21.1
Dit hoofdstuk is een vervolg van Hoofdstuk 20.
Het Spokaans kent een aantal methoden om uit een substantief een ander substantief te vormen, en wel:
- afleiding d.m.v. een lexicaal affix (vanaf § 21.2)
- scheidbare samenstelling (vanaf § 21.15)
- onscheidbare samenstelling (vanaf § 21.19)
- reduplicatie (vanaf § 21.23)
21.2 ad § 21.1 A. Nieuw substantief d.m.v. affigering oud substantief
Een groot aantal prefixen en een kleiner aantal suffixen en circumfixen (combinatie van pre- en suffix) kunnen aan een substantief gehecht worden zodat er een nieuw substantief ontstaat waarvan de betekenis meer gespecificeerd is dan die van het oude, ongeaffigeerde substantief. Dergelijke affixen heten lexicale affixen, omdat zij (in tegenstelling tot bijvoorbeeld grammaticale affixen) een semantische inhoud hebben.
Bijna alle affixen worden onscheidbaar aan het substantief gehecht, met alle gevolgen voor meervouds- en resultatiefvorming van dien (§ 20.43, § 30.32-37, § 61.29 en § 61.40-41). Een klein aantal affixen vormt een scheid.samst., zodat meervouds- en resultatiefvorming niet beďnvloed worden. In de volgende paragrafen zijn de scheidbaar aan te hechten affixen van een dubbele filâsto (--) voorzien. Zie verder § 21.7.
21.3
Voorbeelden van lexicale prefixen:
ânt-- anti-; -vrij; -vast; [bestand] tegen:
- ânt-qurredla
- ânt-tass
- ânt-flecs-sgűla
- ânt-fjâs-glaza
|
tegengif parachute (lett. "tegen-val") vuurvaste schaal (lett. "anti-vuur-schaal") onbreekbaar glas (lett. "anti-slag-glas")
|
cria- hand-, soms ook pols-, arm-:
- criagârp
- criamust
- criaprams
- criazen
- criabent
|
handboei handschoen handrem handwerk armband
|
kor- paleis-; hof-:
- korarâbe
- kormittors
- korsamm
|
paleistuin paleistrap hof[houding]
|
lurg- midden-; middel-:
- lurgl˙nt
- lurgkoles
- lurgkormondô
- lurgposio
|
middellijn middelbare school midzomer middenpositie
|
menn- hoofd-; belangrijkste; eerste (dikwijls gelexicaliseerd):
- mennârtycla
- mennhuflif
- mennstâgatjen
- menngarrent
- mennmenester
- mennurp
- mennileset
|
hoofdartikel hoofdgebouw hoofdrolspeler centraalstation minister-president opperhoofd hoofdeiland (in Spokanië elk van de 7 grootste eilanden met een eigen bestuur; zie § 10.2)
|
|
Het antoniem van menn- is nef-; het synoniem (in de meeste gevallen) van nef- is su-. Vrijwel alle samenstellingen met menn- hebben een tegenhanger met nef- of su-, bijvoorbeeld: nefhuflif = suhuflif (bijgebouw); nefprest = suprest (onderdirecteur); nefileset = suileset (bij-eiland (in Spokanië: kleiner eiland dat bestuurlijk onder een mennileset ressorteert)).
|
|
In mennurp is een n weggevallen (menn- + nurp), omdat de Spokaanse orthografie geen reeks van drie identieke consonanten toestaat. De reductie van nnn > nn is géén contractie zoals bedoeld in § 20.42, maar zuiver een spellingskwestie.
|
nâs-- her-; re-; opnieuw:
- nâs-ôrganisao
- nâs-zerfos
- nâs-glônt
|
reorganisatie herziening recidivist (misdadiger die in herhaling vervalt)
|
pâlt- te veel; in te grote mate aanwezig:
- pâltoto
- pâltveldur
- Pâltpleko melde fes ef slaja.
|
te veel [aan] auto's te veel [aan] mensen Er zit te veel zand in de sla.
|
|
Pâlt- wordt voornamelijk toegevoegd aan stoff.subst.n. Concr. of abstr. subst.n die marginaal met dit prefix verrijkt worden, kennen geen meervoudsvorm; zij lijken een "stoffelijk" karakter te krijgen. Pâlt- is een productief prefix bij additieven (§ 41.43).
|
ral- mede-:
- ralpoirr
- ralveldur
- ralpjôlos
- ralpainer
|
medeleven medemens inspraak handlanger, medeplichtige
|
sko- 1. zak-; 2. -zak:
|
1.
|
- skomirrôr
- skosmurf
- skobedâ
|
zakspiegeltje zakgeld sigarettenaansteker (lett. "zak-ontvlamming")
| |
2.
|
|
|
|
Sko- is niet alleen een prefix dat een substantief nader specificeert (smurf ~ skosmurf (geld ~ zakgeld)), maar heeft tevens de eigenschap van nominaal prefix dat door een substantief nader gespecificeerd wordt (vâtja ~ skovâtja (vest ~ vestzakje)). Zie verder § 21.27.
|
ta- mis-; mislukt:
- taeftarsos
- tarovretos
- taexâm
|
mislukking mislukte (op de klippen gelopen) liefde examen waarvoor men gezakt is
|
to- schijn-; vals-; niet echt:
- tosmurf
- toovos
- tobâr
- todiô
|
vals geld schijnvertoning margarine (eig. "valse boter") afgod
|
stin- schrijf-:
- stinfotel
- stintiyns (mv.)
