gek zijn (verbalisering van pÿr (gek))
  1. kahe [kâ:hê]
  2. tmâhe [tmâhe]
    kade (resultatief)
    verhinderen; tegenhouden

61.20

Bij monosyllabische substantieven met een variabel accent, welke eindigen op twee of meer consonanten, wordt de resultatief niet door middel van het secundaire kenmerk "vocaalverlenging" gevormd, maar door middel van een grammaticaal suffix. Dit suffix is -e (uitgesproken als [e]), en moet niet verward worden met de paragogische e (uitgesproken als [ê]) die in de vorige paragrafen is behandeld, en een gevolg was van vocaalverlenging. Noot 1 Bijvoorbeeld:

  • móns ~ mónse
  • lâst ~ lâste
  • flâng ~ flânge
  • jurft ~ jurfte
  • huch ~ huche Noot 2
  • wynch ~ wynche Noot 2
  • bôx ~ bôxe Noot 3
  • tex ~ texe Noot 3
  • pârx ~ pârxe
  • enx ~ enxe
  • ðÿrm ~ ðÿrme Noot 4
  • mÿrt ~ mÿrte Noot 4
    storm
    vocht
    [wiel]flens
    wieg (aan plafond hangend)
    overwinning
    trots
    doos
    dijk
    mijt (insekt)
    vuurgloed
    welvaart
    schoorsteen


Noot 1 Het verschil tussen een paragogische schwa en het suffix -e komt ook tot uitdrukking in de wijze waarop woorden afgebroken worden (zie ook § 11.41). De lettergreep waarin de schwa voorkomt kan niet "zelfstandig optreden" en dus van de rest van het woord gescheiden worden. Het suffix -e kan dat wel: =ste, lâs=te, =xe en tmâ=he zijn acceptabele afbrekingen; *chys=se en *ka=he zijn dat niet.

Noot 2 Aan het eind van een woord staat ch inderdaad voor twee consonanten, namelijk [kH]; zodra ch gevolgd wordt door het suffix -e, wordt ch uitgesproken als [ç] en is daarmee één consonant geworden. Zie ook § 11.2.

Noot 3 Daar de x een teken is voor twee consonanten ([ks] of [kþ]), vallen ook substantieven die op een x eindigen onder de groep van "substantieven op twee of meer consonanten".

Noot 4 Hoewel ÿr wordt uitgesproken met twee lettergrepen: [ÿjer], waarbij het accent nooit op de e kan liggen, wordt deze combinatie als monosyllabisch beschouwd. Ook woorden als ðÿrm en mÿrt zijn dus monosyllabisch. Zie § 11.2.

61.21

De res.-vorming van polysyllabische substantieven welke eindigen op een vocaal + x of een vocaal + ch is identiek aan die van monosyllabische substantieven op x of ch, zoals behandeld in de vorige paragraaf. De resultatief wordt dus gevormd met het suffix -e, en vocaalverlenging blijft achterwege (vette vocaal draagt het accent):

  • lafex ~ lafexe
  • ingoch ~ ingoche
    schaar
    tong (in de mond)

Toevoeging van het suffix -e heeft - geheel volgens de regels - accentverschuiving tot gevolg, want wat eerst de laatste lettergreep was, is door dit suffix nu de voorlaatste, dus accentdragende, lettergreep geworden. Deze accentverschuiving is hier een secundair kenmerk, veroorzaakt door de toevoeging van een suffix. Dat is iets anders dan primaire accentverschuiving die als secundaire kenmerken "vocaalverlenging" en "paragoge" vertoont.

61.22

Bij polysyllabische substantieven op een consonant + x of op een consonant + ch kan de resultatief in principe op twee manieren gevormd worden:

  1. op de wijze die geldt voor alle polysyllabische substantieven op twee of meer consonanten, dus d.m.v. primaire accentverschuiving en secundaire vocaalverlenging, uitgedrukt door consonantverdubbeling:

    • rÿterx ~ rÿterrx
    • quilch ~ quillch
      gekaarde wol
      ruin

  2. analoog aan de res.-vorming van alle andere substantieven op x of ch, dus d.m.v. het suffix -e, resulterend in secundaire accentverschuiving:

    • rÿterx ~ rÿterxe
    • quilch ~ quilche
      gekaarde wol
      ruin

Hoewel de regelmatige res.-vormen in 1. in alle gebieden voorkomen waar Standaard-Spokaans gesproken wordt, worden de alternatieve vormen in 2. door vele grammatici (onder meer Kojen-Pôt) als de enige juiste resultatieven beschouwd.

61.23

Tot slot zij vermeld dat zowel mono- als polysyllabische substantieven op twee of meer vocalen (klao (klei), ontroâ (matras) ed.) een onregelmatige res.-vorm kennen. Dit wordt behandeld vanaf § 61.42.

61.24   ad § 61.7   B. Resultatief van substantieven met een gefixeerd accent

In alle substantieven met een gefixeerd accent ligt het hoofdaccent op de vocaal welke onmiddellijk aan een consonantverdubbeling voorafgaat. Deze vocaal is tevens lang (zie ook § 11.19). Het is duidelijk dat een gefixeerd accent nooit kan liggen op een eindvocaal - deze kan immers niet door een verdubbelde consonant gevolgd worden. Uitzondering: alle resultatieve vormen van substantieven met een variabel accent hebben een gefixeerd accent gekregen, ook al wordt de (verlengde) vocaal die dit gefixeerde accent draagt, niet gevolgd door een verdubbelde consonant (maar door een paragogische e, zie § 61.15-19).

61.25

Als een substantief met gefixeerd accent door suffigering of in een onscheid.samst. met nieuwe lettergrepen uitgebreid wordt, blijven hoofdaccent (en eventueel nevenaccent) op de oorspronkelijke lettergreep gehandhaafd. Vergelijk (de vocaal met het hoofdaccent is vet):

  • mittor ~ mittôre
  • verres ~ verresres
  • mirra ~ mirraukér
  • hennen ~ hennentiyse
  • nunn ~ stynunn
  • gillt ~ gillteren
    trap ~ trappen
    weelde ~ weeldes
    weg; straat ~ boerenweg
    kip ~ kippevlees
    [voetbal]terrein ~ terreingesteldheid
    ambacht ~ vakvereniging

61.26

De regel voor de res.-vorming van substantieven met een gefixeerd accent is simpel: behoudens de uitzonderingen wordt de resultatief gevormd met het grammaticale suffix -e (uitgesproken als [e]). Bijvoorbeeld:

  • crett ~ crette
  • aerrf ~ aerrfe
  • mittor ~ mittore
  • bellart ~ bellarte
  • molarriy ~ molarriye
  • provvenše ~ provvenšee
  • merrâx ~ merrâxe
  • gillt ~ gillte
  • tupplip ~ tupplipe
  • toopp ~ tooppe
    kreet
    hengst
    trap
    leerling
    pap; brij
    provincie
    ledikant
    ambacht
    reis
    zandplaat

61.27

Als dergelijke substantieven met een gefixeerd accent deel uitmaken van een onscheid.samst., zoals vele voorbeelden in § 61.25, wordt de resultatief eveneens met het suffix -e gevormd:

  • mirraukér ~ mirraukére
  • stynunn ~ stynunne
  • gillteren ~ gillterene
    boerenweg
    terreingesteldheid
    vakvereniging

61.28

Bij een aantal substantieven met gefixeerd accent is de res.-vorm identiek aan de basisvorm. Dit zijn (op 2 uitzonderingen na) altijd woorden met drie of meer lettergrepen, zoals:

  • kullemit
  • môlarres
  • aptoppat
  • challere
  • vallinrân Noot 1
  • raddyf
  • šaferr Noot 2
    logeerkamer
    hok; kooi
    museum
    verstrooidheid
    veldslag
    soldeerbout
    drenkeling (die reeds verdronken is)

Daar ongemarkeerde resultatieven tot de onregelmatige vormen gerekend worden, zijn zij opgenomen in Appendix 190.


