|
Opbouw van dit hoofdstuk:
|
50.1 Algemeen
Het Spokaans kent drie lidwoorden:
- bepaald lidwoord (bep.lidw.): ef (de; het)
- onbepaald lidwoord enkelvoud (onbep.lidw.enk.): eft (een)
- onbepaald lidwoord meervoud (onbep.lidw.mv.): goe
50.2
Het onb.lidw.enk. eft wordt meestal uitgesproken als [et]. Als eft extra benadrukt wordt, of als het volgende woord met een t, d of ð begint, klinkt het eventueel als [eftî]:
- eft sért [etséRt]
- eft taris [etaris]
of [eftîtaris]
|
|
Om verwarring te vermijden wordt soms uitsluitend de uitspraak [eftî] gebezigd, vergelijk:
- eft rull [etru:L]
- eft trull [eftîtru:L] (i.p.v. [etru:L])
|
een hinde (vr. hert) een altaar
|
Het onb.lidw.mv. goe wordt uitgesproken als [go]. Als het volgende woord met een vocaal begint, wordt tussen goe en dit woord een bilabiale [w] ingelast:
- goe agrus [gowagrus] bergtoppen
In poëzie is het voor het metrum soms nodig om goe bisyllabisch uit te spreken, het klinkt dan als [gowe] of [gowî].
Zie verder § 11.13 voor de uitspraak van de lidwoorden.
|
In sommige delen van Spokanië (met name de districten Tjemp en Plefô, en het eiland Lomky) kennen ook sommige puntklanken (§ 11.12 Noot 1) de oppositie kort~lang. In dat geval wordt er een verlengde t uitgesproken als de eind-t van eft grenst aan de begin-t van het volgende woord: eft taris [et:aris] i.p.v. [etaris]. De alternatieve uitspraak [eftî] komt dan niet voor. Zie ook § 11.12.
|
|
Daar eft nimmer uitgesproken wordt als *[eft], kan de uitspraak [eftru:L] alleen refereren aan ef trull, en nooit aan eft trull of eft rull.
|
50.3
Spokaanse lidwoorden hebben niet alleen de taak om de oppositie bepaald ~ onbepaald uit te drukken, maar dienen in belangrijke mate ook als markering van een substantief. Het komt daarom zelden voor dat een substantief zonder lidwoord gebruikt wordt. Substantieven in het enkelvoud worden behalve in de hieronder te behandelen gevallen (§ 50.4) altijd voorafgegaan door ef of eft. 
Substantieven in het meervoud en ook stoffelijke substantieven worden in de bepaalde vorm altijd voorafgegaan door ef (behalve in de hieronder te noemen gevallen). In de onbepaalde vorm blijven zij dikwijls ongemarkeerd (dit dus in tegenstelling tot enkelvoudige substantieven), en in een aantal bijzondere gevallen wordt gebruik gemaakt van goe (zie § 50.39-45).
Het onderscheid CONCREET ~ ABSTRACT, en ook de geslachten, komen in de lidwoorden niet tot uitdrukking.
|
In plaats van een lidwoord kan ook een lidwoordvervangend voornaamwoord gebruikt worden, zoals een bez.vnw. (Hoofdstuk 51) of een aanw.vnw./onb.vnw. (Hoofdstuk 52). Overal waar "lidwoord" staat, mag dus ook "lidwoordvervangend voornaamwoord" gelezen worden.
|
50.4 Lidwoord afwezig
Een lidwoord is afwezig in de volgende gevallen:
- Verscheidene idiomatische constructies (§ 50.5);
- Verscheidene geografische namen (vanaf § 50.6);
- Eigennamen van personen en pers.vnw.n die voorafgegaan worden door een additief (§ 50.8);
- Geografische namen van plaatsen, districten, landen en andere gebieden die voorafgegaan worden door een additief (vanaf § 50.9);
- Substantieven, afkortingen en letterwoorden die als eigennaam van een vereniging, instantie, firma, bedrijf ed. of als handelsmerk ed. fungeren (worden tevens met hoofdletters geschreven) (vanaf § 50.12);
- Buitenlandse (onvertaalde) namen van gebouwen, straten, toneelstukken ed. (vanaf § 50.14);
- Namen van schepen (altijd op -ka) en voertuigen (altijd op -no) (§ 50.16);
- Windstreken (§ 50.17);
- Voor rangtelwoorden met het karakter van subj.add. (samen met een koppelwerkwoord) (§ 50.18);
- Voor namen van beroepen (vanaf § 50.19);
- Voor een additief in de overtreffende of minste trap, als dit subjectief, predikatief of objectief gebruikt wordt (§ 50.22);
- Tussen het voorzetsel ja en een meervoudig substantief, samen in de betekenis "van ... tot ..." (vanaf § 50.23).
In de volgende paragrafen worden A. t/m L. nader bekeken.
|
De opsomming is gemaakt vanuit een Nederlands perspectief; het gaat hier voornamelijk om gevallen waarin het Nederlands wel een lidwoord gebruikt.
|
50.5 ad § 50.4 A. Idiomatische constructies
Voorbeelden van idiomatische constructies zonder lidwoord:
- fes kiygt fort
- ef ðobiyre fes painos
- fes loin helkara
- ef jûmpre sért
- ân fes arr