- stintiyft
|
schrijffout schrijfbehoeften schrijfkramp
|
21.4
Voorbeelden van lexicale suffixen:
-afiy schriftelijk:
- exâmafiy
- lydafiy
- vertarafiy
|
schriftelijk examen schriftelijke bekendmaking schriftelijk antwoord
|
--krain kubieke:
- meter-krain (afgekort m-kr)
- sentimeter-krain (afgekort sm-kr)
|
kubieke meter kubieke centimeter
|
|
Naast --krain bestaat ook --trom (vierkante), bijvoorbeeld: meter-trom (vierkante meter; afgekort m-tr).
|
--mâlp schoon-; familielid/kennis/relatie van iemands echtgenoot/-genote:
- sientur-mâlp
- frera-mâlp
- frint-mâlp
- kost côlegje-mâlp
|
schoonmoeder zwager vriend van iemands echtgenoot/-genote de collega van mijn vrouw/man
|
-ôm industrieel; werk-:
|
|
industriespoorweg industriehaven werkkleding, overall
|
-ukér 'boeren-; landbouw-; agrarisch':
- mirraukér
- blarâsukér
- vrôkukér
- eksposioukér
|
boerenweg, landweg boerenkaas landbouwmethode landbouwtentoonstelling
|
21.5
Voorbeelden van lexicale circumfixen:
nâ--e gebrek aan; tekort aan:
- nâcôrne
- nâgekkere
- nâzârose
- nâknurfele
|
gebrek aan graan tekort aan leraren gebrek aan woningen watergebrek
|
to--˙ groep; verzameling; [fruit]boom; struik; ge--te (collectief):
- tovildul˙
- toberg˙
- toqudex˙
- togeffy˙
- todâts˙
- toroza˙
|
geboomte; groepje bomen gebergte wetgeving (eig. "verzameling wetten") appelboom dadelpalm rozestruik
|
21.6
Alle lexicale affixen zijn productief maar het gebruik ervan leidt soms tot lexicalisatie, zoals in meer of mindere mate uit bovenstaande voorbeelden blijkt. Hier volgen nog enkele duidelijke voorbeelden:
- criaklop
- korsért
- mennfamyl
- mennzurtarr
- tojesfsâ
- blofukér
- totarm˙
- toknuf˙
- toaâlbos˙
- torut˙
|
polshorloge (niet "handklok") paleis (niet "hofhuis") koninklijke familie (niet "hoofdfamilie") spitsuur (niet "belangrijkste uur") wedstrijd, concours (niet "valse strijd") trekpaard voor een ploeg (niet "boerenpaard") ingewanden; inwendige organen (niet alleen "gedarmte") afwas; vaat (servies en bestek dat nog gewassen moet worden) (niet "verzameling potten") bebouwde kom (niet "groepje bouwwerken") patroon (fig.) (niet "verzameling ruiten")
|
21.7
Enkele affixen zijn scheidbaar aan het substantief gehecht; dit blijkt uit de filâsto tussen affix en substantief. Scheidbare aanhechting betekent onder meer dat bepaalde grammaticale affixen (meervouds- of resultatiefvorming ed.) niet aan een van de uiteinden van de samstenstelling gehecht worden, maar op de oorspronkelijke plaats van het niet-geaffigeerde substantief. Vergelijk:
- ef űstos-mâlp ~ ef űstoukérs
|
de schoondochters ~ de boerendochters
|
Zie ook § 30.37.
21.8
Aanhechting van een lexicaal affix heeft soms morfeemdeletie tot gevolg. Dit verschijnsel wordt ook de kapregel genoemd en houdt in dat een morfeem onmiddellijk achter een stam wordt gedeleerd zodra erachter een lexicaal suffix volgt. In het Spokaans komt dit verschijnsel soms voor bij toevoeging van lexicale suffixen aan substantieven die op het grammaticale suffix -os eindigen: -os valt weg en van het substantief blijft alleen de wortelstam over. In de voorbeelden van § 21.4 werkt de kapregel bij de aanhechting van -afiy (schriftelijk):
- lydafiy schriftelijke bekendmaking
- vertarafiy schriftelijk antwoord
|
< lydos bekendmaking + -afiy
< vertaros antwoord + -afiy
|
21.9
Aanhechting van een lexicaal affix kan ook vocaaldeletie tot gevolg hebben. Dit wil zeggen dat de eindvocaal van het oorspronkelijke substantief wegvalt zodra een affix aangehecht wordt. Dit geldt voor zowel suffixen als prefixen. Het komt vooral bij sterk gelexicaliseerde samenstellingen voor. Bijvoorbeeld:
- ralpoirr
medeleven
- toberg˙ gebergte
- criaklop
horloge
- mennfamyl koninklijke familie
- areôm industrieterrein
|
< ral- mede- + poira leven
< to--˙ ge--te + bergo berg
< cria- hand; pols + kloppa klok
< menn- hoofd-, belangrijkste + famyliy familie
< areű terrein + -ôm industrie-
|
Vocaaldeletie die plaats vindt onder invloed van een onmiddellijk op deze vocaal volgend suffix (zoals bij toberg˙ en areôm), is een vorm van contractie.
|
In de samst. ralpoirr is de r verdubbeld om het accent op de i vast te houden.
|
|
In de samst. criaklop is de p verenkeld om het accent op de a vast te houden.
