52.1
Naast de bezittelijke voornaamwoorden die in het vorige hoofdstuk behandeld zijn kent het Spokaans nog twee groepen van lidwoordvervangende voornaamwoorden, en wel:
- Aanwijzende voornaamwoorden
- Onbepaalde voornaamwoorden (vanaf § 52.10)
52.2 ad § 52.1 A. Aanwijzende voornaamwoorden
De vorm van de aanwijzende voornaamwoorden (aanw.vnw.n) wordt bepaald door de categorie (CONCREET ~ ABSTRACT) en het getal (ENKELVOUD ~ MEERVOUD) van het bijbehorende substantief, alsmede door de positie:
- CONTEXTUELE POSITIE:
terugverwijzing binnen dezelfde context of tekst: "bovengenoemde; hiervoor bedoelde".
- DEIKTISCHE POSITIE:
dichtbij (dichter bij de spreker dan bij de toehoorder: "deze; dit");
neutraal (tussen spreker en toehoorder);
verweg (verder van de spreker dan van de toehoorder: "die; dat").
Aanw.vnw.n voor de contextuele positie gelden voor zowel concrete als abstracte substantieven; die voor de deiktische positie gelden alleen voor concrete substantieven (want abstracte zaken "zijn niet aan te wijzen").
Stoffelijke substantieven gedragen zich als concrete substantieven in het meervoud. Semi-concrete substantieven gedragen zich als concrete substantieven (vergelijk dit ook met het gedrag van semi-concr.subst.n met betrekking tot het bez.vnw. (Blok 51.4)).
Voor de aanw.vnw.n in de neutrale positie kent het Nederlands geen equivalenten; we moeten bij het vertalen ervan een keus maken tussen de posities DICHTBIJ of VERWEG.
52.3
| Aanwijzende voornaamwoorden
|
|---|
|
| CONCREET
| ABSTRACT
|
|
| enkelvoud
| meervoud + stoffelijk
| enkelvoud
| meervoud + stoffelijk
|
| DEIKTISCH
| dichtbij neutraal verweg
| lelmo dena bô | lelmos tem bôs
| - - -
| - - -
|
| CONTEXTUEEL
| mittof | mittof[s]
| kâ
| kâs
|
De laatste -s van lelmos, bôs en kâs is een meervouds-s. Dit betekent dat bôs en kâs uitgesproken worden als resp. [bos] en [kas] (zie § 11.3 letter â en ô).
Lelmo en lelmos worden uitgesproken als resp. [lemo] en [lemos].
Het contextuele aanw.vnw. mittof mag in het meervoud (en voor stoff.subst.n) zowel met als zonder meervouds-s gebruikt worden.
52.4
Voorbeelden:
- Lelmo 'jan pe Ârmyll. Deze jongen heet Ârmyll.
- Lelmo efanty melde xÿg. Dit kind is stout.
- Aftel tu tiffe ki bôs hurts, mit piyrstelira kusama?
Ken jij die honden, die daar aan het vechten zijn?
- Do axavy lelmo vildul ur dena tiyn, tur kirturavy bô tiyn.
Hij wil deze boom en die daar (in het midden) omhakken, en die in de verte laten staan.
- Gress lâzâre Blort; mittof sÿrt locâteše armt ef Fetu.
Ik woon in Blort; die (terugwijzend in de context) stad ligt aan de Fetu.
- Do lye Elsa; kâ rovretos furt eup coðare pip zempersot.
Hij houdt van Elsa; die liefde voor haar bestaat al jaren.
- Lelmos pleko melde grûva oiba dus bôs tiyn
.
Dit zand is minder grof dan dat daar[ginds].
|
Tiyn vervangt het stoff.subst. pleko, en is daarmee zelf STOFFELIJK geworden. Zie ook § 131.4.
|
52.5
In sommige dialecten (met name in de districten Tjemp en Plefô) krijgen ook de abstracte substantieven de aanw.vnw.n mittof en mittofs. Hier zijn kâ en kâs onbekend.