- fara finne
- luft kiyn
- luft zurrere
- luft ÿrliriys rifo
- eft qurt fes eit
|
in de laatste tijd in het werk stellen met het oog op het huis verlaten (min of meer voorgoed verdwijnen) overal; waar dan ook om te beginnen; in den beginne in de openlucht op den duur aan de hand van (fig.) een doorn in het oog
|
Veel van deze constructies zijn voorzetselbepalingen, waarin ook het voorzetsel een idiomatisch karakter heeft.
|
Vergelijk: ef wencate ef sért (in huis blijven; thuis blijven (lett. "het huis houden")).
|
|
Ân fes arr betekent letterlijk "overal ter plekke", en is een emfatische variant van het neutrale ân (overal).
|
50.6 ad § 50.4 B. Geografische namen
Voorbeelden van geografische namen zonder lidwoord (en in het Nederlands wèl een lidwoord):
- Âlps, Pyrnees
- Faroer, Filipynn
- Ôrkniy, Hebridiy
- Provence = Provense
- Ukrain
- Unior Stats
|
de Alpen, de Pyreneeën de Faeröer, de Filippijnen de Orkney-eilanden, de Hebriden de Provence (in Zuid-Frankrijk) de Oekraïne de Verenigde Staten
|
|
Namen van eilandengroepen staan veelal in het enkelvoud. Zij kunnen aan een geheel land refereren, zoals Filipynn, maar ook aan een eilandengroep die bij een ander land hoort, zoals Hebridiy.
|
|
De vorm Provence wordt op dezelfde wijze uitgesproken als Provense: [provense]. Dit is een van de weinige keren dat de c in een Spokaans woord als [s] klinkt.
|
50.7
In poëtisch taalgebruik wordt ef ook wel weggelaten bij de namen van Spokanische (niet buitenlandse!) rivieren en beken:
- Ef kôbo nÿle kafonn ef Zelze. = ¶ Ef kôbo nÿle kafonn Zelze.
De zon schijnt op de Zelze.
50.8 ad § 50.4 C. Eigennamen en pers.vnw.n met additief
Voorbeelden van eigennamen en pers.vnw.n, met een additief:
- hupster Jân
- kinur Mefa
- flifados merater Metrusse
- Mirra rifo koffon Ârmyll
- kinur eup; hômba kirro
|
de grote Jân de zieke Mefa de aardige mijnheer Metrusse Straat van de dode Ârmyll (bekende straatnaam in Liyrotyka) zij die ziek is; wij die aardig zijn
|
50.9 ad § 50.4 D. Geografische namen met additief
Voorbeelden van geografische namen met een additief:
- Do zâre ber lurgiy-fortiyniy Gret.
- ming Reykjavík
- zvalira Durÿsvergu
- kryobiy én sôlitar Ales
- kryobiy Veluwe
- cômunistise Mager
- clamiða Andel
|
Hij woont in het middeleeuwse Gret. het schone Reykjavik het idyllische Durÿsvergu het heuvelachtige en eenzame Ales de heuvelachtige Veluwe het communistische Hongarije het moerassige Andel
|
|
Spreek uit: [rekjavik].
|
|
Sommige namen van landen worden altijd voorafgegaan door ef (§ 50.27); dit lidwoord blijft dan behouden als er een additief toegevoegd wordt: ef cômunistise Pôlsa (het communistische Polen). Hoewel het lidwoord bij de landennaam hoort, wordt het add. dus toch tussen lidwoord en naam gezet. De vorm cômunistise ef Pôlsa zou feitelijk logischer zijn, maar wordt als incorrect beschouwd.
|
50.10
Sommige Spokanische plaatsnamen beginnen met Ef. Dit lidwoord is een deel van de gehele naam en wordt daarom met een hoofdletter geschreven. Een eventueel additief komt vóór Ef, want de naam mag niet "opengebroken" worden. Bijvoorbeeld:
- liftkar Ef Pârenkiy
- belt én xog Ef Toliy-helmy
|
het oude Ef Pârenkiy het kleine en afgelegen Ef Toliy-helmy
|
50.11
Namen van waterwegen behouden na toevoeging van een additief hun lidwoord:
- ef wÿsgiy Dâm
- ef gÿtliysót Ture
- ef narre Ben-kanol
- ef utfin én trag Renn
- ef centys Noordzee-kanol
|
de kronkelige Dâm (rivier) de visrijke Ture (beek) het te smalle Ben-kanaal de brede en trage Rijn het drukke Noordzeekanaal
|
In poëtisch taalgebruik mag ef weggelaten worden bij Spokanische (niet bij buitenlandse) rivieren en beken (zie ook § 50.7):
- Ef kôbo nÿle kafonn ef glyl Zelze. = ¶ Ef kôbo nÿle kafonn glyl Zelze.
De zon schijnt op de glinsterende Zelze.
50.12 ad § 50.4 E. Eigennamen van niet-personen
Voorbeelden van eigennamen van verenigingen, instanties, firmas, bedrijven, handelsmerken ed.:
- Kindistee Spooksoliy nert melde ef glyda rifo NAXÔ.
Het Koninkrijk Spokanië is geen lid van de NAVO.
- Gress lorerde sener cafer luft Stami; luft Hema.
Ik koop mijn koffie bij [de] Stami; bij de Hema.
- Burokratise UÛ lelperre krabé fes kerru Spooksoliy.
De bureaucratische EU heeft ook invloed in Spokanië.
- Spooksoliy Arânkas eft hupster perdos zyne.

