SPARC is de compleetste
website over het Koninkrijk
Spokanië. "Als je het hier
niet kunt vinden, vind je
het nergens."

Spokanisch Archief

Hoofdmenu     Grammatica     Woordenboek     Atlas     Links     Contact     Disclaimer


GELD EN BETALINGSVERKEER


Gerelateerd bestand
Banken

Dit bestand
1. Inleiding
2. Geschiedenis van het muntstelsel
3. Betalingsverkeer
4. Buitenlandse valuta
 

Zie ook informatie van de Spokanische Bank
De huidige koers van de herco (www.sb.sp/qurs)
Spokanië en de euro (www.sb.sp/eurinfo_sp)

Extern
Officiële euro-website
 


[ge-muntr.gif]

1. Inleiding

De Spokanische munteenheid is de herco, onderverdeeld in 100 tóftos. Voor deze eenheden worden de volgende symbolen gebruikt:

Herco - Tóftos
De letter ó wordt in opschriften vaak als oe geschreven, met name als er hoofdletters gebruikt worden. Ook het woord tóftos vinden we dikwijls als toeftos, zoals op de munten.
Het meervoud van herco is hercos, het meervoud van tóftos is tóftosz. Bij het noemen van bedragen mogen in het Spokaans zowel de enkelvouds- als de meervoudsvormen gebruikt worden. Iets kost dus 10 herco of 10 hercos. Om uit te drukken dat we te maken hebben met 10 losse munten van elk 1 herco, gebruikt het Spokaans de term 10 herco-drurs (letterlijk: 10 herco-munten). In het Nederlands zijn de enkelvoudige varianten gangbaar. Iets kost 20 euro of 20 herco (en niet 20 euro's, resp. 20 herco's).
Tot 1 januari 2002 schommelde de waarde van een herco tussen de ƒ 2,-- en ƒ 2,20. Tegenwoordig is de herco (iets) minder dan € 1,--.
Enkele precieze koersen (SPH = Spocanian herco):

2 januari 20022 januari 20042 januari 20062 januari 2008
SPH 1,00 = EUR 0,924SPH 1,00 = EUR 0,941SPH 1,00 = EUR 0,906SPH 1,00 = EUR 0,882
EUR 1,00 = SPH 1,082EUR 1,00 = SPH 1,063EUR 1,00 = SPH 1,104EUR 1,00 = SPH 1,134

De sterke waardevermindering van de herco in 2008 houdt direct verband met de
economische crisis in de Verenigde Staten en de koersdaling van de dollar.
De Spokanische Bank streeft ernaar om de koers van de herco met hoogstens 10% te
laten afwijken van de euro. Dat is begin 2008 dus niet gelukt.


2. Geschiedenis van het muntstelsel

In 1563 zijn op last van Koning Mazu Pliy Thyrra de eerste staatsmunten geslagen. De munten wogen 10 rÿte (circa 25 gram) en heetten zotiylko, genoemd naar Zotiyl, de streek tussen Zutterseert en Kûrânien (Noord-Tigof) waar de belangrijkste kopermijnen gevonden werden, maar deze mijnen zijn sinds 1952 wegens uitputting gesloten. Tot 1969 is de naam zotiylko gehandhaafd. Toen werd het nieuwe muntstelsel met hercos en tóftosz ingevoerd. (In opschriften - ook op munten - wordt de spelling toeftos(z) gebruikt.) Tussen 1820 en 1969 bestond het volgende ingewikkelde systeem: 1 penen = 12 zotiylko; 1 zotiylko = 14 tóftos; 50 zotiylko = 1 blofa, genoemd naar blof (paard). Eén blofa zou het bedrag zijn dat een paard toentertijd gemiddeld kostte.

Na 1969 zijn de zotiylko en de penen afgeschaft. Een nieuwe tóftos kreeg de waarde van 10 oude tóftos. 100 nieuwe tóftos werd 1 herco (vernoemd naar de toen regerende Koning Huron Herco III). Ondanks de vereenvoudiging zijn in verschillende kringen nog oude gebruiken gehandhaafd en dat schept toch weer verwarring. Zo bestaat in Pegrevië de blofa nog steeds, niet als munt- maar als rekeneenheid: 1 Pegrevische blofa = 7 herco = 700 (nieuwe) tóftos. In de paardenhandel is het gebruikelijk om de prijs van een paard in blofas uit te drukken die dan echter een waarde van 50 (14+36) herco hebben. De waarden 14 en 36 (en veelvouden daarvan) komen geregeld in het Spokanische Rekensysteem terug. Om een Pegrevische blofa van een paardenhandel-blofa te onderscheiden wordt deze laatste ook wel blofblofa genoemd.