|
21.10
Het is mogelijk om meer dan één lexicaal affix aan een substantief te hechten. Vooral een prefix en een suffix gaan goed samen:
- ta- + -afiy
- menn- + -ôm
- ral- + --mâlp
|
: taexâmafiy
: mennarânkaôm
: ralpainer-mâlp
|
schriftelijk examen waarvoor men gezakt is hoofdindustriespoorweg medeplichtige van iemands echtgenoot/genote
|
Bij een combinatie van twee prefixen of twee suffixen zal het scheidbare affix altijd het verst van het substantief af staan:
- nâs-- + to-
- -ukér + --mâlp
|
: nâs-toovos
: űstoukér-mâlp
|
her-schijnvertoning; herhaalde schijnvertoning boeren-schoondochter
|
21.11
De combinatie van twee onscheidbare prefixen of van twee onscheidbare suffixen is wat gecompliceerder. Er moet dan onderscheid gemaakt worden tussen twee affixen die semantisch nevengeschikt zijn aan elkaar, of die semantisch ondergeschikt zijn aan elkaar. Nevenschikking wil zeggen: affix 1 specificeert het substantief en affix 2 specificeert eveneens het substantief. Onderschikking wil zeggen: affix 1 specificeert het substantief en affix 2 specificeert subst.+affix 1. Bij nevenschikking is de onderlinge volgorde van de affixen vrij:
- eksposioukérôm = eksposioômukér
landbouw- en industrietentoonstelling = industrie- en landbouwtentoonstelling
(in ieder geval één tentoonstelling die zowel over landbouw als over industrie gaat)
21.12
Bij onderschikking is de onderlinge volgorde van de affixen wel van belang. Meestal is subst.+affix 1 een samenstelling met een gelexicaliseerde betekenis die door affix 2 nader gespecificeerd wordt:
- mennmenester + ta-
- tobelk˙ + nâ--
- mennstâgatjen + nâ--e
|
: tamennmenester
: nâtobelk˙e
: nâmennstâgatjene
|
mislukte minister-president (iemand die als minister-president mislukt is) gebrek aan fruitbomen gebrek aan hoofdrolspelers
|
Als affix 1 en affix 2 in bovenstaande voorbeelden verwisseld worden, ontstaat er semantische onzin:
- *menntamenester
- *tonâvildule˙
- *mennâstâgatjene
|
belangrijkste mislukte minister; iemand die als minister het belangrijkst [en] mislukt is (?) groep van gebrek-aan-bomen (?) hoofdgebrek aan toneelspelers (?)
|
21.13
Een enkele keer is het mogelijk om de volgorde van twee ondergeschikte affixen om te keren. Het betekenisverschil tussen beide vormen is dan subtiel:
- exâmafiyukér
- exâmukérafiy
|
schriftelijk landbouwexamen (= schriftelijk examen dat over landbouw gaat [en niet over veeteelt]) schriftelijk-landbouwexamen (= landbouwexamen dat schriftelijk gegeven wordt [en niet mondeling])
|
|
Een landbouwexamen sluit de opleiding aan een Middelbare Landbouw- en Veeteeltschool in Spokanië af.
|
21.14
De combinatie van twee scheidbare prefixen of van twee scheidbare suffixen is ongebruikelijk, zo niet onmogelijk. In het algemeen vindt de aanhechting van een tweede affix alleen dan plaats als het eerste affix en het substantief reeds een gebruikelijke samenstelling vormen, al dan niet gelexicaliseerd. Ongeaffigeerde substantieven die ineens van twee lexicale affixen voorzien worden, hebben een log karakter en een geforceerde betekenis.
Grammaticaal en semantisch juist, maar stilistisch een monstrum, is de volgende samenstelling die in 1975 in een regeringsrapport verscheen:
- to- + nâ--e + su- + -ôm: tonâsucâpitaloôme

schijnbaar gebrek aan industrieel nevenkapitaal
|
Met het gangbare begrip sucâpitalo (nevenkapitaal) wordt bedoeld: aanvullend kapitaal dat de overheid aan kleine ondernemers verstrekt om investeringen aan te moedigen.
|
21.15 ad § 21.1 B. Nieuw substantief d.m.v. scheid.samst. met oud substantief
Een scheid.samst. met een oud substantief is de meest productieve wijze om een nieuw substantief te vormen. Het oude substantief wordt altijd het laatste element van de samenstelling en behoudt zijn basisbetekenis, die door het ervoor staande element (of de ervoor staande elementen) nader gespecificeerd wordt. De toegevoegde elementen zijn meestal (al dan niet samengestelde) substantieven of werkwoorden:
- ferdu-lippio
- kelbra-lippio
- fatasôr-pôrtreta
- pleko-mirra
- mite-sért
- ufire-exâm
- eftarse-trustos
- efanty-kâgos
- mirra-meande
- liry-lamiros
|
stoelpoot tafelpoot familieportret zandweg  huurhuis rijexamen vertrouwen dat het lukt (lett. "luk-vertrouwen") fantasie [als] van een kind; kinderlijke fantasie plas op straat verlangen naar rust
|
Uit de laatste vier voorbeelden blijkt dat het Spokaans veel verder kan gaan met dergelijke samenstellingen dan het Nederlands.
|
Maar voor 'zandpad' kent het Spokaans een apart woord: zuft (hoewel ook de samenstelling pleko-pât mogelijk is).
|
21.16
Onscheidbaar samengestelde substantieven en afgeleide substantieven kunnen op hun beurt als element in een scheid.samst. fungeren. Elke scheid.samst. kan theoretisch uit een oneindig aantal elementen bestaan, en met name in krantekoppen of bij namen van instanties kan men heel ver gaan. Bijvoorbeeld:
- menngarrent-zillepip
centraalstations-dak
- menngarrent-lurfel-harber
ober uit het centraalstations-restaurant
- menngarrent-lurfel-harber-d˙fie-lav˙-đulentos
("hoofdstation-restaurant-ober-staken-rel-voorkómen")
het voorkómen van de stakingsrellen door de obers van het centraalstations-restaurant
- exâm-ufnosafiy-oume-cômio-glyda
("examen-opgave.schriftelijk-beoordelen-commissie-lid")
lid van de commissie ter beoordeling van de schriftelijke examenopgaven
en zo ad libitum.