Noot 1 En verder alle Pegrevische leenwoorden op -ân welke het accent op de eerste lettergreep dragen. Zij hebben alle iets te maken met strijd en ridderschap, zoals: eccontân (oorlogsvloot), limmerân (achterhoede), ennderân (schildknaap), enz.

Noot 2 Dit is eigenlijk al een resultatief. Zie § 61.51 punt 2.

61.29

Voorts missen alle substantieven die samengesteld zijn met de lexicale prefixen menn- (hoofd-) (§ 21.3), palle- (tegen-, terug-, weer-) en pazzo- (grond-, aard-) een gemarkeerde res.-vorm. Bijvoorbeeld:

  • mennârtycla
  • mennweg
  • mennstâgatjen
  • palleðobiyros
  • pallewencât
  • pazzofâsto
  • pazzodelper
    hoofdartikel
    autosnelweg
    hoofdsrolspeler
    tegenstelling
    reactie
    grondzeil
    graafmachine; dragline

61.30

Evenals substantieven met een variabel accent op twee of meer vocalen, krijgen ook substantieven met een gefixeerd accent op twee of meer vocalen een onregelmatige res.-vorm. Vergelijk ook § 61.23. Zie verder § 61.42-51.

61.31   ad § 61.7   C. Resultatief van substantieven waarbij de oppositie variabel ~ gefixeerd accent geen rol speelt

Bij een deel van de substantieven wordt de vorm van de resultatief uitsluitend of mede bepaald door het grammaticale of lexicale affix waarmee dit substantief gevormd is. Bij dergelijke substantieven maakt het niet uit of het accent variabel dan wel gefixeerd is, en of het woord mono- dan wel polysyllabisch is.

61.32

Het suffix -os waarmee substantieven van een werkwoord zijn afgeleid (§ 20.17-18) is uitsluitend bepalend voor de resultatief:

  1. Alle concrete substantieven op het suffix -os krijgen voor de resultatief het suffix -ot (i.p.v. -os):

    • lappos ~ lappot
    • zaloos ~ zaloot Noot 1
    • ÿrðos ~ ÿrðot
    • blaffos ~ blaffot
      stap
      ondertekening
      uitgeverij
      commando; belastingaanslag

  2. Alle abstracte substantieven op het suffix -os blijven voor de resultatief ongemarkeerd:

    • uneros
    • juos
    • blaffos Noot 2
      begrip
      overeenstemming
      eis

Substantieven die met het suffix -os zijn afgeleid, vormen de enige groep van substantieven waarbij het onderscheid CONCREET ~ ABSTRACT relevant is voor de bepaling van de juiste res.-vorm.


Noot 1 Maar: zaloos ~ zalooss (broeikas), want hier is os géén suffix!
Noot 2 Vergelijk ook het concrete subst. blaffos (commando; belastingaanslag) in a. hierboven.

61.33

Omdat de genominaliseerde werkwoorden met de circumfixen ÿ--os, ÿ--elijos en ÿ--elitâs (of l- i.p.v. ÿ-) beschouwd worden als subst.n van de categorie ABSTRACT (§ 126.34), geldt ook voor deze vormen, dat de resultatief ongemarkeerd is:

  • Elsaex larkettos   Elsa's huilen; het huilen van Elsa
  • ef mimpitex ÿtrempelijos   het lezen van het boek
    (lett. "het gelezen-worden van het boek")

61.34

Ook de lexicale prefixen menn-, palle- en pazzo- zijn uitsluitend bepalend voor de vorm van de resultatief: de resultatief blijft ongemarkeerd, maar dat is al besproken in § 61.29.

61.35

Verder is het leen-suffix -lôiy (-logie) uitsluitend bepalend voor de vorm van de resultatief: de resultatief wordt gevormd door toevoeging van het suffix -t:

  • biolôiy ~ biolôiyt
  • psygolôiy ~ psygolôiyt
    biologie
    psychologie

61.36

Naast de uitsluitend-bepalende affixen bestaan er ook mede-bepalende affixen. Hiermee wordt bedoeld dat er behalve het affix nog een kenmerk aanwezig moet zijn dat van invloed is op de vorm van de resultatief, en wel: het substantief moet op twee of meer vocalen eindigen (het mede-bepalende affix moet dus voorafgegaan worden door een of meer andere vocalen).

61.37

De volgende grammaticale affixen zijn mede-bepalend voor de vorm van de resultatief:

  1. -iy (voor de nominalisatie van additieven, zie § 20.35):

    • nâšÿ ~ nâšÿiy
    • réte ~ réteiy
      heftig ~ heftigheid
      onbeleefd ~ onbeleefdheid

  2. -a (feminiserend suffix, zie § 22.3):

    • glyda ~ glydaa
    • kânguru ~ kângurua
      lid ~ vrouwelijk lid
      kangoeroe ~ vrouwtjeskangoeroe

  3. to--ÿ (groep of collectief, zie § 21.5):

    • geffy ~ togeffyÿ
    • lôbâ ~ tolôbâÿ
    • ÿkaô ~ ÿkaôÿ
      appel ~ appelboom
      rots ~ rotspartij, rotsmassa
      vesting ~ garnizoensplaats

  4. --e (gebrek of tekort, zie § 21.5):

    • pleko ~ nâplekoe
    • glydaa ~ nâglydaae
      zand ~ gebrek aan zand
      vrouwelijk lid ~ gebrek aan vr. leden

61.38   ad § 61.37   a.

Alle substantieven die eindigen op een vocaal + -iy hebben in principe een ongemarkeerde resultatief:

  • nâšÿiy
  • réteiy
    heftigheid
    onbeleefdheid

Uitzondering 1: bij ongeveer 15 substantieven op vocaal + -iy wordt de resultatief gevormd door het suffix -te (i.p.v. -iy), bijvoorbeeld:

  • jolaiy ~ jolate
  • joiy ~ jóte Noot 1
  • rexuiy ~ rexute
    vrijheid
    genoegen, plezier
    nalatigheid


Noot 1 Let op dat de o verandert in ó. Deze diftongering vindt dikwijls plaats bij de vorming van onregelmatige resultatieven. Zie ook § 61.48.

Uitzondering 2: enkele substantieven op vocaal + -iy hebben een onregelmatig gemarkeerde res.-vorm, bijvoorbeeld:

  • frondoiy ~ frondott
  • primitâiy ~ primitâe
    opbolling, bobbel
    bekwaamheid

Als een substantief op het suffix -iy een onregelmatige resultatief bezit, heeft deze iy zijn suffix-karakter als het ware verloren, want alle substantieven op twee (of meer) willekeurige eindvocalen hebben immers een onregelmatige resultatief, inclusief die substantieven welke "toevallig" op iy eindigen, zoals:

  • ðâftyiy ~ ðâftyte Noot 2
  • raiy ~ ratte
  • frišoiy ~ frišót
    kastanjeboom
    boomtop
    bak/rookhuisje (bij een boerderij)


Noot 1 Omdat iy hier geen grammaticaal suffix is (*ðâfty bestaat immers niet), wordt ðâftyte als een onregelmatige res.-vorm beschouwd.

