31.1
Een sluitend regelsysteem voor het gebruik van meervoudsvormen in het Spokaans bestaat (nog) niet. Een aantal basisregels met betrekking tot het meervoudsgebruik zijn desalniettemin te geven. Voor ons is hier voornamelijk van belang welk meervoudsgebruik afwijkt van het Nederlands. Achtereenvolgens worden behandeld:
- stoffelijke substantieven
- concrete substantieven (inclusief semi-concr.subst.n; vanaf § 31.5)
- maten, gewichten en tijdseenheden (vanaf § 31.19)
- abstracte substantieven (vanaf § 31.21)
En ten slotte wordt nog aandacht besteed aan:
- intern vs. extern meervoud (vanaf § 31.25)
31.2 ad § 31.1 A. Stoffelijke substantieven
Een meervoudsvorm van een stoff.subst. is onbekend, behalve in enkele archaïsche of poëtische uitdrukkingen, zoals:
- ef méelira knurfels
- ef hardlap ayrs
- ef plekos rifo ef xijeras
|
de kolkende wateren
de hoge luchten
de zanden der kusten
|
In alle andere gevallen is een omschrijving nodig, bijvoorbeeld:
- Metteraf gaza-frenvus melde qurrediyn.
Diverse gassen zijn giftig. (lett. "gassoorten")
- Ef keltes râpoe pert côrn-frenvus.
De boeren verbouwen veel granen. (lett. "graansoorten")
- Fût cremm-mâsâs ur kÿpony ôc.
Vette crêmes en droge. (lett. "crême-massa's")
31.3
Sommige stoff.subst.n kunnen ook als concr.subst. fungeren, vergelijk:
- flecs ~ eft flecs
- derrs ~ eft derrs
- furo ~ eft furo
- šifer ~ eft šifer
|
vuur ~ een vuur
baksteen ~ een baksteen
bont, pels ~ een stuk bont; een pels; (soms) een bontjas
zilver ~ een stuk zilver; een zilveren voorwerp
|
31.4
Meer algemeen is echter dat er met een suffix een voorwerpsnaam (concr.subst.) van een stoff.subst. is afgeleid, zoals:
- chenc ~ eft chenciyn
- mâstek ~ eft mâsteksârf
- cumyn ~ eft cumyniyn
- slaja ~ eft slajiyn
|
ham ~ een stuk, plak ham
stopverf ~ een klont stopverf
komijn ~ een komijnzaadje
sla ~ een krop sla
|
Uiteraard kunnen deze voorwerpsnamen wel in het meervoud gezet worden:
- dur derrsz (drie bakstenen); pérsa šifers (honderd zilveren voorwerpen);
sers chenciyns (zes plakken ham); main cumyniyns (tien komijnzaadjes);
ten slajiyns (twee kroppen sla); enz.
31.5 ad § 31.1 B. (Semi-)concrete substantieven
Een concr.subst. verschijnt in het meervoud zodra er meer dan één entiteit bedoeld wordt. Op deze schijnbaar logische regel zijn enkele uitzonderingen, en wel:
- sommige telwoorden eisen een enkelvoud
- in sommige idiomatische uitdrukkingen wijken enkelvoud en meervoud van de werkelijkheid af
- in samengestelde substantieven staan sub-elementen altijd in het enkelvoud
31.6 ad § 31.5 a.
Na de telwoorden zerâ (nul), ér (één), hent (vijf), erg (veertien) en rân (zesendertig) volgt altijd een enkelvoud:
- zerâ sért oft ten sérts
- dur boerts oft hent boert
- râsen ûrvrânt oft erg vrânt
|
nul huizen of twee huizen
drie koeien of vijf koeien
dertien turven of veertien turven
|
Samengestelde telwoorden krijgen echter altijd een meervoudig substantief:
- rân-erg jabârinas
- tenerg mipperper
- erg-ér mentusars
|
vijftig koninginnen
achtentwintig zuilen
vijftien aardbeien
|
31.7
Na breuken volgt altijd een meervoud, tenzij het totale aantal minder is dan één (of gelijk is aan één):
- ér ur holfe mentusars
- hent ur fâr mip hefergtef geffys
- dur ur ér mip fârtef leffys
- dur mip hefergtef geffy
- ér mip fârtef sigarett
|
anderhalve (1 1/2) aardbei
vijf en vierzevende (5 4/7) appel
drie en een kwart (3 1/4) peer
driezevende (3/7) appel
een kwart (1/4) sigaret
|
Zie verder Hoofdstuk 170 voor de telwoorden.
