Een complete Nederlands-
talige grammatica van het
Spokaans, geschreven
vanuit een Nederlands
perspectief.

Grammatica van het Spokaans

Home       Inhoud       Registers       Hoofdmenu SPARC       Taalmenu SPARC


<< Hoofdstuk 20 | Hoofdstuk 22 >>

2. Substantieven

21. Vervolg morfologie van substantieven


Opbouw van dit hoofdstuk:
  1. Afleiding d.m.v. een lexicaal affix
  2. Scheidbare samenstelling
  3. Onscheidbare samenstelling
  4. Reduplicatie

21.1

Dit hoofdstuk is een vervolg van Hoofdstuk 20.

Het Spokaans kent een aantal methoden om uit een substantief een ander substantief te vormen, en wel:

  1. afleiding d.m.v. een lexicaal affix (vanaf § 21.2)
  2. scheidbare samenstelling (vanaf § 21.15)
  3. onscheidbare samenstelling (vanaf § 21.19)
  4. reduplicatie (vanaf § 21.23)

21.2   ad § 21.1   A. Nieuw substantief d.m.v. affigering oud substantief

Een groot aantal prefixen en een kleiner aantal suffixen en circumfixen (combinatie van pre- en suffix) kunnen aan een substantief gehecht worden zodat er een nieuw substantief ontstaat waarvan de betekenis meer gespecificeerd is dan die van het oude, ongeaffigeerde substantief. Dergelijke affixen heten lexicale affixen, omdat zij (in tegenstelling tot bijvoorbeeld grammaticale affixen) een semantische inhoud hebben.
Bijna alle affixen worden onscheidbaar aan het substantief gehecht, met alle gevolgen voor meervouds- en resultatiefvorming van dien (§ 20.43, § 30.32-37, § 61.29 en § 61.40-41). Een klein aantal affixen vormt een scheid.samst., zodat meervouds- en resultatiefvorming niet beďnvloed worden. In de volgende paragrafen zijn de scheidbaar aan te hechten affixen van een dubbele filâsto (--) voorzien. Zie verder § 21.7.

21.3

Voorbeelden van lexicale prefixen:

ânt-- anti-; -vrij; -vast; [bestand] tegen: Noot 1

  • ânt-qurredla
  • ânt-tass
  • ânt-flecs-sgűla
  • ânt-fjâs-glaza
    tegengif
    parachute (lett. "tegen-val")
    vuurvaste schaal (lett. "anti-vuur-schaal")
    onbreekbaar glas (lett. "anti-slag-glas")


Noot 1 Vergelijk ook § 41.43.

cria- hand-, soms ook pols-, arm-:

  • criagârp
  • criamust
  • criaprams
  • criazen
  • criabent
    handboei
    handschoen
    handrem
    handwerk
    armband

kor- paleis-; hof-:

  • korarâbe
  • kormittors
  • korsamm
    paleistuin
    paleistrap
    hof[houding]

lurg- midden-; middel-:

  • lurgl˙nt
  • lurgkoles
  • lurgkormondô
  • lurgposišo
    middellijn
    middelbare school
    midzomer
    middenpositie

menn- hoofd-; belangrijkste; eerste (dikwijls gelexicaliseerd): Noot 2

  • mennârtycla
  • mennhuflif
  • mennstâgatjen
  • menngarrent
  • mennmenester
  • mennurp Noot 3
  • mennileset
     
    hoofdartikel
    hoofdgebouw
    hoofdrolspeler
    centraalstation
    minister-president
    opperhoofd
    hoofdeiland (in Spokanië elk van de 7 grootste eilanden met
    een eigen bestuur; zie § 10.2)


Noot 2 Het antoniem van menn- is nef-; het synoniem (in de meeste gevallen) van nef- is su-. Vrijwel alle samenstellingen met menn- hebben een tegenhanger met nef- of su-, bijvoorbeeld: nefhuflif = suhuflif (bijgebouw); nefprest = suprest (onderdirecteur); nefileset = suileset (bij-eiland (in Spokanië: kleiner eiland dat bestuurlijk onder een mennileset ressorteert)).

Noot 3 In mennurp is een n weggevallen (menn- + nurp), omdat de Spokaanse orthografie geen reeks van drie identieke consonanten toestaat. De reductie van nnn > nn is géén contractie zoals bedoeld in § 20.42, maar zuiver een spellingskwestie.

nâs-- her-; re-; opnieuw:

  • nâs-ôrganisašo
  • nâs-zerfos
  • nâs-glônt
    reorganisatie
    herziening
    recidivist (misdadiger die in herhaling vervalt)

pâlt- te veel; in te grote mate aanwezig: Noot 4

  • pâltoto
  • pâltveldur
  • Pâltpleko melde fes ef slaja.
    te veel [aan] auto's
    te veel [aan] mensen
    Er zit te veel zand in de sla.


Noot 4 Pâlt- wordt voornamelijk toegevoegd aan stoff.subst.n. Concr. of abstr. subst.n die marginaal met dit prefix verrijkt worden, kennen geen meervoudsvorm; zij lijken een "stoffelijk" karakter te krijgen. Pâlt- is een productief prefix bij additieven (§ 41.43).

ral- mede-:

  • ralpoirr
  • ralveldur
  • ralpjôlos
  • ralpainer
    medeleven
    medemens
    inspraak
    handlanger, medeplichtige

sko- 1. zak-; 2. -zak: Noot 5

      1.
  • skomirrôr
  • skosmurf
  • skobedâ
    zakspiegeltje
    zakgeld
    sigarettenaansteker (lett. "zak-ontvlamming")
      2.
  • skobof
  • skovâtja
    broekzak
    vestzakje


Noot 5 Sko- is niet alleen een prefix dat een substantief nader specificeert (smurf ~ skosmurf (geld ~ zakgeld)), maar heeft tevens de eigenschap van nominaal prefix dat door een substantief nader gespecificeerd wordt (vâtja ~ skovâtja (vest ~ vestzakje)). Zie verder § 21.27.

ta- mis-; mislukt:

  • taeftarsos
  • tarovretos
  • taexâm
    mislukking
    mislukte (op de klippen gelopen) liefde
    examen waarvoor men gezakt is

to- schijn-; vals-; niet echt:

  • tosmurf
  • tošovos
  • tobâr
  • todiô
    vals geld
    schijnvertoning
    margarine (eig. "valse boter")
    afgod

stin- schrijf-:

  • stinfotel
  • stintiyns (mv.)
  • stintiyft
    schrijffout
    schrijfbehoeften
    schrijfkramp

21.4

Voorbeelden van lexicale suffixen:

-afiy schriftelijk:

  • exâmafiy
  • lydafiy
  • vertarafiy
    schriftelijk examen
    schriftelijke bekendmaking
    schriftelijk antwoord

--krain kubieke: Noot 1

  • meter-krain (afgekort m-kr)
  • sentimeter-krain (afgekort sm-kr)
    kubieke meter
    kubieke centimeter


Noot 1 Naast --krain bestaat ook --trom (vierkante), bijvoorbeeld: meter-trom (vierkante meter; afgekort m-tr).

--mâlp schoon-; familielid/kennis/relatie van iemands echtgenoot/-genote:

  • sientur-mâlp
  • frera-mâlp
  • frint-mâlp
  • kost côlegje-mâlp
    schoonmoeder
    zwager
    vriend van iemands echtgenoot/-genote
    de collega van mijn vrouw/man

-ôm industrieel; werk-:

  • arânkaôm
  • portôm
  • helbiôm
    industriespoorweg
    industriehaven
    werkkleding, overall

-ukér 'boeren-; landbouw-; agrarisch':

  • mirraukér
  • blarâsukér
  • vrôkukér
  • eksposišoukér
    boerenweg, landweg
    boerenkaas
    landbouwmethode
    landbouwtentoonstelling

21.5

Voorbeelden van lexicale circumfixen:

--e gebrek aan; tekort aan:

  • nâcôrne
  • nâgekkere
  • nâzârose
  • nâknurfele
    gebrek aan graan
    tekort aan leraren
    gebrek aan woningen
    watergebrek

to--˙ groep; verzameling; [fruit]boom; struik; ge--te (collectief):

  • tovildul˙
  • toberg˙
  • toqudex˙
  • togeffy˙
  • todâts˙
  • toroza˙
    geboomte; groepje bomen
    gebergte
    wetgeving (eig. "verzameling wetten")
    appelboom
    dadelpalm
    rozestruik

21.6

Alle lexicale affixen zijn productief maar het gebruik ervan leidt soms tot lexicalisatie, zoals in meer of mindere mate uit bovenstaande voorbeelden blijkt. Hier volgen nog enkele duidelijke voorbeelden:

  • criaklop
  • korsért
  • mennfamyl
  • mennzurtarr
  • tojesfsâ
  • blofukér
  • totarm˙
  • toknuf˙
     
  • toaâlbos˙
  • torut˙
    polshorloge (niet "handklok")
    paleis (niet "hofhuis")
    koninklijke familie (niet "hoofdfamilie")
    spitsuur (niet "belangrijkste uur")
    wedstrijd, concours (niet "valse strijd")
    trekpaard voor een ploeg (niet "boerenpaard")
    ingewanden; inwendige organen (niet alleen "gedarmte")
    afwas; vaat (servies en bestek dat nog gewassen moet worden)
    (niet "verzameling potten")
    bebouwde kom (niet "groepje bouwwerken")
    patroon (fig.) (niet "verzameling ruiten")

21.7

Enkele affixen zijn scheidbaar aan het substantief gehecht; dit blijkt uit de filâsto tussen affix en substantief. Scheidbare aanhechting betekent onder meer dat bepaalde grammaticale affixen (meervouds- of resultatiefvorming ed.) niet aan een van de uiteinden van de samstenstelling gehecht worden, maar op de oorspronkelijke plaats van het niet-geaffigeerde substantief. Vergelijk:

  • ef űstos-mâlp ~ ef űstoukérs
    de schoondochters ~ de boerendochters

Zie ook § 30.37.

21.8

Aanhechting van een lexicaal affix heeft soms morfeemdeletie tot gevolg. Dit verschijnsel wordt ook de kapregel genoemd en houdt in dat een morfeem onmiddellijk achter een stam wordt gedeleerd zodra erachter een lexicaal suffix volgt. In het Spokaans komt dit verschijnsel soms voor bij toevoeging van lexicale suffixen aan substantieven die op het grammaticale suffix -os eindigen: -os valt weg en van het substantief blijft alleen de wortelstam over. In de voorbeelden van § 21.4 werkt de kapregel bij de aanhechting van -afiy (schriftelijk):

  • lydafiy  schriftelijke bekendmaking
  • vertarafiy  schriftelijk antwoord
    <   lydos  bekendmaking + -afiy
    <   vertaros  antwoord + -afiy

21.9

Aanhechting van een lexicaal affix kan ook vocaaldeletie tot gevolg hebben. Dit wil zeggen dat de eindvocaal van het oorspronkelijke substantief wegvalt zodra een affix aangehecht wordt. Dit geldt voor zowel suffixen als prefixen. Het komt vooral bij sterk gelexicaliseerde samenstellingen voor. Bijvoorbeeld:

  • ralpoirr Noot 1  medeleven
  • toberg˙  gebergte
  • criaklop Noot 2  horloge
  • mennfamyl  koninklijke familie
  • areôm  industrieterrein
    <   ral-  mede- + poira  leven
    <   to--˙  ge--te + bergo  berg
    <   cria-  hand; pols + kloppa  klok
    <   menn-  hoofd-, belangrijkste + famyliy  familie
    <   areű  terrein + -ôm  industrie-

Vocaaldeletie die plaats vindt onder invloed van een onmiddellijk op deze vocaal volgend suffix (zoals bij toberg˙ en areôm), is een vorm van contractie.


Noot 1 In de samst. ralpoirr is de r verdubbeld om het accent op de i vast te houden.
Noot 2 In de samst. criaklop is de p verenkeld om het accent op de a vast te houden.