In de spreektaal langs de Zverosta-kust wordt in het geheel geen onderscheid gemaakt tussen abstracte en concrete substantieven: alle substantieven krijgen hier kâ of kâs. Mittof en mittofs komen langs deze kust in het geheel niet voor (zie ook § 30.53).
52.6
Het Spokaans kent een aantal idiomatische uitdrukkingen met een oneigenlijk gebruik van lelmo. Het zijn alle tijdsbepalingen (zie ook § 171.x15):
- lelmo tof
- lelmo miskof
- lelmo kÿl
- lelmo palfû
- lelmo gurt
- lelmo fittas
- lelmo luppor
- lelmo Pask
- lelmo Kriystâs
|
vandaag
vannacht (de voornacht van 22 uur tot 1 uur)
vannacht (de gehele nacht van 22 uur tot 4 uur)
vannacht (de nanacht van 1 uur tot 4 uur)
vanochtend, vanmorgen
vanmiddag
vanavond
met de komende Pasen
met de komende Kerstmis
|
|
In de spreektaal wordt miskof wel in de plaats van kÿl gebruikt. Dan betekent lelmo miskof dus 'vannacht tussen 22 uur en 4 uur'.
|
Al deze tijdsbepalingen drukken een moment uit dat nog komen moet, of dat reeds aan de gang is. Als het genoemde tijdstip reeds voorbij is, moet een constructie met lâst (afgelopen; verleden) gebruikt worden. De mededeling in a. kan alleen vóór 17 uur gedaan worden, want dan gaat de "middag" over in de "avond". De mededeling in b. kan alleen ná 17 uur gedaan worden (als de middag al voorbij is):
- Lelmo fittas gress quardere ef koifur.
Vanmiddag ga ik naar de kapper.
- Lâst fittas gress ef koifur quardere.
Vanmiddag ben ik naar de kapper geweest.
Ten slotte nog een idiomatische uitdrukking met een oneigenlijk gebruik van kâ:
- Kâ tiyn melde! Ziezo!; dat is dat!; het zit erop!; het is voor elkaar!
52.7
Buiten een "strikt verwijzende realiteit" (d.w.z. een taalactie waarbij de spreker in staat is om letterlijk te wijzen naar de entiteit(en) waarover hij het op dat moment heeft) worden meestal de neutrale vormen dena en tem gebruikt. Omdat een "strikt verwijzende realiteit" geen onderdeel van de geschreven taal kan zijn, zijn dena en tem dus de meest vorkomende geschreven aanw.vnw.n (samen met de contextuele aanw.vnw.n). Alleen in de directe rede, zoals letterlijke citaten, teksten van toneelstukken, toespraken, filmscripts ed. zijn in feite de deiktische niet-neutrale aanw.vnw.n mogelijk.
52.8
Combinaties van bez.vnw.n en aanw.vnw.n (met het aanw.vnw. vooraan) zijn dikwijls goed mogelijk, bijvoorbeeld:
- lelmos groft canariys
- kâ vilt korsta
- bô kult oto
- bôs kost mimpits
|
deze kanaries van hem
die (bovenbedoelde) woede van jou
die auto van ons
die boeken van mij
|
Het impliciete bez.vnw. sener[s] kan niet gecombineerd worden met een aanw.vnw. Hiervoor in de plaats mag echter wel een expliciet equivalent komen, bijvoorbeeld:
- Gress rupke sener efantys. > Gress rupke bôs kost efantys.
Ik roep mijn kinderen. > Ik roep die kinderen van mij.
- Do kette klâk rifo sener xafolla. > Do kette klâk rifo lelmo groft xafolla.