31.8 ad § 31.5 b.
Het voorzetsel ja (tussen), geplaatst voor een meervoudig substantief, krijgt de betekenis 'van ... tot'. Tussen ja en het substantief komt geen lidwoord (zie § 50.23). Bijvoorbeeld:
- Ef agrén jumpetece ja vilduls.
De eekhoorn springt van boom tot boom.
- Ef oto sgre ja mârgs.
De auto slingert van berm tot berm.
- ef Zûmbara-tjek ja terrats
de sleur van dag tot dag
- ja zurtarrs
van uur tot uur; er gaat geen uur voorbij of
- ja seldarrs
van seconde tot seconde; er gaat geen seconde voorbij of
- Ja zurtarrs ef krûgters zefe hôskâf.
Er gaat geen uur voorbij of er belt een voddenman aan; elk uur belt er wel een voddenman [bij ons] aan.
|
Dit is een van de weinige gevallen dat uitdrukkingen van tijdsduur met het suffix -arr een meervoudsuitgang krijgen. Zie verder § 31.20.
|
|
Als iets precies elk uur gebeurt, wordt dit uitgedrukt met jadâk zurtarr (elk uur):
|
- Jadâk zurtarr ef tobamicoÿ kuramerre eft liftkar hôjô.
Van uur tot uur (elk uur) speelt het carillon een oud volkswijsje.
Zodra een lidwoord toegevoegd wordt krijgt ja zijn oorspronkelijke betekenis weer terug:
- ja ef vilduls
- ja ef sérts
- ja eft mârg ur eft krur
|
tussen de bomen
tussen de huizen
tussen een berm en een muur
|
Let nu nog op de volgende idiomatische eigenaardigheden:
|
|
elke nacht (lett. "tussen de dagen")
elke dag (lett. "tussen de nachten")
|
31.9
Ook in de volgende uitdrukkingen wijkt het getal af: we zouden een meervoudsvorm verwachten:
- Do hanntele lef deff fe ur bliynt eit.
Hij handelt zonder na te denken, roekeloos.
(lett. "hij handelt met doof oor en blind oog")
- Eup farte tjâg ef hent ur ubere tjâg ef tiffug.
Zij is een warhoofd, verstrooid.
(lett. "zij loopt met haar hand en grijpt met haar voet")
In de uitdrukking jûmpre sért (het huis verlaten (met de bedoeling om niet meer terug te keren)) staat sért altijd in het enkelvoud, ook al is er sprake van meer personen die elk hun eigen huis verlaten. Vergelijk dit met de regel van § 31.12. Bijvoorbeeld:
- Óps jûmpre sért.
Zij verlaten hun huis.
maar:
- Óps jûmpre sener mebare-sÿrts.
Zij verlaten hun geboorteplaats.
|
Want hier is sprake van evenveel geboorteplaatsen als er personen zijn die ze verlaten.
|
31.10
De ontkenning nÿf (geen) eist altijd een meervoudig concr.subst.:
- Nÿf pontos melde armt kost potilast.
Er zit geen punt aan mijn potlood.
Abstracte substantieven kunnen na nÿf echter wèl in het enkelvoud staan, zie § 151.20.
31.11 ad § 31.5 c.
In samenstellingen staan de sub-elementen altijd in het enkelvoud:
- biy-korfe
- huldu-albifan
- mimpitlot
|
bijenkorf
kersengelei
boekenkast
|
Op deze regel zijn echter 3 uitzonderingen, maar dat is reeds besproken in
§ 21.17.