21.10

Het is mogelijk om meer dan één lexicaal affix aan een substantief te hechten. Vooral een prefix en een suffix gaan goed samen:

  • ta- + -afiy
  • menn- + -ôm
  • ral- + --mâlp
  : taexâmafiy
  : mennarânkaôm
  : ralpainer-mâlp
    schriftelijk examen waarvoor men gezakt is
    hoofdindustriespoorweg
    medeplichtige van iemands echtgenoot/genote

Bij een combinatie van twee prefixen of twee suffixen zal het scheidbare affix altijd het verst van het substantief af staan:

  • nâs-- + to-
  • -ukér + --mâlp
  : nâs-tošovos
  : űstoukér-mâlp
    her-schijnvertoning; herhaalde schijnvertoning
    boeren-schoondochter

21.11

De combinatie van twee onscheidbare prefixen of van twee onscheidbare suffixen is wat gecompliceerder. Er moet dan onderscheid gemaakt worden tussen twee affixen die semantisch nevengeschikt zijn aan elkaar, of die semantisch ondergeschikt zijn aan elkaar. Nevenschikking wil zeggen: affix 1 specificeert het substantief en affix 2 specificeert eveneens het substantief. Onderschikking wil zeggen: affix 1 specificeert het substantief en affix 2 specificeert subst.+affix 1. Bij nevenschikking is de onderlinge volgorde van de affixen vrij:

  • eksposišoukérôm = eksposišoômukér
    landbouw- en industrietentoonstelling = industrie- en landbouwtentoonstelling
    (in ieder geval één tentoonstelling die zowel over landbouw als over industrie gaat)

21.12

Bij onderschikking is de onderlinge volgorde van de affixen wel van belang. Meestal is subst.+affix 1 een samenstelling met een gelexicaliseerde betekenis die door affix 2 nader gespecificeerd wordt:

  • mennmenester + ta-
     
  • tobelk˙ + nâ--
  • mennstâgatjen + nâ--e
  : tamennmenester
 
  : nâtobelk˙e
  : nâmennstâgatjene
    mislukte minister-president (iemand die
    als minister-president mislukt is)
    gebrek aan fruitbomen
    gebrek aan hoofdrolspelers

Als affix 1 en affix 2 in bovenstaande voorbeelden verwisseld worden, ontstaat er semantische onzin:

  • *menntamenester
     
  • *tonâvildul
  • *mennâstâgatjene
    belangrijkste mislukte minister; iemand die als minister
    het belangrijkst [en] mislukt is (?)
    groep van gebrek-aan-bomen (?)
    hoofdgebrek aan toneelspelers (?)

21.13

Een enkele keer is het mogelijk om de volgorde van twee ondergeschikte affixen om te keren. Het betekenisverschil tussen beide vormen is dan subtiel:

  • exâmafiyukér
     
  • exâmukérafiy
     
    schriftelijk landbouwexamen Noot 1 (= schriftelijk examen dat
    over landbouw gaat [en niet over veeteelt])
    schriftelijk-landbouwexamen (= landbouwexamen dat
    schriftelijk gegeven wordt [en niet mondeling])


Noot 1 Een landbouwexamen sluit de opleiding aan een Middelbare Landbouw- en Veeteeltschool in Spokanië af.

21.14

De combinatie van twee scheidbare prefixen of van twee scheidbare suffixen is ongebruikelijk, zo niet onmogelijk. In het algemeen vindt de aanhechting van een tweede affix alleen dan plaats als het eerste affix en het substantief reeds een gebruikelijke samenstelling vormen, al dan niet gelexicaliseerd. Ongeaffigeerde substantieven die ineens van twee lexicale affixen voorzien worden, hebben een log karakter en een geforceerde betekenis.
Grammaticaal en semantisch juist, maar stilistisch een monstrum, is de volgende samenstelling die in 1975 in een regeringsrapport verscheen:

  • to- + --e + su- + -ôm:   tonâsucâpitaloôme Noot 1
    schijnbaar gebrek aan industrieel nevenkapitaal


Noot 1 Met het gangbare begrip sucâpitalo (nevenkapitaal) wordt bedoeld: aanvullend kapitaal dat de overheid aan kleine ondernemers verstrekt om investeringen aan te moedigen.

21.15   ad § 21.1   B. Nieuw substantief d.m.v. scheid.samst. met oud substantief

Een scheid.samst. met een oud substantief is de meest productieve wijze om een nieuw substantief te vormen. Het oude substantief wordt altijd het laatste element van de samenstelling en behoudt zijn basisbetekenis, die door het ervoor staande element (of de ervoor staande elementen) nader gespecificeerd wordt. De toegevoegde elementen zijn meestal (al dan niet samengestelde) substantieven of werkwoorden:

  • ferdu-lippio
  • kelbra-lippio
  • fatasôr-pôrtreta
  • pleko-mirra
  • mite-sért
  • ufire-exâm
  • eftarse-trustos
  • efanty-kâgos
  • mirra-meande
  • liry-lamiros
    stoelpoot
    tafelpoot
    familieportret
    zandweg Noot 1
    huurhuis
    rijexamen
    vertrouwen dat het lukt (lett. "luk-vertrouwen")
    fantasie [als] van een kind; kinderlijke fantasie
    plas op straat
    verlangen naar rust

Uit de laatste vier voorbeelden blijkt dat het Spokaans veel verder kan gaan met dergelijke samenstellingen dan het Nederlands.


Noot 1 Maar voor 'zandpad' kent het Spokaans een apart woord: zuft (hoewel ook de samenstelling pleko-pât mogelijk is).

21.16

Onscheidbaar samengestelde substantieven en afgeleide substantieven kunnen op hun beurt als element in een scheid.samst. fungeren. Elke scheid.samst. kan theoretisch uit een oneindig aantal elementen bestaan, en met name in krantekoppen of bij namen van instanties kan men heel ver gaan. Bijvoorbeeld:

  • menngarrent-zillepip
    centraalstations-dak
  • menngarrent-lurfel-harber
    ober uit het centraalstations-restaurant
  • menngarrent-lurfel-harber-d˙fie-lav˙-đulentos
    ("hoofdstation-restaurant-ober-staken-rel-voorkómen")
    het voorkómen van de stakingsrellen door de obers van het centraalstations-restaurant
  • exâm-ufnosafiy-ošume-cômišo-glyda
    ("examen-opgave.schriftelijk-beoordelen-commissie-lid")
    lid van de commissie ter beoordeling van de schriftelijke examenopgaven

en zo ad libitum.

