De hieronder gegeven informatie is voornamelijk relevant voor buitenlanders die Spokanië met een eigen vervoermiddel (auto, motorfiets, (brom)fiets) bezoeken.
In Spokanië rijdt men rechts, en haalt men links in. Ook treinen en trams houden rechts.
1. CATEGORIEËN VAN WEGEN
In Spokanië worden de wegen in de volgende categorieën ingedeeld:
- Mennwegs (autosnelwegen): verboden voor langzaam verkeer, met ongelijkvloerse kruisingen, gescheiden rijbanen en 2 of 3 rijstroken per richting. Min. snelheid 50 km/u; max. snelheid 100-130 km/u; de eerste is aangelegd in 1952 tussen Hoggebim en Liyrotyka, 32 km; momenteel ligt er zo'n 2380 km snelweg in Spokanië. Zie bestand
Autosnelwegen.
- Pârdova-wegs: hoofdwegen met 1 rijbaan van 3 rijstroken, waarbij de middenstrook afwisselend voor de ene en de andere richting als inhaalstrook geldt; max. snelheid 90 km/u; de aanleg van zulke wegen was een initiatief van minister Moffain Pârdova-Taris. Sommige pârdova-wegen zijn intussen verbreed tot 2 rijbanen met elk 2 rijstroken.
- Šarkwegs (hoofdwegen): met 1 rijbaan van 2 royale rijstroken en soms ook vluchtstroken.
- Tiffugwegs (secundaire wegen): met 1 rijbaan van 1 brede of 2 smalle rijstroken (verkeer dat elkaar ontmoet dient dikwijls uit te wijken).
Wegen van de categorieën 2 en 3 kunnen speciaal voor snelverkeer bestemd zijn; in dat geval loopt er vaak een (brom)fietspad naast, of bestaat er een secundaire weg die min of meer parallel loopt aan de hoofdweg.
| Pârdova-wegen zijn genoemd naar Moffain Pârdova-Taris, minister van Verkeer 1942-1954. Hij streefde naar een grondige modernisering van het Spokanische wegennet en stelde in 1944 zelfs de aanleg van autosnelwegen voor. Dit was een teer punt, want zulke wegen werden in die jaren in Spokanië voornamelijk geassocieerd met Hitlers Autobahnen. Meer succes had Pârdova met zijn suggestie om vele smalle wegen te verbreden, zodanig dat het snelverkeer het langzame verkeer gemakkelijk en veilig kon inhalen. Een complete verdubbeling van de breedte (van 2 naar 4 rijstroken) vond de regering niet haalbaar, ten eerste vanwege de kosten, ten tweede loonde dat niet echt de moeite, en ten derde vanwege de bomenrijen die langs de meeste wegen waren geplant. Die zouden dan alle gekapt moeten worden, en dat was om emotionele, traditionele en religieuze redenen niet te doen. Toen stelde Pârdova voor om slechts één extra rijbaan aan te leggen, buiten de bomenrijen, parallel op een nieuw tracé. De oude weg zou dan eenrichtingsverkeer krijgen, dus een rijstrook met een inhaalstrook ernaast. De nieuw aan te leggen strook was voor het tegenverkeer, maar dat kon dan niet inhalen. Daarom zou het verkeer telkens om een vast aantal kilometers van weg verwisselen, zodat beide richtingen telkens een inhaalmogelijkheid over ongeveer 3 km zouden hebben. In feite dus een driestrooksweg waarvan de middenstrook altijd voor één richting beschikbaar was. Zulke wegen werden toen ook in zijn geheel nieuw aangelegd, zonder een bomenrij in het midden. In Spokanië hebben nooit driestrookswegen bestaan waarvan de middenstrook door beide rijrichtingen gebruikt kan worden, zoals bijvoorbeeld in Frankrijk. Volgens de Spokaniërs vraagt zoiets om frontale botsingen, zeker als de rechter stroken intensief door langzaam verkeer worden gebruikt.