De Spokanische Spoorwegen hebben/heeft een groot verlies geleden.
- SA eft hupster perdos zyne.

[De] SA heeft/hebben een groot verlies geleden.
- SEQU melde eft hâc feslosos.

De SEQU is een nuttige organisatie.
- Do lâufire blotter Peugeot.

Hij rijdt in een blauwe Peugeot.
|
Vergelijk het eigenlijke gebruik van spooksoliy arânkas (nu zonder hoofdletters) in:
- Ef spooksoliy arânkas lelperre eft flândoro rifo 5330 km.
De Spokanische spoorwegen hebben een lengte van 5330 km.
|
|
Indien een afkorting als substantief bedoeld wordt, en niet als eigennaam, krijgt het een lidwoord (zie ook § 50.30):
- Ef SA mefre "Spooksoliy Arânkas". SA betekent "Spooksoliy Arânkas".
- Ef SEQU melde eft portos rifo 4 rojis. SEQU is een afkorting van 4 letters.
|
|
Vergelijk:
- Do lâufire eft Peugeot-oto. Hij rijdt in een [auto van] Peugeot.
|
50.13
Zodra een eigennaam (§ 50.8) of een afkorting of letterwoord (§ 50.12) voorzien wordt van affixen, kan er wèl een lidwoord toegevoegd worden. Vergelijk:
- flifados Moffain ~ eft pâlt-Moffain
de aardige Moffain ~ een teveel aan Moffains
- Stami ~ ef nâ-Stami-e
de Stami-winkel ~ het gebrek aan Stami-winkels
- blotter Peugeot = ef lati-Peugeot

de blauwe Peugeot
- EECŸRLUM ~ ef EECŸRLUM-ôm

de EHBO ~ de industrie-EHBO
Zie ook § 21.37-40, § 30.56-57.
|
Kleuren kunnen zowel met een additief als met een prefix uitgedrukt worden; zie Hoofdstuk 171.
|
|
Afdeling van de EECŸRLUM die eerste hulp verleent bij ongevallen in fabrieken, havens en op bouwterreinen ed.
Het lexicale suffix -ôm (§ 21.4) vormt een ondergeschikt element bij EECŸRLUM; het lidwoord hoort dus bij het basiselement EECŸRLUM. Vergelijk deze situatie met: ef EECŸRLUM-mip (het boek over de EECŸRLUM). Het nominale suffix -mip (boek) (§ 21.30) is tevens het basiselement en EECŸRLUM vormt hier een ondergeschikte bepaling bij. Nu hoort het lidwoord dus bij -mip, en niet bij EECŸRLUM.
|
50.14 ad § 50.4 F. Buitenlandse namen van niet-personen
Voorbeelden van buitenlandse (onvertaalde) namen van gebouwen, straten, toneelstukken ed.:
- Fes Dam eft wÿsÿr-môbâriy melde.
Op de Dam staat een oorlogsmonument.
- Gress lutterafo Gijsbrecht.
Ik heb de Gijsbrecht gezien.
- [Centys] Noordzeekanaal hocile 1876. (vergelijk ook § 50.11)
Het [drukke] Noordzeekanaal stamt uit 1876.
- Do zâre fes Regent Street.
Hij woont in [de] Regent Street.
- Aftel tu tiffe Louvre?
Ken je het Louvre?
- Euromast melde ber Rotterdam.
De Euromast staat in Rotterdam.
50.15
Maar: zodra de buitenlandse naam een bepaling vormt bij een Spokaans substantief, komt er wel een lidwoord bij:
- ef Dam-lirrotiy
- ef Eiffel-taris
- ef McBeth-dramm
- ef Regent-mirra
- ef Euromast-taris
- ef Noordzee-kanol
|
de Dam (lett. "het Dam-plein") de Eiffeltoren het drama McBeth Regent Street (lett. "de Regent-straat") de Euromast (lett. "de Euromast-toren") het Noordzeekanaal
|
|
De tautologie Euromast-taris is aanvaardbaar voor zover wij accepteren dat een Spokaniër niet op de hoogte is van het feit dat mast en taris feitelijk hetzelfde betekenen. Euromast is een echte eigennaam waarin de elementen euro en mast geen eigen betekenis [meer] hebben, en daarom is de "vertaling" Euro-taris raar. Daarentegen is de tautologie Noordzeekanaal-kanol niet acceptabel, want elke Spokaniër zal wel begrijpen dat kanaal en kanol equivalent zijn. Bovendien heeft de eigennaam Noordzeekanaal zijn oorspronkelijke betekenis behouden: het gaat duidelijk om een kanaal dat naar de Noordzee leidt. Nu kan kanaal door kanol vervangen worden. Merk op dat een complete vertaling in de vorm van Nutter-zee-kanol weliswaar correct Spokaans is, maar moeilijk beschouwd kan worden als een equivalent van "Noordzeekanaal": het refereert aan een willekeurig kanaal dat naar de Noordzee leidt.
|
50.16 ad § 50.4 G. Namen van schepen en voertuigen
Namen van schepen (altijd op -ka) en van voertuigen (altijd op -no) hebben geen lidwoord (zie ook § 21.30):
- Ef lajâfka pe Zwarte Zee-ka.
De sleepboot heet de Zwarte Zee.
- Ef értef spooksoliy fradâs po Mynallno.
De eerste Spokanische locomotief heette [de] Mynall.
- Cânserka de Kreeft (scheepsnaam)
- Tepperno de Trappelaar (fietsnaam)
50.17 ad § 50.4 H. Windstreken
Windstreken in bepaalde idiomatische constructies. De met † gemarkeerde vormen zijn de oude vormen die in de spreektaal en de scheepvaart nog frequent voorkomen. In een meer technische context (geografie, meteorologie ed.) wordt de voorkeur aan nutter/opper/zutter/wefot gegeven:
- armt nutter/opper
- armt zutter/wefot
- † fes wóna
- † fes jag-wóna
- † fes ideóna
- † armt gurt-gÿp
- † armt kÿl-gÿp
- † helkara šark-col
- † helkara rilko-kôbotass
- † helkara rikbi-kôbotass
|
in het noorden/oosten in het zuiden/westen in het noorden in het noordoosten (lett. "schuin-noorden") in het zuiden (lett. "tegen-noorden") in het oosten (lett. "ochtend-horizon") in het westen (lett. "avond-horizon") in het zuidoosten (lett. "land-doel" = Europa)
in het zuidwesten (lett. "links v.d. zonsondergang") in het noordwesten (lett. "rechts v.d. zonsondergang")
|
|
Nutter, opper, zutter en wefot kunnen ook additieven zijn. Volgens § 20.50 dienen substantieven die dezelfde vorm hebben als een additief altijd met een lidwoord (of lidwoordvervangende constructie) gemarkeerd te worden. Dat geldt dus ook voor de namen van de vier windrichtingen. Zie ook § 50.31. Uitzondering hierop vormen de hier genoemde idiomatische constructies met het voorzetsel armt.
|
50.18 ad § 50.4 I. Rangtelwoorden
Voorbeelden van rangtelwoorden met het karakter van subj.add. (samen met een koppelwerkwoord):
- Dena mimpit melde durtef, do trempelira lelmo mink.
Dit is het derde boek, dat hij deze week leest.
(lett. "dit boek is [het] derde, dat ...")
- Fes ef orefante-tojesfsâ Petriy pónzo fârtef.
In de zwemwedstrijd werd Petriy [de] vierde.
Zie verder § 170.x17.
50.19 ad § 50.4 J. Beroepen
Voorbeelden van namen van beroepen. In de spreektaal wordt echter dikwijls het onbepaalde lidwoord eft toegevoegd:
- Do melde [eft] gekker.
- Yvonn tinkere [eft] otÿ.
- Aftel tu tintavy [eft] ÿrasatjen?
|
Hij is leraar. Yvonn wordt verpleegster. Wil jij timmerman blijven?
|
In deze voorbeelden is - in traditionele termen - de naam van het beroep naamwoordelijk deel van het gezegde (wordt voorafgegaan door een koppelwerkwoord; zie ook § 102.1-6). Ook als de naam van het beroep in een andere positie staat, kan het lidwoord weggelaten worden. Dit gebeurt vooral als het beroep het karakter krijgt van een aanspreekvorm. Bijvoorbeeld:
- Tu rupkât harber.
- Harber melde terat nelatiyca ki.
- Todirtÿer arfine hojelka?
- Ef bellarts kette sener storiys ón gekker.
De leerlingen geven hun opstel aan de leraar. (eig. "aan meester")
|
Je moet de ober roepen. Ober, u bent zeer attent. Wanneer komt de vuilnisman?
|
50.20
De aanspreekvorm wordt vooral duidelijk als de voor- of achternaam aan het beroep wordt toegevoegd:
- Tu rupkât harber Petriy.