31.12 Onderlinge relaties tussen substantieven
Binnen een zin is de meervoudsvorm noodzakelijk bij substantieven die op de een of andere manier gerelateerd zijn aan een ander meervoudig substantief. Dit kan met de volgende 11 voorbeelden
(§ 31.12-15) verduidelijkt worden:
- Ef stûdents trempe eft mimpit.
- Ef stûdents trempe mimpits.
- Ef stûdents trempe goe mimpits.
|
De studenten lezen een boek.
De studenten lezen boeken.
De studenten lezen [elk] een boek.
|
In 1. is sprake van een aantal studenten en één boek: alle studenten zitten dus met elkaar dat ene boek te lezen; in 2. is sprake van een aantal studenten en een aantal boeken: elke student heeft dus een of meer boeken voor zichzelf (en eventueel doen sommige studenten samen met een of meer boeken, want het aantal boeken kan minder zijn dan het aantal studenten). In 3. zijn er precies evenveel boeken als studenten en elke student heeft dus één boek voor zichzelf. Dit wordt uitgedrukt met het onbepaalde lidwoord goe dat altijd voor een meervoudig substantief verschijnt (zie ook § 50.42).
31.13
- Kost fâr chats pónze goe keša trunns, fara óps zerfe eft vogily.
Mijn vier katten krijgen een dikke staart als ze een vogel zien.
- Kost fâr chats pónze eft jûfâch-menk, fara gress zlÿsavy óps.
Mijn vier katten krijgen een blik zalm, als ik ze wil verwennen.
In 4. is sprake van vier katten die elk een dikke staart krijgen, er zijn dus ook vier dikke staarten. Dat er sprake is van "één staart per kat" wordt weer uitgedrukt met goe. In 5. is sprake van één blik zalm dat ze met hun vieren moeten delen.
31.14
- Tek ur Piga lelperre goe puccs kaf ef essa.
Tek en Piga hebben een pukkel op hun kin.
- Tek ur Piga lelperre eft pucc kaf ef essa.
(idem)
In 6. en 7. staat és (kin) in het meervoud omdat er uiteraard sprake is van meer dan één kin (nl. Tek's kin en Piga's kin). Het is correct dat in 6. ook pucc (pukkel) in het meervoud staat en door goe gemarkeerd is: er is immers sprake van "één pukkel per kin/persoon". Maar ook 7. wordt als correct beschouwd want als het meervoud van és reeds uitdrukt dat Tek en Piga elk een eigen kin hebben, betekent dit impliciet dat het daaraan ondergeschikte pucc óók een distributie "per individu" heeft.
Let tenslotte op het verschil tussen 6. en 7. enerzijds, en 8. anderzijds:
- Tek ur Piga lelperre puccs kaf ef essa.
Tek en Piga hebben pukkels op hun kin.
Er is nu sprake van twee kinnen die elk meer dan één pukkel hebben.
|
És (kin) heeft een onregelmatig meervoud: essa (kinnen).
|
31.15
- Ef efantys oimetere sener sienturer musts.
De kinderen trekken de schoenen van hun moeder aan.
- Ef efantys oimetere sener sienturser musts.
De kinderen trekken de schoenen van hun moeders aan.
In 9. is sprake van één moeder die verscheidene kinderen heeft. In 10. kan sprake zijn van twee verschillende situaties:
- er zijn evenveel moeders als kinderen (en elke moeder heeft één kind), of
- er zijn minder moeders dan kinderen en één of meer moeders bezitten meer dan één kind.
Deze ambiguïteit is onvermijdelijk, tenzij het bezittelijk voornaamwoord vervangen wordt door goe:
- Ef efantys oimetere goe sienturser musts.
Nu is alleen interpretatie i. mogelijk.
31.16
In sommige constructies is de meervoudsvorm niet nodig, ook al is het ene substantief gerelateerd aan een ander meervoudig substantief (of aan meer dan één andere entiteit). Vergelijk:
- Jân ur Elsa larde sener bjefflâps.
Jân en Elsa eten [elk] hun biefstuk.
- Jân ur Elsa larde wâlke bjefflâp.
Jân en Elsa eten elkaars biefstuk.