21.17

De samenstellende elementen staan altijd in het enkelvoud, ook al wekken zij de gedachte op aan een meervoud, zoals:

  • biy-korfe
  • huldu-albifan
  • mimpitlot
    bijenkorf
    kersengelei
    boekenkast

Uitzondering 1: bij namen van fruitbomen en -struiken staat de fruitnaam in het meervoud:

  • huldus-vildul
  • geffys-vildul
  • dâtse-vildul Noot 1
  • doffârs-lyotű
    kersenboom
    appelboom
    dadelpalm
    bramenstruik

ook nog: belks-vildul  fruitboom


Noot 1 Dâtse is het onregelmatige meervoud van dâts (dadel).

In § 21.5 is besproken hoe het circumfix to--˙ fruitbomen kan vormen: togeffy˙ (appelboom), enz. Dit zijn synoniemen van de samenstellingen met vildul.

Uitzondering 2: het substantief tiyn (ding, zaak) betekent in het meervoud ook 'goederen, bagage'. Ook in samenstellingen wordt deze meervoudsvorm in de betekenis van 'goederen, bagage' gehandhaafd:

  • tiyns-garrent
  • tiyns-˙tinâs
  • tiynsnolac
    goederenstation
    bagagedrager (v. fiets)
    goederenwagen

Uitzondering 3: de meervoudsvorm blijft in samenstellingen behouden als een enkelvoud ontbreekt (bij zogenoemde pluralia tantum):

  • ef fosies-rovretos
  • brans-helbi Noot 2
     
    [de] ouderliefde
    jongens- en meisjeskleding (één soort kleding, bestemd voor
    zowel jongens als meisjes)


Noot 2 Vergelijk: 'jan-helbi ur 'nin-ôc (jongenskleding én meisjeskleding) (het gaat hier dus om twee soorten kleding).

Zie ook § 30.46 en § 31.11.

21.18

Als een substantief met -os van een werkwoord is afgeleid en er heeft geen lexicalisatie Noot 1 plaatsgevonden, wordt het substantief door de infinitief vervangen als het deel gaat uitmaken van een scheid.samst.:

  • ef opj˙gos + ef jabincos > ef opj˙ge-jabincos
    de exploitatie + de vergunning > de exploitatievergunning
  • ef noftatos + ef posiblatiy > ef noftate-posiblatiys
    de overstap (bus, trein) + de mogelijkheid > de overstapmogelijkheden
  • ef trustos + ef linnos > ef truste-linnos
    het vertrouwen + de vraag, kwestie > de vertrouwenskwestie

Bij gelexicaliseerde os-afleidingen blijft -os behouden:

  • ef caribos + ef kornin > ef caribos-kornin Noot 2
    de kaft + het papier > het kaftpapier
  • ef fartos + ef zurreros > ef fartos-zurreros Noot 3
    de cursus + de duur > de cursusduur
  • ef űquos + ef ˙rhapű > ef űquos-˙rhapűs Noot 4
    de tegenpartij + het bezwaar > de bezwaren van de tegenpartij

Soms is de lexicalisatie zo gering, dat beide soorten samenstellingen mogelijk zijn:

  • ef buros + ef granô > ef buros-granô = bure-granô Noot 5
    de brand + de berg, stapel > de brandstapel


Noot 1 Met "lexicalisatie" wordt hier bedoeld dat de betekenis van de os-afleiding een andere is dan die welke in Blok 20.28 is omschreven.

Noot 2 Caribos komt van caribe (bedekken), maar betekent vrijwel nooit 'bedekking'.

Noot 3 Fartos komt van farte (lopen) en kan ook de niet-gelexicaliseerde betekenis 'de loop; het geloop, het lopen' hebben. In dat geval wordt in samenstellingen de infinitief gebruikt:

  • ef fartos + ef zurreros > ef farte-zurreros
    het lopen + de duur > de loopduur, duur van het lopen
    (bijvoorbeeld de tijd dat een machine loopt/in werking is)

Noot 4 Űquos komt van űque (tegen zijn) en kan ook de niet-gelexicaliseerde betekenis 'het tegen-zijn' hebben. In dat geval wordt in een samenstelling de os-vorm in een infinitief veranderd, bijvoorbeeld:

  • ef űquos + ef ˙rhapű > ef űque-˙rhapűs
    het tegen-zijn + het bezwaar > de bezwaren die er tegenin te brengen zijn
    (lett. "de tegenzijn-bezwaren")

Noot 5 Sommigen menen dat in bure-granô de nadruk meer ligt op de gebeurtenis van het "branden", terwijl buros-granô meer de nadruk op de "aanwezigheid van vuur" legt.

21.19   ad § 21.1   C. Nieuw substantief d.m.v. onscheid.samst. met oud substantief

Dit is een improductief procédé om een nieuw substantief uit een oud substantief te vormen. Ook hier wordt het oude substantief het laatste element van de samenstelling. In tegenstelling tot scheidbare constructies zoals besproken in § 21.15-18 zijn de onscheid.samst.n sterk gelexicaliseerd. Bovendien treedt dikwijls contractie op. Het een en ander komt overeen met de onscheid.samst.n van twee niet-substantieven zoals behandeld in § 20.44:

  • fenta + ômhűls
  • pôst + smurf
  • parte + kettos
  • verestâ + lytt Noot 1
  • fr˙cc + radiše
  • chiype + lafex
  • portâ + letra
  • móns + gura
  > fentômhűls
  > pôstsmurf
  > partkettos
  > vereslytt Noot 1
  > fr˙ccadiše
  > chiypafex
  > portetra
  > mónsgura
 
    feest + gewaad; kleding
    post[erijen] + geld
    deel + het geven
    leger + leider
    reus + radijs
    knijpen + schaar
    kort + brief
    storm + regen
  > feestkleding
  > porto
  > quotiënt
  > hertog
  > mierikswortel
  > nijptang
  > briefkaart
  > slagregen
 


Noot 1 Lytt (leider) is een archaďsme; het gebruikelijke woord voor 'leider' is lydres (zie § 20.33).
De gelexicaliseerde betekenis van vereslytt (hertog) heeft tot gevolg dat 'legerleider' nu uitgedrukt wordt met de productieve scheid.samst. verestâ-lydres.