Hij heeft maling aan zijn opdracht. > Hij heeft maling aan deze opdracht van hem.
|
Deze zin is ambigu geworden want groft (zijn; haar) kan ook aan een niet nader genoemd persoon refereren.
|
52.9
Evenals de bez.vnw.n (Blok 51.27) kennen ook enkele aanw.vnw.n een genominaliseerde afleiding. Deze wordt altijd voorafgegaan door het bep.lidw. ef en kent geen meervouds- of resultatiefvorm:
- lelmo > ef lelmoiy
- tem > ef temiy
- bô > ef bôtiy
|
deze (dichtbij)
deze; die (neutraal)
die (verweg)
|
De genominaliseerde afleidingen kunnen slechts met betrekking tot concrete en stoffelijke substantieven (zowel enkel- als meervoud) gebruikt worden. Bijvoorbeeld:
- Tem bellarts melde giss, ur ef bôtiy melde lÿss.
Deze leerlingen zijn ijverig, en die [daar] zijn/is lui.
- Lerdu axavy lelmo vildul, tur do kirturavy ef temiy ur ef bôtiy.
Lerdu wil deze boom omhakken, maar hij wil die [daar] en die daar in de verte laten staan.
In plaats van deze genominaliseerde afleiding (die ietwat plechtig klinkt) kunnen ook de aanw.vnw.n. gevolgd door tiyn (of een ander vervangend substantief) gebruikt worden (zie ook § 52.4). Vergelijk 1. en 2. met de volgende alternatieven, en merk op dat er nu een keuze gemaakt moet worden tussen enkelvoud (in a.) en meervoud (in b.):
- a. Tem bellarts melde giss, ur bô tiyn melde lÿss.
Deze leerlingen zijn ijverig, en die is lui.
b. Tem bellarts melde giss, ur bôs tiyns melde lÿss.
Deze leerlingen zijn ijverig, en die zijn lui.
- a. Lerdu axavy lelmo vildul, tur do kirturavy dena tiyn ur bô tiyn.
Lerdu wil deze boom omhakken, maar hij wil die (één stuks) en die daar in de verte
(één stuks) laten staan.
b. Lerdu axavy lelmo vildul, tur do kirturavy tem tiyns ur bôs tiyns.
Lerdu wil deze boom omhakken, maar hij wil die (meer dan 1) en die daar in de verte
(meer dan 1) laten staan.
Voor tiyn, zie verder § 131.4.
52.10 ad § 52.1 B. Onbepaalde voornaamwoorden
De laatste groep lidwoordvervangende voornaamwoorden die we bespreken zijn de onbepaalde voornaamwoorden (onb.vnw.). De vorm van de onb.vnw.n wordt bepaald door de categorie (CONCREET ~ ABSTRACT) en het getal (ENKELVOUD ~ MEERVOUD) van het bijbehorende substantief. Stoffelijke substantieven gedragen zich met betrekking tot de onb.vnw.n als abstracte substantieven in het enkelvoud of in het meervoud. Deze keuze is vrij. Vergelijk dit met het gedrag van stoff.subst.n met betrekking tot de aanw.vnw.n (§ 52.2). Semi-concr.subst.n gedragen zich als concr.subst.n.
52.11
| Onbepaalde voornaamwoorden
|
|---|
| noot
| concr.enk.
| semi-c.-enk. abstr.-enk. stoffelijk
| meervoud stoffelijk
|
|
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
10
11
12
12
13
14
15
|
effer/efra
eftofpira
felðe
hédiyc
jadâk
minker/pes
nys
teâk
wâlke
-
-
-
-
-
-
-
-
|
effer
eftofpira
felðe
hédiyc
jadâk/cradef
minker
nyses
sest
wâlke
beritel
bertert
hâls
litel
pert
lopert
nÿf
sylâ
|
effer
gopirus
feltes
hédecs
cradef
minker
nyses
sest
wâlkiys
beritel
bertert
hâles
litel
pert
lopert
nÿf
metteraf
|
de/het enige (en geen ander)
een of ander; enig; een enkel;
enkele; wat; een paar
elke; zoveel als een/de; zoiets
als een/de
elkaars (méér dan 2)
elk; ieder; alle; al het
menig; verscheidene; sommige
welk ... dan ook; echt alle
zo'n; zulk [een]; [een] der-
gelijk; zulke
elkaars (2 stuks)
te weinig
te veel
voldoende; genoeg [van de]
weinig
veel
evenveel; in gelijke mate;
gelijke hoeveelheid
geen
allerlei
|
52.12 ad Blok 52.11 Noten
Voorbeelden en opmerkingen:
Noot 1
- K'mije effer/efra mirrâtat fes ef zeces.