Op de markten in de van oudsher bekende marktplaatsen wordt nog steeds gerekend met de penen. Het bureau voor het Marktwezen (Mârketeren-buro) geeft sinds 1972 bonnen uit met nominale waarden van 0,1, 1 en 10 penen. Deze bonnen kunnen op de markten als bankbiljetten gebruikt worden. Vóór 1972 bestonden er marktbonnen waarvan de coupures gebaseerd waren op het 14-36-stelsel.

Munten en bankbiljetten worden door de Bank van Spokanië (SB = Spooksoliy Benc) uitgegeven. Bankbiljetten worden voorts uitgegeven door de Bank van Garos (GaBa = Garóshi Bañgc). De onderverdeling is sinds 2002 als volgt:

bronzen munten 1 - 2½ - 5 tóftos
nikkelen munten 10 - 25 - 50 tóftos, 1 - 2 herco
bankbiljetten SB 10 - 25 - 50 - 100 herco
bankbiljetten GaBa5 - 10 - 50 herco

De GaBa-biljetten worden buiten Garos, Tigof en Lomky slechts door de SB geaccepteerd. Vanaf 1995 zijn er een aantal veranderingen doorgevoerd, en wel:

1995 - De bronzen munt van ½ tóftos wordt uit de roulatie genomen. De nikkelen munten van 1 en 2 herco worden geïntroduceerd.
1997 - De SB-bankbiljetten van 1 en 2½ herco worden uit de roulatie genomen.
1999 - De SB introduceert een bankbiljet van 50 herco (tot nu toe gaf alleen de GaBa zo'n biljet uit). Dit biljet is nog een ontwerp dat niet past bij de ontwerpserie 2002.
2001 - Het GaBa-biljet van 1 herco wordt uit de roulatie genomen. De GaBa had dit biljet liever door een munt van 1 herco willen vervangen, maar dat is wettelijk verboden. De Spokanische regering ziet het liefst dat de GaBa geheel stopt met de uitgifte van geld, en deze taak aan de SB overlaat.
2002 - De SB brengt een nieuw biljet van 10 herco in omloop. Dit is de eerste coupure volgens de ontwerpserie 2002.
2004 - De oude biljetten van 10 herco zijn vanaf augustus niet meer geldig, maar kunnen de eerstkomende jaren nog wel ingewisseld worden.
2006 - De SB brengt een nieuw biljet van 25 herco in omloop (ontwerpserie 2002).
2009 - De oude biljetten van 25 herco zijn vanaf augustus niet meer geldig, maar kunnen de eerstkomende jaren nog wel ingewisseld worden.
Vanaf 2011 - Er zal een nieuw biljet van 100 herco worden geïntroduceerd (ontwerpserie 2002). De GaBa zal geen bankbiljetten meer uitgeven, en de oude biljetten zullen in de komende jaren hun geldigheid gaan verliezen.
Ca. 2015 - Het in 1999 in omloop gebrachte biljet van 50 herco zal worden vervangen door een nieuw biljet volgens ontwerpserie 2002.

Kwarterend of kwinterend systeem?

Voor de onderverdeling van munten en biljetten worden over het algemeen twee systemen toegepast. Het ene gaat uit van een verdeling in vier gelijke delen, op basis van 4 x 25 = 100), het andere in vijf gelijke delen, op basis van 5 x 20 = 100). Omdat "in 4 gelijke delen verdelen" kwarteren heet, kunnen we ook spreken van kwinteren als het om 5 gelijke delen gaat.
Bij het kwinterende systeem (zoals bij de euro) wordt het geld onderverdeeld in 1, 2, 5, 10, 20, 50 en 100 eenheden. Hierbij geldt voor de vette eenheden dat ze met 5 vermenigvuldigd moeten worden om op 10 resp. 100 te komen. Bij het kwarterende systeem (zoals vroeger bij de gulden) wordt het geld onderverdeeld in 1, , 5, 10, 25, 50 en 100 eenheden. Hierbij geldt dat de vette eenheden met vier moeten worden vermenigvuldigd: 4 x 2½ = 10 en 4 x 25 =100. In sommige landen worden beide systemen tegelijk gebruikt. Zo geldt in de Verenigde Staten (en ook in Canada) een kwintering bij de munten (5, 10, 25 en 50 dollarcent), maar en kwartering bij de bankbiljetten (1, 2, 5, 10, 20, 50 en 100 dollar).
De Spokanische Bank heeft altijd voor het kwarterende systeem gekozen, maar sinds er in 1995 een munt van 2 herco is geïntroduceerd, en het biljet van 2½ herco twee jaar later werd ingenomen, zit er met de munt van 2 herco dus een breuk in het logische systeem. De meeste Spokaniërs hadden liever een munt van 2½ herco gezien. Men vermoedde dat de SB geleidelijk op het kwinterende stelsel wilde overgaan, en dus (in 2006) ook wel een biljet van 20 herco zou uitgeven. Het werd echter weer een biljet van 25 herco, dus de verwarring is gebleven.