Pârdova-wegen worden sinds 1965 nauwelijks nog aangelegd. Men geeft de voorkeur aan geheel nieuwe wegen, eventueel autosnelwegen. Daarbij kunnen de smalle kronkelwegen met hun bomenrijen ongemoeid worden gelaten; zij worden tegenwoordig beschouwd als een traditioneel landschapselement, dat zo veel mogelijk onaangetast moet blijven. Een enkele pârdova-weg is zelfs weer tot een 2-strooks weg teruggebracht toen er een alternatieve snelweg verscheen! Zoals weg 3 tussen Leeserf en Quitas-Olas (op Brÿr, na aanleg van de M2), en weg 2 tussen Lostô en Troebasÿrt (op Liftka, na aanleg van de M1).
|
2. STAAT VAN DE WEGEN
De šarkwegs zijn dikwijls smal en kronkelig, en aan beide zijden omgeven door lertâs (een soort platanen). Sommige trajecten zijn verbreed en rechtgetrokken, maar omdat de lertâs niet gekapt mogen worden houdt verbreding dikwijls in dat er een extra rijstrook buiten de bomenrij wordt aangelegd. Zo ontstaat een combinatie van twee rijbanen, één met 1 rijstrook buiten de bomenrij, en één met twee rijstroken tussen beide bomenrijen. Dit is het prototypische voorbeeld van een pârdova-weg.
Het wegdek van de mennwegs is van asfalt of beton, de šarkwegs zijn van asfalt of bazaltkeien (die met regen zeer glad kunnen zijn, vooral in de districten Plefô en Tjemp), maar een aantal šarkwegs in eenzamere gebieden hebben een wegdek van steenslag, al dan niet geprepareerd met olie om het opspatten en de stof tegen te gaan. De tiffugwegs bestonden tot halverwege de jaren 80 bijna altijd uit steenslag of zand, tegenwoordig worden ze meer en meer geasfalteerd. In perioden met veel regenval zijn de onverharde secundaire wegen niet of moeilijk berijdbaar. Om te voorkomen dat u na een lange rit plotseling geconfronteerd wordt met een geheel onberijdbaar traject, is het goed om op de waarschuwingsborden te letten die vaak geruime tijd van te voren
op de hoofdweg geplaatst worden. CLOSEFT betekent dan "afsluiting", PLITE-WEG is "overstroomde (ondergelopen) weg", NET-UFIRAMIY is "onberijdbaar" en DEVIJATE VJA ... is "omleiding over ...".

| In bergachtige gedeelten kunnen de šarkwegs dermate smal en kronkelig zijn dat zij gesloten zijn voor auto's met caravans of aanhangwagens en vrachtauto's. Alternatieve routes zijn dan aangegeven met witte bordjes waarop een donkergroene caravan en dito pijl.
|
Vooral op de šarkwegs komen veel paarden en karren voor. Automobilisten dienen hier terdege rekening mee te houden daar bij eventuele ongelukken waarbij een rij- of trekdier betrokken is, de automobilist bijna altijd schuldig bevonden wordt.
Wegbeheer
Of een weg goed of slecht wordt onderhouden, hangt ook dikwijls af van de eigenaar van de weg, ofwel de wegbeheerder. In Spokanië zijn er vier instanties die wegen kunnen beheren:
- Het rijk is de eigenaar en beheerder van alle autosnelwegen (met M-nummers), inclusief op- en afritten, en verder van alle overige wegen die een nummer dragen (zie bestand Wegnummers).
- Districten zijn de beheerder van belangrijke doorgaande (maar ongenummerde) wegen, maar ook minder belangrijke wegen kunnen aan een district toebehoren.
- Gemeentes beheren lokale wegen binnen de gemeente.
- Particulieren kunnen verbindingswegen tussen een rijks-/districts-/gemeenteweg en een particulier eigendom beheren. Zulke wegen staan niet op de SPARC-deelkaarten, tenzij ze leiden naar een eigendom dat publiekelijk toegankelijk is, zoals een museum, boerderijencomplex, kerk, bezienswaardigheid, enzovoort.
Merk op dat de eilanden (die net als de districten een bestuurlijk lichaam vormen) nooit in het bezit zijn van wegen (dus geen wegbeheerder zijn).
Een weg die particulier beheerd wordt is niet hetzelfde als een privéweg. Een particulier onderhouden weg is altijd openbaar, en hier geldt het normale verkeersregelement. Een privéweg is nooit openbaar en hier gelden in principe niet de normale verkeersregels (tenzij dat expliciet is aangegeven). Sommige privéwegen worden beheerd door openbare instanties. Zo kan een district of gemeente een privéweg beheren (dus niet publiekelijk toegankelijk) naar bijvoorbeeld een vuilstort of een elektriciteitscentrale.