21.17
De samenstellende elementen staan altijd in het enkelvoud, ook al wekken zij de gedachte op aan een meervoud, zoals:
- biy-korfe
- huldu-albifan
- mimpitlot
|
bijenkorf kersengelei boekenkast
|
Uitzondering 1: bij namen van fruitbomen en -struiken staat de fruitnaam in het meervoud:
- huldus-vildul
- geffys-vildul
- dâtse-vildul
- doffârs-lyotű
|
kersenboom appelboom dadelpalm bramenstruik
|
ook nog: belks-vildul fruitboom
|
Dâtse is het onregelmatige meervoud van dâts (dadel).
|
In § 21.5 is besproken hoe het circumfix to--˙ fruitbomen kan vormen: togeffy˙ (appelboom), enz. Dit zijn synoniemen van de samenstellingen met vildul.
Uitzondering 2: het substantief tiyn (ding, zaak) betekent in het meervoud ook 'goederen, bagage'. Ook in samenstellingen wordt deze meervoudsvorm in de betekenis van 'goederen, bagage' gehandhaafd:
- tiyns-garrent
- tiyns-˙tinâs
- tiynsnolac
|
goederenstation bagagedrager (v. fiets) goederenwagen
|
Uitzondering 3: de meervoudsvorm blijft in samenstellingen behouden als een enkelvoud ontbreekt (bij zogenoemde pluralia tantum):
- ef fosies-rovretos
- brans-helbi
|
[de] ouderliefde jongens- en meisjeskleding (één soort kleding, bestemd voor zowel jongens als meisjes)
|
|
Vergelijk: 'jan-helbi ur 'nin-ôc (jongenskleding én meisjeskleding) (het gaat hier dus om twee soorten kleding).
|
Zie ook § 30.46 en § 31.11.
21.18
Als een substantief met -os van een werkwoord is afgeleid en er heeft geen lexicalisatie plaatsgevonden, wordt het substantief door de infinitief vervangen als het deel gaat uitmaken van een scheid.samst.:
- ef opj˙gos + ef jabincos > ef opj˙ge-jabincos
de exploitatie + de vergunning > de exploitatievergunning
- ef noftatos + ef posiblatiy > ef noftate-posiblatiys
de overstap (bus, trein) + de mogelijkheid > de overstapmogelijkheden
- ef trustos + ef linnos > ef truste-linnos
het vertrouwen + de vraag, kwestie > de vertrouwenskwestie
Bij gelexicaliseerde os-afleidingen blijft -os behouden:
- ef caribos + ef kornin > ef caribos-kornin
de kaft + het papier > het kaftpapier
- ef fartos + ef zurreros > ef fartos-zurreros
de cursus + de duur > de cursusduur
- ef űquos + ef ˙rhapű > ef űquos-˙rhapűs
de tegenpartij + het bezwaar > de bezwaren van de tegenpartij
Soms is de lexicalisatie zo gering, dat beide soorten samenstellingen mogelijk zijn:
- ef buros + ef granô > ef buros-granô = bure-granô
de brand + de berg, stapel > de brandstapel
|
Met "lexicalisatie" wordt hier bedoeld dat de betekenis van de os-afleiding een andere is dan die welke in Blok 20.28 is omschreven.
|
|
Caribos komt van caribe (bedekken), maar betekent vrijwel nooit 'bedekking'.
|
|
Fartos komt van farte (lopen) en kan ook de niet-gelexicaliseerde betekenis 'de loop; het geloop, het lopen' hebben. In dat geval wordt in samenstellingen de infinitief gebruikt:
- ef fartos + ef zurreros > ef farte-zurreros
het lopen + de duur > de loopduur, duur van het lopen
(bijvoorbeeld de tijd dat een machine loopt/in werking is)
|
|
Űquos komt van űque (tegen zijn) en kan ook de niet-gelexicaliseerde betekenis 'het tegen-zijn' hebben. In dat geval wordt in een samenstelling de os-vorm in een infinitief veranderd, bijvoorbeeld:
- ef űquos + ef ˙rhapű > ef űque-˙rhapűs
het tegen-zijn + het bezwaar > de bezwaren die er tegenin te brengen zijn
(lett. "de tegenzijn-bezwaren")
|
|
Sommigen menen dat in bure-granô de nadruk meer ligt op de gebeurtenis van het "branden", terwijl buros-granô meer de nadruk op de "aanwezigheid van vuur" legt.
|
21.19 ad § 21.1 C. Nieuw substantief d.m.v. onscheid.samst. met oud substantief
Dit is een improductief procédé om een nieuw substantief uit een oud substantief te vormen. Ook hier wordt het oude substantief het laatste element van de samenstelling. In tegenstelling tot scheidbare constructies zoals besproken in § 21.15-18 zijn de onscheid.samst.n sterk gelexicaliseerd. Bovendien treedt dikwijls contractie op. Het een en ander komt overeen met de onscheid.samst.n van twee niet-substantieven zoals behandeld in § 20.44:
- fenta + ômhűls
- pôst + smurf
- parte + kettos
- verestâ + lytt
- fr˙cc + radie
- chiype + lafex
- portâ + letra
- móns + gura
|
> fentômhűls
> pôstsmurf
> partkettos
> vereslytt 
> fr˙ccadie
> chiypafex
> portetra
> mónsgura
|
feest + gewaad; kleding
post[erijen] + geld
deel + het geven
leger + leider
reus + radijs
knijpen + schaar
kort + brief
storm + regen
|
> feestkleding
> porto
> quotiënt
> hertog
> mierikswortel
> nijptang
> briefkaart
> slagregen
|
|
Lytt (leider) is een archaďsme; het gebruikelijke woord voor 'leider' is lydres (zie § 20.33).