(= J. eet E.'s biefstuk, en E. eet J.'s biefstuk)
|
Omdat sener (hun) het gebruik van goe verhindert, kan deze zin ook betekenen: 'Jân en Elsa eten elk hun biefstukken'. Vergelijk ook de ambiguïteit in § 31.15, voorbeeld 10.
|
In 2. drukt wâlke (elkaars = 2 stuks) reeds uit dat er niet van één gemeenschappelijke biefstuk sprake kan zijn. Vergelijk ook:
- Jân ur Elsa larde wâlkiys bjefflâps.
Jân en Elsa eten elkaars biefstukken.
In 3. wordt uitgedrukt dat zowel Jân als Elsa elk meer dan één biefstuk op hun bord hebben.
Analoog aan wâlke (wâlkiys) is hédiyc (hédecs), zie Blok 52.11.
31.17
Ook in de volgende constructies kan de meervoudsvorm (met goe) achterwege blijven:
- Ugen ur Quny kette eft mimpit ón wâlkân.
Ugen en Quny geven een boek aan elkaar.
- Óps sena byte kaf ef basc.
Ze slaan zich op de borst.
- Biyx ur Tyrr farte kaf ef mirra.
Biyx en Tyrr lopen op straat.
- Petriy ur gress pliyfone cafer.
Petriy en ik drinken koffie.
- Kirro larde tjokâs.
Wij eten brood.
|
Vergelijk: Kirro larde goe tjokâsz. (Wij eten elk een brood.). Nu fungeert tjokâs als een concr.subst.
|
De wederkerigheid die in 1. met wâlkân wordt uitgedrukt impliceert dat er sprake is van twee boeken. Hier geldt dezelfde redenatie als in § 31.16 voorbeeld 2. Analoog aan wâlkân is hédân (elkaar = meer dan 2). Zie Blok 72.39.
Het wederkerende sena (zich) in 2. impliceert evenals wâlkân in 1. dat het enkelvoudige substantief als meervoud geïnterpreteerd moet worden: er zijn dus evenveel borsten als personen die erop slaan.
In 3. moet kaf ef mirra (op straat) als een idiomatische uitdrukking opgevat worden. Zo'n uitdrukking is onveranderlijk en heeft het karakter van een plaatsbepalend additief (§ 41.25), te vergelijken met tehaste (op straat) of kusami (hier). Zie ook § 50.26. Het is dus niet nodig om 3. zo te interpreteren dat Biyx en Tyrr samen op dezelfde straat lopen. Vergelijk dit met 6.:
- Biyx ur Tyrr farte kaf ef zillepip.
Biyx en Tyrr lopen op het dak.
Omdat kaf ef zillepip géén idiomatische uitdrukking is, kan 6. niet anders opgevat worden dan dat Biyx en Tyrr samen op hetzelfde dak lopen. Lopen ze "ieder op hun eigen dak", dan moet dit uitgedrukt worden als in 7.:
- Biyx ur Tyrr farte kaf ef zillepips.
Biyx en Tyrr lopen op het dak.
|
Deze zin kan ook betekenen dat Biyx en Tyrr samen op meerdere daken lopen.
|
In 4. en 5. zijn cafer en tjokâs stoff.subst.n. Deze kennen geen meervoudsvorm en kunnen niet geïnterpreteerd worden als "één koffie/brood per persoon".
31.18
Als er een algemeen geldende bewering (gewoonte, eigenschap) over een groep van dezelfde entiteiten gedaan wordt, dan is het meervoud verplicht, eventueel samen met het lidwoord goe:
- Goe forsz wekke ur goe ojels hue.
Kikkers kwaken en uilen roepen. of De kikker kwaakt en de uil roept.
- Goe ÿrôms rifo âpips mâltefiye fes goe hupster sÿrts.
Het werk van de politieagent is lastig in de grote stad.
- Goe otos melde [goe] vita gabanolacs.
De auto is een snel vervoermiddel.
- Frópjÿ ef interhor-chaquindôsta stus gretât bent eft 2.