Hier is de enige lantaarnpaal in het dorp.
- Mittof melde effer môntyos. Dit is het enige probleem.
- Effer inéchosz, ef slaviys lelperrelira.
De enige rechten die de slaven hebben. (méér zijn er niet)
Noot 2
- Aftel tu tiffe eftofpira cofðiy? Ken je enig/een of ander sprookje?
- Eftofpira/gopirus pleko melde kaf ef floôr.
Er ligt enig/wat zand op de vloer.
- Do lelperre eftofpira môntyos. Hij heeft een of ander/een enkel probleem.
- Gress tiffe gopirus cofðiys.
Ik ken enige/enkele/wat/een paar sprookjes.
- Do sen armtgre gopirus jolaiy.
Hij veroorlooft zich enige/enkele vrijheden.
|
Vergelijk:
- Do lorerde eft patury musts. Hij koopt een paar schoenen.
Eft patury (een paar) wordt gebruikt bij twee bij elkaar behorende entiteiten. Gopirus (enige; een paar) is meestal méér dan twee.
|
|
Jolaiy kan zowel enkel- als meervoud zijn (§ 30.40); dat hier het meervoud bedoeld wordt blijkt uit het meervoudige gopirus.
|
Noot 3
Felðe en feltes hebben meestal een ironisch of onverschillig karakter:
- Tu reppe nem ral, té melde felðe merfos.
Dat wat je nu zegt, is zoiets als een leugen. (m.a.w. je liegt)
- Dena mÿrt melde mip felðe canazâ.
Deze schoorsteenmantel is van zoiets als marmer. (maar het ziet er eerder uit als geschilderd hout)
- Óps larde feltes huldus.
Ze eten zoveel/zoiets als kersen. (het kan mij niet schelen wat ze eten; of: ze noemen het kersen maar het lijken pruimen)
- Felðe stûdent tisjane, té paine dena eksâm.
Elke student die dit examen doet, zal zakken. (als een student dit examen zou doen, zou hij zakken: dit is een hypothese)
|
Vergelijk de concrete gebeurtenis:
- Jadâk stûdent tisjano, té dena eksâm paine.
Elke student die dit examen deed, is gezakt.
Zie ook noot 5.
|
Noot 4
Het antecedent van hédiyc of hédecs moet 3 of meer entiteiten bevatten:
- Jân, Lerdu ur Petriy tume hédiyc kas.
Jân, Lerdu en Petriy lenen elkaars jas.
- Kirro trempe hédecs mimpits.
Wij (= ik + minstens 2 anderen) lezen elkaars boeken.
- Ef vilduls giffe fes hédiyc armâtat.
De bomen (meer dan 2) staan in elkaars licht.
Vergelijk ook noot 9.
|
In § 31.12 is besproken dat een entiteit in het meervoud gebruikt wordt (en eventueel voorafgegaan wordt door het lidwoord goe) indien deze entiteit refereert aan twee of meer andere entiteiten. Deze regel is niet van toepassing indien goe vervangen wordt door hédiyc (of wâlke, zie noot 9), tenzij Jân, Lerdu en Petriy twee of meer jassen van elkaar lenen:
- Jân, Lerdu ur Petriy tume hédecs kasz.
Jân, Lerdu en Petriy lenen elkaars jassen. (er zijn dus minstens 6 jassen aanwezig)
|
Noot 5
- Gress melde ûqu jadâk/cradef miyros. Ik ben tegen iedere/elke dwang.