De gelexicaliseerde betekenis van vereslytt (hertog) heeft tot gevolg dat 'legerleider' nu uitgedrukt wordt met de productieve scheid.samst. verestâ-lydres.
|
21.20
Soms bestaan een scheid.samst. en een onscheid.samst. naast elkaar:
- fente-tof
fentatof
- kôbo-tof
kôbotof
- ocla-tiyn
oclatiyn
|
feestdag; feestelijke dag (zoals verjaardag, jubileum, dag waarop iemand geslaagd is, ed.)
feestdag (erkende nationale feestdag waarop niet gewerkt wordt, zoals kerstmis, koningsdag, dag van de grondwet)
zonnige dag (dag waarop de zon schijnt)
zondag (dag na zaterdag)
ding, voorwerp van chocolade
stukje chocolade, chocolaatje
|
|
Zie ook § 20.10. Het meervoud oclatiyns kan ook 'hagelslag; chocolade-korrels' betekenen.
|
Let ook op het verschil in uitspraak: in een scheid.samst. blijft het hoofdaccent van het woord op het eerste lid van de samst.; in een onscheid.samst. komt het woordaccent op de voorlaatste lettergreep van het gehele woord. Vergelijk (het accent is met vet aangegeven):
- fente-tof ~ fentatof
- kôbo-tof ~ kôbotof
- ocla-tiyn ~ oclatiyn
21.21
Affixen die aan een onscheid.samst. gehecht worden geven een nadere specificatie aan de hele samenstelling. In scheid.samst.n specificeert een affix altijd één van de elementen van de samenstelling. Vergelijk:
|
|
gebrek aan feestelijke dagen gebrek aan [officiële] feestdagen
zonnige witte dag (zonnige dag met sneeuw) witte zondag (zondag met sneeuw)
voorwerp van namaakchocolade namaakchocolaatje; schijnchocolaatje
|
Zie ook § 20.43.
|
Een circumfix kan nooit een scheid.samst. in zijn geheel omvatten, dus een constructie als *nâfente-tofe is onmogelijk.
|
|
Blakkôbo-tof is grammaticaal correct maar semantisch twijfelachtig; het betekent ongeveer 'dag met een witte zon'.
|
|
ocla-totiyn is grammaticaal correct maar semantisch twijfelachtig; het betekent ongeveer 'namaakvoorwerp van chocolade'.
|
|
In de constructie tooclatiyn wordt niet per se iets over de kwaliteit van de chocolade gezegd; een "namaakchocolaatje" kan best van echte chocolade gemaakt zijn (maar ziet er alleen niet als een chocolaatje uit).
|
21.22
Let ook op het verschil tussen een los en een aangehecht additief:
- eft portâ letra
eft portetra
- eft hups pitter
eft hupspitter
- tűs tiffugs
tűstiffugs
- eft belt merater
eft beltmerater
|
een korte brief een briefkaart
een snelle fiets een motorfiets
platte voeten platvoeten
een kleine man (klein van stuk) een mannetje, kereltje (wat sullig, gebogen, oud en/of gebrekkig)
|
|
Alle samenstellingen met belt (klein) zijn min of meer pejoratief; alleen bij kinderen en jonge dieren is er spake van vertedering.
|
21.23 ad § 21.1 D. Nieuw substantief d.m.v. reduplicatie
Reduplicatie en de betekenis ervan worden besproken in Hoofdstuk 64. Wij volstaan hier met de globale mededeling dat het procédé van reduplicatie in principe plaatsvindt door verdubbeling van de laatste lettergreep, aldus zorgend voor een reduplicaat. De prototypische betekenis van een reduplicaat (in dit geval: geredupliceerd substantief) is die van een "rij" of "reeks", of van een voortdurende herhaling, zoals:
- eft vildul ~ eft vilduldul
- eft tsiyp ~ eft tsiypsiyp
|
een boom ~ een rij bomen een tik ~ een voortdurend getik
|
21.24
Bij een aantal geredupliceerde substantieven heeft er echter lexicalisatie plaatsgevonden, of met andere woorden: het reduplicaat is een "echt" substantief geworden, bijvoorbeeld:
- eft ôrey ~ eft ôreyy
- eft oto ~ eft ototo
- eft karé ~ eft karéré
|
een soldaat ~ een militaire colonne een auto ~ een file een schip ~ een vloot (als groep schepen op zee)
|
21.25
In tegenstelling tot de niet-gelexicaliseerde reduplicaten kennen de gelexicaliseerde vormen ook een meervoud, zoals:
- ef ôreyys
- ef ototos
- ef karérés
|
de militaire colonnes de files de vloten
|
Dit is een indicatie dat we met "echte" substantieven te doen hebben, en niet met een afgeleide vorm van een ander substantief. Zie verder Hoofdstuk 64.
21.26 Nieuw substantief d.m.v. een nominaal affix
Substantieven kunnen in het Spokaans gevormd worden met behulp van een nominaal affix. Dit affix kan gehecht worden aan zowel een ander substantief, een additief, een infinitief of een wortelstam (§ 21.33 en § 82.2). Een enkele keer vindt aanhechting aan een voorzetsel of eigennaam plaats.
21.27
Nominale affixen enerzijds, en lexicale affixen zoals besproken in § 21.2-14 anderzijds, verschillen in de volgende punten van elkaar:
- Lexicale affixen vormen een bepaling bij een substantief - zij geven een nadere specificatie aan het oude substantief;
Nominale affixen geven de hoofdbetekenis van het nieuw te vormen substantief en het woord waaraan het affix gehecht wordt zorgt voor de nadere specificatie.
- Lexicale suffixen zijn ongevoelig voor reduplicatie (§ 64.20);
Nominale suffixen gedragen zich, zodra er een ander woord aan gehecht is, als een substantief dat het laatste element van een onscheid.samst. vormt; dit kan geredupliceerd worden (§ 64.28-29).