21.20

Soms bestaan een scheid.samst. en een onscheid.samst. naast elkaar:

  • fente-tof
     
    fentatof
     

  • kôbo-tof
    kôbotof

  • šocla-tiyn
    šoclatiyn Noot 1
    feestdag; feestelijke dag (zoals verjaardag, jubileum, dag waarop
    iemand geslaagd is, ed.)
    feestdag (erkende nationale feestdag waarop niet gewerkt wordt,
    zoals kerstmis, koningsdag, dag van de grondwet)

    zonnige dag (dag waarop de zon schijnt)
    zondag (dag na zaterdag)

    ding, voorwerp van chocolade
    stukje chocolade, chocolaatje


Noot 1 Zie ook § 20.10. Het meervoud šoclatiyns kan ook 'hagelslag; chocolade-korrels' betekenen.

Let ook op het verschil in uitspraak: in een scheid.samst. blijft het hoofdaccent van het woord op het eerste lid van de samst.; in een onscheid.samst. komt het woordaccent op de voorlaatste lettergreep van het gehele woord. Vergelijk (het accent is met vet aangegeven):

  • fente-tof  ~  fentatof
  • kôbo-tof  ~  kôbotof
  • šocla-tiyn  ~  šoclatiyn

21.21

Affixen die aan een onscheid.samst. gehecht worden geven een nadere specificatie aan de hele samenstelling. In scheid.samst.n specificeert een affix altijd één van de elementen van de samenstelling. Vergelijk:

  • fente-tofe Noot 1
    fentofe

  • kôbo-blaktof
    blakkôbotof Noot 2

  • tošocla-tiyn Noot 3
    tošoclatiyn Noot 4
    gebrek aan feestelijke dagen
    gebrek aan [officiële] feestdagen

    zonnige witte dag (zonnige dag met sneeuw)
    witte zondag (zondag met sneeuw)

    voorwerp van namaakchocolade
    namaakchocolaatje; schijnchocolaatje

Zie ook § 20.43.


Noot 1 Een circumfix kan nooit een scheid.samst. in zijn geheel omvatten, dus een constructie als *fente-tofe is onmogelijk.

Noot 2 Blakkôbo-tof is grammaticaal correct maar semantisch twijfelachtig; het betekent ongeveer 'dag met een witte zon'.

Noot 3 Šocla-totiyn is grammaticaal correct maar semantisch twijfelachtig; het betekent ongeveer 'namaakvoorwerp van chocolade'.

Noot 4 In de constructie tošoclatiyn wordt niet per se iets over de kwaliteit van de chocolade gezegd; een "namaakchocolaatje" kan best van echte chocolade gemaakt zijn (maar ziet er alleen niet als een chocolaatje uit).

21.22

Let ook op het verschil tussen een los en een aangehecht additief:

  • eft portâ letra
    eft portetra

  • eft hups pitter
    eft hupspitter

  • tűs tiffugs
    tűstiffugs

  • eft belt merater
    eft beltmerater Noot 1
     
    een korte brief
    een briefkaart

    een snelle fiets
    een motorfiets

    platte voeten
    platvoeten

    een kleine man (klein van stuk)
    een mannetje, kereltje (wat sullig, gebogen, oud
    en/of gebrekkig)


Noot 1 Alle samenstellingen met belt (klein) zijn min of meer pejoratief; alleen bij kinderen en jonge dieren is er spake van vertedering.

21.23   ad § 21.1   D. Nieuw substantief d.m.v. reduplicatie

Reduplicatie en de betekenis ervan worden besproken in Hoofdstuk 64. Wij volstaan hier met de globale mededeling dat het procédé van reduplicatie in principe plaatsvindt door verdubbeling van de laatste lettergreep, aldus zorgend voor een reduplicaat. De prototypische betekenis van een reduplicaat (in dit geval: geredupliceerd substantief) is die van een "rij" of "reeks", of van een voortdurende herhaling, zoals:

  • eft vildul ~ eft vilduldul
  • eft tsiyp ~ eft tsiypsiyp
    een boom ~ een rij bomen
    een tik ~ een voortdurend getik

21.24

Bij een aantal geredupliceerde substantieven heeft er echter lexicalisatie plaatsgevonden, of met andere woorden: het reduplicaat is een "echt" substantief geworden, bijvoorbeeld:

  • eft ôrešy ~ eft ôrešyšy
  • eft oto ~ eft ototo
  • eft karé ~ eft karéré
    een soldaat ~ een militaire colonne
    een auto ~ een file
    een schip ~ een vloot (als groep schepen op zee)

21.25

In tegenstelling tot de niet-gelexicaliseerde reduplicaten kennen de gelexicaliseerde vormen ook een meervoud, zoals:

  • ef ôrešyšys
  • ef ototos
  • ef karérés
    de militaire colonnes
    de files
    de vloten

Dit is een indicatie dat we met "echte" substantieven te doen hebben, en niet met een afgeleide vorm van een ander substantief. Zie verder Hoofdstuk 64.

21.26   Nieuw substantief d.m.v. een nominaal affix

Substantieven kunnen in het Spokaans gevormd worden met behulp van een nominaal affix. Dit affix kan gehecht worden aan zowel een ander substantief, een additief, een infinitief of een wortelstam (§ 21.33 en § 82.2). Een enkele keer vindt aanhechting aan een voorzetsel of eigennaam plaats.

21.27

Nominale affixen enerzijds, en lexicale affixen zoals besproken in § 21.2-14 anderzijds, verschillen in de volgende punten van elkaar:

  1. Lexicale affixen vormen een bepaling bij een substantief - zij geven een nadere specificatie aan het oude substantief;
    Nominale affixen geven de hoofdbetekenis van het nieuw te vormen substantief en het woord waaraan het affix gehecht wordt zorgt voor de nadere specificatie.