Alle substantieven op een of meer vocalen + -iy die een gemarkeerde resultatief hebben, zijn opgenomen in Appendix 190.

61.39   ad § 61.37   b.

Bij alle substantieven die eindigen op een vocaal + -a wordt de resultatief gevormd door het suffix -t:

  • glydaa ~ glydaat
  • kângurua ~ kânguruat
    vrouwelijk lid
    vrouwtjeskangoeroe

Uitzondering:

  • knitya ~ knityte   edelvrouw

61.40   ad § 61.37   c.

Substantieven die samengesteld zijn met to--ÿ krijgen als resultatief to--e, indien -ÿ voorafgegaan wordt door een of meer vocalen:

  • togeffyÿ ~ togeffye
  • tolôbâÿ ~ tolôbâe
  • toÿkaôÿ ~ toÿkaôe Noot 1
    appelboom
    rotsmassa, rotspartij
    garnizoensplaats

Uitzondering 1: twee lange samst.n met to--ÿ en gefixeerd accent hebben een ongemarkeerde resultatief:

  • tolutterafatjenÿ
  • todemarrinÿ Noot 2
    omstanders, toeschouwers
    fokvee

Uitzondering 2: drie samst.n met to--ÿ krijgen als resultatief to--te:

  • tokurreÿ ~ tokurrete
  • torojiÿ ~ torojite
  • towocheÿ ~ towochete Noot 3
    vermogen
    lettergreep, lettergreep
    grille (v. auto)


Noot 1 Toÿkaôÿ en toÿkaôe worden meestal uitgesproken als [towÿkôwÿ] resp. [towÿkôwe].
Noot 2 Boeren gebruiken echter wel de res.-vorm todemarrine als zij 'geslacht fokvee' bedoelen.
Noot 3 Vergelijk het verwante substantief toocheÿ (traliewerk, hekwerk). Hiervan is de resultatief regelmatig, dus toochee. Zowel towocheÿ als toocheÿ (zelfde uitspraak) zijn afgeleid van woche (spijl, tralie).

61.41   ad § 61.37   d.

Substantieven die samengesteld zijn met --e krijgen als resultatief --te indien -e voorafgegaan wordt door een of meer vocalen:

  • nâplekoe ~ nâplekote
  • nâglydaae ~ nâglydaate
  • nâkelbrae ~ nâkelbrate
    gebrek aan zand
    gebrek aan vrouwelijke leden
    tekort aan tafels

61.42

Alle overige substantieven die eindigen op twee of meer vocalen hebben een onregelmatige (improductieve) res.-vorm. We kunnen een aantal onregelmatigheden onderscheiden maar er bestaan geen regels die ons vertellen welke substantieven welke onregelmatigheid volgen. Zie hiervoor Appendix 190.
Overzicht van de verschillende soorten onregelmatigheden:

61.43

Improductief res.-suffix -t:

  • aniâ ~ aniât
  • cacoû ~ cacoût
  • roiy ~ roiyt
  • ÿkaô ~ ÿkaôt
    vermaak, plezier
    cacao
    boswachter
    vesting

Ruim 20 substantieven krijgen het res.-suffix -t. Hieronder vallen ook de Pegrevische leenwoorden met een syllabische m of n (zie § 61.51).

61.44

Improductief res.-suffix -t + vocaaldeletie en/of vocaalwijziging (ongeveer 15 substantieven):

  • cvoa ~ cvót
  • diô ~ diet
  • kraié ~ krait
  • mojeruoû ~ mojeruot
  • šarkoû ~ šarkout
  • lippio ~ lippót
  • xâreé ~ xâreet
    haver
    god
    stroop
    schaapherder
    herder
    poot
    aannemelijkheid

61.45

Improductief res.-suffix -tt, meestal met vocaaldeletie (ongeveer 20 substantieven):

  • cieu ~ ciutt
  • enmÿe ~ enmÿtt
  • mai ~ matt mei
  • dÿfei ~ dÿfétt Noot 1
  • jopa'i ~ jopatt Noot 2
    voorraadschuur
    vijand
    (maand)
    staking
    ongenoegen

Bij twee substantieven ontbreekt de vocaaldeletie:

  • loa ~ loatt Noot 3
  • fa'i ~ faitt Noot 4
    goede||slechte bui
    vee


Noot 1 Bij dÿfétt is de laatste vocaal bovendien gewijzigd in é.
Noot 2 Zie ook § 61.50.
Noot 3 Zie ook loa ~ lóte (§ 61.48). Loa ~ loatt is een ideoantoniem, zie Hoofdstuk 170.
Noot 4 Bij fa'i vindt er in feite consonantwisseling plaats: de glottisslag (') wordt vervangen door de intervocalische, bilabiale [w]: [fawi:t]. Zie ook § 61.50.

61.46

Laatste vocaal wordt -e (ongeveer 15 substantieven):

  • clalôi ~ clalôe
  • hay ~ hae
  • patio ~ patie
  • stay ~ stae
  • cÿrlaa ~ cÿrlâe Noot 1
    meel, bloem
    tarwe
    snoer, kabel, draad
    kralen
    ooievaar


Noot 1 Bij cÿrlaa krijgt de a bovendien een pira: cÿrlâe.

61.47

Laatste vocaal wordt -te (ongeveer 45 substantieven):

  • aféu ~ aféte
  • defôliya ~ defôliyte
  • éa ~ éte
  • januy ~ janute
  • februy ~ februte
  • rexuiy ~ rexute Noot 1
  • jolaiy ~ jolate Noot 1
    iets waar je op uitgekeken raakt, wat begint te vervelen
    plaaggodin
    houvast, grip (lett.)
    januari
    februari
    nalatigheid
    vrijheid


Noot 1 Zie ook § 61.38, uitzondering 1.

61.48

Als de laatste vocaal verandert in -te, en de een na laatste vocaal is een o, dan wordt deze gediftongeerd tot ó:

  • boa ~ bóte
  • coe ~ cóte
     
  • efantoiy ~ efantóte
  • méjoa ~ méjóte
  • loa ~ lóte Noot 1
    boa (slang)
    lei (om bij middeleeuwse oorlogsvoering
    berichten in codevorm door te geven)
    jeugd
    kwade, boze
    vuur

Uitzonderingen:

  • quruboiy ~ qurubote Noot 2
  • querdoiy ~ querdote Noot 2
    veiligheid
    ongelijkheid


Noot 1 Zie ook loa ~ loatt (§ 61.45).
Noot 2 Deze substantieven horen bij § 61.38, uitzondering 1.

61.49

Twee bijzondere vormen van -te-toevoeging zijn:

  1. -te wordt achter de laatste vocaal geplaatst (let op de diftongering zoals bedoeld in de vorige paragraaf: één substantief):

    • duo ~ duóte   duo

  2. de vocaal voor -te wordt verlengd (ortografisch uitgedrukt door -tte; vier substantieven):

    • leé ~ létte Noot 1
    • rafeo ~ rafette
    • raiy ~ ratte Noot 2
    • reo ~ rette
      leeuw
      koek, gebak, biscuit
      boomtop
      maaltijd


Noot 1 Bovendien verandert hier de e in é.
Noot 2 Zie ook § 61.38, uitzondering 2.

61.50

Substantieven die eindigen op twee vocalen welke gescheiden zijn door een apostrof (glottisslag) worden behandeld als substantieven die eindigen op één vocaal, want de glottisslag wordt als consonant ([']) beschouwd, zie § 11.6.
Zo is uzra'e een polysyllabisch substantief met variabel accent op één vocaal. Volgens de regel van § 61.11 wordt de resultatief dus: uzra'ee ([uzra'e:wê]).