- Ef zé jadâk/cradef pleko smôlme-tijâ.
De zee heeft al het zand weggespoeld.
- Elsa axe cradef vilduls fes ef arâbe. Elsa hakt alle bomen in de tuin om.
- Fes jadâk arâbe cradef rozas clajote ral.
Ik elke tuin bloeien nu alle rozen.
- Jadâk zemper do kette eftofpira hupster fenta.
Ieder/elk jaar geeft hij een of ander groot feest.
|
Tijdsbepalingen die met jadâk of cradef beginnen, hebben meestal geen voorzetsel (zie ook § 171.x17). Vergelijk:
|
- lóf minker terrats
- cradef terrats
- fes teâk miskof
- jadâk miskof
|
[gedurende] sommige dagen
alle dagen; elke dag
[in] zo'n nacht
elke nacht
|
|
Noot 6
- Minker/pes sért mennirre ef verfute.
Menig huis is aan een schildersbeurt toe.
- Minker sérts mennirre ef verfute.
Verscheidene/sommige huizen zijn aan een schildersbeurt toe.
Vergelijk de betekenis van het enkelvoudige minker met die van het meervoudige minker:
- Minker jolaiy melde eft ilusy. Menige vrijheid is een illusie.
- Minker jolaiy melde goe ilusys. Sommige vrijheden zijn illusies.
Dat jolaiy in 2. meervoudig is, blijkt uit het meervoudige goe ilusys. In 1. moet minker geïnterpreteerd worden als "véél meer dan één; bijna allemaal; zeker meer dan de helft". In 2. als: "een beperkt aantal, maar minder dan de helft". Zin 1. is dan ook een veel meer generaliserende uitspraak dan 2., want 1. impliceert dat er bijna geen vrijheid bestaat die niet een illusie is.
Noot 7
Nys[es] is een versterking van jadâk of cradef:
- Do lorertecû nys mikar oto. Hij kan welke dure auto dan ook kopen.
- Eup hatre nys tneferdes. Ze haat werkelijk elke vreemdeling.
- Petriy zoverte nyses armtganos.
Petriy is tevreden met welke vergoeding dan ook (met echt elke vergoeding).
- Nyses vilduls fes ef wuma melde koffon.
Werkelijk álle bomen in het boos zijn dood.
Noot 8
Teâk en sest kunnen zowel contextueel als deiktisch refereren:
- Teâk muts qugle nurp-ÿkatle.
Zo'n/een dergelijk lawaai veroorzaakt hoofdpijn.
- Sest jolaiy meltecû kviksiy.
Een dergelijke/zo'n soort vrijheid kan gevaarlijk zijn.
- Sest klao nert melde fûrta. Dergelijke/zulke klei is niet vruchtbaar.
- Gress nert affionnose sest ustjâgers.
Ik houd niet van dergelijke/zulke oplichters.
Noot 9
Het antecedent van wâlke of wâlkiys moet 2 entiteiten bevatten (een van de weinige gevallen dat er in het Spokaans van een dualis sprake is):
- Jân ur Petriy tume wâlke kas. Jân en Petriy lenen elkaars jas.
- Óps trempe wâlkiys mimpits. Zij (2 personen) lezen elkaars boeken.
Vergelijk ook noot 4.
Noot 10
- Ef mataaré lelperre beritel ool. De olielamp heeft te weinig olie.
- Beritel érmiyp jacie kusami. Hier heerst te weinig eensgezindheid.
- Beritel trenos verge fes kult zeces.
Er stoppen te weinig treinen in ons dorp.
- Do lelperre bertert smurf. Hij heeft te veel geld.
- Bertert tval tomatos melde fes ef kanâstriy.
Er zitten te veel rotte tomaten in de mand.