- Nominale suffixen hebben een resultatief- en meervoudsvorm waarvoor dezelfde regels gelden als voor substantieven - er zijn zelfs nominale suffixen die evenals sommige substantieven een onregelmatige meervoudsvorm kennen.
- Een substantief dat gevormd is met een lexicaal affix behoort tot dezelfde categorie (CONCREET / ABSTRACT) als het ongeaffigeerde substantief;
Een substantief dat gevormd is met een nominaal affix behoort altijd tot de categorie CONCREET, omdat het nominale affix het karakter van een concr.subst. heeft en als hoofdelement optreedt.
Kortom: een nominaal affix is in feite een substantief dat echter nooit buiten een onscheid.samst. kan optreden.
|
Ter illustratie moge het volgende voorbeeld dienen: het abstr.subst. naliycos (onderhoud) heeft als meervoud: naliycosz (zie § 30.39). Toevoeging van het lexicale prefix to- levert het nieuwe abstr.subst. tonaliycos (provisorisch onderhoud; lett. "schijnonderhoud") met als meervoud: tonaliycosz (§ 30.39).
Maar een samenstelling met het nominale suffix sty- (-staat; zie § 21.29) leidt tot het concr.subst. stynaliycos (staat van onderhoud), waarin sty- het hoofdelement vormt. Er zijn nu twee meervoudsvormen mogelijk: de eerste variant gaat uit van het idee dat -os in stynaliycos een grammaticaal suffix is omdat naliycos afgeleid is van het werkwoord naliyce (onderhouden). Volgens Blok 30.15 wordt het meervoud: stynaliycôsta. De tweede variant gaat uit van het idee dat os géén grammaticaal suffix is omdat het een onderdeel vormt van het substantief stynaliycos, en dit substantief is niet afgeleid van het werkwoord *stynaliyce. Volgens Blok 30.5 (en nog eens benadrukt in § 30.8) geldt nu de meervoudsvorm stynaliycosz.
|
21.28
Als we een nominaal affix beschouwen als een substantief dan kunnen we de vorming van een samengesteld substantief met een nominaal affix als basiselement gelijkstellen aan de vorming van een onscheid.samst. volgens § 21.19. In tegenstelling tot de samenstellingen uit § 21.19 zijn samenstellingen met een nominaal affix wčl productief.
21.29
Voorbeelden van nominale prefixen:
iyxe- -punt, -top:
- iyxemâst
- iyxeknyfo
- iyxehuldufitiy
|
masttop mespunt top van beroemdheid (overdrachtelijk)
|
sko- -zak:
|
Sko- kan ook optreden als lexicaal prefix dat een ander substantief nader specificeert. Zie § 21.3.
|
tuf- -gat:
|
|
knoopsgat gat in een schoen kijkgat (eig. "ooggat")
|
sty- -gesteldheid; -staat:
- stybôtmo
- styónzol
- sty˙centos
|
bodemgesteldheid weersgesteldheid temperament (eig. "gemoedsgesteldheid")
|
|
In styónzol is de begin-w van wónzol (weer) weggevallen, want de w mag alleen aan het woordbegin geschreven worden (§ 11.5). Intervocalisch wordt hij echter wel altijd uitgesproken, en dat geldt ook tussen de y en ó in styónzol.
|
vas- -handvat:
|
|
heft van een mes hengsel van een emmer
|
21.30
Voorbeelden van nominale suffixen:
-bâl -bal:
|
|
sneeuwbal voetbal (bal waarmee gevoetbald wordt)
|
-clén -reiniger; -filter; -veger (enz.):
- miflifclén
- ayrclén
- m˙rtclén
|
ruitenwisser (v. auto) luchtfilter schoorsteenveger (persoon)
|
-fâsto -doek, -kleed, -lap, -stof:
- kelbrafâsto
- k˙ponfâsto
- milâfâsto
|
tafelkleed handdoek, droogdoek mitella (eig. "armdoek")
|
-[j]eren -wezen; -stelsel:
- tâxeren
- s˙neren
- gabanejeren
- meterjeren
|
belastingstelsel seinwezen; seinstelsel (systeem v. seinen bij de spoorwegen) transportwezen metrieke stelsel
|
-ka -schip, -boot:
- tâmpka
- ebeska
- ómerka
- zârka
|
stoomschip vissersboot zeilschip woonboot
|
|
Het suffix -ka wordt ook altijd achter de namen van schepen geplaatst, bijvoorbeeld: Cânserka (de Kreeft); Esperoska (de Hoop); Bochôc Fâgaka (de Bochôc Fâga; bekend schrijver 1835-1901).
In namen van Spokanische schepen vormt -ka een onscheidbaar bestanddeel dat nooit weggelaten mag worden en ook op het schip zelf geschilderd staat. Namen van buitenlandse schepen worden met --ka gesuffigeerd zodra zij in een Spokaanse tekst voorkomen. In dit geval is er sprake van een scheid.samst., zoals te zien is aan de filâsto:
- Zwarte Zee-ka melde eft nelandes lajâfka.
De Zwarte Zee is een Nederlandse sleepboot.
- Titanic-kaex* ef bové.
De ondergang van de Titanic.