Voor een interlokaal gesprek (interlokale gesprekken) dient men eerst een 2 te draaien.
|
Het eerste goe is nodig vanwege de algemeen geldende bewering; het tweede goe komt voort uit de regel van § 31.12: het meervoudige otos is gerelateerd aan het meervoudige gabanolacs. In § 50.43 zal besproken worden waarom het tweede goe weggelaten mag worden.
|
31.19 ad § 31.1 C. Maten, gewichten en tijdseenheden
Maten, gewichten en tijdseenheden krijgen na telwoorden altijd een meervoudsvorm (behalve na 0, 1, 5, 14, 36, en breuken minder dan 1 - zie § 31.6-7):
- ten liters helt
- erg-hent zempers
- lÿn sentimeters
- sers hâjes
|
twee liter melk
negentien jaar
elf centimeter
zes hâje
|
- Ef melde ér zurt, âke mits ur tesen seldes.
Het is acht minuten en twaalf seconden over één.
(lett. "het is één uur, acht minuten en twaalf seconden")
|
|
1 hâje = 3,48 mm (oude Spokanische maat).
|
Voor klokkijken, zie Hoofdstuk 171.
31.20
Uitzondering 1: zurt (uur) krijgt nooit een meervoud:
- Ef melde fâr zurt, fâr mits ur fâr seldes.
Het is vier minuten en vier seconden over vier.
(lett. "het is vier uur, vier minuten en vier seconden")
- Ef melde nyn zurt ur lÿn [mits].
Het is elf over negen.
(lett. "het is negen uur en elf [minuten]")
Uitzondering 2: namen van munteenheden mogen zowel in het enkel- als in het meervoud:
- dur gûldre = dur gûldres
- erg-dur euro = erg-dur euros
- main herco = main hercos
- heferg tóftos = heferg tóftosz
|
drie gulden
zeventien euro
tien herco
zeven tóftos
|
- Ef melde dur herco ur erg-ér [tóftos] =
Ef melde dur hercos ur erg-ér [tóftosz].
Het kost drie herco en vijftien tóftos.
|
|
De consequentie vereist dat we in één bedrag beide munteenheden óf in het enkelvoud óf in het meervoud zetten. Als het woord herco[s] genoemd is mag daarna tóftos[z] weggelaten worden.
|
Vergelijk:
- main herco-drurs
- dur euro-drurs
- âke sent-drurs
- fâr dollar-jejis
|
tien herco's (tien munten van een herco)
drie euro's (drie munten van een euro)
acht centen (acht munten van een cent)
vier dollars = dollarbiljetten
|
Zie ook § 20.39 en § 170.x33.
Uitzondering 3: woorden die een tijdsduur (geen tijdseenheid) aangeven kennen geen meervoudsvorm; zij eindigen alle op -arr:
- Ef treno melde 4 mitarr kiygt.
De trein is 4 minuten te laat.
- Ef omâstây zurrere ten zurtarr ur rân-nyn seldarr.
De film duurt twee uur (uren) en vijfenveertig seconden.
- Eft kirt lóf main cretarr.
Een lichtflits van tien cretarr.
|
Voor wetenschappelijke doeleinden is de seconde (seldarr) nog verder onderverdeeld, namelijk: 1 pontarr = 1/60 seconde, en 1 cretarr = 1/60 pontarr = 1/3600 seconde.
|
Zie ook § 31.8 en § 171.x10.
31.21 ad § 31.1 D. Abstracte substantieven
Bij abstr.subst.n gelden dezelfde regels voor het gebruik van meervoudsvormen als bij concr.subst.n. We zullen dit met 7 voorbeelden illustreren.
Vergelijk allereerst:
- Ef rifiys stjece goe hupster overšiys armt ef kinets.
De nonnen tonen veel medelijden met de zieken.
- ?Ef rifiys stjece ef hupster overšiy armt ef kinets.
(lett. "de nonnen tonen alle hetzelfde grote medelijden met de zieken")
Alleen 1. is acceptabel; zin 2. is in het Spokaans semantische onzin, omdat we "medelijden" niet kunnen zien als een zelfstandig voorkomende entiteit die door verschillende personen getoond kan worden, zoals dat bijvoorbeeld bij een boeket bloemen het geval is. Vergelijk 2. met:
- Ef rifiys šove ef hupster huron-mûsoll ón ef kinets.