Beritel en bertert zijn samentrekkingen van ber + litel en ber + pert. Van litel en pert bestaat ook een trap van overmatigheid (§ 43.17) welke - geheel regelmatig - met de resultatief gevormd wordt: litell (te weinig) en perte (te veel). Deze resultatieve vormen komen slechts als additief voor (en worden dus eventueel voorafgegaan door een lidwoord of lidwoordvervangend voornaamwoord. Vergelijk:
- Do koldre-tijâ ef pert, velp liskosz. Hij gooit de vele lege flessen weg.
- Do koldre-tijâ ef perte, velp liskosz. Hij gooit de te vele lege flessen weg.
(= de lege flessen die hij in overvloed heeft)
- Do koldre-tijâ bertert velp liskosz. Hij gooit te veel lege flessen weg.
(hij kan ze beter naar de glasbak brengen)
Noot 11
- Ef wélfa'ecosz kette hâls rajiytos.
De ontwikkelingen geven voldoende/genoeg hoop (zijn voldoende hoopgevend).
- Hâles geffys melde velk furt sest lart veldurs.
Er zijn nog genoeg/voldoende appels voor zulke hongerige mensen.
Noot 12
- Ef wélfa'ecosz kette litel rajiytos.
De ontwikkelingen geven weinig hoop (zijn weinig hoopgevend).
- Do pliyfone litel bjerr ur pert weinoh.
Hij drinkt weinig bier en veel wijn.
- Eup larde litel geffys ur pert leffys. Zij eet weinig appels en veel peren.
Pert en litel kunnen ook als additief fungeren, bijvoorbeeld:
- Ef pert ypriys fes kult zeces melde kinur.
De vele iepen in ons dorp zijn ziek.
- Ef litel krodûrs fes kult zeces dÿfie mas.
De weinige bakkers in ons dorp staken morgen.
Zie ook Blok 43.25, en noot 10 hierboven.
Noot 13
Lopert (evenveel) kan alleen gebruikt worden in relatie tot een zinskern die 2 of meer entiteiten bevat; lopert kan nooit zelf in een zinskern staan:
- Jân ur Petriy rinne lopert smurf.
Jân en Petriy verdienen evenveel geld.
(= Jân verdient evenveel als Petriy)
- Kirro kinuro lóf lopert terrats.
Wij zijn [gedurende] evenveel dagen ziek geweest.
- Ef perdÿr amârs ÿrgefûðe lopert pleko.
De beide emmers bevatten evenveel zand.
Als de hoeveelheid in relatie tot de ene entiteit of groep entiteiten vergeleken wordt met de hoeveelheid in relatie tot een andere entiteit of groep entiteiten, moeten de vergelijkende voegwoorden lo ... lo (even ... als) gebruikt worden. Synoniemen van 1., 2. en 3. zijn:
- Jân rinne lo pert lo Petriy [paine].
Jân verdient even veel als Petriy [doet].
- Gress kinuro lóf lo pert terrats lo do.
Ik ben [gedurende] even veel dagen ziek geweest als hij.
- Ef ére amâr ÿrgefûðe lo pert pleko lo ef lelpirutt.
De ene emmer bevat even veel zand als de andere.
Vergelijk ook:
- Ef dur feldariys ÿrgefûðe lopert mimpits.
De drie kasten bevatten [elk] evenveel boeken.
(= in elke kast ligt een gelijk antal boeken)
- Lo pert mimpits melde fes lo ef dur feldariys.
Er liggen even veel boeken in de drie kasten.
In 8. is lopert niet te gebruiken omdat het dan in de zinskern zou staan. Daarom wordt hier gebruik gemaakt van een constructie met lo ... lo, zie ook Blok 120.49. Merk op dat de notie "veel" (als antoniem van "weinig") in lopert verdwenen is. Lopert betekent letterlijk "gelijk aantal; in gelijke hoeveelheid; gelijk gewicht; ed.".
In 7. wordt dus beweerd dat in elke kast een gelijke hoeveelheid boeken ligt; dit kunnen er veel of weinig zijn. Zelfs als er slechts één boek (en wellicht ook: nul boeken) ligt, is 7. correct.
