SPARC is de compleetste website over het Koninkrijk Spokanië. "Als je het hier niet kunt vinden, vind je het nergens." |
Spokanisch Archief Hoofdmenu Grammatica Woordenboek Atlas Links Contact Disclaimer |
|
| |
|
|
|
| |
|
Gerelateerd bestand Banken
Dit bestand |
Zie ook informatie van de Spokanische Bank De huidige koers van de herco (www.sb.sp/qurs) Spokanië en de euro (www.sb.sp/eurinfo_sp)
Extern |
|
| |
![]() 1. Inleiding De Spokanische munteenheid is de herco, onderverdeeld in 100 tóftos. Voor deze eenheden worden de volgende symbolen gebruikt:
![]() De letter ó wordt in opschriften vaak als oe geschreven, met name als er hoofdletters gebruikt worden. Ook het woord tóftos vinden we dikwijls als toeftos, zoals op de munten.Tot 1 januari 2002 schommelde de waarde van een herco tussen de ƒ 2,-- en ƒ 2,20. Tegenwoordig is de herco (iets) minder dan € 1,--. Enkele precieze koersen (SPH = Spocanian herco):
De sterke waardevermindering van de herco in 2008 houdt direct verband met de
2. Geschiedenis van het muntstelsel In 1563 zijn op last van Koning Mazu Pliy Thyrra de eerste staatsmunten geslagen. De munten wogen 10 rÿte (circa 25 gram) en heetten zotiylko, genoemd naar Zotiyl, de streek tussen Zutterseert en Kûrânien (Noord-Tigof) waar de belangrijkste kopermijnen gevonden werden, maar deze mijnen zijn sinds 1952 wegens uitputting gesloten. Tot 1969 is de naam zotiylko gehandhaafd. Toen werd het nieuwe muntstelsel met hercos en tóftosz ingevoerd. (In opschriften - ook op munten - wordt de spelling toeftos(z) gebruikt.) Tussen 1820 en 1969 bestond het volgende ingewikkelde systeem: 1 penen = 12 zotiylko; 1 zotiylko = 14 tóftos; 50 zotiylko = 1 blofa, genoemd naar blof (paard). Eén blofa zou het bedrag zijn dat een paard toentertijd gemiddeld kostte. Na 1969 zijn de zotiylko en de penen afgeschaft. Een nieuwe tóftos kreeg de waarde van 10 oude tóftos. 100 nieuwe tóftos werd 1 herco (vernoemd naar de toen regerende Koning Huron Herco III). Ondanks de vereenvoudiging zijn in verschillende kringen nog oude gebruiken gehandhaafd en dat schept toch weer verwarring. Zo bestaat in Pegrevië de blofa nog steeds, niet als munt- maar als rekeneenheid: 1 Pegrevische blofa = 7 herco = 700 (nieuwe) tóftos. In de paardenhandel is het gebruikelijk om de prijs van een paard in blofas uit te drukken die dan echter een waarde van 50 (14+36) herco hebben. De waarden 14 en 36 (en veelvouden daarvan) komen geregeld in het Spokanische Rekensysteem terug. Om een Pegrevische blofa van een paardenhandel-blofa te onderscheiden wordt deze laatste ook wel blofblofa genoemd. Op de markten in de van oudsher bekende marktplaatsen wordt nog steeds gerekend met de penen. Het bureau voor het Marktwezen (Mârketeren-buro) geeft sinds 1972 bonnen uit met nominale waarden van 0,1, 1 en 10 penen. Deze bonnen kunnen op de markten als bankbiljetten gebruikt worden. Vóór 1972 bestonden er marktbonnen waarvan de coupures gebaseerd waren op het 14-36-stelsel. Munten en bankbiljetten worden door de Bank van Spokanië (SB = Spooksoliy Benc) uitgegeven. Bankbiljetten worden voorts uitgegeven door de Bank van Garos (GaBa = Garóshi Bañgc). De onderverdeling is sinds 2002 als volgt:
De GaBa-biljetten worden buiten Garos, Tigof en Lomky slechts door de SB geaccepteerd. Vanaf 1995 zijn er een aantal veranderingen doorgevoerd, en wel:
1995 - De bronzen munt van ½ tóftos wordt uit de roulatie genomen. De nikkelen munten van 1 en 2 herco worden geïntroduceerd. Kwarterend of kwinterend systeem? De fabriek/drukkerij waar het Spokanische geld wordt geslagen en gedrukt heet Stat-drureren (Staatsmuntwezen), en is gevestigd te Blort. Sinds 1782 worden hier alle Spokanische munten geslagen, en sinds 1839 worden hier ook de bankbiljetten gedrukt. De GaBa-biljetten worden in Londen gedrukt.