Uitzonderingen (zie ook § 61.45):

  • fa'i ~ faitt
  • jopa'i ~ jopatt
    vee
    ongenoegen

61.51

Ten slotte nog enkele bijzondere onregelmatige res.-gevallen:

  1. Pegrevische leenwoorden met een syllabische m of n (§ 11.4) krijgen in de resultatief het suffix -t:

    • zuðekmtâ ~ zuðekmtât
    • uchafmrâ ~ uchafmrât
    • snta ~ sntat
      eerbied
      situatie
      kiezelsteen

  2. Šafer (drenkeling die aan het verdrinken is) en šaferr (drenkeling die reeds verdronken is) hebben geen van beide een gemarkeerde res.-vorm. Eigenlijk is šaferr de oorspronkelijke resultatief van šafer (dit blijkt niet alleen uit de vorm, maar ook uit de betekenis), maar šaferr is zodanig gelexicaliseerd, dat het niet meer als een resultatief beschouwd wordt. Dit blijkt onder meer uit het volgende: het kent de regelmatige meervoudsvorm šaferrs (en niet de speciale meervoudsvorm die voor resultatieven geldt, zie § 61.53); het vervult niet alleen de functie van object, maar ook van subject, echo of voorzetselbepaling.

  3. Het substantief ziycc (bosmuis) kent als variant ziycce. In beide gevallen is de resultatief ziyccee. De vorm ziycce is dus nooit de resultatief van ziycc.

  4. Het substantief halfâmpiyya (kerstpastei) heeft een ongemarkeerde res.-vorm.

61.52   ad § 61.7   D. Resultatief van substantieven in het meervoud

De res.-vorm van een meervoudig substantief is afhankelijk van de wijze waarop dit meervoud gevormd wordt. Allereerst moet er onderscheid gemaakt worden tussen:

  1. het meervoud van concr.subst.n
  2. het meervoud van abstr.subst.n (vanaf § 61.59)
  3. onregelmatige meervoudsvormen (altijd voor concr.subst.n en voor slechts
    twee abstr.subst.n, zie ook § 30.44) (vanaf § 61.62)

61.53   ad § 61.52   a. Resultatief van concr.subst.n in het meervoud

Als de meervoudsvorm op -s eindigt (basis van de hoofdregel, § 30.3), is het res.-suffix -es. Bijvoorbeeld:

  • ferdus ~ ferduses
  • zillepips ~ zillepipses
  • trempatjens ~ trempatjenses
  • mustrifs ~ mustrifses
  • flâs ~ flâses
  • emošos ~ emošoses
  • hoggebims ~ hoggebimses
    stoelen
    daken
    lezers
    schoenmakers
    vlaggen
    emoties
    heerlijkheden

Merk op dat er bij polysyllabische substantieven met een variabel accent sprake is van het secundaire kenmerk "accentverschuiving", omdat het suffix -es een nieuwe lettergreep toevoegt (zoals bij ferdus ~ ferduses).
Ook als een onregelmatige meervoudsvorm op -s eindigt, wordt het res.-suffix -es toegepast. Zie § 61.71.

61.54

Als de meervoudsvorm op -ôsta Noot 1 of -aša (§ 30.10) eindigt, wordt het res.-suffix -t gebruikt. Bijvoorbeeld:

  • kalôsta ~ kalôstat
  • chalenôsta ~ chalenôstat
  • kostôsta ~ kostôstat
  • qutsôsta ~ qutsôstat
  • blaffôsta ~ blaffôstat
  • cômbinaša ~ cômbinašat
    kades
    manoeuvres
    geesten
    ontdekkingen
    commando's; belastingaanslagen
    combinaties


Noot 1 Met "-ôsta" worden hier de meervoudssuffixen -alôsta, -enôsta en -ôsta uit Blok 30.5 bedoeld, en voorts -ôsta uit § 30.7.

61.55

De meervoudssuffixen -cet resp. -set (Blok 30.5) worden veranderd in -ceste resp. -seste. Bijvoorbeeld:

  • lafeset ~ lafeseste
  • teset ~ teseste
  • mÿcet ~ mÿceste
  • ycet ~ yceste
    scharen
    dijken
    radeloosheden
    spades, schoppen

61.56

Het meervoudssuffix -z (na een s; zie Blok 30.5) wordt veranderd in -te. Bijvoorbeeld:

  • kolesz ~ koleste
  • pôlsz ~ pôlste
    scholen
    polsen

61.57

Als de meervoudsvorm op het feminiserende suffix -ÿ eindigt (§ 30.12), zijn er twee mogelijkheden:

  1. als -ÿ achter een consonant staat, wordt het res.-suffix -e toegevoegd. Bijvoorbeeld:

    • frintÿ ~ frintÿe
    • gekkerÿ ~ gekkerÿe
      vriendinnen
      leraressen

  2. als -ÿ achter een vocaal staat, wordt -ÿ door het res.-suffix -e vervangen. Bijvoorbeeld:

    • glydaÿ ~ glydae
    • kânguruÿ ~ kângurue
      vrouwelijke leden
      vrouwtjeskangoeroes

61.58

Als de meervoudsvorm op -aes eindigt, wordt het res.-suffix -e of -te toegevoegd. Het betreft hier leenwoorden die in het Frans op -age eindigen (§ 30.14), zoals:

  • etalaes ~ etalaese = etalaeste
  • bâraes ~ bâraese = bâraeste
    etalages
    stuwdammen (Frans: barrages)

61.59   ad § 61.52   b. Resultatief van abstr.subst.n in het meervoud

De meervoudsvorm -osz (§ 30.39) wordt vervangen door het res.-suffix -oste. Bijvoorbeeld:

  • promisosz ~ promisoste
  • rovretosz ~ rovretoste
  • blaffosz ~ blaffoste
    beloftes
    liefdes
    eisen

61.60

Als de meervoudsvorm gelijk is aan het enkelvoud (abstr.subst.n die gevormd zijn met -iy of -er, zie § 30.40), wordt het res.-suffix -s gebruikt:

  • primitâiy ~ primitâiys
  • ifôciy ~ ifôciys
  • graver ~ gravers
    bekwaamheden
    goedgeefsheden
    ernstigheden

In § 11.3 is uitgelegd dat de iy (normale uitspraak [î]) uitgesproken wordt als [i], zodra met meervoudssuffix -s erachter volgt. Omdat de -s in bovenstaande voorbeelden geen meervoudssuffix maar een res.-suffix is, geldt de regel uit § 11.3 hier dus niet. De juiste uitspraak van primitâiys is derhalve [primitâwîs], en niet *[primitâwis].

61.61

Als de meervoudsvorm eindigt op -s of -es (abstr.subst.n die dezelfde vorm hebben als een additief, zie § 30.42-43), wordt het res.-suffix -et toegevoegd. Bijvoorbeeld:

  • mófs ~ mófset
  • piaquans ~ piaquanset
  • râviys ~ râviyset
  • iylâcses ~ iylâcseset Noot 1
  • wynches ~ wyncheset Noot 1
  • pémahes ~ pémaheset Noot 1
    verboden
    vriendelijkheden
    opmerkingen
    dingen die niet te verwezenlijken zijn
    gevoelens van trots
    smadelijke bejegeningen


Noot 1 In plaats van de resultatieve meervoudsvorm -eset komen we in minder officieel taalgebruik ook wel de gereduceerde vorm -et tegen:

  • iylâcseset = iylâcset
  • wyncheset = wynchet
  • pémaheset = pémahet

61.62   ad § 61.52   c. Resultatief van subst.n met een onregelmatige meervoudsvorm

Van alle meervoudige substantieven die een onregelmatige meervoudsvorm hebben wordt de resultatief gevormd volgens dezelfde regels die voor enkelvoudige substantieven gelden. Het betreft hier uitsluitend concr.subst.n, echter met twee ABSTRACTE uitzonderingen (zie § 61.64). Als het onregelmatige meervoud op een -s eindigt, geldt er een andere regel, zie § 61.71.
In de volgende paragrafen staan voorbeelden met verwijzing naar de regels voor de vorming van de resultatief in het enkelvoud.