Je moet ober Petriy roepen.
- Harber Petriy melde terat nelatiyca ki.
Ober Petriy, u bent zeer attent.
- Medikiy Metrusse arfine hojelka?
Wanneer komt dokter Metrusse?
- Óps kette sener storiys ón gekker Ruffe-Plânt.
Ze geven hun opstel aan meester Ruffe-Plânt.
|
Indien een ober (of ander dienstverlenend personeel) zijn/haar naam op de kleding draagt (en dat is in Spokanië vrijwel altijd het geval, tot vuilnismannen en straatvegers toe), mag hij/zij ook bij de voornaam aangesproken worden. Het feit dat iemand in een dienstverlenend beroep bij de voornaam aangesproken mag worden is nog géén reden om die persoon ook te tutoyeren (met tu aanspreken). Tutoyeren is pas toegestaan als dit wederzijds gebeurt, en aangezien de persoon die zich tot het dienstverlenend personeel richt zelf geen naamplaatje zal dragen, is er van wederzijdsheid geen sprake en is het passender om elkaar met gÿrs (u) aan te spreken.
|
50.21
In § 31.18 is besproken hoe een algemeen geldende bewering een meervoudsvorm al dan niet met het lidwoord goe vereist, zoals:
- Goe otos melde vita gabanolacs. De auto is een snel vervoermiddel.
Dit geldt ook bij namen van beroepen, als deze refereren aan de personen die dat beroep uitoefenen:
- Goe mecratjens melde miltef meraters.
Smeden zijn sterke mannen; Een smid is een sterke man.
- Goe medikiys melde kÿponmiypiyn veldurs.
Artsen zijn nuchtere mensen; Een arts is een nuchter mens.
Als de naam van het beroep niet refereert aan een persoon die dat beroep uitoefent, maar alleen aan het beroep zelf, is de goe-constructie eigenlijk onmogelijk, en wordt de voorkeur gegeven aan een constructie waarin het beroep in het enkelvoud genoemd staat:
- ? Goe medikiys melde hômber slojets = Medikiy melde eft hômber slojet.
Arts [zijn] is een vermoeiend beroep. 
- ? Goe mecratjens xâme'ie litel fes-jalôsta.
=
= Mecratjen xâme'ie litel fes-jalôsta.
[Het beroep van] smid levert weinig inkomsten op.
|
Ook in het Nederlands is het nu onmogelijk om te zeggen: * Artsen zijn vermoeiende beroepen.
|
|
De zin Goe mecratjens xâme'ie litel fes-jalôsta kan wel zo geïnterpreteerd worden dat er gerefereerd wordt aan personen die smid zijn, dus: "Smeden leveren weinig inkomsten op". Een mogelijke context voor deze uitspraak is bijvoorbeeld: een bedrijf heeft een aantal smeden in dienst, maar deze zijn niet erg productief, zodat het bedrijf er geen financieel voordeel van heeft. De directeur constateert nu dat zijn bedrijf weinig verdient aan die smeden.
|
50.22 ad § 50.4 K. Overtreffende of minste trap
Voorbeelden van additieven in de overtreffende of minste trap, bij subjectief, predikatief of objectief gebruik (zie § 43.4-6):
- Groft sientur melde belt oras.
Zijn moeder is het kleinst.
- Gress farte hups tom.
Ik loop het minst hard.
- Tu verfute ef argerat lo kariy tom.
Jij verft de deur het minst lelijk.
- Hols ef avyro meldo grât.
Gisteren was de lucht het helderst.
- Kirro cônsidere groft chebos lo qury.
We vinden zijn gezelschap het minst aangenaam.
50.23 ad § 50.4 L. Idioom met voorzetsel ja
Tussen het voorzetsel ja (tussen) en een substantief X, in de betekenis "van X tot X"; het substantief staat hierbij verplicht in het meervoud (zie § 31.8):
- Ef agrén jumpetece ja vilduls.
De eekhoorn springt van boom tot boom.
- Ef lorerdaters sôlše ja zecesz.
De kooplieden trekken van dorp tot dorp.
- ef Zûmbara-tjek ja terrats
de sleur van dag tot dag
Let op het verschil in betekenis bij de aanwezigheid van een lidwoord:
- Ef agrén jumpetece ja ef vilduls.
De eekhoorn springt tussen de bomen [rond].
50.24
De regel dat bij dergelijke ja-constructies een lidwoord achterwege moet blijven komt in conflict met de regels die het gebruik van een lidwoord of lidwoordvervangend voornaamwoord juist voorschrijven, zoals bij substantieven die dezelfde vorm hebben als additieven (§ 50.31). In dat geval verdringt de regel die het gebruik van een lidwoord verbiedt alle andere regels. Voorbeeld: omdat kryobiy zowel "heuvelachtig" als "heuvel" betekent, moet het in de functie van substantief altijd met een lidwoord[vervangend voornaamwoord] gemarkeerd worden, behalve als het in een ja-constructie voorkomt:
- Kirro pitte ja kryobiys.
Wij fietsen van heuvel tot heuvel.
Zie verder § 50.31 en § 50.36.
|
Vergelijk:
- Kirro pitte ja ef kryobiys.
Wij fietsen tussen (te midden van) de heuvels.
|
50.25 Lidwoord ef verplicht
Een lidwoord of lidwoordvervangende constructie is verplicht in de volgende gevallen:
- Verscheidene idiomatische constructies (§ 50.26);
- Verscheidene geografische namen (vanaf § 50.27);
- Namen van maanden en dagen (§ 50.29);
- Afkortingen, symbolen ed. als deze als substantief (en niet als eigennaam) gebruikt worden (§ 50.30);
- Substantieven die qua vorm gelijk zijn aan een additief (§ 50.31);
- Na nert (niet) (§ 50.32);
- Voor lichaamsdelen, organen, (delen van) kledingstukken ed. als de bezitter(s) ervan in de zinskern genoemd is/zijn (§ 50.33);
- Voor namen van volkeren (§ 50.34);
- Voor de infinitief als deze nominaal gebruikt wordt (§ 50.35);
- Voor een attributief voltooid deelwoord als dit onregelmatig is (§ 50.36);
- Voor attributief gebruikte geografische namen (§ 50.37).
In de volgende paragrafen worden de punten A. t/m K. nader bekeken.
|
De opsomming beperkt zich voornamelijk tot de gevallen waarin het Nederlands geen lidwoord hoeft te gebruiken en het Spokaans wel. Als het bepaalde lidwoord ef vervangen kan worden door een bezittelijk, aanwijzend of onbepaald voornaamwoord zal dit expliciet genoemd worden.
|
50.26 ad § 50.25 A. Idiomatische constructies
Voorbeelden van idiomatische constructies met ef (dikwijls voorzetselbepalingen):
- kaf ef kleter
- kaf ef mirra
- fes ef koles
- fes ef sÿrt rifo
- âfry ef quergos
- ef rovretos ump
|
opnieuw op straat op school in plaats van op afspraak liefde voor
|
50.27 ad § 50.25 B. Geografische namen
Voorbeelden van geografische namen met ef:
- ef Spana (Spanje); ef Ameriy (Amerika); ef Pôlsa (Polen); ef Asiy (Azië).
Het lidwoord ef bij namen van landen en werelddelen wordt niet beschouwd als een onderdeel van de totale naam. Dit blijkt uit twee dingen: (i) ef wordt met een kleine letter geschreven (behalve natuurlijk aan het begin van een zin), en (ii) tussen ef en het erop volgende woord kan een additief gevoegd worden, bijvoorbeeld:
- ef cômunistise Pôlsa
- ef palequeo Ameriy
|
het communistische Polen het moderne Amerika
|
Vergelijk ook § 50.9.
50.28
Het lidwoord Ef dat bij sommige Spokanische plaatsnamen hoort, wordt daarentegen wèl als een onderdeel van de totale naam gezien. Dit blijkt uit het volgende: (i) Ef wordt altijd met een hoofdletter geschreven, en (ii) tussen Ef en het erop volgende woord kan niets geplaatst worden (additieven komen vóór Ef), bijvoorbeeld:
- palequeo Ef Ÿchis
- liftkar Ef Pârenkiy
|
het moderne Ef Ÿchis het oude Ef Pârenkiy
|
Zie ook § 50.10.
50.29 ad § 50.25 C. Maanden en dagen
Bij de namen van maanden en dagen kan ook een lidwoordvervangend voornaamwoord gebruikt worden:
- ef arfinn wetestof aanstaande woensdag
- Kult zirrot melde lóf ef ogust.
Onze vakantie is in augustus.
- Ef tûratof melde kost jolaiyðe.
Dinsdag is mijn vrije dag.
- Lelmo kôbotof kirro tinde fesért.
Deze zondag blijven we thuis.
- Goe februys melde ef portâ oras hertels.