De munten zijn in principe op ware grootte afgebeeld, maar afhankelijk van de browser- en beeldscherminstellingen kan dit afwijken. Ware middellijnen van klein naar groot:
De afbeeldingen van de beeldzijde zijn niet op schaal. Voor de ware grootte, zie de afbeeldingen van de muntzijde hierboven.
De afkorting TÂEEP
Beeldtenaar
Gilde- en muntmeestersteken
Bankbiljet 10 herco - Afmetingen: 73x150 mm - Basiskleur: geel
Bankbiljet 10 herco - achterzijde (iets blekere kleuren dan de voorzijde)
Bankbiljet 25 herco - Afmetingen: 73x156 mm - Basiskleur: blauw
Bankbiljet 50 herco - Afmetingen: 73x162 mm - Basiskleur: nog onbekend
Bankbiljet 100 herco - Afmetingen: 73x168 mm - Basiskleur: lila Huidige bankbiljetten, ontwerp 2002. Elk biljet is 6 mm langer dan het biljet met een lagere waarde.
![]()
De nieuwe bankbiljetten (ontwerpserie 2002) zijn vrolijk gekleurd en tonen voornamelijk abstracte figuren. Rechts zijn afbeeldingen van bouwwerken met bekende glazen daken afgebeeld. Elk biljet bevat 9 echtheidskenmerken die de gebruiker zelf kan verifiëren. Er zijn ook nog een aantal geheime kenmerken die alleen bij de Spooksoliy Benc bekend zijn.
3. Betalingsverkeer De oude gewoonte om munten te sparen en papiergeld uit te geven is nog zo verbreid dat er een voortdurend gebrek aan wisselgeld heerst. Het aanmaken van nieuwe munten door het Staatsmuntwezen te Blort heeft weinig effect, vooral ook omdat de intrinsieke waarde van de bronzen munten hoger is dan hun nominale waarde. Hoewel verboden, wordt er toch op grote schaal omgesmolten. De metaalbewerkers uit Zuid-Brÿr maken de schitterendste gebruiksvoorwerpen uit omgesmolten muntspecie en er wordt zelfs gezegd dat vele kandelaars in de Pegrevische plattelandskerkjes uit muntkoper of muntbrons vervaardigd zijn. Het afronden van bedragen tijdens het betalingsverkeer is vanzelfsprekend. Er wordt dan ook niet voor een bepaald gewicht gekocht maar voor een bepaald bedrag (voor 30 tóftos appels, in plaats van een kilo appels). Grote bedrijven als warenhuizen of garages geven dikwijls tegoedbonnen terug in plaats van wisselmunten. Omdat dit systeem een bij de wet verboden vorm van klantenbinding kan inhouden, is het aan allerlei restricties gebonden. Het gebruik van postzegels, tramkaarten en dergelijke waardepapiertjes als betaalmiddel (zoals ooit in Italië) is streng verboden en wordt zwaar bestraft. In horecagelegenheden wordt het niet-teruggeven van wisselgeld vaak gecompenseerd door een extra scheut drank of een extra toef slagroom. Tegenwoordig wordt het gebrek aan wisselgeld steeds minder als een probleem ervaren, omdat het gebruik van betaalpasjes (pinnen) steeds populairder wordt. Het gebruik van betaalcheques en girobetaalkaarten (die in Spokanië nog steeds bestaan!) wordt over het algemeen beschouwd als snobistische aanstellerij. Weliswaar geeft de Ququltor Nyn (de negen belangrijkste banken) betaalcheques uit die elke rekeninghouder "moet" kunnen