  2. Lexicale suffixen zijn ongevoelig voor reduplicatie (§ 64.20);
    Nominale suffixen gedragen zich, zodra er een ander woord aan gehecht is, als een substantief dat het laatste element van een onscheid.samst. vormt; dit kan geredupliceerd worden (§ 64.28-29).

  3. Nominale suffixen hebben een resultatief- en meervoudsvorm waarvoor dezelfde regels gelden als voor substantieven - er zijn zelfs nominale suffixen die evenals sommige substantieven een onregelmatige meervoudsvorm kennen.

  4. Een substantief dat gevormd is met een lexicaal affix behoort tot dezelfde categorie (CONCREET / ABSTRACT) als het ongeaffigeerde substantief;
    Een substantief dat gevormd is met een nominaal affix behoort altijd tot de categorie CONCREET, omdat het nominale affix het karakter van een concr.subst. heeft en als hoofdelement optreedt. Noot 1

Kortom: een nominaal affix is in feite een substantief dat echter nooit buiten een onscheid.samst. kan optreden.


Noot 1 Ter illustratie moge het volgende voorbeeld dienen: het abstr.subst. naliycos (onderhoud) heeft als meervoud: naliycosz (zie § 30.39). Toevoeging van het lexicale prefix to- levert het nieuwe abstr.subst. tonaliycos (provisorisch onderhoud; lett. "schijnonderhoud") met als meervoud: tonaliycosz (§ 30.39).
Maar een samenstelling met het nominale suffix sty- (-staat; zie § 21.29) leidt tot het concr.subst. stynaliycos (staat van onderhoud), waarin sty- het hoofdelement vormt. Er zijn nu twee meervoudsvormen mogelijk: de eerste variant gaat uit van het idee dat -os in stynaliycos een grammaticaal suffix is omdat naliycos afgeleid is van het werkwoord naliyce (onderhouden). Volgens Blok 30.15 wordt het meervoud: stynaliycôsta. De tweede variant gaat uit van het idee dat os géén grammaticaal suffix is omdat het een onderdeel vormt van het substantief stynaliycos, en dit substantief is niet afgeleid van het werkwoord *stynaliyce. Volgens Blok 30.5 (en nog eens benadrukt in § 30.8) geldt nu de meervoudsvorm stynaliycosz.

21.28

Als we een nominaal affix beschouwen als een substantief dan kunnen we de vorming van een samengesteld substantief met een nominaal affix als basiselement gelijkstellen aan de vorming van een onscheid.samst. volgens § 21.19. In tegenstelling tot de samenstellingen uit § 21.19 zijn samenstellingen met een nominaal affix wčl productief.

21.29

Voorbeelden van nominale prefixen:

iyxe- -punt, -top:

  • iyxemâst
  • iyxeknyfo
  • iyxehuldufitiy
    masttop
    mespunt
    top van beroemdheid (overdrachtelijk)

sko- -zak: Noot 1

  • skovâtja
  • skobof
    vestzakje
    broekzak


Noot 1 Sko- kan ook optreden als lexicaal prefix dat een ander substantief nader specificeert. Zie § 21.3.

tuf- -gat:

  • tufcnô
  • tufmust
  • tufeit
    knoopsgat
    gat in een schoen
    kijkgat (eig. "ooggat")

sty- -gesteldheid; -staat:

  • stybôtmo
  • styónzol Noot 2
  • sty˙centos
    bodemgesteldheid
    weersgesteldheid
    temperament (eig. "gemoedsgesteldheid")


Noot 2 In styónzol is de begin-w van wónzol (weer) weggevallen, want de w mag alleen aan het woordbegin geschreven worden (§ 11.5). Intervocalisch wordt hij echter wel altijd uitgesproken, en dat geldt ook tussen de y en ó in styónzol.

vas- -handvat:

  • vasknyfo
  • vasamâr
    heft van een mes
    hengsel van een emmer

21.30

Voorbeelden van nominale suffixen:

-bâl -bal:

  • sn˙bâl
  • tiffugbâl
    sneeuwbal
    voetbal (bal waarmee gevoetbald wordt)

-clén -reiniger; -filter; -veger (enz.):

  • miflifclén
  • ayrclén
  • m˙rtclén
    ruitenwisser (v. auto)
    luchtfilter
    schoorsteenveger (persoon)

-fâsto -doek, -kleed, -lap, -stof:

  • kelbrafâsto
  • k˙ponfâsto
  • milâfâsto
    tafelkleed
    handdoek, droogdoek
    mitella (eig. "armdoek")

-[j]eren -wezen; -stelsel:

  • tâxeren
  • s˙neren
  • gabanejeren
  • meterjeren
    belastingstelsel
    seinwezen; seinstelsel (systeem v. seinen bij de spoorwegen)
    transportwezen
    metrieke stelsel

-ka -schip, -boot: Noot 1

  • tâmpka
  • ebeska
  • ómerka
  • zârka
    stoomschip
    vissersboot
    zeilschip
    woonboot


Noot 1 Het suffix -ka wordt ook altijd achter de namen van schepen geplaatst, bijvoorbeeld: Cânserka (de Kreeft); Esperoska (de Hoop); Bochôc Fâgaka (de Bochôc Fâga; bekend schrijver 1835-1901).
In namen van Spokanische schepen vormt -ka een onscheidbaar bestanddeel dat nooit weggelaten mag worden en ook op het schip zelf geschilderd staat. Namen van buitenlandse schepen worden met --ka gesuffigeerd zodra zij in een Spokaanse tekst voorkomen. In dit geval is er sprake van een scheid.samst., zoals te zien is aan de filâsto:

  • Zwarte Zee-ka melde eft nelandes lajâfka.
    De Zwarte Zee is een Nederlandse sleepboot.
  • Titanic-kaex* ef bové.
    De ondergang van de Titanic.

* het suffix -ex vormt de genitief van eigennamen (§ 60.34).