61.63   ad § 61.9   Polysyllabisch, variabel accent, een of meer eindconsonanten

Consonantverdubbeling:

  • artiyst ~ artiysst
  • fosten ~ fostenn
  • quarest ~ quaresst
  • ûrozjep ~ ûrozjepp
    artiesten
    samenscholingen
    redes, toespraken
    riemen, peddels; stuurwielen

61.64   ad § 61.11   Polysyllabisch, variabel accent, één eindvocaal

Paragogische e:

  • almuše ~ almušee
  • ceky ~ cekye
  • jabâra ~ jabârae
  • rifomi ~ rifomie
  • wete ~ wetee
  • câre ~ câree Noot 1
  • usta ~ ustae Noot 1
    kappen, capuchons
    tonen
    koningen
    bakkebaarden
    bekers, kroezen, koppen
    daden
    toevallen


Noot 1 Dit zijn de enige twee ABSTRACTE substantieven met een onregelmatig meervoud.

61.65   ad § 61.13   Monosyllabisch, variabel accent, één eindvocaal

Paragogische e:

  • fa ~ fae   oren   (meer voorbeelden niet bekend)

61.66   ad § 61.15   Monosyllabisch, variabel accent, één eindconsonant

Paragogische e:

  • klôt ~ klôtte
  • rec ~ recce
    apen
    rekken, roosters

61.67   ad § 61.20   Monosyllabisch, variabel accent, twee of meer eindconsonanten

Suffix -e:

  • merc ~ merce
  • ÿnt ~ ÿnte
  • zvogt ~ zvogte
    merken, aantekeningen
    orkanen
    opzichters

61.68   ad § 61.21   Mono- of polysyllabisch, variabel accent, eind-x of eind-ch

Suffix -e:

  • ax ~ axe
  • ÿx ~ ÿxe Noot 1
  • urex ~ urexe
    ossen
    klippen; rotspunten
    vletten

(er bestaan geen onregelmatige meervoudsvormen op ch)


Noot 1 Ÿx mag ook geschreven worden als ÿcs. In dat geval is de resultatief ÿcses (§ 61.71).

61.69   ad § 61.26   Gefixeerd accent

Suffix -e:

  • cÿramma ~ cÿrammae
  • gnûrre ~ gnûrree
  • knurren ~ knurrene
  • missisa ~ missisae
  • quizzt ~ quizzte
  • ratt ~ ratte
  • tiysse ~ tiyssee
  • tolôfft ~ tolôffte
    sjaals, dassen
    wilde zwijnen
    otters
    giftige zwammen
    quizes
    (dikke) takken
    muziekinstrumenten
    sardines

61.70   ad § 61.28   Gefixeerd accent

Géén markering:

  • aderessôsa
  • aptoppest
  • lippiones Noot 1
  • mipperper
    adressen
    musea
    poten
    zuilen, kolommen

Meervoudige substantieven met gefixeerd accent en zonder res.-markering zijn opgenomen in Appendix 190.


Noot 1 Zie § 61.72.

61.71

Als een onregelmatige meervoudsvorm op een s eindigt (al dan niet een grammaticaal suffix), vervallen de regels van § 61.63-70 en wordt de resultatief gevormd door het suffix -es. Dit suffix is reeds in § 61.53 behandeld. De resultatief bij onregelmatige meervouden op een s wordt dus gevormd alsof het een regelmatig meervoud op het suffix -s betrof. Bijvoorbeeld:

  • ÿcs ~ ÿcses Noot 1
  • babes ~ babeses
  • dokumentâs ~ dokumentâses
  • dûfts ~ dûftses
  • léges ~ légeses
  • zaftakynes ~ zaftakyneses
  • cresses ~ cresseses
  • terrats ~ terratses
  • omittus ~ omittuses Noot 2
    klippen; rotspunten
    baby's
    documenten
    duivels
    dekens (op bed)
    diefstallen
    vachten
    dagen
    kamers


Noot 1 Ÿcs mag ook geschreven worden als ÿx. In dat geval is de resultatief ÿxe (§ 61.68).
Noot 2 In omittus is de eind-s deel van de nominale wortel. Ook het enkelvoud eindigt dus op deze s, en de meervoudsmarkering is hier het prefix o- (§ 30.19).

61.72

Vier substantieven met een gefixeerd accent, 3 of meer lettergrepen en een onregelmatig meervoud op es hebben echter een ongemarkeerde resultatief:

  • lippiones
  • nuclesses
  • premisses
  • verresres
    poten
    celkernen
    premissen
    weelden

Verder wordt nog de voorkeur gegeven aan een ongemarkeerde res.-vorm nonsenses ((vormen van) onzin, nonsens), omdat de regelmatige res.-vorm nonsenseses een weinig fraaie opeenvolging van e's en s'en vertoont.

61.73

Alle onregelmatige meervoudsvormen die eindigen op twee of meer vocalen hebben tevens een onregelmatige res.-vorm. Zie Appendix 190. Vergelijk de mogelijkheden van onregelmatige res.-vormen bij enkelvoudige substantieven in de volgende drie paragrafen:

61.74   ad § 61.44

Res.-suffix -t met vocaaldeletie en vocaalwijziging (geldt voor substantieven met een gefixeerd accent die in het meervoud -e + pira hebben, zie § 30.18):

  • lassôe ~ lassót
  • tlokkôe ~ tlokkót
    lasso's
    tantes

Uitzondering:

  • villâe ~ villate   villa's   (zie § 61.76)

61.75   ad § 61.45

Res.-suffix -tt, met vocaaldeletie en verlies van de pira (geldt voor substantieven met een variabel accent die in het meervoud -e + pira hebben, zie § 30.18):

  • canôe ~ canott
  • -fâstôe ~ -fâstott
  • pitiye ~ pititt
  • quacrâe ~ quacratt
  • skiye ~ skitt
  • vâtjâe ~ vâtjatt
    kano's
    -kleden, -doeken
    wulpen
    kwartels
    ski's
    vesten

Res.-suffix -tt met vocaaldeletie hebben voorts de substantieven die in het meervoud op aa eindigen:

  • akoraa ~ akoratt
  • kuldraa ~ kuldratt
    mappen; grote enveloppen
    vestibules

En ten slotte nog:

  • decorteo ~ decortett     visioenen

61.76   ad § 61.47

Res.-suffix -te i.p.v. de laatste vocaal. Komt bij meervoudige substantieven alleen voor bij:

  • villâe ~ villate Noot 1     villa's

Ten slotte is er nog een geheel afwijkende res.-vorm van een onregelmatig meervoud:

  • platiranûe ~ platirane     schilderijen


Noot 1 Let op het verlies van de pira: â > a.