gebruiken, maar in de praktijk blijken alleen deze banken zèlf en enkele gerenommeerde hotel- en warenhuisketens de cheques zonder problemen aan te nemen. Daarentegen lijkt het "pinnen" een algemeen aanvaarde betaalwijze te worden. Het gerucht gaat dat betaalcheques en girobetaalkaarten nog vóór 2010 afgeschaft zullen zijn. Tussen 1974 en 1998 kende Spokanië ook een postgiro (Otokafter; SPOT). De samenwerking tussen de banken en de giro was nihil. Voor het overmaken van geld van een bank- naar een girorekening (of omgekeerd) werd een hoge provisie in rekening gebracht en verder moest er een ingewikkeld formulier worden ingevuld. Vervolgens duurde de overboeking nog zeker twee weken. Daar particuliere instellingen bij voorkeur een bankrekening hadden, terwijl overheidsinstanties de voorkeur aan de giro gaven, hebben de meeste Spokaniërs zowel een bank- als een girorekening. Tot 1993 was het voor particulieren echter verboden om meer dan één rekening (hetzij een bank- hetzij een girorekening) te hebben - dit om controle door belasting- en hypotheekdiensten te vergemakkelijken. Veel particulieren vermeden tot die tijd de rompslomp bij het overmaken van geld naar een girorekening door belastingen ed. contant op het belastingkantoor te gaan betalen. Op 1 april 1998 is het staatsbedrijf PTT geprivatiseerd en opgesplitst in drie aparte bedrijven: PôsCôm voor de posterijen, TelCôm voor de telecommunicatie en BenCôm als nieuwe bank die de opvolger van de giro werd. Sindsdien bestaat de problematische relatie tussen een giro en de banken niet meer. Zie ook het bestand Posterijen.
4. Buitenlandse valuta De handel in buitenlandse valuta is in Spokanië nog steeds aan strenge regels gebonden. Spokanische valuta mogen het land niet uit (en kunnen officieel ook niet buiten Spokanië gewisseld worden; evenmin als men in het buitenland herco's kan kopen). In Spokanië zelf kan men zonder problemen euro's, Amerikaanse dollars, Engelse ponden en Zwitserse franken omwisselen. Voor het wisselen kan men het beste terecht bij een Staatswisselkantoor (Stat-noftate-ofiss, ofwel SNO). Zulke kantoren zijn te vinden in de grotere postkantoren en op vele stations.
Ook de kantoren van de Spokanische Bank (SB) wisselen buitenlandse valuta, maar hier zijn de koersen onvoordeliger en is de afhandeling traag en bureaucratisch. Zo worden vele gegevens uit het paspoort overgeschreven en moeten er ingewikkelde formulieren worden ingevuld. De SB accepteert ook reischeques (travellercheques), uitgeschreven in euro's of dollars (de SNO accepteert deze niet!), en in toeristische gebieden kan men ook pinnen of met creditcards betalen.
|
|
| |
| TOP | © De Twee Hanen v.o.f. • Kimswerd • The Netherlands |
|
| |
DA 00 • SPARC 22 nov 1998
banknaam - DICTIO {N} - 20.03.05
afkorting - DICTIO {afk} - 20.03.05
adres - STRATENL.HTM - 20.03.05
adres - STRATENO.HTM - 20.03.05
telnr - TELLIJST.HTM - 20.03.05
datum/jaar - JAARTALL.HTM