In 8. wordt beweerd dat het aantal boeken in elke kast "veel" (en niet "weinig") is. Is het aantal boeken zodanig dat de kwalificatie "veel" niet op zijn plaats is, dan moet er expliciet voor litel (weinig) gekozen worden:
- Lo litel mimpits melde fes lo ef dur feldariys.
Er liggen even weinig boeken in elk van de drie kasten.
Noot 14
- Nÿf pleko melde fes ef amâr.
Er zit geen zand in de emmer. (maar wel iets anders dan zand)
- Gress lelperre nÿf mimpits.
Ik heb geen boeken. (maar wel iets anders, platen bijvoorbeeld)
- Do šove nÿf korsta.
Hij toont geen woede. (maar wel iets anders, haat bijvoorbeeld)
|
Nÿf ontkent datgene wat door nÿf bepaald wordt. Zie verder voor ontkenningen Hoofdstuk 151.
|
Noot 15
- Fes ef arâbe sylâ toklesÿ melde. In de tuin staat allerlei onkruid.
- Do lelperre metteraf ÿrozzermosz. Hij heeft allerlei voorrechten.
- Metteraf belks melde fes ef stôl.
Er liggen allerlei soorten vruchten in de schaal.
52.13 Combinaties van onb.vnw.n
Verscheidene onb.vnw.n uit Blok 52.11 kunnen met elkaar gecombineerd worden, bijvoorbeeld:
- gopirus sest geffys
- hâles sest geffys
- wâlke pes mimpit
- hédecs effer mimpits
- bertert metteraf mimpits
- sest litel pleko
|
enige van zulke appels
genoeg van zulke appels
menig boek van elkaar
de enige boeken van elkaar
te veel van allerlei boeken
zulk weinig zand
|
- Óps larde lopert bertert picas. Ze eten evenveel en te veel ijsjes.
- Óps lelperre hâles nyses lûx tiyns.
Ze hebben voldoende van werkelijk alle luxueuze dingen.
52.14
In een enkel geval is zo'n onb.vnw.-combinatie gelexicaliseerd, bijvoorbeeld:
- feltes + cradef > feltes cradef
zoiets als de + alle > welke ... dan ook; elke willekeurige
Let op het verschil tussen nyses en feltes cradef:
- Óps quardere nyses cônsertos.
Ze bezoeken werkelijk alle concerten. (= ze slaan geen enkel concert over)
- Óps quardere feltes cradef cônsertos.
Ze bezoeken elk willekeurige concert/welk concert dan ook.
(= ze hebben geen voorkeur voor bepaalde concerten)
- Do zerfe ef cafer hôskâf nyses terrats.
Hij komt werkelijk elke dag/welke dag dan ook bij ons langs.
(= er gaat geen dag voorbij of hij komt langs)
- Do zerfe ef cafer hôskâf feltes cradef terrats.
Hij komt op willekeurige dagen/welke dag dan ook bij ons langs.
(= we weten nooit van te voren op welke dag hij langskomt)
- nÿf + effer > nÿf effer
geen + de enige > geen enkele; niet één
Bijvoorbeeld:
- Do lelperre nÿf effer mimpits. Hij heeft niet één boek/geen enkel boek.
52.15 Combinaties van onb.vnw.n met aanw. en bez.vnw.n
Dikwijls kan een onb.vnw. door een aanw. of bez.vnw. gevolgd worden:
- efra/effer kost frint
- eftofpira vilt frint
- gopirus tem geffys
- jadâk groft frint
- bertert kâs jolaiy
- cradef bôs otos
|
mijn enige vriend
een of andere vriend van jou
een paar/enkele van deze appels
elke vriend van hem
te veel van zulke vrijheden
al die auto's
|
- Ef feldariys ÿrgefûðe lopert kost mimpits.
De kasten bevatten [elk] evenveel van mijn boeken.