Februari is de kortste maand.
- Goe kôbotofs melde ef aðiyk terrats fes ef mink.

Zondag is de laatste dag van de week.
- Lóf cradef septembrys do zâre fes ef Spana.
Alle maanden september woont hij in Spanje.
(lett. "gedurende alle septembers ...")
Zie verder § 41.26 en § 171.12.
|
Hier worden goe en meervoudige vormen gebruikt omdat het om algemeen geldende beweringen gaat. Zie § 31.18.
|
50.30 ad § 50.25 D. Afkortingen en symbolen
Voorbeelden van afkortingen, symbolen ed. als deze als substantief (en niet als eigennaam) gebruikt worden. Ook een lidwoordvervangend vnw. is mogelijk:
- Ef SA mefre "Spooksoliy Arânkas".
SA betekent "Spooksoliy Arânkas".
- Gress nert tiffe, kluft ef f.e.s.r. mefre ef. (Zie ook § 50.26)
Ik weet niet wat f.e.s.r. betekent.
- Lelmo
melde ef symboliy furt "tóftos".
Deze is het symbool voor "tóftos".
Vergelijk ook § 50.12.
50.31 ad § 50.25 E. Substantief gelijk aan additief
Bij substantieven waarvan dezelfde vorm ook als additief voorkomt is ook een lidwoordvervangend voornaamwoord mogelijk.
Omdat het enkelvoudige onbepaalde lidwoord eft geen meervoudige variant kent (het meervoudige goe heeft slechts een beperkte toepassing), wordt er bij meervoudige substantieven dikwijls het bepaalde lidwoord ef gebruikt, zonder dat er van "bepaaldheid" sprake is. Het lidwoord ef dient dan alleen als substantief-markeerder; het aspect van "bepaaldheid" kan geheel geëlimineerd zijn:
- eft clamiða šarkofiy een moerassig landschap
- Ef hupster clamiðas caribe ef spooksoliy xijeareûs.