Bij het beheer van wegen hoort ook het beheer en onderhoud van bermen, het plaatsen van borden, schilderen van witte/gele strepen, gladheidsbestrijding, enzovoort. Sommige taken kunnen eventueel aan een andere instantie uitbesteed worden. Zo kan een gemeente de gladheidsbestrijding, het sneeuwruimen of het bermmaaien uitbesteden aan een district of een buurgemeente. Een šarkdomenn (= particuliere wegbeheerder) kan het gehele onderhoud aan de gemeente overlaten, enzovoort.
Privéwegen (en ook parkeerterreinen ed.) waar de algemene verkeersregels en -wetten gelden, zijn gemarkeerd met een bord waarop dat staat vermeld, bijvoorbeeld: PRYFEE-WEG - KUSAMI EF KÛFÔS-LACS JUFTE (Privé-weg - hier geldt de Verkeerswet).
3. TOLHEFFING

|
| Voor belangrijke bruggen en tunnels kan tol geheven worden. Ook de snelwegen Amahagge--Tanbÿr (M8) en Hirdo--Zverosta-kust (M6) zijn tolwegen. De M6 alleen tussen afrit 632 (Jatty) en afrit 633 (Zezem). De M6 voert met hoge viadukten en lange tunnels door een woest gedeelte van het Kulano-gebergte. De M7 door net zo'n gebied in het Ziffon-gebergte. Een aantal wegen loopt door particuliere landgoederen en ook dan kan er tol geheven worden.
|
|---|
De toltarieven zijn te vinden in de brochure Telen fes Spooksoliy (Tol in Spokanië), uitgegeven door het Ministerie van Verkeer, en verkrijgbaar bij de informatiebalies op de internationale luchthavens, de rederijkantoren in de grotere havens en veel grotere stations. De tekst is ook te raadplegen op website www.kufos.sp/telen.html (klik hier voor een snelkoppeling).
4. SNELHEID
In Spokanië gelden in de regel de volgende maximumsnelheden, die meestal niet als zodanig zijn aangegeven:
| woonerven: | 30 km/u | (blijkt uit bord, zie hieronder)
| | bebouwde kom: | 50 km/u | (blijkt uit bord, zie hieronder)
| | onverharde wegen: | 60 km/u | (niet aangegeven, of blijkt uit bord, zie hieronder)
| | šarkwegs en tiffugwegs: | 80 km/u | (niet aangegeven)
| | šarkwegs voor snelverkeer: | 100 km/u | (blijkt uit bord, zie hieronder)
| | mennwegs: | 120 km/u | (blijkt uit bord, zie hieronder)
|
Auto's met een aanhangwagen mogen nooit harder dan 90 km/u. Bromfietsen altijd 35 km/u, tenzij op een speciaal bromfietspad, dan 50 km/u.
| Een woonerf wordt altijd met dit bord gemarkeerd en dan geldt zonder uitzondering een maximum snelheid van 30 km/u. Bovendien moeten auto's en motorfietsen alle andere verkeer (fietsers, voetgangers, rijdieren enz.) voorrang verlenen. Ook spelende kinderen vallen onder "voetgangers"!
|


| Een bebouwde kom begint bij het plaatsnaambord (wit met een rode rand en zwarte letters) en eindigt bij een dergelijk bord waarbij de plaatsnaam met een diagonale balk is doorgestreept (op oudere uitvoeringen staat alleen een diagonale balk). Andere snelheden dan 50 km/u zijn altijd expliciet aangegeven.
|
| Het begin van een onverharde weg kan aangegeven worden met de waarschuwing "opspattende stenen" en de tekst "einde wegdek na 200 m". Vanaf daar geldt dan een maximum snelheid van 60 km/u.
Als een dergelijke waarschuwing ontbreekt, dient de automobilist zelf te bepalen of er al dan geen wegverharding aanwezig is.
|
Bord 16a in ietwat afwijkend model en in enigszins verbleekte en gehavende toestand.
Stond waarschijnlijk langs de weg naar de Strâmpaiy-kaap, ter hoogte van het
klooster. Nu in het bezit van het Spokansich Archief.
| Šarkwegs voor snelverkeer worden met dit bord aangegeven. Hier mogen alleen auto's en motorfietsen rijden. Dan geldt impliciet een maximum snelheid van 100 km/u. Ontbreekt dit bord, dan geldt 80 km/u, tenzij de weg onverhard is, dan geldt 60 km/u. Het is soms moeilijk uit te maken of een weg nu verhard is of niet; op onverharde wegen ontbreken in ieder geval de gele en witte strepen. Alle andere snelheidsbeperkingen worden aangegeven.