De nonnen tonen het grote boeket aan de zieken.
|
Merk op dat in dit concrete geval van "tonen" een ander werkwoord gebruikt wordt: šove flaju ón rast (iemand iets (= een voorwerp) tonen), tegenover stjece flaju armt rast (iets (= gevoelens) tonen aan iemand).
|
31.22
In 4. is een meervoud noodzakelijk, omdat elke soldaat "zijn eigen wanhoop voelt":
- Ef cho'atôs rifo ef ôrešys melde nert vro'eg'kurre.
De wanhoop van de soldaten is onbeschrijflijk.
Let op het subtiele verschil tussen 5. en 6.:
- Ef frint ur ef frinta stjece pert rovretos.
De vriend en de vriendin tonen veel liefde [voor elkaar].
- Ef frint ur ef frinta stjece pert rovretosz.
De vriend en de vriendin tonen veel liefde. (eventueel voor een ander)
Het enkelvoudige rovretos in 5. impliceert één gemeenschappelijke liefde die de vriend en vriendin delen (voor elkaar tonen); in 6. hebben beiden hun eigen gevoelens van liefde en het is niet per se noodzakelijk dat die voor elkaar bestemd zijn.
Ten slotte, in 7. is sprake van een algemeen geldende bewering (een gezegde):
- Goe zels nert qugle ef lirdes.
Hartstocht geeft geen rust.
31.23
Bij veel abstr.subst.n is de meervoudsvorm gelijk aan de enkelvoudsvorm (§ 30.40). Dat we in de volgende zinnen met een meervoud te doen hebben blijkt uit kâs en goe (beide gemarkeerd voor meervoud):
- Óps styne kâs graver (mv.) rifo sener rexuiy.
Zij zien die/deze ernst van hun nalatigheid in.
- Tesse ur Zita stjece goe hupster nâjésleniye.
Tesse en Zita tonen een groot gebrek aan eerzucht.
|
Aan sener rexuiy (hun nalatigheid) is niet te zien of het enkel- dan wel meervoudig is, maar het zal duidelijk zijn dat het in deze zin in het meervoud staat (want iedereen ziet de ernst van zijn "eigen" nalatigheid in). De meervoudsvorm kan zichtbaar gemaakt worden als een additief toegevoegd wordt dat een meervoudsmarkering (zie § 42.2) vereist:
- Óps styne kâs graver rifo sener pentaliyn rexuiy.
Ze zien die ernst van hun fatale nalatigheid in.
|
|
Jésleniy (eerzucht) krijgt geen meervoudssuffix, daarom krijgt de gecircumfigeerde vorm nâjésleniye (gebrek aan eerzucht) (§ 21.5) evenmin een meervoudssuffix.
|
31.24
In een aantal idiomatische uitdrukkingen wordt de meervoudsvorm van een abstr.subst. gebruikt terwijl er een enkelvoud bedoeld wordt. Bijvoorbeeld:
- Ef wefots nert melde ef oppers.
Het westen is geen oosten.
(wordt tegen iemand gezegd die op een domme manier twee zaken of
namen met elkaar verwart)
- Rovretosz qugle bliynt.
Liefde maakt blind.
- Ef crulabosz vende mip ef eits rifo Moffain.
Moffain verliest de realiteit uit het oog.
(lett. "de realiteiten gaan uit de ogen van Moffain")
|
Deze twee spreekwoorden kunnen ook beschouwd worden als "algemeen geldende beweringen". Dan kan de meervoudsvorm verklaard worden volgens de regel in § 31.18.
|
31.25 ad § 31.1 E. Intern vs. extern meervoud
In sommige gevallen is het noodzakelijk om onderscheid te maken tussen:
- een intern meervoud
- een extern meervoud
Met name bij de meervoudsvorming van additieven (Hoofdstuk 42) is dit onderscheid relevant.