Grote moerassen bedekken de kustgebieden van Spokanië.
- Pert hupster clamiðas caribe ef xijeareûs.
Vele grote moerassen bedekken de kustgebieden.
- eft kryobiy jakâm een heuvelachtig veld
- Kirro pitto kura eft uba kryobiye.
We hebben over een steile heuvel gefietst.
- Kirro pitto kura ef uba kryobiyses.

We hebben over [de] steile heuvels gefietst.
- Kirro pitto kura minker uba kryobiyses.
We hebben over verscheidene steile heuvels gefietst.
- eft holfe tjokâs een half brood
- Ef vasa coðare ef ten holfes.
De vaas bestaat uit twee helften.
- eft râviys moplariy lef qugjoho

een opmerkelijk ongeluk met een [opmerkelijk] gevolg
- ef xozjôc râviys [de] grappige opmerkingen
De regel die het gebruikt van ef verplicht stelt kan verdrongen worden door andere regels, zie § 50.23.
|
Het onbepaalde meervoudige lidwoord goe zou hier niet op zijn plaats zijn omdat er geen sprake is van "een algemeen geldende bewering". Dit is wel het geval in een constructie als:
- Goe hupster clamiðas mrôge lilt.
Grote moerassen stinken vaak.
|
|
Om de onbepaaldheid van kryobiys expliciet uit te drukken, kan een lidwoordvervangend voornaamwoord als gopirus (enige) gekozen worden:
- Kirro pitto kura gopirus uba kryobiyses.
We hebben over enige steile heuvels gefietst.
|
|
Het additief râviy (opmerkelijk) krijgt hier het meervoudssuffix -s, omdat er sprake is van een extern meervoud. Zie hiervoor § 42.12.
|
50.32 ad § 50.25 F. Negatie nert ef
De combinatie nert ef wordt meestal vertaald met "geen":
- Do larde nert ef geffy[s]. Hij eet geen appel[s].
(= hij eet iets anders)
- Gress lelperre nert ef oto. Ik heb geen auto.
(= ik bezit een ander vervoermiddel)
Vergelijk deze voorbeelden met:
- Do nert larde geffys. Hij eet geen appels.
(= ontkenning van de gehele stand van zaken)
- Gress nert lelperre eft oto. Ik heb geen auto.
(= ontkenning van de gehele stand van zaken)
Voor ontkenningen, zie verder Hoofdstuk 151.
50.33 ad § 50.25 G. Lichaamsdelen, organen, kledingstukken
Lichaamsdelen, organen, (delen van) kledingstukken ed. krijgen ef als de bezitter(s) ervan de functie van zinskern heeft/hebben. Vergelijk:
- Gress lelperre eft cirrô fes ef ként.
Ik heb een knikker in mijn maag.
- Petriy oimetere ef kas.
Petriy trekt zijn jas aan.
- Eup verfute ef mirs.
Ze verft haar haar.
- Elsa ur Mariy verfute ef mirs.
Elsa en Mariy verven hun haar.
- Lerdu, Ôrs ur Jân sÿrte ef ÿršara.

Lerdu, Ôrs en Jân zetten hun hoed op.
|
Ÿršara is het meervoud van ÿršar (hoed). Dit meervoud is noodzakelijk omdat er sprake is van drie hoeden.
|
50.34 ad § 50.25 H. Volkeren
Bij namen van volkeren is ook een lidwoordvervangend vnw. mogelijk. Omdat het enkelvoudige onbepaalde lidwoord eft geen meervoudige variant kent, wordt er bij meervoudige vormen dikwijls het bepaalde lidwoord ef gebruikt, zonder dat er van "bepaaldheid" sprake is. Het lidwoord ef dient dan alleen als substantief-markeerder; het aspect van "bepaaldheid" kan geheel geëlimineerd zijn:
- Kusama ef dur Enelandos farte.
- Kirro melde ef Nelandos.
- Gress melde eft Nelando.
|
Daar lopen [de] drie Engelsen. Wij zijn Nederlander[s]. Ik ben een Nederlander.
|
Als het aspect van "onbepaaldheid" in het meervoud expliciet uitgedrukt moet worden, kan een onbepaald voornaamwoord als gopirus (enige) gebruikt worden:
- Kusama gopirus dur Enelandos farte. Daar lopen drie Engelsen.
Zie ook Blok 52.11.
50.35 ad § 50.25 I. Infinitief
Infinitieven die nominaal gebruikt worden, worden altijd gemarkeerd met ef:
- Ef farte melde helt.
- Gress nert affionnose ef tupplipe.
- Ef pjôle wencate gress lo kainot.
|
Lopen is gezond. Ik houd niet van reizen. Het praten/gepraat houdt me wakker.
|
Merk op dat ook bij algemeen geldende beweringen (zoals in het eerste voorbeeld) het lidwoord ef vereist is. Een nominaal gebruikte infinitief kan namelijk nooit gecombineerd worden met een onbepaald lidwoord (zoals goe) of een voornaamwoord:
- * Goe farte melde helt.
- * Gress nert affionnose dena tupplipe.
|
Lopen is gezond. Ik houd niet van dit reizen.
|
De ongrammaticale constructie met een aanwijzend voornaamwoord (laatste voorbeeld) refereert aan een reis die op dat moment gemaakt wordt, en kan vervangen worden door omschrijvingen als:
- Gress nert affionnose dena frenvu rifo ef tupplipe.
(lett. "Ik houd niet van deze vorm van [het] reizen")
of:
- Gress nert affionnose dena tupplipe-frenvu.
(lett. "Ik houd niet van deze reis-vorm")
50.36 ad § 50.25 J. Onregelmatig voltooid deelwoord
Onregelmatige voltooide deelwoorden die attributief gebruikt worden, krijgen altijd een lidwoord of lidwoordvervangend voornaamwoord (zie ook § 40.58):
- Ef polišo minkede tÿrt ef divers kuntaro lânðÿrs.
De politie vindt [de] diverse gestolen sieraden terug.
- Gress cônsidere Moffain lo eft zlÿšiy belt-dvâf.
Ik vind Moffain een verwend knulletje.
- Ef ierqufs nert reppaves, ÿr blul vlemótelije ef qurao schiqus.