De fabriek/drukkerij waar het Spokanische geld wordt geslagen en gedrukt heet Stat-drureren (Staatsmuntwezen), en is gevestigd te Blort. Sinds 1782 worden hier alle Spokanische munten geslagen, en sinds 1839 worden hier ook de bankbiljetten gedrukt. De GaBa-biljetten worden in Londen gedrukt.


Munt 1 tóftos Munt 2½ tóftos Munt 5 tóftos

Munt 10 tóftos Munt 25 tóftos Munt 50 tóftos Munt 1 herco Munt 2 herco

De munten zijn in principe op ware grootte afgebeeld, maar afhankelijk van de browser- en beeldscherminstellingen kan dit afwijken. Ware middellijnen van klein naar groot:

  1 tóftos     15 mm      5 tóftos     23 mm  
  10 tóftos     18 mm      50 tóftos     24 mm  
  2½ tóftos     20 mm      1 herco     28 mm  
  25 tóftos     21 mm      2 herco     32 mm  

Kop bronzen munten Kop nikkelen munten

De afbeeldingen van de beeldzijde zijn niet op schaal. Voor de ware grootte, zie de afbeeldingen van de muntzijde hierboven.

De afkorting TÂEEP
Op de beeldzijde van Spokanische munten staat altijd de afkorting "TÂEEP". Oorspronkelijk betekende dit tangodamelira âfry Ergetex ef Probaros, ofwel "regerend volgens de wil van Erget". Deze interpretatie is voor het katholieke volksdeel altijd een doorn in het oog geweest, want ook de rooms-katholieken erkennen het staatshoofd als een door God uitverkoren persoon. Vandaar dat de afkorting "TÂEEP" in 1972 onder druk van minister Sylvest Oqula een nieuwe betekenis heeft gekregen, namelijk tangodamelira âfry ef esliyn Prinsypps, ofwel "regerend volgens de gangbare Principes". Deze interpretatie is voor katholieken, ergynisten en niet-gelovigen acceptabel.

Beeldtenaar
De beeldtenaar is altijd het staatshoofd. Een man kijkt altijd naar links (zoals de huidige koning Huron Herco IV), en een vrouw naar rechts. Deze traditie is in 1795 begonnen toen koningin Materrôl Poji Huron (regeerde 1793-1804) eiste dat zij op alle munten naar rechts zou kijken. Zij was aan haar linkeroog blind en wilde daarom zodanig afgebeeld worden dat haar linkeroog niet zichtbaar was op de munten. Slechts één andere koningin is daarna nog op de munten verschenen: Lindokiy Zabert Âncaramé (regeerde 1860-1894). De volgende zal de huidige kroonprinses Emanuala zijn.

Gilde- en muntmeestersteken
Op de beeldzijde staat altijd het muntmeestersteken. De directeur van het Stat-drureren (Staatsmuntwezen) wordt traditiegetrouw "muntmeester" genoemd en hij/zij mag een bepaald teken kiezen dat op de munten wordt aangebracht. Tussen 1975-1987 was dit een vijfpuntige ster, tussen 1987-1992 een zandloper, tussen 1992-2006 een paddenstoeltje (zie afbeeldingen van de munten hierboven) en vanaf 2006 is het een springend hert (zoals te vinden op het verkeersbord overstekend groot wild).
Er bestaat ook een gildeteken, dat feitelijk het traditionele logo van de Stat-drureren is. Dit is een aambeeld. Dit is te vinden op alle bankbiljetten en op de zijkant van de munten.