Het impliciete bez.vnw. sener[s] kan niet gecombineerd worden met een onb.vnw. Hiervoor in de plaats moet dan een expliciet equivalent komen. Vergelijk:
- Gress rupke sener efantys. Ik roep mijn kinderen.
- Gress rupke cradef kost efantys. Ik roep al mijn kinderen.
- Eup sener frint clajûzuobe. Ze heeft haar vriend in de steek gelaten.
- Eup minker belt frint clajûzuobe.
Ze heeft menige vriend van haar in de steek gelaten.
Zie ook § 52.8.
|
Deze zin kan ook zo opgevat worden dat zij menige vriend van een andere vrouw in de steek heeft gelaten, want belt hoeft niet per se aan de zinskern te refereren.
|
52.16
Evenals bez.vnw.n (Blok 51.27) en de aanw.vnw.n (§ 52.9) kennen ook sommige onb.vnw.n een genominaliseerde afleiding. Deze wordt altijd voorafgegaan door het bepaalde lidwoord ef en kent geen meervouds- of resultatiefvorm:
- efra > ef efraiy
- effer > ef efferiy
- sest > ef sestiy
- beritel > ef beriteliy
- bertert > ef bertertiy
- hédiyc > ef hédiyciy
- wâlke > ef wâlkeiy
|
de/het enige; de enigen (zie § 20.38)
(idem)
zo een; zulk een; een dergelijke; zoiets
het te weinige; het tekort
het te vele; het overschot
die/dat van elkaar (meer dan 2)
die/dat van elkaar (2 stuks)
|
Voorbeelden:
- Do melde ef efferiy, té afânole. Hij is de enige die achterblijft.
- Óps melde ef efferiy, mit vende rala. Zij zijn de enigen die meegaan.
- Aftel tu tiffe eft miltef merater? - Siy, Petriy melde ef sestiy.
Ken jij een sterke man? - Ja, Petriy is er zo een.
- Dena mimpit melde ef sestiy, técÿr dÿfos knôfe pip mintof pracâ dur.
Dit boek is er zo een, waarvan de afloop al na de derde pagina bekend is.
- Gress lelperre beritel mindefit verfu ur bertert mesâ tiyn; curmel gress kurakettecû ef bertertiy helkara ef beriteliy.
Ik heb te weinig rode verf en te veel groene; misschien kan ik de te vele [verf] ruilen voor de te weinige [verf].
(m.a.w. het overschot aan verf inruilen tegen de verf die ik te kort kom)
- Ef telebôsz melde ef beriteliy fes kult zeces.
Er zijn te weinig telefooncellen/er is een gebrek aan telefooncellen in ons dorp.
- Petriy lelperre Peugeot ur gress lelperre Audi, tur kirro lâufire riyfain ef wâlkeiy.
Petriy heeft een Peugeot en ik heb een Audi, maar we rijden altijd in die van elkaar (in elkaars auto).
- Gylt, Gest, Glo ur Gals trempe riyfain hédecs mimpits, tûre Iva affionnose beri trempe ef hédiyciy.
Gylt, Gest, Glo en Gals lezen altijd elkaars boeken, maar Iva houdt er niet van om die van elkaar te lezen.
|
Deze constructie met ef beriteliy doet vriendelijker aan dan:
- Ef nâtelebôse melde fes kult zeces.
Er is een gebrek aan telefooncellen in ons dorp.
Vergelijk ook § 21.5.
|
|
Merk op dat Iva een enkelvoudige zinskern is, terwijl ef hédiyciy minstens drie entiteiten verlangt. Dat deze zin correct is kan verklaard worden door aan te nemen dat de drie of meer personen waaraan ef hédiyciy moet refereren feitelijk niet in de zinskern (Iva) staan, maar gedacht moeten worden bij het werkwoord trempe. De constructie is te interpreteren als: "Iva houdt er niet van dat drie of meer personen (inclusief zijzelf) elkaars boeken lezen".
|
|