61.77

In onderstaand Blok zijn alle resultatief-vormingen voor substantieven in het enkelvoud opgenomen, zoals in de voorgaande paragrafen is besproken:

Resultatief van enkelvoudige substantieven
eindigend op
(beginnend met)
variabel accent gefixeerd
accent
monosyllabisch polysyllabisch
 F O N E T I S C H   U I T G A N G S P U N T
-V
-VV(V)
-V'V
-C
-CC(C)
-h
-ÿr
-ÿrC
-x
-Cx
-ch
-Cch
-Vê *


-2Cê *
-CC(C)e *
-
-ÿrê
-ÿrCe
-xe *
-Cxe
-che
-Cche
-Vê *
 (190) *
-V'Vê
-2C *
-2CC(C) *
-
-ÿrê
-ÿrCê
-xe *
-Cxe of -2Cx
-che
-Cche of -2Cch 
-Ve *
 (190) *
-V'Ve
-Ce ×*
-CC(C)e ×* 
-he
-ÿre
-ÿrCe
-xe
-Cxe
-che
-Cche
 S Y N T A C T I S C H   U I T G A N G S P U N T
-os
(menn-)
(palle-)
(pazzo-)
-lôiy
-Viy nom.
-Va fem.
(to-)-Vÿ
(-)-Ve
PG syll.m/n
PG -ân
-ot +








-t
-ot +



-lôiyt
-Ø †
-Vat
(to-)-Ve ×
(-)-Vte
-t
-ot +



-lôiyt

-Vat
(to-)-Ve ׆
(-)-Vte
-t

-ê paragogische e (geschreven als e) en voorafgaande vocaal lang.
-e suffix -e (uitspraak [e]).
* relevant voor res.-vorming van substantieven met onregelmatig meervoud.
× behoudens de uitzonderingen die ongemarkeerd blijven; zie Appendix 190.
behoudens de uitzonderingen die (anders) gemarkeerd zijn; zie Appendix 190.
+ abstracte substantieven blijven ongemarkeerd (Ø).
(190) zie Appendix 190 (onregelmatige res.-vormen).
ongemarkeerd.
niet van toepassing.
nom. nominalisatie van additieven.
fem. feminiserend.
PG Pegrevische leenwoorden.
-2C consonantverdubbeling.
-VV(V) eindigend op twee of meer vocalen.
-CC(C)  eindigend op twee of meer consonanten.

61.78

In het volgende Blok zijn alle resultatief-vormingen voor substantieven in het meervoud opgenomen, zoals in de voorgaande paragrafen is besproken:

Resultatief van meervoudige substantieven
eindigend op concr.subst.n abstr.subst.n
-s (hoofdregel)
-es
-ôsta
-aša
-cet
-set
-sz
-Cÿ fem.
-Vÿ fem.
-aes FR

-osz
onr. mv. op -s
-ses

-ôstat
-ašat
-ceste
-seste
-ste
-Cÿe
-Ve
-aeste of -aese


-ses ×
-set
-eset of -et








-s
-oste
overig onr. mv.
  (Appendix 190) »»
Res.vorming identiek aan res.-vorming
van enkelvoudige subst.n (Blok 61.77),
alleen de met * gemarkeerde gevallen
zijn relevant voor de res.-vorming van
subst.n met een onregelmatig meervoud.

× behoudens de uitzonderingen; zie Appendix 190.
ongemarkeerd.
niet van toepassing.
fem.  feminiserend.
FR Franse leenwoorden op -age in het Frans.

61.79   ad § 61.7 E.   Resultatief van eigennamen

Met "eigennamen" worden bedoeld: namen van personen, schepen, voertuigen, instanties, verenigingen, geografische namen, enz., ofwel alle woorden die in principe met een hoofdletter geschreven worden. De resultatief van eigennamen wordt in principe op dezelfde wijze gevormd als de resultatief van substantieven.
Wij verwijzen naar het FONETISCH UITGANGSPUNT van Blok 61.77 (het SYNTACTISCHE UITGANGSPUNT is voor eigennamen niet relevant, ook al zou een eigennaam een kenmerk vertonen dat bij het SYNTACTISCH UITGANGSPUNT genoemd staat, zoals een syllabische m (in een Pegrevische eigennaam) of een samst. met to--ÿ, zoals de cafénaam Ef Toleffyÿ (De Perelaar)). Voorbeelden:

  1. Jongens- en meisjesnamen:

    • Lerdu ~ Lerdue; Ber ~ Berre; Biyx ~ Biyxe; Kômurr ~ Kômurre; Ôlmenst ~ Ôlmennst; Pryske ~ Pryskeë Noot 1; Verone ~ Veroneë Noot 1

  2. Achternamen:

    • Vromiy ~ Vromiye; Rusen ~ Rusenn; Bâs ~ Bâsse; Klâft ~ Klâfte; Kârmein ~ Kârmeinn; Oftehynne ~ Oftehynneë Noot 1; Mej ~ Mejje Noot 2; Eepucÿrðeer ~ Eepucÿrðeerr

  3. Geografische namen:

    • Tunbas ~ Tunbass; Hirdo ~ Hirdoe Noot 3; Tanbÿr ~ Tanbÿre; St.Xegriyt ~ St.Xegriytt; Lammafin ~ Lammafine; Kjoep ~ Kjoeppe; Brÿr ~ Brÿre

    • Enelandes ~ Enelandess
    • Renn ~ Renne
    • Stôkhôlm ~ Stôkhôllm
    • Jakila ~ Jakilae
    • Jakilany ~ Jakilanye
    • Opper-zee ~ Opper-zeeë
      Engeland
      Rijn
      Stockholm
      Italië
      Italiaan
      Oostzee

  4. Namen van vaar- en voertuigen:

    • Esperoska ~ Esperoskae
    • Cragerno ~ Cragernoe
    • Zwarte Zee-ka ~ Zwarte Zee-kae
    • Snoopy-no ~ Snoopy-noe
      de Hoop (scheepsnaam)
      de Kraai (locomotievenaam)
      (Nederlandse sleepboot)
      (autonaam)

  5. Namen van instanties, merken, verenigingen enz.:

    • Tof ~ Toffe
    • Riynek ~ Riynekk
    • Ef Cômiys ~ Ef Cômiyss
       
    • Milbonolac ~ Milbonolacc
      (autofabriek te Tsjech)
      (porseleinmerk)
      (lett. "Het Sleutelgat"; bijnaam van
      het vliegveld te Amahagge)
      (gemeentelijk vervoerbedrijf te Milbo)


Noot 1 Als een eigennaam op een e eindigt, krijgt de toegevoegde res.-e een trema. Dit om onderscheid te maken met de dubbel geschreven ee die in eigennamen de overigens gebruikelijke letter é vervangt (§ 11.36-37). Vergelijk de uitspraak van beide dubbelgeschreven e's in: Leeneë (spreek uit: [lénewe]). De res.-e (zowel de paragogische [ê] als het suffix [e]) is de enige uitgang die bij eigennamen van een trema voorzien wordt. Vergelijk ook het gen.-suffix -ex (§ 60.23 voetnoot  Noot 3 ).

Noot 2 Let op de verdubbeling van de j. Dit is een bijzonder geval van res.-vorming omdat het Spokaans buiten enkele eigennamen geen woorden op een eind-j kent.

Noot 3 Omdat de klank [ó] nooit aan het woordeinde kan voorkomen, hoeft de res.-e na een o niet voorzien te worden van een trema, want de combinatie oe kan alleen aan het begin of in het midden van een eigennaam als [ó] optreden. Vergelijk ook voetnoot  Noot 1  hierboven.