-nolac -wagen, -kar, -auto: Noot 2

  • slapelnolac
  • kinânolac
  • blofnolac
    slaaprijtuig (trein)
    ziekenauto
    koets; door paard getrokken wagen


Noot 2 Van het suffix -nolac bestaat een gereduceerde variant -no die evenals -ka (voetnoot Noot 1) gebruikt wordt achter namen, in dit geval namen van voertuigen. Bijvoorbeeld: Ryjeno (De Reiger; naam v.e. stoomlocomotief); Gânderno ([de] Gander; naam v.e. auto); Tepperno (Trappelaar; naam v.e. fiets). Het is in Spokanië heel gebruikelijk om voertuigen een naam te geven. Niet alleen (stoom)locomotieven, maar ook de meeste auto's, trams, karren en dergelijke dragen een naam. Voor namen van buitenlandse voertuigen geldt dat zij in een Spokaanse tekst eveneens van --no voorzien worden (analoog aan --ka, dus als scheid.samst.), bijvoorbeeld:

  • Ef értef nelandes fradâs po Snelheid-no.
    De eerste Nederlandse locomotief heette de Snelheid.
  • Blul âlbolije ef ađiyk enelandes tâmpnolac, Evening Star-no, fes 1960.
    De laatste Engelse stoomlocomotief, de Evening Star, is in 1960 gebouwd.

-lot -bak; -doos; -opbergplaats:

  • simalot
  • letralot
  • ubaralot
  • ˙ršarlot
    opbergdoos
    brievenbus
    voedselbak, ruif
    hoedendoos

-mip -boek:

  • câsmip
  • belmip
  • Ergemip
     
    kasboek
    leerboek
    (eig. "Erget-boek"; de heilige schrift van de Ergynne-godsdienst, waarin
    Erget, de oppergod, de hoofdrol speelt)

-ôrm -opschrift, -bord, -wijzer:

  • kűfôsôrm
  • misanôrm
  • quankaôrm
    verkeersbord
    winkelopschrift; uithangbord v.e. winkel
    naambordje, naamplaat

-rif -maker[ij] (beroepshalve): Noot 3

  • mustrif
  • helbirif
    schoenmaker[ij]
    kleermaker[ij]


Noot 3 Als expliciet uitgedrukt moet worden dat er sprake is van een werkplaats, en niet van een ambachtsman, kan het suffix -rif verlengd worden met -âs (zie § 20.25): mustrifâs (schoenmakerij); blarâsrifâs (kaasmakerij).

-tariy -spreker; wat betreft geluid:

  • portariy
  • jatariy
  • hupstariy
    telefoon
    tolk (eig. "tussenspreker")
    luidspreker

-tiyse -vlees (eetbaar):

  • kâlftiyse
  • knoktiyse
  • veldurtiyse
     
    kalfsvlees
    varkensvlees
    mensenvlees (alleen in enkele idiomatische uitdrukkingen zoals:
    Do brae veldurtiyse. Hij is een ijzervreter, een onverschrokken krijger.)

21.31

Nominale circumfixen zijn niet bekend. Evenals bij alle andere soorten van samenstellingen en afleidingen kunnen ook de samenstellingen met nominale affixen gelexicaliseerd worden, zoals:

  • gumbâl
  • xobinifâsto
  • moterlot
    bal (hoeft niet per se van rubber (= gum) te zijn)
    stevig tekstiel (en niet alleen "tentdoek")
    motorkap v. auto (en niet "opbergplaats voor motoren")

Het karakter van een aantal nominale affixen is zodanig dat lexicalisatie altijd min of meer uitgelokt wordt, zoals bij -tariy en -clén, en in mindere mate ook bij -lot.

21.32

Als het grammaticale suffix -os in een niet-gelexicaliseerde constructie voorkomt (en dus de betekenis heeft die in Blok 20.28 is genoemd), wordt het gedeleerd zodra hierachter een nominaal suffix volgt. Het nominale suffix wordt meestal aan de wortelstam gehecht. Dit is een andere toepassing van de kapregel die behandeld is in § 21.8. Bijvoorbeeld:

  • gvârcos + -tat
  • zâros + -ka
  • k˙ponjos + -fâsto
  > gvârctat
  > zârka
  > k˙ponfâsto
    zoeklicht
    woonboot
    handdoek, droogdoek

Soms wordt de gehele infinitief in plaats van de wortelstam gebruikt:

  • farte + -tat
  • trumle + -zorâ
  • gabane + -jeren
  > fartetat
  > trumlezorâ
  > gabanejeren
    looplamp
    trommelstok
    transportwezen

21.33

Het is de vraag of we in samenstellingen als gvârctat, zârka en k˙ponfâsto inderdaad een onderliggende vorm met -os moeten aannemen, waarna deze -os gedeleerd wordt. Enkele linguďsten (zie o.a. White 1973) maken aannemelijk dat os-deletie niet relevant is en dat nominale suffixen zonder "tussenstap" aan een wortelstam óf aan een infinitief gehecht worden ("wortelstam" en "infinitief" vormen hier een complementaire distributie). Deze hypothese is vooral na 1978 algemeen geaccepteerd toen Rudolf Gevers (1978) in een overtuigend artikel aantoonde dat nominale affixen ook in het Pegrevisch en Oudspokaans aan verbale stammen gehecht konden worden. Gevers' theorie is gebaseerd op het feit dat aanhechting van het Pegrevische equivalent van -os accentverschuiving in de oorspronkelijke stam uitlokt. En omdat deze accentverschuiving bij de aanhechting van nominale affixen niet plaatsvindt zou de tussenstap met het equivalent van -os evenmin plaatsgevonden hebben.

21.34

Bij aanhechting van een nominaal affix komt soms consonantdeletie voor. Hierbij is altijd sprake van een of meer consonanten die onmiddellijk gevolgd worden door het prefix, of onmiddellijk voorafgegaan worden door het suffix:

  • Ergemip
  • belmip
    "Erget-boek"
    leerboek
    <   Erget + -mip boek
    <   beldos leer + -mip boek

Bij belmip zien we niet alleen consonantdeletie (wegval van de d), maar bovendien toepassing van de kapregel (wegval van het suffix -os; zie § 21.8). Consonantdeletie die plaatsvindt onder invloed van een onmiddellijk aangrenzend affix is een vorm van contractie.