|
| Mennwegs zijn gemarkeerd met het traditionele bord "autosnelweg". Hier geldt impliciet een maximum snelheid van 120 km/u, en een minimum snelheid van 50 km/u. Afwijkende snelheidsbeperkingen zijn altijd aangegeven (in een enkel geval ook 130 km/u!). Minimum snelheden anders dan 50 km/u worden aangegeven met een rond blauw bord.
|
|
Let op: snelheden worden veelvuldig gecontroleerd en overtredingen worden streng gestraft. Boetes voor snelheidsovertredingen worden als volgt berekend:
1 - 10 km te hard: 5 herco per te hard gereden kilometer
11 - 30 km te hard: 7 herco per te hard gereden kilometer
31 - 70 km te hard: 10 herco per te hard gereden kilometer
meer dan 70 km te hard gereden: rechtszaak
Er kunnen nog extra boetes worden opgelegd, zoals voor roekeloos rijgedrag, het negeren van zeer duidelijke aanwijzingen, en dergelijke. Als je bijvoorbeeld op een rustige autosnelweg (max. 120 km/u) 29 km te hard rijdt, geldt de basisboete van 7 herco per te hard gereden kilometer. Maar als je op een woonerf (30 km/u) 29 km te hard rijdt, en er spelen ook nog kinderen, is het mogelijk dat je behalve de basisboete ook nog je rijbewijs kwijt bent.
|
5. BEWEGWIJZERING
De bewegwijzering op de hoofdwegen is uitstekend. Op de tiffugwegs mankeert er echter heel wat aan, een goede kaart is dan ook onontbeerlijk, maar omdat het wegennet erg dun is, zult u niet zo erg gauw verdwalen. Op de mennwegs zijn de richtingsborden groen met witte opschriften. Op de overige wegen donkergeel met zwarte opschriften. Getallen in rechthoekige kaders geven het wegnummer aan van de weg waar men op rijdt. Getallen voorafgegaan door het woord WEG geven het wegnummer van de weg aan die te bereiken is als men de borden volgt. Lang niet alle wegen hebben een nummer, maar als dat wel het geval is dient hier goed op gelet te worden daar de borden vaak eerder naar wegnummers dan naar plaatsnamen verwijzen. De mennwegs worden met een
M aangeduid.
|
| Rode honingraatvormige bordjes met een letter duiden doorgaande routes van kust-tot-kust aan. Deze routes zijn samengesteld uit een aantal wegen met verschillende nummers en zijn vaak een aantrekkelijk alternatief voor de snellere, maar saaie, mennwegs. In de grotere steden wijzen zwarte ruitvormige bordjes met een geel nummer naar de uitvalswegen en zodra men buiten de grens van de bebouwde kom is, gaan deze genummerde uitvalswegen over in de gewone wegnummering.
|
|---|
Wegwijzer aan de rand van het dorpje Aquell.
6. VALHELM EN VEILIGHEIDSGORDELS
Valhelm is verplicht voor motor-, scooter- en bromfietsbestuurders en hun passagiers. Veiligheidsgordels zijn verplicht voor de chauffeur en voorbankpassagiers; de gordels zijn niet verplicht maar worden aangeraden binnen de bebouwde kom als de maximum snelheid niet meer dan 50 km/u bedraagt (let op: op doorgaande wegen in de bebouwde kom is de maximum snelheid soms 60 of 70 km/u, en dan zijn de gordels dus wel verplicht!). Kinderen beneden de 12 jaar moeten op de achterbank vervoerd worden. Op het niet dragen van een autogordel staat een boete van 40 herco. Dat is niet extreem hoog, maar als iemand gewond raakt omdat hij/zij geen gordel droeg, vergoedt de verzekering de medische kosten niet of slechts gedeeltelijk. Dit kan dan een
behoorlijke aanslag op de portemonnaie zijn (tenzij men verzekerd is tegen kosten die door de "normale" verzekering niet gedekt worden, maar dat is voor buitenlanders verder niet relevant).