61.80

Als een persoonsnaam uit meer elementen bestaat, krijgt alleen het laatste lid een res.-vorm (vergelijk ook § 60.27):

  • Mona-Lisa ~ Mona-Lisae
  • Leffy Leen ~ Leffy Leenne
  • Ârmyll Laji-Qurharrt ~ Ârmyll Laji-Qurharrte
  • Moffain Luft Erget-Thor Manen ~ Moffain Luft Erget-Thor Manenn
  • Ÿrslâfera Nieche Comâf-Thor Matilda ~ Ÿrslâfera Nieche Comâf-Thor Matildae
    Gravin NC-TM
  • merater Warner ~ merater Warnerr   de Heer Warner

61.81

Tot omstreeks 1900 was het gebruikelijk om zowel het laatste lid van de voornaam als het laatste lid van de achternaam van de res.-vorm te voorzien:

  • Leffye Leenne; Ârmylle Laji-Qurharrte

Een dubbele naam vóór de filâsto (dus een adellijke naam) werd echter eveneens van een resultatief voorzien:

  • Moffaine Frâkkeny Rifo Flâgpeë-Thor Manenn
  • Ÿrslâfera Nieche Comâff-Thor Matildae

Dit dubbele (bij adellijke namen zelfs driedubbele) gebruik van de res.-vorm komen we heden ten dage nog tegen in ambtelijke stukken, met name dagvaardingen, dwangbevelen en dergelijke. Vergelijk ook de genitiefvormen uit § 60.28.

61.82

Als een naam voorafgegaan wordt door een functie of beroep, mogen ook deze een res.-vorm aannemen, bijvoorbeeld:

  • menester Dysse Flofarrie = menesterr Dysse Flofarrie
    minister Dysse Flofarri
  • prifjiofa Yne Michemm-Nômerr = prifjiofae Yne Michemm-Nômerr
    (vr.) professor Yne Michemm-Nômer

Dergelijke res.-vormen komen niet voor bij "lagere" beroepen, zoals van ambachtslieden of arbeiders. Zo klinken de volgende vormen komisch:

  • krodûrr Ugen Tycae
  • mingatrae Sofiy Qull-Olôff
    bakker Ugen Tyca
    werkster Sofiy Qull-Olôf

Vergelijk ook § 60.29.

61.83

Als een geografische naam of naam van een instantie, vereniging e.d. uit meer dan één deel bestaat, wordt alleen het laatste deel van de res.-vorm voorzien:

  • Ÿno-Zeanue; Harâfloja-Ÿrtuhajje Noot 1; Sinto-Oaji-Quzoe; Manes-Lašerr

  • Spooksoliy Ayr-Cômpanðoe
  • Šempoeg Fisa-cluppe
    Spokanische Luchtvaartmaatschappij
    Visclub van Šemp


Noot 1 De verdubbeling van de j wordt hier gevolgd door een paragogische e, omdat jj geen mogelijke eindcluster in een Spokaans woord kan zijn (een enkele j als eindconsonant komt alleen in enkele eigennamen voor; zie ook § 61.79 b voetnoot  Noot 1 ).

61.84

Als een plaatsnaam gevolgd wordt door een riviernaam waaraan deze plaats ligt, krijgt de plaatsnaam (en niet de riviernaam) de res.-vorm:

  • Tonae armt ef Grât; e ja ef Prusots

61.85

Tot omstreeks 1900 was het gebruikelijk om alle nevenschikkende delen van een geografische naam van de res.-vorm te voorzien. Vergelijk ook § 61.81:

  • Ÿnoe-Zeanue; Harâflojae-Ÿrtuhajje; Sintoe-Oajie-Quzoe; Maness-Lašerr; Tonae armt ef Grâtte

Deze dubbele of driedubbele res.-vorm gold echter niet voor ondergeschikte elementen:

  • Prenses-bajûftoe; Prens-Hady-sÿrte; Tora-zecess

Vergelijk ook de genitiefvormen in § 60.32.

61.86

Als een eigennaam een meervoudige vorm heeft, kan de resultatief op twee manieren gevormd worden: (i) volgens het FONETISCH UITGANGSPUNT van Blok 61.77, of (ii) volgens Blok 61.78 (meervoudige substantieven). De keuze wordt voornamelijk bepaald door het feit in hoeverre de aanwezigheid van de meervoudsvorm in een eigennaam "gevoeld" wordt. Dit zal bijvoorbeeld bij namen van gebergtes (Pyrnees (de Pyreneeën)) sterker het geval zijn dan bij een achternaam als Doffiy-mirs (lett. "Zwartharen"). Voorbeelden:

  • Reentgÿrtse = Reentgÿrtses
  • Xugen-Kordass = Xugen-Kordases
  • Onôss = Onôses Noot 1
  • Lassose = Lassoses Noot 1
  • Pyrneess = Pyrneeses Noot 1
  • Âlpse = Âlpses Noot 1
  • Spooksoliy Arânkass = Sp. Arânkases
  • merater Doffiy-mirse = mrt. Doffiy-mirses
    (dorp)
    (dorp)
    (rivier)
    (rivier)
    de Pyreneeën
    de Alpen
    Spokanische Spoorwegen
    de heer Doffiy-mirs

Tot omstreeks 1900 ook (zie § 61.85):

  • e ja ef Prusotts = Xâe ja ef Prusotses
  • Xugenn-Kordass = Xugenn-Kordases


Noot 1 Zogenoemde pluralia tantum. Zie § 30.46.

61.87

In het voorgaande is vastgesteld dat substantieven die op twee of meer vocalen eindigen, per definitie een onregelmatige res.-vorming kennen (zie Blok 61.77 bij VV(V), waarbij verwezen wordt naar Appendix 190).
Er bestaat dus geen regel die ons vertelt hoe de resultatief van een eigennaam op twee of meer vocalen gevormd zou moeten worden, en het is evenmin mogelijk om een lijst samen te stellen waarin alle eigennamen met een onregelmatige vorm zijn opgenomen, want het betreft hier immers een open groep die onbeperkt uitgebreid kan worden. De res.-vorming bij dergelijke eigennamen is dan ook een omstreden punt, en er worden verscheidene methodes toegepast:

  1. Als een eigennaam identiek is aan een substantief uit Appendix 190 geven velen er de voorkeur aan om voor deze eigennaam dezelfde resultatief te gebruiken als voor het substantief geldt. Bijvoorbeeld:

    • Ef Blotter Papiygoe ~ Ef Blotter Papiygott
      De Blauwe Papegaai (naam van een restaurant)
    • merater Raiy ~ merater Ratte   de heer Raiy (lett. "Boomtop")

    Ontbreekt een dergelijk substantief, dan wordt als resultatief-suffix -ta gebruikt, zie hieronder bij punt b.

  2. Anderen geven er de voorkeur aan om alle eigennamen op twee of meer vocalen van het res.-suffix -ta te voorzien. Bijvoorbeeld:

    • Ef Blotter Papiygoëta Noot 1
    • merater Raiyta
    • mosjeus Tarisz-Jelâyta
    • Priota
    • Litiita
    • Crilleteata
      de Blauwe Papegaai
      de heer Raiy
      mevrouw Tarisz-Jelây
      (stad)
      (district)
      (bosgebied bij Fach)

    Dit suffix is voorts bestemd voor buitenlandse eigennamen, zie § 61.88.


Noot 1 Let op de trema op de e, die verhindert dat de combinatie oe na toevoeging van -ta als [ó] wordt uitgesproken (§ 11.36). De juiste uitspraak is: [papîgoweta], en niet *[papîgóta].