De jagers willen niet zeggen waar [de] gevangen genomen schiqus geslacht worden.
Het aspect van "onbepaaldheid" kan expliciet uitgedrukt worden met een onbepaald voornaamwoord, zoals feltes (zoiets als):
- Ef ierqufs nert reppaves, ÿr blul vlemótelije feltes qurao schiqus.
De jagers willen niet zeggen, waar zoiets als gevangen genomen schiqus geslacht worden.
- Stus minkedo feltes erg-ér ÿpâl umynasts.
Men vond zoveel als vijftien gestikte mijnwerkers.
De regel dat onregelmatige voltooide deelwoorden het lidwoord ef eisen, wordt verdrongen bij ja-constructies, zoals bedoeld in § 50.23.
Voor voltooide deelwoorden, zie Hoofdstuk 101. Zie verder § 50.34 en Blok 52.11.
|
Een schiqu is een bepaald soort hert dat onder de beschermde diersoorten in Spokanië valt. De hier genoemde jagers zijn kennelijk in overtreding.
|
50.37 ad § 50.25 K. Attributief gebruikte geografische namen
Attributief gebruikte geografische namen worden altijd voorafgegaan door een lidwoord of lidwoordvervangend voornaamwoord (zie ook § 40.60). In het meervoud kan het aspect van "bepaaldheid" van ef geëlimineerd zijn (vergelijk ook § 50.31):
- Petriy trempelira eft spooksoliy mimpit.
Petriy zit een Spokanisch boek te lezen.
- Ef amahagge monercô melde xipaliy.
De burgemeester van Amahagge is corrupt.
- Gress qufrete nurpel ef mârkalandes entrafers.
Ik herken [de] Duitse toeristen onmiddellijk.
Het aspect van "onbepaaldheid" kan expliciet uitgedrukt worden met een onbepaald voornaamwoord, zoals:
- Gress trempe kvâ feltes ameriy mimpits.
Ik lees nooit [zoiets als] Amerikaanse boeken.
50.38 Lidwoord eft verplicht
Het onbepaalde lidwoord eft is verplicht:
bij lichaamsdelen, organen of delen van kledingstukken, als de bezitter ervan in de zinskern genoemd staat en hij/zij meer dan één stuks ervan bezit. Vergelijk:
- Gress eft bonarô tundare.

Ik heb mijn/een been gebroken.
- Do colârtare eft snul.
Hij heeft last van zijn/een nier.
- Eft miyrûs blacroe kaf eft ÿrliriy rifo Elsa.
Er kruipt een mier op de vinger van Elsa.
- Eup eft bof-jéns piylase.