Biljet 10 herco, voorzijde

Bankbiljet 10 herco - Afmetingen: 73x150 mm - Basiskleur: geel

Biljet 10 herco, achterzijde

Bankbiljet 10 herco - achterzijde (iets blekere kleuren dan de voorzijde)
Tekst bij afbeelding glazen dak:
Glaza krumaros rifo ef garrent Hirdo-Kanol (1892-1958).
Glazen overkapping van het station Hirdo-Kanol (1892-1958).
Desÿnn: Huliy Rifo Troef-Weeftiya (1837-1910).
Ontwerp: Huliy Rifo Troef-Weeftiya (1837-1910).
Fes 1958 blul ju'eccelije eft kleter garrent-huflif.
In 1958 is er een nieuw stationsgebouw in gebruik genomen.
Foto: pl. 1910, tôxiy krÿmiy ef flartolarer koffona.
Foto: ca. 1910, waarschijnlijk n.a.v. de dood van de architect.
Tekst onder handtekening:
Blocriy Loestâ
Finanšos-menester

Biljet 25 herco

Bankbiljet 25 herco - Afmetingen: 73x156 mm - Basiskleur: blauw

Biljet 50 herco

Bankbiljet 50 herco - Afmetingen: 73x162 mm - Basiskleur: nog onbekend

Biljet 100 herco

Bankbiljet 100 herco - Afmetingen: 73x168 mm - Basiskleur: lila

Huidige bankbiljetten, ontwerp 2002. Elk biljet is 6 mm langer dan het biljet met een lagere waarde.

Echtheidskenmerken

De nieuwe bankbiljetten (ontwerpserie 2002) zijn vrolijk gekleurd en tonen voornamelijk abstracte figuren. Rechts zijn afbeeldingen van bouwwerken met bekende glazen daken afgebeeld. Elk biljet bevat 9 echtheidskenmerken die de gebruiker zelf kan verifiëren. Er zijn ook nog een aantal geheime kenmerken die alleen bij de Spooksoliy Benc bekend zijn.

  1. Het woord "HIRDO" is "met speciale inkt gedrukt, zodanig dat dit bij een bepaalde lichtopval identiek aan de achtergrond kleurt, en dus onzichtbaar wordt.
  2. De kleurige streepjes onder het woord "HIRDO" vormen een hologram met driedimensionale werking.
  3. De diagonale lijnen (10 herco en 100 herco) en de horizontale kleurige lijnen (25 herco) zijn in reliëf gedrukt. Ze zijn als reliëf ook op de achterzijde zichtbaar en voelbaar. Dit is tevens een hulpmiddel voor blinden.
  4. Het witte vlak is een watermerk. Hier is het logo van de SB zichtbaar.
  5. Dwars door de foto van het glazen dak is een metalen draadje in het papier opgenomen; alleen te zien als je het biljet tegen het licht houdt.
  6. De gestippelde band die half over de linkerrand van de afbeelding van het glazen dak loopt (blauwgroen bij 10 herco; lila bij 25 herco; paars bij 100 herco) heeft een metallic karakter en komt op een fotokopie zwart over.
  7. Op de twee of drie balken onder de grote waardeaanduiding staat een tekst die alleen met een loep is te lezen.
  8. De biljetten blijven in ultraviolet licht geheel donker, maar in de rechteronderhoek licht dan het Spokanische wapen in lichtgroene tinten op.
  9. Het papier zelf heeft een lichte kleur en is van een bijzondere samenstelling die geheim is.


3. Betalingsverkeer

De oude gewoonte om munten te sparen en papiergeld uit te geven is nog zo verbreid dat er een voortdurend gebrek aan wisselgeld heerst. Het aanmaken van nieuwe munten door het Staatsmuntwezen te Blort heeft weinig effect, vooral ook omdat de intrinsieke waarde van de bronzen munten hoger is dan hun nominale waarde. Hoewel verboden, wordt er toch op grote schaal omgesmolten. De metaalbewerkers uit Zuid-Brÿr maken de schitterendste gebruiksvoorwerpen uit omgesmolten muntspecie en er wordt zelfs gezegd dat vele kandelaars in de Pegrevische plattelandskerkjes uit muntkoper of muntbrons vervaardigd zijn.

Het afronden van bedragen tijdens het betalingsverkeer is vanzelfsprekend. Er wordt dan ook niet voor een bepaald gewicht gekocht maar voor een bepaald bedrag (voor 30 tóftos appels, in plaats van een kilo appels). Grote bedrijven als warenhuizen of garages geven dikwijls tegoedbonnen terug in plaats van wisselmunten. Omdat dit systeem een bij de wet verboden vorm van klantenbinding kan inhouden, is het aan allerlei restricties gebonden.

Het gebruik van postzegels, tramkaarten en dergelijke waardepapiertjes als betaalmiddel (zoals ooit in Italië) is streng verboden en wordt zwaar bestraft. In horecagelegenheden wordt het niet-teruggeven van wisselgeld vaak gecompenseerd door een extra scheut drank of een extra toef slagroom.