31.26 ad § 31.25 a. Intern meervoud
Van een intern meervoud is sprake bij:
- Alle substantieven die d.m.v. een affix, vocaalwisseling, reduplicatie of anderszins een gemarkeerde meervoudsvorm hebben (zoals besproken in Hoofdstuk 30);
- Alle abstr.subst.n waarvan het meervoud dezelfde vorm heeft als het enkelvoud, en die in een meervoudige betekenis gebruikt worden (zie § 30.40);
- Alle substantieven die weliswaar in het enkelvoud staan, maar voorafgegaan worden door een telwoord groter dan 1 (ef hent boert (de vijf koeien)); zie ook § 170.x5;
- Alle stoff.subst.n (die geen gemarkeerde meervoudsvorm kennen); zie § 20.8;
- Alle substantiefvervangende voornaamwoorden (§ 70.1) die aan meer dan één entiteit refereren (kirro (wij); crados (allen));
- Sommige eigennamen die d.m.v. nevenschikking tot één constituent zijn samengevoegd en traditioneel gezien bij elkaar horen (Romee ur Juliy; Pejo ur Pano; Moffain ur Lerdu; Cana ur Lâc; Ka'in ur Abel; Adâm ur Eva);
- Alle predikaten in zinnen waarvan de zinskern een intern meervoud vertoont volgens de gevallen 1. t/m 6. hierboven. De zinskern van een zin is (i) het subject in een actieve zin; (ii) het object in een object-passieve zin of (iii) de echo in een echo-passieve zin (zie § 90.3).
|
Substantieven op -arr die een tijdsduur aangeven en derhalve geen meervoudsvorm kennen, hebben evenmin een intern meervoud:
- Ef omâstây zurrere dur zurtarr. De film duurt drie uur.
Zie ook § 31.20.
|
31.27 ad § 31.25 b. Extern meervoud
Van een extern meervoud is sprake als twee of meer substantieven, zelfstandige voornaamwoorden of eigennamen door nevenschikking tot één constituent samengevoegd zijn. De verschillende substantieven, voornaamwoorden of eigennamen kunnen elk een enkelvoudige vorm hebben (naar één entiteit verwijzen), maar de gehele constituent verwijst naar meer dan één entiteit. Enkele nevengeschikte eigennamen die traditioneel bij elkaar horen, worden meestal als een intern meervoudige constituent beschouwd (§ 31.26 6). Vergelijk:
enkelvoudig
intern mv.
extern mv.
|
- ef chat
- ef chats
- ef chat ur hurt
- ef chats ur hurt
- ef chat ur hurts
- ef chats ur hurts
|
de kat
de katten
de kat en [de] hond
de katten en de hond
de kat en de honden
de katten en honden
|
enkelvoudig
intern mv.
extern mv.
|
- gress - tu - jadâk
- kirro - tu - crados
- tu oft gress
- crados ur pipar
- tôje kirro frân do
|
ik - jij - iedereen
wij - jullie - allemaal; allen
jij/jullie of ik
iedereen en alles
noch wij noch hij
|
enkelvoudig
intern mv.
extern mv.
|
- Myla - Javlân - Elsa
- Romee ur July
- Vyriy, Cana ur Lâc
- Moffain ur Lerdu
- Moffain ur Lerdu
- Myla oft gress
- Jân lef sener sour
- cÿr Javlân is óps
|
Romeo en Julia 
Myla of ik
Jân met zijn zuster
zowel Javlân als zij
|
|
Voor zover de twee geliefden in Shakespeares drama bedoeld worden.
|
|
Voor zover de drie plaaggodinnen uit de Ergemip bedoeld worden.
|
|
Voor zover de twee onafscheidelijke schoolvriendjes uit het beroemde kinderboek Ef Efanty-wuma (Het Kinderbos) van Basyll Irjen bedoeld worden.
|
|
Als er twee willekeurige jongens met deze namen bedoeld worden.
|
Voor een verdere behandeling van de nevenschikking wordt verwezen naar Hoofdstuk 120. Een extern meervoudige zinskern eist een extern meervoudig predikaat. Vergelijk ook
§ 31.26 7.
|