Ze heeft haar/een broekspijp gescheurd.
Lidwoordvervangende voornaamwoorden, en dan met name aanwijzende voornaamwoorden, kunnen in sommige contexten eft vervangen:
- Gress lelmo bonarô tundare.
Ik heb dit been gebroken.
- Do colârtare felðe snul.
Hij heeft last van zoiets als een nier.
Voorwaarde voor het gebruik van eft is, dat de zinskern slechts één entiteit bevat. Bij zinskernen met meer entiteiten, zie § 50.39.
|
Vergelijk:
- Gress ef/sener bonarô tundare.
Ik heb het/mijn been gebroken.
Dit impliceert dat ik maar één been heb.
|
|
Vergelijk:
- Eup belt bof-jéns piylase.
Ze heeft haar (= van een andere vrouw) broekspijp gescheurd.
|
50.39 Gebruik van lidwoord goe
Het onbepaalde lidwoord goe is verplicht:
bij lichaamsdelen, organen of delen van kledingstukken, als de bezitters ervan in de zinskern genoemd staan en zij elk meer dan één stuks ervan bezitten. Vergelijk ook § 50.33. Bijvoorbeeld:
- Kirro goe bonarôs tundare.
Wij hebben [elk] ons/een been gebroken.
- Óps colârtare goe snuls.
Zij hebben last van [elk] hun/een nier.
- Elsa ur Petriy goe bof-jénsz piylase.
Elsa en Petriy hebben [elk] hun/een broekspijp gescheurd.
Het verplichte gebruik van goe volgt uit het verplichte meervoud van de desbetreffende lichaamsdelen, organen of kledingonderdelen. Zie ook § 31.12.
50.40
Als in de voorbeeldzinnen van § 50.39 goe vervangen wordt door ef, is er telkens sprake van beide lichaamsdelen, organen of kledingonderdelen. Vergelijk:
- Kirro ef bonarôs tundare.
We hebben onze/de [beide] benen gebroken.
- Óps colârtare ef snuls.
Ze hebben last van hun [beide] nieren.
- Elsa ur Petriy ef bof-jénsz piylase.
Elsa en Petriy hebben [elk] hun [beide] broekspijpen gescheurd.
50.41
Het "distributieve" onderscheid dat er in de oppositie goe ~ ef gemaakt wordt, bestaat niet bij lidwoordvervangende voornaamwoorden. In de volgende voorbeelden kunnen lelmos en feltes dus zowel goe als ef vervangen, wat tot ambiguïteit leidt:
- Jân ur gress lelmos ÿrliriys tundare.
- Jân en ik hebben [elk] deze vinger gebroken. (waarbij ik wijs op de ene vinger die ik gebroken heb, en op de ene vinger die Jân gebroken heeft)
- Jân en ik hebben deze vingers gebroken. (waarbij ik wijs op alle vingers die ik gebroken heb en op alle vingers die Jân gebroken heeft)
- Elsa ur Petriy colârtare feltes snuls.
- Elsa en Petriy hebben last van zoiets als een nier. (ze hebben beide last van één nier).
- Elsa en Petriy hebben last van zoiets als hun nieren. (ze hebben beide last van hun nieren)
|
Een ietwat banale definitie van "distributief" is: "de verdeling van het aantal ter sprake gekomen lichaamsdelen, organen of kledingonderdelen over het aantal beschikbare entiteiten in de zinskern".
|
50.42
Ook in zinnen waarvan de zinskern uit slechts één entiteit bestaat, is er sprake van beide (of alle) lichaamsdelen, organen en kledingonderdelen, indien het bepaalde lidwoord ef (samen met een meervoudig substantief) gebruikt wordt (zie ook § 50.33 en § 50.38):
- Gress ef bonarôs tundare. Ik heb mijn [beide] benen gebroken.
- Eup ef bof-jénsz piylase. Ze heeft haar [beide] broekspijpen gescheurd.
50.43
Het gebruik van goe (samen met een meervoudig substantief) is voorts noodzakelijk als er sprake is van een "gedeelde referentie" (er zijn twee groepen van entiteiten, en één entiteit uit de ene groep heeft telkens een relatie met één entiteit uit de andere groep). Dit is reeds in § 31.12 besproken. Vergelijk de volgende mogelijke varianten:
- Jân ur Elsa stinde eft letra.
Jân en Elsa schrijven [samen] een brief.
- Jân ur Elsa stinde goe letras.
Jân en Elsa schrijven [elk] een brief.
- Jân ur Elsa stinde letras.
Jân en Elsa schrijven brieven.
- Jân ur Elsa stinde ef letra.
Jân en Elsa schrijven de brief.
- Jân ur Elsa stinde ef letras.
Jân en Elsa schrijven de brieven.
In zin 1. is er sprake van één brief die door J en E samen geschreven wordt.
In 2. is er sprake van 2 brieven: één brief wordt door J geschreven en één brief wordt door E geschreven.
In 3. is er sprake van 2 of meer brieven, indien er 2 brieven zijn, worden deze door J en E samen geschreven, zijn er meer dan 2 brieven dan is het onduidelijk in hoeverre deze brieven door J en E samen geschreven worden, dan wel in hoeverre J en E elk hun eigen brief/brieven schrijven.
In 4. is er sprake van één met name genoemde brief die door J en E samen geschreven wordt.
In 5. is er sprake van 2 of meer met name genoemde brieven: het is onduidelijk wie welke schrijft en of er brieven door J en E samen geschreven worden.
50.44
Goe kan echter weggelaten worden als de ene entiteit gelijkgesteld wordt aan meer dan één andere entiteit. Er wordt dan tevens (per definitie) gebruik gemaakt van een koppelwerkwoord. Vergelijk:
- Lerdu ur Ina melde [goe] gekkers.
Lerdu en Ina zijn leraar/leraren.
- Lerdu ur Ina uokke goe pypas.
Lerdu en Ina roken [elk] een pijp.
- Tem vita-otos melde [goe] kviksiyn gabanolacs.
Deze sportwagens zijn gevaarlijke vervoermiddelen.
- Tem vita-otos lelperre goe elektronise bedôsta.
Deze sportwagens hebben een elektronische ontsteking.
- Tem Spooksôlis tinkere [goe] portzerfitas.
Deze Spokanische vrouwen worden TV-omroepster[s].
- Tem Spooksôlis pónze goe diplomms.
Deze Spokanische vrouwen krijgen een diploma.
Weglating van goe in de a-zinnen kan nooit leiden tot interpretaties als "Lerdu en Ina zijn beide meer dan één leraar" of "Deze sportwagens zijn alle meer dan één gevaarlijk vervoermiddel". Daarentegen leidt weglating van goe in de b-zinnen tot alternatieve interpretaties als "Lerdu en Ina roken elk meer dan één pijp" (hebben meer dan één pijp om uit te roken) of "Deze sportwagens hebben elk meer dan één elektronische ontstekingsinstallatie".
50.45
Het gebruik van goe is eveneens facultatief als er sprake is van een algemeen geldende bewering (gewoonte, eigenschap). Vooral in de spreektaal wordt goe in deze gevallen veelal weggelaten. Zie ook § 31.18. Bijvoorbeeld:
- Forsz wekke ur ojels hue = Goe forsz wekke ur goe ojels hue.
Kikkers kwaken en uilen roepen; de kikker kwaakt en de uil roept.
- Otos melde [goe] vita gabanolacs = Goe otos melde [goe] vita gabanolacs.

De auto is een snel vervoermiddel.
Merk op dat de enkelvoudige constructies
- Ef fors wekke ur ef ojel hue. De kikker kwaakt en de uil roept.
- Ef oto melde eft vita gabanolac. De auto is een snel vervoermiddel.
in het Spokaans altijd refereren aan een concrete situatie (een met name genoemde kikker, uil of auto), behalve bij namen van beroepen: in dat geval kan het enkelvoud gebruikt worden om een algemene bewering over dat beroep te doen. Dit is behandeld in § 50.21.
|
Het eerste goe drukt de algemeenheid van de bewering uit en mag (vooral in de spreektaal) weggelaten worden. Het tweede goe moet in principe gebruikt worden om redenen genoemd in § 50.43, maar kan eventueel weggelaten worden om redenen genoemd in § 50.44.
|
|