7. ALCOHOL
Bij constatering van een percentage van 0,8 promille is de chauffeur strafbaar. De bloedproef is verplicht en buitenlandse toeristen lopen de kans om direct het land uitgezet te worden als ze te veel gedronken hebben. Er wordt veelvuldig en op de meest onverwachte momenten en plaatsen gecontroleerd. In veel gebieden is er een "thuisbrengservice" voor café- en restaurantbezoekers die vanwege het drankgebruik zelf niet meer naar huis mogen rijden. In dat geval brengt een ander u met uw auto naar huis of hotel. Deze service is in het leven geroepen door de Horeca-bond (Kullarpliyjeren-bônt), maar kost wel aanzienlijk meer dan een taxi. Bovendien hebben buitenlanders er weinig aan als zij met een
niet-Spokanisch kenteken rijden: Spokaniërs mogen zo'n auto in Spokanië niet besturen.
| De "thuisbrengservice"is bekend onder de naam PINU (= Pliyfone iftam, noi ufire = Wel drinken, niet rijden). Cafés en restaurants die meedoen aan het PINU-project hebben dit bord naast de voordeur.
|
8. VOORRANG
Alle verkeer op hoofdwegen en hoofdstraten heeft voorrang op het verkeer komende van secundaire wegen en zijstraten. Een hoofdweg is te herkennen aan gele kantstrepen (buiten de bebouwde kom), een rij witte blokken op het wegdek bij kruispunten die het verloop van de voorrangsweg aangeven (in plaats van de in Europa veelal gebruikelijk haaientanden), de bekende ruitvormige oranje voorrangsborden en/of het driehoekige bord "nadering voorrangskruising" (een dikke pijl omhoog met een dunne dwarsbalk). Op bijna alle kruisingen van gelijkwaardige wegen is met borden aangegeven wie er voorrang heeft (meestal is de constructie van een kruispunt zodanig dat iedereen aan links voorrang moet geven. Zonder nadere aanduiding heeft het
rechtdoorgaande verkeer op een T-kruising voorrang, alsmede het verkeer van rechts op een gewone kruising. Het verkeer op een rotonde heeft altijd voorrang op het naderende verkeer (dit is met borden aangegeven). Evenals elders in Europa, worden ook in Spokanië steeds meer kruispunten door rotondes vervangen.
| Een groen bordje met een witte pijl naar rechts, dat naast of onder een verkeerslicht is aangebracht betekent dat rechts afslaand verkeer bij eventueel rood licht niet hoeft te stoppen. Maar áls verkeer naar rechts afslaat moet het bij rood licht wel voorrang verlenen aan het verkeer dat groen licht heeft.
|
9. STOPVERBOD
| Stoppen is verboden:
- op een weg met een gele kantstreep (dus een hoofdweg buiten de bebouwde kom)
- daar waar een inhaalverbod geldt
- indien het door borden is aangegeven
Bij een gele doorgetrokken kantlijn mag rechts ervan (dus tussen rijbaan en berm) alleen in noodgevallen gestopt worden (dit is in de praktijk de vluchtstrook langs mennwegs).
|
Ook bij andere wegen dan autosnelwegen is soms een vluchtstrook tussen de gele doorgetrokken
lijnen en de berm aanwezig, zoals op de foto is te zien (alleen voor het verkeer dat naar de
bekijker toe rijdt, voor het verkeer dat van de bekijker af rijdt is er geen vluchtstrook).
10. PARKEERVERBOD
| Parkeren is verboden op die plaatsen waar ook stoppen verboden is (zie boven), en bovendien:
- bij een zwart-wit geblokte stoeprand
- binnen 5 meter van kruisingen of zijstraten
- op vluchtstroken van mennwegs
- bij bus- en tramhaltes (die meestal reeds van een zwart-witte blokband voorzien zijn)
- in de zogenoemde "blauwe zones" (LATIZÔNE) van steden voor zover niet uitdrukkelijk toestemming tot parkeren gegeven is
Bij een gele onderbroken kantlijn mag rechts ervan (dus tussen rijbaan en berm) gestopt en geparkeerd worden, mits de ruimte zo breed is dat er tussen het voertuig en de gele lijn nog 50 cm vrij blijft.
|
| In de blauwe zones, en ook daarbuiten, is parkeren altijd toegestaan als dit aangegeven wordt door een blauw bord met gele G (van garage = parkeren). Let op: de letter P is gereserveerd voor fietsenstallingen (van pitter = fiets) en betekent dus nooit een parkeerplaats voor auto's!
|
| In steden of stadswijken waar er voor parkeren betaald moet worden, zijn vaak speciale parkeerplaatsen voor de bewoners gereserveerd. Zij hebben een
parkeervergunning die tegen de voor- of achterruit van de auto is bevestigd. Zonder parkeervergunning mag men niet parkeren op plaatsen die met dit bord zijn aangegeven.
|
| Als parkeerplaatsen speciaal voor invaliden bestemd zijn, dient de (invalide) bestuurder zijn invaliden-parkeervergunning aan het achteruitkijkspiegeltje op te hangen.
|
| In steeds meer steden wordt de gehele bebouwde kom als "blauwe zone" aangemerkt. Dit is dan aangegeven met een bord direct onder het plaatsnaambord ("begin bebouwde kom"). In dat geval bestaat er feitelijk een algeheel parkeerverbod in deze plaats (behalve natuurlijk op de met een "G" gemarkeerde plaatsen).
|
| Begin bebouwde kom; algehele blauwe zone voorbij dit bord.