21.35

Nominale affixen laten zich goed combineren met zowel andere nominale affixen als lexicale affixen. Het basiselement van zo'n samenstelling is altijd het nominale affix. Bestaat het substantief uit twee nominale affixen, dan geldt het rechter affix als basiselement. In de volgende voorbeelden is het basiselement vet gedrukt:

  • cria- + -bâl
  • iyxe- + -zorâ
  • kor- + -nolac
  • lajâf- + -ka
  • pazzo- + -fâsto
  • --e + cria- + -nolac
  > criabâl
  > iyxezorâ
  > kornolac
  > lajâfka
  > pazzofâsto
  > nâcrianolace
    handbal (om mee te handballen)
    punt van een stok
    hofauto
    sleepboot
    grondzeil
    gebrek aan handkarren

21.36

Het is zelfs mogelijk dat een lexicaal suffix als prefix aan een nominaal suffix gehecht wordt:

  • -clén + -nolac
  • -ukér + -nolac
  • -ôm + -eren
  > clénnolac
  > ukérnolac
  > ômeren
    veegauto (voor straten)
    landbouwvoertuig
    industriewezen

Of andersom: een nominaal prefix wordt als suffix aan een lexicaal prefix gehecht:

  • pazzo- + tuf-
  • lurg- + vas-
  > pazzotuf
  > lurgvas
    gat in de grond (bodem)
    handvat in het midden (eig. "middenhandvat")

Het verwisselen van de eigenschappen "pre-" en "suf-" gebeurt altijd zodanig dat het basiselement in de samenstelling achteraan staat (zoals ook in scheidbare samenstellingen het geval is). Noot 1


Noot 1 Niet alle nominale prefixen treden even gemakkelijk als suffix op. De volgende voorbeelden tonen ongrammaticale (volgens sommigen: twijfelachtige) samenstellingen:

  • lurg- middel- + iyxe- top   > *lurgiyxe   middelste top
  • doa- zwart + fugô- voetstuk   > *doafugô   zwart voetstuk

Samenstellingen van nominale prefixen met lexicale prefixen zijn hoe dan ook een marginaal verschijnsel: ten eerste zijn er slechts een stuk of tien nominale prefixen, en ten tweede laten de betekenissen van de affixen zich dikwijls niet in één samenstelling combineren.


21.37   Affigering van letters, cijfers, tekens en afkortingen

Letters, cijfers, tekens en afkortingen kunnen op twee manieren geschreven worden:

  1. voluit met de naam of (afkortingen) genominaliseerd tot concr.subst.
  2. als symbool

21.38   ad § 21.37   1.

Voluit geschreven namen van letters, cijfers en tekens zijn volwaardige concr.subst.n en kunnen daarom zonder meer geaffigeerd worden, zoals:

  • ef iyxefâr, ef hefergzorâ ur ef tufzerâ
    de punt van de vier, de stok van de zeven en het gat van de nul
  • Fes ef plašelot eft nâkajie melde.
    In de zetkast is een gebrek aan k's (de letters k).
  • eft mindalinne-ponto ur eft nydacôma
    een rood vraagteken en een blauwe komma
  • eft pâltéf, ef bezorâ
    een teveel aan fs (letters f), de stok van de [letter] b

Hetzelfde geldt voor genominaliseerde afkortingen:

  • eft tagestâ
     
  • ef nâéc˙rlume
  • ef toékek
    een mislukte vergadering (waarop een overeenkomst tot
    stand had moeten komen)
    het gebrek aan EHBO-organisaties
    de naaste schijntoekomst

Zie ook § 20.47-48.

21.39   ad § 21.37   2.

Als letters, cijfers of tekens niet voluit maar als symbool geschreven worden, kunnen affixen met een filâsto aangehecht worden. Vergelijk de voorbeelden van de vorige paragraaf met:

  • ef iyxe-4, ef 7-zorâ ur ef tuf-0
  • Fes ef plašelot eft nâ-k-e melde.
  • eft minda-? ur eft nyda-,
  • eft pâlt-f, ef b-zorâ

Hetzelfde geldt voor niet-genominaliseerde afkortingen:

  • eft to-Zussyg
  • ef nâ-Stami-e
  • ef GeStâ-mit
    een niet-echt Zuidspokanisch Wijnbouwersgilde
    het gebrek aan Stami-winkels
    de kamer van de Generale Staf

21.40

In literaire teksten wordt de voorkeur aan het voluit schrijven gegeven:

  • Fes ef plašelot eft nâkajie melde.
    In de zetkast is een gebrek aan k's (de letters k).

In wetenschappelijke teksten, beschrijvingen van formules, gebruiksaanwijzingen en dergelijke wordt de voorkeur aan het schrijven van een teken gegeven, bijvoorbeeld:

  • Fes ef plašelot eft nâ-k-e melde.
    In de zetkast is een gebrek aan k's (de letters k).

Vergelijk ook § 180.25-29.

21.41   Affigering van eigennamen

Aan eigennamen kunnen affixen met een filâsto aangehecht worden; let op dat de geaffigeerde eigennamen een lidwoord kunnen krijgen (§ 50.13):

  • ef pâlt-Moffain
  • Minda-Elsa
  • eft Shell-nolac
  • ef nâ-Volvo-e
    een teveel aan Moffains; teveel jongens die Moffain heten
    Rode Els (als bijnaam)
    een auto van de Shell
    het tekort aan Volvo's

Omdat veel eigennamen (firmanamen, merken ed.) het karakter van een afkorting hebben, kan het voorbeeld van § 21.39 herhaald worden:

  • ef nâ-Stami-e
    het gebrek aan Stami-winkels

en verder:

  • eft SA-nolac
     
    een SA-wagon (een wagon van de Spokanische
    Spoorwegen = Spooksoliy Arânkas)

21.42

Affigering van eigennamen dient echter zo veel mogelijk vermeden te worden. Alleen de aanhechting van -ka en -no bij scheeps- respectievelijk voertuignamen (§ 21.28) en de suffixen die een genitief of resultatief uitdrukken (Hoofdstukken 60 en 61) zijn goed met eigennamen te combineren.


TOP
<< Hoofdstuk 20 | Hoofdstuk 22 >>

© (2000) Rolandt Tweehuysen, Kimswerd, the Netherlands