* het suffix -ex vormt de genitief van eigennamen (§ 60.34).
|
-nolac -wagen, -kar, -auto:
- slapelnolac
- kinânolac
- blofnolac
|
slaaprijtuig (trein) ziekenauto koets; door paard getrokken wagen
|
|
Van het suffix -nolac bestaat een gereduceerde variant -no die evenals -ka (voetnoot ) gebruikt wordt achter namen, in dit geval namen van voertuigen. Bijvoorbeeld: Ryjeno (De Reiger; naam v.e. stoomlocomotief); Gânderno ([de] Gander; naam v.e. auto); Tepperno (Trappelaar; naam v.e. fiets). Het is in Spokanië heel gebruikelijk om voertuigen een naam te geven. Niet alleen (stoom)locomotieven, maar ook de meeste auto's, trams, karren en dergelijke dragen een naam. Voor namen van buitenlandse voertuigen geldt dat zij in een Spokaanse tekst eveneens van --no voorzien worden (analoog aan --ka, dus als scheid.samst.), bijvoorbeeld:
- Ef értef nelandes fradâs po Snelheid-no.
De eerste Nederlandse locomotief heette de Snelheid.
- Blul âlbolije ef ađiyk enelandes tâmpnolac, Evening Star-no, fes 1960.
De laatste Engelse stoomlocomotief, de Evening Star, is in 1960 gebouwd.
|
-lot -bak; -doos; -opbergplaats:
- simalot
- letralot
- ubaralot
- ˙rarlot
|
opbergdoos brievenbus voedselbak, ruif hoedendoos
|
-mip -boek:
|
|
kasboek leerboek (eig. "Erget-boek"; de heilige schrift van de Ergynne-godsdienst, waarin Erget, de oppergod, de hoofdrol speelt)
|
-ôrm -opschrift, -bord, -wijzer:
- kűfôsôrm
- misanôrm
- quankaôrm
|
verkeersbord winkelopschrift; uithangbord v.e. winkel naambordje, naamplaat
|
-rif -maker[ij] (beroepshalve):
|
|
schoenmaker[ij] kleermaker[ij]
|
|
Als expliciet uitgedrukt moet worden dat er sprake is van een werkplaats, en niet van een ambachtsman, kan het suffix -rif verlengd worden met -âs (zie § 20.25): mustrifâs (schoenmakerij); blarâsrifâs (kaasmakerij).
|
-tariy -spreker; wat betreft geluid:
- portariy
- jatariy
- hupstariy
|
telefoon tolk (eig. "tussenspreker") luidspreker
|
-tiyse -vlees (eetbaar):
- kâlftiyse
- knoktiyse
- veldurtiyse
|
kalfsvlees varkensvlees mensenvlees (alleen in enkele idiomatische uitdrukkingen zoals: Do brae veldurtiyse. Hij is een ijzervreter, een onverschrokken krijger.)
|
21.31
Nominale circumfixen zijn niet bekend. Evenals bij alle andere soorten van samenstellingen en afleidingen kunnen ook de samenstellingen met nominale affixen gelexicaliseerd worden, zoals:
- gumbâl
- xobinifâsto
- moterlot
|
bal (hoeft niet per se van rubber (= gum) te zijn)
stevig tekstiel (en niet alleen "tentdoek")
motorkap v. auto (en niet "opbergplaats voor motoren")
|
Het karakter van een aantal nominale affixen is zodanig dat lexicalisatie altijd min of meer uitgelokt wordt, zoals bij -tariy en -clén, en in mindere mate ook bij -lot.
21.32
Als het grammaticale suffix -os in een niet-gelexicaliseerde constructie voorkomt (en dus de betekenis heeft die in Blok 20.28 is genoemd), wordt het gedeleerd zodra hierachter een nominaal suffix volgt. Het nominale suffix wordt meestal aan de wortelstam gehecht. Dit is een andere toepassing van de kapregel die behandeld is in § 21.8. Bijvoorbeeld:
- gvârcos + -tat
- zâros + -ka
- k˙ponjos + -fâsto
|
> gvârctat
> zârka
> k˙ponfâsto
|
zoeklicht woonboot handdoek, droogdoek
|
Soms wordt de gehele infinitief in plaats van de wortelstam gebruikt:
- farte + -tat
- trumle + -zorâ
- gabane + -jeren
|
> fartetat
> trumlezorâ
> gabanejeren
|
looplamp trommelstok transportwezen
|
21.33
Het is de vraag of we in samenstellingen als gvârctat, zârka en k˙ponfâsto inderdaad een onderliggende vorm met -os moeten aannemen, waarna deze -os gedeleerd wordt. Enkele linguďsten (zie o.a. White 1973) maken aannemelijk dat os-deletie niet relevant is en dat nominale suffixen zonder "tussenstap" aan een wortelstam óf aan een infinitief gehecht worden ("wortelstam" en "infinitief" vormen hier een complementaire distributie). Deze hypothese is vooral na 1978 algemeen geaccepteerd toen Rudolf Gevers (1978) in een overtuigend artikel aantoonde dat nominale affixen ook in het Pegrevisch en Oudspokaans aan verbale stammen gehecht konden worden. Gevers' theorie is gebaseerd op het feit dat aanhechting van het Pegrevische equivalent van -os accentverschuiving in de oorspronkelijke stam uitlokt. En omdat deze accentverschuiving bij de aanhechting van nominale affixen niet plaatsvindt zou de tussenstap met het equivalent van -os evenmin plaatsgevonden hebben.
21.34
Bij aanhechting van een nominaal affix komt soms consonantdeletie voor. Hierbij is altijd sprake van een of meer consonanten die onmiddellijk gevolgd worden door het prefix, of onmiddellijk voorafgegaan worden door het suffix:
|
|
|
< Erget + -mip boek
< beldos leer + -mip boek
|
Bij belmip zien we niet alleen consonantdeletie (wegval van de d), maar bovendien toepassing van de kapregel (wegval van het suffix -os; zie § 21.8). Consonantdeletie die plaatsvindt onder invloed van een onmiddellijk aangrenzend affix is een vorm van contractie.