Vooral bij grotere steden wil de automobilist die ter plaatse niet bekend is deze combinatie van "begin bebouwde kom" en "algehele blauwe zone" wel eens missen, zeker als de stadsgrens vol staat met reclameborden en rommelige bebouwing, en de chauffeur al zijn aandacht nodig heeft om niet te verdwalen. Ga er dan in principe van uit dat in zo'n stad altijd een algehele blauwe zone geldt, en parkeer uw auto pas op een plaats die niet met een "G" is aangeduid, als u ziet dat dat ook werkelijk mag. Straten zonder geparkeerde auto's zijn altijd een indicatie van een blauwe zone, niet van een wijk waar geen auto's bestaan!
|
11. UITRUSTINGSEISEN
Alle auto's dienen een buitenspiegel aan de kant van de chauffeur te hebben. Het ledig gewicht van een aanhangwagen of caravan mag niet meer bedragen dan 1½ keer het gewicht van het trekkende motorvoertuig, tenzij bedoelde aanhangwagen of caravan een eigen reminstallatie heeft.
Buitenlandse auto's die ouder dan 5 jaar zijn, of auto's die speciaal voor gehandicapten zijn ingericht, worden alleen in Spokanië toegelaten als zij een keuringsbewijs van de ANWB hebben!
Sneeuwkettingen zijn 's winters verplicht op wegen waar dit met borden is aangegeven. Dit kunnen ronde blauwe borden zijn waarop een wiel, voorzien van een ketting. Soms staat er een bord met de tekst: SNŸ-KRYVAS JEJARE!
12. HULP BIJ PECH EN ONGELUKKEN
Op alle mennwegs en vele drukke šarkwegs rijden auto's van de Spokanische Wegenwacht (Weg-repareros), tenzij deze wegen voorzien zijn van (gele) praatpalen. ANWB-leden krijgen gratis hulp. Bij ongelukken kan men het landelijke alarmnummer 123 bellen. Bij pech langs wegen waar niet gepatrouilleerd wordt of waar praatpalen ontbreken: bel Weg-repareros TC (vele lokale telefoonnummers, maar ook het gratis landelijke nummer 017-12321. Dit nummer is wellicht niet te bellen met een niet-Spokanische mobiele telefoon!).
Als u zelf bij een ongeluk betrokken raakt dient u direct het Spokanische autoverzekeringsbureau te bellen, tel. 010-2164040) (Spooksoliy Oto-Insûrânsos, Tuliy-weg 55, 3002-Hirdo). Als u een rij- of trekdier of groot wild hebt aangereden dient u in eerste instantie een Medisch Centrum te bellen. Kijk in het dichtstbijzijnde telefoonboek naar het nummer van Medise Sentrym. (Een "medisch centrum" is in Spokanië geen ziekenhuis, maar een soort EHBO-post waar ook huisartsen, tandartsen, fysiotherapeuten en dergelijke hun praktijk hebben. Artsen die hun praktijk aan huis hebben vindt men alleen in de grotere steden.)
Op onverlichte wegen dient u in het donker en bij slecht zicht een gevarendriehoek 20 m achter een auto met pech of de plaats van een ongeval te plaatsen. In plaats hiervan is ook het gebruik van de noodknipperlichten toegestaan.
Op alle wegen waar de maximum snelheid hoger is dan 60 km/u dient u de noodknipperlichten direct in te schakelen als u een (bijna) stilstaande file voor u ziet. De lichten mag u weer uitdoen als er minstens drie auto's achter u stilstaan die deze verlichting ingeschakeld hebben. Overigens dienen de vluchtstroken bij files vrij te blijven, en als er vluchtstroken ontbreken moet u zo veel mogelijk naar rechts uitwijken zodat de politie of ambulance over de as van de weg of over de linker helft van de linker rijstrook door kunnen rijden.
|