Tegenwoordig wordt het gebrek aan wisselgeld steeds minder als een probleem ervaren, omdat het gebruik van betaalpasjes (pinnen) steeds populairder wordt. Het gebruik van betaalcheques en girobetaalkaarten (die in Spokanië nog steeds bestaan!) wordt over het algemeen beschouwd als snobistische aanstellerij. Weliswaar geeft de Ququltor Nyn (de negen belangrijkste banken) betaalcheques uit die elke rekeninghouder "moet" kunnen gebruiken, maar in de praktijk blijken alleen deze banken zèlf en enkele gerenommeerde hotel- en warenhuisketens de cheques zonder problemen aan te nemen. Daarentegen lijkt het "pinnen" een algemeen aanvaarde betaalwijze te worden. Het gerucht gaat dat betaalcheques en girobetaalkaarten nog vóór 2010 afgeschaft zullen zijn.

Tussen 1974 en 1998 kende Spokanië ook een postgiro (Otokafter; SPOT). De samenwerking tussen de banken en de giro was nihil. Voor het overmaken van geld van een bank- naar een girorekening (of omgekeerd) werd een hoge provisie in rekening gebracht en verder moest er een ingewikkeld formulier worden ingevuld. Vervolgens duurde de overboeking nog zeker twee weken. Daar particuliere instellingen bij voorkeur een bankrekening hadden, terwijl overheidsinstanties de voorkeur aan de giro gaven, hebben de meeste Spokaniërs zowel een bank- als een girorekening.

Tot 1993 was het voor particulieren echter verboden om meer dan één rekening (hetzij een bank- hetzij een girorekening) te hebben - dit om controle door belasting- en hypotheekdiensten te vergemakkelijken. Veel particulieren vermeden tot die tijd de rompslomp bij het overmaken van geld naar een girorekening door belastingen ed. contant op het belastingkantoor te gaan betalen.

Op 1 april 1998 is het staatsbedrijf PTT geprivatiseerd en opgesplitst in drie aparte bedrijven: PôsCôm voor de posterijen, TelCôm voor de telecommunicatie en BenCôm als nieuwe bank die de opvolger van de giro werd. Sindsdien bestaat de problematische relatie tussen een giro en de banken niet meer. Zie ook het bestand Posterijen.

Betaalpasje [do-bankp.gif]

De betaalpasjes van de Spooksoliy Benc hebben een "Europese" vormgeving. Op deze manier wil de bank zijn internationale karakter uitdrukken, en verder is het een indicatie dat de SB vóór aansluiting bij de Europese Unie is.


4. Buitenlandse valuta

De handel in buitenlandse valuta is in Spokanië nog steeds aan strenge regels gebonden. Spokanische valuta mogen het land niet uit (en kunnen officieel ook niet buiten Spokanië gewisseld worden; evenmin als men in het buitenland herco's kan kopen). In Spokanië zelf kan men zonder problemen euro's, Amerikaanse dollars, Engelse ponden en Zwitserse franken omwisselen. Voor het wisselen kan men het beste terecht bij een Staatswisselkantoor (Stat-noftate-ofiss, ofwel SNO). Zulke kantoren zijn te vinden in de grotere postkantoren en op vele stations.

Ook de kantoren van de Spokanische Bank (SB) wisselen buitenlandse valuta, maar hier zijn de koersen onvoordeliger en is de afhandeling traag en bureaucratisch. Zo worden vele gegevens uit het paspoort overgeschreven en moeten er ingewikkelde formulieren worden ingevuld. De SB accepteert ook reischeques (travellercheques), uitgeschreven in euro's of dollars (de SNO accepteert deze niet!), en in toeristische gebieden kan men ook pinnen of met creditcards betalen.
De Spooksoliy Benc was van plan om na de invoering van de euro alleen nog US-dollars en euro's te accepteren, maar Groot-Brittannië en Zwitserland hebben bij de regering succesvol gelobbyd, met als gevolg dat ook de ponden en franken nog geaccepteerd worden. Verder bestaan er plannen om de monopolie-positie van de SB en de SNO op te heffen, zodat ook andere (bank)instellingen in buitenlandse valuta kunnen handelen.


TOP © De Twee Hanen v.o.f. • Kimswerd • The Netherlands

DA 00 • SPARC 22 nov 1998

banknaam - DICTIO {N} - 20.03.05
afkorting - DICTIO {afk} - 20.03.05
adres - STRATENL.HTM - 20.03.05
adres - STRATENO.HTM - 20.03.05
telnr - TELLIJST.HTM - 20.03.05
datum/jaar - JAARTALL.HTM