21.35
Nominale affixen laten zich goed combineren met zowel andere nominale affixen als lexicale affixen. Het basiselement van zo'n samenstelling is altijd het nominale affix. Bestaat het substantief uit twee nominale affixen, dan geldt het rechter affix als basiselement. In de volgende voorbeelden is het basiselement vet gedrukt:
- cria- + -bâl
- iyxe- + -zorâ
- kor- + -nolac
- lajâf- + -ka
- pazzo- + -fâsto
- nâ--e + cria- + -nolac
|
> criabâl
> iyxezorâ
> kornolac
> lajâfka
> pazzofâsto
> nâcrianolace
|
handbal (om mee te handballen) punt van een stok hofauto sleepboot grondzeil gebrek aan handkarren
|
21.36
Het is zelfs mogelijk dat een lexicaal suffix als prefix aan een nominaal suffix gehecht wordt:
- -clén + -nolac
- -ukér + -nolac
- -ôm + -eren
|
> clénnolac
> ukérnolac
> ômeren
|
veegauto (voor straten) landbouwvoertuig industriewezen
|
Of andersom: een nominaal prefix wordt als suffix aan een lexicaal prefix gehecht:
- pazzo- + tuf-
- lurg- + vas-
|
> pazzotuf
> lurgvas
|
gat in de grond (bodem) handvat in het midden (eig. "middenhandvat")
|
Het verwisselen van de eigenschappen "pre-" en "suf-" gebeurt altijd zodanig dat het basiselement in de samenstelling achteraan staat (zoals ook in scheidbare samenstellingen het geval is).
|
Niet alle nominale prefixen treden even gemakkelijk als suffix op. De volgende voorbeelden tonen ongrammaticale (volgens sommigen: twijfelachtige) samenstellingen:
- lurg- middel- + iyxe- top
> *lurgiyxe middelste top
- doa- zwart + fugô- voetstuk
> *doafugô zwart voetstuk
Samenstellingen van nominale prefixen met lexicale prefixen zijn hoe dan ook een marginaal verschijnsel: ten eerste zijn er slechts een stuk of tien nominale prefixen, en ten tweede laten de betekenissen van de affixen zich dikwijls niet in één samenstelling combineren.
|
21.37 Affigering van letters, cijfers, tekens en afkortingen
Letters, cijfers, tekens en afkortingen kunnen op twee manieren geschreven worden:
- voluit met de naam of (afkortingen) genominaliseerd tot concr.subst.
- als symbool
21.38 ad § 21.37 1.
Voluit geschreven namen van letters, cijfers en tekens zijn volwaardige concr.subst.n en kunnen daarom zonder meer geaffigeerd worden, zoals:
- ef iyxefâr, ef hefergzorâ ur ef tufzerâ
de punt van de vier, de stok van de zeven en het gat van de nul
- Fes ef plaelot eft nâkajie melde.
In de zetkast is een gebrek aan k's (de letters k).
- eft mindalinne-ponto ur eft nydacôma
een rood vraagteken en een blauwe komma
- eft pâltéf, ef bezorâ
een teveel aan fs (letters f), de stok van de [letter] b
Hetzelfde geldt voor genominaliseerde afkortingen:
- eft tagestâ
- ef nâéc˙rlume
- ef toékek
|
een mislukte vergadering (waarop een overeenkomst tot stand had moeten komen)
het gebrek aan EHBO-organisaties de naaste schijntoekomst
|
Zie ook § 20.47-48.
21.39 ad § 21.37 2.
Als letters, cijfers of tekens niet voluit maar als symbool geschreven worden, kunnen affixen met een filâsto aangehecht worden. Vergelijk de voorbeelden van de vorige paragraaf met:
- ef iyxe-4, ef 7-zorâ ur ef tuf-0
- Fes ef plaelot eft nâ-k-e melde.
- eft minda-? ur eft nyda-,
- eft pâlt-f, ef b-zorâ
Hetzelfde geldt voor niet-genominaliseerde afkortingen:
- eft to-Zussyg
- ef nâ-Stami-e
- ef GeStâ-mit
|
een niet-echt Zuidspokanisch Wijnbouwersgilde het gebrek aan Stami-winkels de kamer van de Generale Staf
|
21.40
In literaire teksten wordt de voorkeur aan het voluit schrijven gegeven:
- Fes ef plaelot eft nâkajie melde.
In de zetkast is een gebrek aan k's (de letters k).
In wetenschappelijke teksten, beschrijvingen van formules, gebruiksaanwijzingen en dergelijke wordt de voorkeur aan het schrijven van een teken gegeven, bijvoorbeeld:
- Fes ef plaelot eft nâ-k-e melde.
In de zetkast is een gebrek aan k's (de letters k).
Vergelijk ook § 180.25-29.
21.41 Affigering van eigennamen
Aan eigennamen kunnen affixen met een filâsto aangehecht worden; let op dat de geaffigeerde eigennamen een lidwoord kunnen krijgen (§ 50.13):
- ef pâlt-Moffain
- Minda-Elsa
- eft Shell-nolac
- ef nâ-Volvo-e
|
een teveel aan Moffains; teveel jongens die Moffain heten Rode Els (als bijnaam) een auto van de Shell het tekort aan Volvo's
|
Omdat veel eigennamen (firmanamen, merken ed.) het karakter van een afkorting hebben, kan het voorbeeld van § 21.39 herhaald worden:
|
|
het gebrek aan Stami-winkels
|
en verder:
|
|
een SA-wagon (een wagon van de Spokanische Spoorwegen = Spooksoliy Arânkas)
|
21.42
Affigering van eigennamen dient echter zo veel mogelijk vermeden te worden. Alleen de aanhechting van -ka en -no bij scheeps- respectievelijk voertuignamen (§ 21.28) en de suffixen die een genitief of resultatief uitdrukken (Hoofdstukken 60 en 61) zijn goed met eigennamen te combineren.
|