  1. Soms worden eigennamen op twee of meer vocalen behandeld als eigennamen op één vocaal. Dit betekent: zij krijgen een paragogische e ([ê]) bij een variabel accent, en het suffix -e ([e]) bij een gefixeerd accent. Bijvoorbeeld:

    • Ef Blotter Papiygoëë   [papîgowe:wê]
    • merater Raiye   [rawî:wê]
    • mosjeus Tarisz-Jelâye   [jelâwy:wê]
    • Prioe   [priwo:wê]
    • Litiie   [litiwi:wê]

    • Crilleteae   [kri:letewawe]
    • merater Strûftâmmuie   [strûftâ:muwiwe]

  2. Vooral als een naam op drie (of meer) vocalen eindigt, wordt het niet fraai gevonden op deze reeks nog uit te breiden met e. Spokaniërs die het suffix -ta liever niet voor inheemse namen willen gebruiken, zullen een resultatief bij drie (of meer) eindvocalen vooral in de spreektaal (£) ongemarkeerd laten. Bijvoorbeeld:

    • Halepoaita = £Halepoai = $Halepoaie   (plaats)
    • Meaueta = £Meaue = $Meaueë   (plaats)
    • Ef Liftkar Mojeruoûta = Mojeruot Noot 2 = £Mojeruoû = $Mojeruoûe
      De Oude Schaapherder (naam van een café)


Noot 2 Resultatief volgens Appendix 190.

61.88

Buitenlandse eigennamen welke geen Spokaanse uitspraak en/of spelling hebben krijgen een res.-vorm met de suffixen -ta of -a.
Het suffix -ta wordt na vocalen of stomme consonanten gebruikt. Vooral bij Franse namen die op e eindigen is de keuze tussen -ta en -a vrij: het hangt ervan af of men vindt dat deze e wel of niet uitgesproken wordt. Ook Pegrevische en Garosische namen krijgen -[t]a indien de uitspraak erg afwijkt van de Spokaanse uitspraak. Voorbeelden:

  • Prens Charlesa; Münchena; Düsseldorfa; Leeuwardena; Jang-tse-Kianga; Rembrandta; Katwijka aan Zee; Mercedes-Benza; São Paulota

  • St.Tropezta (stomme z)  of  St.Tropeza (z uitgesproken)
  • De la Bouillèreta (e uitgesproken)  of  De la Bouillèrea (stomme e)
  • Tyrsáñga; Wergóncjertsa   (Garosische namen)
  • Hhofiâsata; Ugoëtosa Noot 1   (Pegrevische namen)


Noot 1 De naam Ugoëtos komt ook in het Spokaanse taalgebied frequent voor en wordt dan op zijn Spokaans uitgesproken ([ugowetos]), en niet als [ugo:wêtôs]. Bij de Spokaanse uitspraak hoort de resultatief Ugoëtoss.

61.89

Omdat buitenlandse namen met een on-Spokaanse uitspraak en/of spelling beschouwd worden als woorden met een gefixeerd accent, heeft het suffix -[t]a geen invloed op dit accent. Vergelijk de "inheemse" namen in a. (met accentverschuiving), met de niet-Spokaanse namen in b. (gefixeerd accent) (accentdragende vocaal is vet): Noot 1

  1. Liteo ~ Liteota   (Spokanisch dorp)
  2. São Paulo ~ São Paulota

  1. Polea ~ Poleata   (Spokanische rivier)
  2. Marecchia ~ Marecchiata   (Italiaanse rivier)


Noot 1 In 1985 is door de Spellingscommissie van de Spokanische Academie voorgesteld om het suffix -[t]a in buitenlandse namen als een scheidbaar suffix aan te hechten, dus: Leeuwarden-a, São Paulo-ta en Marecchia-ta. De aanwezigheid van de filâsto in deze resultatief-vormen is een indicatie dat accentverschuiving niet plaatsvindt. Dit voorstel is echter afgewezen, en een van de redenen hiervoor was dat er dan ook in de schrijftaal feitelijk een keuze gemaakt moest worden of een buitenlandse naam al dan niet een Spokaanse uitspraak heeft. Immers: een scheidbare aanhechting zou alleen in aanmerking komen als het accent niet verschuift, dus als de uitspraak on-Spokaans was. Zou iemand vinden dat de Nederlandse plaatsnaam Gouda op zijn Nederlands uitgesproken zou moeten worden, dan zou de resultatief geschreven moeten worden als Gouda-ta = [gädata] (ä staat voor "ou"), maar zou iemand vinden dat deze naam op zijn Spokaans uitgesproken moet worden (als [goda] of zo iets), dan zou de resultatief Goudata moeten zijn, met een acentverschuiving: [godata].
Het werd niet wenselijk geacht om de onduidelijkheid die er in de spreektaal bestaat met betrekking tot de uitspraak van buitenlandse namen, ook nog eens in de schrijftaal te reflecteren middels de oppositie scheidbaar ~ onscheidbaar (Gouda-ta [gädata] ~ Goudata [godata]).

61.90

Afkortingen en letterwoorden hebben een res.-vorm met het suffix -e. Dit suffix wordt met een filâsto aangehecht (zie ook § 60.35):

  • SA-e; Stami-e; EECŸRLUM-e

Merk op dat afkortingen beschouwd worden als woorden met een gefixeerd accent (al dan niet met vocaalverlenging, zie § 11.29); het suffix -e zorgt dus niet voor accentverschuiving, vergelijk:

  • SA [ésa]  of  [é:sa] ~ SA-e [ésawe]  of  [é:sawe]
  • Stami [stami] ~ Stami-e [stamiwe]

61.91

De resultatief van tekens wordt bepaald door uitspraak en spelling van de naam van dit teken. Als de resultatief bestaat uit één of meer letters die aangehecht worden, gebeurt deze aanhechting met een filâsto achter het teken. Bijvoorbeeld:

  • +-se
  • 4-re
  • 6-e
  • ?-e
  • ó-ke
  • 10-n
    (want resultatief is  plûsse)
    (want resultatief is  fârre)
    (want resultatief is  serse)
    (want resultatief is  linne-pontoe)
    (want resultatief is  o-lykke)
    (want resultatief is  mainn)

61.92

Als de resultatief gevormd wordt door verdubbeling van een consonant binnen een woord, wordt de schrijfwijze met een teken afgeraden, hoewel we soms vormen tegenkomen als:

  • 7-rrg
  • %-nnt Noot 1
    (want resultatief is  heferrg)
    (want resultatief is  prosennt)


Noot 1 Synoniem is %-e als we de resultatief van ripérsa bedoelen (ripérsae).

Schrijf liever voluit heferrg, prosennt, enzovoort.

61.93   ad § 61.7   F. Resultatief van voornaamwoorden

Er bestaan res.-vormen van de volgende voornaamwoorden:

  1. pers.vnw.n 2e niveau (zie Blok 71.20)
  2. actieve wed.vnw.n (zie Blok 72.3) Noot 1
  3. wig.vnw.n (zie Blok 72.39)
  4. zelfst.vnw.n (zie Blokken 73.2 en 73.3)
  5. betr.vnw.n (zie Blok 124.3)

Omdat deze res.-vormen reeds in de desbetreffende hoofdstukken behandeld zijn, wordt er nu hier geen aandacht aan besteed.


Noot 1 Een wed.vnw. kan als object beschouwd worden (ook al staat het onmiddellijk achter het subject). Vergelijk:

  • Petriy byte do.   Petriy slaat hem.
  • Petriy sen byte.   Petriy slaat zich[zelf].


TOP
<< Hoofdstuk 60 | Hoofdstuk 62 >>

© (2000) Rolandt Tweehuysen, Kimswerd, the Netherlands